logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_12
dEUS - 19/03/20...

Phosphorescent

Phosphorescent – een lichtjec in de duisternis bij Bobbejaans heengaan

Geschreven door

Merkbaar nerveus opende Boston Tea Party de avond. Een gebroken snaar gooide onmiddellijk wat roet in het branievol geserveerde eten maar het werd snel duidelijk dat dergelijke pech hun jeugdig enthousiasme niet kon temperen. Het koppel maakt wat ze zelf ‘gestoorde noisepop’ plachten te noemen, een op zichzelf nietszeggende term die dus een heel brede lading kan dekken. Wat we zagen, waren een vinnige jongen op gitaar en een niet minder energieke meid die voor de percussie zorgde. Dit slagwerk werd voornamelijk beheerst door de zelfgemaakte ‘stompbox’, een instrument dat toelaat om een stevige beat te genereren maar na verloop van tijd te eentonig klinkt om te blijven boeien.
Met een beetje fantasie kan men dit tweetal koppelen aan o.a. The White Stripes (om evidente redenen), Anne Clarck (omwille van het krachtig declameren van bepaalde songteksten door de jongedame), Peaches (omwille van de flair en onverschrokkenheid waarmee diezelfde dame bepaalde liedjes durft te zingen) en The Stooges (omwille van de riffs die de gitarist door de boxen joeg). Ook Gossip en The B52’s zouden we als referentie durven vernoemen. Met “The Mercy Seat” brachten ze een Nick Cave-cover die alleszins een zeer eigen stempel kreeg. De jongedame verklaarde de keuze door met een flinke portie ironie te beweren dat dit lied zo dicht bij haar stem ligt. Voor het overige hoorden we een zestal uit hun debuutplaat (“Little trouble kids”) geputte songs waaronder hun eerste single (het eerder donkere “90’s Dream”) en het met een stevige “I wanna be your dog”-gitaarflard gelardeerde “Zero One”.
Afsluiten deden ze met “She made me dance”. We hadden graag hetzelfde beweerd maar dat zou overdreven zijn. Qua inzet krijgen ze minstens een acht op tien, maar hun ruwe rock en technische bagage behoeven progressie alvorens potten te kunnen breken. Het siert hen wel dat ze dit zelf ook inzien, de slotwoorden van de gitarist (die trouwens een ware recidivist bleek op het vlak van snarenvernieling) luidden immers: ‘Volgende keer doen we beter.’ We hopen het met hen. Dat ze weinig pretentie hebben is duidelijk, over hun potentie durven we echter nog geen finale uitspraken doen.

Phosphorescent presenteerde zich tot twee jaar terug voornamelijk als een solo-act. Zo zagen we Matthew Houck op het Domino-festival van april 2008 veelvuldig gebruik maken van loops om de meerstemmigheid van de gelaagde muziek uit het prachtige ‘Pride’ (2007) te kunnen vertalen naar het podium. Sedert de aan ‘To Willie’ (2009) gekoppelde tournee verkiest hij echter het gezelschap van een 5-koppige begeleidingsband. Muzikaal sluit zijn nieuwste CD, ‘Here’s to taking it easy’, trouwens erg aan bij hetgeen hij op dat eerbetoon aan Willie Nelson op plaat liet persen. Terwijl zijn eerste drie albums minder toegankelijk waren en vaak getuigden van een onbestemde en beklijvende sfeer, gooit Phosphorescent het sedert vorig jaar duidelijk over een vlottere countryrock-boeg.
Na een lange instrumentale intro hoort men in het STUK de eerste vier nummers van ‘Here’s to taking it easy’. Dit alles in identiek dezelfde volgorde als op plaat, het hoeft dus niet te verbazen dat Houck apetrots is op zijn laatste werkstuk. Zelf zijn we iets minder opgetogen want geluidstechnisch liep er het eerste kwartier aardig wat mis, pas vanaf “Mermaid Parade” horen we de nodige beterschap. Vervolgens krijgt het op “Pride” onbeschrijfelijk sterk klinkende “A Picture Of Torn Up Praise” een grondige herwerking die ons niet voor het laatst doet beseffen dat de winst aan (samen)speelplezier tot een verlies aan impact geleid heeft. Niet dat die klassesong plots middelmatig klinkt, maar we durven ons afvragen of Houck die nieuwe live-versie zelf beter vindt dan het door merg en been gaande origineel. Gelukkig doet “Tell Me Baby (Have You Had Enough)”ons toch nog verzoenen met de sound die zijn begeleiders creëren. Ook de samenzang in het uit
‘Aw Come Aw Wry’ (2005) stammende “Joe Tex, These Goddam Taming Blues (Are Killing Me)” vloeit mooi over in puike arrangementen.
De Willie Nelson-hattrick (“It’s not supposed to be that way”, “Too sick to pray” en “Reasons to quit”) doet Houck opmerken dat Phosphorescent ballen heeft want dat geleende materiaal is zodanig sterk dat - en we citeren -  ‘the Phosphy-songs will sound as shit’. Een bewering die hij stande pede ontkracht door twee andere hoogtepunten uit ‘Pride’ ten berde te brengen: “Wolves” komt mede door technische problemen wat moeizaam op gang maar vloeit uiteindelijk uit in de prachtige hymne die ons bij elke beluistering een krop in de keel bezorgt, “At Death, A Proclamation” kent evenmin een vlekkeloos verloop maar evolueert naar een verschroeiend slot dat terecht op luid applaus onthaald wordt.

