logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Kreator - 25/03...

Little Annie & Baby Dee

Little Annie and Baby Dee - Cabaret met een lach en een traan

Geschreven door

Dat het leven niet altijd een rechtvaardig gegeven is, weten we al langer dan vandaag maar deze levensfilosofie etaleert zich bij de ene mens al wat beter dan bij de andere. Neem nu, Baby Dee bijvoorbeeld, die te gast was in de Gentse Charlatan.
Deze 57-jarige transseksueel mag tot haar vriendenkring mensen als Antony Hegarty, Dave Tibet of Marc Almond rekenen maar ondanks de vele superlatieven die de pers reeds jaren naar haar hoofd kegelt, ziet het er naar uit dat zij nooit tot dat groepje gelukkigen zal behoren die voor overvolle zalen haar levenslied mag verkondigen.
Was Baby Dee een viertal jaar geleden nog te gast bij Current 93 in het Antwerpse Luchtbaltheater of kon zij twee jaar geleden nog een AB-club doen vollopen dan moet zij anno 2010 genoegen nemen met een Charlatan die al gauw voor de helft leeg bleek te zijn. Misschien waren het wel de gevaarlijke wegen die verhinderden dat het een massatoeloop werd, maar aan Baby Dee zelf, zal het niet gelegen hebben ook al spraken haar eerste woorden als de legendarische boekdelen.
Zeg zelf, een introductie als “Hi I’m Dee and I’m an alcoholic” zegt meer dan genoeg.
Baby Dee is een transseksueel die alle glam uit haar leven gemist heeft, zowel letterlijk als figuurlijk want eigenlijk kan je deze travestiet nog het best vergelijken met een gezellige oma maar wel één die weet wat de precieze betekenis is van de heilige drievuldigheid: sex, drugs en rock ’n roll.
Deze multi-artiest die als geen ander de harp kan bespelen en daardoor in bepaalde kringen beroemd werd, verkoos voor deze avond echter het gezelschap van een eenzame piano waarbij een prentkaartje van een koe en een interactief publiek haar enige metgezellen in dit cynische tranendal waren.
Ook al werkten haar ervaringen uit haar New Yorkse nachtleven soms op de lachspieren, bezat het ook een hoge dosis tragiek waarbij je niet wist of je het nu moest uitschateren of de zakdoek moest gaan bovenhalen.
Ook al lijkt deze dame een geboren atheïst, kunnen we er toch niet omheen om te denken dat indien God ooit een mens zou geschapen hebben die het midden houdt tussen Marlene Dietrich en Tom Waits haar naam wel eens Baby Dee zou kunnen zijn.
Na een tiental cabaretachtige nummertjes kondigde Baby Dee die andere vreemde creatuur, Little Annie aan.

Little Annie is allesbehalve een nieuweling in de muziekscène want deze extravagante dame stond reeds drie decennia terug onder de naam van Annie Anxiety aan de wieg van wat ooit Crass was. Later ging ze met de noise-indus pioniers Coil in zee om zo nog later aan de zijde van Marc Almond in uitverkochte zalen te staan. Een carrière die gepaard ging met overdadig drankgebruik laat ook zijn sporen na en dat merkte je ook tijdens dit dronkemansonderonsje dat weliswaar grootse kippenvelmomenten kende.
Zoals het cliché het zegt, hadden de afwezigen terug ongelijk want meteen bracht je Annie’s doorrookte stem onder in de categorie van Marianne Faithfull, Edith Piaf en Nico en als je dit nog eens in een cabaretachtige sfeer weet om te kleden, heb je al gauw iets magisch.
Naast eigen nummers mochten we ook genieten van eigenzinnige maar bloedstollende versies van Tina Turner’s “Private Dancer” of Jacques Brel’s “Ne me quitte pas”.

Little Annie en Baby Dee slaagden er gisteren in om de kille Charlatan om te transformeren in een bruisende New Yorkse nachtclub waar het meer dan aangenaam vertoeven was. We konden twee uitzonderlijke talenten gadeslaan die ontheven zijn van veel aards geluk maar wiens soelaas de whiskyfles geworden is en daar een prachtige soundtrack voor hebben neergepend.

