logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
The Wolf Banes ...

Natalie Grant

Relentless

Geschreven door

Dat ik een voorliefde heb voor het ‘Contemporary Christian Music’ genre (zeg maar radiovriendelijke pop/rock met een Christelijke boodschap) is voor de lezers van mijn albumrecensies geen geheim meer. Het blijft moeilijk om je te ‘outen’ als liefhebber van dit genre, zeker als je evenzeer genres zoals Metal en Progrock hoog in het vaandel draagt. Deze Natalie Grant is voor mij een ontdekking. Deze uit Seattle afkomstige schoonheid is inmiddels 36 jaar en bracht met ‘Relentless’ haar zevende plaat uit.
Reeds drie jaar op rij werd Grant verkozen als beste vrouwelijke artieste op de GMA Dove Awards (dé Grammy Awards van de Christelijke pop/rock) en dat wil toch wat zeggen.
Het album ‘Relentless’ bevat een puike verzameling power-ballades en up-tempo poprocksongs. “I Will Not Be Moved”, opent de plaat in de beste Kelly Clarkson stijl. Meteen daarna krijgen we met “In Better Hands” de mooiste ballade die ik de laatste jaren hoorde. Zowaar krijg je bij het horen van zoveel geïnspireerde emotie een echt warm gevoel! Ook bijzonder mooi is het up-tempo “Let Go” dat zo van Shania Twain had kunnen zijn. Maar het sterkst is La Grant in de ballades die ze zo bijzonder mooi neerzet. Steeds is er de Goddelijke aanwezigheid in de songs maar dat mag geen obstakel zijn om te genieten van “Our Hope Endures”, “Make A Way” en “In Christ Alone”.
Warm aanbevolen voor liefhebbers van mainstream pop/rock met het hart op de juiste plaats.

Asia

Superband Asia zorgt voor een nostalgische, historische avond

Geschreven door

Asia is een Britse band die in 1981 werd opgericht. Een superband met ex-leden uit progressieve rockbands zoals Yes, King Crimson & Emerson, Lake & Palmer. In 1982 bracht de band bij platenbaas Geffen de monsterplaat ‘Asia’ uit. Dit titelloze debuutalbum stond maar liefst 9 weken op één in de Amerikaanse albumlijst. Het waren toen echt de hoogdagen voor het A.O.R. en Prog Rock genre! In de jaren negentig, na drie schitterende albums, kreeg de band een nieuwe frontman-zanger en begon het (John) Payne tijdperk (1992-2006). In 2005 was een hernieuwde samenwerking tussen Wetton & Downes een feit. Onder de noemer Wetton / Downes brachten de heren ondertussen twee schitterende ‘Icon’ albums uit. In 2006 werd John Payne vriendelijk verzocht de band te verlaten en werd een reünie met alle originele leden aangekondigd.
In de zomer van 2007 leek alles dan nog in het water te vallen toen zanger-bassist John Wetton hartproblemen kreeg en in spoed geopereerd moest worden. De Amerikaanse tournee werd eventjes ‘on hold’ geplaatst. Dit jaar staat Asia er helemaal terug. Het nieuwe ‘Phoenix’ album werd net via Frontiers Records uitgebracht en om deze release kracht bij te zetten is er ook een nieuwe wereldtournee. België stond niet op het lijstje. Gelukkig konden we terecht bij onze Noord-Franse buren die maar al te graag en met erg veel enthousiasme deze superband met open armen ontvingen. Het werd dan ook een historische avond in het gezellige Théatre Sébastopol, met op een paar kleine schoonheidsfoutjes na, een bijzonder sterke performance.

