logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
dEUS - 19/03/20...

The Cult

The Cult - Punchy masterclass in afgestofte klassiekers

Geschreven door

The Cult - Punchy masterclass in afgestofte klassiekers

Tja, daar sta je dan als band met ruim vier decennia op de teller: artistiek niets meer te bewijzen, én steeds meer beseffend dat de overgebleven fans toch vooral naar je shows afzakken voor a trip down memory lane. Met het nieuwe album ‘Under the Midnight Sun’ ondernam het naar de States uitgeweken Engelse (goth)rock instituut The Cult vorig jaar toch een moedige poging om dat platgetreden pad te verlaten. Moedig, maar helaas ook wat halfslachtig: een paar puike singles die knipogen naar hun jaren ’80 heyday, maar evenzeer behoorlijk wat filler materiaal dat zelfs doorwinterde adepten naar de ‘Skip’ functie doen grijpen. De aankondiging dat er na 10 jaar eindelijk nog eens een nieuwe Cult tournee mét Belgische halte zat aan te komen deed die kritiek echter snel verstommen.

Ter aftrap van de drie weken durende Europese ‘Under the Midnight Sun’ tour sloeg het Cult circus afgelopen woensdag haar tenten op in een bloedhete AB. Bij het vastleggen van de ‘nieuwe’ setlist trekken kernleden Ian Astbury en Billy Duffy duidelijk de kaart van de veilige keuzes, hier en daar gekruid met een paar creatieve uitspattingen. Voortgestuwd door het furieuze “Rise” uit het bijna-metal album ‘Beyond Good and Evil’ (’01) schoot de band uit de startblokken met een splijtende demarrage. Nooit vies van Het Grote Gebaar of een ferme brok symboliek slingerde The Cult meteen een niet mis te verstaan statement de zaal in: ook in het post-pandemische tijdperk willen de veteranen volop blijven meedraaien in het dolle rock-’n-roll wereldje. Astbury’s bariton klonk in het prille begin van de set nog als een verkouden misthoorn, maar dat euvel werd snel rechtgezet vanaf “Sun King” wiens funky baslijn heerlijk heen en weer kaatste over een legioen ja-knikkende 40-plussers. De charismatische frontman was qua bindteksten trouwens opvallend kort van stof, wat zijn makkers alle ruimte gunde om met een rotvaart door hun impressionante back catalogue te denderen.
Het pleit in het voordeel van The Cult anno 2023 dat ze blijven puzzelen aan inventieve twists om platgespeelde nummers toch fris te houden. Zo kwam tijdens het eerste meezingmoment “Sweet Soul Sister” ineens een flard van The Doors klassieker “L.A. Woman” bovendrijven. Er is veel verloren gegaan tijdens de corona pandemie, maar Astbury’s fascinatie voor Jim Morrison zit voorgoed in ’s mans met een bandana omklemde brein gebeiteld. Ook de door wah-wah gitaar voortgestuwde non-album single “The Witch” pronkte in Brussel op de shortlist met hoogtepunten. Dichter bij de psychedelische groove van de ‘Madchester sound’ dan dit is de band niet meer geraakt. Het beste nummer dat Primal Scream nooit heeft gemaakt? Check!
Het was zonder meer opvallend dat er over het uitgangbord van de nieuwe tour, ‘Under The Midnight Sun’, maar met weinig woorden werd gerept. Met amper twee stuks waren de nummers vanop dat nieuwe album erg dun gezaaid: zouden Astbury & co dan toch recensies lezen? Het dreigende “Vendatta X” was gebouwd op een naar Depeche Mode lonkend industrial synthpop fundament, een gewaagde én geslaagde combinatie die we niet zagen aankomen. Aan de andere kant van het spectrum verscheen “Mirror”, een vrij futloze brok gitaarrock die we nu al vergeten zijn.
Op het moment dat meestergitarist Billy Duffy zijn iconische Gretsch White Falcon laat aanrukken weten de fans van het eerste uur dat er een paar 80ies gothrock classics zitten aan te komen. De band gunt zichzelf nog steeds een nostalgische terugblik naar hun turbulente begindagen door elke avond de ruim 40 jaar oude debuutsingle “Spiritwalker” uit de (Southern) Death Cult periode in de set gooien. Uit doorbraak album ‘Love’ (’85) was een halve noot van de evergreens “Rain” en “She Sells Sanctuary” genoeg voor het AB publiek om over te schakelen naar collectieve extase modus. De zelfverklaarde indie guitar hero Duffy maakte echter het meeste indruk op “Phoenix”, waar de withete riffs en licks een huilende Astbury vergezelden op zijn imaginaire trip richting vagevuur en wedergeboorte.

