logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_22
Kreator - 25/03...

Kinney Kevn

Staande ovatie voor singer/songwriter Kevn Kinney

Geschreven door
Tot diep in de jaren `90 was Kevn Kinney muzikaal actief als frontman van Drivin' n' Cryin', een groep die met haar combinatie van powerrock en folk weliswaar een trouwe schare fans voor zich wist te winnen doch echter nooit aansluiting heeft gevonden bij de toenmalig populaire grungescene. Een aantal van die fans kwamen afgelopen zaterdagavond ongetwijfeld ook afgezakt naar de Ha' alwaar Kinney een tweede keer op korte tijd aantrad, doch deze maal vergezeld van een volledige begeleidingsband. Parallel aan zijn D'n'C periode heeft Kinney ondertussen een al bijna even indrukwekkende solo carrière uitgebouwd, waarbij hij schijnbaar moeiteloos laveert tussen folk, country, blues en southern rock..

?Welcome to the Sun Tangled Angel Revival? uit het gelijknamige album uit 2004 leek meteen de perfecte opener. Kinney's nasale stem steeg nog net uit boven de 12-string folkchords, de gitaaruithalen van zijn jonge gitarist en de strakke ritmesectie: velen hadden meteen het gevoel dat dit een memorabele avond zou worden. Voor het samenstellen van de (overigens onvindbare) playlist werd voornamelijk geput uit Kinney's laatste twee solo albums, doch hier en daar werden de trouwe fans bedankt met a trip down memory lane zoals tijdens ?MacDougal Blues? uit diens eerste solo-album (1990) en ?When You Come Back?, een zeldzaam D'n'C nummer in de set uit hun ronduit stevigste album `Smoke' (1993). En wat dan te denken van de ruim 10 minuten durende medley die plots opdook in het midden van de set? Naast Kinney bleken plots ook de rijzige dreadlock bassist en de lijkbleke tengere drummer over vocaal talent te beschikken, en werd muzikaal eerbetoon gebracht aan achtereenvolgens John Lennon (?Working Class Hero?), The Monkees (?Steppin' Stone?) en Nirvana (?All Apologies?). Het siert Kinney dat hij ook nummers eerder ver verwijderd van zijn muzikale roots in een nieuw kleedje wil steken, maar even later verschafte hij toch tekst en uitleg over een ontmoeting met zijn ware muzikale held Johnny Cash aan wie ?The Country Song? uit Kinney's recentste album `Comin' round again' werd opgedragen. Ook Dylan en Guthrie bleven niet afzijdig tijdens het handvol akoestische nummers die Kinney solo voor de bissen speelde, en waarvan we vooral ?This town? onthouden. Kinney en band werden uiteraard voor een encore teruggeschreeuwd. De lang uitgesponnen countrytune ?This Train Don't Stop at the Millworks Anymore? werd door Kinney zelf aangekondigd als zachtaardige maatschappijkritiek, maar pas met een stomende versie van ?I Shall be Released? verdiende het optreden van Kinney & band het etiket `memorabel'. Tijdens dit laatste nummer mocht ook Mick Hart even komen meejammen, en heel even hadden we zelfs de indruk middenin een jamsessie van wijlen The Allman Brothers te zijn terechtgekomen.

Net toen iedereen, de groep incluis, dacht dat het optreden afgelopen was dook Kinney beleefd doch vastberaden het publiek in om zijn allerlaatste troef uit te spelen. Spaarzaam begeleid door mondharmonica, gitaar en handgeklap van het publiek werd een traditioneel kampvuurlied vol levenswijsheid ingezet. Kinney kreeg hiervoor een `staande ovatie' van het publiek, en knikte even later goedkeurend toen zijn gesigneerde CD schijfjes gretig van eigenaar verwisselden. Tot volgend jaar, Kevn?