Organisatie: Democrazy, Gent 

Triggerfinger

De rock’n’roll trigger van Triggerfinger

Geschreven door

Ons eigen Triggerfinger weet als geen ander zichzelf uit te vinden, in die zin van dat de vingers letterlijk aan de trekkers (snaren) en de stokken (drumsticks) hangen en kleven. De charismatische band wist in geen tijd de twee AB concerten uit te verkopen. Een verlengd weekendje zat er aan te komen. En terecht, drie concerten op rij, die de pas verschenen derde cd ‘All this dancin’around’ ondersteunen en elan geven. Opgenomen in LA , onder de hand genomen van Greg Gordon, (van o.m. Wolfmother en Slayer ) en naar de studio trekken waar Nirvana al kwam.
Ze blijven gewoon zichzelf, de drie heren in maatpak en das, zonder scrupules, instrumenten inpluggen en ‘let it ride’ … Scherpe rock’n’ roll, retestrak, power, snoeihard, zompig, rauw, ruw, maar met een zacht zalvend randje, dat een broeierige, slepende intensiteit heeft. Triggerfinger vormde in het voorjaar nog een eenheid met de Black Box Revelation en Iggy in de Zénith, Lille, wat een avondje ‘extremely raw power …’ was. En nu staat de band erop voor drie MIA nominaties …

De tijden van optredens rond de kerktoren is definitief voorbij (remember 2005!). Al van de tweede cd lonkte het clubcircuit en met de derde plaat kan het niet anders dan dat de grotere capaciteitszalen lonken … Ruben Block (gitaar/zang), Mario Goossens (drums) en Monsieur Paul van Bruynstegem zijn een goed geoliede machine, hebben een tomeloze inzet en brengen een energieke, dynamische, emotievolle set. Chique! In strak pak en das stonden ze en genoten ze volop van de uitzinnige menigte in een nokvolle AB!
Zinderende garage retrorock’n’roll met stoner/bluesslides, met staaltjes prachtig gitaarwerk dito - soli, krachtige drums en bezwerende bas. De Led Zepps, B Sabbats, ZZ Tops, Masters Of Reality, QOSA en Grinderman’s vlogen om de oren in de anderhalf uur durende gig. De jonge wolven van de Black Box treden in de voetsporen van de afgelikte schoenen van het trio.
Op een Red Devil tune (remember this band!) kregen we meteen enkele knallers van de nieuwe cd, “I’m coming for you” en de titelsong en single van de derde cd. Onder de indruk waren we van het intens beheerste gitaarspel van Block.
Zijn smachtende interacties en droge humor tussenin pasten in een concept van de films van Quentin Tarantino. Een sensuele prikkeling. Goossens leefde zich ook al van in het begin uit en gaf een stampende drumsolo op “Shorttime memory love”.
Uitermate gedoseerd en geconcentreerd ging het trio te werk en hielden met “Lil’ teaser” het tempo hoog, strak en bedreven. Een op Cave- Ellis’ duivelse begeestering spietsten ze tussen de oren met “My baby’s got a gun”, een slepende, spannende opbouw, mooi uitgesponnen, die ging van een sobere naar een explosieve instrumentatie, ondersteund door huiveringwekkende vocals en een zwevende galmzang. Prachtig, heerlijk! “Camaro” leunde het dichtst bij de psychedelica Led Zepp’s van hun tijd en het rusteloze “Hunt you down” kon de pistoolschoten afvuren naar een knallende en slopende “First taste”, “Is it” en “On my knees”. De rock’n’ rollende halfgoden pijnigden hun gitaar, bas en drums en de versterkers stonden onder forse druk. Mokerslagen dus. Gewoonweg schitterend.
In de bis bleef de broeierige spanning maar aanhouden. Een sfeervol, wazig ‘filmische noir’ landschap trokken ze op in “All night long” (Ray Charles cover btw!) en “It hasn’t gone away”, die kippenvelmomenten opleverden en solliciteerden voor de bruine kroeg. Door de drive en de licks vlamden “Let it ride” en “Cherry”. Traditiegetrouw sloten ze af met CCR’s “Commotion” … rijk, hitsig, vinnig, venijnig, intens doorleefd, pakkend en bruisend door de wisselwerkingen en de soli!

Triggerfinger gaf een stomend straf, aangenaam concert … een  ruwe bolster in een blanke pit … moet er hier écht nog (meer) zand zijn?!