Het sfeervolle, kleine Théatre Sebastopol liep aardig vol maar van een echte overrompeling was geen sprake. Doch nog voor de groep ook maar één noot had gespeeld zat de sfeer er al goed in. De band werd onder zwaar applaus het podium opgejoeld.
Even na 20u30 was het dan eindelijk zover. Wetton, Downes, Howe & Palmer openden met “Daylight”, een bonustrack die werd toegevoegd aan de cassette versie van ‘Alpha’ uit 1983. Een beetje een valse start maar vanaf de eerste tonen van “Only Time Will Tell” was de band echt gelanceerd. Na het bombastische “Wildest Dreams”, kregen we voor het eerst een song uit het nieuwe ‘Phoenix’ album. “Never Again” werd echter wat geforceerd gebracht. Hier moest Wetton op de autocue regelmatig spieken. Vreemd, maar samen met “An Extraordinary Life” (dat wat later in de set aan bod kwam) was dit de enige gebrachte song uit het nieuwe album. De gebrachte setlist promootte de nieuwe plaat dan ook niet volwaardig.
Daarentegen kregen we een avond vol klassiekers en solospots van de diverse bandleden (sterk vergelijkbaar met de dubbele live cd ‘Fantasia: Live In Tokyo’ uit 2007. Alle bandleden hebben zich in het verleden natuurlijk ook erg verdienstelijk gemaakt in andere bands. De waanzinnige gitarist Steve Howe (GTR, Yes) mocht zich als eerste in de kijker spelen. ‘”Roundabout”, een van de bekendste songs van Yes triomfeerde door de zaal. Al prefereer ik bij deze song toch de vocals van Jon Anderson (Yes). Daarna kreeg Howe ook nog de kans om zich te bewijzen met wat klassiek getokkel. De zaal werd er gek van en gaf de man een staande ovatie. John Wetton (King Crimson, UK, Roxy Music), die de ganse avond erg goed bij stem was, keerde met ons terug in de tijd naar zijn periode met King Crimson. Het akoestische “Book Of Saturday” (uit ‘Tongues In Aspic’ uit 1973) werd door de fans op veel enthousiasme onthaald. Toch was het vooral het dreigende “The Court Of The Crimson King” uit ‘Red’ (1974) dat sterk imponeerde. Een overweldigend applaus en alweer een staande ovatie waren gerechtvaardigd. Ook Geoffrey Downes (Yes, Buggles) liet zich volop als toetsentovenaar gelden.
Een zwakke versie van de Buggles hit “Video Killed The Radio Star” kwam echter erg ongelukkig na het progressieve “The Court Of…..”.
Wel sterk was Downes in de ELP instrumental “Fanfare For The Common Man”. Tot slot speelde ook drummer Carl Palmer (ELP) de pannen van het dak. Zijn geïnspireerde drumtechniek kende een hoogtepunt in een zeer originele drumsolo (de man bespeelde met zijn drumsticks gewoon alles wat rond hem stond of hing), die deel uitmaakte van de Asia klassieker “The Heat Goes On”. De finale met “Heat Of The Moment”, “Don’t Cry” en “Sole Survivor” was er eentje om vingers en duimen bij af te likken. De kers op de taart na meer dan twee uur symfonische A.O.R. hoogstandjes.

Asia anno 2008 was in deze originele bezetting toch zeer verschillend van het Asia (met John Payne) dat ik tijdens de ‘Silent Nation’ tour in de Spirit Of ’66 zag. Terwijl de John Payne bezetting meer een echte rockband was, bracht deze original Asia toch meer een symfonisch, bombastisch en authentiek geluid. Veel spelplezier, een sterk groepsgeluid en vooral een sterke John Wetton maakten deze avond tot een heuse historische gebeurtenis. Petje af voor deze oudjes!!

Setlist: *Daylight *Only Time Will Tell *Wildest Dreams *Never Again *Roundabout *Time Again *Geoffrey Downes solospot (instrumental) *Steve Howe solospot (instrumental) *Book Of Saturday *The Smile Has Left Your Eyes *Open Your Eyes *Fanfare For The Common Man *Without You *An Extraordinary Life *The Court Of The Crimson King *Video Killed The Radio Star *The Heat Goes On *Solospot Carl Palmer (drumsolo) *Heat Of The Moment
*Don’t Cry *Sole Survivor

Organisatie: Vérone Productions, Lille

Olafur Arnalds

Ólafur Arnalds: verstilde pracht op de grens tussen klassiek en modern

Geschreven door

Voor Duyster adepten had het Cactus Muziekcentrum het voorbije weekend heel wat in petto. Zo stonden vrijdagavond niet alleen Sleepingdog en Timesbold op de planken maar afgelopen zondag heetten zij in Brugge ook Ólafur Arnalds en support act Gregor Samsa welkom. Om het weekend ontspannen af te sluiten, koos ondergetekende voor laatstgenoemde optie.

