logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
The Wolf Banes ...

Land Of Talk

Land Of Talk en Think About Life: Canadian dry rules

Geschreven door

Er komen heel wat toffe bands overwaaien vanuit Canada…In het kielzog van Arcade Fire, Danko Jones, The Sadies, The Dears, Black Mountain, Silver Mt Zion, Godspeed YBE, Feist en Broken Social Scene konden we leuke groepen ontdekken binnen de noemer van de indierockende scene als Wolf Parade, Handsome Furs, We are wolves, Apostle of hustle, Born Ruffians, Ladyhawk, The Stills, Great lake swimmers en Holy Fuck. Kijk, het rijtje mag worden aangevuld met deze twee beloftevolle bands uit Montréal Land Of Talk en Think About Life.
De twee bands stonden onlangs geprogrammeerd in het kader van Les Etoiles Polaires Montréal in de Vooruit te Gent. Samen stonden ze voor een handvol nieuwsgierigen in de Bota Rotonde, waar ze hartverwarmend werden onthaald.

Think About Life, ‘a black guy, a hipster and a polar bear’, zoals ze zichzelf omschrijven, legde er meteen de pees op met hun energieke pop en ophitsende, pompende en hoekige synthi beats en drums. ‘Dancing is sexy’ was de lijfspreuk van de weirde zanger, lookalike Kele Okereke, die er in de Rotonde een leuke house party wou van maken. En hij slaagde ten dele wel in die opzet; de zanger hotste heen en weer, maakte bokkensprongen en begaf zich onder het publiek, sloeg met hen een praatje en porde de aanwezigen aan om armbewegingen en danspassen te maken. Hun ‘think about life’ filosofie was er eentje om van te genieten …

… en had ons warm gemaakt voor de broeierige, frisse en intense melancholische gitaarpoprock van Land Of Talk, die zich al in de schijnwerpers plaatsten met hun EP ‘Applause cheers boo hiss’ en ‘Some are lakes’ (btw geproduceerd door Bon Iver’s Justin Vernon!). De zangeres/gitariste Elisabeth Powell heeft twee goed op elkaar ingespeelde bandleden (Wheaton/McCarron); samen maakten ze er een meeslepende soms rauwe set van, gedragen door haar onvaste, zweverige en dromerige stem, te situeren ergens tussen Sleater-Kinney, Feist en Polly Harvey. Ze schuifelde over het podium met haar gitaar. De groep bracht snedige rock, waaronder “All my friends”, “Speak to me bones”, titelsong “Some are lakes” en een uiterst sfeervol ingetogen “It’s OK”. Hun twee overtuigende concerten in ons landje waren alvast een hart onder de riem. Te onthouden.

Beide bands hadden er duidelijk zin in, speelden een spannend, potig, opwindend gedreven setje en konden rekenen op een sterke respons. Twee toffe ontdekkingen, waarvan we volgend jaar benieuwd zijn of ze op een indoorfestival of op Pukkelpop zullen geprogrammeerd worden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Think About Life

Think About Life en Land Of Talk: Canadian dry rules

Geschreven door

Er komen heel wat toffe bands overwaaien vanuit Canada…In het kielzog van Arcade Fire, Danko Jones, The Sadies, The Dears, Black Mountain, Silver Mt Zion, Godspeed YBE, Feist en Broken Social Scene konden we leuke groepen ontdekken binnen de noemer van de indierockende scene als Wolf Parade, Handsome Furs, We are wolves, Apostle of hustle, Born Ruffians, Ladyhawk, The Stills, Great lake swimmers en Holy Fuck. Kijk, het rijtje mag worden aangevuld met deze twee beloftevolle bands uit Montréal Land Of Talk en Think About Life.
De twee bands stonden onlangs geprogrammeerd in het kader van Les Etoiles Polaires Montréal in de Vooruit te Gent. Samen stonden ze voor een handvol nieuwsgierigen in de Bota Rotonde, waar ze hartverwarmend werden onthaald.

