logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Deadletter-2026...

Josiah

Procession

Geschreven door

‘Procession’ is het vierde en tevens laatste album van de stonerrockers van Josiah. Na ongeveer tien jaar besluit dit Britse trio er een punt achter te zetten en dat is best jammer. Dit laatste album bestaat uit twee delen: de eerste vijf nummers zijn nooit uitgebrachte songs die tussen 2006 en 2008 geschreven werden. De laatste vijf nummers zijn live tracks die werden opgenomen tijdens een optreden in Zweden in 2007. Alle nummers houden ergens het midden tussen Black Sabbath, Kyuss en de Queens of The Stone Age. Vooral tijdens de studionummers horen we heerlijke Black Sabbath-riffs, het zijn stuk voor stuk sterke songs die je doen afvragen waarom ze nog nooit gereleased werden. Vooral het nummer “Dead Forever” is Josiah op zijn best: lekker jammen en zanger Matt die volop experimenteert met z’n vocalen.
De vijf live-nummers “Looking at the mountain”, “Time to Kill”, “Maldaso”, “Silas Brainchild” en “I Can’t seem to Find it” zijn een mooie aanvulling bij de studio tracks en tonen dat Josiah een zeer energieke liveband was.
Spijtig dus dat deze mannen ermee stoppen, gelukkig is ‘Procession’ een mooi afscheidsgeschenk.

Another Effort

Another Effort EP

Geschreven door

Uit Leuven komt het viertal Another Effort met hun titelloze debuutEP. De mannen spelen een soort van powerpop en vergelijken zich in hun bio met bands als Foo Fighters, Weezer en Box Car Racer. Dit zijn natuurlijk niet de eerste de besten en de zware vergelijking met deze groepen gaat volgens ons niet helemaal op. Een band waarmee ze zich volgens ondergetekende wel in eenzelfde adem mogen noemen, is The Dildo Warheads, een Vlaamse band die in de jaren negentig best enkele fijne hitjes wist te scoren.
Zeven nummers vinden we op de EP en het valt op dat Another Effort hun best deed om de nummers zo gevarieerd mogelijk te maken.  Niet alle songs weten ons te bekoren maar “Protest Song”, “Running Late” en “Ass a Joke” waar we een duidelijk punkrandje ontdekken, zijn best fijne nummers. We hopen dat de band bij volgende nummers vooral in deze richting doorgaat en opteert voor iets gedurfdere nummers.

Info www.myspace.com/anothereffort

Mother-Unit

Brain Massage

Geschreven door

Een zeer opmerkelijk plaat die op de redactie binnenkwam, was ongetwijfeld ‘Brain Massage’ van het Nederlandse Mother-Unit. De band is het nieuwe speeltje van gitarist Bertus Fridael die in de jaren negentig hoge ogen gooide met de stonerrockband 35007. Mensen die de band wisten te pruimen, moeten zeker eens naar ‘Brain Massage’ luisteren. Slechts vier nummers op de plaat maar die wel staan garant voor ongeveer drie kwartier hypnotiserende hardrock- en metalriffs in een psychedelisch jasje. Bands waar wij spontaan aan denken zijn Tool, Monster Magnet en vooral Motorpsycho. De opbouw van de vier instrumentale nummers is steeds dezelfde: eerst is er een vrij lange en rustige aanloop waarna de gitaren, bass en de stevige drums lekker uit de speakers losbarsten. Net als de rustige opening van de nummers duurt het stevige werk zeer lang want Mother-Unit werkt graag met steeds terugkerende ritmes en schema’s. ‘Brain Massage’ is voor ons een van de fijnste platen van 2010!

D.O.A.

