logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Deadletter-2026...

Foals

Antidotes

Geschreven door

Het Brits beloftevolle Foals, een kwintet uit Oxford, heeft met ‘Antidotes’ een schitterend gevarieerde plaat uit binnen een grillig en toegankelijk concept: een freakend CYHSY, de punkfunk van !!!, de postpunk van Bloc Party en Franz Ferdinand, de postrock van Mogwai, dreunende repetitieve sounds van TV On The Radio en The Fall en tenslotte ‘80’s invloeden van Talking Heads en Gang Of Four.
Foals bundelt het in frisse, aanstekelijke, avontuurlijke songs, die hyperkinetische ritmes, een nerveuze melodie en hoekige en strakke riffs bevatten, met een portie fuzz als toegevoegde waarde.
Ze omschrijven zichzelf als ‘achterlijke, autistische sell out’ pop. Een omschrijving om maar eventjes de wenkbrauwen te fronsen, maar wat het nu ook is, ze hebben een pak interessante nummers uit: “The french open”, “Cassius”, “Olympic airways”, “Two steps twice” en “Big big love” zijn straffe kost op dit plaatje. Een verdiende airplay en een verplichte aanschaf!

Gotye

Drawing like blood

Geschreven door

Al maanden bant het hypervrolijke "Learnalilgivinanlovin" van Gotye (uit te spreken als ‘Goosjée’) moeiteloos alle economische en regeringscrisissen uit ons hoofd. Het nummer is eigenlijk al van 2006, maar dit jaar opnieuw uitgebracht, krijgt het juweeltje nu pas de nodige airplay.
Het verhaal achter Gotye leest als een mooie roman. In feite gaat het om Wally De Backer: van origine een Belg (geboren in Brugge), maar ondertussen al jaren verblijvend in het Australische Melbourne. Daar mixt hij muziek uit de sixties met persoonlijke eigenzinnige muzikale invloeden. Met succes. In 2006 viel hij in Australië al in de prijzen.
Of het hier ook zo’n vaart zal lopen, blijft af te wachten. Want het tweede album van Gotye wisselt sublieme nummers met zwakkere broertjes af.
”The only way” is zo’n strak nummer dat je geboeid doet blijven luisteren. “Thanks for your time” drijft op een zwoele drumrif en eindigt met een gepaste climax. En “Night drive” is de ideale soundtrack voor een nachtelijke autorit. Maar soms zijn de nummers iets te bleekjes. “Hearts a mess” blijft te lang doordrammen op hetzelfde thema. En ook “Coming back” probeert hartstochtelijk van de grond te komen, maar tevergeefs.
Conclusie? ‘Drawing like blood’ mist nog iets te veel samenhang. Bovendien overlaadt Gotye de nummers soms met té veel spitsvondigheden. Volgende keer één idee per nummer? Dan zijn wij zonder twijfelen al zijn trouwste fan…

Primal Scream

Beautiful Future

Geschreven door

Het immer verrassende en vernieuwende Schotse Primal Scream levert nu met ‘Beautiful Future’ een helaas middelmatig, maar toch nog te pruimen cd af. Enfin, ik ben toch beter gewoon die snaken. Geen elektrotoestanden meer, geen noiserock meer, geen vernieuwing meer, alleen maar de mooie kanten van het leven in te clean geproducete songs. Naast de enige uitschieters “Suicide Bimb” ( Velvet in een nieuw jasje) en het stevig rockende “Can’t go back” krijgen we doorslagjes van bestaande songs. Een kleine steekproef leert ons dat de titelsong eigenlijk “Virginia Plane” van Roxy Music is, “Zombie” een Stones-achtig hippiesong is (Cm,E,Bb) en “Uptown” eigenlijk euh.. Goose is.
Een doodgewone rockschijf met zwakke melodieën en akkoordenschema’s waarbij schaamteloos geput wordt uit andere bronnen: De vraag is of dit verkeerd is of niet. Tenslotte jat iedereen van elkaar. Maar zoals Einstein ooit zei: “Ware originaliteit is de kunst om uw bronnen te verbergen”. En dat doen Gillespie en co  - al dan niet opzettelijk - duidelijk niet .
Als ze zo voortdoen zal hun future helaas niet zo beautiful zijn
Allez, Bobbie en band, herpak u.

