logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Gavin Friday - ...

Trans-Siberian Orchestra

Trans-Siberian Orchestra: Amerikaanse rockoperasensatie TSO voor het eerst in België

Geschreven door

Trans-Siberian Orchestra of kortweg TSO is een formatie die al vele jaren in thuisland Amerika hoge toppen scheert. Oprichter Paul O’Neill, die we kennen als manager van o.a. Savatage, had nooit durven hopen op een platenverkoop van meer dan 7 miljoen exemplaren. Bovendien zijn de legendarische TSO kerstshows in de V.S. een begrip geworden.
Mede dankzij Greenhouse Talent stond deze Amerikaanse rockoperasensatie voor het eerst op de Belgische planken. Geprogrammeerd tussen de musicals ‘Oliver’ & ‘Spamalot’ konden de schouwburgabonnees zich vergapen aan TSO’s ‘Beethoven Last Night’. Voor de talrijk opgekomen die-hard metalfreaks was het in eerste instantie wat wennen aan de luxueuze omgeving. Nochtans bleken de zeer comfortabele rode zitjes van de Antwerpse Stadsshouwburg ideaal om dit spektakel van dichtbij mee te maken.

Het meesterwerk ‘Beethoven’s Last Night’ uit 2000 werd integraal (op enkele songs na) live gebracht, aangevuld met een vijftal songs uit het recentste TSO album ‘Night Castle’ uit 2009.
Savatage boegbeeld Jon Oliva kon er om persoonlijke redenen niet bij zijn maar verder vormde de volledige Savatage line-up het kloppende hart van TSO met Jeff Plate op drums, John Lee Middleton op bas en Chris Caffery en Al Pitrelli op gitaar. Deze laatste mocht ook als bandleider fungeren. Tel daarbij nog een volledige strijkerssessie, twee keyboardspelers en een ganse reeks zangers en zangeressen en je begrijpt dat het podium aardig vol stond.
Reeds vanaf de openings “Overture”, was het duidelijk dat dit een onvergetelijke avond zou worden. In het prachtige Middeleeuwse decor werd het waanzinnige verhaal verteld van Beethoven’s laatste nacht. Dit mag je gerust ook letterlijk nemen wat naast het muzikale werk nam Bryan Hicks, als verteller, een groot deel van de avond voor zijn rekening. Aanvankelijk kwam dit erg luisterrijk over maar wat verder in de show werden de vertellingen wat minder boeiend en haalden ze de vaart uit de show. Maar het hielp natuurlijk wel om door het hele verhaal te komen en dat was best wel een stevige noot om te kraken! Het spektakel sloeg echter in als een bom. De mix tussen klassiek en rock was geniaal en benaderde de perfectie. Zelden heb ik zo’n perfect geluid gehoord. Angstaanjagend helder maar met een bijna nooit gehoorde gelaagdheid en bombast. De sterke muzikale uitvoeringen werden kracht bijgezet door een indrukwekkende laser en lichtshow (inclusief pyro en HD visuals). We kwamen werkelijk oren en ogen te kort!
Hoogtepunten waren er in overvloed. Vooral de instrumentale klassieke duels tussen gitaar en viool waarbij ‘Andre Rieu on speed’ Roddy Chong zich in de kijker speelde waren meesterlijk. Vocaal waren Jeff Scott Soto (vervanger voor Jon Oliva) als de duivel Mephistopheles en vooral ‘Broadway Musical performer’ Rob Evan als Beethoven het sterkst in hun rol.
Na meer dan twee uur viel het doek over de Beethoven rockopera en kwam er een al even overweldigende bisronde met enkele tracks uit ‘Night Castle’ en enkele twee minder bekende Savatage songs. Vooral het akoestische “Sleep”, gezongen door J.S. Soto bleek een verademing na een avond vol bombast, theatraliteit en dramatiek.

TSO liet metal en klassiek perfect samensmelten. Het begrip rockopera kreeg een nieuwe dimensie in deze perfect georkestreerde Amerikaanse show.
Laten we hopen dat bandleider Al Pitrelli woord zal houden want dan krijgen we eind dit jaar misschien een van TSO’s legendarische kerstshows te zien.

