logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Epica - 18/01/2...

Cat Power

Jukebox

Geschreven door

Cat Power & Dirty Delta Blues

Chan Marshall, synoniem voor Cat Power, kwam tien jaar terug in de belangstelling door op een unieke manier op piano songs van Dylan, Nina Simone, Smog en Rolling Stones te bewerken. De songs werden ontdaan van enige franjes, kregen een warme, tedere aanpak en werden gedragen door haar hese, melancholische soms onvaste stem. Haar americanablues biedt een eerlijk, puur, oprecht en doorleefd geluid, een ‘straight from lived in bars’ geluid, kortom, ideale songs die de nacht besluiten in een donkere kroeg.
Sinds de vorige ‘The greatest’ cd beschikt ze over een meer vaste begeleidingsband, The Dirty Delta Blues.
‘Jukebox’ bevat tijdloze klassiekers van o.a. Hank Williams, James Brown, Bob Dylan, Jessie Mae Hamphill en  Billi Holliday, aangevuld met twee eigen remakes, die een eigen unieke wending krijgen. Doorleefde americana/soul/retrobluesrock, ergens tussen V.U., Black Crowes, G Love, Wilco, Joni Mitchell en Janis Joplin.
Sober en kwetsbaar klinken ”Silver stallion”, “Lord, help the poor & needy”, “Song to Bobby”, “Don’t explain”, “Woman left lonely”, “blue” en “Breathless”. Een voller geluid en een krachtiger aanpak hebben “New York”, “Rambling (wo)man”, “Metal heart” en “Aretha, sing one for me” .
’Jukebox’ is een rustige, intieme, kwetsbare als sfeervol broeierige plaat geworden en het is mooi hoe ze met haar band steeds opnieuw paden verkent om verrassende bewerkingen uit haar mouw te schudden.

Porcupine Tree

We lost the skyline

Geschreven door

Het is een beetje onduidelijk waarom een band als Porcupine Tree zonodig een nieuwe liveplaat op de markt moet brengen, dat terwijl ze in het verleden met ‘Coma Divine’ (1997), ‘Warszawa’ (2004) en de recente live DVD ‘Arriving Somewhere’ (2006) al sublieme documenten hadden afgeleverd. Maar Steve Wilson wil naast zijn talrijke nevenprojecten ook zijn moederband ‘in the picture’ houden. Dit jaar zullen er waarschijnlijk opnieuw enkele heruitgaven van Porcupine Tree albums verschijnen maar een nieuw album zit er, na het sublieme ‘Fear Of A Blank Planet’ (2007), dit jaar niet in. Dit live plaatje is er dan ook ééntje voor de fans. Een live document in zijn puurste vorm. Want alle songs worden volledig uitgekleed. Het is een beetje teleurstellend dat de akoestische songs enkel gebracht worden door Steve Wilson. Af en toe is er wat hulp van John Wesley, die dan nota bene nog steeds geen vast PT lid is! Mooier was een akoestisch setje geweest met de ganse band.
Maar goed ik heb me laten vertellen dat deze ‘We Lost The Skyline’ vooral mag dienen als introductie op de Amerikaanse markt, waar de band een korte overzeese toer mag volbrengen. De songs blijven subliem, de live uitvoering is hier en daar wat minder. Een stevige song zoals “Even Less” mist het gebalde arrangement en kampt zo met wat bloedarmoede. Enkel voor diehard Porcupine Tree fans want van een volwaardige release kunnen we hier niet spreken!


