logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
dEUS - 19/03/20...

Deadmau5

4x4 = 12

Geschreven door

Deadmau5 is de rijzende ster in het land van de elektronische muziek. Dit jaar staat hij op de vierde stek in de DJ top-100 van DJ-Magazine, terwijl hij technisch gezien helemaal geen DJ is, maar een producer. Tijdens optredens mixt hij geen platen aan elkaar, maar speelt hij effectief live. Nu komt de visionaire Joel Zimmerman - de naam achter het gigantische LED-muizenmasker -  met zijn nieuwe album op de proppen. Het derde al in evenveel jaar tijd. Achter de betekenis van de titel ‘4x4 = 12’ heb ik voorlopig nog het raden naar. ‘Random Album Title’ en ‘For A Lack Of A Better Name’ waren meer straightforward in die zin. Het toonde ook de mentaliteit van Joel Zimmerman aan. Niet de titel is belangrijk, maar de muziek.
Wederom pakt Deadmau5 uit met een briljante plaat. Hij grijpt vooral terug naar het genre van zijn eerste cd (een plaat die ik grijsgedraaid heb), een modernere variant van het housegenre. Op plaat twee maakte hij iets toegankelijkere muziek om een breder publiek te bereiken (iets wat hem wel gelukt is, hij heeft 1,75 miljoen and counting fans op Facebook), maar de nummers daar waren niet zo gedenkwaardig als de vele klassiekers op plaat één. Op ‘4x4 = 12’ staan er wel weer nummers die zich in je onderbewustzijn nestelen om later zodanig hard terug te komen dat je voor eens en voor altijd verkocht bent aan Zimmermans muziek. Of zo ging het toch telkens bij mij.
“Some Chords” is de logische opener van het album. Hij gebruikte dit nummer steevast als setopener tijdens zijn live-optredens. Of hoe het nummer sequentie per sequentie je inpalmt en je een goed beeld heeft van wat de rest van de plaat jou nog zal te bieden hebben. Bij ‘SOFI needs a ladder’ mag rappende zangeres SOFI haar ding komen doen. Met een energieke stem laat ze toch een minder brave indruk na dan pakweg Cascade, die andere zangeres waar Deadmau5 mee heeft samengewerkt. Ook “A City In Florida”, “I Said” en “Animal Rights” (in samenwerking met Wolfgang Gartner) hebben dan meer de elektro-insteek. “Chthulhu Sleeps” is een waar hoogtepunt, en met zijn 10 minuten en een half, blijf je achteraf de indruk hebben dat het nummer nooit lang genoeg kan duren.
Joel Zimmerman is ook bekend door zijn trancenummers, en daar lijkt “Raise Your Weapon” in eerste instantie ook naar toe te leven, begeleid door de ingetogen stem van Greta Svabo Bech. Totdat er opeens vanuit het niets dubstep-ritmes uit de speakers galmen. Inderdaad, de nieuwste hype in de elektronische muziek is ook Deadmau5 niet ontgaan. Naast “Raise Your Weapon” is er ook “One Trick Pony”, waar SOFI met verve opnieuw haar intrede doet. Deadmau5 kan aardig mee als dubstepproducent, maar meester is hij het nog niet.
Ik geef toe dat ik grote fan ben van de Canadese Zimmerman, maar toch heb ik jammer genoeg mindere nummers gevonden. Zo zijn “Right This Second” en – o, ironie – “Bad Selection” drop-outs in het geheel van de plaat. Ofwel moeten die nummers nog opgerakeld worden uit mijn onderbewustzijn.
Fans van elektronische muziek mogen deze plaat niet missen. Wie nog geen fan is (of zelfs nog nooit gehoord heeft van Deadmau5) raad ik van deze plaat ‘Some Chords’, ‘Chtulhu Sleeps’, ‘Raise Your Weapon’ en ‘SOFI Needs A Ladder’ aan. En wie dan zijn weg vindt naar YouTube om deze nummers eens te beluisteren, kijkt best eens naar de nummers terwijl ze live gebracht worden. De shows van Deadmau5, met zijn vele LED-lichtjes behoren tot de indrukwekkendste die we al gezien hebben in het genre.