Setlist: (Child of the Night) *Overture *Midnight *Fate *What Good This Deafness *Mephistopheles *What Is Eternal *Mozart and Memories *Vienna *Mozart / Figaro *The Dreams of Candlelight *Requiem (The Fifth) *The Dark *Für Elise *After the Fall *A Last Illusion *This Is Who You Are *Beethoven *Misery *Who Is This Child *A Final Dream

*Toccata - Carpimus Noctem *The Mountain *Sleep (Savatage cover) *Carmina Burana *Another Way You Can Die *Chance

Video Live Reports: (Videoplaylist TSO @ Antwerpen 2011: (Part 1 - Part 4)
http://www.youtube.com/view_play_list?p=F81B4970D84ADBC2
Photo Slide Show: http://www.slide.com/r/JKn4UY9S3T-auvQNScwO4TWZXTeWneil?previous_view=lt_embedded_url

Organisatie: Greenhouse Talent

Charles Aznavour

Charles Aznavour – Trip to memory lane

Geschreven door

Het moet wellicht van Adamo geleden zijn dat ik nog zoveel wandelstokken en permanents rond mij heb gezien, zaterdagavond in een afgeladen Vorst Nationaal. Toegegeven, de ticketprijzen waren aan de hoge kant maar een kenner, welke leeftijd dan ook!,  kijkt op geen frank als het op Aznavour aankomt.
De Parijse klassebak met Armeense roots - die dit jaar de gezegende leeftijd van 87 jaar bereikt – staat al, sinds hij in de jaren ’40 van vorige eeuw door ene Edith Piaf van straat werd geplukt, quasi onafgebroken op de planken. Aznavour kan gerekend worden tot de groten der aarde: hij werkte samen met Frank Sinatra en Bob Dylan, nam staande ovaties in ontvangst van New York tot in Sao Paolo, van Moskou tot in Japan, verdiende zijn strepen als acteur en regisseur, is Buitengewoon Ambassadeur van Armenië voor Zwitserland en werd in 1998 door CNN uitgeroepen als entertainer of the century… Niet mis dus voor een immigrant van amper 1m60. Dit decennium bracht Aznavour nog 6 albums uit, het laatste ‘Charles Aznavour and the Clayton Hamilton Jazz Orchestra’ dateert van 2009.

Dat het concert een trip to memory lane zou worden was geen verrassing: Aznavour werkt sinds 2007 zijn afscheidstournee getiteld ‘Charles Aznavour en toute intimité’ af. Brussel, waar hij, zoals hij zaterdag verkondigde, in zijn jonge jaren veel phrases aan te danken heeft, mocht natuurlijk niet ontbreken.
Een eenvoudige setting met een minimalistisch orkest en twee achtergrondzangeressen was het kader waarin de crooner, af en toe zittend op een barkruk, een goede twee uren het beste van zichzelf gaf. Opmerkelijk: qua stembereik en stemvastheid heeft Aznavour nog niets van zijn elan verloren! Hij trapt de avond af met Les Emigrants en de klassieker Paris au mois d’août, l’Ortographe (Je t’aime A.I.M.E.) en het bloedmooie C’est triste Venise. Aznavour wisselt up-tempo nummers zoals Mon ami, mon Judas af met diepgewrongen liefdesbalades zoals Mourir d’aimer en humoristische tussenpozen zoals de dansdemonstratie met zichzelf op de tonen van The old-fashioned way. Met zijn  dochter Katia bracht hij het mooie Je voyage én ook een nieuw nummer Tu ne m’aimes plus, wat zijn status als ultieme minnezanger definitief in zijn voordeel beslecht.
Kenmerkend voor Aznavour zijn de melancholische teksten, vaak met een nostalgisch trekje, vb. in “Hier Encore”: hier encore, j’avais vingt ans, mais j’ai perdu mon temps, à faire des folies, qui ne me laisse au fond, rient de vraiment précis, que quelques rides au front, et la peur de l’ennui.
Naast een aantal chansons in het Italiaanse, bracht Aznavour ook  het oogstrelende She, een nummer dat in 1974 op één binnenkwam in het Verenigd Koninkrijk en nog niet zo heel lang geleden gecovered werd door Elvis Costello voor de film ‘Notting Hill’.
Absoluut hoogtepunt, naar mijn mening, was het subliem gebracht Non, je n’ai rien oublié, over een ontmoeting met een oude liefde die na jaren opnieuw je pad kruist. Hier was Aznavour op zijn best, als verhalenverteller, met een perfect getimede piano en dwarsfluit die het verhaal in muziek vertaalden.