Isobel Campbell & Mark Lanegan

Sunday at the devil dirt

Geschreven door

Mark Lanegan beleeft drukke tijden, want hij is een veel gevraagd gastvocalist. Onder z’n eigen band is het van 2004 geleden dat hij nog werk kon uitbrengen. Lanegan was te horen bij QOSA, Soulsavers, Creature  with the atom brain en The Twilight Singers. Dit voorjaar leverde hij met Greg Dulli zelfs onder The Gutter Twins een prachtplaat af.
En met Isobel Campbell kwam het twee jaar terug tot een samenwerking op afstand, met ’The ballad of the broken seas’ als overtuigend resultaat. Ze werden bestempeld als de ‘60’s icoontjes Lee Hazelwood en Nancy Sinatra.
‘Sunday at the devil dirt’ is het vervolgverhaal, waarbij ze deze maal samen de studio introkken. De donker dreigende sound en het dromerig, sfeervol karakter blijven behouden. Lanegan neemt met z’n grauwe, diep krakende zegzang een prominente rol in (een tweede Johnny Cash/Michael Gira), en zangeres/componiste/celliste Campbell neemt genoegen om als achtergrondzangeres te fungeren. Enkel op “Shotgun blues” is ze leading vocaliste!
Het lijkt eerder op een solo-uitstap van Lanegan die de composities van de ex Belle& Sebastian Schotse songschrijfster zingt.
”The raven” en “Come on over (turn me on)” zijn de pareltjes op de plaat. Overwegend horen we spaarzaam begeleide songs, af en toe omlijst van sfeervolle strijkers, zoals op “Seafaring song” en “Who built the road”. De country killers “Something to believe” en “Keep me in mind, sweetheart” huiveren door het akoestisch gitaargetokkel en Lanegan’s gegrom. “Back burner” en “The flame that burns” laten een andere kant van het duo horen: lekker zwoel en zwierig.
Kortom, we houden er heerlijke variaties aan over op deze tweede samenwerking.

Zornik

Crosses

Geschreven door

Zornik neigde de voorbije jaren te verzanden in meligheid, wat aan eigenheid inboette en hen deed opslorpen binnen de Muse bombast.
’Crosses’ is een van energie barstende nieuwe plaat, die een frisse indruk nalaat door enkele aanstekelijke, snedige, rauwe poprocknummers als “Black hope shot down”, “The backseat”, “Sad she said” en “No”. Ze zijn ondertussen een kwartet, wat een voller geluid biedt en het geheel ten goede komt. “Go” is zelfs nog straffer door z’n strakke aanpak. Ademruimte krijgen we op de trage pianoslepers ‘Straight to the bone’ en ‘There she goes’, die mooi in elkaar overgaan. En Zornik hoeft zelfs z’n catchy rock niet te schuwen, “Lost & Found” is zo’n typische classical. De ‘80’s elektronica klinkt niet té nadrukkelijk.
Puik plaatje van Buyse en de zijnen en … nét op tijd om muzikaal te variëren.

Rage Against The Machine

Rage Rules!

Geschreven door

In de volle grunge van Pearl Jam en Nirvana en in de voetsporen van de crossover van Faith No More, Living Colour en Urban Dance Squad ontstond Rage Against The Machine.
Het kwartet uit L.A. bracht drie platen en een covercd uit, met een politiek establishment van linkse ideeën. Een in te lijsten titelloos debuut, een matige tweede plaat (‘Evil Empire’), een retestrakke ‘The battle of Los Angeles’ en tenslotte de eigenwijze aanpak van andermans nummers op ‘Renegades’. Hun sound: een heftig, magisch uniek noisegitaarspel, diepe, zware bastunes en een opzwepende percussie, bepaald door een spervuur aan verbeten raps. Guilty partners waren Zack de la Rocha, Tom Morello, T.tim.K en Brad Wilk.
Ze leverden enkele pure lijfliederen af en waren één van de opwindendste bands van de jaren ’90. Toen Rage het voor bekeken hield, kon de band (zonder Zack) onder Audioslave (met Chris Cornell van Soundgarden) de oude vlam slechts ten dele aanwakkeren.
Op het Coachella festival in de VS was er vorig jaar de nakende reünie. We lazen dat ze live nog niks aan dynamiek hadden ingeboet. Een pletwals! En lovende kritiek was er ook gisteren op Pinkpop.

