logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
dEUS - 19/03/20...

Slim Cessna

Slim Cessna’s Auto Club: Praise the Lord

Geschreven door

Het curriculum vitae van Kid Congo Powers ziet er zonder meer indrukwekkend uit. Lid geweest van The Gun Club en The Cramps, gitaar gespeeld op het absolute meesterwerk ‘The good son’ van Nick Cave en verder talloze andere collaboraties, o.m. met Divine Horsemen, Angels Of Light, Legendary Stardust Cowboy, The Knoxville Girls en Speedball Baby. En toch ziet de man er niet echt rock-'n-roll uit en leek hij eerder op een gesjeesde dichter met wat teveel tequila op. Met zijn Pink Monkey Birds bracht hij aangename rustig voortkabbelende rock waarin hij niet zelden de broeierige sfeer van het zuiden opzocht. Een echte zanger kan je hem bezwaarlijk noemen, meestal debiteerde hij zijn teksten, een beetje zoals André Williams dat doet. Het verleden werd niet uit de weg gegaan en we hoorden een wat mislukte interpretatie van "Sex beat" (The Gun Club) naast een dan weer zinderende ode aan Poison Ivy en The Cramps. Slecht was het zeker niet maar toch een beetje te tam om een zaal als de 4AD naar het kookpunt te brengen.

Er zat behoorlijk meer snee op Slim Cessna's Auto Club. Deze band uit Denver, Colorado kreeg vorig jaar met hun zesde (!) cd ‘Cipher’ (uit op Jello Biafra's Alternative Tentacles) onverwacht heel wat media aandacht. Het meesterwerk dat sommigen erin hoorden was het zeker niet maar de talloze goede liverecensies in de Amerikaanse pers (sommigen hadden het zelfs over de beste live act van Amerika) maakten me toch wel heel benieuwd. En op het podium klonk het inderdaad nog een stuk opzwepender. Alles draait rond het charismatische duo Slim Cessna en Jay Munly, twee lange bleke cowboys die zó de hoofdrollen in ‘Brokeback Mountain’ hadden kunnen krijgen. Met veel zin voor het theatrale bestookten ze ons met hilarische teksten waarin de heer regelmatig opdook. Maar in tegenstelling tot 16 Horsepower waarmee de groep regelmatig vergeleken wordt werd Jesus hier verre van serieus genomen. De rest van de Club bestond uit vier schitterende muzikanten (lap steel, staande bas, drums, gitaar/banjo) die connecties hebben met 16 Horsepower en Delta 72. Hun muziek laat zich nog het best omschrijven als americana met een flinke punkinjectie.
Heerlijk concertje maar onvergetelijk? Toch niet, daarvoor huppelde het net iets teveel en miste ik een beetje de ware spirit van de Amerikaanse folk.
.. En gans de avond stond bovendien wat in de schaduw van het net uitgelekte nieuws dat de Gories/Oblivians reünietour zijn weg nu toch zal vinden naar Diksmuide (op 13 juli) …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Paul Kalkbrenner

Energieke DJ gig van DJ Paul Kalkbrenner

Geschreven door

2009 WORDT het jaar van DJ Paul Kalkbrenner. Hij verzorgde de soundtrack en speelde een hoofdrol in de film ‘Berlin Calling’; de single "Sky and Sand" betekende de doorbraak en wordt nu zowat overal grijsgedraaid. Een reden te meer waarom deze sympathieke Duitser de laatste tijd zoveel in ons land vertoeft. Hij stond een weekje eerder op het podium van het Karma Hotel festival in Oostende waar hij de klemtoon legde op een trancy psychedelisch setje.
In de Petrolclub te Antwerpen was hij de perfecte DJ op de ideale locatie. Een goed gevulde zaal zag en voelde het bewijs dat deze DJ, na ruim tien jaar op de achtergrond te hebben gewerkt, momenteel bij de groten van de hedendaagse elektro-scène mag gerekend worden. Hij creëerde een uitzinnig danslandschap door z’n energieke live-set. Een aanstekelijke sound, die door de gepaste opbouw, inwerkte op de dansspieren en waarin plaats was voor emotie en romantiek.