Think About Life, ‘a black guy, a hipster and a polar bear’, zoals ze zichzelf omschrijven, legde er meteen de pees op met hun energieke pop en ophitsende, pompende en hoekige synthi beats en drums. ‘Dancing is sexy’ was de lijfspreuk van de weirde zanger, lookalike Kele Okereke, die er in de Rotonde een leuke house party wou van maken. En hij slaagde ten dele wel in die opzet; de zanger hotste heen en weer, maakte bokkensprongen en begaf zich onder het publiek, sloeg met hen een praatje en porde de aanwezigen aan om armbewegingen en danspassen te maken. Hun ‘think about life’ filosofie was er eentje om van te genieten …

… en had ons warm gemaakt voor de broeierige, frisse en intense melancholische gitaarpoprock van Land Of Talk, die zich al in de schijnwerpers plaatsten met hun EP ‘Applause cheers boo hiss’ en ‘Some are lakes’ (btw geproduceerd door Bon Iver’s Justin Vernon!). De zangeres/gitariste Elisabeth Powell heeft twee goed op elkaar ingespeelde bandleden (Wheaton/McCarron); samen maakten ze er een meeslepende soms rauwe set van, gedragen door haar onvaste, zweverige en dromerige stem, te situeren ergens tussen Sleater-Kinney, Feist en Polly Harvey. Ze schuifelde over het podium met haar gitaar. De groep bracht snedige rock, waaronder “All my friends”, “Speak to me bones”, titelsong “Some are lakes” en een uiterst sfeervol ingetogen “It’s OK”. Hun twee overtuigende concerten in ons landje waren alvast een hart onder de riem. Te onthouden.

Beide bands hadden er duidelijk zin in, speelden een spannend, potig, opwindend gedreven setje en konden rekenen op een sterke respons. Twee toffe ontdekkingen, waarvan we volgend jaar benieuwd zijn of ze op een indoorfestival of op Pukkelpop zullen geprogrammeerd worden.

Organisatie: Botanique, Brussel

The Black Angels

De muzikale dope van The Black Angels

Geschreven door

’Music is the dope’, moeten de leden van The Black Angels ooit hebben gedacht als ze aan hun materiaal begonnen, want al twee cd’s lang, ‘Passover’ en ‘Directions to see a ghost’, intrigeren ze met hun psychedelische retrorock’n’roll, waarin ze een bezwerende hallucinante droomwereld en een hypnotiserende nighttrip creëren, met pedaaleffects, distortion, fuzz, elektrodrones en een galmende zang. Het kwintet refereert rijkelijk aan oudjes Rocky Erickson, The Doors, Hawkwind en V.U, de ‘90’s psychedelica van Spacemen 3 en Spiritualized en tenslotte aan geestesgenoten BRMC, Dead Meadow en Warlocks. Het weirde gezelschap uit Texas neemt er de spannende, dreigende emoties van de ‘80’s wave maar al te graag bij. Ze kwamen in de belangstelling een paar jaar terug toen ze als support aantraden van The Black Keys in de Handelsbeurs te Gent.

Anderhalf uur lang dompelden ze ons onder in ‘hun duistere, andere wondere (droom)wereld’ van aanstekelijke, repeterende ritmes en een trancegericht opbouwend geluid, waarbij de ene keer de gitaren, de andere keer de drums of de synths wat meer doorklonken. “You on the run”, “Doves” en “Empire” bepaalden meteen de toon van hun meeslepende sound. In combinatie met lange, uitgesponnen versies van ‘”Mission district” en “Deer-Ree-Shee”, de Woodstock psychedelica van “Sniper at the gates of heaven” en “Science killer” of een strakker rock’n’roll klinkende “You in colour”, boden ze een bevrijdende werking van de dagdagelijkse realiteit en stress. Ze linkten aan Black Mountain in de muzikale trips van “Never/ever” en “Snake in the grass” en wakkerden een hoger sfeertje aan door de stroboscoops. In verscheidende songs werd danig van instrument gewisseld.

