logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_14
avatar_ab_08

Arbouretum

Arbouretum - Grofkorrelige gitaarsolos a volonte

Geschreven door

Oorspronkelijk zou Horse Feathers, het excellente indie-folk quartet uit Portland, Oregan, rond zanger Justin Ringle openen voor Arbouretum, maar die band wijzigde zijn Europese tourplannen, zodat Arbouretum al om kwart voor negen in de Magdelenazaal aantrad.

Wat moet je weten over Arbouretum: de band komt uit Baltimore, en zijn vierde plaat, ‘The Gathering’, (uit op Thrill Jockey), zou een concept album moeten zijn rond een werk van de psycho-analyticus Carl Jung. Zanger Dave Heumann moet een opleiding in de bouw gevolgd hebben, want hij kan een flesje Jupiler opendoen zoals alleen een volleerde metsersgast dat kan, en bassist Corey Allender heeft een baard  die gerust naast de exemplaren van Damiaan Deschrijver (John van bordeel Havana uit ‘De Ronde’), Reinhard Vanbergen van Das Pop of de meesterlijke gezichtsbeharing van de bassist van Creature with the Atom Brain mag staan. Bas en baard gaan blijkbaar goed samen.

Genoeg over de uiterlijkheden, over naar de muziek: Arbouretum klutst op heel eigen wijze country folk en fuzz-rock samen in lang uitgesponnen nummers die dikwijls boven de zeven minuten gaan. De band begon in een volledig duistere zaal aan het laatste optreden uit zijn Europese tournee, met een drone-achtig, ambient nummer, toepasselijk “Ambient beginning’ geheten. “The White Bird” was het echte begin van de set, en katapulteerde iedereen terug naar 1970, met zijn Black Sabbath orgeltje en dito fuzzy gitaren.
In de rustige nummers, zoals de Jimmy Webb-cover “Highwayman” of “Down by the fall line” deed de overslaande stem van Heumann bijwijlen aan Bonnie Prince Billy denken en soms zat er ook een vreemde Keltische klankkleur in die tragere nummers. Maar zelfs in die trage nummers, was er altijd een onderliggende, gruizelige gitaarklank, alsof de band beslist had dat ook die nummers ruw en onaf moesten klinken.

De echte sterkte van Arbouretum kwam echter naar voor in de hardere nummers: het epische “Song of the Nile” met een structuur die veel weg had van “Three Days” van Jane’s Addiction, klokte af boven de tien minuten, en ook in “Fall line of Mohammed’s Hex” soleerde Dave Heumann er op los, in zijn heel eigen unieke stijl. De twee metalheads vooraan vonden het fantastisch, en headbangden er op los, wij twijfelden toch een beetje, omdat Arbouretum vanavond net niet genoeg zijn best deed om het publiek in zijn space-trip te betrekken. Voor een afsluitende show van een Europese tournee had het net dat ietsje meer mogen zijn.

Setlist Ambient beginning,
The white bird, Song of the pearl, Waxing crescents, Empty shell, Highwayman, Fall line, False spring, Song of the nile, Mohammed’s hex, Pale rider

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Hooverphonic

Warm klinkende Hooverphonic

Geschreven door

Hooverphonic is goed op dreef … na enkele tryouts waaronder in het Muziekcentrum Dranouter en twee uitverkochte concerten in de AB is de clubtour definitief op gang getrokken. Hooverphonic met de nieuwe jonge zangeres Noémie Wolfs kan opnieuw de grote zalen bereiken, maar de tandem Callier – Geerts willen dichter bij hun publiek staan en houden dus van het clubcircuit. Ze willen in interactie treden met hun fans, zijn aangenaam en leuk in omgang en maken enkele zinspelingen. Ze klinken en zijn warmer. Vroeger zagen we een onderkoelde, afstandelijke band op het podium.
De uitgebalanceerde, uitgekristalliseerde trippoppende sound, soms rijkelijk ondersteund van bombast en orkestraties vormen nog steeds het handelsmerk van de band, met een ’60 s rock’n’roll tint, spaghetti western en dreigende, bevreemdende sounds. Minder hemels en breekbaar dan bij Geike, maar met de komst van Noémie korrelig, doorleefd en ietwat meer soul.
De return van Hooverphonic op ‘The night before’ bevat meeslepend, dromerig, gevoelig materiaal en varieert met een opbouwende groove.