Ben Klock is ook afkomstig uit Berlijn, collega en vriend van Kalkbrenner én resident DJ in ‘Berghain, de technotempel bij uitstek. Hij bracht een gedreven technoset, straight forward, met een knipoog naar de Amerikaanse dance-scene. Een ‘fantasmatische’ gig na Kalkbrenner.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

 

Razorlight

Overtuigende popband Razorlight

Geschreven door

Razorlight kwam met ‘Slipway Fires’ haar derde en tot nu toe meest toegankelijke plaat voorstellen in een uitverkochte AB. Opmerkelijk was dat het Brits-Zweedse viertal, dat voor de gelegenheid was aangevuld met een toetsenist, pas halverwege de set volop songs begon te plukken uit het nieuwe album. Met achtereenvolgens de nog steeds aan subtiliteit groeiende single “Wire To Wire” en het naar een climax opstuwende “Blood For Wild Blood” illustreerde Razorlight ook live de nieuwe koers die ze op ‘Slipway Fires’ inslaan: minder catchy gitaardeuntjes dan op het voorgaande titelloze album ‘Razorlight’, meer songs die opgebouwd zijn rond de vocalen van zanger Johnny Borrel. Geen slechte keuze als je weet dat deze charismatische frontman over een meer dan begenadigde stem beschikt.

Eerder had de groep al een verschroeiende start genomen met het aan The Police schatplichtige “Back To The Start”, het door de talrijk opgedaagde Britse jongedames extatisch onthaalde “In The Morning” en het naar een Libertines verleden ruikend “Stumble And Fall”. Wou Razorlight weerwraak nemen voor de soms als pathetisch en te gepolijste bekritiseerde sound van haar jongste worp? Nog vóór de eerste noot ingezet werd sloopte zanger Johnny Borrel de korte mouwtjes van zijn shirt nog verder op en deed hij meermaals tijdens de gebalde set denken aan de frontman van U2. Aan de jonge, energieke Bono ten tijde van ‘Under A Blood Red Sky’ welteverstaan, niet aan het pafferige mannetje met boxershirt dat we onlangs nog zagen opduiken op strandfoto’s in diverse kranten.
Door zijn denigrerende (ironische?) opmerkingen over het oeuvre van levende legende Bob Dylan was Johnny Borrel nog vóór zijn debuut al persona non grata bij een groot deel van de (vergrijzende) muziekjournalistiek. Met het solo ingezette “60 Thompson” en het heerlijke “Hostage Of Love” tijdens de bisronde bewees Razorlight evenwel opnieuw een uitstekend songschrijver in huis te hebben.
Toegegeven, nummers als “Burberry Blue Eyes” en “Tabloid Lover” klonken net als op de nieuwe plaat ook live te weinig geïnspireerd. Toch zat je na het concert jezelf af te vragen waarom de melodieuze popsongs van één van de betere hedendaagse groepen van over het Kanaal deze zomer geen prominente plaats gekregen hebben op de affiche van het beste festival ter wereld.

Organisatie; Ancienne Belgique, Brussel

A Storm Of Light

De geluidsbrij en lichtschuwte van A Storm Of Light

Geschreven door

Het Amerikaanse A Storm of Light kwam vorig jaar al langs op Pukkelpop (net gemist luidde het dan) en waren nu te zien voor twee concerten in ons landje. De band plaatst zich binnen de ‘alternative’ sound van postmetal, sludge, doom, drone, noise en fuzz. En in hun loodzware sound horen we zelfs een vleugje psychedelica. Het trio heeft ‘visual director’ Josh Graham achter zich , die al z’n strepen verdiende bij Neurosis en Red Sparowes.
Ze creëerden een muzikale wereld van opbouwende krachtige gitaarloops, fuzzende en noisy pedaaleffects, logge, monotone, slepende en bezwerende repetitieve (drum) ritmes en een diep dreunende bas, onder een haast onverstaanbare rauwe en zweverige zang.
A Storm Of Light refereerde ook nauw aan Justin Broadrick’s Godflesh, Michael Gira’s Swans en ons AmenRa. Op het podium zagen we traag lopende projecties van vulkaanuitbarstingen, stromende lava, woeste golven, ijsschotsen, poollandschappen en stofwolken.
Een uur lang ondergingen we de grauwe emotionele schoonheid van hun harde, meedogenloze en oorverdovende geluidsbrij. Lichtschuwte en A Storm Of Light waren met elkaar verbonden.