De uitgebreide bloemlezing uit dat andere opus magnum, ‘Electric’ (’87), mondde tijdens de korte bisronde uit in de dubbele uppercut “Peace Dog” en de Stones rip-off “Love Removal Machine”.
Met een krappe vijf kwartier op de planken leek de groep zich wat te willen sparen voor het komende Europese avontuur, maar het bleek wel meer dan voldoende om de dikke stoflaag die zich 10 jaar lang had opgehoopt op de back catalogue van The Cult met één punchy performance weg te blazen.

Organisatie: Gracia Live

Tenacious D

Tenacious D - Een collectieve zangstonde

Geschreven door

Tenacious D - Een collectieve zangstonde

Hoewel Graspop pas op donderdag zijn poorten openzwaaide voor het betere metalgeweld, moesten fans van het zwaardere genre dinsdag niet op hun honger blijven zitten. Niet enkel speelde KISS die dag in Paleis 12, enkele kilometers verder gaf Tenacious D van jetje in een broeierig en uitverkocht Vorst Nationaal.
Toegegeven, de deuntjes van de comedy rockband kunnen we bij momenten bezwaarlijk als metal beschouwen, toch wordt de band in de armen gesloten door de community.

In de zaal dan ook veel zwarte T-shirts en vooral mannen rond hun veertigste, die dus jonge kerels waren toen Tenacious D in 2001 hun gelijknamig debuut ‘Tenacious D’ de wereld instuurde. De band rond Kyle Gass en filmster Jack Black was in 2020 voor het laatst te gast in een uitverkocht Vorst Nationaal en liet ook nu weer een verpletterende indruk na.

Als opwarmertje (in een al hete tent) kregen we Steel Beans voorgeschoteld. Hoewel de naam anders doet vermoeden, was de psychedelische bluesrock van Jeremy DeBardi licht verteerbaar en werd zijn set goed gesmaakt door het reeds aanwezige volk. Wat opvallend is, is dat Steel Beans een eenmansproject is. Dat betekent dat DeBardi zowel de zang en het drum- en gitaarwerk voor zijn rekening nam. Als men in de toekomst dus zegt dat enkel vrouwen kunnen multitasken, volstaan volgende twee woorden als repliek: “Steel Beans”. Vooral Molotov Cocktail Lounge kon ons uitermate bekoren en deed bij momenten denken aan The White Stripes.

Met een kwartiertje vertraging was het dan tijd voor ‘The Greatest Band in the World’, of dat is toch hoe Tenacious D zichzelf omschrijft. Een goed bebaarde Jack Black uitgedost in een vlammende outfit en een eerder casual geklede Kyle Gass begroetten hun fans en bewapenden zich vervolgens met hun akoestische gitaren alvorens de set af te trappen. Dat de heren niet van plan waren om rustig naar een hoogtepunt toe te werken, werd duidelijk toen “Kickapoo” ingezet werd als opener. Dat de song, waarbij oorspronkelijk wijlen Dio en Meatloaf ook even hun zegje doen, een van de populairste nummers van ‘the D’ is, bewees de collectieve zangstonde die spontaan uitbrak. Een zangstonde die quasi niet meer stil viel tot het doek figuurlijk viel. Ongelofelijk om zien en horen hoe het publiek de teksten, en soms zelfs bindteksten, noot voor noot kon meezingen.
Na enkele nummers viel het Jack Black op dat ondertussen de eerste hittegolf van het jaar België aan het verschroeien was. “Shit, it’s hot in Brussels”, schreeuwde de acteur en probeerde tevergeefs zijn pens af te koelen door te wapperen met zijn shirt. Desalniettemin boette Tenacious D tijdens de ganse set niet in aan energie en vuurde de ene na de andere oorwurm richting publiek. Vooral “The Metal”, “Beelzeboss (The Final Showdown)” en slotnummer “Fuck Her Gently” deden het kwik in de thermometer nog wat extra stijgen.
Grappen en grollen konden natuurlijk ook niet ontbreken tijdens een optreden van een comedy rockband. De ganse set was dan ook doorspekt met doldwaze sketches en moppen. Zo was er bijvoorbeeld de nieuwe vuurwerkverantwoordelijke Biffy Pyro die er niet in slaagde om op het juiste moment vuurwerk af te steken en daarom steeds op zijn donder kreeg van Black: “You press that damn button when we demand pyro!” Slechts op het einde, en na enkele bemoedigende woorden van Black en Gass, slaagde onze vriend erin de gaskraantjes volledig, en op het juiste moment, open te draaien.
Ook de sax-a-boom, lees: een plastieken kindersaxofoon, was opnieuw van de partij. Een trotse Black probeerde te bewijzen dat hij nog steeds een feestje kon bouwen met het niemendal, waarop Gass hem overtrof met een uit de kluiten gewassen, stoffen versie ervan en Baker Street van Gerry Rafferty inzette. “The Max-a-boom”, riep Gass trots, waarop Biffy een vuurstraal lanceerde en Black vervolgens pisnijdig over het podium sakkerde.