In de bisronde grijpt Houck terug naar
“Aw Come Aw Wry”. Terwijl het solo gebrachte “Dead heart” de zaal muisstil krijgt, bevestigt “Endless” (vocaal begeleid door de gitarist) dat Phosphorescent op zijn best is in zijn meest breekbare versie. Geholpen door zijn hoorbaar vermoeide stembanden is Matthew Houck capabel om koude rillingen op te roepen in een nochtans meer dan voldoende verwarmde Labozaal. Het zou ons niet kunnen deren indien “Endless” zijn titel waarmaakte. Spijtig genoeg komt echter aan alle mooie liedjes een eind, zelfs Bobbejaan Schoepen moest dit dezelfde dag nog onder ogen. Een lang uitgesponnen versie van “Los Angeles” liet alle muzikanten nog eens het beste van zichzelf geven zodat we alsnog een positief eindoordeel kunnen vellen over deze passage van Matthew Houck en de zijnen. Bobbejaan weet zich alleszins verzekerd van een waardige opvolger…

Organisatie: Stuk, Leuven

Les Nuits Botanique 2010 - Jamie Lidell, Little dragon - onbegrensde muzikale genialiteit

Geschreven door

Na zijn eerdere doortochten in de Botanique, de AB en de Hallen van Schaarbeek heeft Jamie Lidell al lang geen kompas meer nodig om onze hoofdstad te vinden. De dag dat zijn nieuwe worp ‘Compass’ in ons land uitkomt, vond hij de tijd om deze voor te stellen in de Chapiteau op Les Nuit Botanique.
Jamie Lidell is sinds kort, om het met Sting z’n woorden te zeggen, ‘An Englishman in New York’ geworden. Mijmerend over zijn nieuwe leven, was het Beck die de aanzet gaf voor wat alweer de 4e plaat is van de ingenieuze geluidskunstenaar. Het was echter niet alleen muzikale bondgenoot Beck die meewerkte aan ‘Compass’, ook andere klinkende namen hadden een belangrijke bijdrage: Warp Records labelgenoot Leslle Feist (lyrics en inzingen van nummers), Chris Taylor van Grizzly Bear, Gonzales (piano) en Pat Sansone van Wilco (afwerking van de opnames) waren betrokken. ‘Muddlin Gear’ buiten beschouwing gelaten, zoekt ‘Compass’ de gulden middenweg tussen de experimentele elektronica van ‘Multiply’ en de soulpop van ‘Jim’. Het is een plaat geworden die overloopt van muzikaal geflirt, een vreemde rocksound en geflipte percussie. Dit alles overgoten met de prominent aanwezige soulstem van Lidell.

Jamie was behoorlijk in zijn sas en maakte met zijn nieuwe band meteen indruk door het enthousiasme waarmee hij zijn nieuwe nummers en aanstekelijke ‘feel good vibes’ de Chapiteau instuurde. Ondersteund door een liveband gaf kameleon Lidell blijk van zijn onbegrensde muzikale genialiteit, flirtend met diverse muziekgenres… electro, rock, soul, blues, pop,… al dan niet als cocktail in één en hetzelfde nummer. Halfweg de reguliere set gooide hij solo de toon en de limiet om door een elektronicaschokje uit te delen. Lidell op zijn best, al beatboxend zijn eigen stem bewerken en samplen op een kluwen van elektronische apparatuur. Vreemde danspassen, funky gebaren en gekke bekken trekkend… bijna loos gaan op zijn percussie of apparatuur: het zorgde voor een ongenaakbare podiumpres(en)tatie.
Naast de optimistische, heerlijk door het leven fluitende, pareltjes als “Another Day” (hoewel we deze versie net wat minder vonden) en “A Little Bit Of Feel Good” (een vette beatboxversie op het einde), gooide Jamie het publiek “Enough Is Enough” tussen de oren. Een typisch uptempo en speels Lidell-nummer dat schatplichtig is aan The Jackson Five. Het met dubbele drum voorziene “I Wanna Be Your Telephone”, (hallo Prince?) en het melancholische en feeëriek ingetogen gespeelde titelnummer “Compass” maakten grote indruk. Om maar te zwijgen van de subtiel gelaagde (piano, synths en blazers) single “The Ring”, waarmee hij zijn set begon. We werden blootgesteld aan verrassend hard gitaarwerk op “Completely Exposed” en “Gypsy Blood”, Jamie’s dedication aan de gypsies. De ingehouden zang van het nummer “Multiply” blijft het beste excuus voor een feestje. Jamie danste de gypsy-dance en ging prat op een fantastische soloversie van “A Little Bit More”. Bij het met een drumcomputer aangedreven “When I come back around” stuiterden en vlogen de verknipte vocalen op de meest onverwachte momenten als een volleerde springbal door de Kruidtuin. Maar er was meer… het aanstekelijke en door Beck geschreven “Coma Chameleon” bijvoorbeeld… of hoe beats uit de hiphop, blaasinstrumenten en gitaren met mekaar een uiterst interessante kruisbestuiving aangingen. Afsluiten deed Lidell met de bijzonder zoete ballade “She Needs Me” waar we een Prince-visioen kregen. Klasse!