De hoge verwachtingen werden meteen ingelost, want op de eerste noot van “Testify” was het hek al van de dam, gevolgd door “Bulls on parade”; de security had de handen vol om niet enkel jonge gasten, maar ook door het dolle heen dertig- en veertigers op te vangen.
De keuze kwam vooral op het gebalde, opzwepende materiaal van hun debuut en ‘The battle of Los Angeles’.
De power was te horen op “Bombtrack”, “Bullet in the head”, “Know your”, enemy, “Guerilla radio” en “Sleep now in the fire” (wat een tempowisselingen). Een meer slepend ritme hadden “People of the sun”, “Vietnam” en het afsluitende “War within a breath”, om het publiek wat op adem te laten komen. Dat ze ook mainstream konden klinken, hoorden we op “Working on a clampdown” van The Clash (dertig jaar oud!). Morello pijnigde z’n gitaar op “Ashes in the fall”, het hoogtepunt van z’n avontuurlijke gitaarkunstjes.
Rage was zowel energiek, strak, beukend als traag en meeslepend om dan ‘full force’ het gaspedaal in te drukken. Het zweet stroomde het enthousiaste kwartet af! Zack en Morello stonden geen enkel moment stil. De virtuositeit van de band verbaasde in de bis met de in elkaar overgaande “Township rebellion” en “Freedom”: de gitaargeluidjes, de stiltes, de explosies en de door merg en been gaande schreeuwvocals van Zack, waren gewoonweg schitterend! Tenslotte besloten ze en verve met de fuifklassieker “Killing in the name of”: springen, dansen, meebrullen en gebalde vuisten in de lucht. Het was puffen in die dampende kolk van het Sportpaleis! Zelden gezien dat iedereen zo uit z’n dak ging. Drijfnatte lichamen ondergingen de mokerslagen van het kwartet.

Het Sportpaleis daverde; hier is geschiedenis geschreven en werd het ambiancerecord van Faithless, al tien jaar terug, met gemak verpulverd. Ze zorgden, geschift en genadeloos, voor een groots feestje. Wat een memorabele return en reünie van het kwartet. Rage rules… Verbluffend optreden!

De politiek sociaal bewogen Serj Tankian doet het momenteel al een tijdje zonder z’n System of A Down. Een vijfenveertig minuten speelde Tankian een broeierige, spannende set. Als support werd hij met z’n band warm onthaald. Hij wist in de sound als vocaal voldoende variatie te brengen in het gestroomlijnd materiaal. Het waren vooral “Empty walls”, “The sky is over” en het avontuurlijke “Praise the lord”, boordevol onverwachtse wendingen, die zich onderscheiden. Deze Amerikaanse Armeniër maakte alvast een goede beurt en het is uitkijken naar z’n set op Pukkelpop.

Poeët/predikant Saul Williams bracht al interessant materiaal uit met de heren van de Roni Size feat Reprazent clan. Een Maxi Jazz in overdrive op het podium, militante, bedwelmende beats, elektronicagefreak, drum’n’bass en dub onder z’n fel verbeten raps zochten de juiste groove om te kunnen boeien. De declamerende voordrachten bleven achterwege. Saul Williams ging de mist in, ook al klonk hij toegankelijker. Het ontbrak net aan kwalitatief sterk materiaal.

Organisatie: Live Nation

Tim Vanhamel

Tim Vanhamel: until I found The Germans (again)

Geschreven door

Het was uitkijken naar hoe Tim Vanhamel zijn solodebuut ‘Welcome To The Blue House’ live zou brengen in de kleinere zalen van het Clubcircuit. Daar waar Vorst in februari - als support van Smashing Pumpkins - nog te groot leek, hoorden en lazen we wisselende commentaren over zijn optredens in Het Depot, Charlatan en Trix. We waren dus niet weinig benieuwd hoe Vanhamel en begeleidende band het er deze keer vanaf zouden brengen. We keken ook enorm uit naar het gitaargeweld van The Germans, de veelbelovende debuutplaat ‘Elf Shot Lame Witch’ knalde de afgelopen 2 maanden immers bijna onze speakers in de wagen aan flarden.