Beautiful Future - Inspiratieloos

Exit 31

Exit 31

Geschreven door

De Nederlandse hardrockformatie Exit 31 kwam onlangs op de proppen met hun nieuwe album ‘Exit 31’. Na het in 2006 uitgebrachte ‘Phonogenic’ is dit het tweede wapenfeit van deze band, toch is dit het eerste wat ik van hen hoor.
Hoewel dit album over een bijzonder hoog pop-gehalte beschikt, wist het mij ontzettend te bekoren. De melodische hardrock van deze formatie behoort niet onmiddellijk tot de origineelste of meest complexe releases, maar heeft een bijzondere aantrekkingskracht door de melancholische doch krachtige klank in de stem van zanger Ivo Penders.
Bovendien zijn de teksten zo “herkenbaar” dat ze zich al snel een weg weten te banen tot in de diepste kronkels van je hersenen. Na één luisterbeurt viel het mij op hoe vaak ik op één dag het refrein van openingstrack “About a Dream” zat te herhalen in mijn hoofd. Het krachtige nummer opent namelijk met een frequent terugkomende strofe waarbij vooral de manier waarop Ivo het nummer zingt opvalt. Bovendien is het refrein zo enthousiast en meeslepend, dat het onmogelijk vergeten kan worden. Net zoals in de rest van het album wisselen kracht en melodie elkaar voortdurend af in dit nummer.
De afwisseling tussen kracht en melodie wordt het duidelijkst wanneer we tussen “Real Disaster” en “Let U Down”, de ballad “The Minstrel” voorgeschoteld krijgen. Hoewel ik toch een voorkeur heb voor de hardere kant van deze band, slaagt dit nummer erin om mij even rustig te kunnen laten wegdromen. Toch mist dit nummer een climax, waardoor het moeilijk wordt om je aandacht erbij te houden.
Hoewel de teksten lang niet altijd even positief zijn, kenmerkt dit album zich toch door een goed aanslaand enthousiasme, zelfs waar men minder positieve gedachten aan bod laat komen. Het hopeloos klinkende “Without a Clue” groeit hierdoor uit tot één van de hoogtepunten van het album, samen met het schitterende “Just 2 Just”. Het laatstgenoemde nummer kenmerkt zich opnieuw door de melancholische stem van Ivo Penders waardoor het nummer zelfs de meest vrolijke mens kan doen stilstaan bij de vraag waarom mensen sterven: “Sometimes young and sometimes tragically”.
Het album klinkt echter niet voortdurend depressief en melancholisch. De melodische gitaarlijnen zorgen vaak voor een ondersteunende vrolijke ondertoon. Afsluiter “Life’s 2 Short” illustreert dit, waardoor het album met een vreugdevolle noot wordt afgesloten.

De productie werd toevertrouwd aan Erwin Musper (Van Halen, Scorpions), wat voor mooie resultaten zorgt. Wie van toegankelijke rock houdt, maar toch kwaliteit en af en toe een stevige riff wil horen, zal met dit album zeker aan zijn trekken komen.