Afgaand op dit concert wordt ‘Compass’ allicht één van soundtracks voor een drukkend hete zomer. Misschien maakte Lidell één van zijn beste platen tot dusver?! Jamie Lidell betoverde live alleszins met speelse improvisaties en experimenteel kattenkwaad. Dit was wederom een eigenzinnige en unieke liveshow met een hoge entertainmentwaarde en de zo typerende alomtegenwoordige souljams van Lidell. Ons hoofd eraf als deze plaat geen potten breekt… Jamie Lidell mag zich opmaken voor een verdere verovering van het soulpopheelal dat zich ergens situeert in het onverkend gebied tussen dansbare elektronica, funk en pure soul… “Aiming for the moon”… het zijn Jamie’s eigen woorden (in RifRaf, nvdr).
... Deze zomer alvast op het Cactusfestival in Brugge (zaterdag 10 juli! btw) te zien ... Check it up ...

Support Little Dragon is een Zweedse elektronicaband uit Göteborg met de Zweeds-Japanse zangeres Yukimi Nagano. De band is vooral bekend voor het nummer “Twice” dat zijn opwachting maakte in ‘Grey’s Anatomy’ en het feit dat ze mee op tour mochten met TV On The Radio. De bandleden zijn ook te horen op “Plastic Beach” van Gorillaz. Little Dragon slaagt erin om jazz, elektronica en pop met elkaar te verenigen. Een ideaal voorgerecht voor Jamie Lidell dus!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Paul Weller

Paul Weller - Op klasse staat geen leeftijd

Geschreven door

De, laat ons zeggen, vrij productieve Paul Weller heeft met ‘Wake up the Nation’ alweer een puike plaat uit, en dit kort na het nogal uitgebreide ’22 dreams’. Opnieuw een hoop materiaal dus om mee op tournee te gaan.
Wat een live optreden van Weller steeds zo bijzonder maakt is de variatie en de vrij verassende keuze van setlist. In de AB was dit niet anders.

Gedreven als altijd begon Weller stevig aan zijn werk, met al heel vroeg in de set een vinnig “Changingman”. Een straffe nieuwkomer als “Moonshine” kon perfect het tempo aanhouden. The modfather, zoals we hem kennen, schakelde moeiteloos over van gebalde rock naar klare soul (“No tears left to cry”), zwevende seventies rock (de klassieker ‘Porcelain Gods’ was alweer één van de hoogtepunten) en akoestische intimiteit (de eerste bisronde met een knap “All on a misty morning” was volledig unplugged).
Grasduinen in het verleden van zijn andere bandjes deed hij met “Pretty Green”, “Start” en, als zeer aangename verassing in de tweede bis, de gebalde punk van “Art School”, alle drie van The Jam. Doch het was vooral een soulvolle opzwepende versie van “Shout to the top” (Style Council) die de zaal deed ontploffen.
Weller’s band, met nogal wat keyboards, musiceerde foutloos en zonder veel franjes. De tendens van de nieuwste plaat werd met overwegend korte songs volledig doorgetrokken.
We vonden weinig of geen schoonheidsfoutjes, alhoewel “You do something to me” ons een beetje te routineus was, maar dat is dan ook zowat het enige wat we kunnen bedenken.

Dit optreden blonk weer eens uit door de veelzijdigheid en de klasse van een zeer invloedrijke en immer boeiende artiest. Die gast is nog niet versleten, gewoon al omdat hij zichzelf nooit herhaalt. Daarom ook, beste fans, zal hij nooit of te nimmer The Jam terug uit de kast halen, en eigenlijk is dat maar goed ook. Oude koeien uit de gracht halen is niets voor een creatieve geest als goeie ouwe Paul.

Organisatie: Live Nation

The Pattern Theory

The Pattern Theory - Traditionele post-rock met een funky knipoog

Geschreven door

In tijden van crisis (en zelfs daarbuiten) is het concept van een gratis concert steeds meegenomen. Reeds geruime tijd zorgt in Gent, Cafe Video voor een interessant wekelijks aanbod van nieuw binnenlands en buitenlands talent. De laatste tijd zijn er zelfs regelmatig try-outs te bewonderen van grotere namen, dus hou je maar beter de concertkalender van het café in de gaten!

Dit initiatief is een must voor al wie in of rond Gent woont, want met een lekkere pint aan de toog kan je hier gratis en voor niks gadeslaan wat er zich in de huidige underground afspeelt.
Vandaag was het de beurt aan The Pattern Theory, een trio die door de undergroundpers de laatste tijd meer en meer omschreven wordt als het nieuwste postrock-wonder. Een echt wonder was echter dat de band Gent gehaald had want eventjes leek het erop dat zij ook het zoveelste slachtoffer zouden worden van de niet afnemende IJslandse aswolk.