Hoewel het Millionaire-geweld op ‘Welcome To Te Blue House’ plaats moest maken voor melancholische en melodieuze pop werden we toch verrast door de enorme wall of sound die de groep rond Vanhamel optrok. Starten deed de band met “Red River”, een nummer met een schijnbaar eenvoudige songstructuur en melodieuze gitaarlijnen. “It’s Not The Drug”, op plaat één van de meer middelmatige nummers, ontplooide zich tot catchy garagerock met een zanglijn die in het hoofd blijft spoken. Het met hijgpartijen doorspekte “Which Of Us”, één van onze favorieten op de plaat, deed ergens een elfenbelletje rinkelen en het ietwat dreigende - en op plaat een rustpunt vormende – “Tell Me” klonk live toch behoorlijk stevig. Na het tragere, maar eveneens hard gespeelde, “Return To Love” was het de beurt aan “Until I Find You”. De vooruitgestuurde single van ‘Welcome To The Blue House’ zat middenin de set en blijkt ook live een ijzersterke song. Hierna was het de beurt aan het ietwat gejaagde, met hoge drums gezegende, “Sometimes I Wanna Run” en het meeslepende “Saviour”. Hoe kwetsbaar Vanhamel zich ook toont met zijn soloplaat, “Like A Fire” is ontegensprekelijk iets lichtvoetiger en minder negatief geladen. Met “Take Me Home” was het de beurt aan een met weerhaakjes voorziene ballade. Het is niet nieuw want met “Ballad Of Pure Thought” leverde Vanhamel als frontman van Millionaire ook al een breekbare, maar fantastische, ballade af. Besluiten deed de band met “Garden Of Weeds”.

Om eerlijk te zijn, we hadden de wall of sound bij het optreden van Vanhamel helemaal niet zien aankomen. Vanhamel had in interviews nochtans al aangekondigd de nummers van op ‘Welcome To The Blue House’ ‘een beetje in een rockkleedje te steken’.
Voor ons leek het alsof de subtiliteit van de plaat en de schoonheid van de nummers teniet werden gedaan door de - ietwat overdadige - geluidsmuur die Vanhamel en co optrokken. We zijn er de mensen niet naar om de prestatie van een man met een indrukwekkend CV als Vanhamel met de grond gelijk te maken maar moeten toegeven dat we meer verwacht hadden van deze liveprestatie. Al moeten we toegeven dat we wel nog meer uitkijken naar een nieuwe plaat van Millionaire dan we - hoe benieuwd we ook waren - uitkeken naar deze show. Dit gezegd zijnde: het doet voor ons niks af van de vocale en muzikale talenten die we toedichten aan Vanhamel, wel integendeel!

