logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Stereolab

Heathen Foray

Another profile

Geschreven door

Een aanstekelijk en rijkelijk gearrangeerd debuut is afkomstig van de band rondom zanger/pianist Jan Vandecasteele. Hij liet z’n taak van leraar plastische opvoeding even voor wat het was om zich volledig toe te leggen op de uitwerken van deze composities. Samen met de broers Frederik (gitaar)en Simon Segers (drums) en bassist Matthias Debusschere (eerder al Bolchi en Sioen) horen we op ‘Another profile’ broeierige songs die een geheel bevatten van jazzy pop, funk en wave. Het zijn fijne en goed uitgewerkte songs.
Vandecasteele scherpt onmiddellijk de aandacht met “Oh my God”, die a capella start en bepaald wordt door een sober ingehouden pianotoets. Het tweede nummer “Hey hey” ligt in het verlengde, maar klinkt intenser en bedreven. Vocaal doet hij hier denken aan  Antony (van The Johnsons) en Jeff Buckley. Maar in dit nummer durft hij met z’n band al iets voller te klinken, wat op andere songs “Don’t worry” en “Blame” gebeurt met koperblazers en een strijkkwartet. Hij kan in de zang diep gaan (“Hidin’ girl”) en neigt naar Sivert Hoyem van Madrugada of kan hemels en hoog zingen.
Kartasan verrast aangenaam en heeft een sfeervolle, gevarieerde, spannende plaat uit. Als aanzet is dit debuut meer dan hoopgevend voor de toekomst.

Info op http://www.myspace.com/kartasan 

Sukilove

Static Moves

Geschreven door

Pascal Deweze is de muzikale duizendpoot achter Sukilove. Na het melodieuze rockavontuur van Metal Molly, zagen we hem talrijke leuke bands opstarten als Mitsoobishi Jackson en Chitlin’ Fooks. Sinds een paar jaar is er nu Sukilove. Daarnaast staat hij in voor allerlei producties en duikt hij op in Mauro & The Grooms en Big Star. Het onderstreept mans veelzijdigheid.
Onder Sukilove is hij al bezig sinds 2001, bracht al een paar EP’s uit en na cd’s ‘Sukilove’, ‘You kill me’ en ‘Good in your bones’ voegt hij er nu ‘Static Moves’ aan toe. Hij is met z’n band moeilijk in een hokje te stoppen en dat hoeft ook niet, want we horen hier broeierig, intens slepend, dynamisch materiaal, die oog hebben voor melodie, avontuur en experiment. Geen gladgepolijste popdeuntjes dus!
Er zijn al heel wat mooie zinnen omschreven voor z’n muziek als ‘pop met roestige weerhaken’ en ‘homo erotische rock zonder lipstick’. Kijk, het draait ‘em rond dat Sukilove heerlijk complexe muziek maakt die uiterst gevarieerd klinkt, onverwachtse wendingen ondergaat en doordacht, subtiel is gearrangeerd. Het zorgt er op die manier voor dat de band alle valkuilen kan ontwijken en een eigen geluid heeft, wat nu net de mystiek is van Sukilove. “Rebel” en “Choose your love” zijn alvast uitnodigend, werken prikkelend werken en wekken nieuwsgierigheid op naar de rest van de plaat.

Info op http://www.sukilove.com 

Jerry Lee Lewis

Jerry Lee Lewis in concert: familiereünie in het Kursaal Oostende

Geschreven door

Jerry Lee ‘The Killer’ Lewis is een rock’n’roll legende. Hij werd in 1935 geboren in L.A. en ontpopte zich al snel tot een natuurtalent op de boogie woogie piano. Hij scoorde een aantal reuzehits, zoals “Whole Lotta Shakin' Goin' On” en “Great Balls Of Fire” en baarde opzien met zijn pianospel, dat zeer spectaculair was. Jerry Lee bespeelde de piano ook met zijn voeten, danste er bovenop en stak ze soms zelfs in brand.
Hij leidde een turbulent leven vol drank en vrouwen en veegde de vloer aan met moraal en normen. Als jonge twintiger huwde hij zijn 13-jarig nichtje. Een schandaal, dat zijn carrière in het Verenigd Koninkrijk een halt toeriep en waardoor hij in de ban geslagen werd door de moraalridders in de U.S.
Het duurde twaalf jaar voor hij er in slaagde uit het dal te klimmen en beleefde in 1989 weer triomfen met de biografische film ‘Great Balls Of Fire’. De laatste jaren toert de nu vierenzeventig jarige opnieuw. We waren erg benieuwd wat hij er nog zou van terecht brengen.

Maar eerst verscheen zijn zuster Linda Gail Lewis op het podium. Zij is absoluut geen onbekende, maakt ook reeds platen sinds 1969 en nam zelfs een CD vol duetten op met Van Morrison. Het visueel plaatje klopte helemaal: de bandleden, allemaal oudere heren, waren stuk voor stuk rasmuzikanten. Ze zagen er heel authentiek uit, vooral de gitarist met zijn vetkuif en de 62-jarige Linda zelf met haar ouderwetse kapsel en haar grote lederen handtas! Als zuster van de meester speelde ze piano als de beste. Haar bevallige dochter Annie Marie nam ook een deel van de zangpartijen voor haar rekening. Met een resem klassiekers, zoals “Jambalaya”, “Cotton Fields”, “Good Golly Miss Molly”, “Shake, Rattle And Roll” en “Let’s Have A Party” brachten ze de zaal op temperatuur. Helemaal niet slecht, maar ietwat stereotiep, met de typische countrystem van Linda Gail en haar energieke pianospel met iets té veel Jerry Lee loopjes.