In het voorprogramma stond de sympathieke Australische singer-songwriter Mick Hart die zijn zopas verschenen, mooie nieuwe plaat `Finding Home' kwam voorstellen. Ondanks het feit dat hij de voorbije jaren het voorprogramma mocht verzorgen van onder meer Bob Dylan, Coldplay, Sting, Paul Weller, Zwan, The Pretenders en The John Butler Trio, verscheen hij duidelijk zenuwachtig en onder de indruk op het podium. Maar dit belette hem echter niet om vergezeld van louter een akoestische gitaar, lapsteel en mondharmonica, in zijn eentje het publiek warm en stil te maken voor zijn mix van folk, pop, roots en blues. Zijn manier van zingen en spelen roept vooral een vergelijking op met Vic Chesnutt en Ben Harper (trouwens een goede vriend van Mick), terwijl zijn coverversie van één van zijn favoriete nummers, ?Mad World? van Tears For Fears, erg dicht aanleunde bij die van Gary Jules.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

 

Popallure 2007 : groots voorjaarsfestival

Geschreven door
Popallure was aan de derde editie toe. De voorbije malen waren succesvol, en in 2006 kon men rekenenen op ruim 1400 man met groepen als A Brand, Daan, Delavega, Gorki en Vive La Fête. Popallure trok voor het eerst naar de Brielpoort, en bereikte de kaap van 1500 man. De overstap werd positief ervaren. Popallure is uitgegroeid tot een groots voorjaarsfestival!

Opener van het festival was Aia Hewick, een poprockband die het concours van Popallure won.

Vervolgens stonden de Rock Rally winnaars van 2004 op het podium. The Van Jets stelden hun debuut `Electric Soldiers' voor, snedige rock'n'roll waarin The Datsuns en Iggy zijn verwerkt. Live klonken ze wat onwennig, maar wisten dit te overbruggen met hun inzet en bezielde overgave: ?I don't know why?, ?Ricochet?, ?What's going on?, ?Johnny Winter? en de titelsong boden in de vroege namiddag al een pak respons.

Bulls On Parade, vier gasten uit Vlaanderen, gaven een tribute to RATM. Ze speelden een toffe songkeuze van de drie cd's van Rage. Het draaide dus niet enkel rond hun memorabel debuut van '92. Het viertal onderscheidde zich met prachtige gitaarsoli, diepe bas, een opzwepende percussie en een zang aan Zack De La Rocha. Ze openden met het dynamische ?Bulls On Parade? gevolgd door ?Bullet in the head?; twee songs die al onmiddellijk werden meegezongen en aanzetten tot crowdsurfen. ?Guerrilla radio?, ?Fistfull of steel? en ?Freedom of speech? benaderden de RATM aanpak en met en het onnavolgbare ?Killing in the name of? was het koekenbak vooraan! Puike set!

Verrassing van de avond was Foxylane. Het Belgisch viertal bracht de sound van Soulwax nite Versions, Goose en LCD Soundsystem samen en brachten een uurtje dansplezier met een `hi tech/switch' sound van punkfunk en elektronisch vernuft. Hun weirdo trance neurotische repetitieve beats klonken avontuurlijk en hitsten het publiek op. ?Same shirt? en ?Shut up bitch?, de twee singles van de band, waren overdonderend. In de Brielpoort bewezen ze dat ze alle troeven in handen hadden om opgemerkt te worden.

Absynthe Minded, het vijftal onder zanger/componist Bert Ostyn, heeft al drie cd's uit en eindigden tweede toen The Van Jets de Rock Rally wonnen. De songs op de derde cd `There is nothing' zijn subtiel en verfijnd uitgewerkt. Het publiek kwam op adem na Foxylane en het was genieten van het broeierig songmateriaal als ?Plane song? , ?Ask me anything? en ?I'll be allright?. ?People of the pavement? klonk snedig, maar de band benadrukte de rustige, gemoedelijke aanpak met ?I like you when you're sad? en ?My heroics, part one?. Ze voorzagen ruimte voor enkele grillige songs, waarin een vleugje Balkan was verwerkt, als ?Singalong song?en ?A great height?. Naar het eind klonken ze meer uptempo en bouwden ze de set op met ?Let's be radical?, ?Stuck in reverse? en de titelsong. Absynthe Minded trakteerde ons nog op een bis; een afgewerkte set, wat werd geapprecieerd door het publiek.