Het Amerikaanse Gregor Samsa werd acht jaar geleden in Richmond opgericht door Champ Bennett (zang, gitaar en piano) en Nikki King (zang, rhodes piano en keyboard). Het duo (sinds september vorig jaar ook een echtpaar) is de enige constante binnen de groep want de voorbije jaren vonden er ruim 30 personeelswissels plaats.
Na twee EP’s, een full album en twee split EP’s met respectievelijk The Silent Type en Red Sparrows, brachten zij zopas een nieuw volwaardig album uit, genaamd ‘Rest’. De nummers op dit album, via email geschreven en in een periode van ongeveer 8 maanden opgenomen in New York, vallen onder de globale noemer van postrock en slowcore en kennen steeds een geduldige, verzorgde en gelaagde opbouw. Nog meer dan op plaat werd dit live in de verf gezet en won het songmateriaal aan kracht en intensiteit. Dit werd niet alleen meteen duidelijk via opener “Jeroen Van Aken” (inderdaad een verwijzing naar de geboortenaam van de grootmeester Hieronymus Bosch), maar ook in nummers als “Ain Leuh” en “Abutting, Dismantling” (allemaal afkomstig van het nieuwe album). Het septet musiceerde steeds erg geconcentreerd en behoedzaam. Zo werd er wel eens van instrument (piano, gitaar, viool, klarinet, xylofoon) en plaats gewisseld en de groepsleden gingen daarbij zo voorzichtig te werk alsof ieder extra geluidje de gecreëerde spanning zou breken.
Een vanuit fluisterstand ingezette “Young And Old” uit het album ‘55:12’(2006) sloot crescendogewijs de set af.

Hoe ingetogen maar intens de muziek van Gregor Samsa bij momenten ook klonk, het was totaal niet te vergelijken met de verfijnde en o zo breekbare composities van Ólafur Arnalds.
Deze amper 22-jarige muzikant afkomstig uit het IJslandse Mosfellsbaer, speelt weliswaar mee in een folk/postounkgroepje van een vriend, My Summer As A Salvation Soldier, en is drummer bij hardcorebands als Fighting Shit en Celestine, maar de grootste aandacht momenteel toch naar zijn eigen werk dat wordt gekenmerkt door een combinatie van klassieke muziek, postrock en ambient elektronica.
Vergelijkingen met Max Richter en zijn landgenoten Jóhann Jóhannsson en Hilmar Örn Hilmarsson en liggen daarbij zo voor de hand.

Ólafur Arnalds stond in Brugge al voor de derde maal dit jaar op een Belgisch podium en de set bestond uit nummers van zijn debuutalbum, het bejubelde ‘Eulogy For Evolution’, en van de nieuwe EP ‘Variations Of Static’. Tevens kwamen er enkele nieuwe songs van het later dit jaar te verschijnen tweede album aan bod.
Ook deze keer liet hij zich begeleiden door zijn vaste strijkerkwartet, namelijk drie vrouwelijke violisten en één mannelijke cellist (tevens dezelfde muzikanten die ook meewerkten aan zijn nieuwe EP). ‘Begeleiden’ is echter te zwak uitgedrukt want veelal was net het omgekeerde het geval, namelijk dat de strijkers de bepalende factor waren en dat Ólafur Arnalds voor de omlijsting zorgde via subtiele piano, laptop en af en toe ook wat loops en beats.
Al vanaf de eerste noot liet het publiek zich meevoeren op de ijle klanken. De muziek sprak voor zich. Oogcontact of zelfs interactie met het publiek werd door de groep tot het uiterste minimum herleid en beperkte zich overwegend tot een vriendelijke dankbetuiging voor het applaus van het publiek Enkel toen de erg verkouden Ólafur Arnalds iets voorbij halfweg de set moeite had om niet te hoesten doorheen een nummer, excuseerde hij zich hiervoor uitvoerig en hoopte hij dat dit geen hypotheek zou leggen op het verdere verloop van het Europese luik van zijn tournee, temeer daar zijn concert in de Cactus Club pas het tweede van de nu al dertig geplande concerten was.
Met “Himininn er ad hrynja”, en “Störnurnar fara pér vel” uit de EP ‘Variations Of Static’ werd de eigenlijke set afgerond maar de groep kwam terug voor nog één toegift. Daarbij mocht het publiek kiezen tussen een nieuw dan wel bestaand eigen nummer of een cover. Ook indien het publiek géén nummer meer wenste, kon men hem dat ook gerust laten weten, merkte hij schalks op.
Zelf hadden we graag nog eens zijn vrije interpretatie van het nummer " Marching bands of Manhattan" van Death Cab For Cutie gehoord maar het werd een volstrekt nieuw nummer waar Ólafur Arnalds de werktitel “Postrocksong” aan gaf. Meteen het einde van iets minder dan een uurtje verstilde pracht.