Let’s wreck the party

Geschreven door

De Canadezen van D.O.A. zijn niet zomaar de eersten de besten: samen met legendarische bands als Minor Threat, Black Flag en Bad Brains worden ze aanzien als de stichters van de hardcore punk. Deze bands kwamen op het toneel na de eerste golf van punkbands zoals Sex Pistols, The Clash en The Ramones. De muziek van D.O.A. was in vergelijking met deze bands sneller, steviger en een stuk melodieuzer. Het eerste album van D.O.A uit 1981 heette ‘Hardcore 81’ en de hele hardcore en punkbeweging die toen onstond, ontleent dus zijn naam hieraan.
De carrière van de Canadezen duurt al meer dan drie decennia en in die periode veranderde de line up voortdurend. De enige constante was gitarist en zanger Joey ‘Shithead’ Keithley. Nadat D.O.A. dit jaar  al een nieuw studio album uitbracht (‘Talk Minus Action = Zero’) brengt Sudden Death Records, het eigen label van Joey Shithead nu hun derde album ‘Let’s wreck the party’ uit 1985 opnieuw uit. De band opteert in vergelijking met hun eerste platen duidelijk voor een meer hardrock-geluid en hier en daar horen we zelfs keyboards en zeer poppy drums. Tekstueel haalt D.O.A. keihard uit naar het systeem, iets wat ze eigenlijk hun hele carrïere lang blijven doen. In nummers als “General Strike”, “The Warrior ain’t no more”, “Race Riot” en “Trial by Media” fulmineren ze tegen grote en louter naar winstmaximalisatie strevende bedrijven, tegen de benarde toestand van de oorspronkelijke Noord-Amerikaanse bewoners en tegen de eigendomsstructuren van grote mediaconcerns. Andere nummers zoals de de cover “Singin’ in the rain” en “Dance O’Death” zijn een stuk luchtiger en humoristischer.
Na 25 jaar blijft ‘Let’s wreck the party’ een zeer degelijk album maar wie wat centjes overheeft, raden wij een van de eerste twee (hardcore)-albums van D.O.A. aan

Eat Your Toys

On The Ledge EP

Geschreven door

Eat Your Toys is een trio uit het Franse Rennes dat in 2007 werd opgericht. De band, genoemd naar een nummer van de band Sloy, komt nu op de proppen met zijn eerste EP. Op ‘On the Ledge’ krijgen we vijf fijne nummers in iets minder dan twintig minuten. Het is zeer moeilijk om het trio in een vakje te plaatsen. De rockband haalt invloeden uit de sixties, garage- en punkrock om op andere momenten een zijstap te nemen naar meer pop en dance. Bovendien gebruikt Eat Your Toys heel wat ingrediënten die momenteel zeer populair zijn: stevige, overstuurde gitaren, een stuiterende bas die bij momenten overhelt naar harde disco en een zeer repetitieve stem ... We kunnen spontaan heel wat uiteenlopende bands voor de geest halen bij het beluisteren van de EP: Sonic Youth, Millionaire, Girls Against Boys, het Nirvana ten tijde van ‘In Utero’, maar daarnaast ook meer dansbare acts als Klaxons en Does it Offend you, Yeah?. Toch is geen enkele van al die invloeden dominant en weet Eat Your Toys zich een eigen smoel en een geluid te creëren. De vijf songs zijn bovendien ook gewoonweg sterke nummers, luister maar eens naar de noisy opener “Before the coming Blast”, het van een schitterende baslijn voorziene “Control” en de zeer rustige maar wondermooie afsluiter “Avalanche”. Het is halsstarrig uitkijken naar een full cd van de veelbelovende Fransen.

The Plastic People Of The Universe

Magical Nights

Geschreven door

The Plastic People Of The Universe mogen voor ons, Westerlingen, misschien een totaal onbekende naam zijn maar in thuisland Tsjechië behoren zij tot één van de meest baanbrekende rockgroepen die daar ooit waren ook al was dat niet altijd even evident in het communistisch regime.
Geïnspireerd door de muziek van Frank Zappa, The Velvet Underground en The Fugs kwamen Milan Hlavsa en Jiri Stevich samen om de boel in Tsjechië op stelten te zetten en dat werd hun geenszins in dank afgenomen want in 1976 besloot de regering zelfs om de muzikanten gewoonweg achter de tralies te steken.
Het zijn inderdaad van die communistische verhaaltjes (voor de personen in kwestie, meer tragedies) waar je al lang niet meer van opkijkt maar dat betekent niet dat we de muziek niet eens nader zouden kunnen onderzoeken.
De groep bestaat tot op heden nog steeds en het vermaarde Munster Records besloot om met deze dubbelcd meteen alles van deze groep samen te bundelen en wie van arty prog-rock met een Oosteuropees tintje houdt zal zeker hiervan snoepen, en andere waarschijnlijk weglopen.
Het was te verwachten dat we met een dergelijke vergelijking gingen afkomen maar het is de waarheid dat The Plastic People Of The Universe net klinken als Frank Zappa die gezien zijn door de ogen van Emir Kusturica want alhoewel de muziek steeds een weg induikt die je niet verwacht, hoor je geregeld die vertrouwde Balkanachtige trekjes.
Doordat hun muziek in het Tsjechisch gezongen is kan twee cd’s misschien voor een overdaad zorgen maar desalnietemin een niet alledaagse, maar doch interessante, kijk op de muziekwereld.