Support Poltrock Piano Explosion, het eenmansproject van David Poltrock gidste ons op z’n piano een aaneenrijgen van pop en rockclassics waaronder Survivor, Black Sabbath, Deep Purple, Led Zeppelin, QOSA en Abba. Hard, zacht en halfzacht. Knap en leuk. Herkenningstunes voor muziekquizers onder ons …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Persistence Tour 2010 – Sick Of It All, D.R.I., Blood For Blood, Unearth, …

Geschreven door

Persistence Tour 2010
Na jaren van relatieve leegstand qua muziek was de Brielpoort in Deinze aardig volgelopen voor de aftrap van het Europese luik van de Persistence Tour '10. Hopelijk een nieuwe start van de rocktempel uit vervlogen tijden, én misschien een nieuwe kans voor programmatoren en buitenlandse bands...!?
Een blik Amerikaanse bands werd opengetrokken om de absolute headliner Sick Of It All te supporten op dit rondreizend circus.

Reeds om 17u werd afgetrapt en warmden respectievelijk Vera Cruz, Casey Jones, Cruel Hand en Evergreen Terrace de zaal op en dat was graag meegenomen om de vriestemperatuur buiten op te vangen. Wij pikten in bij de 5de band Unearth. De positieve noot was dat de timings tot hiertoe perfect gerespecteerd bleven … het is ooit anders bij hardcore optredens... Unearth dus, dit vijftal is de laatste jaren aan een opmars bezig in de scène; met hun snelle metalcore doorspekt met melodieuze breaks werden ze ook hier goed onthaald. Momenteel werkend aan hun nieuwe album, dat begin volgend jaar uitkomt bij Metal Blade, gaven ze hier reeds enkele voorproefjes van het nieuw materiaal.De fans lusten het wel en hun halfuur speeltijd was dan ook direct om; kortom, een overtuigende set van dit combo uit Massachusetts.

Een dikke 20 minuten later was het uitkijken naar de comeback van Blood For Blood. Na enkele jaren van stilzwijgen is de band back on track en met schoon volk – Billy Graziadei van Biohazard op gitaar- in de rangen.Een exclusieve voltreffer dus voor de Brielpoort want het was immers het eerste optreden sinds 2004! Brulboei van dienst Eric 'Buddha' Medina trok fel van leer en de zaal kreeg direct een boost door de performance van de band. De agressieve hardcore/streetpunk is intens en uit het hart en deed menige circle- en moshpits ontstaan. Als een brutale wervelwind pakten ze de zaal in en toonden ze terug te zijn van nooit weggeweest. Graag nu ook een volgende plaat.

Normaliter moest nu Sepultura spelen maar door diverse redenen waren ze een tijdje geleden vervangen door D.R.I. Deze veteranen on the road sinds 1982 waren hier misschien de vreemde eend in de bijt maar bewezen zeker hun plaatsje op de line up te hebben. Als trendsetters in de trash en crossoverscene zijn zij ook na een rustpauze back on stage en gedreven zoals nooit tevoren. Boegbeeld en zanger Kurt Brecht is nog steeds dezelfde aimabele frontman die het publiek bespeelt, en in combinatie met de solide band gaven ze een gesmaakte greatest hits set ten berde. De Texanen werden bejubeld en hielden 45 minuten het gaspedaal goed ingedrukt, ook hier is het uitkijken en hopen op een volgende studioalbum.

En dan was het uitkijken naar de NYHC van één van de sympathiekste bands uit het genre Sick Of It All. Rond 23.30u en onder aanvoering van de Koller broers schoten ze zoals steeds furieus en energiek uit de startblokken om dit hoge tempo een vol uur lang door de boxen te jagen. Het lijkt alsof de tijd geen vat heeft op deze band … al jaren op handen gedragen en steeds dezelfde attitude en waarden behouden … de appreciatie van het publiek loog er dan ook niet om. Ontelbare circle- en moshpits ontstonden in alle uithoeken van de zaal, oude krakers en recenter werk werden telkens luidkeels meegebruld. “Uprising nation”, “Built to last”, “Step down”, alle klassiekers passeerden de revue. Wat een drive, wat een overgave … de superlatieven waren niet te tellen … topconcert dus!