The Offspring

Rise and Fall, Rage and Grace

Geschreven door

The Offspring roept pure nostalgie bij me op, want dat was mijn eerste stapje in de richting van goeie muziek. Ik herinner me nog goed dat ik op mijn negende hun toenmalig verschenen album ‘Americana’ zowaar plat draaide zonder het beu te komen. Helaas hebben ze nooit meer een album uitgebracht dat zo goed en volmaakt was…
We schrijven 10 jaar later, The Offspring brengt ‘Rise And Fall, Rage And Grace’ uit en weet me na twee middelmatige albums opnieuw te betoveren met de magie van tien jaar geleden.
Want hun nieuwe plaat is er één van topformaat!
B met “Half-Truism”, een heerlijk nummer dat me kippenvel wist te bezorgen. Onmiddellijk werd me duidelijk dat de nieuwe sound erg verzorgd is. Blijkbaar heeft producer Bob Rock geleerd uit zijn fouten na het misselijkmakende ‘St. Anger’ van Metallica. Dit nummer mag gerust een hit worden!
”Trust In You” begint met een riff die me doet denken aan het nummer “Smash”, waardoor er een glimlach op mijn gezicht wordt getoverd. En dit is niet de eerste knipoog naar het oude werk op dit album.
”You’re Gonna Go Far, Kid” is mijn persoonlijke favoriet van het album. Met een killerrefrein en lekker middenstuk kan het gewoon niet mis gaan.
”Hammerhead” is een beetje het buitenbeentje van het album. Heavy riffs, een tikkeltje agressie en melancholische ondertoon waarbij The Offspring duidelijk maakt dat dit geen typische pretpunk is. Wel jammer van de slechte videoclip trouwens.
Met “A Lot Like Me” krijgen we een commercieel rocknummer te horen dat me doet denken aan het nummer “Gone Away” van Ixnay On The Hombre. Hiermee hebben we eigenlijk de vijf beste nummers van het album gehad.
Maar dit wel niet zeggen dat de rest van het album minderwaardig is. “Takes Me Nowhere” is een typische The Offspring rocker dat me wat doet denken aan de tijden van Ignition.
”Kristy, Are You Doing Okay?” is het eerste rustige nummer van het album. Bij de eerste luisterbeurt vond ik het wat zeikerig, maar na nog enkele luisterbeurten valt het allemaal wel mee.
”Nothingtown” doet me wat denken aan het album ‘Americana’. Misschien zijn het de riffs die daar voor zorgen? Of zou het de solo zijn? In elk geval, een goed nummer dat je zeker niet mag overslaan.
Na het stevige “Stuff Is Messed Up” komen we aan “Fix You”, het rustigste nummer van de plaat. Dit is een nummer dat wat moet groeien, maar het ontbreekt zeker niet aan kwaliteit en diepgang. Ook hier wordt ik me weer bewust van het feit dat Dexter Holland nog nooit zo goed gezongen heeft als op dit album.
“Let’s Hear It For Rock Bottom” en “Rise And Fall” zijn twee simpele afsluiters die eigenlijk geen speciale vermelding verdienen.

Tot zover een lekker album boordevol leuke nummers. De fans van The Offspring mogen dit album blindelings aanschaffen. Maar je hoeft niet bekend te zijn met het oude werk om dit album te kunnen waarderen. Ik zou zeggen, geef The Offspring een kans!

Lokerse Feesten 2008: DAG 4: Status Quo en The Australian Pink Floyd Show

Geschreven door

Voices of Rock Radio hebben wij bewust gemist. Wij houden nu eenmaal niet van afgelikte Amerikaanse FM Rock gespeeld door macho types die naar dezelfde coiffeur gaan als de poedel van hun echtgenote. Van onze man ter plaatse vernamen wij het volgende: “nutteloze, zielloze en supergepolijste FM rock, vrienden van Survivor en co die met afgebonden teelballen en geföhnde kapsels stonden te kakken in de micro”. Wij geloven onze man blindelings, het is toch zo’n schat.

En nog maar eens onze man over Status Quo: “Heerlijk stampende en luide twelve-bar blues van verrassend frisse Rossi, Parfitt en co die nog steeds op zoek zijn naar dat verdomde vierde akkoord. Eén van de beste optredens ooit op de Lokerse Feesten”. En weer heeft die kerel gelijk, de ouwe klasrijke rotten van Status Quo maakten er een feest van gevuld met simpele boeren rock’n’roll, maar o zo heerlijk beukend. De grootste hits werden netjes tot op het einde gespaard (“Roll over lay down”, “Down down” en “Whatever you want” in één ruk na elkaar, een bruisend trio) maar hetgeen we daarvoor hoorden was al even vermakelijk en stomend. Quo putte een mooie verzameling uit hun rijk gevulde repertoire en verkocht daar niet teveel nonsens bij, gewoon spelen was de boodschap. Rossi’s stem klonk een stuk helderder dan die van Parfitt wiens doordronken strot al eens oversloeg maar daar stoorden wij ons hoegenaamd niet aan, want het paste perfect bij de meer bluesy stampers die Parfitt voor zijn rekening nam.
Beste mensen, Status Quo, daar hebben wij nu eens van de eerste minuut tot de laatste van genoten.