Het zeskoppige Hooverphonic gaf de nummers een gepast gevoelig, snedig en subtiel gitaarspel en een diepe bastune; toetsen en synths zorgden voor het juiste tegenwicht. De band met hun nieuwe zangeres blijkt goed op elkaar ingespeeld. Zelfverzekerd, ontspannen en relaxt.
Noémie was gekleed in een rood-zwart gestreepte trui, de schouders (lichtjes) ontbloot, felrode lippen en een indringende blik, net als op de plaat … Ze benadrukte nog wel eventjes de statische, coole opstelling van Geike aan de microfoon, in het midden van de band, maar had voldoende lef om het publiek in te nemen. Ze is duidelijk extraverter en grapte mee met Callier.
Qua songopbouw en setlist is er niet echt een verschil met de vorige concerten die ik zag van ‘The night before’ - tour, maar het zit ‘em in de amicale opstelling, attitude en spontaniteit. Mooi meegenomen dus om door te stoten als een gezelschap die een warme, losse band slaat met z’n publiek.
Het nieuwe materiaal kwam meteen in de spotlights waarbij al vroeg de puike single en titelsong van de cd ‘The night before’ werd gespeeld, die het vertrouwen wonnen. “Club Montepulciano” en “2 wicky” waren de eerste oudjes, klonken ietwat anders met de jaren en Noémie zong ze met een diepere, vollere stem, minder hoog, indringend en dreigend. Iets anders inderdaad, maar bleven duidelijk overeind.
Na het poppy “Anger never dies”, ademde de combinatie “Identical twin” (intens, broeierig, spannend, bezwerend en gedragen door piano- stem), “Expedition impossible” (repetitief opbouwend) en “George’s café” (bepaald door het akoestische gitaargetokkel en viool), de sfeer van een bruine kroeg. Ook een soundtrackgevoel en beelden van spaghetti westerns borrelden op.
Wat volgde, was een ‘Best of’ in een ietwat gewijzigde versie. Op “The world is mine”, met het herkenbare, bepalende baslijntje  mocht een jarige jonge dame meeklappen en het refrein meezingen en “Jackie cane” onderscheidde zich door een fors tokkelende gitaarpartij. Het podium kreeg een rode gloed op de classics “Mad about you” en “Sometimes”, vocaal meer doorleefd, maar minder diepgevoelig; ze kunnen eigenlijk achterna gezien enkel door Geike maar huiveren en kippenvel bezorgen. Noémie was vindingrijk genoeg om het refrein van “Sometimes” zachtjes te laten meezingen en - neuriën door het publiek. Iets wat steevast gebeurt als je hen al aan het werk zag.
Na iets meer dan een uur werd de set besloten. Er was ruimte, veel ruimte om nog een resem songs voor te stellen. Ze wisselden de bekende “Eden” en “Vinegar & Salt” af met het avontuurlijke “Renaissance affair” van ‘Blue wonder power milk’, een schitterende donker onheilspellende sfeermaker door de repetitieve opbouw, die mooi uitgesponnen werd. Op deze nummers namen de vioolpartijen het voortouw. 
Tot slot speelden ze nog enkele ingetogen broeierige songs van ‘The night before’, “More” en “Danger zone”. “How can you sleep” stond eerst voor de ideale nachtzoen van Noémie, maar door de poppy en de krachtiger wordende aanpak van zich afbijtende gitaren, schudde ze ons wakker. Angus Young gitaarpasjes vulden aan ... Een overtuigende afsluiter …

Hooverphonic heeft het verlies van Geike verteerd en komt zelf spontaner en losser voor de dag. Een nieuw hoofdstuk is aangesneden.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Frankie & The Heartstrings

Frankie & The Heartstrings - De sterke eenvoud van het lied

Geschreven door

We zijn het ondertussen al gewoon maar een avondje Next Big Thing betekent naar Democrazy-normen eerst wat aankomend Belgisch talent en daarna een band die meestal de nodige superlatieven ontving van de buitenlandse (meestal Britse) pers.