Doomshine

The piper at the gates of doom

Geschreven door

Bij sommige groepen moet je niet al te veel fantasie gebruiken om te weten waar het om draait en ja hoor, de Duitsers van Doomshine maken doommetal! Ook al bestaan ze reeds tien jaar zijn ze niet bepaald één van de werklustigste muzikanten op deze aardbol want zo lieten ze hun fans meer dan zes jaar wachten op de opvolger van ‘Thy kingdom come’.
Ondanks het lange wachten is ‘The piper at the gates of doom’ niet echt een wereldplaat geworden want ook al kun je hier rekenen op hondsgetrouwe doommetal in de stijl van Candlemass raakt Doomshine niet echt verder dan de status van ‘best aardig’.
De cd duurt meer dan 70 minuten en als daar tien nummers op staan zegt dat genoeg over het tempo: vaak langgerekte epische doommetal waar plaats is voor gitaarsolo’s.
Liefhebbers van het genre die niet snakken naar vernieuwing zullen dit zeker weten te pruimen, maar er is heel wat beters op de markt te vinden.

Info www.myspace.com/melodicdoomedmetal

FeestinhetPark 2010: zondag 15 augustus 2010

Op de afsluitende (hoog) dag sloop de poprock van vandaag meer door en stond de Belgische crème van Absynthe Minded en Admiral Freebee geprogrammeerd. Beiden hadden vorig jaar een nieuwe plaat uit om U tegen te zeggen en lokten veel geïnteresseerden.

dag 3: zaterdag 15 augustus 2010

Een ietwat vreemde eend in de bijt was Mad Caddies, na Mintzkov en vóór Absynthe Minded op de Mainstage. Dit Californische zestal onder contract bij het gekende Fat Wreck Records zagen we de voorbije jaren vooral op Groezrock en Pukkelpop mooie dingen doen waarvan frontman Chuck Roberson het uithangbord is. Met de traditionele blazerssectie (trompet/trombone) en de aanstekelijke ska, overgoten met punk en een reggaesausje, slagen ze er keer op keer in het publiek voor zich te winnen.Voor velen was dit de ontdekking van het weekend hoewel ze al een dikke 10 jaar ‘on the road’ zijn. Het gezellige geluid en de gedrevenheid zijn het handelsmerk van de band en aan de reacties te zien had ook Oudenaarde met volle teugen genoten; iedereen feestte mee! Tip: Volgend jaar the Mighty Mighty Bosstones of Voodoo Glow Skulls graag.

De ooit zeer populaire zwarte rockers Living Colour (Charlatan) konden op weinig belangstelling rekenen. Hun excellente en aanstekelijke potpourri van rock, metal, electronica, funk en soul verdiende nochtans meer. De band olv gitaarvirtuoos Vernon Reid was één van de pioniers van de cross-over eind jaren '80 en begin jaren '90, samen met oa. Faith no More, Fishbone, Urban Dance Squad, Primus, Rage against the Machine en the Red Hot Chili Peppers. Op FihP brachten ze vooral materiaal van hun eerste drie langspelers, ‘Vivid’, ‘Time’s up’ en ‘Stain’, nog steeds hun sterkste wapenfeiten. De knappe en tijdloze songs “Cult of personality”, “Love rears its ugly head”, “Pride”, “Funny vibe”, “Middle man” en “Bi” klonken overtuigend maar misten het nodige enthousiasme om de vonk te doen overslaan op het tamme en ongeïnteresseerde publiek. Van hun laatste, niet bepaald denderende album ‘Chair in the doorway’ werd enkel het rockende “Decadence” gespeeld. Een overbodige drumsolo van William Calhoun deed daar ook niet veel goed aan. De gitaarsolo van bassist (!) Doug Wimbish daarentegen werd kort gehouden en was wel te smaken. Deze klasbakken brachten muzikaal een sterke set maar konden de toeschouwers niet bekoren. Spijtig, maar wij geven deze legendes nog een kans.

