logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Deadletter-2026...

Maximus

Mesmerize

Geschreven door

We voelen de lentekriebels bij het horen van de tweede cd van Maximus, het muzikaal project van do-it-all Yannick Uyttenhove. Hij speelde zich al in de kijker als support van Novastar en ook Sweet Coffee trok de man mee in de Culturele Centra. Uit z’n titelloos debuut van 2008 onthielden we al leuke popsongs “Good vibrations”, “Love supercat Mindy” en “Pornstar tity”. De tweede plaat brengt speelse, frisse pop die mijmeren aan het sfeervolle materiaal van Jon & Vangelis, Emerson, Lake & Palmer en Alan Parsons. Niet voor niks horen we in “You’re the voice” de link met “State of independance”, die Jon & Vangelis eerder al coverden van Donna Summer.
Hij weet te ontroeren en geeft de melodieus onschuldige songs een ‘positive vibe’; luister maar eens naar “Mrs Amélie”, “Woman in the military”, “Champagne in the living room”, “Claudia” en de single “One of us”. Puik werk van de singer/songwriter op bas die vocaal onrechtstreeks refereert aan Robbie Williams …Nu nog de succesvolle wonderboy …

Info http://www.maximusmusic.com

Dez Mona

Hilfe kommt

Geschreven door

Dez Mona, onder de tandem Gregory Frateur (zang) – Nicolas Rombouts (contrabas) zijn al toe aan hun derde cd; het uitgebreide collectief mag nu toch wel eens dié verdiende erkenning krijgen. Ze deden beroep op Paul Webb van wijlen Talk Talk, die de songs een broeierige spanning biedt, een sfeertje ten tijde van ‘The spirit of Eden’ en van de soloplaat van Beth Gibbons (Portishead).
In hun materiaal horen we een sterke combinatie van pop, jazz, blues, gospel en chanson in het verlengde van o.m. Gavin Friday, Antony& The Johnsons en Moondog Jr. Het volle stemgeluid van Frateur is bepalend voor de theatrale dramatiek die de songs ademen. Het donkere kantje en het vleugje experiment blijven mooi bewaard in de aangrijpende sound, maar ze kunnen ook rocken en houden er lichtvoetig materiaal op na. De demonische krachten hebben ze met de jaren wat bijgesteld. De eerste songs “Beyond redemption”, “Carry on” en “Get out of here” zijn de basis van die variaties en zorgen ervoor dat we te maken hebben met een spannend plaatje.
Info op http://www.dezmona.com

Vampire Weekend

Vampire Weekend brengt de eerste zonnestralen in de AB

Geschreven door

Vampire Weekend heeft ‘alles’ om een grootse band te worden. Ze bieden een zomerse ‘positive’ vibe van mooie, toegankelijke popliedjes, rijkelijk geschakeerd van swingende, exotische ritmes, Afrikaanse deuntjes, flamenco, die inwerken op de dansspieren. Ze integreren de speelsheid en ritmiek van afropop in hun Westers geluid en refereren aan Paul Simon, Talking Heads en Peter Gabriel. De deuntjes van hun aanstekelijke singles werden al door velen meegezongen en – gefloten. Het zijn vier charismatische knuffelkerels die elke jongvolwassene van het andere geslacht wel eens wil vastpakken. Laat de zon, de liefde prikkelen en je hart bonken. Het kan onze eigen Frederik Sioen muzikaal gezien een hint zijn, die eerder al op z’n ‘Calling Up … Soweto’ stoeide met afroritmes.