Deze avond waren het The Future Dead die de Belgische vlag mochten verdedigen, een groep die een vijftal jaren geleden de gebruikelijke concoursen  won en nu op de proppen komt met hun door Pascal Deweze geproduceerde debuut. Vanzelfsprekend hoorden we gisteren een mooie selectie uit
‘Ways of new amusement’ waarbij het duidelijk werd dat deze vijf jongens die tegenwoordig in Gent resideren vooral zichzelf zijn gebleven en dit ondanks de vele lovende woorden. Iets wat je ook eigenlijk van hun set kan zeggen: eerlijk, zonder omzien en vooral veel talent.
U wil vergelijkingen? U krijgt ze niet want The Future Dead weten wel waar de klepel hangt maar ze hebben met die ingrediënten er wel mooi hun eigen ding weten met te maken en dat maakte hun optreden gisteren tot een heerlijk rockconcertje waarbij we nu al verlangen zijn naar wat de zomerfestivals ons zullen brengen.


Frankie And The Heartstrings zullen ook ongetwijfeld de Britse festivalpodia halen want sinds kort mogen ze zich de lievelingen van de pers gaan noemen. Met de kennis dat diezelfde journalisten nog niet van hun eerste overdrijving gestorven zijn, gingen wij dan ook met de gebruikelijke argusogen naar de Charlatan.
Geen nood echter, want wat zich liet onthullen op hun aardig debuut ‘Hunger’ was bleek ook gisteren: Frankie & The Heartstrings hebben niet alleen met frontman Frankie Francis een showman eerste klas in hun rangen, hij kan blijkbaar nog songs schrijven ook! Luister maar eens naar “Postcard”, “Photograph” of “Don’t look surprised” en je weet meteen waar we het over hebben!
Nu ja, blijkbaar is het Belgisch publiek er nog niet helemaal van overtuigd. Misschien had het ontluikend terrasjesweer er wel iets met te maken, maar toch was er van een overrompeling niet echt sprake gisteren en dat is deels jammer want deze band uit het Sunderland verdiende beslist beter voor hun debuut op Belgische bodem., Je kon de koppen dan wel (bijna) tellen, toch  zag je ze ook allen swingen en zoiets is  meer dan een goed teken! Op naar de volgende Next Big Thing dus!

TRACKLIST
POSSIBILITIES, POSTCARD, TENDER, WANT YOU BACK, IT’S OBVIOUS, PHOTOGRAPH, UNGRATEFUL, YOUNG AGAIN, DON’T LOOK SURPRISED, HUNGER, FRAGILE

Organisatie: Democrazy, Gent

Grant Hart

Grant Hart - Underground icoon Grant Hart en de deugd der zelfrelativering

Geschreven door

In de reeks “Hoe zou het nog zijn met…30 jaar later” werden de spotlights afgelopen donderdag gericht op Grant Hart. Als mede-oprichter van het invloedrijke 80ies undergroundtrio Hüsker Dü en met een reputatie van voormalig junkie heeft deze innemende Amerikaan alles in huis om zich een cult figuur pur sang te noemen. Na zijn gedwongen ontslag uit Hüsker Dü ruilde Hart de drumkit in voor een elektrische gitaar en stortte zich in een aanvankelijk niet onaardig solo avontuur. Op zijn debuut ‘Intolerance’ (‘89) verrijkte hij de muziekgeschiedenis en passant met het tijdloze “All Of My Senses”, en daaropvolgend blikte hij met het nieuwe powertrio Nova Mob begin jaren ’90 twee fraaie albums vol doorleefde gitaarrock in.

Het jongste decennium leidde Grant een schijnbaar wat teruggetrokken bestaan en liet hij zich maar sporadisch opmerken, o.a. tijdens een eenmalig benefietoptreden met zijn oude Hüsker Dü ‘maatje’ Bob Mould, of als gastvocalist op het derde Arsenal album ‘Lotuk’. Toen na tien jaar radiostilte met ‘Hot Wax’ (‘09) dan toch weer een nieuw album verscheen leek niemand daar echt wakker van te liggen. Met de release van de puike rarities collectie ‘Oeuvrevue’ en een aantal reissues kwam Hart eind vorig jaar plots terug wat aan de oppervlakte. De hernieuwde aandacht leverde hem een ticket op richting Europa waar hij momenteel in zijn dooie eentje een clubtour afwerkt. De immer sympathieke patron van de 4AB club Patrick Smagghe moest dan ook geen twee keer nadenken toen de iconische Amerikaan op zoek ging naar een Westvlaams podium om de versheidsdatum van zijn back catalogue te testen.

