logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...

Triggerfinger

Garagerocken met Triggerfinger en The Blackbox Revelation

Geschreven door

Vergelijkingen, rock recensies kunnen niet zonder, en deze review dus ook niet…The Blackbox Revelation zijn met twee, gitaar & drums, en dus kom je automatisch bij The White Stripes of The Kills uit. Vergelijkingen zijn soms makkelijk, maar in dit geval geeft het gewoon aan dat deze jongens al heel ver staan en sterke garage rock met een grote blues invloed brengen. Je moet het maar doen, nog maar negentien, de eerste CD pas uit, en een volle Trix boeien voor de volle drie kwartier. Als je enkel met gitaar en drums kunt uitpakken, moet je sterke songs hebben om het publiek wakker te houden, en dat deed The Blackbox Revelation dan ook.
De single “I think I like you” is zo een voorbeeld van een killer song, maar het was vooral de afwisseling van songs dat indruk maakte. Naast uptempo garage rockers zoals “Set your head on fire” en “We never wondered why”, was er ook tijd voor een rustig nummertje zoals “Never alone/always together” of de bluesy hiphop track “Beatbox revelation pt.1”. Als er dan toch een minpunt te vermelden valt, is het de zang, in sommige nummers deed die mij aan The Scabs denken.

Ook bij Triggerfinger zijn er evidente vergelijkingen: Queens of the Stone Age, (eigenlijk meer Mark Lanegan dan Josh Homme, maar soit) maar misschien ook minder evidente: ZZ Top. Het drietal zat weer strak in het pak en das, en ging er de volle honderd procent voor. Net zoals bij The Blackbox Revelation (de kapoenen kregen een vermelding), weten Triggerfinger de verveling die makkelijk opduikt bij bands die cliché garage rock of bluesrock brengen, te vermijden door sterke songs te schrijven waarvan de melodie blijft hangen. Nummers van de nieuwe plaat “What grabs ya”, “First taste, half way”, wisselden af met ouder werk zoals “Lil Teaser” en “Faders up”. Het publiek ging volledig mee met de Triggerfinger groove, en we zagen dan ook de handjes in de lucht gaan. Een divers publiek trouwens van metalheads en rockers met leren vesten tot jonge meisjes. Na een promo-praatje voor de Triggerfinger plastrons, sloot het tien minuten durende “Commotion” dit overtuigend optreden af.
Setlist Triggerfinger: Short term memory, Soon, Lil teaser, First taste Half way, No one came, Scream, Is it, Faders up, On my knees, What grabs ya, Commotion, Boris

Organisatie: Trix, Antwerpen

Jo Lemaire

Jo Lemaire: de happy intimiteit van ‘La Douce France’

Geschreven door

Jo Lemaire is al een bezig bijtje van in de new wave periode, eind zeventiger jaren, onder Jo Lemaire + Flouze. Levendig herinneren we ons songs als “So static”, “Follow me in the air” en de instant klassieker “Je suis venue te dire que je m’en vais”. Na haar Flouze periode, bracht ze een handvol soloplaten uit; puike single-opnames waren o.a. “Parfum de rêve”, “La mémoire en exil”, “Tentations” en “Stand up”. Haar meertaligheid (Frans –Engels – Nederlands) maakte haar erg populair. Tenslotte legde de artieste zich toe op het Franse chanson, speelde ze bewerkingen van Edith Piaf en was er de hommage ‘Brel-Blues’. Ze groeide uit tot een kostbare chansonnière.

De theatertournee van ‘La Douce France’ kadert in een bal populaire van feest en dans, verloren vakantieliefdes, nostalgie en ingenomenheid. Het is een muzikale reis en herontdekking van het Franse lied in al z’n facetten, een greep uit haar eigen repertoire en het spelen van succesnummers van haar idolen, bewerkt tot eigentijdse en verrassende composities. Muziek voor nazomerse avonden …van du vin, du pain et du boursin!