Enkele jaren terug waren ze nog support van een ander opwindend, bruisend bandje Los Campesinos, werden ze sterk onthaald met een prima titelloos debuut, waaronder de puike singles “A punk”, “M79”, “Walcott” en “Oxford Comma”, en tot slot slaagden ze in een leuke, ontspannende en frisse trip in de Pyramid Marquee van Werchter. Afgelopen zomer op Pukkelpop lieten ze al enkele nieuwe songs horen; hier was duidelijk dat 2010 de definitieve doorbraak zou betekenen naar een breder publiek.
Hun optreden in zaal was in geen mum van tijd uitverkocht. De onlangs verschenen tweede cd ‘Contra’ ligt in het verlengde van het debuut en getuigt opnieuw van een wereldse aanpak; een melodieus aanstekelijke, groovy sound, die een warme, broeierige sfeer uitstraalt, lentekriebels aanwakkert en doet hunkeren naar die langverwachte eerste zonnestralen. Ze werden dan ook door een vrij jong publiek ingehaald met confetti.
Tijdens de set schoten volgende termen me steeds door het hoofd: speels, dansbaar, fun en feest; ze hielden het leuk, fris en levendig! Wat ze allemaal uit hun instrumenten toverden, dwingt respect af; de tandem Ezra Koenig (zang/gitaar) – Rostam Batmanglu (toetsen/synths/gitaar) halen op een bijna onwaarschijnlijke, inventieve wijze allerlei invloedssferen als reggae, funk en dancehall aan, die hun afropopmelodieën grootser maken. Op het podium zagen we een metershoge grote CD hoes van de nieuwe plaat. De jongste nummers “White sky” en “Holiday” vatten meteen de juiste toon en groove aan. Koenig was een uiterst sympathiek singer/leidersman, die de fans aan z’n lippen kreeg. We hoorden geweldige versies van ‘de oudjes’ “Cape Cod Kwassa Kwassa” en “M79”, die aantoonden hoe speels en creatief ze wel konden zijn met tokkelende gitaarlijntjes, ritmes, vibes en stijlen. De smile van hun gezichten zetten ze moeiteloos over naar hun publiek, die dolenthousiast op deze songs klapte!
Na een sprankelend “California” (wat een fijne gitaarriedels!) en een krachtiger, eerder direct gespeelde “Cousins”, namen ze wat gas terug en speelden een ingetogen sfeervolle “Taxi cab”, waarop ze lichtjes experimenteerden met een bezwerende synthtoets, contrabas en drumticks en het kleurrijke dromerige “Diplomat’s sun”, dat mooi verstopt zat binnen het ‘skank’plezier, van feestelijke knallers “Run” (ingehaald met toeters en bellen), “A punk” en “One (blake’s got a new face); ze kregen alle handen op elkaar, en meezingbare refreinen en “heyheys” sierden de songs. Wat een hoogtepunt. De huidige single “Giving up the sun” kreeg een forsere beat mee, “Boston ladies Cambridge” (op geen plaat te vinden!) klonk opwindend en de oogjes van de dame op de CD hoes flikkerden in de stomende slotreeks “Campus” en “Oxford Comma”, die ze verwenden met diverse tempowisselingen, bepalende ‘70’s synths en een dansbare groove.
In de bis zweepten ze het tempo nog op met de afroritmes van “Horchata” “ en twee songs van hun debuut, die ze krachtig en dansbaar speelden, “Hansard roof”, dié song over architectuur, en “Walcott”.

In hun nog jonge bandgeschiedenis waren de charismatische Vampire Weekend de leveranciers van het zonnetje in huis en brachten ze op ongelofelijke wijze speelse, leuke, aanstekelijke dansbare ritmes en vibes, die grootse, boeiende, avontuurlijke klassesongs onderstreepten; ze beleefden enorm veel speelplezier en zorgden voor een heupwiegende en dansende AB. Een grootse band in wording. Checken dus op de grote podia tijdens de festivalzomer. Het is hen van harte gegund …!

De lichtvoetige pop van de dames van Fan Death viel soms wat licht uit, maar was mooi meegenomen voor de losse, ontspannende sfeer van de avond. “Veronica’s veil” en “Cannibal”, te vinden op de EP ‘A coin for the well’ zullen we alvast onthouden …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

The Australian Pink Floyd Show

The Australian Pink Floyd Show - The Pink ‘Kangoeroe’ Floyd Show

Geschreven door

We keken er naar uit en we moeten er eerlijkheidshalve meteen aan toevoegen: we zagen Gilmour-Waters en co nooit live aan het werk, al hield de PULSE-dvd ons ’s nachts al wel eens lang wakker. Fans dus van Pink Floyd, ontegensprekelijk. En we wilden ‘ze’ nog eens zien en horen. In de vorm van The Australian Pink Floyd Show in Vorst, al hebben we het in se niet voor tribute bands. Maar hiervoor maakten we graag een uitzondering.