Organisatie: Heartbreaktunes

Holy Fuck

Holy Fuck – de kracht van geluid

Geschreven door

Brian Borcherdt en Graham Walsh begonnen met Holy Fuck als een grap, maar het stadium van onbevangenheid zijn ze inmiddels ver voorbij. En een geluk maar, want die gasten zijn goed op weg om het te maken, waar en hoe dan ook…
Als was het uit het niets… Zo komen die gasten het podium op. Nou dan denk je, ze gaan er wat op los improviseren. Niets is echter minder waar… Een goed verstaander en muzikant heeft reeds gauw door dat niet alles toeval is in hun 2 uur durende set. Holy Fuck maakt gestructureerde improvisaties in een 4 koppig tellende band… de aanwezigheid van drums en bas geven extra glans aan de show …

De band maakt naast reguliere muziekinstrumenten zoals basgitaar en drumstel ook gebruik van andere geluidsbronnen, zoals een 35mm filmsynchronizer (tijdens de intro gebruikt – never seen – prachtige effecten!) en speelgoedkeyboards om elektronisch klinkende effecten te creëren zonder gebruik te maken van laptops of geavanceerde digitale hulpmiddelen.
2 draaitafels, nou ja van draaien daar was geen sprake van, en je hebt er als toeschouwer ook het raden naar met welke toestellen die twee constant bezig zijn. Er wordt ook steeds van fiches gewisseld, ingeplugd, van machines gewisseld, etc… en dit aan een tempo om van achterover te vallen.
Holy Fuck creëert hierdoor een vrij uniek geluid, kan ook niet anders met die onorthodoxe instrumentale aanpak.
Het viertal, afkomstig uit Toronto, canada, gebruikte heel wat materiaal uit hun derde langspeler, Latin. Zij schrikken er niet van terug om inderdaad afro- en latin beats als onderbouw te gebruiken. Na verloop van tijd maakt die, ongemerkt, plaats voor allerlei andere klanken, die je eigenlijk niet of nauwelijks kunt definiëren. Kinderspeelgoedpianootjes, fluiten en vooral de stemmen maken een onwaarschijnlijk geluid vrijwel compleet. (met de nodige delay zorgt dit voor een waw-effect)

Holy Fuck zoekt en vindt steeds de vernieuwing in hun zoektocht naar nieuwe klanken, een eigen sound… Een concert dat zeker bij zal blijven … En De Kreun… ze zijn goed bezig.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Angus & Julia Stone

Angus & Julia Stone – zorgeloze leefwereld

Geschreven door

Kijk je uit naar een weekendje Vlaanderen Vakantieland? Er eens lekker op uit willen? Een dagje zonder planning? Ontstressen? Wegdromen? Hou je van sprookjesachtige sferen? Genieten van de natuur, van de bloemetjes en van de bijtjes? Broer en zus Angus & Julia Stone, kunnen met hun dromerige freefolk je een ‘kant en klaar’ muzikaal antwoord bieden. Ondanks het feit dat het duo maar sporadisch op de radio te horen is, was het concert van het duo uit Sydney, Australië, al weken uitverkocht. Het semi-akoestische, ingetogen materiaal, bepaald door piano en akoestische gitaar en gedragen door de afwisselende en aanvullende man/vrouw vocals, worden op gepaste en sfeervolle wijze georkestreerd door toetsen, piano, strijkers (viool/cello) en blazers.

Een heus collectief zijn ze live, die een breed kleurenpalet met finesse kunnen serveren of het op een spaarzame, sobere begeleiding. Hun zachte stemtimbres refereren aan Damien Rice, Jeff Buckley, Devandra Banhart en een rits vrouwelijke sing/songwriters.
Heel wat flikkerlichtjes sierden de instrumenten, zorgden voor een gemoedelijke sfeer en gaven elan aan de subtiel uitgewerkte, zalvende, dromerige luister’love’songs, die af en toe een steviger randje kregen.
“Santa Monica” en “Babylon” waren de ideale geleiders van de zorgeloze leefwereld. Songs als “Black crow”, “Big jet plane” en “I’m not yours” intrigeerden door een slepende opbouw en subtiel ritme. Ze agendeerden een BBQ avondje en creëerden een kampvuurevent dito samenhorigheidsgevoel met het nieuwe “Beneath the milky way”, en de lang uitgesponnen, aanzwellende americana van “Yellow brick road” … Aangenaam en leuk! “And the boys …” en “Where does the love go” klonken intiem, zeemzoeterig en gooiden nog een blok op het vuur.