In iets minder dan anderhalf uur kreeg Vorst een gevarieerde en ludieke set, waarbij het stevigere werk afgewisseld werd met de zachtere klassiekers en de nieuwe hits “Videogames” en “Wicked Game” (cover Chris Isaak).
Geheel vernieuwend was Tenacious D echter niet, maar dit deerde niet. De gekende feestformule en de meezingers zorgden opnieuw voor de nodige ambiance en vertier. En laat ons eerlijk zijn, dat is toch waarom we zo houden van deze band. Keep on rockin’, D!

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/4982-tenacious-d-13-06-2023.html?Itemid=0

Organisatie: Live Nation

Triggerfinger

Triggerfinger - In vuur en vlam

Geschreven door

Triggerfinger - In vuur en vlam

Voor het verhaal van Triggerfinger (*****) gaan we ongeveer 25 jaar terug in de tijd, 1998 sloeg hun live performance in als een bom, de verdienste van drie muzikanten van wereldklasse: de charismatische frontman Ruben Block, de duivelse drummer Mario Goosens en Monsieur Paul, Lange Polle (Paul Van Bruystegem) die in 2003 de band vervoegde, en een blok graniet is op bas. De blindelingse afstemming en de speelsheid zorgden ervoor dat een optreden van Triggerfinger een beleving is die in je geheugen gegrift staat. Na al hun live performances worden we nog steeds even hard omver geblazen.
In een overvolle AB kwam Triggerfinger afscheid nemen van Lange Polle, die na twintig jaar de stekker er uit trekt om zich op andere projecten te concentreren. De band zal nu worden aangevuld door een andere muzikale grootheid, man-van-alle-kunstjes, Geoffrey Burton. Twee avonden lang zetten zij de AB in vuur en vlam.

In de categorie 'mogelijke opvolgers van Triggerfinger staan veel talentvolle bands aan de deur te bonken. Eén daarvan is Peuk (*****) die nu het voorprogramma van Triggerfinger speelden. Het trio bestaat uit jonge, talentvolle muzikanten die graag het gaspedaal diep indrukken en een ondoordringbare geluidsmuur weten op te bouwen. Ook in de AB voelde je de dosis adrenalinestoten. Ondanks de weinige interactie, laat dit trio z’n technische sterkte horen. Een kolkende, verschroeiende live set van zo’n half uur was meer dan voldoende om ons probleemloos te overtuigen

Triggerfinger trekt vanaf de eerste twee songs “I'm coming for You” en “First Taste” alle registers open. We zijn vertrokken voor een rollercoaster, een spervuur aan riffs en drumwerk, er is de niet-aflatende charismatische houding van Ruben die na zovele jaren nog steeds als een jonge wolf op dat podium staat. Hij is één met z’n publiek. Het helse tempo kon Triggerfinger niet steeds aanhouden. En dat hoefde ook niet. Op “By Absence of the Sun” mocht Lange Polle in de schijnwerpers staan, hij bewees nog maar eens wat voor een uitzonderlijk bassist hij wel is. Een lang, daverend applaus volgde.
“Flesh Tight” is een magisch zwoel, groovy nummer; de temperatuur steeg naar een kookpunt. “Black Panic” klonk verschroeiend. Triggerfinger deed de zaal ontploffen met een salvo strakke songs. wat stopte met “Is it”. Polle was zichtbaar geëmotioneerd. Iedereen droeg de man op handen.
In de bis volgde nog een mooi “Camaro”  en ”Man Down”, die warme Rihanna cover. Wat een portie rock-'n-roll kregen we hier.

Triggerfinger zette een overvol AB in vuur en vlam, al 25 jaar lang. Het verhaal van Triggerfinger is nog niet voorbij, en met Burton hebben ze een sterke opvolger van Polle. Duimen verder voor deze band.