Absynthe Minded (Grand Mix) stonden garant voor een degelijke en puike performance zonder grote verrassingen. De smeuïge en uitgebalanceerde cocktail van rock, pop, indie, jazz, folk en zigeunermuziek liet een positieve indruk na. Bert Ostyn en kornuiten waren in bloedvorm en speelden een frisse en gedreven optreden waarbij een mooie bloemlezing werd gebracht uit de vier langspelers. Op de playlist stond de classic “My heroics, part one”, het rockende “Plane song”, het intieme “Moodswing baby” en het nog steeds overrompelende “I am a fan”. Verder konden we genieten van het jachtige “Weekend in Bombay”, het onstuimige “Dead on my feet”, het poppy “Papillon” en het ingetogen “I like you when you're sad”. Afsluiter was “Envoi” dat door velen luidkeels werd meegezongen en voor de definitieve doorbraak zorgde bij het grote publiek. De warme, rijkgeschakeerde songs gezegend met prachtige melodieën en vaak onverwachte wendingen behielden hun eigen karakter en waren vakwerk. De groep was een goed geoliede machine. Deze jongens hebben het en waren één van uitschieters van deze editie van FihP … Keep the good work up Boys!

Het Deense The Raveonettes verwenden de huidige generatie shoegaze fans en speelden een krachtige set, wat we niet direct hadden verwacht, gezien de laatste cd’s overwegend een rustige sfeer uitstralen. Hun ‘60s rock’n’roll stijl, dito gitaargetokkel en zweverige samenzang van Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), werd pittig gekruid door ‘80s wave, pedaaleffects en fuzz, wat meteen de aandacht trok We hoorden een fijne afwisseling uit de vier cd’s en met “The great love sound” en “Break up, girls” een sterke finale had …

In de Igloo tent was het Antwerpse drum’'n’bass genie Netsky inmiddels aan z'n set begonnen. Het was drummen om binnen te geraken want de tent zat afgeladen vol. Netsky aka Boris Daenen is werldwijd ‘the rising star’ in het milieu en dat vertaalde zich onlangs in een platencontract bij Hospital Records, waar zijn debuutplaat begin deze zomer verscheen. De DJ/producer werd ook genomineerd als 'best upcoming producer' op de Drum'n’bass arena awards. De catchy beats knalden uit de speakers en het jonge volkje ging volledig loos op de knallende bassen; voor de afwezigen volgende week herkansing op Pukkelpop. Ook in hiphopmiddens wordt z'n naam genoemd als producer want het gerucht doet de ronde dat hij met een 'grote' naam bezig is...De jonge knaap etaleerde z'n draaikunsten en deed met z'n eigen sound de Igloo bijna smelten.

Admiral Freebee werd aangekondigd als de afsluiter van FihP 2010. Tom Van Laere en de zijnen hadden er zin in, de 'honger' om hier alles omver te blazen droop er vanaf ...Voor de verandering had hij bij de lancering van z'n nieuwe plaat 'The honey and the knife” ook live weer een blik nieuwe muzikanten opengetrokken.De bekendste ervan was Flip Kowlier, die als een bezetene op z'n basgitaar tokkelde.Ook de andere bandleden stonden op scherp en gingen volop mee in de ‘flow’, en zelfs één van de gitaristen speelde met 2 gebroken ribben. Van Laere was weer z'n eigengereide zelve en hield het tempo hoog en varieerde volop met ingetogen werk “Faithfull to the night” om dan even later terug het gaspedaal in te duwen -“Ever present”... Dylan en Young waren nooit veraf.
De teugels bleven strak gespannen en we kregen sublieme vertolkingen van “Lucky one” en “Allways on the run”. Het publiek genoot en de charismatische Admiraal straalde, slechts af en toe prevelde hij enkel woorden tussen de songs maar al even snel werd de volgende riff ingezet. Krakers als “Einstein brain” en het hevig rockende “Oh darkness” gaven FihP het ultieme orgelpunt!