De hippe stijl werd enorm gewaardeerd en onthaald door het warme publiek. Het broeierig opbouwende “Hold on”en een sfeervol “All of me” in de bis konden de appreciatie maar bevestigen. Mooi meegenomen.

Organisatie: Aéronef, Lille

Suede

Tweede leven voor Suede dankzij herboren Brett Anderson

Geschreven door

Channel Zero, Pavement, Alice In Chains, Faith No More, Blur, Soundgarden...: wie tegenwoordig zijn geld inzet op reunies van 90ies bands zit gebeiteld voor big business. Of ook het in 2003 ter ziele gegane Suede aan dit rijtje zou worden toegevoegd was aanvankelijk echter weinig duidelijk; afgelopen voorjaar had dit Londens Britpop instituut op uitnodiging van Roger Daltrey weliswaar een one-of gig toegezegd in kader van de Teenage Cancer Trust concerten, maar nadien werd met geen woord meer gerept over een mogelijke reïncarnatie van de groep. De uiterst lovende recensies na hun benefietoptreden in de Royal Albert Hall, de lokroep van de £££ of de smeekbedes van het nog steeds vrij omvangrijke fanlegioen: er waren uiteindelijk toch redenen te over om Suede over de streep te trekken en voorzichtig een tweede leven te beginnen. En ja, zelfs oorspronkelijk gitarist Bernard Butler had openlijk zijn zegen gegeven aan de reünie, maar hij bedankte wel voor de eer om zijn voormalige makkers te vergezellen op een kleinschalige Europese tour die afgelopen maandag ook het majestueuze en tot aan de nok gevulde Koninklijk Circus aandeed.

Het was best wel een vreemd tafereel toen het optreden in het pikdonker werd afgetrapt door de integrale versie van The Sex Pistols’ “Bodies” door de boxen te laten knallen. De levende lijven van Suede kregen we pas te zien toen “This Hollywood Life” en “She” de set strak openden. Geen evidente songkeuzes om een vooraf aangekondigd ‘best of’ feestje mee te openen, maar de groep stond wel van meet af aan op scherp waardoor wij in ieder geval reeds beseften dat dit een mooie avond ging worden. Op de immer slanke frontman Brett Anderson lijken de jaren allerminst vat te hebben. Na een weinig indrukwekkend solo avontuur oogt de Londenaar als herboren tussen zijn vroegere makkers: als een hyperkinetische crooner met overslaande falsetstem zweeft hij over het podium, reeds tijdens het tweede nummer gaat het zwarte hemd spontaan open, en regelmatig zoekt de adonis fysiek contact met het publiek op de eerste rijen waarbij misplaatste karaoke taferelen gelukkig uitblijven.
Vanaf “Trash” kregen Anderson & co het publiek onvoorwaardelijk mee, en dat zou zo blijven voor de rest van de avond. De groep kan dan ook terugvallen op een rijkgevulde catalogus waarbij nadrukkelijk werd geciteerd uit de eerste drie albums ‘Suede’ (’93), ‘Dog Man Star’ (’94) en ‘Coming Up’ (’96). Tussen de snedige post-glamrock van “Animal Nitrate”, “We Are The Pigs” en het briljante B-kantje “Killing Of A Flash Boy” zaten gelukkig ook de nodige rustpunten ingebouwd. Een desolaat “By The Sea” werd door Neil Codling op keyboards ingeleid, en even later mocht hij uit datzelfde instrument ook strijkers te voorschijn toveren toen “Everything Will Flow” het Koninklijk Circus onderdompelde in een bloedrode lichtgloed. Dit waren de zeldzame momenten dat een groepslid uit de schaduw kon treden van Anderson, die als een androgeen bastaardkind van Bowie en Morrissey verder alle aandacht opeiste.
Een zinderende finale werd ingezet met een ferm ingekorte versie van “The Asphalt World”. Ironisch genoeg blijkt dit pastoraal hoogtepunt uit Suede’s opus magnum ‘Dog Man Star’ aan de basis te liggen van het hanengevecht dat oorspronkelijk gitarist Bernard Butler uiteindelijk zijn kop zou kosten in de groep; Butler’s originele versie van het nummer besloeg maar liefst 25 minuten, inclusief een acht minuten durende gitaarsolo, maar nadat hij zijn C4 had gekregen bleven daar nog ‘amper’ 10 minuten van over. Met de eindmeet in zicht werd vervolgens in een strak tempo het indrukwekkend best-of rijtje “So Young”, “Metal Mickey”, persoonlijk kippenvelmoment “The Wild Ones”, “New Generation” en “The Beautiful Ones” afgewerkt.

