logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
dEUS - 19/03/20...

Mauro Pawlowski

Mauro & The Grooms: aanschouwen is bezwijken

Geschreven door

Driewerf hoera, Democrazy Gent is alive and kicking! Getuige de voortreffelijke programmatie op allerhande locaties de komende maanden. We keken al een tijdje uit naar het drieluik Manngold - Johnny Berlin - Mauro & The Grooms. Niet in het minst omdat laatstgenoemden een zeldzaam najaarsconcert (dEUS trekt straks immers terug Europa in) speelden waarbij Musiczine niet kon ontbreken. Stiekem hoopten we dat de band ons opnieuw zo erg zou overdonderen als op die avond ergens in februari 2004. Een optreden dat bij ondergetekende nog altijd als 'het beste optreden ooit gezien in de Handelsbeurs' geboekstaafd staat! Zowaar geen geringe verdienste!

Mauro & The Grooms staken meteen van wal met het uitbarstende “Doing Something Right”,  het geschifte “Corruption”, het roestige “Make it Complicated” en het angstzweet veroorzakende “Fear Life” vanop de gitzwarte 'debuut'plaat 'Black Europa'. Het publiek werd koud gepakt en bezweek voor het charisma van de grootmeester en zijn bruidegommen. Na “What it takes” (die beweging van Mauro bij het uitzingen van "Walk like a rock'n'roll star"!), “Days To burn” en “Visions” was het tijd voor het lichtelijk fantastische “Trip to Beg” waarbij stilstaan onmogelijk werd en we zelfs Mauro betrapten op éénmalig loos gaan. Het grimmige “Ghost Rock” en “Slow Bones”, respectievelijk van de onmisbare 'Ghost Rock EP' en de  'Tired Of Being Young EP'(als onderdeel van 'Set Sail To Dream Riot') werkten naar een duivels hoogtepunt. Hierna zochten Mauro & Co kalmere wateren op met o.a. “Comes With A Feeling”, “Stay Awake”, “Leavin' Montreux” en “Out Of The Storm”. Een rustige, maar niet minder sferische, tip van de sluier van het nieuwe werk dat er ergens in de toekomst zit aan te komen. Na een overdonderende en asgrauwe toegift met o.a. “Weapon Of Beauty” viel het doek.
Overdonderen zoals een paar jaar geleden deed Mauro & The Grooms ons echter niet. Het was merkbaar dat de band een hele tijd niet had gespeeld. De oudere nummers waren iets minder uitgewerkt als een paar jaar terug en bezorgden ons ook minder kippenvel als toen in de Handelsbeurs. Niettemin: Mauro & The Grooms blijven imponeren! We kijken al uit naar de volgende doortocht van multitalent Mauro en zijn duivelszonen van The Grooms!

Manngold, de nieuwe Gentse formatie rond de onvermijdelijke gitarist Rodrigo Fuentealba mocht de spits afbijten. Ze deden dat op een indrukwekkende manier met een sterke instrumentale prestatie en twee simultaan spelende drummers. De muzikanten van Manngold verdienden al sporen bij bands als Motek, Vive La Fête, Gabriël Rios en het nog niet vergeten Fifty Foot Combo. Te volgen dus!

Johnny Berlin deed een slordige poging om een combinatie te maken van postpunk en 80's new wave. Hun album mag het dan wel goed doen in de lijstjes, live brachten ze een maar weinig boeiende set. Enkel single “Four” oversteeg het niveau enigszins.

Organisatie: Democrazy, Gent

Calexico

Carried to dust

Geschreven door

Het combo rond Joey Burns (zang, gitaar, bas) en John Convertino (drums) heeft een nieuwe frisse plaat uit; ‘Carried to dust’ doet het middelmatige ‘Garden ruin’, de vorige cd, wat vergeten en concurreert met platen als ‘The black light’, ‘Hot rail’ (hun doorbraak cd) en ‘Feast of wire’. Ze bieden een ruime kijk op americana door het toevoegen van warme, exotische, zuiderse klanken, waarbij het combo creatief en broeierig klinkt; accordeon, de Spaanse gastzang van Jairo Zavala en de Mexicaans klinkende trompet van Jacob Valenzuela zijn daar verantwoordelijk voor.
Een swing en groove horen we in songs als “Victor Jara’s hands”, “Writer’s Minor Holiday”, “Inspiracion”, “House of Valparaiso” en “El Gatillo”, wat een amalgaan aan stijlen samenbrengt binnen hun kleurrijke americanapop: mariachi/latino, jazz, folk en spaghetti western. Ze wisselen dit moeiteloos af met sfeervol, ingetogen songs: “Two silver trees”, “Slowness”, “Hole in your head” en “Fractured air”.
Een klasse album en een band in topconditie. Da’s Calexico in een notendop momenteel!