Als een volleerd performer, creëerde ze een warme band met haar publiek. De songs kregen kleur door accordeon, contrabas, piano, drums, akoestische gitaar, fluit, klarinet en blazers.
We werden getrakteerd op een twee uur durende show, waarin een korte pauze was ingelast.
In dit repertoire van ‘La Douce France’ was happy intimiteit het sleutelwoord: van het los ontspannende, zwierige karakter van “Toute la pluie tombe sur moi” (Franstalige versie van “Singing in the rain”) en “La bicyclette”, stapte ze over naar de variéty van “C’est si bon” en “Monstres sacrés”, en kwam ze tenslotte aan de melancholie van “Le plus bel tango du monde”, “Chez Lorette” en “Que reste-t-il de nos amours”.
Ze speelden trouwens ook ijzersterke interpretaties van Franse evergreens in het decor van straatlantaarns: de swingende, vrolijke songs van Jacques Dutronc (“Il est 5h, Paris s’eveille”), Joe Dassin (“Aux Champs Elysées”, waarbij het refrein zachtjes werd meegezongen), Charles Trenet (“Nationale 7”) en Françoise Hardy (“Tous les garçons et les filles”), wisselde ze af met dromerig, intiem, jazzy aandoend werk: “Nathalie” van Gilbert Becaud, “Les feuilles mortes” van Yves Montand , een ingetogen “Quand le soleil dit bonjour aux montagnes” (op akoestische gitaar en accordeon) van Lucille Star en “For me …formidable” van Charles Aznavour.
De leuke ”C’est mon bâteau” en “Il y a le ciel, le soleil et la mer” besloten deel I en Gainsbourgs “La javanaise” , Piafs “Non non je ne regrette rien” en Brels “Ne me quitte vormden een overtuigend slotstuk..

Jong en oud wist ze te bekoren. Haar tijdloze klasse maakte haar tot de perfecte ambassadrice van het Franse chanson, lazen we ergens. Correct omschreven, zie!

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Gabriel Rios

Gabriel Rios, Jef Neve en Kobe Proesmans: drie hoofdrolspelers aan het werk

Geschreven door

De Belgische Puertoricaan Gabriel Rios is de voorbije jaren uitgegroeid tot een publiekslieveling door z’n knuffelbeerpersoontje, sympathieke uitstraling en z’n broeierige, aanstekelijke sound van pop, latino, salsa, soul en hiphop. Na de twee platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’, heeft hij een mooi initiatief klaar, het akoestische ‘Morehead’, met piano/jazzvirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans. Sommige Rios’ songs werden ontkleed, en kregen een alternatieve, sobere aanpak. Een intrigerende kruisbestuiving, die een brug slaat met modern klassiek en jazz, gedragen door de warme stem van Rios; het toont net de vele levens aan van z’n nummers! Een klein anderhalf uur zagen we niet één (Rios), maar drie hoofdrolspelers aan het werk tijdens deze theatertournee!
“Baby lone star” vatte de set aan en was onder een minimale instrumentatie een fluistersong. De elegante, sfeervolle aanpak van een pianotoets, vioolgetokkel en akoestische gitaar zetten de drie verder op “For the wolves” en “Angelhead”. Pakkend en spitsvondig! De dreigende latino op “Raton” neigde naar The Gotan Project en “Rumba” dompelden ze onder in een tango met handgeklap. Rios kwam op “I’m gonna die tonight” en “Wish” even op het voorplan. Daarna was het tijd voor Neve’s beheerste pianospel. Vloeiend en moeiteloos ging hij van ingehouden, meeslepend naar snel en krachtig, een muzikale driehoek van jazz, klassiek en pop; hij werd af en toe ondersteund door Rios’ gitaar en Proesmans’ drums. Het dromerige “Stay”, de recentste single van Rios, bracht ons terug naar de pop, en werd zelfs heftig, als een voorbijrazende trein, besloten.
In een regelrechte 50’s stijl speelden ze “Ain’t no use” en de definitieve afsluiter “Diamond” balanceerde tussen rock’n’roll en jazz.

In de grote Blauwe Zaal werd de avontuurlijke aanpak en het samenspel van het trio sterk onthaald; de Zuiderse latinosoulpop van Rios overleefde zonder problemen het aangepaste alternatieve kleedje.
Een tip zijn voor de komende festivals?