The Black Angels boden een staaltje ‘muzikaal onthaasten’; anderhalf uur was net voldoende om met beide voeten op de grond te blijven en meer van hetzelfde te voorkomen. Aan mening jointje werd dan ook gedacht in de rookvrije zaal …

Ook onze Black Box Revelation was danig onder de indruk van deze Texaanse weirdo’s. Zijzelf hielden het strakker en verbaasden het Noord-Franse publiek met hun rauwe, vettige en retestrakke garage rock’n’roll blues. Een opzwepend, dynamisch geluid van een goed op elkaar ingespeeld tweetal, die overtuigden met een handvol songs als “Gravity blues”, “I think I like you”, “Set your heart on fire” en een beklijvend “Never alone/always together”. Een puike prestatie en terecht lovende reacties. Het duo blijft scherp en fris spelen, ook na hun intensieve festivalzomer en club optredens. Fijn resultaat!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Giant Sand

Een zichtbaar genietende Gelb met z’n Giant Sand

Geschreven door

De Sint bracht deze avond een hoop lekkers uit Tuscon, Arizona voor de muziekliefhebbers van Gent en omstreken die blijkbaar braaf geweest zijn dit jaar.
De groep Giant Sand rond de toch wel lichtjes charismatische godfather of alt.country, Howe Gelb heeft een nieuwe cd uit, ‘proVISIONS’, waarop een aantal fijne muziekjes staan en waarmee weeral een aantal illustere namen toetreden tot de ondertussen grote Giant Sand-familie (oa Isobel Campbell, die er helaas niet bij was).
Het was al vier jaar geleden dat er een Giant Sand-album was uitgebracht, er zijn jaren geweest dat er drie in een jaar verschenen. Geen luierik die Howe, want tussendoor liet hij nog solo en in tal van nevenprojecten op tijd en stond van zich horen. Indien je als die-hard fan van deze man alles in huis wilt halen zoek je best een bijbaantje.
Het oeuvre van de heer Gelb is dus ondertussen zo uitgestrekt dat er gerust een rekje in uw plaatselijke bibliotheek mee kan en zou moeten gevuld worden.

Via een of andere metafysische doorgangspoort flitsten we van een donkere, koude en van een berg natte kerstbomen voorziene Kouter naar de woestijn van Arizona alwaar we werden opgewacht door drie Deense cowboys. Er moet toch écht iets aan de hand zijn met het klimaat wanneer drie gasten uit Denemarken (I kid you not!) countryrock spelen alsof ze zijn opgegroeid op de Ponderosa Ranch. De nieuwe begeleidingsgroep van Mister Gelb mochten drie nummertjes spelen van de grote baas en de toon was meteen gezet; warme soepele gitaren, een relaxte ritmesectie en een paar melancholische nummertjes. En omdat ze zich ‘funky’ voelden mochten ze er zomaar gratis en voor niets nog een vierde deuntje tegenaan smijten.
Hierna mocht een Australische schone haar frêle liedjes brengen.
Ionna Kelly past in het rijtje van vrouwelijke singer-songwriters die de laatste tijd het mooie weer maken. In een verschrikkelijke outfit (zuster Monica zou er sexy hebben uitgezien naast ons Ionna) maar met een prachtige stem (daar faalt zuster Monica dan weer) zong ze haar drie nummertjes, zichzelf begeleidend op gitaar en piano. Mooi, charmant, verdienstelijk, maar niet onvergetelijk.
De Deense cowboys, ondertussen aangevuld met een zangeres met een hese, sexy stem mochten hierna nog een tiental minuten vullen en deden dat dan ook vol overgave en zichtbaar plezier.