The Dodos

Visiter

Geschreven door

Een ontdekking is het Californische duo The Dodos. Ze debuteren na het doodgezwegen ‘Beware of The Maniacs ‘ met ‘Visiter’, een rauw, robuust, indringend en energiek album.
Het duo speelde z’n songs in op een rammelend klinkende akoestische gitaar en een spaarzame metaalpercussie. Resultaat is een kaal lofi aandoend geluid. De bezwerende, opzwepende drumslagen vormen de rode draad in de songs. Af en toe is er een trompet of een elektronica/pianotoets te horen. Een boeiende aanpak alvast, wat het duo uiterst origineel, avontuurlijk en eigenzinnig maakt in die zompige, freakende oase van bluesrock, folk, americana en psychedelica.
De onvaste, zweverige vocals van Meric Long, de nerveuze, gejaagde ritmes en het warme geluid passen mooi in dit concept. De langere nummers als “Joe’s Waltz”, “Paint the rust”, “Jodi”, “’The season” en “God?” zijn gewoonweg schitterend en behouden de aandacht door hun aanstekelijke ritmes, pschedelicatoets en gitaargetokkel.

HushPuppies

Silence is golden

Geschreven door

Hushpuppies is een jong Frans beloftevol bandje uit Bordeaux. Ze bieden aanstekelijke postpunkdie nauw leunt aan Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs en de ‘70’s vervlogen Britse Only Ones. De ‘70’s toetsen verraadden een bredere aanpak en een psychedelicatoets. De groep biedt vaardig, fris uptempo materiaal als “A trip to Vienna” en “Moloko Sound Club”,en “Bad taste and gold on the doors”. Maar met songs als “Lost organ”, “Down, down, down” en “Hot shot” klinkt de band broeierig, intens en toegankelijk. Het kwintet onderscheidt zich van de doorsnee ‘flauwe’ Franse bandjes in het genre en lijkt met dit album aardig op weg naar een internationale carrière.

Volbeat

Guitar Gangsters & Cadillac Blood

Geschreven door

Volbeat heeft een erg succesvol jaar achter de rug. Niet alleen zijn ze er in geslaagd veel nieuwe zieltjes te winnen en erg in populariteit te stijgen. Het is ze ook nog eens gelukt een album op te nemen dat niet moet onderdoen voor zijn twee voorgangers. Al is de sound wat radiovriendelijker geworden, elk nummer blijft hangen en van fillers is er dus geen sprake.
Na een westernachtige intro vliegen de heren van Volbeat er onmiddellijk in met het titelnummer, “Guitar Gangsters & Cadillac Blood”. Wat een lekker nummer is dit! Alles klopt, de zang, de riffs, alles. “Back To Prom” is zo’n opgewekt, snel pretpunknummer en tevens het nummer met de kortste speelduur van het album(als je de intro niet meerekent). Namelijk nog geen twee minuten. “Mary Ann’s Place” is het vervolg op de nummers “Danny & Lucy”, “Fire Song” en “Mr. & Mrs. Ness” van de twee vorige albums. Er hangt een soort trieste ondertoon in dit nummer, toch triest naar Volbeats maatstaven tenminste. Hier wordt topzanger Michael Poulsen bijgestaan door zangeres Pernille Rosendahl, wat het nummer toch iets extra’s geeft.
“Hallelujah Goat” is weer zo’n typische Volbeatbeuker met heavy riffs en energieke zang. Hier krijg ik bij de zanglijnen en riffs voor het eerst een déjà vu naar de vorige albums. Deze ervaring kom ik nog een paar keer tegen op dit album. Maar zolang ik me er niet aan erger, hebben we niets te klagen. Dan komen we aan bij “Maybellene I Hofteholder”, waar ook een videoclip voor gemaakt werd. Het nummer gaat over een stalker die volledig in de ban is van een stripster genaamd “Maybellene”. Wat er verder gebeurt kun je lezen in de lyrics natuurlijk. Maar dit is één van de beste nummers van de plaat en qua stijl komt het overeen met ‘The Gardner’s Tale’ van Rock The Rebel / Metal The Devil.
Dan weer zo’n nummer waar de country invloeden erg naar boven komen. Verbazingwekkend hoe Michael Poulsen er telkens weer in slaagt zijn zanglijnen zo interessant en boeiend te houden. “Still Counting” start als een soort van reggaenummer en dan vliegen de gitaren er plots in… Lekker! “Light A Way” is gewoon een mooi nummer waar de heavy elementen ingeruild worden voor wat meer emotie en dramatiek. Er wordt zelf gebruik gemaakt van enkele strijkinstrumenten. Bij “The Wild Rover Of Hell” keren de riffs en het tempo terug en krijgen we een song die Metallica invloeden niet onder stoelen of tafels probeert te schuiven.
Ten slotte krijgen we nog een leuke cover van Hank Williams’ “I’m So Lonesome I Could Cry”, en de twee ietwat ‘mindere’ nummers van het album, namelijk “A Broken Man And The Dawn” en “Find That Soul”. Voor zij die de limited edition bezitten is er nog een extra cover voorzien in de vorm van Kelly Wells’ “Making Believe”.
Dat Volbeat een topband is die het nog wel eens kan schoppen tot headliner van Graspop hebben ze weer eens bewezen met dit album, dat ik gerust het beste tot nu toe durf noemen. Hopelijk krijgen we nog meer van deze werkjes voorgeschoteld in de toekomst!
Te zien op 11.10 in Hof ter Lo. Doen!