Net als de originele bandleden doen de Australiërs on stage niet veel meer dan hun muziek spelen. En dat doen ze verdomd goed. Niet moeilijk, want al meer dan twintig jaar imiteren ze de legendarische psychedelisch-symfonische Britse grootmeesters van de rock. Zelfs David Gilmour zag hen ooit goedkeurend aan het werk en nodigde hen zelfs uit op zijn vijftigste verjaardag. Voorwaar een compliment.
Ze zijn muzikaal dus goed, al zaten ze een beetje te strak gepakt in hun setting en trok de zang bij momenten wat verkeerd. Een geluk dat de driekoppige backing vocals toen de zaak overnamen en rechtrokken.
Het concert was aangekondigd als de ‘Greatest Hits’ en dat was niet helemaal het geval. Een aantal minder gekende nummers werden erin geduwd, ook al omdat de Aussies per se uit vier legendarische elpees (’Dark Side of the Moon’, ‘Wish You Were Here’, ‘The Wall’ en ‘Animals’) wilden selecteren. Lovenswaardig, maar dat deed de titel van de tour onrecht aan. Uiteindelijk misten we bijvoorbeeld “Mother” en “Money”, om er maar twee te noemen.
En ‘Money makes the world go round’. Het is big business geworden natuurlijk, die Australian Pink Floyd Show. Hun tourzak steekt vol met een ongelooflijke show, groot varken incluis. Het is ook niet elke ‘coverband’ gegeven om Vorst te vullen, maar werk wordt soms routine. The Aussies deden hun job in Brussel, we misten begeestering.
Ook de kiwi-knipoogjes van Down Under vielen niet bij iedereen in de smaak. Even in de kleine pauze voor ‘Wish you were here’ de deuntjes van ‘Neighbours’, ‘Suns and Daughters’ en Men at Work spelen, kon er nog mee door. De kangoeroe die in plaats van de originele ‘man on the flying bed’ constant doorheen het concert huppelde, kon op den duur op minder bijval rekenen, al was die in het eerste deel  op de visuals de discjockey van dienst en haalde telkens een nieuwe plaat uit de kast, wat steeds op applaus onthaald werd.
Want fans waren het wel in Vorst. De gemiddelde leeftijd schatten, daar wagen we ons niet aan, maar het was aangrijpend hoe grijzende en al helemaal grijs-en-kale mannen uit luide borst de bijwijlen filosofische songteksten meebrulden. Mooi.
De visual projecties, waarin geprobeerd werd dezelfde atmosfeer  van de Floyds te hercreëren, waren fijn en bijwijlen goed gekozen, al bleven het allemaal computeranimaties. Ook gaven ze daar hun eigen(tijdsere) interpretatie van “Brain Damage” door ‘recentere politici’ op te voeren. De afsluitende beelden van de originele bandleden - door de tijd heen - duwde de melancholie bij de fans nog even wat steviger door de strot.

We blijven achteraf bij ons idee over coverbands, maar waren blij het gezien en bovenal gehoord te hebben, vooral het tweede deel waar veel meer schwung in stak met als top of the evening het gevoel dat “Comfortably Numb”, hun hoogtepunt en meteen afsluiter, teweeg bracht. Dat was alvast overweldigend. “Run like hell” als bis was dan weer naar af. Het varken (en gelukkig geen kangoeroe) ten spijt.