Giant Sand: Een korte pauze liet het publiek toe zich volledig klaar te houden en daar kwam hij dan op; een Mephisto-lookalike met een Stem. Want of Gelb nu country, lo-fi, jazz of punkrock speelt, zijn grootste troef blijft zijn warme, gruizige diepe stem. De man was in een mood die een fijne avond beloofde en daar stak hij reeds van wal met een paar stevige maar ingehouden gespeelde countryrockers alsof we op een feestje in het midden van de woestijn zaten, rond een uitbundig brandend kampvuur en een fles zelfgestookt vuurwater in de hand. Na deze introductie ontdekte Mr Helb de piano op het podium en na wat overleg met de band was het tijd voor een jazzy intermezzo, wat een beetje de vaart uit het optreden haalde.
Maar de man genoot zelf blijkbaar van het optreden (en zijn nieuwe hoed, gekocht in Gent) dat je het hem moeilijk kwalijk kon nemen. Toch blijft hij volgens mij op zijn best wanneer hij, met een duivels monkellachje, de gitaar ter hand neemt en een stevig countryrockertje mag spelen. De Denen bewezen nonchalant dat ze ook een snaartje konden beroeren, zeker Anders Pedersen die lapsteelgitaar speelde als zat hij op zijn veranda in Arizona te kijken hoe de cactussen groeiden.
De band had aan twee woorden en een oogopslag genoeg om van het ene nummer naar het andere te switchen en hun frontman te volgen in zijn soms wat grillige parcours. Af en toe begon Howe Gelb aan een nummer en duurde het een paar seconden eer de band doorhad om welk nummer het ging, maar ze losten het altijd naadloos op. Het moet ook niet makkelijk zijn om te spelen met een man die tientallen, zoniet honderden nummers op zijn conto heeft staan, maar alle respect voor de muzikanten die hun frontman relaxt maar vol overgave ondersteunden.

Het publiek was mee, de groep speelde als een trein, het speelplezier straalde er af en ze werden tot tweemaal toe teruggeroepen voor een bis. Hulde voor een zichtbaar genietende Howe Gelb en een warme Kerst gewenst voor zijn duivelse Denen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent


Jamie Lidell

Geordende chaos in soul street, Jamie Lidell, met ‘street material’ in Schaarbeek

Geschreven door

Als een boekhouder in saai maatpak, snel snel wel hemd uit de broek getrokken, stapte Jamie Lidell achter een zootje ongeregeld het podium van de Hallen in Schaarbeek op. ‘Street material’, bestempelde hij zijn muzikale begeleiders tot tweemaal toe. Een straat waar soul, elektronica riffs, dirty grooves en experimenten op elkaar inrijden. Een straat zonder verkeerslichten of regulerende wetten, waar de chaos zichzelf ordent: welcome to Jamie Lidell Street !

Genialiteit laat zich niet kooien en dat losse vijsje probeerde Lidell in zijn jongste album ‘Jim’ al wat vaster aan te schroeven. Na zijn vroegere stem- en elektronica-exploraties stak hij al in zijn tweede plaat ‘Multiply’ een boeiende lijn, maar Jim – Jamie has grown up – ging nog een stapje verder.
In Schaarbeek was hij niet om zijn laatste album te promoten, want dat had hij in mei even verderop in de Botanique al met succes gedaan. Hij kwam zich gewoon wat amuseren, griste uit beide albums een paar lekkere soulnummers en vouwde de gig mooi in twee door halverwege zijn ‘material’ even de ‘street’ uit te sturen en in een solo zijn improviserende roots weer op te zoeken. Zichzelf samplend bouwde Mister Onvoorspelbaarheid Zelve een undergroundfeestje uit waarin het heel gevarieerde publiek met graagte mee bewoog.
Voor de rest was het shaken, bijwijlen ook gewoon toehoren hoe Lidell van groovy soul funk pretentieloos overstapte naar ballads als “Games for fools” of “Rope of sand”, een mooi duet trouwens met zijn keyboardman die meermaals een gedegen tegen- en medestander was van zijn frontman.
Maar hét steekspel dat voortdurend terug kwam en bepalend was voor de sfeer van de explorerende persoonlijkheid van Lidell voerde hij met de vocoder van de kamerjasman-met-sportschoenen, onder andere in “Wait for me”. Fijn, hilarisch bij momenten, perfect aansluitend bij wie Lidell is en vooral was.
Lidell draaide Stevie Wondergewijs ook gestadig de temperatuur op, kende een eerste ritmeversnelling met “A little bit more” en toen hij de zomervogeltjes liet fluiten, liet hij met “Another Day” volop de zon in de Hallen binnen. “Multiply” moest dan nog komen als bisnummer.