Met Grant’s muzikale staat van dienst laat een beetje fan zich al vlug verleiden tot al te hoge verwachtingen, maar met cultfiguren weet je maar nooit. Zouden we een overjaarse troubadour op akoestische gitaar te zien krijgen, of dan toch een glimp kunnen opvangen van het strijdvaardige alt.rock icoon van weleer? Het bleek gelukkig het laatste. Met een zelden geziene rauwheid gooide Hart zich in een mistig strijdtoneel, nonchalant heen en weer strompelend tussen de microfoon en zijn gitaar amp waaruit hij voor elk nummer de juiste distortiongolf wist te knijpen. Een hoogbegaafd gitarist is ex-drummer Hart echter niet, een begenadigd zanger des te meer. Na een ronduit verschroeiende start kwam zijn doorleefde stem pas echt goed tot zijn recht tijdens het psychedelisch getinte “You're The Reflection Of The Moon On The Water”.
Hart had in het eerste concertkwartier nog maar weinig woorden gewisseld met het publiek, maar daar kwam geleidelijk aan verandering in. Los van alle sagen en legenden rond zijn muzikaal verleden is de Amerikaan immers de eerste om de iconische beelden rond zijn persoon te doorprikken. Tussen de nummers door ontpopte hij zich gaandeweg tot een alerte meestercynicus die dolde met de eerste rijen van het publiek en grapjes over zijn typische vibrato stem demonstratief in het rond strooide. De sfeer in de dun bevolkte doch intieme 4AD werd hierdoor heel relaxed en spontaan, zo spontaan zelfs dat we er wat aan twijfelen of Hart zich aan een vooraf ingestudeerde setlist hield.
In ieder geval kreeg het publiek de vooraf aangekondigde bloemlezing uit ’s mans beste werk. Maar zoals de recente ‘Oeuvrevue’ verzamelaar duidelijk aangeeft dateren de echt klassieke Hart songs toch wel van twee decennia terug. Het hemelse gitaarpopjuweeltje “2541” uit zijn solodebuut en de Nova Mob classics “Admiral Of The Sea” en “Little Miss Information” horen daar wat ons betreft zeker bij.
Hart zette het publiek heel even op het verkeerde been door op een bepaald moment zijn gitaar te stemmen op de tonen van een Hüsker Dü intro, maar even later werd het 4AD publiek dan toch naar de 80ies gecatapulteerd met de underground evergreen “Don’t Want To Know If You Are Lonely” en een doorleefd “Sorry Somehow”; beide Hart composities zijn afkomstig van het iconische ‘Candy Apple Grey’ album waarmee Hüsker Dü in ’86 de deur wagenwijd openzette voor Dinosaur Jr., The Pixies, The Lemonheads, Buffalo Tom en ander melodieus gitaargeweld die de 90ies zouden kleuren.

Geheel in de traditie van een singer-songwriter optreden nam een nu volledig ontspannen Hart op het einde van de set enkele verzoekjes aan. Ondergetekende viel hier in de prijzen en werd prompt op zijn wenken bediend met een rauwe versie van Hart’s figuurlijke ode aan de Duitse ruimtevaartpionier “Wernher Von Braun”. Met een ander geschiedkundig epos, “The Last Days of Pompeii”, nam de Amerikaan een beetje abrupt afscheid, maar even later zouden we de man onverwacht nog eens tegen het lijf lopen. Aan de gevel van de 4AD bewees Hart met verve dat mannen wel degelijk kunnen multitasken: anekdotes vertellen over ‘the life on the road’ en het gemiddelde IQ van Slayer fans, een versleten Hüsker Dü plaat signeren, gewillig poseren met fans, en tussendoor ook wat CDs aan de man brengen. Dit zijn het soort details die een optreden in een kleine club groots maken, dus Patrick, als er morgen een mailtje van Bob Mould binnen komt dan weet je wat er te doen staat!