Ross The Boss

New Metal Leader

Geschreven door

True Metal people, raise your fists in the air. A King Of Metal has returned!
Met deze woorden start ik deze review van het eerste album van Ross The Boss, de voormalige snarenplukker van Manowar die zijn passie voor Heavy Metal terug gevonden heeft.
Na intro “I.L.H.” opent Ross The Boss sterk met “Blood Of Knives”, een lekker heavy nummer met een riff die me wat doet denken aan Manowars “Violence And Bloodshed”. Ik heb Ross The Boss altijd al Manowars beste gitarist gevonden, omdat hij boeiende solo’s kan maken zonder een overvloed aan noten te gebruiken. Hij is het blijkbaar nog niet verleerd. Na het leuke “I Got The Right” komen we aan bij “Death & Glory”, waar de snelheid wat opgedreven wordt. Het nummer zelf vind ik niet zo speciaal, maar het bevat wel een typische Manowaroutro, met de shredding van Ross en een hoge uithaal van zanger Patrick Fuchs. Er bestaat  nu eenmaal maar één Eric Adams, dus moest Ross The Boss het stellen met Duitser Patrick Fuchs, die mij toch niet kan boeien met zijn wat saaie zang.
”Plague Of Lies” kon qua stijl en opbouw op Manowars debuut ‘Battle Hymns’ gestaan hebben. De riff heeft zelf veel mee van het nummer Shell Shock. “God Of Dying” is dan weer zo’n episch nummer in de stijl van Gates Of Valhalla, zo heb ik het graag. Want ik heb dit soort epische nummers altijd al de hoogste troef van Manowar gevonden. Na het vrolijke “May The Gods Be With You” wordt het weer wat heavier in de vorm van “Constantine’s Sword”. Dit is tot nu toe het slechtste nummer van de cd, vooral de zang is beneden alle peilen.
”We Will Kill” is ook weer zo’n middelmatig nummer dat niet kan tippen aan de hoogdagen van weleer, ook de backing vocals zijn niet wat ze zouden moeten zijn in een nummer als dit. Matador is een mid-tempo nummer met een Spaans sfeertje, wat uitstekend past bij de lyrics natuurlijk. Na nog een laatste akoestische solo komen we aan bij “Immortal Son”, het laatste nummer van dit album.
Net zoals de oude Manowar albums afgesloten worden met een episch nummer, krijgen we er hier ook één voorgeschoteld. Goed geprobeerd Ross, maar dit nummer kan zeker niet tippen aan klassiekers als ‘Battle Hymn’ en ‘Bridge Of Death’.
Is dit album nu de oude Manowarstijl waar Ross The Boss ons warm voor gemaakt heeft?
Ja en nee. Er zijn veel verwijzingen naar de jaren ’80, zowel qua stijl als lyrics. Maar daarnaast klinkt dit album ook wat als een typische hedendaagse Power Metal band, zoals er zoveel zijn in Duitsland.
Dit album is beter dan Manowars laatste werkje, maar haalt het bijlange niet bij topalbums als ‘Battle Hymn’ en ‘Sign Of The Hammer’.