Dog Eat Dog mocht de rockavond besluiten. Het vijftal uit New Jersey stonden medio de jaren '90 garant voor een crossover van hardcore en hiphop; ze braken meteen door met `All boro kings'. Na '99 werd het opvallend stil, maar midden vorig jaar hoorden we opnieuw van Dog Eat Dog in een hernieuwde bezetting; de klemtoon kwam op een toegankelijk groovy sound te liggen.

Ze deden alvast hun best om het publiek op te zwepen op ?Expect the unexpected?, ?Who's the king? en ?Rocky?, maar ze slaagden er niet het publiek aanhoudend te boeien, daarvoor vielen sommige nummers van de recente cd `Walk with me ` te zwak uit. Al rappend werden de songs aan elkaar gepraat.

`Ok, Dog Eat Dog loves us', die zegen namen we alvast mee na de afsluiter ?No fronts?.

DJ Dirk Stoops en Discobar Galaxie verzorgden de after-party tot in de vroege uurtjes.

Popallure onderstreepte een geslaagde, gevarieerde aanpak.

Organisatie: Popallure 2007

Pestpop 2007: vrijdag 20 april

Geschreven door
Net zoals vorig jaar zakten we ook deze keer weer af naar de Oktoberhallen van Wieze om de tweede editie van het Pestpop festival mee te maken. Dit jaar onderging de opvolger van Aalst Rockt een ingrijpende metamorfose. Want Pestpop editie 2007 werd een tweedaags festival met camping en met een extra B- podium. Al heel vroeg had de organisatie opnieuw Jon Oliva's Pain weten te strikken. Een goede zaak want tijdens de editie vorig jaar hadden we erg genoten van Jon Oliva's soloband. Toch werden we niet meteen laaiend enthousiast van de affiche toen er stilletjes aan meer en meer bands werden toegevoegd. Wel leek het erop een leuk post Savatage feestje te gaan worden want naast Jon Oliva's Pain stonden ook Circle II Circle (met ex-Savatage zanger Zachary Stevens) en Chris Caffery (ook al ex-Savatage) geprogrammeerd. Naast deze bands stonden ook nog (net zoals vorig jaar) het Belgische Sengir en het Finse Kotipelto op de affiche, naast nog een tiental andere bands uit de Black/Death Metal scène. Savage Circus haakte in laatste instantie af en werd vervangen door Tempesta. De Britse Doom/Death Metal band My Dying Bride mocht op zaterdag als headliner fungeren. Wijzelf hadden na de editie van 2006 om wat meer diversiteit gevraagd, wat ons nu werd aangeboden in de vorm van een overdosis Death & Black Metal. Maar goed, daar zou wel een publiek voor zijn?.dachten we.

Dag 1, vrijdag begon al om 18.00. Wel erg vroeg voor de hardwerkende mens. Doch de bands die toen reeds aantraden lagen te ver buiten ons interesseveld waardoor we pas richting Wieze reden om Sengir aan het werk te zien. Toen we aankwamen viel het meteen op hoe weinig volk er was opgedaagd. De immense Oktoberhal bleef zo goed als leeg voor de rest van de avond. We konden nog de helft van het optreden van Nostradameus meepikken. Een Zweedse metalband die ons overstelpte met alle mogelijke metalclichés en een bijzonder zwakke zanger. Het meest imponerende waren de dreigende duivelslenzen die de heren droegen. Daarna was het de beurt aan Sengir. Vorig jaar had deze Belgische band nog een goede beurt gemaakt maar wat ze nu lieten zien en horen was beneden alle peil. Het beloofde akoestische optreden werd van de baan geveegd. In de plaats kregen we een vrij kort, ongeïnspireerd elektrisch optreden. Zangeres Ellen zat er bovendien met de regelmaat van de klok ferm naast. Sengir was dit jaar heel erg zwak. Jon Oliva's Pain had de zware taak om de eerste dag toch nog te redden. Het werd een semi-akoestisch optreden dat vooral werd gekenmerkt door veel technische storingen en een niet zo'n zuivere stem van mister Oliva. De set bestond uit mooie akoestische uitvoeringen van Savatage klassiekers, Sava-rarities (een indrukwekkende ballad versie van ?Jesus Saves?) en enkele covers. Toch kon Jon Oliva's Pain niet verhinderen dat we in een sombere stemming de Oktoberhallen verlieten. De eerste dag was er één om vlug te vergeten.