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Arid

Comeback Arid: band moet nog wat op dreef komen

Geschreven door
De comeback van Arid kon niet beter zijn dan op de eigen Gentse thuisbasis. Het was een ‘alive & kicking’ band en een happy weerzien van beide kanten;  Jasper en z’n crew hebben nu pas de derde cd uit ‘All things come in waves’, de langverwachte opvolger na ‘All is quiet now’ (’02). Redenen waren te zoeken in de solo uitstap van de zanger en diens langdurig herstel van toxoplasmose.
De derde cd ligt in het verlengde van de twee vorige, met name melodieus emotievolle poprock en weemoedige ballads, gedragen door de hemels hoge, heldere, soms vrouwelijk aandoende stem van Jasper; doch in de live set, door de stembeperktheid klinkt ze ietwat vervelend na zo’n anderhalf uur!.
De klemtoon kwam uiteraard op de onlangs verschenen cd, poprock en een uiterst sfeervolle sound door de rijkelijk gearrangeerde toetsen en piano.
Jasper en z’n band wisten nog steeds de meisjesharten te breken; op de eerste twintig rijen vond je praktisch geen enkele jonge gast. Arid equals romantische zieltjespop!

Het kwintet had er alvast zin in en begon met twee nieuwe uptempo songs “When it’s over, it’s over” en “Tied to the hand”. De zanger liep in het begin veel heen en weer, en betrok al snel z’n fans bij de songs. En toch …lieten ze een ietwat verkrampte indruk na: te lang geleden dat ze nog samen op een podium stonden? Of podiumvrees?…Who knows.
”Too late tonight” zat al vroeg in de set, werd mooi uitgesponnen, en was de aanzet voor sfeervoller werk als “Wintertime” en “Words”. De band had een afwisselende playlist want “Right this time” en oudjes “Body of you” (waarin Marvin Gaye’s “Sexual healing” in weerklonk) en “You are” waren broeierig, hadden een spannende opbouw en klonken iets krachtiger dan vroeger.
”In praise of”, “Why do you run” volgden; “Life” was de meest avontuurlijke song waarin gitarist Du Pré op steelpedal een hoofdrol innam. Een ingetogen “Lost stories” (run away from you) kwam tot stand toen Jasper op You Tube een clip van Stereophonics zag, en zat aangenaam vervat binnen de drie rocksongs.
Arid zag dat ze nog niet godvergeten waren en trakteerden het publiek na een uur op een uitgebreide bis, waarbij Jasper twee intieme songs speelde, gedragen door z’n hemelse stem. “If you go”, “Me & my melody” en “Dearly departed” waren een rockende finalereeks van een band die er alles aan doet om het succes van vroeger te kunnen evenaren toen hun debuut ‘Little things of Venom’ verscheen.

Slotsom van het ‘late evening’ concert van Arid: goede set, présence, en voldoende variatie tussen rock en ballad, doch de band moet enkele onwennigheden overwinnen.

Organisatie: Live Nation


Eels

Een intens bezwerend avondje van twee protagonisten, E en The Chet

Geschreven door
De begenadigde singer/songwriter, Mark ‘E’ Oliver Everett, schrijft materiaal alsof het een koud kunstje is; met de eindejaarsperiode gooide hij zomaar drie cd’s te grabbel: ‘Meet The Eels – Essential Eels (vol 1 1996 – 2006)’ en de dubbelaar, met liefst vijftig songs ‘Useless trinkets’ (b sides, soundtracks, rarities en unreleased material). Deze platen volgen de 2cd ‘Blinking lights & other revelations’ op van 2005. Daarnaast schreef dear Mr E een boek met talrijke indrukken en ontmoetingen tijdens zijn tournee. Een bezige bij dus!
Wie de optredens van Eels volgt, ziet bij elke plaat een nieuwe perfomance; in 2005 trad hij met aan een strijkerensemble en op Werchter , in oranje overallplunje, gaf hij een rauwe, ongepolijste rock’n’roll show. Wat een clevere, dirty boy toch!