 

Crippled Black Phoenix

I, Vigilante

Geschreven door

Een heerlijke plaat waarin we nu al enkele weken geïmponeerd aan het rondzweven zijn is deze “I, Vigilante”.
Crippled Black Phoenix (met muzikanten die een verleden hebben in Mogwai, Electric Wizard en Portishead) laat zich niet in één vakje steken, het is post-rock, maar ook prog-rock en soms zelfs subtiele metal. Zowel fans van Godspeed You Black Emperor en Mogwai als die van Pink Floyd, Archive en zelfs The Waterboys komen aan hun trekken. En wie de laatste platen van Red Sparowes, Black Mountain en Anathema koestert mag hier ook zijn stoel onder tafel schuiven. 

De plaat duurt een slordige 50 minuten hoewel er amper zes nummers op staan. Het zijn allen (op de uitschuiver “Burning bridges” na) lange uitgesponnen pareltjes opgefleurd met knappe arrangementen, sierlijke strijkers, dromerige pianotoetsen, zwevende vocals, fluwelen gitaren en stomende riffs. Glasheldere emotioneel geladen meesterwerkjes als “We forgotten who we are” en “Fantastic justice” grijpen naar de keel zonder dat er ook maar een greintje meligheid mee gepaard gaat.
Het twaalf minuten durende epische “Bastogne blues” is met zijn onaardse pracht iets om stil van te worden, het nummer wordt ingezet met een ontroerende bekentenis van een oorlogsveteraan en die pakkende sfeer blijft de ganse song aan de ribben hangen.
Heel gedurfd is “Of a lifetime”, een cover van Amerikaanse slijmbalrockers Journey, maar de knappe CBP versie past wonderwel binnen de schoonheid van ‘I, Vigilante’.
Afsluiter “Burning Bridges” is misschien kenmerkend voor de veelzijdigheid die CBP hier aan de dag legt, maar als song staat dit sixties niemendalletje (kon van The Mama’s and The Papa’s zijn) hier toch een beetje overbodig te wezen. Maar goed, het dingetje duurt maar twee minuutjes en is eigenlijk een soort van hidden track, dus laten we daar verder niet moeilijk over doen
Prachtplaat.

Iggy Pop

Kill City : Restored Edition - 2 -

Geschreven door

Eerlijkheidshalve was ik vanaf de eerste momenten in de wolken toen ik deze cd hoorde want eventjes leek het erop alsof Iggy terug klonk als dertig jaar terug maar een blik op het hoesje deed mijn euforie wat temperen want ‘Kill City’ is een plaat uit het verleden, eentje uit 1975 die echter door geen kat opgemerkt werd en nu gelukkig terug heruitgebracht werd.
‘Kill City’ werd samen met James Williamson opgenomen, naast het feit dat hij de gitarist van The Stooges was durven insiders ook wel eens beweren dat hij het brein was achter klassiekers als “Funhouse” of “Raw Power”.

Voor Iggy Pop richting Berlijn trok, nam hij nog deze plaat met James op en het is wel bizar dat dit rockpareltje slechts decennia later op enig respect mag rekenen want je zou deze “Kill City” het best kunnen omschrijven als een verloren gewaande Stoogesplaat..
Een tijdloos document die voor iedereen verplicht voer is.

Barn Owl

Ancestral Star

Geschreven door

Barn Owl is een duo (Alice Coltrane en Keiji Haino) uit de underground van San Francisco die een donkere en holle sfeer scheppen op gitaren en keyboards. Het geluid dat ze voortbrengen situeert zich in een drone- en doomsfeer en brengt ons in een vreemde wereld van afgelegen spelonken waar ook Earth en Sunn O))) ten dans spelen.
Het volledig instrumentale album ‘Ancestral Star’ sluimert voort als de trage soundtrack van een nooit gemaakte film die zich afspeelt in mistige oorden, mysterieuze leemtes, donkere holtes en desolate landschappen. Bevreemdende, galmende en soms onheilspellende muziek die gebulkt gaat onder een aangehouden spanning. Moeilijk te omvatten, maar wel boeiend, en zeker niet geschikt voor onder de kerstboom.