Een dreigende spanning ervaarden we ook bij het Belgische Kiss the anus of a black cat. Pathetische dreigende ‘dark’folk, onder de helder getormenteerde zang van gitarist Stef Heeren. Live klonk de band directer dan op plaat, waar de klemtoon ligt op meeslepende dramatiek en mystiek. Het kwartet nestelt zich ergens tussen The men they couldn’t hang, The Whiskey Priests, Woven Hand en My Morning Jacket. Het recente ‘The Nebulous Dreams’ stelden ze uitgebreid voor. Een band die niet misstaat in de clubtents van (folk)festivals …

Organisatie: VK Sint-Jans Molenbeek

Antony & The Johnsons

The crying light

Geschreven door

Antony Hegarty – aparte meneer – aparte zang – apart popgeluid –aparte cd hoes. Darmee is veel gezegd … een formule van gevoelige, klassieke ‘kamer’pop gebaseerd op het intense pianospel van Antony en een sobere begeleiding van viool, flutes, strijkers en een softe percussie in een toepasselijk decor van jaren ’30 geportretteerde figuren, dito klederdracht.
’The crying light’ is de langverwachte opvolger van ‘I am a bird now’. Eind vorig jaar hoorden we nog een tip van de sluier door de EP ‘Another world’, waarvan enkel de titelsong op de full cd is terug te vinden. We horen overwegend een innemende, tedere, breekbare, broze sound van prachtsongs waaronder “Epilepsy is dancing”, “One dove”, “Another world” en “Daylight and the sun”. Op “Aeon” en het afsluitende “Everglade” klinken weelderige arrangementen door, en op “Dust and water” stoeit hij met soundscapes. Z’n zachte, hoge vocals intrigeren en beklijven, en bieden een sterke emotionele waarde aan de songs.

Beirut

March Of The Zapotec/Realholland People

Geschreven door

Toen eind 2007 ‘The Flying Club Cup’ uitkwam werd Beirut op slag beroemd. De single “Nantes” werd grijsgedraaid. Bij ons was ook de tijd van de eerste editie van Music For Life en “Nantes” werd het meest aangevraagde nummer van het evenement. Zach Condon, de singer-songwriter was zo overweldigd door het plotse succes dat hij abrupt zijn wereldtournee afzegde en ging bezinnen in Mexico. De muzikale duizendpoot (of miljoenpoot) kon niet stil blijven zitten en nam daar met de Jimenez Band, een 19-koppige Mexicaanse ‘funeral band’, enkele liedjes op. Toen hij terug thuis kwam, nam hij nog enkele nummers op in zijn eigen studio. Het resultaat: ‘March of the Zapotec and Realholland People’.
’March of the Zapotech’ is de eerste LP met het folkloristische Mexicaanse gedeelte. Het telt vijf nummers (zes als je de intro meetelt) en brengt de muziek die we gewoon zijn van Beirut. “La Llorona”, “My Wife”, “The Akara” en “The Shrew” zijn stuk voor stuk feel-good-nummers om vingers en duimen bij af te likken. Het melodramatische “On a Bayonet” hoort minder goed bij de rest maar is daarom zeker niet minderwaardig.

’Realholland People’ is de verrassende tweede LP. Geen volkse of minder gebruikelijke instrumenten, maar elektronische muziek die aan de jaren ’80 herinnert. “My Night with the Prostitute of Marseille” is het beste liedje van deze LP. “The Concubine” is ook prachtig, maar lijkt ons een vreemde eend in de bijt. Je zou bijna kunnen zeggen dat “The Concubine” op de eerste LP thuishoort. “No Dice” is een onnodige elektronische cover van “A Sunday Smile” die op ‘The Flying Club Cup’ stond. “Venice” en “My Wife, Lost in the Wild” zijn ietsje te duf.