In het KC zagen we op het podium een pak instrumenten, een muziekwinkel waardig. Een afgeladen KC, bestaande uit die hard ‘E’ freaks, genoten van een gezellig ‘E’ avondje van twee multi-instrumentalisten, The Chet en Mr E, die grossierden in het uitgebreide oeuvre; ze stopten de songs, op heerlijk, verrassende wijze, in een sobere, minimale, uitgeklede , soms korte, versie. Ontroering, oprechtheid, zelfspot en ironie waren de thema’s. E werd toegesproken door een stem uit de hemel (was het een goddelijke stem? Of de stem van z’n pa? Of  was het symbolisch de stem van onze onlangs verloren medewerker Jim, die Eels in het hart droeg?) bij de aanvang en het einde van de anderhalf uur durende set: In ieder geval, treffende woorden van De Stem, “This is your life” en “You’ve done good, kid”.

Een reportage van de BBC ‘Paralel Words, Paralel Lives’ over E’s uitstappen, optredens en familiaal leven leidden de set in.
De twee protagonisten speelden twintig nummers; ze volgden elkaar nogal redelijk snel op. Twee keer werd het publiek aangenaam vermaakt toen The Chet, op verzoek van E, met de nodige zelfrelativering, uit E’s boek voorlas en fanmail en positieve en negatieve reviews aanhaalde. Een spitsvondigheid, die de zwaarmoedigheid van de songs opving.

E begon solo, “Grace Kelly blues” en “Ugly love”, elektrische gitaar, piano en mans melancholisch krakende stem.Vanaf het derde “Strawberry blonde” kwam The Chet E vervoegen. In een rijkelijk gekleurd instrumentarium als klokkenspel; zingende zaag, (speelgoed)piano, toetsen, gitaargetokkel en drums, hoorden we aangename emotievolle nummers, als “In the yard, behind the church”, “Last stop: this town” en “Flyswatter”, in een jam gegoten én hoogtepunt in de set: piano en drums werden tot tweemaal toe onderling geruild, zonder dat het publiek maar iets miste; naadloos ging het over naar “Bus stop boxer”. Meesterlijk aangepakt en overtuigende klasse! “Souljacker”, “Dog’s life”, “My beloved monster” en een oerdemoversie van “Novocaïne for the soul” klonken rauwer en krachtiger. “I want to protect you” refereerde aan de bezwerende ‘80’s gitaarrock van The Feelies. “Good times, bad times (led Zeppelin)” werd door The Chet gezongen , en de twee de part van “Souljacker” besloot de set na een goed uur.
Het tweetal werd sterk onthaald, en eerder onverwachts kregen we maar twee encores te horen: “I’m going to stop pretending that I didn’t break your heart” en “You rock my world”, twee sfeervolle songs, waarbij E z’n knie boog voor z’n ‘beloved’ begeleidingsinstrumentalist The Chet, en hem een ruiker bloemen overhandigde

Eels slaagt er telkens in z’n nummers op boeiende wijze aan te passen en te spelen; wie dacht hem nog eens terug te zien als de zaallichten aanfloepten, was eraan voor de moeite. Die tijd lijkt voor eeuwig voorbij. Maar Eels, de muzikale kameleon, dragen we in ons muzikaal hartje!

Organisatie: Live Nation

Tegan & Sara

The Con

Geschreven door

Tegan & Sara is een Canadese tweeling die al enkele jaren in het circuit dwalen van de semi-akoestische folkpop. De zusjes komen in de belangstelling met de vierde cd ‘The Con’, geproduced door Chris Walla van Death Cab For Cutie. Hun eerste single “Back in your head” is niet meer weg te denken op de radio en laat de eenvoudige songopbouw (gitaargetokkel en toetsen) en de stemmenpracht van de op elkaar afgestemde (samen)zang horen van het vrouwelijk singer/ songrwitersduo. De dertien –resterende- korte, sfeervolle, intens broeierige songs liggen in het verlengde en doen refereren aan het werk van Indigo Girls, Michelle Shocked, Ani Difranco, Pinback…en ,jawel, Melissa Etheridge. Op een handvol nummers (“Hop a place”, “Nineteen”, “Floorplan” en de titelsong) komt de klemtoon op de poprock. Op “Are you ten years ago”  laten de ‘twins’ zelfs een vleugje elektronica beats doorklinken. Een experimentje die aangenaam verrast binnen deze consistente plaat.
’The Con’ heeft alle troef in handen om in Europa door te breken!