Op de debuutlp moet de liefhebber van math rock wel nog een paar maanden wachten, maar gisteren hadden deze vriendelijke jongens de eer om hun eerste EP aan het Gentse publiek te mogen voorstellen, eentje die ze gewoonweg ‘EP1’ gedoopt hebben. Niet bijster origineel maar gelukkig lag dat muzikaal enigszins anders.
Deze drie (ze zijn een beetje van overal, van Berlijn tot Leeds) lieten zich vooral inspireren door de beginplaten van Tangerine Dream en dat hoor je meteen na de eerste minuten.
Niet dat het we hier symfonische elektronicacomposities te horen krijgen maar net zoals de Duitse grootmeesters in hun begindagen opteert The Pattern Theory voor een eerdere rustige muziekstijl met veel aandacht voor minimale geluidjes. De muziek van The Pattern Theory houdt ergens het midden tussen traditionele krautrock, de meer avontuurlijke post-rockbewegingen van een groep als Trans Am en een leuke portie slowcore.
Dat je bij dergelijke muziek muisstil moet zijn, had het publiek zeer goed begrepen (wat jammer genoeg niet steeds het geval is in de Video) want vandaag kon je bijna letterlijk een naald horen vallen waardoor alle details die dit trio toverde mooi naar boven kwam.
Gelukkig maar,  want het zijn net de details die het hem doen bij The Pattern Theory, zo wordt hun repetitief basgeluid (dat soms verduiveld veel leek op dat van Nile Rodgers) meerdere malen doorbroken door een plotse glockenspiel, een eenzame synth of een ingetogen drumslag. Trouwens The Pattern Theory zijn niet echt vies van een portie pop want hun alter ego is Sunken Sails, zowaar een popband !

Maar laat ons eerlijk blijven met de lezer, The Pattern Theory zal wellicht eeuwig gedoemd voor de underground blijven want voor een echte doorbraak is hun geluid net iets niet catchy genoeg en zeker niet commercieel genoeg, maar dat betekent geenszins dat dit geen interessante groep kan zijn, integendeel.
Iedere mathrock-fan die opteert voor de klassieke aanpak zal zeker zijn vingers kunnen aflikken aan de binnenkort te verschijnen cd. Dank u wel Cafe Video voor dit mooi initiatief.

Organisatie: Café Video, Gent

Les Nuits Botanique 2010 - The Drums – Beloftevolle band

Geschreven door

Er viel nog heel wat te beleven op de afsluitende Nuits Bota … de geprogrammeerde bands zaten nog niet op hun tandvlees …In de Chapiteau kon je terecht voor de funkende souldance, afrojazz en pop van Jamie Lidell, het Canadese Holy Fuck speelde energieke, opzwepende vibes en ritmes van luchtige elektronica, percussie, noise en rock in de Orangerie of je genieten van de sing/songwriterpop van Richard Hawley in het KC. En tot slot in de Rotonde stond één van de gehypte bands van het moment, The Drums … Hun single “Let’s go surfing” heeft een groot meezing- en fluitgehalte en zorgt er net als “Young Folks” van Peter, Bjorn en John voor dat de koude dagen van april en midden mei een zomerse temperatuur krijgen.

Het NY-se kwartet heeft al een tijdje hun EP ‘Summertime’ uit en binnenkort kloppen ze aan met hun debuut. In een volgepropte Rotonde konden we alvast op ontdekking gaan. Achterna konden we zeggen dat het kwartet, dat zich in Engeland schuilhoudt, meer in petto heeft dan een minnestrelend leuk nummer. The Drums rond gitarist Jacob Graham en zanger Jonathan Pierce goochelen met waveritmes van Joy Division, The Cure, de gitaarwaverock van Ian McCulloch (Echo & The Bunnymen) en The Smiths, halen invloeden aan van Fad Gadget, The Chameleons en roepen beelden op van de cold/glamour wave van Spandau Ballet en Theatre of Hate (zie hun haarsnit). En alsof dit nog niet genoeg was, hoorden we in songs de galmende, diepe bas van Peter Hook, de electro van New Order, de hoekige, springerige ritmes van The Rakes en Bloc Party in hun begindagen en zijn ze niet vies van de zomers surf van de Beach Boys en van de girlgroupies Shangri-Las en The Ronettes. En inderdaad, Interpol, White Lies en Editors mogen toch opkijken naar het opkomende talent.
Een mengelmoes en recyclage dus, die door deze jonge gasten een catchy melodie, een dosis lichtvoetigheid en een frisse, luchtige noot krijgen. Ze laten ook bitterzoete melancholie sluimeren in enkele songs. Wat maakt dat ze voldoende variaties aanbrengen en veel in hun mars hebben. De aanstekelijke deuntjes werden hoedanook sterk door het publiek onthaald.
De theatrale, spastische bewegingen, de hoekige danspassen en de grappige aankondigingen van Pierce deden denken aan onze Bijna Slimste Mens, Das Pop zanger Bent Van Looy (… had uiterlijk wel iets mee van hem!).
In de eerste songs straalde de zon nog niet echt, “It will all end in tears” en “My best friend (died)” waren qua tekst nu niet meteen de vrolijkste om mee te starten, maar hadden muzikaal voldoende dynamiek en vitaliteit. De daaropvolgende songs “I felt stupid”, “Submarine”, “Moon”, “Make you mine” en “Book of stories” waren grotendeels van dezelfde leest, hadden speelse, verrassende wendingen, gingen van een slepend naar een meer huppelend ritme of explodeerden ergens middenin. “Jerk” had dan iets mee van Vampire Weekend door de verleidelijke, opzwepende drumritmes. En “Skipping town” kleurde door het galmende gitaargetokkel. De single “Let’s go surfing” met z’n  overbekende, aanstekelijke deuntjes, beëindigde na een goede 45 min de set. Het nummer klonk alvast krachtiger en directer dan op de radio.
Na bijna elk nummer werd het publiek hartelijk bedankt voor de respons, boog Pierce voorover en maakte een boogie danspas. En de momenten dat Graham even niet op z’n gitaar speelde, sprong hij wat in rond met z’n tamboerijn. Leuk allemaal.

