logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic

Sinner’s Day Festival 2010 - the kings of new wave & punk all together – uiterst geslaagd!

Geschreven door

Na een schitterende 1ste editie vorig jaar keken we reikhalzend uit wat Sinner’s Day editie II in petto zou hebben: … van 1 naar 2 zalen, … én van 8 naar 17 groepen …
Zou de sfeer hierdoor hetzelfde blijven ? En ja hoor, we waren nog maar net de zaal binnen en het zwarte, donkere gevoel zat ‘em direct juist: dé ‘Rewind’ naar de jaren 80 .
Nu was het afwachten of de hoofdrolspelers ook hun duit in het zakje zouden doen om deze Ethias Arena ‘Back to the eighties’ te transformeren. Meer dan 10000 liefhebbers waren mee getuige …

Opener waren Red Lorry Yellow Lorry. Strak en netjes speelden ze de set in bijna één vloeiende beweging aan het vroege publiek. Een leuke opener, maar geen uitschieter en blijvertje …
 
Vlug naar de Main Stage om de Belgische opener Poésie Noire aan het werk te zien. Jawadda, direct werden we omvergeblazen door pompende donkere beats, zowel met nieuwe songs (o.a. “The Air” – “We’ll Die Dancing”) als met de oudere tracks (o.m. “Song Of Innocence” – “Deja Vu”). Ook Jo Casters had er veel zin in. Een erg energieke set van de man & z’n bende, maar springen op (een gezegende) leeftijd en wat vetbandjes rijker is niet steeds wat het moet zijn …

Terug in de Club waren de jongens van Department S al volop op dreef. Ze speelden straffe songs op strakke, zuivere wijze. De oorspronkelijke zanger Vaughan Toulouse kon schitterend worden vervangen; hij stond er met een grote uitstraling en dito persoonlijkheid in grijszwart pak het beste van zichzelf te geven; maar het was pas op het ongelofelijke “Is Vic There” dat de Club echt los kwam. Het eerste hoogtepunt van de dag …

Op de mainstage was de Britse punkband The UK Subs dan bezig. Met de openers ”I Live In A Car” & “NY State Police” zat het er knal op; het pogoën op de eerste rijen was een feit. De frontman, op deze leeftijd een look-a-like van Ozzy Osborne, dramde de korte hevige punknummers, zoals “Emotional Blackmail” – “Left 4 Dead” – “Riot”, met veel enthousiasme door ons strot.

Na een ‘drank- & eetpauze’ waren we present voor Marky Ramone en zijn Blitzkrieg. Hier overheerste de ‘net-niet factor’, hitnummers waren gekend maar misten de echte ‘Ramones-touch en kracht.
… Dus snel naar de Club voor het Zwitserse The Young Gods. Ja, dit was Sinner’s Day op zijn best, donkere elektronische ritmes en lekker dansbaar. Vooral de songs “El Magnifico” – “Kissing The Sun” – “Everythere” waren echte knallers. Later zou blijken dat zij tot de highlights van deze editie mogen gerekend worden.


Na de ‘jonge goden’, de ‘jonge helden’: Arbeid Adelt!. Marcel Vanthilt ( rood pak, zwart hemd en hoed) en Luc Van Acker (met gele gitaar) openden vol vertrouwen met “Ik Sta Scherp” – “Jonge Helden”. Voor het eerst stond de zaal zo goed als vol, maar de echte schwung kwam er niet in. Ook niet toen Marcel onder “Stroom” kwam met een lange zwarte mantel, die omwikkeld was met kerstboomlichtjes. Het was pas bij de oerklassieker “De Dag Dat Het Zonlicht Niet Meer Scheen” dat iedereen uit de bol ging. Dit toch wel knappe optreden, na 20 jaar inactiviteit, werd afgesloten met Jah Wobble op bas tijdens “Death Disco”. Mooi …

Na de ‘jonge helden’ op naar de (synth) pop van Heaven 17. Qua setopstelling en présence een logische knipoog naar de Human League, maar tav van hen vorig jaar, waren zij nét iets minder beklijvend. Een poptrein aan leuke songs hoorden we als “Let Me Go” en het lang uitgesponnen “Temptation”. Tot slot was er dié ultieme new wave song van het eerste uur, “Being Boiled”, ook het eerste gemaakte nummer van de Human League … 

De overgang van Heaven 17 naar de vroegere zanger van Soft Cell, Marc Almond was ideaal. “Torch”, “Tears Run Rings” & “Bedsitter” zetten de toon in het begin van de set; knap werk tussen cabaret & popelektronica. Ook de nieuwe “Bread” & Circus” – “Joey Demento” waren overtuigend. Pas bij de classic “Tainted Love” ontplofte de zaal andermaal. Conclusie: een zeer variërende en geslaagde show van ‘bleeksheet’ Marc Almond.