Organisatie: Live Nation

Gemma Ray

Het getormenteerde brein van Gemma ‘Tarantino’ Ray

Geschreven door

Gemma Ray op je affiche … zeggen, dat is durven. Gemma wie? Ja, wij moesten ook even grasduinen op het Net. En lap, ze heeft niet eens een Wikipedia-pagina ! Op een aantal Engelstalige musicsites wordt ze dan wel bejubeld en vergeleken met de meest uiteenlopende madammen en meneren: PJ Harvey, Tori Amos, Björk, Tom Waits, Sandy Dillon, Dresden Dolls, Nick Cave, The Raveonettes, Lee Hazlewood. Wij dus naar ’t Manuscript in Oostende op een lauwe zondag. Om zelf te oordelen. Ja, amai !
Wat wisten we? Dat ze al twee cd’s uit heeft: ‘The Leader’ en ‘Lights out Zoltar !’. Zwoele stem, scherp bij momenten en vooral vintage: fifties country, sixties ballads met groeve kanten. Durven dus, zo’n programmatie van de heren van Leffingeleuren. En niet enkel omdat ze ongekend is, ook wel (en vooral) omdat ze zelf een flair heeft voor contrasten, een getormenteerd koppetje dus bijna.

’t Manuscript liep snel vol, the ‘Lady of the Night’ was nog even wandelen aan zee. Een half uur later dan gepland stapte ze het podium op waar twee gitaren, een resem knopjes en een pot bloemen voor haar beatmachine haar opwachtten.
De slanke verschijning was inderdaad zeer vintage. Haar (maar dan wel zwart) plat-opgestoken a la Kate Pierson van de B’52’s (waar ook klankflitsen van op te vangen waren), zwartwit bolletjeskleedje, zwarte kniekousen, witte puntenschoenen, rode bloem in haar lokken. Zelfs zonder haar eerste gitaaraanslag waanden we ons terug in Twin Peaks en Pulp Fiction.
Het muzikale schizootje in Gemma Ray is duidelijk een vrouw met ballen. En onvoorspelbaar. Net wanneer je dacht dat je eindelijk door had wat voor soort ‘singer-songwriter’ je voor je had, ging het de andere kant uit. Soms diep ingetogen bluesy, met gezucht en diepe emotie, vertellende folky zelfs even. Soms dan weer gejangel, tripperig met een onbegrensde, stevige geluidsop- en -afbouw. Ze hanteerde hierbij sterk en veel de talrijke knopjes aan haar voeten waarmee ze zichzelf constant sampelde. Bij momenten - naar ons gevoel - te veel.
Het gaf ons allemaal de indruk dat er geen opbouw in haar gig zat, dat ze zichzelf wat kwam amuseren en niet eens de moeite deed om een nieuw potentieel publiek te overtuigen. Ze speelde, lalde er wat tussen en stapte het af. Al kwam ze even terug voor twee ‘encores’, eraan toevoegend dat ze Belgium wat “old school” vond met die bistoestanden.
Old school was haar muziekkeuze wel zeker, want naast haar eigenste repertoire dat ze onder het 50’ies en 60’ies stof vandaan toverde, diepte ze nog een aantal covers op. Uit een coveralbum dat ze pas in Frankrijk had opgenomen, zo gaf ze zelf toch mee.

Maar het bleef allemaal netjes vintage, zij het niet van het traditionele soort. Nee, was ze de dochter geweest van Quentin Tarantino, we hadden het geloofd. En niet enkel de fysieke genen…

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Fear Factory

Fear Factory: een overtuigende comeback

Geschreven door

Een uitverkochte en overvolle Vaartkapoen was zondag getuige van een knap en knallend optreden van de herenigde industrial metalband Fear Factory. Het Californische viertal rond zanger/oprichter Burton C. Bell en de teruggekeerde gitarist Dino Cazeras (Divine Heresy, Asesino, Brujeria) kregen versterking van nieuwe rekruten bassist Byron Stroud (Strapping Young Lad, Zimmers Hole, Tenet) en drummonster Gene Hoglan (Strapping Young Lad, Dark Angel, Death, Testament, Dethklok). Muzikanten die hun strepen al lang verdiend hebben in de 'zware metalen-sector' en dus niet van de minsten.