Members Of Marvelas

Tuxedo Theory

Geschreven door

The Members Of Marvelas debuteerden een kleine twee jaar terug met een ideale kruisbestuiving van hiphop, rock, jazz en ‘70’s funk/soul. Hun crossover klonk opwindend, fris, hip en leuk.
De opvolger ‘Tuxedo Theory’ is minder direct, maar breder van opzet en klinkt persoonlijker, gewaagder en meer avontuurlijk. Ondanks het funk rockende, zomerse karakter kan de plaat alvast niet tippen aan hun overtuigende debuut. Overwegend is de plaat minder aanstekelijk  en broeierig. Een handvol songs beklijven door net die groove samen te brengen van een Urban Dance Squad, Massive Attack, DJ Shadow en Nas. “Zapper & the beast”, “Little Louie” en “The come down” zijn de Marvelous songs van hun tweede plaat.
Info op http://www.myspace.com/membersofmarvelas

Polysics

We ate the machine

Geschreven door

We staan graag even stil van wat uit Tokyo, Japan komt; het blijkt altijd wel iets speciaal te zijn: Electric Eel Shock, Mono, Guitar Wolf, Boredoms, Melt Banana en ook deze Polysics. Gegroeid uit de spirit van Rychiu Sakamoto experimenteert het viertal met synthesizers en laat een diep dreunende bas en strakke opzwepende drums doorklinken, overspoeld door frêle, gillende schreeuw- en vocodervocals in Engels gebrabbel en de eigen moedertaal. Flitsend, energiek noisy geweld waarbij songs als “Kagayake”, “Arigato” en “Irotokage” de pijlers zijn van deze plaat.
Als een wervelwind jagen ze door de songs heen. ‘Technicolor pogo punk’ omschrijft het  krankzinnig kwartet zich, dat al tien jaar bezig is. Invloedrijk waren Devo, The Tubes, Bad Brains en Living Colour.
Info op http://www.polysics.com

Wire

Een concert van ups & downs: Wire

Geschreven door

Een stevige brok muziekgeschiedenis konden we met Wire het afgelopen weekend bewonderen. Na Gent was er vanavond afspraak te Brussel. Dertig jaar terug lag het songschrijversduo Newman/Lewis en drummer Gotobed aan de basis van de huidige rits postpunkbands; hun melodieuze arty punkyrock klonk rechttoe-rechtaan, uptempo, snedig en broeierig, had pakkende refreintjes en was af en toe iets subtieler. Op Pukkelpop 2003 kwamen deze vijftigers opnieuw samen en bundelden hun overtuigende EP’s ‘Read & Burn’ en de ‘Send’ cd met enkele oudjes samen, en gaven lik op stuk aan jonge bandjes door een hels moordende korte set. Na talloze projecten waaronder Newmans Githead brachten ze onlangs een nieuwe plaat uit ‘Object 47’. Het vierde origine bandlid Bruce Gilbert is vervangen door een gitariste, die op het podium het verst van de andere drie leden stond.

Een overwegend ouder publiek zag z’n helden van weleer aan het werk, en een handvol jongeren zagen waar een Franz Ferdinand, Pigeon Detectives en ga zo maar door de mosterd vandaan haalden. Newman had in z’n aktetas de tekstvellen mee, om deze tijdens het concert onder z’n leesbrilletje af en toe eens te spieken.
Een klein anderhalf uur lang grossierde het kwartet in hun materiaal en speelde een concert van ups& downs: er waren songs met een intense broeierige spanning, retestrak snel materiaal en enkele stuurloze niemandalletjes. Wisselend kwalitatief materiaal dus, waarvan de miltante noise injectie, die hun songs tijdens de vorige tournee prikkelden, afwezig bleek. Ze trokken alvast meteen de aandacht met “Our time”, “Too late” en “Comet”. En songs als “Being sucked in again”, “The Agfers of Kodack”, “Circumspect” en “I don’t understand” hielden hun muzikale zoektocht tijdens de set overeind. Hun directe, to the point en sfeervoller materiaal werd niet uitgesponnen en kreeg geen dreunende repetitieve ritmes mee.
Een prachtige bisronde onderstreepte de ‘eeuwige’ muzikale jeugdigheid van het kwartet met het opbouwend dreigende “Boiling boy”, het broeierige “Lowdown” en de springerige krakers “12 XU” en “160 beats That”. Wat Wire als een icoon binnen de punkwave plaatste en actueel hield binnen de Britpop en postpunk!

Support was de Londenaar Duke Garwood, die op z’n gitaar enkele experimentals en bluesslides ten beste tokkelde en speelde . Eerder was hij al zien in ‘a trubute to Gram Parsons’.