Een aanfluiting die avond bleek de Nina Hagen Band. De ‘oldfashioned puppy’ kon nu werkelijk niks aan. Zowel letterlijk als figuurlijk niet te pruimen, kortom, “Unbeschreiblich ‘Kut’ Weiblich’ …

The Psychedelic Furs was helend op dat moment. Vorig jaar cancelden ze nog, maar vandaag waren ze de headliner in de Club. En met bravure hebben ze een schitterende, fors bezwerende set gespeeld; de specifiek rauw rollende stem van zanger Richard Butler en de indringende sax-lijnen maakten er een prachtig geheel van met nummers als “Pretty In Pink” – “Sister Europe” – “Heartbeat” – “The Ghost In You” – “Heaven” … Het hoogtepunt van Sinner’s Day 2010 … Een stomende gig … En ze kwamen nog terug met een niet op de playlist vermelde indrukwekkende song “India”; wat een energie! Een prachtige apotheose!

Echo & The Bunnymen was de afsluitende band op de Mainstage . Ian McCulloch was onbeweeglijk aan z’n micro gekluisterd en zong bij momenten onverstaanbaar, maar creëerde op die manier met de band wel een donkere melancholische sfeer. Ze zetten een eigen unieke, grootse sound neer van prachtige intense songs. In het repertoire werd duidelijk dat ze een resem hits hebben geschreven als “The Back Of Love” – “The Cutter” – “Killing Moon” – “Lips Like Sugar”.

En op de trippende chillout, lounge en de ambiente beats ’n’ pieces van The Orb, met een beeldverhaal van golvende spacey trips en zwevende dolfijnen onder een nachthemel voor ogen, trokken we huiswaarts, nagenietend van deze aanstekelijke editie …

We concluderen dat Sinner’s Day 2010 opnieuw een geslaagd concept was. Een uitstekende broeierige postpunk en wave sfeertje in een goed in elkaar gebokste formule. Een dikke proficiat dus aan de organisatie die de sfeer van de eerste editie evenaarden en dit jaar de praktische mankementen hadden weggewerkt …
Vooruit kijken kunnen we want met Wayne Hussey’s The Mission wordt SD 2011 getekend.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Sinner’s Day Festival (More-Entertainment)

Beirut

Gulag Orkestar

Geschreven door
Beirut is het muzikale gezelschap rond de jonge componist Zach Condon, uit Albuquerque, New Mexico. Hij haalt muzikaal de mosterd uit de cultuur van z'n Oost-Europese voorvaderen. Een talentvolle songschrijver met een melancholisch dwarrelende stem. Op `Gulag Orkestar' brengt hij een combinatie van zigeunermuziek, (Balkan)pop, indiefolk, en americana. Een tof origineel geluid dat sfeervol, broeierig, groovy en swingend klinkt. Een instrumentarium van trompet, ukelele, mandoline, accordeon, conga's, orgel, piano, klarinet en tamboerijn kleuren de sound.

`Gulag Orkestar' is een plaat die de Balkan van Kaizers Orchestra en het zuiders exotisme van Les Negresses Vertes samenbrengt. De blazersectie wakkert `Once Upon A Time in the West' aan.

Het eerste deel van de cd klinkt aanstekelijk en dansbaar met songs als ?Prenzlauerberg?, ?Brandenburg?, ?Postcards from Italy?, ?Mount Wroclai (Idle days)? en de titelsong. Het tweede deel is innemend, dromerig en weemoedig door songs als ?Rhineland?, ?Scenic world? en ?The bunker?. ?Bratislava? en vooral het afsluitende ?After the curtains? krikken het tempo terug op en zorgen voor een mooie afwisseling.

Een waan(fijn)zinnig plaatje dat per beluistering intrigeert!

Buzzcocks

Flat-pack philosophy

Geschreven door
Nog maar eens een reünie van ouwe punks. U zat er misschien niet op te wachten, maar volgens ons hebben ze best een leuk plaatje gemaakt.

Net als vroeger weten de Buzzcocks de perfecte harmonie te vinden tussen pop en punk. De songs op deze meer dan behoorlijke comeback cd zijn typisch Brits, catchy en levendig. Het is vermakelijke feelgood poppunk zonder daarom te klinken als de vele nep-punkers die dezer dagen zenders als TMF en MTV onveilig maken. Natuurlijk is het allemaal niet meer zo grensverleggend als in de hoogdagen van de punk eind jaren zeventig en de impact van deze plaat op het hedendaagse muziekgebeuren zal uiteraard nul komma nul zijn, we moeten ons géén illusies maken, maar toch heeft deze fijne en eerlijke `Flat-pack philosophy' op vandaag zeker bestaansrecht als je ziet welke rotzooi er dezer dagen allemaal op ons afkomt.