Twee nummers besloten, het meeslepende, opbouwende “Down by the water” ( the love for all the boys & the girls) en het strakke, intens broeierige “Forever (and ever)”, de komende single, die doet denken aan de Psychedelic Furs.
We zagen een knappe, melodieuze set van het kwartet, die een grootse toekomst kunnen tegemoet gaan; ze stonden er overduidelijk als liveband en kunnen net als White Lies vorig jaar de hoopvolle band zijn van 2010!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 – Wolf Parade, Surfer Blood en Warpaint

Geschreven door

In de Orangerie was het vanavond ‘the place to be’ om enkele ‘upcoming’ bands aan het werk te zien, die met de gevestigde waarde, het Canadese Wolf Parade van het duo Spencer Krug en Dan Boeckner heel erg schoon en overtuigend besloot. Beide heren zijn actief in bands als Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs en worden genoemd met bands als Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Built To Spill en Arcade Fire.
Van het kwartet mogen we volgende maand nieuw werk verwachten, ‘Expo 86’, die ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’ (’08) opvolgen. Duidelijk was dat ze een erg goed op elkaar ingespeelde band zijn en over tonnen enthousiasme, dynamiek, speels-  en frisheid beschikten … een hechte band met klasse, die er vanavond stevig tegen aan ging, broeierig klonk door de gitaren en opzwepende drums en onderhuids geïnjecteerd werd door forse psychedelicatoetsen. De afwisselende vocals en de vloeiende samenzang in de refreinen gaven elan aan de sound. Bezwerend boeiend materiaal, dat heerlijke tempowisselingen onderging en krachtig, energiek en geëmotioneerd kon zijn; ze lieten ruimte voor de instrumentatie en hielden de subtiliteit onder controle. Met zwaar aangezette synths opende “Soldier’s gun” de ruim anderhalf uur durende set. Ze zorgden voor prachtmomenten met o.a. “Fast ballad, “It’s a curse” en “Sun & daughters of hungry Gods”; hun favoriete song in het rijtje was trouwens “Ghost pressure”. We verstaan er ons niet aan dat de band nog steeds niet de verdiende airplay krijgt op hun snedig materiaal.
“This heart’s on fire”en “What did my lover say” verraadt het puike songwriterschap van het duo en met een finale reeks als “Kissing the beehive” en “I’ll believe it anything” besloten ze en verve hun staaltje ‘direct alternative indierock’.
De band gaf aan dat ze vanavond wel hun beste concert speelden … En zagen we ergens in de zaal de heren van Team William niet …?!

Wolf Parade werd vooraf gegaan door de dames Emily, Theresa en Jenny van Warpaint, aangevuld met Stella Mozgawa op drums. De indie van de dames wordt nogal omgeven door post-punk, wave en galm; zweverige en dromerige songs, die een donkere, broeierige intensiteit hadden, waarover hemelse vocals en een harmonieuze samenzang heen waaide. Een betoverend sfeervolle sound die The Cranes (Alison Shaw), The Mazzy Star (Hope Sandoval) en Slowdive omarmde. Een beloftevolle band die eerder al de EP ‘Exquisite corpse’ uitbracht en waarvan de komende zomer het debuut verwacht wordt. Checken dus!

Even opmerkzaam was de lekker in het gehoor liggende catchy powerpop van de vijfkoppige indierockband Surfer Blood uit West Palm, Florida. Deze jonge gasten bundelden hun muzikale invloeden samen in het aanstekelijke debuut ‘Astro Coast’. Inderdaad, verslavende poppy songs met een scherpe randje, opgezweept door toetsen en een dubbele percussie. Weezer, Pixies, Pavement, Vampire Weekend borrelden op in songs als “Fast jarboni”, “Take it easy”, “Catholic pagans” en “Anchorage”; de single “Swim” sierde door de gitaarexplosies tussenin en reeg “Gigantic” (The Pixies) en “Sweet Jane” (Lou Reed) aaneen. Tja, een bandje die van alles proefde en het in een kort gebald, strak setje overtuigend bracht!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Wovenhand

Wovenhand - Bezielde en bezwerende set

Geschreven door

Dave Eugene Edwards is nu al met ‘The threshing floor’ aan de zesde Wovenhand plaat toe. De plaat is nog maar net uit, ze is zelfs nog warm, en de sympathieke club 4AD in Diksmuide krijgt als één van de eersten de live voorstelling ervan.
Anderhalf jaar geleden zagen we de groep nog aan het werk in de Kortrijkse Schouwburg met een felle en verbeten set ter promotie van het snedige album ‘Ten Stones’. De sfeer van een kleine club als de 4AD is toch wel wat anders, Edwards staat dichter bij zijn publiek, wat toch voor zowel artiest als publiek een andere beleving teweegbrengt, aardser zeg maar. Zo mogen wij vlak voor onze neus meemaken hoe Edwards op een alweer heftige en bezwerende manier omgaat met vooral nieuwe songs die het vertrouwde geluid in zich dragen, maar zich soms iets meer gaan inhouden.