En dan een covergroep op de LF, wat moesten we daarvan denken. Gelukkig niet zomaar een covergroepje, wel eentje die het jaar daarvoor ook op het prestigieuze Rock Werchter stond (u weet wel, dat festival voor rijke mensen die graag dure pinten drinken). The Australian Pink Floyd Show benaderde akelig het origineel, zelfs de meest doorwinterde Floyd fan hoorde geen verschil. Bovendien had de band een fantastische setlist uitgekozen met de nadruk op materieel uit ‘Wish you were here’, ‘Dark side of the moon’ en vooral ‘The Wall’. Van bij opener “Shine on your crazy diamonds “ wisten wij het al, de echten zouden dit niet beter gedaan hebben. Niets was aan het toeval overgelaten, hier stonden niet alleen ontzettend goeie muzikanten op het podium, ook de zangeressen waren hemels en de lichtshow en projecties waren eveneens de naam Pink Floyd waardig.
Aan alle concertorganisatoren: waarom nog de onbetaalbare Pink Floyd vragen als je dit hier kan krijgen.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2008: DAG 2: Buzzcocks, New York Dolls en Sex Pistols

Geschreven door

The Kids, de enige echte Belgische punkband, had dertig jaar geleden nooit durven dromen om ooit het voorprogramma van de legendarische Sex Pistols te kunnen spelen. Maar zie, het is nooit te laat. Vlaanderens punktrots mocht deze punkdag op de Lokerse Feesten in gang blazen en deed dit met korte, puntige en venijnige punksongs uit vooral hun eerste twee platen. Korte felle stroomstoten als “Bloody bloody Belgium”, “Fascist cops” en “This is rock’n’roll “ bleven dertig jaar na datum nog moeiteloos overeind. The Kids hadden maar een half uurtje gekregen, maar maakten er toch 45 minuten van, gelukkig maar want een hoop fans stonden meer dan een half uur aan te schuiven aan de twee smalle ingangetjes waardoor velen de helft van The Kids hun sterke set moesten missen. Anno 2008 bewijzen The Kids nog steeds dat ze duizend keer meer punkbloed in de aderen hebben dan de huidige boysbandjes als Janes Detd en Silverene die ook wel eens pretenderen het genre te verkondigen.

“Punk hebben jullie gevraagd, punk zullen jullie krijgen”, zo kondigde de presentator het optreden van The Buzzcocks aan, waarop de heren op respectabele leeftijd er meteen een gemeende lap op gaven. Rechtdoor, rommelig, fel, puntig en kort. Kortom, zoals punk echt hoort te klinken.  Zonder commentaar raasden The Buzzcocks doorheen “What do I get”, “Oh shit”, “Autonomy”, “I don’t mind” en natuurlijk de klassiekers “Orgasm addict” en de afsluiter “Ever fallen in love”. Een hoop materiaal dus uit ‘Singles going steady’, hun klassieker uit ’79. Dit, beste mensen, benaderde deze avond het meest de ziel van de punkmuziek zoals het eind jaren zeventig bedoeld was, in tegenstelling tot de opgezwollen circusshow die The Sex Pistols hier later op de avond zouden opvoeren.

Maar eerst nog The New York Dolls, veruit het beste concert van de avond. Neen, The Dolls zijn geen punkgroep, maar hebben het genre meer dan beïnvloed met hun no-nonsens gruizige rock’n’roll uit het begin van de jaren zeventig. Met enkel nog David Johansen en Sylvain Sylvain als overlevende originele groepsleden (beiden zien er overigens nog verrassend fris uit) speelden ze een knallende set van klassiekers aangevuld met een viertal songs uit hun voortreffelijke comeback plaat uit 2006. Hoogtepunten midden in de set waren “Private world” en de verrassende cover “Piece of my heart” van Janis Joplin. De band was levendiger en feller dan ooit, de sound was lekker vettig, het rockte en bruiste langs alle kanten. The Dolls trakteerden ons op een schitterende finale met “Trash” en een knallend en prachtig uitgesponnen “Jet Boy”, waarin de immer sympathieke Sylvain Sylvain en zijn fantastische copain Steve Conte op hun gitaren loos mochten gaan. Je voelde het, The Dolls zaten klaar om in een nog hogere versnelling te schakelen toen men teken gaf dat ze er moesten mee ophouden en een oen van een presentator hen zonder enige vorm van respect afkondigde terwijl Sylvain Sylvain nog een gemeende “thank you” tot het publiek wou richten. Ongehoord. Met de te korte set van The New York Dolls wisten wij toen al dat het beste van de avond, en misschien wel van de hele Lokerse Feesten, was gepasseerd.