Ze openden hun set met het titelnummer van hun nieuwe vertrouwd klinkend album ‘Mechanize’. De geluidsmix was hierbij nogal onevenwichtig. Dit euvel verdween naarmate het optreden vorderde. Ze vervolgden hun concert met drie songs van ‘Obsolete’ ('98): het overdonderende “Shock”, het gedreven en groovy “Edgecrusher” met gescratch en het vette “Smasher/devourer”. Het enthousiaste publiek genoot duidelijk van de verrichtingen van het gezelschap. Getuige daarvan waren de luid meegebrulde refreinen. De afwisselende melodieuze, soms cleane maar heerlijk brullende vocals van Burton C. Bell vertoonden enige vorm van slijtage. Toch had dit geen storend effect. De korte afgemeten staccatoriffs van axeman Dino Cazares klonken even strak als vijftien jaar geleden en zijn nog steeds een typisch en essentieel ingrediënt van de Fear Factory-sound. De sonische geluidsstorm werd voortgezet met het moordende “Industrial discipline”, het vervaarlijke “Acres of skin” en het energieke “Linchpin” (van ‘Digimortal’). Minpunt was dat de atmosferische, duistere keyboardgeluiden meeliepen via tape. Hun laatste, minder kwalitatieve albums ‘Archetype’ en ‘Transgression’ kwamen niet aan bod. Dit kon de pret niet drukken.
De granaatbom “Powershifter” en recente single “Fear campaign” lieten de aanwezigen geen ademruimte. Het oude, immer fantastische “Martyr” (van ‘Soul of a new machine’) en verwoestende “Christploitation” passeerden daarna de revue. Gene Hoglan demonstreerde hier zijn bovenmenselijke drumkwaliteiten. Een lust voor het oog en oor.
”Resurrection” zorgde voor het eerste welgekomen rustpunt. De subliem opgebouwde song met weergaloze zangpartijen was voor velen het hoogtepunt van de avond. Ook bij het rustige en gevoelige “Final exit” was het genieten geblazen.
Het beste werd voor het laatst gehouden. Met vijf songs van '’Demanufacture’ werd er afscheid genomen van het Belgische publiek. “Demanufacture”, “Self bias resistor”, “Zero signal”, ”Hunter-Killer” en live-favoriet en MTV-hit “Replica”.

Jammer genoeg was er geen ruimte meer voor bisnummers. Toch konden we spreken van een geslaagde en goede show van een band die nog lang niet afgeschreven is!

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Beach House

Beach House: onthaasten tussen behaarde paddestoelen

Geschreven door

Aan Beach House houden we live niet zo een goede herinneringen over. Toen ze enkele jaren geleden in de Botanique nog in het voorprogramma van Fleet Foxes speelden, overviel ons tijdens ieder nummer de onweerstaanbare drang om een verse pint te gaan bestellen. We herinneren ons nog goed dat het bewust ietwat vals afgestelde orgeltje aanvankelijk nog spookachtig klonk, maar na verloop van tijd steeds meer op de zenuwen ging werken. En dat de set zich tergend traag naar het einde toe sleepte. Nog een geluk dat Fleet Foxes ons achteraf met een memorabel optreden alsnog een zeer geslaagde concertavond bezorgde.

Nadien is het echter snel gegaan voor het hippe duo uit Baltimore. Het begin dit jaar uitgebracht album ‘Teen Dream’ wordt in de muziekpers overladen met superlatieven, en voor wie deze plaat nog steeds niet aangeschaft heeft: deze zijn volledig terecht! Een uitverkocht optreden in de Balzaal in de Vooruit was het logische gevolg, deze keer voorafgegaan door een eigen voorprogramma. En wat voor één! Lawrence Arabia, een jong vijftal uit Nieuw-Zeeland had het allemaal: strakke geruite hemdjes, trendy baardjes en vooral een aaneenschakeling van uitstekende nummers die live ook nog eens en met veel deskundigheid en enthousiasme gebracht werden. Vraag ons niet hoe het komt, maar de wereldwijde wederopstanding van de muzikale erfenis van de Beach Boys bleek die avond zelfs tot aan de andere kant van de planeet niet te stuiten,  al kreeg de harmonieuze samenzang tijdens nummers als “Apple Pie Bed” en  “I’Ve Smoked Too Much” aardig wat concurrentie te verduren van The Beatles. Tijdens nummers als “The Beautiful Young Crew” en “Auckland CBD Part Two” voegde Lawrence Arabiahier nog een flinke scheut psychedelische folk à la Devendra Banhart aan toe. Geen wonderdus dat achteraf een lange rij stond aan te schuiven om een exemplaar van hun nieuwe album “ChantDarling” op kop te tikken.