Organisatie: Pestpop

Battles

Mirrored

Geschreven door

Battles is het muzikaal avontuur van John Stanier (ex Helmet drum), Ian Williams (ex Don Caballero gitarist), Dave Konopka (ex Lynx gitarist) en Tyondai Braxton (zoon van avantgarde jazz muzikant Anthony Braxton).

Het Amerikaanse viertal  is al van 2003 actief en bracht al een paar EP’s uit, die maar een vingeroefening zijn tav het uiteindelijke ‘Mirrored’. De groep omschrijft zichzelf als een ‘matchrock’kwartet,  een wiskundige precisie van hun complexe muziek, creatief en vernuftig in elkaar gestoken. Ze omschrijven op hun site hun geluid als ‘beep boop boop cras …’ , handig voor een buitenstaander om te weten waarmee deze band bezig is!

Avantgarde, grillige pop, psychedelica, dub, symfo, prog, jazz en hiphoptunes, onder diverse tempowisselingen,  zijn vervat in de weirdo Battles sound, onder de vervormde spacevocals van Braxton. Battles als klankkleur! ‘Mirrored’ is muzikaal een openbaring!

 

 


 

Jerboa

Rockit fuel

Geschreven door

Jerboa was de Vlaamse DJ Shadow van de trippop op het debuut ‘Music for my instruments’. Na ‘Endtroducing…’  deed DJ Shadow  beroep op een resem  gastvocalisten, wat resulteerde in een matig album en live  optredens;  de spanning en groove bleven uit. In tegenstelling tot Jerboa, wat andere koek is.

 ‘Rockit fuel’ is in coproductie van Alex Callier van Hooverphonic; resultaat: een goede twee eenheid! De pak gastvocalisten en artiesten leveren een bijdrage tot deze boeiende groovende en donkere dreigende plaat, die ergens ligt tussen DJ Shadow/Krush, Tricky, het oude Kosheen, het vervlogen Lowpass en het avontuur van The Residents in de spoken ‘diepe basstem’ word tracks (van Bassman (“Heaven in hell” en Gunter Nagels, “Last breath” en “Crowd part 1”).

Trixie Whitley neemt een prominente rol op de trippopsound van “Just another number” en “What if”  (met Krewcial!). Hoogtepunt zijn alvast “Number one” met Absynthe Minded Bert Ostyn (op gitaar) en Van Jets Verschaeve (zang) én de instrumentale titelsongafsluiter, het ‘missing’ DJ Shadow nummer ooit.

‘Rockit fuel’ is een afwisselend spannende plaat waarbij Jerboa z’n muzikale creativiteit kwijt kon met uiterst geslaagde songs.

Tom McRae

King Of Cards

Geschreven door

De Britse singer/songwriter Tom McRae heeft z’n vierde plaat uit. Hij creëert een melancholisch kleurlandschap met z’n sfeervolle maatschappijkritische songs, die harmonieus en subtiel uitgewerkt zijn; het levert meteen z’n meest afgelijnde cd op, gekenmerkt van een spannende en broeierige opbouw onder z’n emotievolle stem.