Na de pauze keek iedereen in de goed gevulde zaal reikhalzend uit naar de oude meester. Maar hij liet zich nog niet zien. Eerst kwam zijn band, een stelletje uitstekende en grijzende muzikanten uit Memphis (Tennessee), het podium op. Iedereen, drummer, bassist en de twee sologitaristen mochten om beurten een nummertje zingen. Niet slecht, maar iedereen zat toch uit te kijken naar het moment dat The Killer op het podium zou verschijnen.
Toen dit uiteindelijk dan toch gebeurde en de oude, versleten en gebogen legende het podium opslofte, ontplofte de zaal. Jerry Lee liet het zich minzaam welgevallen en plofte zich neer achter de piano. En toen bleek dat hij het métier nog helemaal niet verleerd heeft. Hij bracht een voor zijn doen lange set van 37 minuten met mindere bekende blues en rock’n’roll nummers. Af en toe kon er een flauwe glimlach af en een snedige opmerking, zoals tegen de mensen op de eerste - dure - rijen:
"I don't mind if you don't applaud, as long as you are having a good time". Hij besloot met “C.C. Rider”, “Whole Lotta Shakin’ Goin’ On” en “Great Balls Of Fire”, met grandioze piano- en gitaarsolo’s. Waarna hij, na enkele stramme buigingen richting zaal, terug de coulissen in schuifelde. Totaal uitgeput, dat was duidelijk te zien. Je vraagt je af waarom de man nog steeds blijft optreden.

En, hebben we genoten? Zeker! De pianosolo’s van Jerry Lee zijn steeds inventief, met de meest onverwachte wendingen en twists. Dit viel des te meer op omdat we zijn pianospel konden vergelijken met dat van zijn zuster.  Zijn stem is nog steeds dezelfde, alleen is de dynamiek ver te zoeken. Maar wat wil je? Wie had verwacht dat de man de meeste van zijn beroemde leeftijdsgenoten zou overleven? Zo’n gulzige levensstijl moet zijn tol eisen.
Blij dat we deze laatste kans om hem te zien optreden benut hebben. Laatste kans? Dat zei men vijf jaar geleden ook reeds…

Organisatie: Kursaal Oostende

Jack Peñate

Leuk, ontspannend en dansbaar avondje met Jack Penate

Geschreven door

Bij het horen van de muziek van de Londense singer/songwriter Jack Penate komen meteen volgende woorden naar boven: leuk, ontspannend, fris, luchtig, bruisend, dynamisch en charmant. In een goede vijftig minuten stelde Penate met z’n vierkoppige band songs voor van z’n twee cd’s ‘Matinée’ en ‘Everything is new’. Een kort, krachtig, ontstressend setje van fraai springerig en sfeervol popmateriaal met aanstekelijke, opzwepende ritmes.

Vanavond bereikte hij ons aan met de ideale muziek om de donkere avonden door te komen en het gure weer van de voorbije dagen even te vergeten; kortom, het ‘Piet-wat-heb-je-geleerd’ recept om je wintervakantie te starten.
Popmuziek als medicament om je zorgen te vergeten, want hij wou iedereen een fijne avond bezorgen, maar hij moest toch wel eerst verdomd veel moeite doen om het publiek warm te krijgen! Het duurde dus even voor de vonk oversloeg naar het publiek, die eerder genoot van die catchy (zomerse) pop, de uitzinnigheid van Penate op het podium en de meezingbare refreinen. De synths en de vrouwelijke backing vocals waren een duidelijke meerwaarde.
De rock’n’roll groove van “Spit at stars” uit het debuut ‘Matinée’ (2007) gaf meteen de juiste maat en tempo, gevolgd door het fris sprankelende “Everything is new”, titelsong van de huidige cd en “So near”. Net als de band kwamen we even op adem met het ingetogen “Every glance”. Maar Penate legde de klemtoon op ‘happy music’, zoals in de dansbare droompop van het opzwepende “Pull my heart away” (klassesong!), de drumbeats van “Let’s all die”, die door de ritmes kon gelinkt worden aan Vampire Weekend en Paul Simon’s ‘Graceland’, “Second minute or hour” was een regelrecht ‘60’s uptempo nummer en van de vaardige “Have I been a fool” en “Today’s tonight” ging het naar het broeierig opbouwende “I’ll be” en “Bodydown”, waarbij Jack de toetsen bespeelde. “Torn on the platform” kon wel de godvergeten doorbraaksingle zijn van ‘Matinée’ en verdient een duidelijke herkansing als men uitgeput lijkt met het huidig single aanbod.
De uitgelatenheid bracht hij in de bis terug aan met een uiterst dansbare en uitgesponnen “Be the one”, die door de diepe bastune de dansspieren sterk injecteerde.