Sheryl Crow

Detours

Geschreven door

Voor wie een beetje de muziekgeschiedenis onder de knie heeft zal Sheryl Crow zeker geen onbekende zijn. Haar debuutalbum uit 1993 'Tuesday Night Music Club' ging in de jaren negentig meer dan 8 miljoen keer over de toonbank. Crow kreeg er in 1995 ook drie Grammy Awards voor. De successingles: "Leaving Las Vegas", "Run Baby Run" en vooral "All I Wanna Do" zijn vrijwel door iedereen gekend.
'Wildflower' uit 2005 was haar laatste wapenfeit en klonk doorgaans wat flauw. Verder kwam Crow vooral in het nieuws toen de breuk met wielergod Lance Armstrong een feit was. Nog in 2006 kreeg Crow borstkanker om maar te zeggen dat La Crow een erg donkere tijd doormaakte.
Maar nu is Sheryl Suzanne Crow helemaal terug met haar zesde studioalbum 'Detours'. Deze Amerikaanse Blues Rock zangeres, gitariste, bassiste, pianiste en songwriter laat op haar nieuwe plaat een bevrijdend geluid horen. Het album werd opgenomen in Crow's studio te Nashville . De eerste single en tweede song uit het album “Shine Over Babylon” is typisch Crow en snijdt meteen een heikel maatschappelijke vraagstuk aan.
Globalisering, wereldvrede, klimaatopwarming zijn de thema's op dit album maar verder haalt Crow ook inspiratie uit persoonlijke ervaringen: “Diamond Ring” (verbroken relatie), “Make It Go Away (Radiation Song)” (het gevecht tegen de kanker) en “Lullaby For Wyatt” (over de adoptie van haar zoontje Wyatt) zijn enkele van haar intiemste songs.
Mooie popsongs, af en toe een beetje rockend, wat folk, wat country….kortom een zeer gevarieerde mooie luisterplaat met bijzonder snijdende teksten. Bovendien geproduceerd door Bill Botrell (die ook tekende voor de productie van haar eerste album 'Tuesday Night Music Club') die de sfeer van haar gouden debuut in deze 'Detours' weet te importeren. Klasse album!