Conclusie: het was een prachtige reis door de tijd met doorwinterde muzikanten als compagnons de routes en dus zeker niet te missen nu het nog kan! Charles Aznavour tourt in 2011 nog intensief door Frankrijk.

Setlist (er zijn er een paar die ik niet herkende

Les Emigrants, Paris au mois d’aôut, Je t’aime A.I.M.E., C’est triste Venise, (Italiaans), Mourir d’aimer, Je voyage (en duo avec Katia Aznavour), Mon ami, mon judas, L’Amour c’est comme un jour, (Italiaans), Tu ne m’aimes plus, (la guerre???), Il faut savoir, Mes Emmerdes, She, Non, je n’ai rien oublié, Désormais, Ave Maria, The old-fashioned way, Hier encore, Les deux guitares, La Bohème, Emmenez-moi, Les Bons Moments

Organisatie: C-Live


White Lies

White Lies - Indrukwekkend - Groots

Geschreven door

White Lies-frontman Harry McVeigh was in de bovenste wolken toen hij zag hoe ook Brussel voor de voeten viel van dit nieuw neopostpunk-wonder. Onze hoofdstad was namelijk de plek waar alles begon, de plaats waar destijds hun debuut werd ingeblikt maar gisteren betekende dat ook daar te zijn waar de toer zou eindigen. En zo was het voor Crocodiles meteen in de AB de laatste keer dat zij als voorprogramma van White Lies mochten dienen.

Crocodiles - In undergroundkringen is de band uit Californië al tamelijk bekend omdat ze één van de vele groepen waren die het shoegazegenre nieuw leven inbliezen en dit het liefst, net als landgenoten A Place To Bury Strangers, met de nodige portie noise. Hun laatste cd ‘Sleep Forever’ bracht echter een nieuw geluid teweeg want ze gingen minder en minder als Ride klinken maar wel meer en meer als een psychedelische versie van MC5.
En dat merkte je ook, ook al mocht de groep slechts zo’n zeven nummers brengen bezaten ze wel allemaal een hoog rock ’n rollgehalte waarbij het bijhorende orgeltje ons deed denken aan dingen die Sonic Boom destijds met zijn Spacemen 3 deed. Dertig minuten speeltijd blijft kort om een groep op zijn volle waarde te schatten maar het smaakte in ieder geval naar meer.

En hoeveel meer kunnen die kerels van White Lies eigenlijk nog? Leken ze twee jaar geleden nog wanhopig op zoek naar de succesformule die Editors en Interpol reeds lang gevonden hadden, dan prijkt nu hun tweede album ‘Rituals’ overal bovenaan de hitparadelijsten waarbij hitsingle “Bigger than us” niet meer weg te branden van is van TMF. ‘Rituals’ is jammer genoeg ook een album die met gemengde gevoelens onthaald werd want hoe klasse vol de songs ook mogen zijn, blijft het een album die gebukt gaat onder een makke productie.

Wie daar gisteren schrik van had, kon echter met een blij gemoed de zaal verlaten want White Lies klonken vanavond als een band met ballen aan hun lijf en waar de zelfzekerheid (zonder enige vorm van arrogantie) van afdroop.
Meteen bij opener “A place to hide” wisten we dat het snor zat want Harry McVeigh is misschien niet de grootste als het op gestalte aankomt, diens stem is dat wel. Meteen daarna werd “Holy Ghost” gespeeld en eigenlijk meteen het startschot van een set die grotendeels uit de tweede cd bleek te bestaan, ook al ontplofte de zaal bij “Farewell to the fairground” die van hun debuut de gedroomde bestseller makte.
Uit het nieuwe album kregen we ook heel wat  indrukwekkende versies te horen waarbij plots “Strangers” door de 80’s-synths niet zo ver afstond van Duran Duran, ook al werd het als een punksingle aangekondigd. De synthetische geluidjes hoorde je ook in “The power and the glory” of in de majestueuze albumopener die “Bad love” is.
Visueel is White Lies niet bepaald de opwindendste band die er rondloopt maar ze weten dit door een geluidsmuur mooi te camoufleren waarbij zowel gretig gebruik wordt gemaakt van de new wave en de new romance-invloeden van vergane gloriën.
Het lijkt misschien goedkoop maar het publiek onthaalde hun gisteren als helden en van ons mogen ze gerust plaats nemen op de hoogste troon van de neopostpunkbeweging. Nu alleen maar hopen dat ze begrepen hebben dat voor hun derde album dat het af en toe gepermitteerd  is om de producer een schop onder zijn kont te verkopen.