Ondanks de korte set, overtuigden de fraai gearrangeerde, melodieus, relaxte dansbare popsongs, die zich nestelden in onze hersenspinsels. Van deze vrouwelijke Lily Allen konden we al fluitend in de regendruppels huiswaarts rijden. Tof concertje!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Crossing Border Festival 2009

Geschreven door

Crossing Border Festival 2009: bijzonder geslaagde eerste editie van het Crossing Border Festival met Patrick Watson en Monsters of Folk als uitschieters

Het Nederlandse Crossing Border Festival in Den Haag bestaat al sinds 1993 en brengt een mix van literatuur, muziek, en alles wat daar rond hangt zoals kortfilms en interviews met muziekjournalisten of fotografen. Crossing Border besliste om dit jaar ook in België dit festival te organiseren, en zo kwam het dat we naar een uitverkochte eerste editie van Crossing Border Antwerpen konden gaan in de Arenbergschouwburg.
De organisatie was er in geslaagd een fantastische affiche samen te stellen, die muzikaal zeker ver boven de programmatie van De Nachten uitstak, dat andere Antwerpse muziek- en literatuurfestival. Het zou dus kiezen worden, een beetje zoals op Pukkelpop dus, en slenteren tussen de grote zaal (omgedoopt tot La Zona Rosa) en de drie kleinere zalen. We kozen er voor om optredens volledig uit te zitten, en niet om zoals op Pukkelpop 25 minuten van een optreden mee te pikken om dan nog 30 minuten van een ander concert te gaan bekijken. Je zal hier dus geen verslagen vinden van Wild Beasts, The Antlers, Steve Earle of Madensuyu …

Het Crossing Border festival werd voor ons geopend door Mumford & Sons, een viertal uit Londen, die hun debuutalbum, ‘Sigh no More’, pas in oktober uitbrachten. Ondertussen is deze Engelse folkrock groep rond Marcus Mumford, opgepikt door de media en is het heel snel gegaan: de single “Little lion man”, met de fantastische zinsnede “But it was not your fault but mine, and it was your heart on the line, I really fucked it up this time, didn’t I my dear” zit bijvoorbeeld in heavy rotation op zowel Radio Eén als Studio Brussel. Een pluim dus voor de organisatie dat ze deze band opgepikt hadden nog voor ze goed en wel bekend waren. Marcus Mumford leek van ver wel een beetje op Greg Dulli van Afghan Whigs of Twilight Singers: stevig gebouwd en een Romeinse, lichte haviksneus. Naast de typerende banjo die in “Little Lion man” gebruikt wordt, hadden Mumford en Sons een ruime set instrumenten: staande bas, drums, gitaren en piano. Ook opmerkelijk is dat de muzikanten dikwijls van instrumenten wisselden en natuurlijk ook de a-cappella zang, die misschien wel niet zo hoog ging als bij Fleet Foxes, maar hoedanook de nummers naar een hoger niveau stuwde. Na vijfendertig minuten zat het optreden er op, maar we hadden alvast een eerste hoogtepunt van Crossing Border meegemaakt.

Over naar de grote zaal dan, waar we nog een nummer of drie van The Low Anthem konden meepikken. Volgens velen is ‘Oh my God, Charlie Darwin’ één van de beste albums van 2009. We pikten nog net drie totaal verschillende nummers mee, een honky tonk blues a la Tom Waits en twee mooie akoestische nummers, met onder meer het spooky geluid van crotales (een soort mini-cymbaaltjes op een rij), die met een strijkstok bespeeld werden.

Na deze twee klasse optredens, naar de Red Eye Fy zal dan, voor een korte fotoprojectie op beats van de Engelse rockfotograaf Kevin Cummins. Eigenlijk louter toevallig heeft Kevin Cummins een hele generatie van essentiële rockgroepen uit Manchester op de gevoelige plaat gelegd, van de late jaren zeventig tot de midden jaren negentig. We kregen dus mooie maar ook grimmige foto’s van onder meer The Buzzcocks, Joy Division, New Order, The Fall, The Smiths, The Stone Roses, Happy Mondays en Oasis en het wereldje rond de legendarische club ‘The Factory’ (zie ook de film ‘24 hour party people’). Cummins heeft eigenhandig mee de rockfotografie veranderd (een beetje zoals Anton Corbijn) en heeft ook een heel groot aandeel gehad in de iconografie van bands zoals Joy Division, door die groepen in ongewone poses af te beelden in het grauwe, door crisis geteisterde Manchester van de jaren tachtig. Tijdens het interview met de man kwamen we te weten dat die klassieke foto’s, eigenlijk niet bedoeld waren om langer mee te gaan dan de volgende editie van de New Musical Express, maar het is anders uitgedraaid. We maakten ons ook de bedenking, dat het grauwe, desolate Manchester van die tijd allang niet meer bestaat. Niettemin, een interessant interview en prachtige foto’s.