Various Artists

White Mink, Black Cotton Vol.2

Geschreven door

Ook al vind je op iedere rommelmarkt swingplaten met hopen blijven deze naoorlogse feestgeluiden blijkbaar een inspiratiebron voor hedendaagse muziek die de kassa’s doen rinkelen.
Zelfs in de jaren ’80 bleken de melodietjes van Andrew Sisters het ideaal kleedje te zijn voor de Nederlandse sexbom Patricia Paay en dertig jaar komt men met hetzelfde idee aandraven, alleen wordt er deze keer een elektronische beat aangekoppeld en heeft men besloten om er de naam van electro swing aan te geven.
Het Britse Time Out-magazine mag het dan wel van de daken schreeuwen dat dit een splinternieuw genre is dat enorm origineel uit de hoek komt, maar iedereen die een beetje eerlijk met zichzelf blijft,  weet maar al te goed dat dit eerder een ingenieus truukje van één of ander mens is om geld binnen te halen.
Op deze dubbelcd krijg je 26 nummers van artiesten als Trixie Smith, Louis Armstrong of Duke Ellington voorgeschoteld waaronder ook een heleboel wereldberoemde tracks als  “Minnie the moocher” of “Sing, sing, sing” van Benny Goodman zitten.
Neen, dit is nooit slecht te noemen maar of de modale muziekliefhebber hier nu zit op te wachten is natuurlijk wel een andere grote vraag.

Gonjasufi

A sufi & a killer

Geschreven door

Een heel apart debuut is afkomstig van de uit LA opererende Gonjasufi, aka Sumach Ecks . Een elektronica wizzard, die de producers The Gaslamp Killer, Mainframe en Flying Lotus achter de hand had, die puurt uit de trippop van Portishead en Tricky en die er een muzikale potpourri van neopsychedelica, ‘70s retro , freejazz, reggae en funk met Arabische invloeden en elektronica vertier aan toevoegt;  inhoudelijk kan het materiaal vorm krijgen, maar het kan even structuurloos klinken. Z’n gruizelige, krakende stem heeft iets van Mark E Smith, David Thomas en John Lydon .
Hij doet ons terugdenken aan Lee Scratch Perry, George Clinton, Captain Beefheart en de Residents door de rauwe lofi ritmes, de repetitieve, neuzelige synths, de samples en de weirde, onverwachtse wendingen. Hallucinant en smerig. Voor de avontuurlijke muziekliefhebber.
De leer van ‘soefisme’ (een filosofie over de realiteit van het menselijk bestaan, zelfkennis,  het harmonieus samenleven, wederzijds begrip hebben en vorming bieden) en andere godsdiensten laten we in het midden . Zoals ‘de killer’ in de titel van de cd omschrijft, is hij één brok energie. Retropsychedelica geïnjecteerd door ganja, topkwaliteit marihuana, met een pijpje. Geestesverruimend.
Deze kleine blok van ne vent, met z’n enorme baard, pikzwarte ogen en samengeklonterde dreadlocks zingt en predikt in twee overgemoduleerde microfoons, bouwt een broeierige spanning op, speelt met geluidjes of laat zich volledig verglijden, wat songs brengt zonder begin en einde.
De cd is een concept en best in één ruk te beluisteren . “Sheep”, “She gone”, Suzie q (knipoog naar Iggy) ”, “Kowboyz & Indians” , “Duet”, “Ancestors” en “Candylane” zijn  in de mengelmoes best aardig te pruimen!

Shearwater

The Golden Archipelago

Geschreven door

De nieuwe plaat van Jonathan Meiburg en zijn Shearwater completeert het drieluik van het in 2006 verschenen ‘Palo Santo’ (vierde cd al)  en ‘Rook’. Voorheen combineerde hij het werk van Shearwater met zijn vriend Will Sheff , de spil van de americana band Okkervil River. Als afgestudeerd ornitholoog (bandnaam is afgeleid van een zeevogel) kunnen we niet omheen thema’s als vogels, zee en bossen. De songs ademen ook die sfeer uit. Ze waren de inspiratie van onderzoekende kampeertrips  langs eilanden als de Falklands, Madagascar, Tiera del fuego en aantal Chatham – eilanden van Nieuw-Zeeland.
Pure indiefolkende songs, broeierig, intens spannend, opbouwend en organisch, die subtiel gearrangeerd zijn met de gepaste bombast en een zuiver pakkende zang. Het luisterend materiaal steekt goed in elkaar, is harmonieus en klinkt uitermate boeiend. Een sterke plaat op zijn geheel dus!