Zach Condon levert hier een vreemde dubbel-LP af die misschien beter in twee delen zou verkocht worden. Het eerste deel zal de fans van het eerste uur zeker aanspreken en tevreden stellen, maar het tweede deel moeten ze er dan wel bijnemen.

Neil Young

Fork in the road

Geschreven door
’Rock’n’roll will never dies’ … woorden gegrift in ons geheugen van de onvermoeibare rockveteraan Neil Young. Hij slaagt er nog steeds in met een tweede generatie Crazy Horse leden en vrouwlief Pegi zorgvuldige en intens broeierige retrorock te bieden. ‘Fork in the road’ is één van z’n betere cd’s van de laatste jaren; een afwisselende plaat van bezielde strakke rock. En deze keer horen we geen uitgesponnen nummers die het begeesterende gitaarspel van deze rockicoon onderstrepen; enkel de titelsong overstijgt de vijf minuten grens. In de tien songs wordt z’n interesse voor antieke auto’s liefdevol bezongen. Z’n countryroots verloochent hij niet in het intieme “Light a candle”, die samen met “Off the road” de sfeervolle songs zijn op de plaat. Voor de rest horen we onderhouden gitaarrock om U tegen te zeggen, waaronder “When worlds collide”, “Johnny magic”, “Cough up the bucks” en de titelsong, onder mans doorleefde zang.

The Pains Of Being Pure at Heart

The Pains Of Being Pure at Heart

Geschreven door

2009 biedt met A place to bury strangers, Crystal Antlers, Glasvegas en Vivian Girls een duidelijke revival naar de ‘90’s shoegaze van Swervedriver, My Bloody Valentine en Ride. ‘Nu-gaze’ luidt het credo! Maar in dit genre zijn we heel sterk onder de indruk van het beloftevolle NY-se kwartet The Pains Of Being Pure at Heart.
Zij weten op hun debuut op gepaste en gevatte wijze de shoegaze te combineren met de fuzz van Jesus & Mary Chain, ‘80’s The Smiths, de ‘90’s dromerige grungepop van Teenage Fanclub en de waverock van Editors. De klemtoon komt op een bedreven en meeslepende emotionele rocksound onder de zweverige zang van Kip Berman (zang/gitaar) en Peggy Wang-East (zang/keyboards). Luister maar eens naar “Come saturday”, “This love is fxx right”, “Everything with you” en het afsluitende “Gentle sons”. De band heeft de kunst goede, opbouwende popsongs te schrijven als opener “Contender”, “Young adult friction”, “Stay alive” en “Hey Paul”. Ook durven zij gas terugnemen , want een verademing binnen hun snedig rockconcept is “Teenager in love”, de ideale lover tienerdroom.
Het kwartet heeft zowaar een schitterende, afwisselende plaat uit, en slaagt erin om diverse invloeden van twintig jaar ver in een eigen unieke, overtuigende rocksound om te buigen!

Domino 2009: The New Wine, The Invisible, Micachu And The Shapes en The Whitest Boy Alive - The Whitest Boy Alive bouwt feestje op Domino 2009

Geschreven door

The Whitest Boy Alive mocht afgelopen dinsdag een alweer geslaagde, 13de editie van het Dominofestival afsluiten. Gedurende 7 avonden werd de AB ondergedompeld in een mix van te ontdekken groepen en klanken en tot op het laatst kreeg men de mogelijkheid te proeven van enkele nieuwigheden. Met The New Wine, The Invisible, Micachu And The Shapes en The Whitest Boy Alive stonden op de finaleavond namelijk niet minder dan vier groepen geprogrammeerd, de eerste twee maakten zelfs hun debuut op een Belgisch podium.

Het Noorse The New Wine werd door The Whitest Boy Alive gevraagd om tijdens de gehele tournee het voorprogramma te verzorgen en bijgevolg stonden ze ook in de AB geprogrammeerd. Op het ogenblik dat de vier jongeren uit Bergen aan hun set begonnen, kwam het publiek nog geleidelijk de grote zaal binnengewandeld maar Stian Iversen (gitaar/zang), Johan Hatleskog (basgitaar), Geir Hermansen (synthesizer/percussie) en Adrian SØgen (drums) lieten het niet aan hun hart komen en zetten met hun vrolijk aandoende nummers vol opzwepende elektropop, dansbare beats en de bij 80’s Italo Disco aanleunende rifjes al meteen aan tot heupwiegen. Het deed ons bij momenten vooral denken aan onder meer Tahiti 80, Phoenix of Chromeo maar bovenal leunde het erg dicht aan bij jawel, … The Whitest Boy Alive. Niets nieuws of wereldschokkend maar volstrekt passend bij het mooie lenteweer. The New Wine werkt volop aan een eerste album maar enkele nummers kunnen nu reeds in demoversie beluisterd worden op hun MySpace.