Suede staat niet bepaald bekend als groot liefhebber van encores, maar toch hadden de heren nog een klein desertje voorzien. “Saturday Night” werd door Brett Anderson een beetje onhandig aangebracht als een probaat middel tegen de maandagavondblues, en dat was het eigenlijk ook wel een beetje. De ranke frontman nam uitgebreid de tijd voor een ereronde langs de eerste rijen en liet een zelfvoldaan publiek achter. En ja, nu de tweede postpunk storm in hun thuisland stilaan begint te verstillen lijkt de tijd misschien wel rijp voor Suede om zich opnieuw in de strijd te gooien om de eretitel ‘Britain’s Best Band’. Vanavond hadden ze alvast geen concurrentie, of om een aantal adjectieven uit Jools Holland’s befaamde woordenschat te gebruiken: ‘Suede were marvellous, magnificent and simply stunning!’

Organisatie: Live Nation

Kate Nash

My best friend is you

Geschreven door

De Britse Kate Nash heeft na het debuut ‘Made of bricks’ een serieuze gedaantewisseling ondergaan; het jong charismatisch, verlegen meisje in het fleurig jurkje is volwassen geworden en heeft haar vrolijke, zwierige, swingende, frisse en indringende ‘60’s girl ‘bubblegum’ pop (ergens tussen Melanie, Lily Allen en The Pipettes) een verrassende wending gegeven naar girl ‘power’ rock, doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar afschreeuwt, maar nét niet uitspat! Van het zonnetje in huis en jeugdige onbezonnenheid is er geen sprake meer. Een predikende stijl, een rauwere sound, springerige ritmes, splinterbommetjes - vuurwerksongs, die richting The Breeders en Pixies durven gaan. De bredere orkestraties die te horen zijn, werken zalvend op het directe geluid.
De eerste acht songs zijn als een wervelwind; de opvallendste songs zijn “Paris”, “Kiss that grrrl”, “Don’t you want to share that guilt?”, “Do-wah-doo” en “Mansion song” hierin. Een jonge leeuwin met klauwen.
Na het ‘vinger in de lucht’ materiaal volgt een gematigder aanpak en horen we melodieuze poprock, die naar het einde van de cd, “You were so far away” en “I hate seagulls” een soberder geluid laten horen; akoestische gitaar, piano en een overwaaiende blazer bepalen hier de sound en laten een gevoelige Nash horen.
De onschuldige, leuke, fijne en groovy dansbare pop van het debuut is duidelijk op het achterplan geraakt.
De schreeuwerige vocals zijn op de plaat duidelijk gepolijst, neigen naar een Karen O en Nina Hagen. Live is het alvast anders … erg erbarmelijk, als een krolse kat die op haar honger zit.
Algemeen is het ontspannende, leuke karakter ruwer en grimmiger geworden. Afwachten hoe het verder zal evolueren …

Our Broken Garden

Golden sea

Geschreven door

’Cathedral Denmarkicism’ is alvast een mooie term om de sound te omschrijven van de bevallige Anna Bronsted, die ook deel uitmaakt van het gekende Efterklang.
Solo is ze toe aan een nieuwe plaat vol etherische, sfeervolle, dromerige, breekbare songs die bepaald worden door piano, synths, soundscapes en verder kunnen aangevuld door een traditioneel instrumentarium en een zalvende percussie. Ze klinken als frisse lentebloesems, hemels en donker filmisch. De toevoeging van strijkers, een kinderkoor en de vocale hoogstandjes bieden een meerwaarde aan het materiaal.
De eerste songs “The departure”, “In the lowlands” en “The feral” tekenen de rest van de plaat. Intiemer klinkt op songs als “Share”, “Warriors of love” en “The dark red roses”.
’Golden sea’ klinkt als knetterend haardvuur, charmante en elegante slowcore pop …