Patrick Watson zorgde voor het volgende hoogtepunt. De grote zaal was goed volgelopen, zodat we nog net een plaatsje vonden op het uiteinde van het balkon. Het grote voordeel daarvan was dat we bijna op het podium zaten, zodat we de man van heel dicht in actie konden zien. Deze dertigjarige Canadees, met de iconische pet en de zijden stem die soms aan Jeff Buckley doet denken, bracht in 2009 het album ‘Wooden Arms’ uit, nadat hij al eerder onder meer een belangrijk aandeel had in het album ‘Ma Fleur’ van Cinematic Orchestra. Veel nummers dus uit ‘Wooden Arms’, met onder meer uitschieters zoals “Big Bird in a small cage” en “Travelling salesman”. Intieme ballads werden afgewisseld met cabareteske nummers waar Tom Waits dus niet het alleenrecht op heeft. Zeker een hoogtepunt, wat ook bleek uit de staande ovatie van het publiek. Patrick sloot af met een a-capella “The man under the sea”, waarbij de micro op zij gezet werd en hij de zaal het refrein ‘the fish and the sea’ liet meezingen.

Na dit prachtige concert was het tijd om even te bekomen, een drankje, plus nog een stuk van de akoestische set James Yorkston meepikken, die niet echt kon overtuigen, ook al omdat de man zelf niet voor de volle honderd procent er voor ging.

The Bony King of Nowhere, de enige Belgische groep die we vanavond zouden zien, wist ons te overtuigen, door de warme klank, de stem van Bram Vanparys die wel wat van Nick Drake heeft, en de single “ Taxidream”. Toch wel een verrassend optreden, want de debuutplaat ‘Alas my love’, vonden we niks, vooral dan door het kale geluid op die plaat.

We wisten niet wat we moesten verwachten van Stephen Malkmus solo, net als Evan Dando vanThe Lemonheads, één van mijn jaren negentig indie-helden, maar net als Evan Dando, lid van de orde van de notoire valszingers. En ja, onze vrees leek bewaarheid te worden, de eerste drie nummers was het niet alleen de gitaar die vals klonk, ook de stem van Stephen Malkmus tuimelde ongegeneerd van de toonladders. Het was pas toen de man zijn bril afzette, en een pintje aangereikt kreeg, dat zijn stem en gitaarspel erop verbeterde. En toen kwam het toch nog goed, met een hele reeks briljante Pavement klassiekers zoals “Spit on a stranger”, “Trigger-cut/Wounded kite at :17”, “Heaven is a truck”, “We Dance” (“There is no castration fear”), waarbij rake observaties en complete onzinteksten elkaar afwisselden. Op het einde mochten de Pavement fans nog verzoeknummertjes aanvragen, zodat we nog getrakteerd werden op “Shady Lane” en “Range Life”. Hopelijk passeert de Pavement-reünie ook in België volgend jaar.

We zouden bijna vergeten dat er ook nog literatuur aan bod kwam op Crossing Border, maar door de overvolle muziekprogrammatie, hadden we eigenlijk weinig tijd om ook eens interessante schrijvers bezig te zien. De grote zaal zat overvol voor Monsters of Folk, maar eerst kregen we nog een korte opwarmer door Luuk Gruwez, die korte gedichten bracht waarin hij bommen op Kortrijk wou gooien (zijn geboortestad), reflecteerde over de dood van zijn vader, en het had over dikke mensen en moeders.

Monsters of Folk, begon om kwart na tien aan een marathonconcert van twee uur kwart (het was dus al goed maandagmorgen en werkweek toen het concert afgelopen was). Deze supergroep met Jim James van My Morning Jacket, Conor Oberst van Bright Eyes, M. Ward en Will Johnson van Centro-Matic/ South San Gabriel, had er zin in op de laatste avond van hun Europese tournee. De heren zaten net in het pak, en gingen stevig van start, het leek wel of we in Nashville op een concert van Billy Ray Cyrus beland waren, of in een country and western revue. Jim James leidde zijn boys in, en iedereen kreeg zijn kans om een stukje te zingen. Meest waren we gecharmeerd van de duetten tussen Jim James en M. Ward, want de combinatie van hoge falset met de groezelige stem van M. Ward werkte het best. Spijtig dat Will Johnson maar een nummer mocht zingen, want hij bracht het er schitterend vanaf. Conor Oberst moest het vooral van zijn teksten hebben, want zijn karakteristieke stem biedt weinig variatie. Het best was Monsters of Folk in de rustige folksongs, of in de mid-tempo harmonieën, zoals de triphopballade “Dear God”, waarin zowel Jim James, Conor Oberst als M. Ward een stuk van de zang voor hun rekening namen. De uptempo countryrockers kon ik minder smaken, omdat die songs gewoon minder sterk waren. Aangezien het concert meer dan twee uur duurde, kregen de individuele leden van Monsters of Folk ook de kans eigen solonummers te brengen. Een van de hoogtepunten uit eigen werk was beslist M. Ward’s “Chinese Translation” (What do you do with the pieces of a broken heart), waarna een warm applaus volgde.
Iets voor halfeen sloten Monsters of Folk de eerste editie van Crossing Border af met een razende slotsong waarin alle registers opengezet werden.