De withete woede van ‘Ten Stones’ zit er nog in, maar wordt hier afgewisseld met al iets rustiger momenten. Wij hebben zo de indruk dat de nieuwe songs iets minder van zich afbijten maar soms nog dieper graven. De stijl is onmiskenbaar Edwards, hij zingt met de bezetenheid van een overtuigd prediker en gaat een verwoede strijd aan met zijn gitaar waaruit hij onheilspellende klanken tovert. De sfeer is er één van mistige moerassen, kwade geesten en dreigende onweerswolken.

Wanneer we Dave Eugene Edwards aan het werk horen en zien komt steeds dezelfde naam voor onze gedachten: Nick Cave. Diezelfde woede, bezieling en bezwering, doch, laat het duidelijk zijn, geen kopie.
Het eerder korte optreden is er alweer eentje om te onthouden. Spreekt daar eigenlijk nog iemand over Sixteen Horsepower?

Organisatie: 4AD Diksmuide

Les Nuits Botanique 2010 - CocoRosie en Efterklang

Geschreven door

Het kunstminnende cabaretier CocoRosie van de zusjes Casady zijn vaste klanten tijdens het Les Nuits concept. Ze dompelen ons onder in hun unieke, wondere sprookjes droomwereld. Ze gooiden er vanavond bijna de volledige nieuwe cd ‘Grey Oceans’ tegenaan die mee werd geproduceerd door Dave Sitek van Tv on the radio. De eigenaardigheden zijn duidelijk gefilterd en van de haaks vocale tegenstellingen en van de geniale gekte van het vroeger materiaal van allerhande geluidjes is er dus duidelijk minder sprake.
Sierra’s operastem weet steeds dieper in te dringen en Bianca’s rauw raspende stem is geëvolueerd naar een fraaie soms emotievolle hoge zang. Het weirde klankenpalet van knusse, iets–niet-van-deze-wereld freefolk/elektronicableeps laat meer sfeervolle hiphopbeats en Oosterse en Indiase invloeden toe, klinkt in z’n totaliteit minder bevreemdend en is toegankelijker geworden. De schoonheid zit subtieler in elkaar en de songs laten zelfs een meer rustige indruk na.

We konden vorig jaar al ‘een tip van de sluier horen’ toen de zusjes met beatboxer Tez en Gael Rakotondrabe, vaste pianist sinds de vorige tour, aangevuld met een drummer op Folkdranouter te zien waren met een soort ‘Unplugged’ tour. De fraaie zangpartijen en het pianospel namen een prominente rol in!
De fans van het eerste uur zullen wel niet afhaken na vanavond, want de CocoRosie herkenbaarheidfactor blijft torenhoog maar door de verfijnde, melodieuze, gemoedelijke, sfeervolle aanpak kunnen ze nog een breder publiek aanspreken. De ietwat krachtig aandoende nummers als het intrigerende melodieuze “Fairy paradise”, het obscure puike “Fatherhood” door de huppelende ritmes en de prachtige “Moon asked the crow”, “Hopscotch”, kunnen door de explosiever wordende beatbox en keelzang duidelijk hun mannetje staan naast “(black) Rainbowwarriors”, het enig opzwepend oudje in het eerste deel van set.
In de overwegend sfeervolle set hadden we het ingetogen “Grey oceans” bepaald door de pianotunes en een broeierig opbouwende “Lemonade”, die zich moeiteloos nestelden in de prachtige (oudjes) “Black poppies”, “Animals”, “Promise” en “K Hole”.
We hoorden rijkelijke Oosterse sounds in “Undertaker” en “Smokey taboo”, die refereerden aan het werk Loop Guru, Transglobal Underground en die zelfs een vleugje Ofra Haza koesterden. De speelgoedgeluidjes waren zo een beetje de rode draad binnen de sound, en niet voor niks zagen we ‘toys’ en een kermiscarrousel op het grote doek achter hen.
Het samenhorigheid – kampvuur - gevoel brandde iets minder fel, maar treffend en pakkend klinken ze nog steeds. Tez kreeg traditiegetrouw de ruimte om z’n beatbox te showen.
In de bis bleven de meesterlijke “Beautifuil boyz”, “Werewolf”, “By your side” en “Japan” in de koelkast, maar ze maakten een sterke beurt met een geschifte versie van “Bear hides & buffalo” en “Tranny power”, een song die op geen cd terug te vinden is, maar de instant klassieker “Japan” benadert met z’n pompende karakter en afrogrooves. Regendansjes en een ‘Wizard Of Oz’ gehalte waren hier op z’n plaats.