Hindi Zahra

Handmade

Geschreven door

Vóór we de plaat beluisterden, zagen we de beloftevolle dame Hindi Zahra al aan het werk. Zij is afkomstig van het Berbervolk in Marokko. Ze heeft Toeareg-roots en een thuis in Parijs.
Muzikaal brengt ze een soort fusion van pop, folk, soul, blues, jazz en flamenco met Oosterse, Marokkaanse rootsmuziek, zonder echt wereldmuziek te zijn. In sommige nummers is er de link met de
hypnotiserende retro/world/woestijnblues van Tinariwen, ook Toeareg nomaden, maar dan van Mali.
Op haar manier verwerkt en vermengt ze de diverse stijlen en invloeden in een soort ‘handmade’ freefolk. Tja, niet voor niks noemt haar debuut ‘Handmade’, dat ze eigenhandig produceerde en dat verscheen op het Blue Note label.
In een artikel lazen we dat de albumtitel refereert naar l'artisanat, de handarbeid die Marokkanen verrichtten voor zowat alles dat zij produceren; ze wees hierbij naar de schatkist aan juwelen rond haar arm. Ook muzikanten zijn handarbeiders, wat verklaart dat de titel van de plaat vollédig van haar hand is.
Ze brengt een internationaal, toegankelijk, rijk geluid, van akoestische gitaren en handclaps, warme zalvende toetsen en bezwerende percussie, onder haar zachte, warme stem; als voorbeelden zangeressen haalt ze als Amália Rodrigues, Oum Kalthoum, Dimi Mint Abba, Django Rheunhardt en Yma Sumac aan, maar we durven ook denken aan Billie Holiday meets Patti Smith, Natacha Atlas en de zusjes Casady van Cocorosie.
“Fascination” en “Imik silik” zijn meeslepende, aanstekelijke heupwiegende poplounge met een exotisch tintje. Een ‘50’s vaudeville stijl haalt ze aan op “At the same time”.
De songs prikkelen door de intens bezwerende, broeierige opbouw en hebben een dromerig karakter. Trippende huppelende ritmes horen we op opener “Beautiful tango”, “Standup” en “Music”. We voelen de blakende zon en het woestijnzand opwaaien in “Kiss & thrills”, “Oursoul” en “Set me free”. Die gitaarslides, de percussie en de ‘70’s psychedelica toetsen geven een opzwepende groove.
Pure klasse van een jonge, talentvolle dame, een grootse dame- in-wording trouwens …

Kings of Leon

Come Around Sundown

Geschreven door

Het zal Kings Of Leon worst wezen dat critici hun nieuwste cd maar niets vinden, het ding is het logische vervolg op ‘Only By The Night’ en zal bijgevolg wel een paar miljoen keer over de toonbank gaan. De groep heeft duidelijk gekozen voor de weg van de epische stadionrock met galmende gitaren en een sound die naar de sterren tracht te reiken. Het is hun volste recht, maar ‘t is niet echt ons ding. Wij blijven zweren bij de charmante rommeligheid van ‘Youth and young manhood’ van de tijd waarin het beloftevolle nieuwe bandje nog binnengehaald werd als de nieuwe Strokes. Ook ‘Aha shake heartbreak’ en ‘Because of the times’ hebben nog steeds een vooraanstaand plaatsje in onze collectie, maar vanaf ‘Only by the night’ begonnen wij al enige argwaan te krijgen, ook al stonden er een paar regelrechte krakers op dat album.
Aanvankelijk werkt de weidse aanpak wel. De band schiet verrassend goed uit de startblokken met het heerlijk voorbijglijdende “The end”. De inmiddels vertrouwd rollende single “Radioactive” trekt geslaagd de lijn door gevolgd door het frisse “Pyro”, het tintelende “Mary” en het verdomd pakkende en meeslepende “The face”. Maar dan is het definitief gedaan en vervalt de plaat in vervelend geneuzel en ondermaatse songs ontdaan van elke vorm van inspiratie of emotie. Als u niet wil in slaap vallen mag u de tracks 6 tot 12 overslaan en meteen skippen naar nummertje 13 “No Money”, een lekker stampende rocker die zo op één van de eerste twee platen had gekund.
6 op 13, da’s een buis wat ons betreft maar de charts zullen daar wel anders over oordelen.
Aan u de keuze.

Pagina 796 van 966