Organisatie: FihP, Oudenaarde

 

FeestinhetPark 2010: zaterdag 14 augustus 2010

 

Ook op de tweede FihP kozen we na de aanstekelijke tunes van das Pop en Just Jack voor een gekruide portie beats’n’pieces …

dag 2: zaterdag 14 augustus 2010

De energieke en catchy tunes van de populaire Gentse band
Das Pop (Charlatan) sloegen behoorlijk aan bij de jonge feestvierders. Bent Van Looy en z’n kompanen trapten de set af met de popgevoelige en opgewekte songs “Underground”, “Saturday night” en het oudje “You”. Door de hoge dosis spelplezier en de nodige vaart in de performance verslapte de aandacht niet. Er werden vooral nieuwe nummers gespeeld van de titelloze, goed ontvangen derde plaat. Met het onweerstaanbare funky “Fool for love”, het ingetogen, subtiele “Girl be a man” en het rustige “Let me in” wisten ze menig festivalganger te bekoren. Wie hield van zwierige en kleurrijke popmuziek vond hier beslist zijn gading!

Het zootje ongeregeld
Disko Drunkards (Charlatan) zette de festiviteiten verder met hun originele en ongedwongen mengeling van funk, rock en elektronica. Uitgedost in grappige, weirde outfits leverde het viertal bestaande uit Stéphane Misseghers (drummer dEUS), Tim Vanhamel (Millionaire) op gitaar en occasionele zang, bassist Ben Brunin (tevens Vive La Fête) en Francois Demeyer op keyboards en lead vocals, vette en groovy ritmes. Floorfillers als “Who you gonna call?”, de fraaie Olivia Newton-John-cover “Physical” en humoristische, nonsense tracks als “Huh?”, “Kookoo” en “Dans le mille” zorgden voor een gezellig en uitgelaten sfeertje. Fun and funk bleek een gouden combinatie te zijn!

Ken Ishii (Igloo), de befaamde Japanse techno-DJ, producer, ooit nog debuterend op het Belgische platenlabel R&S Records, demonstreerde zijn feilloze en hoogstaande mixkwaliteiten. Er werd moeiteloos overgeschakeld van Detroit techno naar tech house en acid techno. Het dansminnende volkje waardeerde de verrichtingen van de grote meneer en ging volledig uit de bol. Meer moet dat (soms) niet zijn!

Na hun weergaloze passage een tijdje geleden in de clubtent op Pukkelpop keken veel mensen uit naar Just Jack. Het Britse gezelschap rond frontman Jack Allsop werd de voorbije jaren opgepikt door StuBru met de sterke singles “Starz in their eyes” en “Writer's block”. Live horen we jazzy, poppy deuntjes die vooral dansbaar zijn en dansen deden ze in Le Grand Mix. Het enthousiasme van Jack en de gevarieerde sound sloegen aan en het publiek kreeg weinig rustpauzes door de swingende set. De laatste cd ‘All night cinema’ is daarom zeker het checken waard.

In de Charlatantent waren vandaag voornamelijk DJ's geprogrammeerd, Brodinski was er één van en stond door de goede recensies in rood aangestipt. De Franse DJ/producer is een veelgevraagde artiest in België en speelde op bijna al de grote festivals en clubs. Naast remixes van o.m. Klaxons en Radioclit zitten z'n eigen tracks “Bad Runner” en “Gold Digger” in de meeste platenbakken van de topDJ's. De laatste plaat werd uitgebracht op het label van Tiga. Met een mix van oldskool classics en hedendaagse knallers toonde hij z'n skills en zuivere techniek … electro van de bovenste plank!

Even later nam Don Romini plaats achter de decks. De landgenoot van Brodinski begon rustig met een mix van dance, electro en een vleugje hip hop. Als hiphopDJ leerde hij op jonge leeftijd de kneepjes van het vak in de Parijse undergroundscene. Die hiphopgeluiden zijn nog frequent terug te horen in z'n sets en onderscheiden hem van een pak andere collega's. Door de concurrentie met Vive La Fête in de grote tent, was maar een halfvolle tent getuige van dit buitenbeentje, wat niet wegnam dat de aanwezigen de welopgebouwde set uitermate apprecieerden.