Exciter

Thrash speed burn

Geschreven door

Een goeie pot ouderwetse speedmetal gaat er altijd in. Daar moeten de heren van Exciter zeker niet van worden overtuigd. Trouw blijvend aan hun roots, werkte men het voorbije jaar aan ‘Thrash Speed Burn’, dat sinds 22 februari in de rekken ligt.
Wie de band reeds kent en de vorige albums wist te smaken, zal ik wellicht niet veel nieuws kunnen bijbrengen en raad ik dan ook aan om onmiddellijk naar de winkel te lopen. Een blinde aankoop zal jullie niet ontgoochelen. Wie nog nooit van deze Canadese band heeft kan zich met deze laatste release van de band verwachten aan een lekkere pot snedige oldschool metal.
Buiten de nieuwe zanger klinkt de band nog steeds als bij de start in de jaren ’80 en laat dit nu een compliment zijn. Zelfs met de nieuwste productietechnieken slagen ze er nog steeds in om hun eigen typische sobere geluid te kunnen blijven produceren.
Openingstrack “Massacre Mountain” zet meteen al de toon voor de rest van het album. Razendsnelle en snedige speedmetal aangevuld met de ruwe schreeuw/zangpartijen van nieuwkomer “Winter”, die er niet van terugschrikt om hier en daar een accent te leggen met een hoge uithaal. Zoals we reeds van Exciter gewend zijn, laten ze niet alleen zien hoe snel ze hun instrumenten kunnen bespelen, maar vooral ook dat ze wel degelijk over de nodige vaardigheden beschikken.
Titeltrack “Thrash Speed Burn” legt het tempo nog iets hoger en laat duidelijk blijken dat men met “Winter” op zang een waardige vervanger voor Jacques Bélanger heeft kunnen strikken. Hoewel Winter technisch zeer sterk is, mis ik toch het extra tikkeltje charisma van Bélanger. Het unieke gevoel, dat Bélanger kon teweegbrengen, komt helaas zelden voor op dit album. Al blijkt dit ook niet nodig te zijn om een schitterend product af te kunnen leveren.
Het tempo van het album daalt zelden, maar in het 6 minuten durende “Crucifixion” laat men zich toch van een wat rustigere kant zien. Naar het einde van het nummer toe wordt een dreigende sfeer geschept waarbij Winter het brullen benaderd. Genoeg rust moeten ze gedacht hebben, “Demon’s Gate” wordt opnieuw stevig ingezet en kenmerkt zich vooral door een prachtige snedige solo van John Ricci. Door het hoge meebrulgehalte, kan dit nummer uitgroeien tot een stevig live-nummer.
Na “Hangman” wordt opnieuw een rustmoment ingelast met het bijna zes minuten durende “Evil Omen”. Ondanks het lagere tempo gaat dit nummer op geen enkel moment vervelen. Integendeel zelfs, het nodigt eerder uit om uit volle borst te gaan meezingen en te genieten van de technische vaardigheden van de Canadezen.
Met “Betrayal”, “The Punisher” en “Rot The Devil King” wordt het album stevig afgesloten. Vooral “The Punisher” verdient nog een eervolle vermelding en blijkt tot één van de betere van het album te horen. Voor zover er echt nummers bovenuit steken.
Speedmetal ten top. De ‘Heavy Metal Maniacs’ zijn nog niet vergeten waar ze voor staan en daar zijn we zeer blij om. Wie beslist om naar de winkel te snellen om dit album kan kiezen voor de gewone CD, maar kan ook kiezen om zich in de oldschool sfeer te gooien en de LP aan te kopen. Gelijk welke keuze je maakt, genieten zul je doen! Daar ben ik zo goed als zeker van.