Geen band die we - sinds hun ontstaan in 2002 - meer aan het werk zagen als The Germans. De groep bracht dit jaar, in navolging van hun EP uit 2005, hun goed doordachte debuutplaat uit. ‘Elf Shot Lame Witch’ werd een beklijvend werkstuk dat hen o.a. in Vooruit, Nijdrop, 4AD, Botanique en - als support van The Kills - in de AB bracht. The Germans staken meteen van wal met “Witch”, een duivelse inslag waarbij de stem van Ampe zorgt voor een blitzkrieg van kippenvel. De schreeuwpartij in “Lalaliar” deed ons meteen denken aan Frank Black en de zijnen, terwijl we ons niet van de indruk konden ontdoen dat de drums en de bas van de gebroeders Jacobs een geheim verbond hadden gesloten. Na de zwaar overstuurde gitaren van “Your DNA” vuurden The Germans met “The Next Superstar” een nummer vanop hun EP af. Het onschuldig trage “Carolife Daisy”, dat sterk gelaagd is opgebouwd, krijgt na verloop een donker meedogenloos randje en “Lame” stort zich indrukwekkend in een chaos van noise door de krijsende zang, opgefokte gitaar en nerveuze drums. “Shot” op zijn beurt, met scherp gitaarwerk van Cauwels, had helemaal niet misstaan op de ‘Ghost Rock EP’ van Mauro & The Grooms. Het met ontelbare geluidseffecten volgestouwde “Waiting For The Band” is noiserock van het zuiverste water. Afsluiten deden The Germans met het indrukwekkende “Dog”, een nummer dat nooit lijkt te eindigen en ons ter plekke aan de grond nagelde.
The Germans zijn sterk gegroeid als band. De nummers zijn zeer sterk uitgewerkt en er is grondig nagedacht over een eigen geluid. Ergens hadden we het gevoel dat ze deze set nog beter (nog beter!) kunnen brengen. Voor The Germans is dit duidelijk geen eindpunt. De Standaard noemde hen de gevaarlijkste rockgroep van België… misschien moeten we daar ‘en de meest onderschatte’ aan toevoegen?!
Na het aanschouwen van dit optreden is de honger alvast groot om hen al opnieuw aan het werk te zien, graag als support van bands als Liars, Mauro & The Grooms of… Millionaire.

Gentlemen of Verona, een rauwe garageband, mocht de avond openen. De snijdende gitaren en de ruige drumritmes met invloeden van The Gossip en PJ Harvey vormden een aperitiefje (een droogje) dat ons nog meer deed uitkijken en smachten naar The Germans.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

The Germans

Gevaarlijk en onderschat ...

Geschreven door

Geen band die we - sinds hun ontstaan in 2002 - meer aan het werk zagen als The Germans. De groep bracht dit jaar, in navolging van hun EP uit 2005, hun goed doordachte debuutplaat uit. ‘Elf Shot Lame Witch’ werd een beklijvend werkstuk dat hen o.a. in Vooruit, Nijdrop, 4AD, Botanique en - als support van The Kills - in de AB bracht. The Germans staken meteen van wal met “Witch”, een duivelse inslag waarbij de stem van Ampe zorgt voor een blitzkrieg van kippenvel. De schreeuwpartij in “Lalaliar” deed ons meteen denken aan Frank Black en de zijnen, terwijl we ons niet van de indruk konden ontdoen dat de drums en de bas van de gebroeders Jacobs een geheim verbond hadden gesloten. Na de zwaar overstuurde gitaren van “Your DNA” vuurden The Germans met “The Next Superstar” een nummer vanop hun EP af. Het onschuldig trage “Carolife Daisy”, dat sterk gelaagd is opgebouwd, krijgt na verloop een donker meedogenloos randje en “Lame” stort zich indrukwekkend in een chaos van noise door de krijsende zang, opgefokte gitaar en nerveuze drums. “Shot” op zijn beurt, met scherp gitaarwerk van Cauwels, had helemaal niet misstaan op de ‘Ghost Rock EP’ van Mauro & The Grooms. Het met ontelbare geluidseffecten volgestouwde “Waiting For The Band” is noiserock van het zuiverste water. Afsluiten deden The Germans met het indrukwekkende “Dog”, een nummer dat nooit lijkt te eindigen en ons ter plekke aan de grond nagelde.
The Germans zijn sterk gegroeid als band. De nummers zijn zeer sterk uitgewerkt en er is grondig nagedacht over een eigen geluid. Ergens hadden we het gevoel dat ze deze set nog beter (nog beter!) kunnen brengen. Voor The Germans is dit duidelijk geen eindpunt. De Standaard noemde hen de gevaarlijkste rockgroep van België… misschien moeten we daar ‘en de meest onderschatte’ aan toevoegen?!
Na het aanschouwen van dit optreden is de honger alvast groot om hen al opnieuw aan het werk te zien, graag als support van bands als Liars, Mauro & The Grooms of… Millionaire.