Nog voor Beach House één noot gespeeld had, stampte multi-instrumentalist Alex Scally, die in zijn strakke, met zilverknopen bezette jasje zelfs het Vooruit café niet ongemerkt zou binnen stappen, al zijn schoenen uit. Bleek om tijdens het dromerige openingsnummer “Walk In The Park” de orgel te bespelen met de voeten. Even voordien werden al vreemde decorstukken het podium opgesleept die zich nog het best laten omschrijven als met wol behaarde paddestoelen op struisvogelpoten, die tijdens het optreden ook nog eens af en toe gevaarlijk begonnen op te lichten. Een ‘normale’ groep zal Beach House dus wellicht nooit worden, al waren ze met hun nieuwe, meest toegankelijke plaat tot nu toe onder de arm wel ‘the right band on the right place’ die avond in de Vooruit, meer nog dan Florence&The Machines die tezelfdertijd in de concertzaal speelde. “Lover Of Mine” klonk live als het beste 80’s nummer ooit dat niet in de ‘80’s gemaakt werd en tijdens “Used To Be” klonk de mysterieuze zangeres Victoria Legrand zowaar opgewekt van achter haar keyboards. Waaruit je nu ook weer niet moet concluderen dat dit optreden de muzikale lente inzette. Het refrein “It’s happening again” of “Silver Soul” klonk bepaald niet alsof Victoria aan een echt vrolijke gebeurtenis terugdacht. Ook “Zebra” en “Gila” waren live vintage Beach House: trage, melancholische maar bedwelmend mooie nummers, waarin ergens de geest van Mazzy Star leek rond te waren.
Ronduit fantastisch zelfs was bisnummer “10 Mile Stereo”, een nummer dat qua muzikale opbouw  en refrein wereldgroepen als Coldplay naar de kroon stak en uitmondde in een zinderende postrock apotheose.

Perfect was de set zeker niet. Daarvoor gingen nummers als “Norway” en “Take Care” net iets te veel de mist in.Zelfs “Master Of None”, de single uit het titelloze debuut, leek zo veel jaar later nog weinig toe te voegen aan het geheel.
Maar dat Beach House dankzij ‘Teen Spirit’, waaruit behalve “Real Love” alle nummers live gebracht bracht werden, enkele reuzensprongen vooruit gezet heeft, stond die avond bij iedereen buiten kijf.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit, Gent

The Horrors

Derde keer, goede keer voor The Horrors in de Minnemeers

Geschreven door

“The Horrors are playing hard to get”... het zou voor de Democrazy een passende promoslogan geweest zijn om dit hip Londens vijftal na twee keer uitstel dan uiteindelijk toch op het podium van de Minnemeers te krijgen. Een bende jonge honden die het in nauwelijks een aantal maanden voor elkaar krijgt om als voorprogramma te worden uitgenodigd door mega-acts als Muse en Depeche Mode kiest uiteraard voor de iets grotere (?!) muziektempels zoals de Royal Albert Hall; de vraag is alleen of hun nieuwe muzikale handelsmerk, een zwartgallige mix van postpunk, shoegaze en psychedelische garagerock, kan aanslaan bij het ‘grote publiek’. Maar eerlijk, who cares? The Horrors leverden afgelopen jaar met ‘Primary Colours’ een indrukwekkende opvolger af voor hun fel gehypte debuut ‘Strange House’ (’07), en belandden daarmee steevast in de bovenste regionen van diverse eindejaarslijstjes. Ondanks het uitblijven van commercieel succes en radiohits leverde dit album hen alvast wel een hondstrouwe aanhang op aan beide kanten van het kanaal, en ook de Minnemeers was afgelopen zondagavond aardig volgelopen met jongeren-van-alle-leeftijden die zich doorgaans een zwarte dresscode hadden aangemeten.