Op basis van wat ons de voorbije jaren ter ore is gekomen, lijkt het muzikale talent in IJsland al even talrijk als het aantal plaatselijke meren en rivieren. Welnu, ook Ólafur Arnalds mag als een revelatie beschouwd worden.

Organisatie: Cactus Club Brugge


Feist

De muzikale slingerbewegingen van Feist

Geschreven door

De talentvolle dertigjarige singer/songschrijfster Leslie Feist uit Canada wordt beloond voor haar intense werk, want de sympathieke jonge dame heeft met haar mooie breekbare, sprookjesachtige pop van ‘Let it die’ en ‘The reminder’ gevoelige zieltjes veroverd. Haar lichthese, zalvende fluisterzang geeft zeggingskracht. Ze nestelt zich vocaal ergens tussen Joan As Police Woman, Cat Power en Emmylou Harris.

In de ruim anderhalf uur durende set stapte ze moeiteloos over van intieme solomomenten naar broeierige poprock; de elektronica, soundscapes, dubbele percussie, piano en blazers zorgden voor een breder geluid.
Aan publieksparticipatie en dynamiek was er geen nood; Feist zette haar fans aan tot handclapping en het neuriën van sommige nummers. Feist maakte talrijke slingerbewegingen qua sfeertjes bepalen: beelden oproepen en ruimte laten voor verbeelding en van weemoed naar een meer uitgelaten stemming. Tenslotte zagen we op een groot scherm iemand bezig met schaduwmime en zandafbeeldingen maken.
Intieme huiskamer ‘candlelight’ muziek speelde ze solo op “Honey, honey”, “Intuition” en “Lonely lonely”, bepaald door haar hemelse stem en akoestische gitaar. De ingetogen, dromerige “When I was a young girl”, “Mushaboom”, “Limit to your love” en “Inside + out” hadden een spaarzame begeleiding. “The park” en “Brandy Alexander” brachten een zomerse stemming van ‘vogeltjes, de bloemetjes en de bijtjes. Feist hield van uitdagingen zoals op de gospelachtige clapping song “Sealion”, die niet zou misstaan in de zondagsmis! En tenslotte klonk Feist met haar band uitgelaten op de fijne instant klassiekers “My moon my man”, “Feel it all” en “1, 2, 3, 4” . Een glansrol was weggelegd voor de broertjes Baird.
Ze opende en eindigde solo achter een wit doek, met een spot op haar gericht “Help” en “Let it die” waren de huiveringwekkende, bloedstollende in countryblues gedrenkte songs.

We hoorden een enthousiaste gemotiveerde Feist die het publiek in allerlei stemmingen en sfeertjes bracht.

Organisatie: Agauchedelalune ism Aéronef, Lille

Paramount Styles

Paramount Styles: een unplugged Girls Against Boys

Geschreven door

Scott McCloud, de (ex)spil van het New Yorkse Girls Against Boys, heeft een nieuw muzikaal project op poten: Paramount Styles. Hij behoudt op de soloplaat ‘Failure American Style‘ z’n handelsmerk van een donker, intens broeierig sound; met z’n ingehouden zacht krakende, kreunende, hese vocals dompelt hij de songs gevat onder in dit sfeertje.
Samen met twee vaste leden (bassist/toetsenist en drummer) en twee Belgen (gitarist en cellist) onderneemt hij een kleine clubtournee. Trouwens, het was al vijf jaar geleden dat McCloud met Girls Against Boys te zien was. Hoogst interessant dus om kennis te maken met z’n Paramount Styles.