Het was uitkijken naar hoe Tim Vanhamel zijn solodebuut ‘Welcome To The Blue House’ live zou brengen in de kleinere zalen van het Clubcircuit. Daar waar Vorst in februari - als support van Smashing Pumpkins - nog te groot leek, hoorden en lazen we wisselende commentaren over zijn optredens in Het Depot, Charlatan en Trix. We waren dus niet weinig benieuwd hoe Vanhamel en begeleidende band het er deze keer vanaf zouden brengen. We keken ook enorm uit naar het gitaargeweld van The Germans, de veelbelovende debuutplaat ‘Elf Shot Lame Witch’ knalde de afgelopen 2 maanden immers bijna onze speakers in de wagen aan flarden.

Hoewel het Millionaire-geweld op ‘Welcome To Te Blue House’ plaats moest maken voor melancholische en melodieuze pop werden we toch verrast door de enorme wall of sound die de groep rond Vanhamel optrok. Starten deed de band met “Red River”, een nummer met een schijnbaar eenvoudige songstructuur en melodieuze gitaarlijnen. “It’s Not The Drug”, op plaat één van de meer middelmatige nummers, ontplooide zich tot catchy garagerock met een zanglijn die in het hoofd blijft spoken. Het met hijgpartijen doorspekte “Which Of Us”, één van onze favorieten op de plaat, deed ergens een elfenbelletje rinkelen en het ietwat dreigende - en op plaat een rustpunt vormende – “Tell Me” klonk live toch behoorlijk stevig. Na het tragere, maar eveneens hard gespeelde, “Return To Love” was het de beurt aan “Until I Find You”. De vooruitgestuurde single van ‘Welcome To The Blue House’ zat middenin de set en blijkt ook live een ijzersterke song. Hierna was het de beurt aan het ietwat gejaagde, met hoge drums gezegende, “Sometimes I Wanna Run” en het meeslepende “Saviour”. Hoe kwetsbaar Vanhamel zich ook toont met zijn soloplaat, “Like A Fire” is ontegensprekelijk iets lichtvoetiger en minder negatief geladen. Met “Take Me Home” was het de beurt aan een met weerhaakjes voorziene ballade. Het is niet nieuw want met “Ballad Of Pure Thought” leverde Vanhamel als frontman van Millionaire ook al een breekbare, maar fantastische, ballade af. Besluiten deed de band met “Garden Of Weeds”.

Om eerlijk te zijn, we hadden de wall of sound bij het optreden van Vanhamel helemaal niet zien aankomen. Vanhamel had in interviews nochtans al aangekondigd de nummers van op ‘Welcome To The Blue House’ ‘een beetje in een rockkleedje te steken’.
Voor ons leek het alsof de subtiliteit van de plaat en de schoonheid van de nummers teniet werden gedaan door de - ietwat overdadige - geluidsmuur die Vanhamel en co optrokken. We zijn er de mensen niet naar om de prestatie van een man met een indrukwekkend CV als Vanhamel met de grond gelijk te maken maar moeten toegeven dat we meer verwacht hadden van deze liveprestatie. Al moeten we toegeven dat we wel nog meer uitkijken naar een nieuwe plaat van Millionaire dan we - hoe benieuwd we ook waren - uitkeken naar deze show. Dit gezegd zijnde: het doet voor ons niks af van de vocale en muzikale talenten die we toedichten aan Vanhamel, wel integendeel!