Kijk, CocoRosie is één van m’n favorieten én van de Bota en blijft iets bijzonders & magisch … wordt vervolgd …

Met de support van het Deense Efterklang had de organisatie eigenlijk wel een ‘double bill’. Efterklang grossiert momenteel tussen de Scandinavia van Sigur Ros, Björk, Mum en de Britpop van Elbow en Grizzly Bear adepts op het recente ‘Magic chairs’; dromerige popkracht met verrassende wendingen staan nu voorop. De episch indringende parelpop is wat op het achterplan geraakt. Naast enkele belangvolle oudjes als “Step aside” hoorden we o.a.. “Full moon”, “I was playing drums”, “Modern drift” en “Alike” van de nieuwe cd. Ze hebben definitief de bombast en de typisch artistieke schoonheid van zich afgeschud!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Train

Train vol overtuiging in kleine Duitse club

Geschreven door

Ook in de muziekwereld is het crisis. Rechtstreeks gevolg hiervan is dat Amerikaanse bands nu al eens vlugger over de plas vliegen om ook hier in Europa een graantje mee te pikken. Zo maakte de Amerikaanse poprockband Train eindelijk nog eens een uitstapje naar het vaste continent voor een korte Europese tournee die helaas geen halt hield in België. Dan maar even afzakken tot in Keulen. De veel te kleine club Luxor was ‘the place to be’. Bijzonder vreemd om een band als Train in een dergelijke omgeving aan het werk te zien.
Train brak in 2001 door met het album ‘Drops Of Jupiter’. De gelijknamige single werd wereldwijd een grote hit. Velen dachten dat deze band een eendagsvlieg zou blijven tot de single “Hey Soul Sister” recent voor een nieuwe Europese doorbraak zorgde. Na 2001 bracht Train nog drie studioalbums uit, die vooral in eigen land bijzonder succesvol waren. Het recentste, vijfde album ‘Save Me San Francisco’ ligt sinds de zomer van 2009 in de rekken en mede door het enorme succes van “Hey, Soul Sister” (de succesvolste Train single ooit!) wordt de plaat nu opnieuw door vele popfans heropgepikt.

De club Luxor (een veredelde dancing) zat al afgeladen vol toen opwarmact Wayne Jackson een klein half uurtje akoestisch zijn ding mocht doen. Jackson, een sympathieke Brit die in Berlijn leeft, heeft net zijn tweede album ‘Undercover Psycho’ uitgebracht, een vrij aardige popplaat. Een zeer slecht zaalgeluid zorgde echter voor een totaal ongenietbaar optreden. De man probeerde echter wel als een echte ‘stand-up comedian’ contact te leggen met het publiek, iets wat hij met zijn popsongs niet kon verwezenlijken. De slechte klank deed het ergste vrezen voor het optreden van Train.

Het optreden van Train begon na de openingstune: “Lights” van Journey (net als Train afkomstig van San Francisco). Een mooiere start hadden we niet durven hopen. Eenmaal op het podium ging het feestje pas echt van start met een straffe versie van “Parachute”. Wonderbaarlijk hoe de geluidstechnicus van begin af aan er toch in slaagde een deftig geluid neer te zetten. Ondanks de bijzonder kleine setting had de band er duidelijk zin in. Het Train ‘core trio’, Patrick Monahan (vocals), Jimmy Stafford (lead gitarist) & Scott Underwood (drummer), werd live versterkt door een extra bassist en keyboardspeler. Zanger Pat Monahan bleek ook een prima frontman te zijn, die voortdurend het contact hield met het publiek. De setlist bestond uit songs uit 4 van de 5 studioalbums van de band. Helaas niets uit het minst succesvolle album ‘For Me, It’s You’. Uit het debuutalbum kregen we enkel het sublieme “Meet Virginia” te horen.
Tijdens “She’s On Fire” mochten 4 jonge, mooie Duitse meiden Pat flankeren. De ‘Trainettes’ kregen elk een Train T-shirt en mochten nadien enkele malen het refrein meezingen. Een ander, absoluut hoogtepunt was de Led Zeppelin cover “Ramble On”. Pat Monahan, die ooit een Led Zeppelin coverband had, zong als een volleerde Robert Plant de sterren van de hemel. Tijdens “If It’s Love” gingen alle draagbare telefoons in de lucht in voor een foto op Twitter. Even later ging zanger Pat ook nog het publiek in voor een rondje crowdsurfing. Geniaal en een beetje pretentieus om het gevecht aan te gaan met het gevaarlijke lage plafond. De kwaliteit in de set bleef constant hoog. Enkel Train’s grootste hit: “Hey, Soul Sister”, aan het einde, werd iets minder stemvast gebracht.
Met de internationale hit “Drops Of Jupiter” (de song die Pat schreef na het overlijden van zijn moeder en de band twee Grammy Awards opleverde)werd er in stijl afscheid genomen van het publiek.

Train legde een vrijwel vlekkeloos parcours af. De overtuigingskracht, de kleurrijke set vol afwisseling en de waanzinnig sterke interactie met het publiek verraste ook mij. De band beloofde meteen in het najaar naar Europa terug te komen. Laten we hopen dat we dan deze bijzonder overtuigende popband ook in een leuke zaal in België mogen ontmoeten.