Vive la Fête hoort niet bij de resem rockbandjes die België al heeft uitgespuwd. Zij hebben een heel andere sound, iets dat me persoonlijk meer aanspreekt en me dwingt om me in een broeierige massa mensen te laten verpletteren. Live komt hun jaren tachtig-achtige elektropop sterk over. Natuurlijk heeft frontvrouw Els Pynoo hier haar aandeel in. Haar stem is absoluut niet van een fantastisch kaliber en houdt zich voornamelijk aan een afwisseling van gekir en jankerig geschreeuw, maar haar outfits laten weinig aan de verbeelding over. Dat lijkt de mannen nog geen klein beetje op te zwepen! Bovendien wordt in deze set vooral oude en gekende nummers gekregen terwijl lichten ons op de achtergrond hevig toe flitsten. Resultaat: een dansende en zwetende menigte. Niemand was bereid tot enige vorm van opgeven en de band speelde prachtig in op deze verwachtingen. Als einde kozen ze voor een eigen versie van popcorn. Elke keer als we overtuigd zijn dat dit het werkelijke einde is, komt er opnieuw een couplet. Sterk, sterk! (Fay)

Rond middernacht verschenen in de veelbesproken Igloo tent de hipste vogels van de zomer, Partyharders Squad. De Luikse partycrashers hadden versterking van Highbloo, een jonge talentvolle Waalse disc jockey die met z'n minimal, fidget en tech house als de ‘coming man’ staat aangeschreven in het dancemilieu.
Aangepord door 'orkestmeester' Mon Colonel, werd een eclectische mix van electro en noise in de kleine tent gepompt. Even later verschenen de ‘partners in crime’ The Subs op het podium … iedereen voelde dat “The pope of dope” eraan zat te komen... en zo geschiedde, net als donderdag bleek dit het 'dance-anthem' van de Belgische zomer te zijn en verschoof de tent met publiek en al enkele meters. De ultieme 'bom' van een uitzinnig feestje!

The Glimmers (Igloo), aka Mo en Benoeli, zijn graag geziene gasten op menige party’s en festivals. Op FihP werd hun eclectische en uiterst genietbare cocktail van electro, house, funk, soul, hip hop, disco en een streepje rock, met open armen ontvangen. Zowel obscure pareltjes als classics en hitsongs werden in de kleine tent geslingerd. Stilstaan was geen optie!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2010: vrijdag 13 augustus 2010

De vijftiende editie van FihP aan de oevers van de Oudenaardse Donkvijvers zal ingaan als de succesvolste van bijna 40000 bezoekers. Het festival dringt zich meer en meer op en eigent zich een uniek plaatsje na de Lokerse Feesten, Festival Dranouter en vóór Pukkelpop.
De organisatie kon terugblikken op een gevarieerde, kleurrijke programmering, een muzikale smeltkroes, de samenwerking met de Gentse scène van de Demo, Boomtown en Charlatan, een prachtig sfeerrijk decor (de opmerkzame indeling van de tenten op het terrein, met als voornaamste troef de aparte Igloo tent, enkel en alleen op FihP!), de partysfeer, de ontspannen vibe en een fantastisch publiek dat de bands warm onthaalde.
Al bij al viel het weer mee, maar eindigde in mineur toen het rotweer op zondagavond voor veel mensen op de camping leed veroorzaakte.
FihP zit er weer eens op dus …

Net als Festival Dranouter was er hier ook sprake van een Prédag. The Opposites, Baloji en Fun Lovin’ Criminals stonden er, en onderstreepten alvast de brede waaier van stijlen. Een ideale warming-up, met als gadget dat je er ook gratis heen kon. 8000 bezoekers waren er, en ondanks de mellow muzikale prestaties, bleek iedereen wel tevreden.

De eerste volwaardige dag was de uitvalsbasis voor de danslustigen, want met kleppers als Paul Kalkbrenner, Orbital, Peaches, Shameboy, Jaydee, Sound Of Stereo en Kevin Saunderson lonkte FihP heel even naar Tomorrowland en Laundry Day …

dag 1: vrijdag 13 augustus 2010

Stijn Vandeputte aka Stijn aka de Belgische funkprins (– lees: funkPrince -)  warmde het publiek op in de Grand Mix aka het hoofdpodium aan de boorden van het Donkmeer. Stijn bedankte het langzaam toestromende publiek voor de vroege aanwezigheid bij aanvang van de set. Traditionele openers “Password” en “Booty”, uit de nieuwe derde plaat, brachten het feest op gang. Zoals steeds speelde de funkmaster met het publiek en toverde hij uit z’n synths en drumcomputers elektronicaspeeltjes en de meeste diverse beats. Even later kreeg hij begeleiding op gitaar en saxofoon wat een surplus betekende.
Het merendeel van de setlist kwam begrijpelijk uit de nieuwe cd ‘Ten danz’, “Jan met de pet” en de huidige single “ Back in Detroit” kwamen goed uit de verf. Ook de oudere klassiekers “Sexjunkie”en “Hot & sweaty” deden (weer) de nodige lijven shaken en hoofden knikken, én uiteraard kon een Prince cover niet ontbreken ...”Little red corvette” werd op onnavolgbare wijze gebracht.