Gentlemen of Verona, een rauwe garageband, mocht de avond openen. De snijdende gitaren en de ruige drumritmes met invloeden van The Gossip en PJ Harvey vormden een aperitiefje (een droogje) dat ons nog meer deed uitkijken en smachten naar The Germans.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Amenra

AmenRa: Welcome to the church of Ra

Geschreven door

AmenRa, kwintet uit Kortrijk, die zowat de Belgische vaandeldragers zijn van de postmetal/doom/sludge, genieten gedurende de laatste 2 à 3 jaar toch enige bekendheid in deze kring.
De jonge broertjes van Neurosis stonden live als een huis. We zagen een perfect op elkaar ingespeelde band met een loepzuiver en verpletterend geluid. Zanger Colin Vaneeckhout stond gedurende het hele optreden met zijn rug naar het publiek en wisselde zijn oerschreeuw soms af met cleane gezongen stukken. Af en toe werd er wat gas teruggenomen om daarna des te harder te exploderen. Op de achtergrond waren er visuals, projecties te zien, die de duistere en pikzwarte sfeer nog versterkten.
De tracks van hun net verschenen 'MassIV'-album werden strak en overtuigend in de zaal geslingerd, er was geen ontkomen aan. In vergelijking met hun vroegere werk kunnen we constateren dat er nog meer variatie en melodie zit in het gitaarwerk, dat er nog beter gewerkt wordt met dynamiek en vooral dat hun apocalyptische en immense sound er nog altijd staat. Muziek die het zonlicht weert …Much respect en châpeau!

Steak Number Eight uit het West-Vlaamse Wevelgem en de jongste winnaars ooit van Humo's Rock Rally openden en brachten een combinatie van postmetal, sludge en noise. Origineel en vernieuwend zijn zeniet, dat hoeft ook niet en is bijna onmogelijk tegenwoordig. De typische elementen van de postrock waren aanwezig: lange instrumentale passages, de hard-zacht wisselwerking, minimale en repetitieve riffs en drumpatronen ende donker, dreigende ritmes. Invloeden van Neurosis, Isis, Tool, Sonic Youth en Mogwai zijn herkenbaar. Live werden de songs gebracht van hun debuut 'When the candle dies out...' en verve gebracht. We onthouden vooral het machtige “The sea is dying”, het intense “Blood on your hands” en het pulserende en hypnotiserende “On the other side” en “My hero”.
De podiumpresentatie was nogal sober, maar daar kan nog aan gewerkt worden. In de gaten houden deze jonge wolven!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk


Steak Number Eight

In de gaten te houden, deze jonge wolven!

Geschreven door

Steak Number Eight uit het West-Vlaamse Wevelgem en de jongste winnaars ooit van Humo's Rock Rally brachten een combinatie van postmetal, sludge en noise. Origineel en vernieuwend zijn zeniet, dat hoeft ook niet en is bijna onmogelijk tegenwoordig. De typische elementen van de postrock waren aanwezig: lange instrumentale passages, de hard-zacht wisselwerking, minimale en repetitieve riffs en drumpatronen ende donker, dreigende ritmes. Invloeden van Neurosis, Isis, Tool, Sonic Youth en Mogwai zijn herkenbaar. Live werden de songs gebracht van hun debuut 'When the candle dies out...' en verve gebracht. We onthouden vooral het machtige “The sea is dying”, het intense “Blood on your hands” en het pulserende en hypnotiserende “On the other side” en “My hero”.
De podiumpresentatie was nogal sober, maar daar kan nog aan gewerkt worden. In de gaten houden deze jonge wolven!

Daarna was het de beurt aan het AmenRa, kwintet uit Kortrijk, die zowat de Belgische vaandeldragers zijn van de postmetal/doom/sludge en die gedurende de laatste 2 à 3 jaar toch enige bekendheid genieten in deze kring.
De jonge broertjes van Neurosis stonden live als een huis. We zagen een perfect op elkaar ingespeelde band met een loepzuiver en verpletterend geluid. Zanger Colin Vaneeckhout stond gedurende het hele optreden met zijn rug naar het publiek en wisselde zijn oerschreeuw soms af met cleane gezongen stukken. Af en toe werd er wat gas teruggenomen om daarna des te harder te exploderen. Op de achtergrond waren er visuals, projecties te zien, die de duistere en pikzwarte sfeer nog versterkten.
De tracks van hun net verschenen 'MassIV'-album werden strak en overtuigend in de zaal geslingerd, er was geen ontkomen aan. In vergelijking met hun vroegere werk kunnen we constateren dat er nog meer variatie en melodie zit in het gitaarwerk, dat er nog beter gewerkt wordt met dynamiek en vooral dat hun apocalyptische en immense sound er nog altijd staat. Muziek die het zonlicht weert …Much respect en châpeau!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Wishbone Ash