Organisatie: Live Nation

Jools Holland & His Rhythm And Blues Orchestra

Jools Rules!

Geschreven door

Na zijn overigens sublieme passage enkele jaren geleden in de Handelsbeurs in Gent verwachtte ik veel van onze Jools. Hij heeft alle verwachtingen overtroffen.

We kregen als voorgerechtje ene Sarrah Perri voorgeschoteld. Deze Vlaamse Italiaanse had voor de gelegenheid haar zeskoppig bandje niet meegebracht, maar wel haar zus als tweede stem en een gitarist Jan die zichzelf her en der ‘loopte’. Sarrah heeft een heel mooie stem (denk aan een betere Dani Klein versie), zingt ook in die richting. Het geheel heeft echter een ‘arty farty’ sfeertje en zou niet misstaan in een of andere jazzkroeg, bevolkt door een Knacklezend pseudo-intellectueel publiekje. In Brugge mocht ze slecht enkele beleefdheidsapplausjes ontvangen.

Stipt op tijd werd door de puike organisatie het grote feest aangekondigd.  Jools Holland and his rhythm and blues orchestra hebben maar een boodschap: Muziek is feest. Punt. Jools had naast enkele gastzangeressen een slordige negentien muzikanten mee van alle rassen, leeftijden en kledingstijlen. Wat op het eerste zicht overkomt als een bont allegaartje, blijkt dan wel een stel stuk voor stuk professionele muzikanten te zijn: 12 blazers, 2 toetsenisten (Jools incluis), 1 drum (Gilson Lavis), 1 bassist, 1 gitarist en 2 besjes van zangeresjes.

Het hoeft geen betoog dat deze band er meteen invloog met een heerlijke boogie woogie en het overigens zeer verscheiden publiek meteen volgde en na enkele nummers uiteraard niet meer kon stilzitten. Wat kan die Jools spelen, man! ‘Eat your heart out Jerry en co’. En wat zo heerlijk is: het warm water wordt niet heruitgevonden en speelplezier troef. In die mate dat Jools blijkbaar niets verkeerd kan doen en dat zelfs zijn scheten worden onthaald op applaus.
Met het derde nummer, Muddy Waters’ “Mojo”, kwam de eerste gastzangeres Rosin May ons kippenvel bezorgen met een bloedstollende versie. Vervolgens alweer een portie van wat Jools voor de gelegenheid “Bruges Woogie” noemde, waarbij iedereen eens mocht tonen hoe goed ze wel konden spelen. Resultaat: Het publiek begint zowat aan het plafond te hangen.
Jools schuift zich dan achter zijn Fender Rhodes en laat ons met onvervalste jaren vijftig blues met tweede gastzangeres Louise Marchal gedurende een drie tal nummers de nekharen rijzen. Dan trakteert de waanzinnige drummer Lavis (Squeeze) ons zo maar even op een drumsolo zoals het hoort: perfect, niet te veel en retestrak. De prettig gestoorde schuiftrompettist Rico Rodrigues maakt van “What A Wonderfull World” een loepzuivere reggae.
Onze Jules kan ook een aardig handje weg met de gitaar en zorgt ervoor dat blijven zitten (toch jammer dat er stoelen stonden) onmogelijk blijkt. Tijd dan maar voor de ultieme gast. Een brok (ook letterlijk) Boogie Woogie Queen: Ruby Turner. Deze rondborstige uiteraard zwarte lady heeft meer soul, blues en boogie woogie in haar kleine teen dan haar naamgenote Tina. CC rider “Cry me a river en een handvol andere klassiekers passeren door deze misthoorn.