De Britse chaoot naaide de nummers ook vlot aaneen en gaf daarbij zelfs nadrukkelijk een suggestie om het communautair Belgisch conflict oplossen door speelsgewijs zijn dankuwel en merci bien te vermengen tot dankusi en merciwel. Waarna hij de zaal introk om zijn albums te signeren.
Dankusi very much, Jamie.

Play list: “
Where ‘d you go”, “Figured me out”, “Rope of sand”, “What’s the use”, “Feel good”, “Little bit more”, “Games for fools”, “Green light”, “Another day”, “Wait for me”, “Multiply”, “Music will not last”.

Organisatie: Live Nation

TV On The Radio

TV On The Radio: Rocken met een popplaat

Geschreven door

Net zoals bij het afgelaste concert in Het Depot in Leuven, was de Grand Mix vanavond uitverkocht voor het laatste concert in de Europese tournee van TV On The Radio. Dat er veel Vlaams in de zaal te horen was, zal er ook wel voor iets tussen gezeten hebben.

TV On The Radio bracht deze zomer hun derde album uit, ‘Dear Science’, waarop melodie en rijke orkestratie voorop staan. Het vijftal uit Brooklyn, NY, schrok er op dit album niet voor terug om een blik violen en koperblazers open te trekken. De liefhebbers van het experiment en de harde gitaren (waaronder ik mijzelf reken), bleven wat op hun honger zitten.
We waren dan ook benieuwd hoe het vanavond live zou uitpakken. De lezer kan gerust zijn; eigenlijk was er weinig veranderd: TV On The Radio had alle tierlantijntjes thuis gelaten en koos live voor de ruwere live aanpak van hun vorige werk. Ook qua podium présence was er weinig veranderd; Tunde Adebimpe schoot van links naar rechts over het podium; Jaleel Bunton mepte op de vellen zoals Dante bij Standard voorzetten geeft van op de flanken, en de bassist was weer compleet onzichtbaar en stond meestal met zijn rug naar het publiek.
Vanavond werd er voornamelijk uit ‘Dear Science’ geput; vooral de meer up tempo nummers kwamen naar voor zoals “DLZ”, “Wolf” en “Dancing choose”.
Het hoogtepunt van de set kwam met de bisronde, die rustig ingezet werd met “Family tree” maar naar een climax opbouwde. We zagen David Sitek water uitspuwen over zijn drumstel waarna hij het met een welgemikte slag van zijn paukenstokken hoog deed opspatten.
”Staring at the sun” was een terechte afsluiter van een set die bewees dat onder een overgeproduceerde popplaat toch ruwe diamanten kunnen zitten.

Setlist: “Young liars”, “Wrong way”, “Crying”, “Golden age”, “Wolf”, “Dirty”, “Stork & owl”, “Shout me out”, “Dancing”, “Red dress”, “Dlz”, “Sattelite”, “Family tree”, “Method”, “Devil”, “Staring at the sun”