Voorafgaand aan Grant Hart konden we nog een handvol nummers meepikken uit de set van publieksopwarmer Pauwel De Meyer. Op het eerste zicht een onbekende figuur in ons muzikaal geheugen, maar na wat speurwerk bleken we deze jongeman uit de regio Sint-Niklaas toch reeds eerder te hebben ontmoet. We herinneren ons immers nog levendig het optreden van Devendra Banhart op Pukkelpop 2007, waar plots een jong kereltje het podium op mocht om samen met Banhart een eigen nummer te brengen; wel, dat bleek bij nader inzien de toen amper 17-jarige De Meyer te zijn. Op de planken van de 4AD deed de ontwapenende jongeman ons eerder denken aan de begindagen van oppermelancholicus Tom McRae. Een talent is De Meyer zeker, want maar weinigen komen weg met “Not Yet” van The Veils zonder het schaamrood op de wangen.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Dum Dum Girls

Dum Dum Girls - op de juiste manier gejat

Geschreven door

 Toen bleek dat Mon-O-Phone werd toegevoegd aan een avondje Dum Dum Girls was het even de wenkbrauwen fronsen. Wat had lo-fi rock nu te maken met vier Amerikaanse rockmeiden die boven hun bed een poster van The Ramones hebben hangen? Nochtans bleek de combinatie achteraf meer dan gerechtvaardigd te zijn. Dat is voornamelijk te danken aan de kracht die deze twee Limburgers live bezitten.

Eerder werden de klanken van Ciska Vanhoyland en Koen Brouwers (om begrijpelijke redenen omgedoopt tot Mr. & Mrs Phono al de hemel ingeprezen. Hun donkere debuut is misschien niet bepaald de ideale lenteplaat, toch is het er eentje dat op een podium en ook daarbuiten indruk maakt. Daar zal de vitale energie van Mrs. Phono wel voor veel tussen zitten. Het is natuurlijk reeds eerder gezegd, maar het blijft een waarheid als een koe dat dit Limburgse duo het best omschreven kan worden als een kruising tussen het vettige van The Kills en de schizofrenie van PJ Harvey. O ja, het is waar ook: ze houden niet echt van die PJ Harvey-vergelijking. Met wat geluk zal er in de toekomst geen kat nog naar teruggrijpen want wat we al een tijdje vermoeden, werd gisteren met de dikke fluopen nog maar eens onderstreept: Mon-O-Phone is één van de fijnste nieuwe Belgische groepjes van dit moment en dat hebben ze vooral aan durf en talent te danken.

Van Limburg naar het mooie Californië bleek maar een kleine stap te zijn in de (jammer genoeg) matig gevulde Balzaal.
Terwijl manlief Brandon Welchez net met Crocodiles een intense wereldtoer beëindigde, is moeder de vrouw Kristin Gundred, buiten de keuken bekend als Dee Dee, alweer weg met haar Dum Dum Girls. Leuk hoe een groep kan evolueren. Stonden we er verleden jaar nog wat verbouwereerd bij toen deze vier rockmeiden ons na een halfuurtje wat verweesd achter lieten, twaalf maanden zijn ze omgetoverd in een stomende rockmachine waarbij ze heel hoe goed weten wat de trucjes van het podium zijn. Al zijn er natuurlijk ook de verdiensten van het sexy ondergoed.

De set werd meteen geopend met “He Gets Me High”, één van de nummers die hun meest recente EP sieren. Naast betoverende versies van “Wrong Feels Right” en “Taking Care of My Baby” was er uiteraard nog een mooie bloemlezing voorzien uit 'I Will Be', de cd waarop Dee Dee’s mama prijkt. Doet dit rock ’n rollkwartet iets nieuws ? Zeker en vast niet, alles is gegapt uit de platen van The Shangri La’s, Girlschool of zelfs The Jesus & Mary Chain. Alleen is het op de juiste manier gejat, waarbij het wel lijkt alsof je in een set van een Tarantino-film beland bent, waar ook nog eens een mysterieus Lynch-sfeertje hangt. De meiden zorgden voor een uur rockplezier van de bovenste plank waarbij we op het einde zelfs aan hun zijde wilden sterven in een dubbeldekkerbus, want die versie van “There is a Light That Never Goes Out” was ronduit adembenemend.