En natuurlijk hadden wij gelijk, want wat te denken van The Sex Pistols ? of moeten we eerder zeggen ‘The Johnny Rotten Cartoon Show’ ? We weten al lang dat Rotten zichzelf niet au-serieux neemt, dus wij gaan dat zeker niet doen, maar deze potsierlijke vertoning was er toch wel een beetje over. Rotten had voor de gelegenheid een belachelijk apenpakje aangetrokken, Steve Jones een afstotelijke bermuda broek die je dezer dagen zelfs in Blankenberge nog maar zelden tegenkomt en van de Willy Sommers lookalike op bass konden we maar moeilijk geloven dat dit wel degelijk Glenn Mattlock was. Punk, it definitely ain’t. Bovendien maakte Rotten er volledig zijn eigen show van, zijn bindteksten varieerden van belachelijk tot echt stompzinnig en zijn stem ging meerdere malen in overdrive (we dachten meermaals dat hij “this is not a love song” zou inzetten). Of de band achter zijn rug nu The Sex Pistols  waren of één of ander lokaal bandje, maakte hem kennelijk niet uit, het was zijn vertoning en van niemand anders.
De songs dan, misschien konden die het boeltje wel redden, want laten we niet vergeten dat ‘Never mind The Bollocks’ één van de meest legendarische platen is die ooit gemaakt werden, misschien wel meer legendarisch dan echt goed, maar soit, toch een mijlpaal die in niemand zijn collectie kan ontbreken. En gezien dit ook de enige plaat is die The Pistols ooit op de wereld hebben gegooid, passeerde deze uiteraard hier quasi volledig de revue.
En jawel, klassieker als “Pretty vacant”, “Holidays in the sun”, “God Save The Queen” en “Anarchy in The Uk” staan nog steeds als een huis en klonken ook hier in Lokeren nog behoorlijk gebald en stevig, maar de band zelf klinkt nergens meer geloofwaardig en wij hadden voortdurend het gevoel dat we naar een circusvoorstelling stonden te kijken in plaats van naar een punkoptreden.
Rotten heeft gewoon de verkeerde groep terug in het leven geroepen, want hadden wij niet met zijn allen hier veel liever PIL aan het werk gezien ? een band met stukken meer creativiteit en met een veel gevarieerder repertoire die, wat ons betreft, een interessantere come back zou opleveren.  Want, let’s face it, eigenlijk is ‘Never mind the Bollocks’ twaalf keer dezelfde song en op een podium komt dat duidelijk en pijnlijk naar boven, zo ook in Lokeren. Deze band mocht nooit terug bijeengekomen zijn, de mythe is er volledig uit. The Sex Pistols anno 2008, dat is een tekenfilm, en niet eens een grappige.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2008: DAG3: Daniel Lanois en Sinead O'Connor