Het publiek hoorde een sfeervol snedige set; de songs kregen meer ademruimte door een samenspel van akoestische gitaar, cello en toetsen. Een gemoedelijk en kaler unplugged Girls Against Boys. McCloud zat op z’n flightcase, dicht bij z’n publiek, en maakte af en toe een cynische opmerking. Het sobere “Drunx” opende. “All eyes”, “Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you” hadden een steviger popgehalte. McCloud wisselde ze af met ingetogener werk:  “Race ya till tomorrow”, “Crazy years”, “Starry nights”, “Paradise happens” en “More than alive”, die de set besloot.
Het warme onthaal bood z’n vernieuwende aanpak een hart onder de riem. In de bis gaf hij nog één nummer prijs …geluid en tekst à l’improviste …een artiest, mans songschrijven en een band, op dezelfde golflengte.
Paramount Styles speelde verslavend, beklijvend songmateriaal. Scott McCloud heeft een volgende stap gezet in z’n oeuvre.
.
Het Belgische Dead Souls kroop twee jaar terug in de huid van Joy Division’s Ian Curtis. Deze live coverband , die vaste support was van Monza, deed de voorliefde van het icoon van de new wave in Vlaanderen heropleven.
Hun debuut ‘Cognac & coffee’ heeft een eigen geluid binnen de waverock, die we voldoende kennen onder Editors en Interpol. Een energieke live band, die gretig gedurende zo’n vijfenveertig het nieuwe materiaal voorstelde: “Peter Chriss”, “Trying in crying”, “Boxoffice waiters”, “Smash your guitar” en de titelsong klonken overtuigend. Band met een mooie toekomst!

Organisatie: Cactus Club Brugge

Timesbold

Een ingetogen en rockend Timesbold

Geschreven door

De inzet van het weekend werd in de MaZ gedrenkt in weemoed en melancholie door de desolate americanapop/alt.country van Timesbold (Jason Merritt) en Sleepingdog (Chantal Acda).

Timesbold is samen met Bonnie ‘Prince’ Billy, Dave Eugene Edwards, Alan Sparhawk, Robert Fischer en Conor Oberst, één van de pijlers binnen dit Duyster concept. Een intens broeierig sfeertje wordt gecreëerd door een instrumentarium van akoestisch gitaargetokkel en -slides, contrabas, toetsen/harmonium, melodica, zingende zaag en een ingehouden percussie.
Zanger/componist Jason Merritt, man met safarihoed én lookalike Finn Andrews van The Veils, schrijft geniale, beklijvende pareltjes bijeen en geeft met z’n zalvende, lichthese, krakende emotievolle stem zeggingskracht aan de songs. Hij borg momenteel z’n soloproject Whip even op.
Hij speelde, samen met de vaste crew leden Lichtenstein/Goebel en twee andere muzikanten, een klein anderhalf uur lang een boeiende en gevarieerde set: intiem,ingetogen en rockend door een snedig krachtiger aanpak. Ze zijn op tournee om de nieuwe plaat ‘Ill Seen Ill Sung’ voor te stellen; we hoorden de innemende “When I come around” en Hollow halo” als de stevige “Fencepost” en “Any lethal storm”, die live een rauw verbeten tint hadden. Op z’n Dylans ging Timesbold te werk op het oudje “Sing”. Er waren de donker, dreigende “Banish” en “Some awful man”, en het ingehouden “Whales” klonk avontuurlijk door een onverwachtse pianoswing en strijkstok op triangel. Tenslotte haalde Merritt nog solo hemels pakkend uit.
De intense spanning in de songs kon Merritt ontkrachten door enkele ludieke aanmerkingen. In de bis hoorden we dynamische melodieuze versies van “Old Hannah” en “Irene”.

Timesbold speelde een knap overtuigend concertje en gooide zoveel muzikale pracht te grabbel in een twintigtal nummers; een bij de keel grijpende; adembenemende set die en af en toe gepast en gevat kon ontladen.