De hype rondom Dum Dum Girls is misschien iets te vroeg gekomen. Wat ze nu tentoonspreiden, maakt van al die lovende woorden van weleer een waarheid die kan tellen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Democrazy, Gent

The Dø

The Do di dit again!

Geschreven door

Enkele jaren terug intrigeerde het Frans/Finse duo The Do met het verslavende plaatje ‘A mouthful’, hartverwarmende, dromerige en aanstekelijke elfenpop op plaat, live in een pittig, bedreven en breder concept. Naast de overtuigende, dynamische optredens kwam het aspect show, jam en spelplezier en plus.
Een goede drie jaar later heeft de tandem Olivia B Merilahtin (van Finse Origine) en de Franse multi-instrumentalist en drummer Dan Levy een nieuwe plaat uit ‘Both ways open jaws’, prikkelende pop die de woorden geraffineerd, eigenzinnig, pompeus, gevarieerd, catchy, toegankelijk en verrassend verdient. Spannend materiaal dus met avontuurlijke wendingen, bepaald door het kirrende stemmetje van Olivia, die ook in haar stem voldoende variaties biedt. Een soort ballerina pop op z’n Rita Mitsouko, die elan krijgt door talrijke cimbaaltjes, staafjes, tamboerijnen, tierlantijntjes, xylofoon, blazers en een dubbele percussie.

Er viel op het podium nogal wat te beleven dus om het songmateriaal intens broeierig en gemoedelijk te laten klinken. Een heuse band stond op het podium, met enkele verkleedpartijen van de zangeres er bovenop; een gezellige, leuke boel maakten ze er van . Ook de nummers waren alvast de moeite, die boeiend, bezwerend en opzwepend klonken, een handige draai kregen en soms een lang uitgesponnen karakter hadden.  Na overtuigende versies van “Gonna be sick” en “Too insistent”, verbaasden ze met een zwierige carrousel van “Slippery slope”, ietwat verderop in de set gesteund door “The wicked & the blind”.
De band klonk minder onschuldig, gevoelig en dromerig , maar was onderhuids gewaagder, onheilspellender en donkerder. “On my shoulder”, doorbraak van de band, werd eerst akoestisch toongezet om dan breder en voller te klinken. Innemend, emotievol en bruisend.  Verder hadden we subtiele meeslepende en aanstekelijke ritmes van de  sprookjesachtige “Bohemian dances”, “Aha” en “Tightrope” (Janelle Monae song), die durfden te exploderen. Overdonderend! In een feestelijk karakter besloten ze “Playground hustle”, kleurrijk door synths, elektronica en een fris gitaarspel.
Ondanks het feit dat het nieuwe werk nog onvoldoende ingeburgerd is op de radio konden ze rekenen op een sterke respons. Ook in de bis met “Dust it off”, “Moon mermaids” en “The bridge is broken” zorgden ze voor geluidseffectjes , trancegerichte pompende en ontspoorde synths of hielden ze het sfeervol en ingehouden.

The Do staat nog steeds garant voor totaalspektakel van muziek en show, laat talrijke emoties de vrije loop en heeft een ijzersterke live reputatie … The Do did it again!

Organisatie: Botanique, Brussel

Cool Soul Festival 2011 Een avondje rock’n’roll heet van de naald

Geschreven door

Cool Soul Festival 2011 - Een avondje rock’n’roll heet van de naald
Cool Soul Festival 2011 – The Bellrays, The Jim Jones Revue, The Legendary Tiger Man

Aangename kennismaking met de Portugese The Legendary Tiger Man, de one man band van Paulo Furtado, een zeer bedrijvige muzikant die de fijnste bluesakkoorden uit zijn gitaar haalt terwijl hij met zijn voeten het drumstel bedient. Zijn songs zijn gedrenkt in de blues en in de boogie en hebben steeds een aardige drive in zich. De covers die hij speelt zoals “These boots are made oro walking” of “Fever”, waarin hij bijgetreden wordt door de bevallige Portugese chanteuse Rita Redshoes, weet hij op een originele manier naar zijn hand te zetten. In het soulvolle “The saddest thing to say” krijgt hij dan nog eens vocale steun van Lisa Kekaula die eens te meer bewijst dat zij niet alleen hevig kan rocken, maar dat de soul haar ook met het bloed werd meegegeven.