De eerste editie van Crossing Border was bijzonder geslaagd, dus volgende jaar mag het zeker opnieuw. Misschien moeten er dan wel een paar groepen minder geprogrammeerd worden, zodat er meer rustpunten zijn, en iedereen ook de literatuur en interview sessies kan meepikken.

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

A Place To Bury Strangers

A Place To Bury Strangers: stofzuigers zonder geluidsdemper

Geschreven door

Het trio A Place To Bury Strangers meende waarschijnlijk dat een vorm van ‘je m’en foutisme’ bij hun muziek hoort en legde dan ook de volgens hen nodige dosis arrogantie aan de dag door hun communicatie met het publiek volledig tot nul te herleiden. Geen woord kregen we, geen simpele hello of thank you. Gewoon opkomen, amper een uurtje spelen, en zonder commentaar terug weg, geen bis of wat dan ook. U mag het arrogant vinden, zij vinden het ongetwijfeld cool, want ze hebben het vroeger hun grote voorbeelden Jesus And The Mary Chain ook zien doen en die waren extremely cool, niet ?

Snoeihard en pokkeluid ramde APTBS hun noise en shoegaze vanaf een quasi onbelicht en in rook gehuld podium door de zaal. Enkel een zuinige schijnwerper richtte een dreigend wit, geel of rood licht de zaal in.
Nu goed, deze opzet paste eigenlijk wel bij hun sound, een wervelwind van donkere en wilde gitaarerupties en loden bastonen onder weinig verstaanbare duistere vocals. Voor wie een beetje vertrouwd was met ‘Exploding head’, het pas verschenen nieuwe album, waren er wel wat herkenbare momenten en sterke songs doorheen de noise te bespeuren. De plaat werd er dan ook bijna volledig doorgeramd via een onophoudelijke geluidsmuur met een duurtijd van 50 minuten en dat was het. Net als op het album werd er afgesloten met “I lived my life to stand in the shadow of your heart” dat uitmondde in een pijngrensoverschrijdende gitaarherrie.

Een wel heel kort concertje, niet onvergetelijk maar zeker ook niet slecht, want dit soort lawaai hadden we eigenlijk ook wel verwacht na het beluisteren van ‘Exploding head’, en wij houden nogal van dat plaatje. Wie geen oorbescherming mee had zit nu volgens ons met onherstelbare schade.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Seasick Steve

Heerlijke non nonsens blues met Seasick Steve

Geschreven door

Seasick Steve blijft niet bij de pakken zitten en maakt gretig gebruik van het onverhoopte succes dat hem nu al twee jaar te beurt valt. In februari zagen we hem nog aan het werk in de Brusselse AB in het kader van de promotie van zijn vorig album ‘I started out with nothing and still got most of it left’, een tournee die hem later op het jaar ook naar de grote festivals, waaronder Rock Werchter, zou brengen. Nu is er alweer een nieuwe overigens prima plaat ‘Man from another time’ waarmee Steve terug de hort optrekt.

Blijkbaar is in Frankrijk de hype rond zijn persoontje nog niet zo hoog opgelaaid, te merken aan de eerder matige opkomst in le Grand Mix in Tourcoing. Steve liet het niet aan zijn hart komen, integendeel. Nu hij het gewoon is om voor uitverkochte zalen te spelen, vond hij het toch bijzonder interessant om nog eens als vanouds in een kleinere club, die dan nog maar halfvol was, zijn duivels te ontbinden. Hier kon hij zich tenminste nog eens volledig uitleven en hij maakte dan ook van de gelegenheid gebruik om zich even tussen het publiek te begeven en aldaar een lekker potje boogie te spelen.
Tourcoing ging dan ook volledig door de knieën voor deze onweerstaanbaar sympathieke ouwe man die onwaarschijnlijke klanken haalde uit de meest primitieve gitaren. Nou ja, gitaren, een sigarenkist en een houten plank met maar één snaar zullen we voor ’t gemak ook maar gitaren noemen. Uit dat laatste ding puurde hij trouwens op geniale wijze de uiterst stomende boogie “Diddley Bo”.
Steve had ook twee trouwe vrienden meegebracht. De eerste was een krachtige en bij momenten wilde drummer die de ideale aanvulling was voor diens rauwe sound, de tweede een goeie ouwe fles Jack Daniels. Een mens moet zo zijn vrienden weten te kiezen.
Heerlijk ook hoe Steve zijn bluessongs telkens inleidde met fijne, uit het leven gegrepen, verhalen. Naast een opmerkelijke gitaarspeler (misschien wel beperkt, maar wel uniek) en een begenadigd blueszanger, is hij vooral ook een zeer entertainende storyteller. Zijn verhaal die “Chiggers” aankondigde, een song over ellendige motherfuckers van beestjes die vreselijke jeuk veroorzaken, was verdomd geestig en de song zelf was werkelijk fenomenaal en rolde als de beesten. Ook de boogie krakers “Thunderbird” en “Never go west” rockten als opgefokte dekstieren, maar Steve kwam ook met een paar wondermooie rustpunten op de proppen. Voor het pareltje “Walking man” nodige hij een dame uit om op het podium naast hem van die heerlijke song mee te genieten (de vrouw in kwestie was trouwens speciaal voor Steve helemaal van het verre Newcastle overgekomen) en samen met de wonderlijke verschijning Amy Laverge (ze lurkte eerst even flink aan de whiskey en kwam daarna met een hemelse stem tevoorschijn) speelde hij een bloedmooie versie van de Hank Williams klassieker “I’m so lonesome I could cry”. Prachtig.
Steve eindigde als verwacht zijn set met een spetterend “Dog house boogie” waarbij hij, na een alweer aangrijpend verhaal midden in de song, op het einde gans de zaal aan het zingen kreeg.