Video Live Reports (Youtube)
+Part 1:
http://www.youtube.com/watch?v=105W3p1Mh1E
+Part 2:
http://www.youtube.com/watch?v=-S7PlVtaWWY

Setlist:
*Parachute *Get To Me *Meet Virginia *She’s On Fire *I Got You *When I Look To The Sky *Ramble On *If It’s Love *Calling All Angels *Marry Me *Respect *Save Me San Francisco *Words *It’s About You *Hey, Soul Sister
*You Already Know *Drops Of Jupiter

Les Nuits Botanique 2010 – Joanna Newsom en Roy Harper

Geschreven door

De 28 jarige Californische Joanna Newsom overdonderde drie jaar terug met de modern klassieke neofolky plaat ‘Ys’. Dankzij de freefolky stijl van Cocorosie, Devandra Banhart en de aparte stijl van Antony Hegaert en Sufjan Stevens kreeg ze de verdiende spotlights op haar gericht. Want ze brengt een heerlijk betoverend geluid op haar harp, gedragen door een hemelse zang, die het nauwst leunt aan Kate Bush. We hoorden na het debuut ‘The milk-eyed mender’(2004) lang uitgesponnen, zwaar aangezette partijen van subtiel uitgewerkte songs door strijkerarrangementen, ‘Ys’, gekenmerkt door lappen tekst. Na de EP ‘And The Ys Street Band’ verscheen onlangs de 3 dubbelaar ‘Have one on me’, telkens zes songs en twee uur luisterplezier, die linkt naar de sobere aanpak van haar debuut, soms aangevuld met enkele orkestrale versieringen.

Vanavond kregen haar songs een minimale omlijsting van violen, trombone, gitaar en drums. Zoals op de laatste plaat speelde ze afwisselend een handvol songs op haar reuzengrote harp en vleugelpiano.
De bevallige, jonge, lieflijke dame speelde met haar begeleiding nagenoeg een perfect technische set, was enthousiast, ging in dialoog met haar publiek en straalde op het podium.
Ergens middenin de set moest de harp worden bijgesteld, wat geen evidentie was. Tegen de tijd dat haar harp in orde was, voerde ze een vragenronde in. Drummer Neil Morgan ontpopte zich hier als moderator en kreeg dan ook de meeste vragen afgevuurd. En ondanks dat Joanna zich concentreerde op haar harp, gaf ze samen met hem enkele leuke antwoorden.
We konden bijna twee uur genieten van een uiterst sfeervolle set. Ze putte rijkelijk uit haar recentst plaat ‘Have one on me’, aangevuld met een paar songs van haar debuut en slechts één nummer van het orkestrale ‘Ys’.
Ze pakte meteen uit één van de meest gevoelige songs van de plaat, het broze, intens pakkende “81”. Haar ‘Garden of Eden’ refereerde aan het klassieke ‘The Spirit of Eden’ van Mark Hollis’ Talk Talk. De titelsong zette ze eerst solo in en werd dan op zalvende wijze spaarzaam ondersteund door haar band. Een imaginair dromerige song, die lang uitrekte, veel aan de verbeelding overliet en verrassende wendingen onderging. Ook het mooie, op piano gespeelde, “Easy” zat al vroeg in de set …downtempo zonder aan intensiteit in te boeten.
Ze liet ons meedrijven in de finesse en subtiliteit van haar elfenpop. Haar prachtige stem, haar kunde, de aanvulling van de band en de lieflijke uitstraling en spontaniteit deden sprookjesachtige taferelen opborrelen. Zomaar hadden we de ‘Ark van Noah voor ons door de klassieke instrumentatie van het lange “Monkey & beat” en de ingetogen, intieme “Soft as chalk” en “Autumn” en droomden lekker weg op het oudere “The book of right-on”.
De mooi op elkaar ingespeelde band kon zelfs iets krachtiger gaan op dat ander oudje “Inflammators writ”. Ze hield ons volledig in haar greep met het filmische “Good intentions paving co”, bepaald door haar begeesterende pianospel en de trombone van Andrew Strain. En het vleugje experiment misstond niet op de slotsong “Peach, Plum Pear”.
De dramatiek van haar materiaal was onderhouden en met een dosis gezond verstand kon ze het ook relativeren, wat ik ten zeerste bewonderde, want na de set wou ze er ook eens op uit om een goed Belgisch Biertje te drinken! Het onderscheidde haar alvast van Soap & Skin, die totaal in haar huiveringwekkende songs gevangen zat.
Ze was haar optreden in de AB van een paar jaar terug nog niet vergeten; ze kreeg toen een mooi gedichtje van een vrouwelijke fan; klaarblijkelijk was deze er niet meer bij, want reactie bleef uit … haar lieve fan zal er een andere muzikale stijl op nahouden, grapte ze. “Baby Birch” in de bis, naast “81” ook één pareltjes op de plaat , intrigeerde door de intens broeierige opbouw, de prachtige klankkleur op de harp, de bredere maar sober gehouden omlijsting en enkel gitaarerupties!

Elegante Pracht en Schoonheid zijn woorden op hun plaats voor de talentrijke, charismatische, joviale jonge dame Joanna Newsom … Pop door haar hemels breekbare stem en het centraal plaatsen van harp en piano. De factor emotionaliteit verhoogde ze met een band die de arrangementen treffend, perfect en puur oprecht samenbracht.

De bejaarde Britse sing/songwriter Roy Harper trok mee op haar tour. Ze was dan ook vol lof over deze ‘happy old man’, die invloedrijk was op artiesten als Richard Thompson en Luka Bloom en menig jong solo/ artiest kan inspireren van gevoelige folk/blues/rock. Zelf kenden we mans oeuvre niet, maar hij boeide met z’n beeldrijke verhalen, liefdessongs en impressies door het beheerste gitaargetokkel, gedragen door z’n diep grauwe, maar indringende stem.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Pagina 829 van 966