Geschreven door

’Ouwe wijven’ regende het, die avond in Lokeren. Alleen voor Daniel Lanois wilden wij dit kutweer nog doorstaan. De man begon 20 minuten te vroeg aan zijn set, de camera’s en wij hadden het nog niet door. Hij was volgens ons precies begonnen aan een soundcheck, maar dan wel de beste soundcheck die we ooit hebben meegemaakt. Maar toen bleek dat hij gewoon aan zijn optreden begonnen was, floepten ook de camera’s aan. Lanois had enkel een drummer meegebracht, maar wat voor één. Het duo speelde een formidabel optreden gebouwd op sublieme momenten van spontane improvisatie, kortom een veredelde jamsessie. Er waren maar weinig raakpunten met Lanois’ platen, die overwegend rustig en sfeervol klinken.
Hier op het podium liet Lanois vooral zijn gitaar scheuren als een Neil Young in zijn beste Crazy Horse momenten. Zijn drummer volgde met het meest geniale slagwerk. Een setlist kwam hier niet aan te pas. Het duo speelde wat hen ter plaatse inviel, zelfs een stroompanne  kon hun creativiteit niet stoppen, Lanois maakte er handig gebruik van om het publiek op zijn hand te krijgen en hen James Brown te doen zingen, waarop hij na de panne zijn gitaar liet binnenvallen met een geweldige funky gitaarimprovisatie.
Het is pas de hele groten gegeven om op een podium ter plaatse de meeste geweldige sound uit te vinden. Even ging Lanois er bij zitten om op de pedal steel een ongelooflijk brokje sfeer te creëren en ook dit klonk fantastisch. Ondertussen viel de regen verder met bakken uit de lucht, maar wij weken voor geen meter, geen seconde wilden we hier van missen.
De Lokerse Feesten zijn nog lang niet gedaan, maar hebben wij hier niet de beste drummer en de beste gitarist van het festival al aan het werk gezien ?
Lanois producete zopas de nieuwe U2, als daar ook maar een greintje van de genialiteit die hij vanavond tentoonspreidde op terug te vinden is, dan wordt het een bijzonder sterke plaat.

Daarna was het nog de beurt aan Sinead O’Connor, die de laatste tijd meer met kerkmuziek bezig is dan met wat anders. Hiervoor wilden wij echter de gutsende regen niet meer trotseren, dus we hebben dat mens dan maar gelaten voor wat ze was. Hier volgen enkele reacties van enkelingen die het wel gehoord hebben : ‘saai en slaapverwekkend’ (gehoord van iemand die O’Connor al 5 keer gezien heeft en tot voor dit optreden nog fan was), ‘een bijbelse setlist zonder hits van het eerste uur’ (volgens Studio Brussel) en ‘tenenkrullende songs als “Rivers of Babylon” (de Morgen). Do we need to see more ? Naar het schijnt droop er na elke song meer en meer publiek af, zodat ze haar laatste songs nog voor twee man en een paardenkop stond te spelen (die 2 man waren getuigen van Jehova, de paardenkop was Freddy Willockx). Niets gemist dus.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Folkdranouter 2008:zondag 3 augustus 2008

Geschreven door

Een aangename verrassing ’s namiddags was Lau (Kayam), een Brits drietal dat een ideaal recept van ‘sunday afternoon delight’ folk speelde op accordeon, akoestische gitaar en viool. Een sound die tot de verbeelding sprak …

De dames van Laïs (Jorunn, Annelies en Nathalie) (Kayam) lieten al enkele jaren doorschemeren dat ze hun jeugdig a capella kampvuursongs en poppy folkpop deels wouden verlaten voor een dreigende klankkleur van gitaren, elektronica en drums. ‘The Ladies’Second Song’, in het najaar van 2007 verschenen, was het resultaat. Een vernieuwende, avontuurlijke aanpak van Nederlands-, Engels- en Franstalig gezongen nummers; ook oude songs als “7 steken” en “’t Smidje” kregen een grondige beurt. Laïs was tot veel in staat, maar won geen nieuwe zieltjes bij …

Billy Bragg (Kayam), Brits unionstrijder nummer 1, trad solo op en onderstreepte in ’t vet z’n ‘Mr Love & Justice’ persoonlijkheid. Een singer/songwriter die mensen met dezelfde ideeën samenbrengt om te streven naar een groene, faire en betere wereld. Hij kon dit niet alleen, maar hij maakte alvast de aanwezigen duidelijk dat het onze verantwoordelijkheid was. Muzikaal greep hij terug naar oud materiaal als “Greetings from New Brunette”, “There is a power & union”, “Sexuality” en “New England”. Hij koppelde het aan nieuw materiaal als “Farmboy” en “I keep faith”. Op z’n gitaar tokkelde hij verbeten z’n ruwe, rauwe, ongepolijste protestsongs, songs ontdaan van enige franjes en mét een meezinggehalte. Op “One love” van Bob Marley bracht hij positie publiek – solo-artiest dichter, iets wat hij geleerd had van de old folkie Woody Guthrie.