Duik naar de seventies met Wishbone Ash

Geschreven door

Wishbone Ash was weer in het land. En dat was al een hele poos geleden. De laatste keer dat ik ze zag was twee jaar geleden in Middelburg na een memorabele rit door een Zeelandse sneeuwstorm.
Sindsdien is enkel de drummer vervangen door Joe Crabtree. Hij zorgde voor een stevige basis en zijn vakmanschap toonde hij tijdens de obligate seventies-drumsolo. Van de oorspronkelijke groep is er geen enkele Turner meer overgebleven. Alleen zanger-gitarist Andy Powell maakte ooit deel uit van de oorspronkelijke bezetting. Maar toch is de bekende sound van de groep weinig veranderd.
Onder de fans van progressive rock in de seventies was Ash gekend als een progressieve hard rock gitaarband, met sterke invloeden van blues en folk. De thema’s van de songs kwamen recht uit de Fantasywereld van Tolkien en consoorten. Een rare mix, die een aantal mensen afschrikte, maar die aan de andere kant ook zorgde voor een schare zeer trouwe fans.
Zelf heb ik nooit begrepen waarom de groep nooit echt mainstream geworden is in die tijd. Ik heb altijd gedacht dat The Eagles met hun gitaarduetten voor een deel hun mosterd gehaald hebben bij Wishbone Ash. Wie zal het zeggen?

In Harelbeke bleek dat Andy Powell altijd heel belangrijk is geweest voor de groep: de voornaamste ingrediënten van hun muziek zijn immers gebleven. De meeste van hun nummers zijn gebaseerd op een heel sterke gitaarriff en dat maakt ze natuurlijk zeer herkenbaar. Muddy Manninen speelde fraaie duetten met Powell. Hij bracht een bluestoets in de groep: en dat misstaat helemaal niet in deze mengelmoes van stijlen. Zijn solo’s waren hard en schitterend.
Live klinkt de groep heel wat beter en heavier (en minder afgelikt) dan op plaat. Bob Skeat speelt schijnbaar moeiteloos bas. Er kan altijd een gekke bek of een flirtje bij, zelfs tijdens de moeilijkste baspartijen. Wat ik het meest miste waren de “stemmetjes”: de hoge zangpartijen die destijds door Martin Turner gezongen werden en die zo’n prachtige harmonieën opleverde met de zang van de andere bandleden. Als het te hoog wordt schakelt Powell over naar een lager octaaf, en dat is niet zo fraai. Jammer, maar zangpartijen verwaarlozen is een fout die veel bands maken.
Na een aantal megaconcerten met ongenaakbare popgoden was het een verademing om Andy Powell bezig te zien. Hij communiceert met zijn publiek waardoor de groep haast tussen het publiek staat. Je kon als je wou zo de voeten van de meester kussen.
De setlist? Uiteraard nogal voorspelbaar, maar dat kan ook moeilijk anders. Powell verwoordde dat mooi toen hij na de eerste vier nummers opmerkte: “And now we’re going back to the seventies, because I know that’s what you came here for”.

Setlist:
Real Guitars, Mountainside, Growing Up, Number Of The Brave....I think!,
The King Will Come, Throw Down the Sword, Sometime World, The Power, Way of The World, Vas Dis, In Crisis, Living proof, Blind Eye, Phoenix
Encore: Happiness, Blowing Free

En het publiek, met opvallend veel jonge mensen, genoot met volle teugen. En toen de bandleden zich na afloop tussen de fans begaven voor een praat- en signeersessie kon het geluk helemaal niet meer op.

Organisatie: Live Music, Harelbeke

Pagina 917 van 965