Hoewel ook The Invisible voor de eerste maal te zien en te horen was op een Belgisch podium, zijn de muzikanten die deel uitmaken van dit trio echter niet aan hun proefstuk toe. Gitarist/zanger Dave Okumu maakte deel uit van Jade Fox en verleende zijn medewerking aan onder meer Matthew Herbert, bassist/zanger Tom Herbert deed hetzelfde bij Acoustic Ladyland, Jade Fox en Polar Bear, terwijl Leo Taylor al gedrumd heeft bij onder meer Gramme, Zongamin, Matthew Herbert, Bugz in the Attic, Hot Chip en Nitin Sawhney.
Sinds 2006 spelen ze ook samen als The Invisible en het gelijknamige, uitstekende debuut van deze Londenaars verscheen  recent op Accidental Records, het label van Matthew Herbert die ook meteen de productie van de plaat op zich nam. Hij zorgde mee voor een broeierige, zwoele en donkere sound met flarden soul, funk, jazz, rock en Afrikaanse ritmes. Zelf typeren ze hun muziek als Experimental Genre-Spanning Spacepop maar over het kanaal ziet de pers voor The Invisible eerder een rol weggelegd als Britse tegenhanger voor TV On The Radio.
Live kwam dit alles iets minder krachtig en doeltreffend over. Waar de zachte, soulvolle stem van zanger Dave Okumu op plaat mooi zweeft boven en tussen de instrumentatie, was deze in de AB meer onderdrukt en kwam het concert als geheel iets minder beklijvend over. De drie groepsleden werden op het podium bijgestaan door een keyboardspeler en er zou kunnen verwacht worden dat dit het geluid nog voller en steviger zou maken maar dit bleek niet het geval te zijn.
Na een kort instrumentaal stukje werden meteen de twee singles “Monster’s Waltz” en “London Girl” (met een soort gitaarrif waarop Nile Rodgers een patent heeft) gebracht en deed de muziek gaandeweg meer vergelijkingen oproepen met !!! en Foals. Naar het einde toe nam The Invisible wat gas terug via zachtere nummers als “Baby Doll” en “Passion” om na drie kwartier af te sluiten met “Jacob & The Angel” mondde uit op enkele solo’s.  
Het was zeker goed te noemen maar we misten toch wel dat extraatje om het bijzonder te noemen, mede omdat de impact van de melodieuze climaxen vaak ontbrak. Er is zeker nog groeimarge en door hun tournee als voorprogramma van The Doves en Foals zullen ook hun concerten ongetwijfeld naar een nog hoger niveau getild worden. We zien The Invisible dan ook graag binnen enkele maanden terug wanneer hun set staat als een huis. Met een imposante verschijning als Dave Okumu mag dit geen probleem opleveren.

Vijftien minuten na The Invisible maakte het vorig jaar opgericht Micachu And The Shapes hun opwachting. Ook hier betreft het een trio uit Londen dat wordt aangevoerd door de tengere, pas 21 jaar oude dj/MC Mica Levi (aka Micachu), vergezeld van Raisa Khan (synthesizer/percussie) en Marc Pell (drums) als The Shapes. Hun debuutplaat ‘Jewellery’ verscheen eveneens zopas op het label van Matthew Herbert en hij verzorgde tevens de productie. In Engeland worden ze beschouwd als één van dé acts die in 2009 potten zullen breken en onder hun fans mag ook Björk gerekend worden.
Centraal staat de ‘chu’ een door Mica zelf geprepareerd gitaar waaraan een bassnaar toegevoegd en een pedaal bevestigd werd zodat er meer glijdende geluiden voortgebracht kunnen worden. Door dit instrument te bespelen met een soort hamerklap, wordt een scherp, hoekig geluid geproduceerd dat één van de handelskenmerken van de groep is geworden. De luid rammelende muziek die ze brengen, is te situeren binnen de elektronica, garagerock en  postpunk. Hun concert in de AB was van wisselend niveau. Bij momenten strak en snedig, maar veelal ook richtingloos waarbij enkel het produceren van noise het hoofddoel leek te zijn. De bijdrage van Dave Okumu op één nummer kon daar niks aan verhelpen. De sterkste momenten waren wanneer Raisa Khan de nummers wat opsmukte via synthesizer en ‘Wrong’ voorzag van extra percussie. Micachu And The Shapes hebben talent maar het komt er op aan hiermee niet losweg te woekeren.