Op naar het kleine podium, waar de twee half geschifte Texanen van Restavrant luide rammelblues uit hun gammele instrumenten halen. Het drumstel (nou ja…, drumstel) is samengesteld uit een olieton, een metalen plaat, een houten kist en twee Amerikaanse nummerplaten. De gitaren hangen met pleisters aaneen en hebben zo te zien al een paar orkanen doorstaan, maar er komt vettige en smerige bluesrock uit. Meer garage dan dit kan het echt niet zijn.

Terug in de grote zaal zorgen The Bellrays voor een ware orkaan. Luid, hard, wild en snel volgen de korte songs elkaar. De ongelooflijke strot van forse frontvrouw Lisa Kekaula jaagt de songs naar uitzinnige hoogtes. Die volle stem barst van de soul, dit wordt nog eens benadrukt in een middenstuk waar heel even wat gas wordt teruggenomen en waar Kekaula een knappe hoofdrol opeist. Nadien wordt de gas weer volop opengedraaid en barsten nieuwe songs als “Black Lightning” (ook de naam van die heerlijke nieuwe cd) , “Hell on earth” en “On top” volledig uit hun voegen. Wervelende show, superhete straight in your face rock.

In de club komt daarna Scott H. Biram in zijn eentje opdraven met een portie onversneden rauwe blues in de trant van T Model Ford. De man, die eruit ziet alsof hij rechtstreeks met zijn tractor naar de set is gekomen, gaat tamelijk fel tekeer op zijn gitaar en mag hierbij op redelijk wat appreciatie van het publiek rekenen. Origineel is het allemaal niet, spontaan des te meer.

Als spetterende finale krijgen we de meest vuile, gortige, smerige, luide en opgejaagde rock’n’roll die u dezer dagen op een podium kan aanschouwen, de geweldige razernij van The Jim Jones Revue.
Jim Jones is met het rock’n’roll virus geboren. Het is een hyperkinetisch rockbeest die raast, vlamt en roept en ondertussen met pure Jon Spencer attitude het publiek entertaint.
De bandleden zijn al even geschift en gedreven, vooral de pianist molesteert met ware vernielingsdrift zijn instrument. The Jim Jones Revue razen als een rock’n’roll sneltrein doorheen loeiende mokerslagen van songs als “Cement mixer”, “High horse”, “Elemental” en “Rock ‘n’ roll psychosis” (een song die volledig de lading dekt).
Een werkelijk gloeiende afsluiter van een geslaagd festivalletje met de nadruk op pure rock’n’roll, heet van de naald.


Enkel een eerder magere opkomst kan de pret wat drukken. Aan de bands zal het zeer zeker niet liggen.

Organisatie: Aéronef, Lille

Robyn

Body Talk pt 1 – Body Talk pt 2

Geschreven door

1997: Piepjonge Zweedse blonde deerne van 18 jaar scoort een monsterhit “Show me love”, een freaky danspopdisco nummer.
Tien jaar later … vóór 2007 leek Robin Miriam Carllson wel van de aardbodem verdwenen; ze kon maar geen vervolg breien aan haar debuut. Dankzij de keuze in alle vrijheid muziek te willen maken op haar Konichiwa label, kwam ze opnieuw op het voorplan met haar vierde plaat, simpelweg ‘Robyn’ genaamd en de single “With every heartbeat”. Ze kreeg de waardering van bands als The Knife, Röyksopp en Basement Jaxx. Het bewandelen van een eigen pad leverde vruchten af … Op deze return profileerde Robyn zich ergens tussen Madonna, Roisin Murphy en de zangeressen Catherall/Sulley van The Human League. Niet verwonderlijk , want haar sound bood ‘80’s popdance, waarin electro, soul, funk en hiphop waren verwerkt.
Ze is bezig aan een drieluik waarvan ‘Body Talk pt 1’ & ‘pt 2’ uit zijn, 2x 30 minuten; aanstekelijke, briljante electropop en elektronicageflirt horen we, nauw verwant aan New Order – Erasure – G Moroder en het betere Goldfrapp. Een handvol singles zijn terug te vinden, “Dancing on my own”, “Indestructable”, “Hang with me” en “Call your girlfriend”. Op het eind van ‘pt2’ hebben we het bloedmelodieuze “Get myself together”, die het rijtje mooi besluit.
Gastbijdrages zijn er van Snoop Dogg  met het trancy hip/electro/poppende “U should have known better” en de trancy soundscapes van Röyksopp op “None of dem”.
Ook Santigold en M.I.A. kijken om de hoek op nummers als “Don’t fucking tell me what to do” en “Dancehall queen”.
Haar muzikale visie zorgt ervoor dat electro een krachtiger gehalte krijgt … Robyn, Pop … Electro … artieste die intrigeert …