Organisatie: Botanique Brussel

Leffingeleuren 2008: zondag 21 september 2008

Geschreven door

Een stralende zondag en een ietwat ouder volkje. De jongeren waren wandelen gestuurd en de ouders waren te zien op het festivalterrein. Een kleine 5000 bezoekers zagen De Dolfijntjes Van Wim Opbrouck, Zita Swoon, Orishas en Arno.

Headphone gaf het startschot, debuteerde op het Cactusfestival en werd sindsdien door menig organisator geboekt. .Een ‘lazy sunday afternoon delight’ sfeertje creëerden ze met hun subtiel uitgewerkte dromerige pop.

Het feestgedruis kon worden aangevat met De Dolfijntjes XXL, het West-Vlaams gezelschap uit Harelbeke rond Opbrouck en Willaert. Al bijna twintig jaar zorgen zij voor grappig entertainment en nemen een loopje met klassiekers door eigen interpretaties, wat uitmondt in de meest onmogelijke medleys. Onversneden rock’n’roll versies in hun gekend West-Vlaams dialect, op accordeon, blazers en ritmesectie. De Dolfijntjes worden terecht omschreven als een hedendaags turboschlager orkest. Op een sterk niveau slaagden ze erin het publek uit hun dak te doen gaan met sloganeske, rijmende refreinen en een meezinggehalte!

Het was de eerste keer dat ik nu Stef Camil’s band aan het werk zag zonder z’n vroegere rechterhand Tom Pintens. Het is en blijft een groot gemis na al die trouwe jaren dienst. Een onwennig gevoel.
Zita Swoon bracht in 2007 de nieuwe plaat ‘Big city’ uit; de band balt een geheel van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret samen en staat garant voor een broeierig, dansbaar setje. Een geheel eigen muzikale taal ontwikkelden ze! Ze ondernamen een heuse clubtournee, speelden enkele ‘BandInABox’ concerten en waren maar op een handvol festivals te zien. In elke tournee horen we een eigen specifieke invalshoek. Vooral in het eerste deel klonken ze uiterst sfeervol met “Qu’est ce que je veux”, “I feel alive in the city”, de requim to Jeff Buckley in “Song for a dead singer”, en “l’Opaque paradis”. In een partyswing kruidden ze “Thinking about you all of the time” en “People are like slamming doors” door dubbele percussie, Hammond toetsen en danspasjes van de backing vocalistes, de zusjes Gysel, en Stef Camil. Pas naar het eind hoorden we opwindende versies van een “Everything is not the same” en “Hot hotter hottest”.

Het Cubaanse Orishas zorgde voor een zomers geluid; een kruisbestuiving van pop, hiphop, latin, salsa en rumba, die aangenaam en aanstekelijk inwerkte op de dansspieren door de beats, scratches, trompet en zuiderse ritmes. De twee rappers en de zanger gingen enthousiast tekeer, wat de band heel wat respons opleverde. Een fijn feestje op valavond.

Arno: een enorm gerespecteerd man, le plus beau, roots te Oostende, tot ridder geslagen en de titel van ‘The hardest working man’. Inderdaad, wie Arno het laatste jaar niet heeft kunnen zien , moet erg veel gaten hebben gehad in z’n concertagenda. Samen met z’n band beschikte Arno over de juiste dosis ‘jus’ om frisse en ingetogen funkende rock te spelen en de kaart van ambiance te trekken. De pittige, strakke en venijnige aanpak blijft boeien, mede door een nieuwe, energieke gitarist, die Geoffrey Burton verving. Maar de pak optredens leveren een voorspelbare (soms dezelfde) setlist op, waardoor Arno niet echt meer verrast.
Hij stelde sterke songs voor van z’n ‘Jus de Box’ en grossierde in z’n rijkelijk gevulde oeuvre. Onvervalste rock hoorden we: “From Hero to Zero”, “Mourir à plusieurs”, “I’m not into hop”, “Ratata” en “Meet the freaks”. Wat hij afwisselde met een ingetogen “Lonesome Zorro” en “Les yeux de ma mère”. Het TC Matic materiaal “l’Union fait la force”, “Que pasa” en de instant klassiekers “Ooh lala” en “Putain putain” blijven tijdloos. Een ‘Best of’ die en verve besloten werd met “Les filles du bord de la mer”. Mooi om op zo’n 7 km van de kust al die kelen te horen meezingen en schreeuwen.

Organisatie: VZW de Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Pagina 907 van 966