Om stipt 22u verscheen tenslotte de groep waar nagenoeg iedereen voor gekomen was: The Whitest Boy Alive. Opererend vanuit Berlijn en onder leiding van de Noor Erlend Øye (1/2 Kings Of Convenience en onder meer de stem achter “Poor Leno” van Röyksopp) hebben zij natuurlijk veel minder introductie nodig dan de drie voormelde want met hun combinatie van rock, pop en subtiele elektronica hebben ze al meermaals het Belgische publiek op een dansen gezet.Enkele weken terug bracht het viertal hun tweede album ‘Rules’ uit en dat werd in de AB met uitzondering van “Timebomb”(maar daar is een bepaalde reden toe zoals straks zal blijken) en het meest rustige fragment “Rollercoaster Ride” integraal voorgesteld.

Het concert begon enigszins rustig met “Keep A Secret”. Vanaf deze jazzy opener was meteen duidelijk dat de nummers van hun nieuwe plaat coherenter klinken dan op het debuut ‘Dreams’ uit 2006 en dat door het intensieve tourschema de groepsleden nog beter op elkaar ingespeeld zijn. “High On The Heels”, “Dead End”, “Intentions”, “Promise Less Or Do More” en “Gravity” volgden elkaar op en zanger/gitarist Erlend Øye, bassist Marcin Öz, de steeds sober maar doeltreffend drummende Sebastian Maschat en toetsenist Daniel Nentwig zorgden voor een gepast ritme. Bovenal Daniel Nentwig blijkt live meer en meer een nadrukkelijke rol te vertolken met zijn Fender Rhodes en Crumar synthesizer.
De sfeer bij het publiek zat er van meet af aan in en Erlend Øye die oogt als een hippe nerd met zijn steeds te grote brilmonturen maar eigenlijk een entertainer eerste klas is, pikte hier snel op in via nog meer directe interactie met het publiek. Hij vroeg humoristisch wat aerobicoefeningen te doen, polste wie onder de aanwezigen Frans, Nederlands of Spaans sprak en toen een jongen op een van de eerste rijen met een kartonnen bord stond te zwaaien met daarop ‘Show Me Love’ geschreven, was het aan de heimelijke glimlach van de groepsleden te zien dat ze snel begrepen wat hiervan de bedoeling was. Erlend Øye nam het bord tot zich en zei dat iemand uit het publiek duidelijk eenzaam was en riep de toeschouwers op om hem wat liefde te verlenen. Meteen het sein om de 90’s hit “Show Me Love” van Robin S te spelen. Deze coverversie van The Whitest Boy Alive is intussen uitgegroeid tot een ware publieklieveling. Vaak wordt deze in hun set verweven met “Timebomb” maar door in te spelen op de situatie vlak voor het podium, werd deze passage achterwege gelaten.
Tot op de balkons werd meegedanst en dit was de aanzet tot één groot feest dat ononderbroken zou duren tot de laatste noot. De groep onderstreepte hiermee nog maar eens haar livereputatie en toonde duidelijk aan de kunst te verstaan om de vaak rustige nummers op plaat op een podium om te toveren tot meezingers van formaat. “Courage” vormde daar een goed voorbeeld van. Mede door het refrein dat ontleend is aan “Push Push” van Rockers Hi-Fi en het feit dat Daniel Nentwig uit zijn Crumar synthesizer nog wat techno beats toverde, werd hieraan een extra dimensie toegevoegd. Erlend Øye hoefde zich maar tot vooraan het podium te bewegen om het publiek verder op te zwepen.
Na “Above You” ging Daniel Nentwig nog wat verder met het improviseren op zijn Crumar synthesizer. Hij toverde er wat tunes uit die zouden passen bij de ‘Star Wars’ trilogie, herhaalde op elektronische wijze de trompetklanken die Erlend Øye nabootste en zette meteen de intro in van “Out Of Space” (bekend in de versie van The Prodigy maar eigenlijk grotendeels gebaseerd op de reggaeklassieker “I Chase The Devil” van Max Romeo).
Het prachtige en onvermijdelijke “Burning” uit ‘Dreams’ sloot het eerste deel van de set af en ook hier was het nog niet afgelopen met de speelsheid. De lichten op het podium werden even gedoofd en bij het terug aanfloepen bleek dat er onder de groepsleden een wisseling van instrumenten was doorgevoerd. Erlend Øye had plaats genomen achter de Fender Rhodes, Daniel Nentwig werd gitarist, Marcin Öz was aan het drummen en Sebastian Maschat bespeelde de basgitaar. Het publiek sloeg dit alles geamuseerd gade.
Tijdens de korte pauze kwam alleen Daniel Nentwig op het podium met in zijn hand een brief. Een meisje uit Stockholm had deze aan de groep overhandigd met de vraag om dit aan haar vriend in België af te geven. De overgelukkige mocht zich prompt een weg banen richting podium en de brief in ontvangst nemen. We hebben dit nog niet veel groepen zien doen.
Na dit intermezzo was het tijd voor enkele bisnummers. Vooreerst werd The New Wine er bij gevraagd om samen met The Whitest Boy Alive de Fred Falke remix van “Golden Cage” te vertolken en dit te verweven met “Around The World” van Daft Punk. Na “Fireworks” waarbij Daniel Nentwig rechtstaande op een stoel zijn Crumar synthesizer bespeelde, werd onderhuids nog eens blijk gegeven van enige correlatie met Daft Punk door het feit dat het ritme van “1517” volledig gelijklopend is met dit van “Harder, Better, Faster, Stronger”. “Hey, You, We Just Got Started. You Can’t End This Now” riep Erlend Øye ironisch want daarna was er nog maar plaats voor nog één nummer, zijnde “Island”.