In de Charlatantent begon even later Lucy Love. Het Deense gezelschap viel meteen op door de outfits en de choreografie van de dansers. Met een mix van elektro, dub-beats en energieke raps probeerden ze hun vibe over te brengen naar het publiek, wat in eerste instantie niet direct lukte. Slechts na een halfuur hard werken van de dynamische frontdame op het podium, kwam alles en iedereen pas goed los. Ontdekt op het Eurosonic festival en al vrij snel geprogrammeerd op Roskilde haalde ze de mosterd bij M.I.A. en Dizzee Rascal. Het begin dit jaar uitgekomen album ‘Superbillion’ scoorde goed bij de recensenten, en na een uurtje FihP konden we besluiten dat Lucy Love de komende jaren te volgen is!

De weken vóór het festival werd het bericht rondgestuurd dat Peaches door een gebroken been haar performance in een rolstoel zou moeten afleggen... De Canadese, die eind vorig jaar haar vierde langspeler uitbracht, hield woord en kwam in een karretje het podium opgerold, vergezeld van een hermafrodiet en van andere rare individuen.
De vuile, vunzige electroclash in combinatie met de controversiële show, was in Oudenaarde al snel het gespreksonderwerp. Trouwens, in haar teksten en show vervaagt ze de scheidingslijn tussen mannelijk- en vrouwelijkheid. Met remixes voor Basement Jaxx en Daft Punk en de samenwerking op het nieuwe album met o.a. Digitalism en Soulwax, is ze alvast goed omringd.
In een set die deed denken aan de Lords Of Acid, entertainde Merril Nisker de dansende menigte en ondersteund door de security, kwam ze af en toe uit haar 'rijtuig' om het publiek op te zwepen en om te dansen met haar 'toyboy'... Ondanks het feit dat de nieuwe plaat iets serieuzer werd bestempeld, was het spektakel doorspekt van seks, zompige electro, glam en punk; het was er soms zo over dat het goed werd!

De tent staat tot aan de nok gevuld bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Met mijn één meter zestig is het dus een moeilijke opdracht om iets op te vangen van de gestaltes die het podium betreden. Daar lijkt niets opvallends aan – het enige wat ik opvang, is dat er blijkbaar mensen op het podium slapen. Goed, dan moet ik het maar overlaten aan mijn gehoor, denk ik, maar al snel blijkt dat ik dat op mijn buik kan schrijven. De anders zo stevige, elektronische beats die de basis voor hun muziek vormen, klinken maar flets en van hun teksten valt al helemaal geen woord te verstaan. Ze gebruiken van nature al een zodanige hoeveelheid slang dat het voor niet-Amsterdammers een onbegrijpelijk maar grappig taaltje wordt, maar mompelen hier bovenop nog eens ook! Toch lijkt dat het publiek weinig te deren. En inderdaad, als fan van De Jeugd maakt het niet zo veel uit dat ik geen bal versta van wat ze brengen – er zijn immers maar weinig nummers die zo doordringend in je hoofd blijven hangen als die van hen. Dus wanneer ze een hit als “Shenkie” brengen, lip ik de woorden toch moeiteloos mee. Meestal blijft hun muziek in een elektronisch aandoend hiphopachtig genre hangen, maar dat geldt niet voor hun experimentje gedurende “Watskeburt”. Bij het tweede refrein besluiten ze om alles met een dubbele versnelling af te rammelen. Doet nogal aan core denken, maar rappen op dat tempo is toch een duim waard. Als niet lang daarna de muziek uitvalt, zijn onze noorderburen nog maar net opgewarmd. “Watskeburt?” vraagt mijn partner zich verbaasd af. En ja hoor, het geluid blijft weg. Erg rouwig kunnen we er niet om zijn. (Fay)

Paul Kalkbrenner (Grand Mix) serveerde het hoofdzakelijk jonge volkje een melodieuze, warme en dromerige set met minimal en techno. De populaire, kale Berlijner van het Bpitch Control-label, bewees meer dan een ‘one-hit wonder’ te zijn. Zijn hymne “Sky and sand” passeerde al vroeg de revue en zat mooi geïntegreerd tussen het overige werk. Jammer dat het volume aan de lage kant was, maar daar maalden de danslustigen niet om. Zij genoten met volle teugen.