Metalium

Incubus: Chapter Seven

Geschreven door

Sinds 1999 werkt het Duitse Metalium aan zijn eigen verhaal. 9 jaar na het ontstaan van de band, brengen deze sympathiek Duitsers hun zevende hoofdstuk uit. Het werkje kreeg bij zijn doop de naam ‘Incubus’ mee.
Met 7 albums, 2 DVD’s en zelfs een stripverhaal op hun palmares in een kleine 9 jaar tijd, zal Metalium wellicht één van de productievere bands zijn. Dit kan tot twee mogelijkheden leiden. Ofwel brengt men onafgewerkte producten uit van lage kwaliteit, ofwel hebben de heren een onuitputtende inspiratiebron, die hen blijft voorzien van stukken.
Bij het beluisteren van ‘Incubus’, wordt al snel duidelijk dat we niet met een onafgewerkt product te maken hebben. Het laatste wat ik van deze band gehoord is was hoofdstuk vijf in de serie, getiteld ‘Demons of Insanity’. Hoewel dit album zeker niet slecht was, bleek het toch niet meer indruk op mij na te laten dan een doorsnee powermetalband. ‘Incubus’ laat bij mij een meer volwassen indruk na.
Metalium opent het album met “Trust”. Deze intro kenmerkt zich door een ritmisch drumpatroon ondersteund door een rustige melodie, die tegelijk dreigend en rustgevend klinkt klinkt. Zanger “Henning Basse” ondersteunt deze sfeer door op een mysterieuze dreigende manier al zingend het vertrouwen probeert te winnen. Meteen na de sfeervolle intro wordt een stevige powerriff voorgeschoteld. Van zodra Basse zijn zangpartijen begint, valt het ritme echter terug en wordt de sfeer van de intro teruggehaald. Geleidelijk aan wordt het tempo terug opgedreven. Deze tempowisselingen worden regelmatig doorgevoerd en bezorgen het album een absolute meerwaarde.
Alles op ‘Incubus’ lijkt te kloppen als een bus en het ongeveer drie kwartier gaat erin alsof het niets is. Op geen enkel ogenblik slaat de verveling toe. De melodische elementen en de ritmesecties vloeien vlot in elkaar over. Ook op de productie valt niets aan te merken. De ritmische stukken klinken krachtig en de melodische teder en sfeervol.
Met ‘Incubus’ laat Metalium duidelijk zien wat ze in huis hebben. Met dit album onderscheiden ze zich namelijk van de doorsnee power-metalband en dit voornamelijk door voldoende tijd te nemen om sfeervolle melodieën en verhalende intro’s in het album toe te laten. De nummers “Gates” en “Take me Higher” groeien grotendeels omwille van deze redenen uit tot de toppers van het album. “At Armageddon” en “Resurrection” moeten het dan weer van andere elementen hebben. “At Armageddon” kenmerkt zich vooral door het hoge meezinggehalte en de vocale prestaties van “Basse”. “Resurrection” haalt zijn sterkte uit de prachtige combinatie van melodie met pure powerriffs.
Mede door deze afwisselingen is ‘Incubus’ toegankelijk voor verschillende situaties. Zo zorgde het al voor de nodige ontspanning tijdens het werken, een krachtige pauze of een genietende luisterbeurt net voor het slapengaan.
Zonder enige twijfel kan ik stellen dat ‘Incubus’ één van de toppers op vlak van powermetal zal worden in 2008. Er zouden namelijk al heel wat bands origineel uit de hoek moeten komen om deze release te overtreffen.

Milow

Coming Of Age

Geschreven door

Milow's debuutalbum 'The Bigger Picture' uit 2006 werd onlangs overladen met prijzen. De Leuvense singer-songwriter ging begin februari lopen met drie MIA's (Music Industry Awards). Vooral de single: "You Don't Know" bleek zowel voor het Afrekening publiek van Studio Brussel alsook voor luisteraars van Radio 1 en Radio Donna een erg genietbaar plaatje. Zowat op alle radiostations kreeg Milow dus heel wat airplay (ook bij onze Noorderburen), wat resulteerde in een gouden debuutplaat. Buiten de single vond ik 'The Bigger Picture' nochtans niet zo'n baanbrekende plaat. Het album klonk niet bijster origineel en de man begaf zich toch wel erg dicht in het vaarwater van die andere Belgische singer-songwriter Tom Helsen.
Na het forse succes van het debuut is er nu de tweede plaat van Jonathan Vandenbroeck: 'Coming Of Age'. Het up-tempo nummer "Dreamers And Renegades" werd als eerste single gelanceerd maar werd in Vlaanderen niet echt een hit. 'Coming Of Age' klinkt toch iets anders dan zijn voorganger. Hoewel het album nog steeds steevast kiest voor pure melancholie is er af en toe toch ook een vrolijke noot te horen. Opener "Canada" is bijzonder grappig, al doet Milow hier toch een beetje aan zelfoverschatting. Leuk, maar bovenal een sterke song. Nog meer dan de moeite waard zijn de songs die echt een verhaal vertellen, "Stephanie" (waarin Milow zingt over de moord op Stephanie De Mulder) en vooral "Herald Of Free Enterprise (ja…over de ramp!!) zijn ware pareltjes!
Een meerwaarde op de plaat is zeker de samenwerking met de Britse zangeres Nina Babet. Hun samenzang is bij momenten erg ontroerend. De eenvoudige songs krijgen ditmaal een iets breder arrangement waardoor de plaat aan maturiteit wint. Dit tweede album kan als bevestiging tellen maar toch had ik het net iets avontuurlijk gewild. Voor liefhebbers van grootheden zoals Neil Young, Bruce Springsteen, Damien Rice…maar ook Tom Helsen en Racoon is dit album een hebbedingetje.

Pagina 927 van 965