En zo gaat het feest lekker stomend door tot de obligate climax in de bisronde. Is er dan geen enkele kritische noot? Neen. Ze spelen inderdaad reeds geschreven nummers, soms eigen nummers, we horen her en der van die clichés – je weet wel: “Do you feel ok?’, ‘oh my soul!” – en de obligate solo’s waarbij iedereen eens zijn ding mag doen,  bijster origineel zijn ze niet, maar alles gebeurt met zo’n enthousiasme en ongeforceerd speelplezier. Ze voelen zich geen gram beter dan hun publiek, en dat is het hem nu net wat zo aanstekelijk werkt. Vijf sterren dus.

Cultuurcentrum Brugge, Brugge


Rob Skane

Phantom Power Trip

Geschreven door

Scott Kempner, de man die ooit aan het roer stond van de Amerikaanse rocklegende The Del-Lords noemde deze Rob Skane rock'n’roll zoals God het geschapen had.
Weliswaar grootse woorden, maar zoiets is nu eenmaal te verwachten bij een man die zijn inspiratie zocht bij Paul McCartney, The Replacements of Graham Parker.
Allemaal traditionele waarden maar het zijn allemaal één voor één iconen die weten hoe je een goed nummer uit de mouw moet schudden en dat is blijkbaar ook wat deze New Yorker van plan was te doen op diens cd ‘Phantom Power Trip’ die trouwens geheel in eigen beheer werd opgenomen.
Een cd die 11 nummers telt, allemaal volgens de gouden regel van de drie minuten en het soort rocksongs dat zonder kapsones is. Omwille van de eerlijkheid die hier van uitgaat is dit zonder twijfel een cd die vooral een ouder publiek moet aanspreken want Rob is niet het soort muzikant die droomt van stadions. Te oordelen naar deze cd is hij al best tevreden met een podium tussen de barkrukken. Cd zonder verassingen maar wel een degelijke rockplaat van de oude school.

Weekend

Sports

Geschreven door

Geen idee waarom het genre nu terug zo hot is en waar al die nieuwe shoegaze bandjes blijven vandaan komen, maar deze Weekend nemen we er graag bij. Qua nieuwe bands in het genre komt Weekend dicht in de buurt van het zinderende A Place To Bury Strangers, en dat wil wat zeggen.
Nogal opmerkelijk, dit trio komt uit het zonnige San Francisco, maar zomerse deuntjes zijn niet echt aan hen besteed. Wij zouden eerder spontaan geneigd zijn hen in een donkere Britse steeg te situeren, ergens waar My Bloody Valentine en Joy Division door de speakers loeien. De noise gitaren snijden en scheuren, de zang komt half van achter de coulissen en de pompende ritmesectie zorgt voor een gure geluidsmuur.
Het onheilsspellende geluid van “Landscape” lijkt zelfs rechtstreeks vanuit een onrustwekkende kelder te komen. “Coma summer” en “Age class” klinken als de Velvet Underground na een elektrocutie, “Youth Haunts” is een wilde jacht op het vel van Sonic Youth en “End times” is Joy Division die het met Husker Dü aan de stokken krijgt.
Er worden dus geen nieuw paden betreden bij Weekend maar ze maken het soort lawaai waar wij van houden.

White Wires

WWII

Geschreven door

Als u vindt dat The Thermals een pak van hun pluimen verloren zijn en veel te braaf zijn geworden, dan moet u beslist eens dit plaatje proberen.
De simpele maar zeer doeltreffende rechttoe rechtaan rock van White Wires is volledig bereid volgens het ongeschreven recept van de eerste twee Thermals platen. Garage rock met een flinke scheut punk, een rauw geluid zonder veel franjes, een lo-fi productie, gure riffs en korte sprankelende catchy songs voorzien van de nodige dosis vuur en woede. Het plaatje duurt amper 27 minuutjes en bevat 12 killers van songs die met zijn allen richting onderbuik razen. Hoe heerlijk simpel rockmuziek kan zijn.