Support was Sleepingdog van Chantal Acda, momenteel hoogzwanger van haar tweede kindje. Ze speelde samen met drie andere leden, in een sober geluidsdecor, een dromerig, intieme set onder haar hese fluisterzang; de songs van het recente ‘Polar Life’ verwezen naar haar IJslandse voorliefde.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Waldeck

Ballroom stories

Geschreven door

Waldeck is afkomstig uit Wenen en is gecentraliseerd rond Klaus Waldeck en de zangeressen Joy Malcolm en Zeebee. Ze brengen een warme, zwoele, sfeervolle, doorleefde sound van pop, soul, jazz, r& b en mellow hiphop. Ze tuimelen soms regelrecht in de ‘50’s, waar de heren in maatpak, das en glimmende schoenen de kortgerokte dames uitnodigen op een danspas in een ballroom of donkere kroeg.
De groep heeft iets mee van ons eigen Mo & Grazz en past binnen het plaatje van de huidige heropleving van souljazzy freaks Adele, Duffy en Amy Winehouse. Het is genieten van de aanstekelijke, groovy, dansbare én lekker loungy nummers. “Memories” en “Get up …Carmen” schitteren, maar ook de sfeervolle “Make my day”, “Addicted” en Dietrichs  neigende “Bei mir bist du schön” bekoren. Stijlvol én met gevoel voor klasse!

Info: www.waldeck.at

Elvis’ Ghettoblaster

Love is a schizofrenic hungry monster

Geschreven door

Elvis Ghettoblaster is een band uit het Brusselse. De nieuwe cd is een uiterst gevarieerde plaat. Zij weten diverse stijlen te hanteren gaande van rauwe rock’n’roll (“Doll”, “Die ugly girls die”, “Linda Lee at a french party” en “Champaign & wine”), ‘80’s wave rock (“Stoner”, “Rockus porkus”), zonnige pop (“Dino”, “Marieke” en “Radio days”) tot melodieuze electropop als op “Backseat”. Om deze elementen samen te brengen putten ze kracht uit V.U., Pavement, Jon Spencer, Triggerfinger en Joy Division. Interessant plaatje!

Info op www.myspace.com/elvisghettoblaster

No Mo Trevno

EP

Geschreven door

Het Gentse No Mo Trevno overrompelt met hun uptempo surf/rockabilly/gitaarrock’n’roll: een rauw, broeierig, fel bedreven en opzwepend geluid, gedragen door de helder, overtuigende souleske stem van de Amerikaanse zangeres Cindy Barg. We horen vier vaardige songs die strakke, zalige melodieuze riffs hebben. Het is een ‘60’s surfband bij uitstek die kan tekenen voor soundtracks van Quentin Tarantino. Scherp, venijnig en te situeren binnen bands als The Gossip, The Noisettes  en The Bellrays.
No Mo Trevno won al de Demopoll in 2006 en het Oost-Vlaams rockconcours en heeft alle kwaliteiten om door te breken.
Oh ja, een mooie omschrijving vonden we ‘no-nonsens kick ass sixties based surf band’. Enjoy!

Info: www.nomotrevno.com

The Kooks

Konk

Geschreven door

Het Britse The Kooks heeft na de debuutplaat ‘Inside In/Inside Out’ en de daaropvolgende tournee geen makkelijke periode gekend. Interne spanningen zorgden ervoor dat de groep op springen stond. Na het vertrek van hun bassist is de band rond songwriter Luke Pritchard terug op het goede spoor. Het kwartet behoudt de melodieuze broeierige rock’n’roll sound met aanstekelijke, pakkende refreinen. Af en toe klinken ze ietwat krachtiger door de snedige gitaarriffs van gitarist Hugh Harris. Het zijn fijne popsongs, die intens meeslepend of strak kunnen zijn en een spannende opbouw hebben.
Volgende nummers onderscheiden zich: “See the sun”, “Always where I need to be”, “Do you wanna”, “Love it all”, “Sway” en “Shine on”, en vangen de paar mindere op als “Down to the market”. Zelfverzekerde rock’n’roll bandje die zelfs op het eind drie intieme overtuigende akoestische songs er tegenaan gooit en vele tienerharten sneller doet slaan: “One last time”, “Tick of time” en “Walk away”.
Wereldfaam is binnen handbereik voor dit jong Brits bandje.

Pagina 918 van 965