Dit was een onvergetelijk concert waarmee een uiterst goedlachse Seasick Steve zich letterlijk terug onder de mensen begaf. Fantastische man.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Zion Train

Het muzikale leven volgens Zion Train …stomend feestje

Geschreven door

Het Britse Zion Train onder de tandem Neil Perch (DJ/bassist/producer/ knoppenfreak) en de zanger Molara, aangevuld met hun vaste twee blazers, zijn al twintig jaar lang de onvervalste pioniers van de dubreggae/dancehall/rave. Ze hebben een eigen herkenbare sound ontwikkeld en zijn een begrip geworden. Om even te situeren het doorgebroken Buraka Som Sistema haalde voor z’n ‘kuduro’ de mosterd bij deze heren, en van de jaren ’90 onthouden we de worldreggae en –ragga van Transglobal Underground, Banco de Gaia, Suns of Arqa, African Headcharge, Loop Guru en de indietabla’s van Asian Dub Foundation, Talvin Singh, Nitin Sawhney en het onlangs her-geformeerde Cornershop. Voor een paar concerten kwam Zion Train langs in ons landje, wat meteen hoog aangestipt werd door elke gerenomeerde reggaefreak.
Op hun live optredens zorgen zij steevast voor een stomend feestje en wordt het soberder en avontuurlijker geluid van op plaat kracht bijgezet, wat ons brengt tot een venijnig groovy, dansbare sound. In hun intrigerende sound klonk de ‘mishmash’ van world, trance, breakbeats, 2step drum’n’ bass, elektronicableeps en techno beats door. De diepe basses op z’n Jah Wobbles en de overdubte rapzang gaven hierbij de toon.
Een kleine twee uur lang werden we in deze unieke dance getrokken en ging een uitverkochte 4ad uit zijn dak. “Jah holds the key”, “Follow like wolves” en “War on Babylon” vormden de finalereeks, nadat de klemtoon kwam te liggen op de remixreeks van hun recente ‘Live as one’, die in 2007 een reggae Gramma Award wegkaapte.

Respect voor deze veertig- vijftigers (?), die naast de doorwinterde reggaeliefhebber de jonge, jeugdige proever naar zich toe wist te trekken!

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Alice In Chains

Alice In Chains: vergane glorie van weleer herleeft

Geschreven door

Zeven jaar na het overlijden van grunge-icoon en frontman Layne Staley en veertien jaar na hun laatste studio-album kwamen de Seattle rockers van Alice in Chains hun 'nieuwe' zanger en comebackalbum 'Black gives way to blue' voorstellen in een uitverkochte Trix. In 2006 werd de nieuwe rekruut, William DuVall (ex-Comes with the Fall), al enthousiast onthaald middels een meer dan degelijke passage op Graspop. De verwachtingen waren dus hooggespannen.

Er werd afgetrapt met het epische"Rain when I die" van doorbraakalbum en meesterwerk 'Dirt'. Meteen werd duidelijk dat het met de vocale prestaties wel in orde was. De power en het bereik van DuVall waren minstens even opzienbarend als zijn voorganger. Het stemgeluid had natuurlijk wat weg van Layne, maar hij was geen karikatuur van de man. Hij behield zijn identiteit. Met het stuwende "Again" en het snedige "Them bones" werd het tempo hoog gehouden. Het publiek was duidelijk onder de indruk van de verrichtingen. DuVall profileerde zich als een volwaardig bandlid en als de meest charismatische figuur op het podium. Hij genoot zichtbaar van de oprechte reacties.
Het bezwerende "Dam that river" en de recente sfeervolle single, "Your decision" volgden. "Check my brain" met killer riff en catchy refrein deden de temperatuur nog wat stijgen. Bassist Mike Inez en drummer Sean Kinney vormden een solide en goed op elkaar ingespeelde ritmesectie. Daarna kwamen twee songs van het debuut 'Facelift' aan de beurt: "Love, hate, love" kreeg een indrukwekkende en intense vertolking en het zwaar groovende "It ain't like that" deed daar niet voor onder. Cantrell liet zijn gitaar zwaar ronken bij het logge en slepende "A looking in view". Hier was Black Sabbath niet ver weg. Niettemin bijzonder straf.
Er werd even gas terug genomen met een akoestisch intermezzo: "Down in a hole", "No excuses" en "Black gives way to blue". De vocale tandem Cantrell-DuVall bleef goed overeind. De prachtige samenzang en harmonieën herinnerden ons aan de MTV-Unplugged sessie uit '96. Voor velen een absoluut hoogtepunt.
Het moddervette en grimmige"God am", het dissonante "Acid bubble", het duistere "Angry chair" en het onverslijtbare "Man in the box" besloten het eerste deel van de set. De aanwezigen hadden merkbaar nog niet genoeg gekregen en schreeuwden om meer.
Dit kregen ze dan ook. De bisronde werd geopend met het midtempo en melodieuze "Lesson learned". De onvermijdbare en tijdloze hymnes "Would?" en "Rooster" deden de zaal nog een laatste keer ontploffen en werden als één stem luidkeels meegezongen. Dit blijven fenomenale nummers die zorgden voor euforische reacties.
Spijtig genoeg was dit ook het einde van een memorabel optreden. Bandleider Jerry Cantrell was zichtbaar onder de indruk van de sterke respons en nam uitgebreid afscheid van het Belgische publiek met de woorden "Thanks, we needed you!". Daar kunnen we volmondig en zonder enige twijfel op antwoorden: "We needed you too!"