Boudewijn De Groot (Kayam)
Vorig jaar was Bart Peeters het hoogtepunt van het festival, dit jaar kwam de eer aan Boudewijn De Groot. De man grossierde in z’n rijkelijk gevulde oeuvre en vergat z’n grootste kleinkunsthits niet. Moeiteloos stapte hij solo of met z’n begeleidingsband over in het recente ‘Lage Landen’.
Onder z’n bezwerende stem begon hij innemend en ingetogen met o.a. “Wat geweest is, is geweest”, “Verdronken vlinder” en “Testament van m’n jeugd”. Enkele leden begeleidden spaarzaam onze bard op “Naast jou” en “Tip van de sluier”. Met z’n full band kregen de songs kleur door een uitgebreid instrumentarium: “De zwemmer”, “De Noordzee”, “De reiziger”, “Jimmy (eenzame fietser)” en “Als de rook om je hoofd is verdwenen”. Hij breidde er telkens een verhaal aan; “Meisje van 16” , een smartlap origineel van Charles Aznavour, was hij schatplichtig aan z’n platenmaatschappij en is door de jaren één van z’n lievelingen geworden.
We hoorden een uitgelaten tweede deel. Hij eindigde sfeervoller met “Spelende kindmeisjes”, “Op weg” en “Vondeling”. “Het land van Maas en Waal” mocht als uitsmijter niet ontbreken bij deze headliner.
Boudewijn De Groot bewees hoe eenvoudige Nederlandstalige pop kon raken, prikkelen en overtuigen. Ook de weergoden waren onder de indruk, want na het concert zetten ze de hemelsluizen open en werd de wei tot een gigantische modderpoel omgedoopt.

De 50 jarige Loreena McKennitt (Kayam) kreeg verdiend een grootse plaats op het festival. De Canadese componiste en multi-instrumentaliste (harp, piano, accordeon en elektronica) bracht een geheel van ingetogen en zwierige traditionele (Keltische) folk, klassiek en pop, onder haar hemelse, hoge, breekbare vocals. Een sferisch, dromerige en filmische sound, waarbij ze werd bijgestaan door een ruim tienkoppige band … en ons eventjes de plensbuien deed vergeten.

Ons eigen Arsenal (Kayam) mocht deze 34ste editie besluiten. Zij maakten er een modderfeestje van. Ze dropten ons meteen in hun aanstekelijke, zuiderse zomerpop van een elektronisch klanktapijt, latino, pulserende beats en een warme samenzang. Een smeltkroes van exotische, dansbare pop tot een meer strakke aanpak.
Arsenal paste de hits “Switch”, “Longee”, “Personne ne bouge”, “Saudade”, “Mr Doorman” en “A volta” in hun nieuwe materiaal als “Estupendo”, “Turn me loose” en “Lotuk”. Dansen in de modder: Arsenal maakte het leuk en onvergetelijk!

Organisatie: Folkdranouter Dranouter

Folkdranouter 2008: zaterdag 2 augustus 2008

Geschreven door

Dag 2 werd ingezet met één van de Vlaamse legendes binnen de kleinkunst Zjef Vanuytsel (Flamundo). Samen met Kris De Bruyne, Wim De Creane , Johan Verminnen en Jan De Wilde, gaf Vanuytsel, inmiddels 61 geworden,  het Vlaamse lied elan door z’n ‘Zotte morgen’. Hij nam vorig jaar een nieuwe plaat op, ‘Ouwe makkers’. Onze architect nam z’n bouwverlof ter harte en grossierde met z’n begeleidingsband en strijkerensemble diep in z’n oeuvre. Het songmateriaal was breder van opzet en werd mooi uitgediept; “Ik weet wel, mijn lief”, “Tederheid”, “Stil inde Kempen”, “Zonneschijn” en “Zotte morgen” klonken emotievol, sfeervol en meeslepend. Nostalgische pop van een sympathiek man, die genoot van de sterke opkomst!