The Long Winters

Putting the days to bed

Geschreven door
John Roderick is de spil van deze uit Seattle afkomstige band. Een paar jaar geleden op `When I pretend to fall' strikte hij o.a. Peter Buck van R.E.M. en Posies spil Auer/Stringfellow, wat de belangstelling in z'n werk deed toenemen. De sound ligt ergens tussen indie- en americanapop, wat refereert aan Kings Of Léon, Black Crowes, Sparklehorse als aan Grandaddy en Yo La Tengo.

Roderick heeft ander gezelschap rond zich en voorziet z'n materiaal van een sterke melodie en opbouw; per beluistering winnen de nummers aan zeggingskracht: direct en stevig op ?It's a departure?, ?Hindsight? en de openingssong ?Rich wife? of dromerig, sfeervol en rustiger op ?Clouds?, ?Honest? en ?Seven?.

'Putting the days to bed' is een fijnzinnig, aangenaam en interessante cd die als bonus nog de EP `Ultimatum' bijvoegt; vier uiterst geraffineerde songs met strijkers en elektronica. Indie (psychedelica)pop op z'n best.

Jarvis Cocker

Jarvis

Geschreven door
Jarvis Cocker was de spil van het Britse Pulp. Pulp bracht subtiele en fijnzinnige pop met elektronica en orkestraties: rockend, sprookjesachtig, sfeervol en dromerig. Vier jaar na het uiteenvallen van Pulp heeft hij niet stilgezeten. Wat een lijst: met Relaxed Muscle op de elektronische toer, gedichten schrijven en vertalen, werken als DJ, het presenteren van radioprogramma's, een song schrijven voor een Harry Potter film, en tenslotte talrijke bijdrages leveren voor andere artiesten.

`Jarvis', zijn eerste soloplaat, ligt in het verlengde van Pulps materiaal. Cocker heeft het songschrijven in de aderen en brengt melodieuze popsongs, die mooi uitgewerkt en rijkelijk georkestreerd zijn. Net zoals bij een Badly Drawn Boy behoren piano, orgel en strijkers tot het instrumentarium. Er zijn sfeervolle, dromerige songs die intiem en sober kunnen zijn (?Heavy weather?, ?I will kill again?, ?Disney time? en ?Tonite?). ?Don't let him waste your time?, ?Black magic? en ?Fat children? zijn de goed rock klinkende popsongs op de cd.

Een afwisselend plaatje!

My Chemical Romance

Three Cheers for the sweet revenge

Geschreven door
`Three Cheers for the sweet revenge' betekende eind vorig jaar een eerste kennismaking met het vijftal uit New Jersey. Ze brachten door de populariteit van de single ?Welcome to The Black Parade?, titelsong van de huidige cd, de vorige cd opnieuw uit; een cd die we onlangs bespraken in afwachting van `The Black Parade'. My Chemical Romance maakt deel uit van een nieuwe lichting emoglampoprockers. Ze staan garant voor stevige, snedige, mooi uitgekiende poprocksongs, deze maal meer georkestreerd, en dichter dan ooit bij de opera van ?Bohemian Rapsody? van Freddie Mercury en Brian Mays Queen.

Het is een afwisselend plaatje met een pak poppy hits in spé als ?Famous last words?, ?I don't love you?, ?Mama?, ?Sleep?, ?Teenagers? en ?Disenchanted?, die een fijne opbouw hebben. Ze leunen nauw aan het stevige werk van de vorige cd met nummers als ?The end?, ?Dead!?, ?This is how I disappear? en ?The sharpest lives?, die de cd openen, met een paar pittige gitaarsoli, een opzwepende percussie en een helder overtuigende zang. ?Cancer?, op piano, is de meest intieme song.

Dit wordt de grote doorbraak voor het vijftal. De emopoppunk zit in de lift en zo'n band als My Chemical Romance kan er maar baat bij hebben, niet?

Evanescence

The Open Door

Geschreven door
Een goede drie jaar geleden debuteerde Evanescence uit Arkansas met `Fallen', onder songwriter/gitarist Ben Moody en zangeres/pianiste Amy Lee. Hun bombastische popgothicmetal met orkestraties, barok en koorzang, leverde een paar schitterende songs als ?Bring me to life?, ?My immortal? en ?Tourniquet?, gedragen door het de helder overtuigende, fluwelen stem van Amy Lee.

`The Open Door' is een vervolgverhaal van hun groots debuut, maar er zijn een pak minder overrompelende songs te vinden met een hitpotentie. De stijl is dezelfde en de nadruk blijft op Amy Lee's zang, maar de songs beklijven minder.