Setlist: I'm Coming for You//First Taste//Let It Ride//Short Term Memory Love//By Absence of the//Sun//Perfect Match//Flesh Tight//Halfway Town//Lines//And There She Was, Lying in Wait//Black Panic//On My Knees//Colossus//All This Dancin' Around//Is It///BIS: Camaro//Man Down (Rihanna-cover)

Neem gerust een kijkje naar de pics @Dieter Boone
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/4939-triggerfinger-10-06-2023.html?ltemid=0
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel ism Live Nation

John Fogerty

John Fogerty - Nostalgische avond vol fullforce Amerikaanse rootspop

Geschreven door

John Fogerty - Nostalgische avond vol fullforce Amerikaanse rootspop

De Europese run van John Fogerty loopt ten einde na Dublin, Manchester, Londen, enkele shows in Frankrijk, Noorwegen, twee keer Zweden en dan deze laatste twee shows in Antwerpen donderdagavond, en Grolloo (Nederland) op vrijdag voor het internationale bluesfestival!
Vanaf juni 2023 gaan John Fogerty en C° verder vieren in Amerika. Deze oertypische Amerikaanse CCR-man is duidelijk zijn (gekleurde) wilde haren nog niet kwijt.
Wat is er eigenlijk te vieren? Wel, zo’n 50 jaar geleden is John Fogerty door een louche platenmaatschappij zijn rechten verloren op zijn eigen nummers en die van CCR en nog maar onlangs in januari van dit jaar heeft hij eindelijk zijn rechten terug. Dit is natuurlijk een reden om te vieren en wij mogen van geluk spreken … we kunnen hier nu bij zijn …

Iets na acht komen de zonen van John met hun groepje Hearty Hear spelen, zelf voelen ze zich een ongelofelijke sensatie live volgens hun site, maar in het echt is het gezellig, een beetje achtergrondmuziek binnen de rootssound, te horen in dezelfde stijl als straks, maar echt goed was dit niet.

Klokslag 21u start een filmpje met een levensoverzicht van John Fogerty. Zo blijkt dat hij 8 jaar oud was als hij zijn eerste nummer maakte. Het is wel echt Amerikaans hoe dit filmpje is samengesteld maar ach het past bij de gehele avond.
Plots horen we van John, ik heb nu mijn nummers terug ‘And I’m going to sing every single one of them’, en dat doen ze ook, we zijn vertrokken voor een mooie nostalgische avond.
Er is volgens mij een gelijkenis met ABBA, The Beatles en CCR, ze bestonden allemaal niet echt lang maar maakten topnummers!
We vliegen erin met “Bad Moon Rising”, “Up Around the Bend”, “Green River”, “Born on the Bayou”, en een heel mooi met saxofoon meegespeelde “Rock and Roll Girls”.
Voor een hele avond leuks zijn we vertrokken: ‘How are you doing out there’ roept hij helemaal mooi naar ons toe, en er volgt een heel verhaal over zijn ‘The man & his guitar’;
Al meerdere jaren horen we dit maar het is een prachtig verhaal: zijn vrouw heeft dit voor elkaar gebracht, na meer dan 50 jaar heeft ze zijn originele versie (waar hij ooit mee op Woodstock speelde) teruggevonden, gekocht en onder de kerstboom gelegd. Als je dit verhaal hoort is het nog meer Amerikaanser dan het al kan zijn.
En dan volgt er tussen de nummers “Who’ll stop the Rain”, “Lookin’ Out My Back Door” en “Run Through the Jungle” het volgende : ‘Kennen jullie Eric, Jef en Jimmy ?’Het blijkt over Clapton, Beck, Page te gaan die goeie vrienden zijn (waren) en dezelfde gitaren gebruiken.
Fogerty heeft een volgend verhaal klaar … Celebration is meer dan gewoon vieren … Hij heeft na een scheiding, na door een hond gebeten te zijn en na het stoppen van CCR bizarre jaren gehad. Maar had John zijn vrouw niet tegengekomen 32 jaar geleden, dan was hij er al lang niet meer; die 32 jaren, het is als 32 dagen; de tijd vliegt als je plezier hebt.
“Joy of my life” was op zich een mooi ode aan zijn vrouw, erg goed gevonden, maar miste hier muzikaal nu net wat punch. We kregen dan “Fight Fire”, “It Came out of the Sky” en “Keep on Chooglin”, samen met een echte evergreen: “Have You ever seen the Rain”, kort weliswaar, maar heel herkenbaar en mooi.
Ik zag jonge dames met hun net iets te oude partners, maar nadien had ik pas door hoe heerlijk die dochters hun jong bejaarde papa’s meebrachten en genoten van die wonderschone rootsrock!
Het brengt ons tot “Fortunate Son”, alvorens we een hoteltafeltje zien op het podium met een grote fles Leffe. Zo wil hij samen met ons zijn winst op zijn eigen nummers vieren en … samen er één op drinken!
Er volgt een kleine pauze, “Proud Mary” kwam eraan, de song, zijn eigen parel, die hij meerdere malen opdroeg aan Tina Turner de laatste weken. Een mooi overtuigend eerbetoon.