Dit was een herboren groep die bewees nog niet afgeschreven te zijn Alice In Chains klonk als een klok, misschien zelfs beter dan voorheen. We hopen dat ze volgend jaar ons Belgenlandje nog eens aandoen. We zullen alvast present zijn!

Setlist:  Rain when I die – Again - Them bones - Dam that river - Your decision - Check my brain - Love, hate, love - It ain't like that - A looking in view - Down in a hole - No excuses –Black gives way to blue – God am - Acid bubble - Angry chair – Man in the box
Bis: Lesson learned - Would? – Rooster

Organisatie: Rocklive (ism Trix, Antwerpen)


Deep Purple

Deep Purple – Monument nog steeds van de sloophamer te vrijwaren

Geschreven door

Nu dat we amper een maand verwijderd zijn van de kerstperiode maken de eerste  muzieklijstjes traditiegetrouw hun opwachting. Of het nu gaat om de geschreven pers dan wel om radio of televisie, elkeen pakt graag uit met een klassement van nummers of albums die naar hun oordeel of dat van hun publiek tot de beste in hun genre worden beschouwd. In de categorie ‘memorabel, onverslijtbaar en tijdloos’ ontbreekt Deep Purple nooit op het appel. Hun onvervalste klassieker “Child In Time” (1970) positioneert zich namelijk steevast in de bovenste regionen, en dit in het gezelschap van andere minutenlange epossen als Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’ en Led Zeppelin’s ‘Stairway To Heaven’. Ook “Smoke On The Water”, voorzien van één van de meest efficiënte oerrifs uit de muziekgeschiedenis, dient hiervoor niet onder te doen, zeker omdat op dit nummer nagenoeg iedere rockliefhebber wel eens uit de bol is gegaan, daarbij dansend en/of gitaarspelend (of het daarbij een echte dan wel een luchtgitaar betrof, moet u maar voor uzelf uitmaken).