`The Open Door' is kasteelromantiek, een dreigende sprookjessound met Amy Lee als Roodkapje met haar `boze wolven' als bandleden. Het is een degelijke plaat, die ?Call me when you're sober? als sterkste song heeft. ?Lacrymosa?, ?Like you? en ?Your star? stralen een gothicsfeertje uit met een pak orkestraties.

De band klinkt krachtiger op de opener ?Sweet sacrifice?,? Weight of the world?, ?Cloud nine? en ?All that I'm living for?. ?Good enough?, piano, strijkers en stem, besluit op intieme wijze de cd.

Ik las een fijne omschrijving van Evanescence: Tori Amos goes metal. Mooi!

`The Open Door' is een goed album, maar verrast niet echt.

The Lemonheads

The Lemonheads

Geschreven door
Evan Dando is back: fris, monter, welgezind en? clean; het Amerikaanse Lemonheads herleeft, want ze hebben een sterke plaat uit, een goede tien jaar na `Car button cloth', wat de band roemloos ten onder deed gaan door drank- en drugsmisbruik van spil Dando.

Even situeren? The Lemonheads waren eind tachtiger jaren een pijler in de grungepop, en evolueerden tot subtiele weemoedige en fris sprankelende gitaarpoprock, onder de bezwerende melancholische stem van Dando. Pittige herfstpop dus; platen als ?It's a shame about Ray? en ?Come On Feel?? zijn in het geheugen gegrift. Dando slaagde erin meisjesharten sneller te doen slaan. Maar dan kwam de retour, waarvan `Car button cloth' het muzikaal resultaat was. Een eerste herstel was er met de opmerkelijke soloplaat `Baby I'm bored'.

De inmiddels 39 jarige leadzanger deed beroep op Bill Stevenson, Karl Alvarez, en J Mascis. Het rockt als vanouds op ?Black grown?, ?Pittsburgh?, ?Poughkeepsie? en ?Rule of three?; het klinkt op z'n Dinosaurs op ?No backbone? en de band is sfeervoller op ?Become the enemy?, ?Let's just laugh? en ?Steve's Boy?. ?Baby's Home? en ?In Passing? zijn fijne, opbouwende songs. Kortom, een opperbeste Lemonheads die `to the point' grungepoprock biedt. En daar zijn we uiterst blij om. Come on?Feel & Hear The Lemonheads.

Juliette & The Licks

Four on the floor

Geschreven door
Wat aanvankelijk een zijstapje was voor een Amerikaanse actrice, mondde uit in een heuse tournee en nu ook in een tweede album.

Juliette Lewis is een vrouw met ballen, om daar zeker van te zijn hoef je maar even de zeer gewelddadige maar bovenal schitterende Oliver Stone film Natural Born Killers te herbekijken, op filmgebied de sterkste prestatie ooit van deze madam. Het soort muziek dat ze brengt met haar band The Licks is evenmin soft. Het is ongecompliceerde gespierde Amerikaanse rock met wilde gitaren, een poprandje en de nodige vuilbekkerij. Soms klinkt het allemaal nogal clichématig en een wereldsong vinden we op deze `Four on the floor' niet echt terug. Toch krijgen we bij momenten opwindende rock, ook al heeft deze band het warm water niet uitgevonden en hebben we alles al wel eens eerder en ook wel beter gehoord. Eventjes moeten we aan AC/DC denken op ?Get up?, elders houden we het bij gebalde powerrock, een beetje punk, een vleugje rock'n'roll, doch voor ons part had het allemaal nog wat smeriger gemogen.

Laat ons dit gewoon een verdienstelijke poging noemen van een gemene actrice die eens lekker wil rocken en in die zin is ze in haar opzet geslaagd.

Radio 4

Enemies like this

Geschreven door
Deze laatste van Radio 4 is al een tijdje uit maar was een beetje uit het oog verloren in het overaanbod van lekkere plaatjes van de jongste maanden. Het kan ook komen doordat `Stealing all nations', de vorige Radio 4 cd, echt wel ontgoochelde en er alzo voor zorgde dat de wereld meer aandacht had voor geestesgenoten als The Rapture, LCD Soundsystem of The Killers. Maar kijk, als je ziet dat de nieuwe van The Killers meer naar belegen Springsteen ruikt dan naar de frisse punk-funk van weleer, dan mag je best wel je toevlucht nemen tot deze `Enemies like this', want hier is weer reden om te juichen. De frisse, springerige sound van het wervelende debuut `Gotham' is immers terug. De gitaren zijn springlevend en de songs zijn een geslaagde mengeling van funk en rock en verzeilen niet zoals op `Stealing all nations' in een versmachtende poel van te opdringerige en ongeïnspireerde dance-beats.

Radio 4 is met name terug op het rechte spoor en mag weer meedoen met de jongens van The Rapture en LCD Soundsystem.

Pagina 956 van 965