Het tempo werd iets hoger geschakeld op het Charlatanpodium toen de harde beats van Shameboy werden ingeplugd. Verschillende keren stond het duo garant voor een feestje hier. Ze hebben een belangrijke personeelswissel doorgevoerd, want begin het jaar is bezieler van het éérste uur Jim Dewit vervangen door de Duitser Dominiek Friede, die eerder al meewerkte met de band. Live waren er geen grote verschuivingen want de pulserende, harde beats onder leiding van Luuk Cox stonden nog steeds centraal. Repetitieve herhalingen zijn uit den boze want aan de oude krakers “Strobot”, “Rechoque” en “Splend it” wordt continu gesleuteld waardoor ze vernieuwend en fris blijven. Uit de nieuwe plaat ‘808 State of mind’ kregen we o.a. “Blastermind” en “Vultures”, waarmee het duo moeiteloos de tent plat speelde.

Grootste publiekstrekker van het festival waren de broers Phil and Paul Hartnoll, bij veel muziekliefhebbers beter bekend als
Orbital (Grand Mix). De Engelse electronica-pioniers, al meer dan 2 decennia actief, waren hun streken duidelijk nog niet verleerd. Hun inventieve, speelse en intelligente combinatie van techno, ambient, house en een vleugje jungle misten hun uitwerking niet. De lichtgevende en priemende oogjes, het handelsmerk van de heren, ondersteund door knappe en sfeervolle visuals, zorgden voor een intense en aparte beleving. De concertgangers wisten de leuke, ongedwongen wisselwerking tussen het melancholische, zachte en de agressievere, meer opzwepende sounds te smaken. We herkenden fantastische en energieke vertolkingen van dancefloorfillers “Satan”, “Chime”, “Omen”, “The saint” en “The box”. Wie beweert dat dansmuziek geen ziel heeft, moet dringend deze grootmeesters aan het werk zien. Voor velen een absoluut hoogtepunt.

Jaydee (Igloo) bracht een bescheiden doch aangename DJ-set. De toegankelijke house en techno zetten velen aan tot dansen. Natuurlijk mocht het alom bekende, onverslijtbare “Plastic dreams” niet ontbreken. De kraker van begin jaren '90 bracht de gezellige, kleine tent tot een kookpunt. Het unieke concept van de Igloo-tent en de visuele elementen zetten de muziek extra kracht bij. Beslist nog niet afgeschreven.

Ook jonge wolven Sound Of Stereo kregen een hoog plaatsje in de line up. Brusselaars Jochen Sablon en Vincent De Boeck zaten de voorbije jaren op een rollercoaster en uit het niets veroverden zij de afgelopen maanden hun plaatsje aan de top van de dancescène. Ze bereikten zoveel ‘kids lately’ waardoor alle grote fests zoals Pukkelpop, Dour, I Love Techno en Tomorrowland hen maar al te graag op de affiche wilden. Zowel hun draaikunsten als eigen singles “Zipper” en “Heads up” worden fel bejubeld. En al snel kregen ze het jonge volkje naar hun hand. De nodige visuals ondersteunden het anderhalf uur durend spektakel, dat bol stond van de floorfillers en aantoonde waarom ze hadden getekend op het N.E.W.S label van Dr Lectroluv.

FihP wist één van de grondleggers van de Detroit techno te strikken, nl.
Kevin Saunderson (Igloo). Samen met Derrick May en Juan Atkins zette deze man in de jaren '80 de techno- muziek op de kaart. De hooggespannen verwachtingen werden moeiteloos ingelost door deze Amerikaanse veteraan, nochtans deden technische problemen bij aanvang van de set ons het ergste vermoeden. Maar hij bewees een echte professional te zijn en serveerde de overvolle tent een solide, strakke en zelfverzekerde performance waarbij stilstaan geen optie was. Uit de bol gaan was dus de boodschap!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

Pagina 815 van 966