The Matadors

Get down with The Matadors

Geschreven door

Een leuke vraag op een muziekkwis zou beslist deze kunnen zijn “Noem eens één Tsjechische groep uit de jaren ‘60” en kijk bij ons magazine zou u zelfs het
antwoord op deze onmogelijke vraag weten : The Matadors.
Natuurlijk hadden wij er eerder zelf nog nooit van gehoord maar Munster Records is zo’n label dat bijna op archeologische wijze naar de schatten uit het verleden graaft en waarbij ze dus deze Matadors te voorschijn toverden. Neen, het zijn geen Tsjechen die dwepen met stierendoders maar deze vetkuiven baseerden hun groepsnaam op het gelijknamig 60’s-orgeltje.
The Matadors ontstonden ergens in 1964 waarbij hun optredens in die tijd meestal in Duitsland doorgingen, maar eens zij twee jaar later terugtrokken naar hun geboortestad Praag werden zij ginder al gauw de Benjamins van de jeugd.
Naast heel wat losse opnames was er eigenlijk maar één plaat van deze heren uitgebracht en dan nog wel in 1968 toen deze groep eigenlijk op zijn laatste poten liep, maar deze cd biedt u doorheen deze 24 verloren tracks een mooi overzicht van wat deze groep destijds in hun sas had.
De meeste nummers hebben naast heerlijke fuzzy gitaren ook nog zo’n R&B-tintje waarbij je al gauw gaat denken aan groepen als Them of die beginjaren van The Kinks.
Op een paar Tsjechische tracks na is het merendeel van deze cd in het Engels gezongen. Weliswaar niet een alledaags feit voor onze Westerse oortjes maar beslist de moeite!

Mani Neumeier

Samurai Blues

Geschreven door

Samurai Blues - Mani Neumeier & Kawabata Makoto
De naam Mani Neumeier zegt u misschien niet al te veel maar deze mens mag het wel met trots uitschreeuwen dat hij de eerste Duitse muzikant die in Tokyo kan staan pronken met een wassen beeld.
Wat hem zo speciaal maakt? Wel, hij is zowel drummer als oprichter van Krautrockband Guru Guru en de Japanezen hebben nu eenmaal een boontje voor dit soort muziek, ook al blijven ze het nog steeds halsstarig Teutonische avant-garde rock noemen.
Neumeier zelf, stak ook zijn bewondering voor het land van de rijzende zon niet onder stoelen of banken en raakte zo bevriend met Kawabata Makoto, die op zijn beurt de oprichter is van psychedelica-legende Acid Mothers Temple.
De vriendschap gaf ook muzikale vonken en na een intense Amerikaanse toernee besloten deze twee om deze cd te gaan opnemen die uitgebracht is op Bureau B dat allicht bij onze trouwe lezers van de cdrubriek nu al een belletje zal doen rinkelen.
Het leuke aan deze psychedelische kakafonie is dat je naast de typische krautrockpatronen ook heel wat opdwepende ritmes uit de Aziatische keuken aangeboden krijgt, waarbij je eigenlijk een beetje aan de mannen van Archie Bronson Outfit begint te denken.
Ook al is de cover van deze cd allesbehalve uitnodigend, blijft deze “Damurai Blues” een must voor fans van Faust of Can: of dingen waar de Duitsers nu eens terecht kunnen over pochen.

Pagina 776 van 966