Fogerty en band zijn uitermate tevreden van de Europese Tour en ze zijn nu klaar voor alweer een Amerikaans luik. Dit was vrolijke, goeie rootspop voor een vol Antwerps Sportpaleis.

Organisatie: Gracia Live

GA-20

GA-20 + Scott H. Biram - Eindelijk nog eens opwindende blues

Geschreven door

GA-20 + Scott H. Biram - Eindelijk nog eens opwindende blues

Met GA-20 en Scott H. Biram had de 4AD een gedroomde double bill beet. Twee acts met een bijzonder stevige live-reputatie die touren alsof hun leven ervan afhangt.

Bij Scott H. Biram mag je dat zelfs vrij letterlijk nemen want toen hij in 2003 na een frontale botsing met een vrachtwagen zowat verpletterd was, bevond hij zich nog geen twee maanden later al opnieuw op een podium, zij het in een rolstoel en met het infuus nog bungelend aan zijn arm. Nadat hij in 2006 zijn Belgisch debuut maakte in de Brusselse Beursschouwburg was hij een jaar later al eens te gast in de 4AD, toen in het voorprogramma van de Black Diamond Heavies.
Op die memorabele avond moest hij bij aanvang van zijn optreden het publiek nog vragen om wat dichterbij te komen. Die vraag hoefde hij dit keer alvast niet meer te stellen want intussen heeft hij een trouwe schare volgelingen die aan zijn lippen hangt.
Omringd door een resem versterkers wist The Dirty Old One Man Band, zoals de 49-jarige Scott H. Biram uit Austin, Texas zich wel eens laat noemen, een stevige en erg gruizige sound te creëren. Rammend op aftandse gitaren en af en toe briesend op de mondharmonica verkende hij het schemergebied tussen country, blues en hillbilly terwijl hij ook één keer het tempo flink de hoogte injoeg voor een dartelend bluegrassnummer. 
Zijn verwrongen songs met eigenwijze, duistere verhalen zingt hij met een akelig krassende stem. Daarbij geeft een nimmer aflatende stampende linkervoet de kadans aan op een stompbox.
Een paar keer bracht hij ook hulde aan zijn oude helden met covers van Mississippi Fred McDowell en Lightnin' Hopkins. De eerste bracht hij met een heerlijke bottleneck gitaar terwijl die van Lightnin' Hopkins, die hij trouwens vereeuwigd heeft met een tattoo op de arm, een rudimentaire uitvoering kreeg op een krakkemikkige heavy metal gitaar.
Het mooiste nummer vond ik het nieuwe "No man's land" waarin hij terugblikt op zijn jeugd en dat wellicht zal prijken op zijn, dit najaar te verschijnen, nieuwe plaat. Een intense set werd afgesloten met een begeesterende ZZ Top interpretatie. Dit was een halte in zijn 27ste (!) Europese tour en het einde lijkt nog lang niet in zicht.