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

The Residents

The Residents present The Bunny Boy

Geschreven door

Het illustere gezelschap The Residents uit San Francisco slagen er na 35 jaar nog steeds in een unieke combinatie te bieden van avantgarde, experiment, avontuur en theater. Ze blijven anoniem, weerhouden interviews en verschijnen gemaskeerd naar hun fans. De voornaamste bekendheid verwierven ze in de jaren ‘80 met hun ‘grote-oogbol-masker’ met hoed, en met platen als ‘Eskimo’, ‘The Commercial Album’, ‘Mark of the Mole’, ‘13 th Anniversary Show’ en de ‘Kaw Liga’ EP’s.
Vijf jaar terug waren we op de afspraak in de Botanique voor hun ‘Demons dance alone’ performance. ‘The Bunny Boy’ is het nieuwe, prachtige concept van absurd theater en muziek.
Hun muziek wordt gekenmerkt door een snerpende gitaarriff, ontregeld elektronisch vernuft en bleeps, gestoorde en vervormde drumritmes en psychedelische synthiloops, zoekende naar een subtielere melodie.
’The Bunny Boy’ is het verhaal - in twee delen - van een krankzinnige man, de verteller Bunny Boy, die z’n vermiste broer Harvey opspoort. Via emails, videoprojects en You Tube filmpjes krijgen we een beeld van de broer, die in z’n succesvolle carrière en geslaagd privé-leven eensklaps alles kwijt geraakt, faalt en van de aardbol verdwijnt …althans zo denken we via Bunny Boy. Het lijkt wel een Twin Peaks verhaal – van ‘Who killed Amanda Palmer’.
The Residents zelf zijn gekleed in een gekostumeerd gala bunnypak en lichtende oogjes op z’n broertjes Hartnoll van Orbital, die langs één kant staan opgesteld in een soort iglo tent. De verteller is een verstrooide professor/kluizenaar lookalike, ziet er onverzorgd uit, heeft een doek over zich, hinkt over het podium, maakt vreemde bewegingen en danspassen en heeft een huiveringwekkende stem die het concept meer luguber maakt. In het tweede deel zien we hem in een roos konijnenpak en horen we apocalyptische wendingen in z’n verhaal.
We onderstrepen het verwarrende verhaal en de ongrijpbaar dreigende, onheilspellende en bevreemdende sound, gegoten in 2x 45 minuten sterk samenspel van onze Residents leden en Bunny Boy’s krachtige stem en zang.

Organisatie: Het Depot, Leuven

Wovenhand

Woven Hand “Hallelujah”!

Geschreven door

Als voorprogramma kregen de vroege vogels Birch Book geserveerd. Na een ingetogen start waarbij bas, drums en een Spaanse gitaar nauwelijks boven het geroezemoes van de zaal uitstegen, schakelde men tijdens het tweede nummer een klein tandje bij door ook een achtergrondzangeres op het voorplan te laten treden. Vaak hoorden we echo’s van David Bowie, de zanger van Birch Book (B. Eirth) beschikt immers over de stem en de typische frasering waarvan we tot gisteravond meenden dat enkel de Thin White Duke de rechtmatige eigenaar was. Ook muzikaal klonk het alsof we in het tijdperk van Ziggy Stardust vertoefden. De regelmatig opduikende mondharmonica riep dan weer reminiscenties op aan de jonge Dylan en de jonge Young (om het eens met een pleonasme te zeggen).
Birch Book blijkt dus een paar decennia te laat geboren maar daar waren we niet rouwig om want we mochten genieten van een set die ons drie kwartier onderdompelde in de goede oude tijd. Echt ouderwets mag B. Eirth echter niet genoemd worden want enerzijds is hij een volwaardig lid van hetgeen tegenwoordig de ‘free’ neofolk-beweging genoemd wordt en anderzijds is zijn uiterlijk als baardloze Jezus volledig conform de meest moderne afdrukken van de lijkwade van Turijn.