Woven Hand (Kayam) is het vervolgverhaal op 16 Horsepower van singer/songwriter en religieus predikant, Dave Eugene Edwards. Een uurtje onheilspellend, donker dreigend, pakkend materiaal. Adembenemend, spannend en beklijvend. Kippenvelmomenten ervaarden we op songs als “Whistling girl”, “Speaking hands”, “Iron feather” en “Winter shalker”. Sommige nummers als “Tin fingers”, “Deerskin doll” en “Your Russia” klonken pittig, snedig en stevig; ze werden overstelpt door de pedaaleffects, een diepe bas en opzwepende percussie. Tussen de nummers hoorden we een soort kerkgezang. Edwards was nog net tekort voor een ticketje zondagsmis te Dranouter !, doch overschouwde band en publiek op z’n draaistoel… Mooi!
 
Na een ietwat tegenvallende set op het Cactusfestival herstelden Rios, Neve en Proesmans (Kayam) zich. Er zat meer swing en dynamiek in de set, een uitstraling als tijdens hun theatertournee. De moderne kruisbestuiving van pop, latino, jazz en modern klassiek boeide en werkte aanstekelijk. Zuiderse klanken met een knipoog naar de tango van Gotan Project. Een intens samenspel onder Rios’ warme vocals en tintelende gitaarspel, Neve’s beheerste pianospel en de droge drums van Proesmans. Een greep van hun songs: “Baby lone star”, “Angelhead”, “I’m gonna die tonight”, “Auscensia” en “Stay”. Overtuigend optreden!

De New Yorkse singer/songschrijfster Suzanne Vega (Kayam) zagen we al in verschillende gedaantes: met full band, elektronica vernuft en solo. Op Dranouter werd ze een sober begeleid van een bassist en een drummer. Ze besloot haar Europese tournee te Dranouter. Het trio vormde een geoliede machine, wat de melodieuze folky popsongs ten goede kwam. Haar bekendste nummers zaten mooi vervat in de set, aangevuld met enkele nieuwe. Een boeiende set van korte, kernachtige songs. Een spaarzame start met “Rock in this pocket”, “Frank (Sinatra) & Ava (Gardner) (een sprookjeshuwelijk van ups &downs) en “Cracking”. Op het juiste moment stak het trio er meer vaart en ritme in met de dromerige “Marlene on the wall” en “When heroes goes down”. Haar bassist speelde een hoofdrol op “99.9 F” en “Blood makes noise”; z’n diepes bastunes vingen de elektronicabeats op.
Af en toe neuriede het publiek al “Tom’s Dinner”, maar Vega onderschepte dit handig met prachtsongs “Left of centre”, “Solitaire” en “Luka”. “Tom’s Dinner” was de obligate bis, die naast het meezinggehalte een dansbare groove meekreeg. Puike liveset van een vastberaden dame op het podium.

Ozark Henry (Kayam),onder multi-instrumentalist Piet Goddaer, stelde z’n ‘A decade’ voor, de overzichtsplaat van mans oeuvre van vijf cd’s. Een perfect uitgebalanceerde sound van het kwartet (al een tijdje zonder gitarist!) en pareltjes van subtiele, melodieuze songs, die sfeervol, meeslepend klonken of een steviger beatje hadden, onder Goddaers warme stem.
Het publiek werd op z’n wenken bediend van deze hitmachine: van een ingetogen, intiem “Godspeed” en “Vespertine” naar “Word up”, “Rescue me” en “Sweet instigator” tot de dansbeats op de instrumental “Echo as a metaphor”, “Sun dance” en “La donna e mobile”. “Inhaling” kreeg ‘80’s electro mee. Het recenter materiaal “These days”, “At sea”, “Indian summer” en in de bis “Get yourself a chance with me” was de finalereeks van het concert. Poprock op z’n best. Klasse! Een welgemeende Merci en handjes wuiven.

Tenslotte besloot het Engelse The men they could’t hang (Palace), die al 25 jaar bezig trouwens en nog maar sporadisch te zien waren in ons landje. De band is een goed bewaard geheim, die het midden hield van The Pogues, The Waterboys, The Levellers en The Saw Doctors. Een fijn concept van gevarieerde, speelse, vrolijke en ontspannende nummers. De band zong in een verschrikkelijk Brits dialect. Ze trakteerden ons op enkele Schotse traditionals en zeemansliederen. Kortom, het sympathieke The men they couldn’t hang was een rockend boombal.

Organisatie: Folkdranouter Dranouter

Pagina 911 van 966