Helmet

Een waanzinnige, onverslijtbare en charismatische Helmet

Geschreven door

Het NYse Helmet was één van die bands die beginjaren ’90 hardcore, grunge, alternative rock en metal integreerden. Page Hamilton, zanger/gitarist en spil van de band, en zijn kompanen waren gewone gasten die een potpourri maakten van invloedrijke bands als Stooges, Melvins, Killing Joke, Husker Du, Big Black, Butthole Surfers, Smashing Pumpkins, Sonic Youth, Metallica, Fugazi, Soundgarden, Nirvana, Alice In Chains en Mudhoney. Samen met Therapy?, Quiksand, Prong en Unsane speelden ze posthardcore/metalcore en gecontroleerde intelligente noisepop, een verfrissende wind voor een strakke, cleane en recht-door-zee gitaarsound. Ze brachten een paar opzienbarende platen uit als ‘Strap it on’ (20 jaar geleden btw!), ‘Meantime’ en ‘Betty’.
In 1998 hield Hamilton het voor bekeken. Op het afsluitende optreden in de Bota klonk de band uitermate vermoeid en was maar een schim meer van hun succesperiode; met een zucht van … bereikten ze de eindstreep.
Maar in 2004 kreeg Hamilton er opnieuw zin in, was hij één brok energie en dynamiek en trad hij aan met een jongere begeleidingsband. Sindsdien verschenen drie platen en draait de band op volle toeren, o.m. met de onlangs ‘Seeing eye dog’; ze zijn gerespecteerd door een legertje nineties gitaarfreaks, metalheads en ze krijgen er nu ook een pak jongeren bij. Helmet beleeft een tweede jeugd, wat handig meegenomen is.

Vorig jaar was er al een afspraak in een op voorhand uitverkochte Minnemeers. Opnieuw was de belangstelling groot en speelden ze in Gent een duidelijke thuismatch. Hamilton werd op handen gedragen en we hoorden een verkwikkende, bruisende, gebalde set, die de onderhuidse spanning, dreiging en rauwheid van vroeger behield. De band was goed op elkaar ingespeeld en er was ruimte voor compacte solo partijen, die dan weer verzwolgen geraakten door het krachtige ritme. Toegegeven, het nieuwe materiaal klinkt meer gepolijst en afgemeten en is een tic minder, net als de onderkoelde zang van Hamilton, die met de jaren minder angry klinkt.
Ze warmden het publiek op met de broeierige “Renovation” en “So long”, en prikkelende, verbeten versies van “I know”, “Harmless” en “Birth defect” volgden. Hamilton mag dan nog de spil van de band zijn, hij laat ruimte aan de anderen. Tussen sommige nummers door was Hamilton een verteller en entertainer. Met een grijns en een glimlach gingen de heren te werk, wat hen uiterst sympathiek maakte. Het liep allemaal gesmeerd. Songs als “White city” en “Enemies” waren eenduidiger, toegankelijker en meer afgelijnd.
Ze gaven een tandje bij op een rauw en intens gespeelde “Just another victim”, de bijdrage op ‘Judgement Night’, die de band naar ongekende hoogtes bracht. Het was de aanzet van hun golden classics als “Unsung”, “Wilma’s rainbow”, “In the meantime”, “Fbla II” en “Fbla”. Op deze songs waren de eerste rijen niet te houden en sky- en stagediveden ze als in de oude dagen. Het stuwde het materiaal en gaf elan aan de set. De rockliefhebber boog voor het moordende, scheurende tempo.

Helmet levert niet meer de prachtsongs van vroeger, maar overtuigden als een waanzinnige, charismatische live band. Onverslijtbaar, daar was iedereen het volmondig over eens …

Ook het uit Belfast afkomstige Lafaro kwam uitermate sympathiek over. Het postpunkkwartet speelde een stevige, strakke set, met noisy uitstapjes en maakte een broeierige spanningsboog van ‘70s hardrock, grunge en stoner. Een donker randje had de zang, die daarmee refereerde aan het adres van ex Girls Against Boys frontman Scott McCloud.

Organisatie: Democrazy, Gent

Gonjasufi

Gonjasufi – a sufi & a killer waren termen op z’n plaats!