Na één uur en twintig minuten wuifde de groep het publiek en het Dominofestival uit. Er waren enkele schoonheidsfoutjes te bespeuren, het enthousiasme van de groep en het bespelen van het publiek stond soms een feilloze set in de weg maar dit is in dit geval van geen tel en wordt ook niet van een groep als The Whitest Boy Alive verwacht. De talrijke toeschouwers waren naar de AB gekomen om een extra feestavond te beleven en via dit erg goede concert, hebben ze dit zeker en vast ook gekregen. Iedereen meer dan tevreden dus!

Op naar editie 14 …
Setlist The Whitest Boy Alive: Keep A Secret, High On The Heels, Dead End, Intentions, Promise Less Or Do More, Gravity, Show Me Love (Robin S Cover), Courage, Above You, Burning
The Golden Cage, Fireworks, 1517, Island

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Antony & The Johnsons

Antony & The Johnsons: onbeheersbare babbelzucht van Antony …

Geschreven door

Voorafgaand aan het concert bracht Johanna Constantine (een in de video van “Epilepsy is dancing” te bewonderen vriendin van Antony) een act die we kunnen omschrijven als een soort moderne solo-enscenering van Diaghilev’s choreografie bij Le Sacre du Printemps. Niet enkel Stravinsky weerklonk, maar vraag ons niet om namen te plakken op de andere muziek want die kunnen we met onze beperkte kennis niet thuisbrengen. Of we iets van die act begrepen hebben, valt trouwens sterk te betwijfelen. Het tweede deel had misschien de bedoeling om de link te leggen naar ‘I’m a bird now’ maar het zou best kunnen dat deze kunstenares totaal andere intenties had.