Hetgeen ons naadloos bij de hoofdact bracht want zoals algemeen geweten speelt de vader van Jezus een belangrijke rol in het leven en de muziek van David Eugene Edwards. “Kicking Bird” betekende de aftrap van een zeer degelijk optreden waarin voornamelijk de songs van het recente “Ten Stones” aan bod kwamen. Voorganger “Mosaic” was met 4 nummers (waaronder “Deerskin Doll” in de bis-ronde) ook ruim vertegenwoordigd. Tot grote vreugde van het uitverkochte Depot bracht Edwards na een half uur reeds solo een 16 Horsepower-nummer (“Splinters” uit ‘Secret South’). Nadien was het weer alle hens aan dek voor nummers als “Thin Finger”, “Dirty Blue” en “Winter Shaker”.
Naast de gebruikelijke bezetenheid die de frontman van Woven Hand aan de dag legde, maakte hij even gewoontegetrouw gebruik van een ruim instrumentarium. Nu en dan werd er naar de banjo gegrepen en in het als bis gebrachte “American Wheeze” (eveneens uit de 16HP-dagen) kwam zelfs de accordeon er aan te pas.
Tussen de reguliere set (die ongeveer 75 minuten in beslag nam) en de bisronde schalden opzwepende zulu-geluiden door de boxen. Voorts klonk Edwards af en toe als een van God vervulde priester terwijl we ook vaak het gevoel kregen alsof we vertoefden in de buurt van een minaret waarin een Allah aanroepende Arabier zijn keel aan het kwellen was.

Het weze duidelijk dat dit alles aanstekelijk werkte waardoor we als luisteraar regelmatig in hogere sferen vertoefden, een genot dat extra bekrachtigd werd door de ontspannen houding die men in de comfortabele zetels van Het Depot kan aannemen. Beschikten alle zalen trouwens maar over zo’n inrichting, het zou het leven van de oud en kreupel wordende concertgangers - wiens spier- en beenderenstelsel al te vaak op de proef gesteld wordt - veel aangenamer maken. Niet dat we complete leeghangers zijn want bijvoorbeeld een optreden van het niveau dat Woven Hand haalde, verdient het om met meer dan één staande ovatie beloond te worden. Ons enthousiasme was zelfs zodanig groot dat we het over een religieuze boeg dierven te gooien bij het kernachtig samenvatten van de avond: “Hallelujah”!

Organisatie: Depot, Leuven

Valgeir Sigurdsson

Valgeir Sigurdsson: letterlijk wegzakken in pluche zetels

Geschreven door

Het water viel met bakken uit de hemel boven Kortrijk. Het was eigenlijk geen weer om buiten te komen, maar toch waren we naar Kortrijk afgezakt. Toen de Kinepolis naar de rand van Kortrijk verhuisde, kwam het voormalige Pentascoop cinemacomplex leeg te staan. Gelukkig heeft men in het kader van de stadsvernieuwing dit complex omgebouwd tot een cultureel centrum. En zo konden we lekker wegzakken in de rode pluche cinema zetels voor Valgeir Sigurđsson, ikv één van de dagen Next International Arts Festival.

Valgeir Sigurđsson, bracht vorig jaar zijn debuut album uit; ‘Ekvilibrium’, waarop onder meer Will Oldham (aka Bonnie Prince Billy) meezong. De man heeft echter al meer sporen verdiend als producer: zo is hij de man achter de sound van Bjork, Sigur Ros & Mum. Valgeir had twee dames meegenomen, en een rist van instrumenten. Daarnaast werd het podium verfraaid met kerstlampen en een oranje paddestoellamp. Het zou duidelijk een sfeervolle avond worden. De set werd ingezet op piano, begeleid door cello en fagot. Toch wel verrassend hoe hier klassieke instrumenten gepaard gingen met de laptop elektronica: zo wisselden desolate soundscapes af met een heel klassieke instrumentatie. Je stond er werkelijk van te kijken hoe streepjes accordeon, kerkbelletjes, paukenslagen en elektronica gesmeed werden tot hele clevere songs: hier zag je de hand van een meesterproducer.
In de nummers die passeerden, herkenden we onder meer “A symmetry”, “Focal point”, “Equilibrium is restored” en “Lungs for Merrilee”.
Het publiek had zich duidelijk laten beïnvloeden door de setting van de cinemazaal; het was dan ook muisstil en enkel tussen de nummers kwam er voorzichtig applaus. Ook Valgeir liet zich van zijn meest Scandinavische kant zien; heel timide, en als er dan al eens een woord uitkwam moest hij er wel heel erg over nadenken. Het werd grappig toen hij bijna over de draden van zijn elektrische piano struikelde en de kerstlampjes vast kwamen te zitten in de kabels van zijn instrumenten. De man kon er gelukkig ook mee lachen.