Wel, dié Deep Purple stond donderdagavond in de Lotto Arena. Opnieuw bleek dat de groep nog steeds mag rekenen op een vaste fanbasis van alle leeftijden. Ook al hield de ‘Rapture Of The Deep’ wereldtournee die in 2006 startte ter promotie van het gelijknamige 18de studioalbum, de voorbije vier jaar telkenmale halt in ons land en hebben ze sinds die plaat geen nieuw werk uitgebracht, dit belette hen niet om de Lotto Arena opnieuw vrijwel helemaal uit te verkopen. Dat in een tijdsspanne van ruim 40 jaar Deep Purple een stevige livereputatie heeft opgebouwd, zal hier niet vreemd aan zijn.
Maar net als zoveel groepen met een lange staat van dienst heeft ook de groep in het verleden met diverse perikelen te kampen gehad. Vooral qua personeelswissels heeft Deep Purple een bewogen carrière achter de rug, in die mate dat de bezetting die in Antwerpen aantrad, al de 8ste in de reeks is.
Het enige lid dat de woelige stormen heeft overleefd en er van het prille begin in 1968 bij was, is drummer Ian Paice. Zanger Ian Gillan en bassist Roger Glover kwamen pas het jaar nadien over van Episode Six (en verlieten op bepaalde ogenblikken zelfs Deep Purple om nadien terug te keren), terwijl gitarist Steve Morse en toetsenist Don Airey veel recenter de groep kwamen vervoegen. Morse (ex-Kansas, Dixie Dregs en Steve Morse Band) verving in 1994 Ritchie Blackmore, terwijl Airey – die meegewerkt had aan platen van klinkende namen als onder meer Cozy Powell, Gary Moore, Ozzy Osbourne, Judas Priest, Black Sabbath, Jethro Tull, Whitesnake, en Rainbow - in 2002 de plaats innam van Jon Lord die zich op andere projecten wou gaan toeleggen.
In deze vorm blijkt Deep Purple opnieuw een solide en goed op elkaar ingespeelde formatie te zijn. Dit werd meteen duidelijk bij opener “Highway Star” uit ‘Machine Head’ (1972), dat samen met ‘(Deep Purple) In Rock’ wellichte tot hun beste studioalbums mag gerekend worden. De goedgeluimde groep trok meteen alle registers open en Morse en Glover gingen harmonieus aan de haal met hun gitaren.
Natuurlijk volgde de ene na de andere, nog steeds vitale oudjes uit de 70’s. Zo waren er onder meer uitstekende versies van het psychedelisch getinte, door Airey van mooie orgelklanken voorziene “No One Came” en “Fireball” (uit het gelijknamige album uit 1971) en uit ‘Machine Head’ werden ook nog het bluesgetinte “Maybe I’m A Leo”, het opzwepende “Space Truckin'” dat door Glover een extra basintro kreeg aangemeten, en “Smoke On The Water” geput. De teksten van deze laatste zijn gebaseerd op de brand die uitbrak tijdens een concert van Frank Zappa And The Mothers Of Invention en die het casino van Montreux helemaal in vlammen deed opgaan. De geprojecteerde beelden spraken voor zich en beklemtoonden dat het nummer in tegenstelling tot het casino, nog steeds onverwoestbaar is.
Enkel bij het al even straffe “Strange Kind Of Woman” vielen er bij aanvang wat ouderdomstekenen te bespeuren doordat de blootsvoetse Gillan moeite had om alle (hoge) tonen even expressief te halen. Ook klonk het gitaarspel van Morse daarbij iets te afgeborsteld.
Wie dacht dat het concert een opeenstapeling van hun bekendste nummers zou zijn, werd verrast door enkele minder voor de hand liggende momenten. Zo zat helemaal vooraan de set “Things I Never Said” dat een bonus track is op de Japanse versie van ‘Rapture Of The Deep’ en nadien werd ook nog het instrumentale “The Well Dressed Guitar”, een outtake van het ‘Bananas (2003)’ album, gebracht.
Met het jazzy en bluesy “Wring That Neck” (uit ‘
The Book Of Taliesyn’, 1968) werd de toeschouwer zelfs helemaal teruggeslingerd in de tijd want de opname gebeurde nog vooraleer Gillan bij Deep Purple de zang overnam van Rod Evans. Mooi hierbij was het gitaarspel van Morse dat middenin het nummer duelleerde met de orgelklanken van Airey.
Jonger van leeftijd waren het zware, progressief opbouwende
“The Battle Rages On” (uit het gelijknamige album, 1993), het zich via onderliggende Oosterse klanken voortbewegende “Rapture Of The Deep” en de minder beklijvende ballade ‘Wasted Sunsets’ (uit ‘Perfect Strangers’, 1984).
Virtuoos Steve Morse mocht zich vooral in het drieluik “Contact Lost” (een instrumentale track uit ‘Bananas’), het reeds aangehaalde “The Well Dressed Guitar” en “Sometimes I Feel Like Screaming” (uit ‘Purpendicular’, 1996) letterlijk en figuurlijk in de spotlights spelen. Dat Deep Purple met hem een fantastische gitarist in de rangen heeft, daar twijfelt niemand aan maar het gebeurde wel eens dat de grens tussen pracht en overdaad bijzonder nauw werd. Ter compensatie kregen ook de andere
groepsleden hun eigen gloriemoment toebedeeld toen ze solerend hun kunde mochten tonen. Airey bijvoorbeeld mocht duidelijk maken waarom hij een veelgevraagd studiomuzikant is en Lord opvolgde.
Als toegift werden twee covers gespeeld, met name een stukje “Green Onions” (Booker T. & The M.G.’s) dat vlekkeloos overging in “Hush”, het eerste commerciële succes ooit voor Deep Purple. Met dit door Joe South geschreven nummer scoorde Billy Joe Royal in 1967 een bescheiden hitje maar de versie van Deep Purple (het jaar nadien), is veel bekender geworden.
”Black Night” (1970) blijft nog steeds een publiekslieveling en fungeerde als terechte afsluiter van de avond. Een uitgebreide basintro door Glover, goede zang door Gillan, de herkenbare gitaarrif gespeeld door Morse (waarin zelfs een passage te horen viel die bijzonder veel verwantschap toonde met “Love Rollercoaster” van de Ohio Players), het mooi aanvullende orgelgeluid van Airey en dit alles vooruitgestuurd door de rake drumslagen van Paice: het zat er allemaal in vervat en het refrein bleef ook na het 1u45’ durende concert door de gangen van de Lotto Arena nagalmen.

Deep Purple onderstreepte nog maar eens hun grote invloed en bestaansrecht. Bij monde van Gillan lieten ze weten niet van plan te zijn het hierbij te laten. In februari 2010 zou een nieuw studioalbum verschijnen. We zijn benieuwd of ook dan het vijftal op een Belgisch podium te zien zal zijn.

Setlist: Highway Star, Things I Never Said , Maybe I'm a Leo, Strange Kind Of Woman,,Wasted Sunsets, Rapture Of The Deep, Fireball, Contact Lost, The Well Dressed Guitar, Sometimes I Feel Like Screaming, Wring That Neck, No One Came, The Battle Rages On, Space Truckin', Smoke On The Water
Green Onions, Hush ,
Black Night

Organisatie: Live Nation

Pagina 855 van 966