“Bright lights”, “Keep your picture clear” en “One Mississippi”onderscheiden zich. Door een vleugje gitaarexperiment hebben ze een donker, dreigende ondertoon; “Sound of the city” is een fijne popsong en hij behoudt de intimiteit van z’n debuut op “Got a suitcase, got regrets”, “Houdini and the girl”, “Deliver me” en “The ballad of Amelia Earhart”. “Lord, how long” sluit met hemelse backing vocals de cd af. Z’n boodschap is er één van hoop en positivisme, een ondersteuning waard in deze wereld!

 

 

65daysofstatic

65daysofstatic : van lieflijk tot verbeten explosief

Geschreven door

65daysofstatic groeit uit tot een cultband binnen het postrockgenre. Een bijna volle MaZ te Brugge voor een band die maar een matige respons krijgt op de radio, maar een pak fans op de been brengt door z’n opwindende en overweldigende sound, emotievol, fris, avontuurlijk en overdonderend. Het viertal uit Noord-Engeland blaast de postrock nieuw leven in.

 Ze combineerden een fors, krachtig, fors geluid met een sfeervolle aanpak. Het recentste ‘The destruction of small ideas’ is de snedige weergave van hoe ze het  voorbije jaar live klonken: een instrumentaal filmisch dreigende sound, die gaat van lieflijk tot verbeten explosief, van muzikale chaos, botsingen tot een gecoördineerd geheel, geruggensteund door laptop voorgeprogrammeerde elektronica en piano.

In het eerste deel van de set was er veel arm-, hoofd- en gitaargezwaai op songs als “Await rescue” en “A failsafe”. De repetitieve pianotune en de elektronica boden een meerwaarde in de overwaaiende distortion gitaren en in de dynamische, opzwepende en strakke percussie. “Retreat retreat” was het enige rustige sfeervolle nummer van het goed uur durend optreden.

65daysofstatic speelde een fijne finale: “Wax futures” (wat een gitaarbrij en percussie), “Radio protector” (repeterend pianospel) en de subtiel opbouwende, “65doesn’t understand you” en “These things you can’t unlearn”.

 Ze speelden een overtuigend bezielde set, die ons even de punkpopgroepjes uit hun eigen streek deden vergeten.

 Transit, een viertal uit het Gentse, profileert zich eveneens binnen de postrockscene van Toman en Madensuyu, maar trekken niet zo fel van leer. Ze brachten vorig jaar de EP ‘Broadleaves vs conifers’ uit: zacht, intiem, sfeervol, dromerig en af en toe ietwat donkerder. Hun muzikaal decor  was alvast mooi meegenomen. Naar het eind vervoegde Chantal Acda de band: door haar breekbare stem en haar bijdrages op piano en percussie werd de emotievol, intens broeierige sound meer opengetrokken.

 

Organisatie: Cactus Club Brugge

Kaiser Chiefs

Opwindende Kaiser Chiefs

Geschreven door

In 2005 maakten we kennis met een pak nieuwe band binnen de Britse postpunk. Samen met Franz Ferdinand debuteerde Kaiser Chiefs. ‘Employment’ klonk fris, speels en dynamisch; een toonbeeld van compromisloze melodieuze gitaarpop.

De opvolger ‘Yours truly, angry mob’ klinkt geraffineerder en is minder verrassend.

 Live heeft de band uit Leeds, onder de hyperkinetische zanger Ricky Wilson, niks ingeboet aan levendigheid. Het blijft een fuifband bij uitstek, die z’n publiek vermaakt en een fijne rock’n’roll show biedt. Kaiser Chiefs gingen op het podium fel tekeer en speelden een korte, krachtige en plezierige set.