Op de tonen van een elektronische klankenbrij en gecamoufleerd door een zorgvuldig opgetrokken rookgordijn verschenen de vijf Horrors op het podium in een, jawel, zwarte outfit. Opener “Mirror’s Image” bleek een uitstekende keuze om meteen de juiste sfeer op te bouwen; de atmosferische synths van Spider Webb, de stuwende baslijntjes van Tomethy Furse, de holle drumpartijen van Coffin Joe en de breed uitwaaierende gitaar van Joshua Von Grimm vormen de basisingrediënten van de Horrors sound die op dit openingsnummer uit ‘Primary Colours’ laagje per laagje in een lekker smerige geluidsmix werden gegooid. Een kil geluid dat onmiskenbaar naar de 80ies verwijst, hetgeen nog wordt versterkt doordat de groep in de persoon van Faris Badwan een bezielde frontman in de rangen heeft wiens stemgeluid het midden houdt tussen Julian Cope, Brett Anderson en de onvermijdelijke Ian Curtis.
Tijdens het uptempo “Three Decades” kwam de groep echt op kruissnelheid en kon de manische Badwan voor het eerst zijn duivels ontbinden, gevolgd door het inmiddels klassieke “Who Can Say” en het rauwe aan Black Rebel Motorcycle Club schatplichtige “I Can’t Control Myself”. Eigenaardig genoeg bleek de enige echte adempauze in de set, “I Only Think Of You”, het onbetwistbare hoogtepunt van de avond. De pastorale pracht van deze lang uitgesponnen oefening in monotonie deed onvermijdelijk denken aan Joy Division’s “Atmosphere”, waarbij de cirkel tussen heden en verleden ineens gesloten leek. De kille sound straalde ook af op het podium: de bandleden wisselden nauwelijks een blik, en behalve de verschoning “It’s good to be here, finally” onthield Badwan zich dan ook van elke interactie met het publiek. Het lijkt allemaal mooi te passen in het imago van een groep die zo authentiek mogelijk wil zijn op en naast het podium.
In de korte bisronde werd met een handvol nummers terug gegrepen naar het manische Horrors debuut waarbij Von Grimm’s gitaardecibels duidelijk de bovenhand haalden op Spider Webb’s spaarzame keyboards. Het bleek een verstandige keuze in de setlist, want de psychotische garagerock van de begindagen lijkt mijlenver verwijderd van de doomerige gothic waar de groep tegenwoordig voor staat.

Mogelijks tot spijt van de fans van het eerste uur bewees deze Londense band in amper 75 minuten dat hun gedurfde muzikale metamorfose ook live meer dan geslaagd is. Wie als 80ies adept zijn gitaren en keyboards graag een pak scherper en smeriger opgediend krijgt dan deze van generatiegenoten White Lies of The Big Pink kan dus zondermeer aankloppen bij The Horrors.

Organisatie: Democrazy, Gent

Chokebore

Chokebore: het verleden van Von Balthazar

Geschreven door

Je hebt zo van die bands waarvan je het werk kent van de zanger/componist, maar niet de band kent waarvan hij deel uitmaakte … Troy ‘Bruno’ Von Balthazar vs Chokebore is er een prachtig voorbeeld van. En op de koop toe is Chokebore vooral gekend bij onze Franstalige vrienden en werd met het solowerk van Von Balthazar net de Vlaamstaligen warm gemaakt. Kijk, onze nieuwsgierigheid werd aangewakkerd om Chokebore live te zien, mede door het feit dat ze herenigd zijn en er dit jaar een nieuwe plaat zal verschijnen.