Geschreven door

Voor de avontuurlijke muziekliefhebber was er vanavond een heel aparte vogel te zien, uit LA, Usa, Gonjasufi aka Sumach Ecks. Uniek in zijn soort, yogaleraar, die de islam bestudeerde, het soefisme (een filosofie over de realiteit van het menselijk bestaan, zelfkennis,  het harmonieus samenleven, wederzijds begrip hebben en vorming bieden)  en andere godsdiensten.

Hij heeft een heel bijzonder debuut afgeleverd ‘A sufi and a killer’. ‘Sufi’ als wijsheid, de spirituele dimensie van de islam, trainen van je  lichaam, je geest als beste vriend hebben en het bewust-zijn als animo, hoe het mag klinken; de ‘killer’, de persoon Gonjasufi, één brok energie die draaft over het podium als een wilde stier; die twee zaken gaan hand in hand. Hij straalt een ‘je m’en fou’ mentaliteit uit, en interesseert zich totaal niet aan politiek en politici die de islam als doelwit kiezen. Hij leerde zijn licht ontvlambare drift te beheersen, maar op het podium is er daar weinig van te zien door het feit dat hij vervalt in een soort hippoppose.
Hij houdt van allerlei geestesverruimende middelen, en verkeert graag in andere, betere en hogere sferen; Ganja, topkwaliteit marihuana, met een pijpje is hem niet vreemd.
De elektronica wizzard goochelt met geluiden en stijlen en maakt er een muzikale potpourri  en ontdekkingstocht van neopsychedelica, ‘70s retro , freejazz, trippop, reggae en funk met Arabische invloeden en elektronica vertier, die inhoudelijk vorm krijgt, maar structuurloos kan klinken. Z’n gruizelige, krakende stem heeft iets van Mark E Smith, David Thomas en John Lydon .
Natuurlijk is de hand van producers The Gaslamp Killer, Mainfraim en Flying Lotus herkenbaar. Hij doet ons terugdenken aan Lee Scratch Perry, George Clinton, Captain Beefheart en de Residents door de repetitieve, neuzelige synths, de samples en de weirde, onverwachtse wendingen. Avantgarde met een grote of kleine a zoals je het zelf wil. Hallucinant en smerig, die elke jonge en overjaarse hippie weet te boeien.
Op de live optredens wordt er zonder norm en dirigent gewerkt, enkel door z’n hiphopachtige armbewegingen verlegt of verhoogt hij het tempo. Deze kleine blok van ne vent, met z’n enorme baard, pikzwarte ogen en samengeklonterde dreadlocks kronkelt, ligt, zweeft over het podium en springt in alle richtingen, spuwt er nodige fucks, bullshits en motchafucks uit en zingt, predikt in twee overgemoduleerde microfoons. De songs hebben een ‘hoe komt het uit’ aanpak en zijn een soort jam van het origineel, een waaier van dreunende, rauw klinkende instrumenten en elektronica effectjes en bleeps.
Konden we het anders verwachten? M.i. niet, want tijdens de festivalzomer maakte hij er ook een potje van , zonder live band maar als DJ/rapper was er sprake van een niet bijster interessant optreden op Pukkelpop en Lowlands.
De roadie maakte het publiek warm door een cassetterecorder aan de micro te hangen; ruis en doodskreten hoorden we. De man ging volledig op in het aparte geluid van zijn meester, fans bogen voor hun profeet, anderen fronsten de wenkbrauwen, schudden het hoofd, hadden een grijns, relativeerden en bekeken de gig wat op afstand.
Een speciale, unieke gig dus, een bezwerende, meeslepende, broeierige psycho trip van verhakkelde songs, nauwelijks herkenbaar; o.m. haalden we “Sheep”, “She gone”, “Kowboyz & indians”, “Duet” en “Ancestors” uit de muzikale mallemolen.
In de bis hoorden we ergens een uitgesponnen “Candylane”. Mooi weliswaar! Op het einde werden de drums omvergegooid en klopte de drummer nog op de grond wat verder op de cymbalen. Toen de lichten al aanfloepten, brachten Gonjasufi, de roadie een soort oefensessie op het omvergegooide drumstel, samen met de bassist; ze konden op heel wat airplay rekenen van de die-hard fans.