De groep begon alvast stevig met enkele vaardige en opzwepende nummers, “Everyday I love you less and less”, “Heat dies down” en “Ruby”; Wilson werd vocaal bijgestaan door drummer Nick Hodgson. Ze lieten het publiek luidkeels meezingen en brullen op het refreinen.  “Thank you very much” (wat een  toestenpartij!) en “Na na na na na naa” behielden het frisse, speelse karakter. Ze namen gas terug op het sfeervolle “I can do without you”. “Modern way” leidden  ze in door handgeklap; het was de aanzet van een bruisend tweede deel: “Everything is average nowadays” (nieuwe single), “Highroyds”, “I predict a riot” en het oude “Take my temperature”; Wilson dook het publiek in en werd tot op de toog aan de andere kant van de zaal gedragen, dronk er een pintje en was op geen mum van tijd terug op het podium. “Retirement” refereerde door de synthi partijen naar de ‘70’s Earth & Fire en besloot de set. In de bis speelden ze nog twee opbouwende aanstekelijke songs “The angry mob” en het mooi uitgesponnen “Oh My God”, de traditionele afsluiter van de band.

Kaiser Chiefs onderscheidde zich als een bruisende wervelende live groep. Fijn avondje zo, dankjewel.

 Good Shoes maakt eveneens deel uit van de postpunk beweging. ‘Think before you speak’ is hun debuut. Ze zitten ergens tussen ‘70’s Buzzzcocks en Maxïmo Park. Het viertal had een VS laatstejaarsstudenten uitstraling en speelden een aan Weezer en Fountains Of Wayne denkende set.

 Org: FLP, Lille

 

 

Monza

Monza warming up nieuw materiaal

Geschreven door

Monza is de band rond Stijn Meuris; met Noordkaap leverden ze in de jaren ’90 fijne poprock hits als “Arme Joe”, “Satelliet Suzy”, “Panamarenko”, “Wat is kunst” en “Ik hou van U”. Monza debuteerde in 2001, in het verlengde van Noordkaap: emotievolle gitaarpop, mooi uitgediept en gekenmerkt door een sterke tekstinhoud. De opvolger ‘Grand’ (’05) was intenser en had een ‘80’s wave tint, waarbij Meuris de dramatische gebeurtenissen van z’n vriendin moest afschrijven.

Vorig jaar ondernam Monza een heuse theatertournee, die in première ging in de Arenbergschouwburg en op dvd werd gezet. In dezelfde Arenberg was er vanavond een voorsmaakje van de nieuwe cd, die pas na de zomer zal verschijnen.

 Live was Monza dynamisch en bedreven, leefde de band zich uit, en vertoefde Meuris in een andere leefwereld; een strak spelende bezielde band. Ze gaven de indruk van een optreden van een band-in-a-box of op tv, door het sobere lichtdecor van witte lampen, laag hangend over het podium. 

Anderhalf uur lang speelde het vijftal een afwisselende set van de voorbije cd’s, en maakten we kennis met enkele veelbelovende nieuwe songs. Ze openden met “Solaris” en “Tanken in Luxemburg”, twee subtiele rockers van de komende cd. “Satelliet Suzy” refereerde naar de Noordkaap periode. Meuris stoeide met de microfoon, ging in op reacties van het publiek en maakte er een tof, ontspannend avondje van.

“Hulp via India”, “Alles half” en “Rijkdom” hadden een spannend broeierige opbouw en onderstreepten Monza’s muzikale kwaliteit. De vorige single “Dood aan alle meisjes” ging naar een climax en het nieuwe “Daisy Bell” (lees Deci-Bell), een meeslepende rocker, reflecteerde aan de gehoorsproblemen van Meuris.  “Vertrouwd hart” was één van de hoogtepunten: van een bezwerend naar een feller bedreven toon, een donker dreigende ‘80’s tint en een noisy gitaarpartij. “Als ze swingt” klonk als een Arno’s “Mon sissoyen”. In de finale van de set waren er “Als techniek faalt”, bepaald door handgeklap en een uitgesponnen “Van God Los”, die kon rekenen op een sterke respons.

De groep behield de swing in de bis met het groovy  opzwepende “Alleen te zijn en er mee om te gaan” en “De schuld van de deejay”.