De roots van Chokebore liggen in Hawaii. Spil van deze al van in ’94 fungerende band was zanger/gitarist Troy ‘Bruno’ Von Balthazar. Het rockende kwartet haalde invloeden uit de ‘90’s grunge, gaf de songs een broeierige en donkere injectie en zorgde voor een emotionele geladenheid, wat hen zelfs richting Girls Against Boys bracht; enkele integere, gevoelige songs traden op het voorplan, wat een goede afsluitende cd in 2003 opleverde, ‘A part of life’. En de heren zijn nu terug bij elkaar. Troy verbleef zelfs een tijdje in ons land, een bron van inspiratie voor het nieuwe materiaal.
In de tussentijd hoorden we materiaal van Von Balthazar, waarbij de klemtoon viel op rauw rammelend gitaarwerk, lofipop, noise en electro, bepaald door een pak effectpedalen en weirde acts.
Chokebore betekende een kennismaking, maar waren opnieuw een Frans onderonsje. Ze brachten een afwisselende set van grillige, broeierige en integere gitaarrock, die soms een stevige, opzwepende ritmesectie meekreeg en hadden oog voor enkele ingetogen songs, onder de typerende klaagzang van Von Balthazar.
We onthouden alvast opmerkelijke songs als “Days of nothing”, “Police”, “You are the sunshine of my life” en “It could run your day”. In “Ciao LA” haalde het kwartet krachttoeren uit. Btw, ze gaven mee dat we ons altijd mochten inschrijven op hun site als we betere songtitels konden verzinnen. Na elk nummer werden ze warm onthaald. Het sterkte hen, wat de drijfveer kan zijn verder te doen.

In ons weirde landje moet de band de kans krijgen over de taalgrens te geraken, ondanks het feit dat de set in z’n geheel me niet volledig raakte en overtuigde. Maar we waren alvast getuige van de muzikale scherpte van het kwartet en hoorden een terugblik van Troy’s verleden, wat leuk meegenomen was …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Go Find

The Go Find ….some excitement please!

Geschreven door

Een avondje aparte Belgische (Vlaamse) rock in de Magdalenazaal in Brugge lokte op een vrijdagse februariavond vooral de fans van de drie bands zelf. En enkele nieuwsgierigen die zagen hoe Tape Tum, het muzikaal familiezaakje van Benjamin en Lieven Dousselare, de sfeer er trachtten in te brengen, maar het bleef een hele avond snuisteren naar wat echte opwinding. Het hoogtepunt was al lang voorbij toen Go Find niet eens een bisnummer kreeg.

De link van Tape Tum naar de volgende groep lag er meteen want de vaste slagman van The Portables hanteerde de drumsticks voor de avondopeners. De ervaring van de Brugse Gentenaars (of is het omgekeerd?) schakelde de verwarming van de Magdalenazaal een tandje hoger. Zonder dat het saunatemperaturen haalde weliswaar, want telkens wanneer je verwachtte dat ze eindelijk zouden openbarsten, draaiden ze de knop wat terug.
Afgebroken psychedelische momenten wisselden af met elektronica en wat ingetogener impressies, wat vooral in “It’s better to turn(h)out than to fade away” met de ondersteuning van trompetgeblaas zwoel tot zijn recht kwam. Met een (te) voorzichtige pas tot Turnhoutenaar omgetunede Bert Lafontaine (veel succes!) aan de zang toen. ‘The Honorable man’ – aka visualist Hendrik  Dacquin aan de mic – was een eveneens een verwarrende verademing, op de hielen gezeten door een degelijke cover van Lou Barlow.
“Underachievers”, noemde een diehardfan The Portables achteraf en ook wij hadden de indruk dat er veel meer in stak dan eruit kwam. Opendraaien dus die handel, al is de wellicht gegronde vrees dat dit na twintig jaar ook wel niet meer zal gebeuren. Maar achteraf gezien hadden we het beste van de avond al gehad. We wisten echter niet beter.

The Go Find mocht afsluiten en daar ging het allesbehalve crescendo. What’s in a name zou de stouterd in ons kunnen verwijzen naar hun pas gereleasede derde album ‘Everybody Knows It's Gonna Happen Only Not Tonight’. Misschien ook niet de muziek om de vrijdagnacht stevig in te zetten, die gepolijste, melancholische deuntjes die eerder aan dons dan aan stevig schuurpapier doen denken. Al deed de enige beweegbare factor on stage - zanger Dieter Sermeus - zijn uiterste best om er de swing in te brengen, het bleef een poppy tune die we liever in onze cd-wekker steken om zachtjes in te slapen. En ze beseffen verder ook nog dat ze volop in de cursus bindteksten zitten. Voorwaar een troef, die zelfkennis.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pagina 845 van 966