Conclusie: een hartverwarmende en intrigerende sound van een rasproducer die in deze intieme setting sterk voor de dag kwam.

Ook het voorprogramma, Wixel, wist te overtuigen. Dit Belgisch viertal, twee jongens en twee meisjes, brengen ook elektronische soundscapes aangevuld met instrumenten. De aanpak gaat echter meer in de richting van de postrock en de folktronica; traditionele rock instrumenten werden gepaard aan laptop loops. Bij momenten deed het mij aan een instrumentale versie van The Postal Service denken. Opnieuw een sterk Belgisch debuut. 2008 is echt een grand-cru jaar geweest voor beginnende Belgische bandjes…waaronder we deze Wixel mogen rekenen …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

The Dodos

Band met potentieel, The Dodos

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos kregen in de zomer de verdiende respons op hun tweede plaat ‘Visiter’ en hun optreden in de Chateau van Pukkelpop. Deze verdienste had z’n weerslag op een goed gevulde VK voor dit beloftevolle duo Meric Long (zang/gitaar) en Logan Kroeber (zang/drums), live aangevuld met de derde man, Joe Haener op vibrafoon, klokkenspel en ‘vuilbak’percussie.

Het trio kon moeiteloos overstappen van nerveuze, gejaagde, opzwepende ritmes en onverwachtse wendingen naar lieflijke, meeslepende subtiliteit, en gingen van een kaal, rauw, rammelend geluid naar een sfeervolle intimiteit door het gitaargetokkel op akoestische gitaar/dobro en het aanstekelijke en intrigerende drumwerk, kleur gegeven door materiaal van Haener. Ze speelden een avontuurlijk warm geluid in een zompige, freakende oase van bluesrock, americana, folkelektronica en psychedelica, onder de onvaste, zweverige zang van Meric.
Een broeierig, spannend geheel, waarbij het trio en verve in slaagde het publiek in hun greep te houden, mede door hun spelplezier en enthousiasme.
De groep droeg de freefolk van Banhart en Tunng, het songwriterschap van de onvolprezen Elliott Smith, de ingetogen sfeer van Bon Iver/Iron & Wine, de bluesrock’n’roll atttitude van The Black Keys en de Zeppelins Page’s en Lift to Experiences soli in het hart.
De groep speelde bezwerende en gedreven versies van “Red & Purple”, “Fools, “Joe’s Waltz”, “Paint the rust”, “The season” en “Jodi”, die opbouwend en intens klonken, heerlijke wendingen hadden en uiterst genietbaar waren. Of het mocht intiemer zijn als op “Winter”, “Park song” en “Undeclared”.
De songs stonden bol van creativiteit in het gitaarspel, het slagwerk en in de subtiele geluidjes, die op het eind in een prachtige jam en apotheose uitmondden, waarbij de heren van Jennifer Gentle een handje toestaken met voetstampers en percussieslagen van de podiumvloer tot de microfoons.

Als we spreken over een band met potentieel, dan mogen we in 2008 zeker het sympathieke Dodos niet vergeten. De klinkers en medeklinkers van hun groepsnaam zijn zeker op hun plaats. Te onthouden.

Ook het tweetal van Jennifer Gentle leek de moeite waard. Ze legden in het eerste deel van de set de klemtoon op retropsychedelica, terwijl ze in het tweede deel rauwer en noisier klonken en hielden van overstuurde ritmes in hun materiaal. En ook zij kregen op het eind hulp van twee Dodo leden op percussie. Opmerkelijk was de zang van Marco Fasolo, die bij momenten erg hoog kon uithalen. Alvast een mooie kennismaking …

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Pagina 897 van 966