 Monza toonde aan een goed geoliede rockende machine te zijn, die ons nieuwsgierig heeft gemaakt naar de nieuwe cd. Een geslaagde ‘warming-up’ in de Arenberg!

 Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

 

Orchestral Manœuvres in The Dark (OMD)

Fijn nostalgisch avondje met OMD

Geschreven door

Orchestral Manoeuvres in the Dark, Andy McCluskey en Paul Humphreys, waren samen met bands als The Human League, Soft Cell, The Simple Minds, Ultravox, Gary Numann en Pet Shop Boys één van de smaakmakers van de ‘80’s synthi/electropop.  Begin ‘80’s hits “Electricity”, “Enola Gay” en de plaat ‘Architecture & Morality’ uit ’81 zorgden ervoor dat de band in verschillende top honderden aller tijden kwam te staan.

Sinds ’84 nam het duo meer afstand van de ‘new-wave’ en kwam de klemtoon op kitsch en discotunes binnen hun electropop, wat originaliteit en avontuur deed afnemen.OMD werd resoluut een hitmachine.

OMD werd geprikkeld door de voorbije elektronicarevival. Een uitverkochte AB met veel dertig- en veertigers, die zich meteen in de jaren ‘80 waanden. Trouwens, OMD was de eerste band die ik ooit live zag (Brielpoort, Deinze; zucht, waar is de tijd?!), als pogoënde tiener.

 De set werd opgedeeld met de plaat ‘Architecture & Morality’ en ander hitwerk. In een kleine twee uur speelden ze een twintigtal songs; zowel McCluskey als Humphreys hadden vocaal nog niks aan helderheid en intensiteit ingeboet. Ze waren alvast sterk onder de indruk van de respons. Een emotioneel en een happy weerzien na twintig jaar! Fijne reünie.

Een gewaagde start met het instrumentale “Architecture & Morality”, gevolgd door “Sealand” en “New stone age”. De traag meeslepende, dromerige, donker dreigende nummers en hun soundscapes/bleeps deed me stilstaan bij  ‘90’s (ambient)elektronicabands als The Orb, Orbital, The Black Dog, …Ze haalden de mosterd bij een OMD. De projecties kleurden het geheel mooi in.

“Georgia” was het eerste uptempo nummer. “She’s leaving” en “Souvenir” (Humphreys on vocals!) zorgden voor een sfeervol lentegeluid. “Joan Of Arc” en “Maid Of Orleans” waren hoogtepunten, door de herkenbare tunes, de Joan Of Arc projecties, de kruisbeelden, het lichtdecor en de stroboscoopeffects. Trouwens, de 47 jarige McCluskey demonstreerde z’n aloude pogobewegingen, waarvan hij even moest recupereren. “The beginning and the end” sloot het eerste muzikale hoofdstuk af.

“En nu tijd voor popsongs” haalde hij aan; de OMD hitmachine was een feit, origineel op gang getrokken door “Messages” uit ’79. We konden genieten van  fijne, dromerige en zorgeloze popsongs als “Forever live & die”, “If you leave” en “Talking loud & clear”, met een bloementapijt op het achterplan.

“So in love” en “The locomotion” waren samen met “Tesla girls” de meezingers en discostampers. “Sailing on the seven seas”, één van de laatste singles die ze uitbrachten (’91), leidde een vernieuwende OMD in , maar was ook meteen het muzikale einde van de band. De klassieker “Enola Gay” besloot de set; aangrijpend waren de  woorden op het scherm “Now I become death, the destroyer of the world”.

In de bis werden we getrakteerd op een OMD schlager “Walking on the milky way”; de andere instant klassieker “Electricity” volgde en definitief beëindigden ze met het traag opbouwende “Romance”. Enkel “Genetic Engineering” en “Telegraph”, twee voorname creatieve songs, misten we.

 We beleefden net als de band een fijn nostalgisch avondje. ‘The good times’ van de synthipop zijn nog niet vervlogen.

 Organisatie: Live Nation

 

Pagina 965 van 966