New York Dolls

Dancing backwards in high heels

Geschreven door

Voor old school NYD fans is deze ‘Dancing backward in high heels’ wel even slikken, en dit omdat The Dolls (of wat er van over blijft, met enkel nog Sylvain Sylvain en David Johansen als originele leden in de rangen) nu helemaal zijn afgestapt van het oorspronkelijke geluid. Enkel de fijne hoes roept nog herinneringen op aan het woelige verleden.
Het zat er al aan te komen met de vorige plaat ‘Cause I sez so’ waarop ze ook al gretig dweepten met sixties en doowop geluiden. Toch waren er op die plaat nog duidelijke raakpunten met de oorspronkelijke proto punk van begin jaren zeventig. Die zijn nu helemaal verdwenen.
Eén en ander kan ook te maken hebben met het vertrek van Steve Conte, een gitarist die steeds trachtte om de geest van Johnny Thunders bij The Dolls in leven te houden.
Met de exit van Conte zijn de gitaren naar de achtergrond geschoven ten gunste van een opzwepende sax en een zinderend orgeltje, wat resulteert in een handvol aanstekelijke songs waarmee we ons in het hartje van de sixties wanen. Dingen als “Round & round” en “I sold my heart to the junkman” konden volgens ons meer dan veertig dertig jaar geleden makkelijk in de hitparade belanden ergens tussen Smokey Robinson, The Beach Boys en The Supremes.
Het fungehalte is alweer belangrijker geworden en de stempel van David Johansen is nog nadrukkelijker aanwezig.
‘Dancing backwards in high heels’ ligt dichter bij diens alter ego Buster Poindexter dan bij de originele Dolls. Johansen, wiens zangcapaciteiten onaangetast blijven, herneemt hier trouwens “Funky but chic” uit zijn eigen solo carrière, zij het daarom niet echt beter.
De plaat is onmiskenbaar meer soul dan rock, laat staan punkrock. We kunnen de Dolls dus niet verwijten dat ze krampachtig blijven vasthouden aan de sound die ze zelf gecreëerd hebben begin jaren zeventig. Misschien is dit ook wel verstandig, want wat ze toen voor mekaar gekregen hebben zouden ze op vandaag toch niet meer kunnen evenaren. Eigenlijk grijpen ze nu zelfs terug naar dezelfde prille sixties invloeden en voorbeelden, er komen alleen heel andere dingen uit.
‘Dancing backwards in high heels’ is dus een gedurfde onderneming waarmee The Dolls hoegenaamd niet op hun bek gaan, maar wij zullen als fan van het eerste uur toch eerder teruggrijpen naar onze exemplaren van ‘ New York Dolls’ (1973) en ‘Too much too soon’ (1974).
Dit hier is gewoon een andere groep.

Road to Consciousness

Road To Consciousness

Geschreven door

Opera met metal gaan mengen is niks nieuws, in het verleden hadden  platen van bands als After Forever en Therion bewezen dat deze combinatie helemaal niet zo gek was alsof ze op het eerste zicht leek.
Dit project is echter iets geheel anders waarbij men een gehele waslijst van muzikanten over verschillende landen samenbracht en waar zelfs mensen zitten die eerder hun verdiensten bij bands als Epica hebben gemaakt.
Bovendien is dit meer dan zomaar een concept en wil men Road To Consciousness ook op scène gaan brengen waarbij we meteen hopen dat deze band een voller kwalitatief geluid krijgt, die ze op basis van de geleverde composities best verdienen.
‘Road to consciousness’ is een eigenzinnige plaat geworden die op wat clichématige teksten en een paar schoonheidsfoutjes na, beslist de liefhebbers van het genre zal weten aan te spreken.

www.myspace.com/roadtoconsciousness

Murder

Gospel of Man

Geschreven door

Integere, broeierige en gemoedelijke kamermuziek horen we van het Deense duo Murder van Jacob Bellens en Anders Mathiasen. Zij putten voor hun ‘murder ballads’ op de nieuwe plaat ‘Gospel of Man’ uit de rijke americanatraditie.
Semi-akoestisch materiaal, vernuftig in elkaar gestoken songs met een sterke melodie en een folky ondertoon, gedragen door indringende vocals, die neigen naar de sound van Midlake; ze voegen er graag geluidjes van piano, cello, flute en orkestraties aan toe, die het geheel uiterst mooi en fleurig maken.
We horen een handvol pareltjes als “Providence”, “Milk & honey”, “No room for mistakes” en “Picker of cotton”; ietwat forser klinkt “Excelsior”.
‘Gospel of Man’ is een uiterst genietbare plaat, die voldoende variaties in het genre tracht te bieden, het duo uit de onvergetelheid moet brengen en de Scandinavische folk americana een grotere, bijzondere rol moet toebedelen, ondanks de beladen groepsnaam.

Pagina 779 van 966