Apart zeiden we … apart was het en eindigde het. Gonjasufi, ‘a sufi & a killer’, het zijn de juiste termen …

Organisatie: Botanique, Brussel

 


Deep Purple

Deep Purple - Tonnen respect voor hardrockers op leeftijd

Geschreven door

Deep Purple heeft in de afgelopen 40 jaren al ontelbare gedaantes gehad maar de meest memorabele tijd was toch de periode 1970 tot 1972 met de onmisbare klassieke albums als ‘In Rock’, ‘Fireball’, ‘Machine Head’ en de live knaller ‘Made in Japan’.

Nog drie heren van uit die tijd hebben het uitgezongen tot op vandaag, zanger Ian Gillan, drummer Ian Paice en bassist Roger Glover. Helaas geen Ritchie Blackmore meer in de rangen, maar dat is zo een moeilijke jongen dat hij zelfs niet overeen komt met zijn eigen hond, en dat is nochtans een opgezet exemplaar. Gitarist van dienst, nu toch ook al sinds een pak jaren, is Steve Morse. Minder subtiel en meer macho dan Blackmore, maar toch weet hij zijn eigen stijl aan de groep toe te voegen zonder dat de onsterfelijke songs daarbij gezichtsverlies lijden. Hetzelfde kan gezegd worden van keyboardspeler Don Airey (ex Rainbow, de groep van Ritchie Blackmore nota bene) die de legendarische Jon Lord moet vervangen. Ook hij weet zijn virtuoze spelstijl perfect te integreren in het Purple geluid.

Gelukkig zweren de hardrockers op leeftijd ook voornamelijk bij de klassieke songs uit hun beste periode, dus qua setlist zaten we vanavond meer dan goed.
Vertrekkend met de uppercut “Highway star” werden al meteen een paar dingen duidelijk. Deep Purple klinkt anno 2010 nog steeds lekker rockend en bij wijlen flitsend, maar de strot van Ian Gillan vertoont flink wat verouderingsverschijnselen. Vooral  “Fireball” bleek wat te hoog gegrepen voor hem waardoor de anders zo splijtende song jammer genoeg een beetje de mist in ging. Anderzijds, respect, want de sympathieke Gillan kent zijn eigen beperkingen, vandaar dat hij “Child in time” al jaren wijselijk op zolder laat liggen.
De man deed immers zijn uiterste best en hij had nog altijd achter hem die ijzersterke band staan. In combinatie met de nog steeds potente songs kon er dus niet echt veel mislopen. Potige uitvoeringen van  ondermeer “Strange kind of woman” , “Hard lovin’ man” en “Maybe I’m a Leo” brachten de zaal op temperatuur. Vanaf het fenomenale “Lazy”, met geniaal werk van Don Airey, kwam de boel volledig onder stoom. Een verassend en uiterst knap “No one came” , een blits “Perfect Strangers” (één van de weinig echt goede songs uit hun latere periode) en een vlammend “Space Truckin’” volgden met dezelfde speed, klasse en energie. En u mag  “Smoke on the water” misschien wel al een paar honderd keer te veel gehoord hebben, op een podium is het nog steeds een kippenvelmoment dat beukt, spettert en hevig rockt. De song werd op geniale wijze ingeleid door een vinnig en flitsend gitaarduel tussen Steve Morse en het jonge gitaartalent Philip Sayce, die eerder op de avond al voor een pittig en stevig  voorprogramma had gezorgd.

De bisronde was met amper twee songs (covertje en overigens hun eerste hitje “Hush” en het ronkende “Black night”) toch goed voor een dik kwartier ouderwetse hardrock om van te snoepen. Want uiteraard (dit is immers Deep Purple) moest ieder groepslid nog eens zijn solo momentje krijgen en hier deden ze dat allen met verve en -ook niet onbelangrijk- net niet te lang. Vroeger konden die persoonlijke hoogstandjes wel eens een halfuur uit de hand lopen. Pas nu hebben de heren begrepen dat dit eigenlijk een beetje te veel van het goeie was. Waarvoor ouder worden niet allemaal goed kan zijn.

Setlist : Higway star - Hard lovin’ man - Maybe I’m a Leo – Strange kind of woman – Rapture of the deep – Fireball – Siver tongue – Contact lost- Guitar solo – When a blind man cries – The wel dressed guitar – Almost human – Lazy – No one came – Keyboard solo – Perfect Strangers – Space truckin’ – Smoke on the water – Hush – Black night

Organisatie: Vérone Productions

Pagina 794 van 966