Na een kleine 20 minuten betrad uiteindelijk Antony het podium in gezelschap van  The Johnsons die bestonden uit een bassist, een drummer, een violist, een celliste, een violist annex gitarist en een gitarist annex saxofonist.
Na “Where is the Power?” (b-kant van de huidige single) en “Her eyes are underneath the ground” viel ons vooral op dat de strijkers nog niet 100% bij de pinken waren, iets waaraan de reguliere bezoeker van de prachtige Henry Le Boeuf-zaal zich ongetwijfeld meer zou ergeren dan de tolerante aanhang van Antony deed. Tijdens “Epilepsy is dancing” waren alle muzikanten echter al beter bij de les. De magistrale wijze waarop de ingetogen sax-solo gebracht werd tijdens “One dove”, bewees trouwens dat The Johnsons wel degelijk op niveau kunnen musiceren.
Pas vanaf “One day I’ll grow up” richtte Antony een woord tot de zaal. Het bleef echter niet bij ‘een woord’ want hij onderbrak dat mooie lied meermaals om uit te kunnen weiden over het feit dat het zogezegd door zijn vriend Jezus geschreven was. Tolerant als we zijn, bedekten we zijn gepalaver op dat moment nog met de mantel der liefde. Uiteindelijk deed hij immers niets meer dan de grapjas uithangen.
“Kiss my name” verliep vlekkeloos maar nadat Antony vervolgens in het begin van het volgende nummer in de fout gaat op de piano, acht hij het moment gekomen om nog eens in gesprek te treden met zijn publiek. De zaal zit verstomd te luisteren hoe Antony de heks in hemzelf naar boven haalt om de kleur van het publiek te kunnen voelen. Jaja, rond Pasen zijn de wonderen duidelijk de wereld nog niet uit….
Net als we hem van het gebruik van hallucinogene middelen durven te beschuldigen, herpakt hij zich met onder andere “Everglade”, “Another world”, “The crying light” en “Fistful of love”.
Vanaf “Hope Mountain” steekt Antony echter opnieuw een litanie af zoals blijkbaar enkele weken geleden ook in Antwerpen gebeurde. Minutenlang probeerde hij de opnieuw met verstomming geslagen zaal duidelijk te maken dat de wereld nood heeft aan meer vrouwelijkheid, een boodschap waarvoor een concertpodium ons inziens niet het meest gepaste forum is. We kregen zowaar medelijden met de muzikanten die deze uiteenzetting ongetwijfeld al meer dan beu gehoord moeten zijn. Een enkeling in de zaal reageerde enthousiast, maar dat waren vermoedelijk volgelingen die ook enthousiast zouden reageren als Antony zou verkondigen dat het gemiddelde van drie bladzijden koffie interplanetair gerelateerd is aan de vierkantswortel van de filosofische implicaties van de zwarte herdershond op een zondag…..
Het zou een goede zaak zijn als iemand uit de entourage van Antony mans genoeg zou zijn om de ballen te hebben om de om zijn muzikale merites bewonderde artiest op de man (nou ja) af te zeggen dat een podium geen preekstoel is. Na zijn geleuter voelden we immers vooral de behoefte aan de hemelse muziek waartoe hij wel degelijk in staat is.
Gelukkig werd onze ergernis toch nog getemperd door een zalvende drievuldigheid bestaande uit “You are my sister”, “Twilight” en “Aeon”.
In de bisronde trakteerde hij zijn (ondanks alles) trouwe publiek nog op “Cripple and the starfish” en “Hope there’s someone” waarna hij het tijd achtte om zijn ‘sacoche’ te pakken.

Samengevat kunnen we dus stellen dat we getuige waren van een optreden dat muzikaal gezien best wel zijn sterke momenten had maar dat spijtig genoeg ontsierd werd door een blijkbaar onbeheersbare babbelzucht, alvast één kenmerk dat hij in zijn streven om vrouw te worden meer dan voldoende onder de knie heeft….dit laatste uiteraard met een heel vette knipoog want we schrijven dit slechts om te lachen…of hoort (een mogelijks mislukte poging tot) humor evenmin als oeverloos gepalaver in muziek thuis? Misschien eens aan Zappa vragen…

Organisatie: Live Nation

Pagina 883 van 966