Matthew Stubbs was dertien jaar lang gitarist bij blues harmonica veteraan Charlie Musselwhite totdat die laatste besloot om te gaan touren met Ben Harper en Stubbs een jaar op non-actief werd gezet. Om toch aan een inkomen te geraken besloot hij een groep te beginnen met zijn oude vriend Pat Faherty en GA-20, genoemd naar een Gibson gitaarversterker uit de jaren '50, werd geboren.
Na wat puzzelen volgde al snel de definitieve  bezetting met drummer Tim Carman. In die beginperiode grepen ze elke kans om ergens op te treden met beide handen aan en speelden zo telkens voor een publiek dat er geen flauw benul van had dat het blues hoorde want bluesclubs waren er blijkbaar niet in thuisstad Boston.
Toen hij na ieder optreden telkens moest uitleggen welke muziek ze speelden, bedacht Stubbs de slogan "If you don't like the blues you're listening to the wrong shit", die zelfs op een t-shirt werd gedrukt. Die t-shirt is intussen al lang uitverkocht maar die harde periode zal hen ongetwijfeld gesterkt hebben in hun idee hoe ze de blues moeten brengen. En die blues staat mijlenver van de Joe Bonamassa's van deze wereld, gelukkig maar.
De mannen van GA-20 openden hun set met het rauwe en wervelende "No no", dat voorlopig op geen enkel album verscheen en alleen als digitale single verkrijgbaar is. Daarna zakte het tempo flink voor "Just because", een cover van de, een paar jaar geleden, overleden Lloyd Price die meer gekend is van zijn hits "Personality" en "Lawdy miss clawdy".
De twee gitaristen, die elk om beurt op het voorplan traden, zorgden voor een magische wisselwerking. Links de statische Matthew Stubbs die zijn gitaar lekker vettig liet scheuren en net iets traditioneler klonk dan de man links. Pat Faherty, helemaal in het zwart en met een zonnebril onder de wilde krullenbol, etaleerde op zijn twee vintage gitaren, waaronder een zeldzame Stratotone Newport, een meer afgemeten en wat punkier stijl die soms aardig in de buurt van Wilko Johnson kwam. Daarnaast is hij met zijn schrille, door merg en been dringende stem een fascinerende zanger en een attractieve performer. Zo stuiterde hij af en toe als een springveer over het podium. Tijdens de apotheose sprong hij zelfs het publiek in om al gitaarspelend even door de knieën te gaan tot groot jolijt van enkele vrouwelijke fans. Daarna vertrok hij solerend door de zaal en zowaar naar buiten maar dat was zonder de geluiddichte deuren van de 4AD gerekend die het signaal tussen gitaar en versterker doorknipten.
Twee gitaristen en een drummer (Tim Carman die voorheen als sessiemuzikant en drumleraar aan de bak kwam deed het trouwens uitstekend), dat was ook de bezetting van Hound Dog Taylor (and The HouseRockers) één van hun grote voorbeelden. In 2021 maakten ze zelfs een tributeplaat voor hem, ‘Try it... you might like it!’waaruit we drie nummers hoorden. Het explosieve "Give me back my wig", het gruizig doordenderende "She's gone" en de ultieme  Hound Dog Taylor song "Let's get funky", vier en een halve minuut scheurend gitaargeweld met wat opzwepende kreten en de intensiteit van de Ramones.
Een andere opmerkelijke cover was "I don't mind" van James Brown, waarmee GA-20 nog maar eens bewees zoveel meer te zijn dan een doorsnee bluesband.
Maar ook met eigen nummers zoals "Fairweather friend", een melodieuze garage rocksong die van The Black Keys had kunnen zijn of het behoorlijk swampy klinkende "Dry run" kleuren ze buiten de lijntjes.
Bovendien blijft de groep voortdurend zoekende. Zo is Pat Faherty momenteel volop R.L. Burnside aan het ontdekken wat hier in het solo gebrachte "Come on in" resulteerde.

Dit was opnieuw een adembenemende set van een groep die ik reeds voor de vierde keer zag. De beste keer ook waarmee ik niet wil zeggen dat de vorige optredens minder waren. Maar dit was de eerste keer dat ik ze zag in een kleine club en dat bleek nog maar eens de meest geschikte plaats om live muziek te consumeren.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Peter Gabriel

Peter Gabriel - i/o Tour - Nog steeds creatief, eigenzinnig en absoluut i.o.

Geschreven door

Peter Gabriel - i/o Tour - Nog steeds creatief, eigenzinnig en absoluut i.o.

Aan een flinke dosis creativiteit heeft de bij pers en publiek gewaardeerde Britse artiest Peter Gabriel,  nooit een gebrek gehad. Evenmin aan durf en diversiteit. Terwijl hij zich als ex-frontman van de progformatie Genesis van de andere bands binnen het genre onderscheidde door heel wat theatrale elementen (zoals make-up, maskers en kostuums) aan de concerten toe te voegen, paste hij dit na zijn plotse vertrek, ook op zijn solowerk toe en nam het eclecticisme qua geluid en stijlen almaar toe. Via het album ‘So’ (1986) dat miljoenen keer over de toonbank ging, werd hij zelfs een echte wereldster mede gegangmaakt door innovatieve en vooruitstrevende videoclips (zie o.a. “Sledgehammer”) die het tijdens het toenmalige MTV-tijdperk uiterst goed deden. Ook componeerde hij enkele soundtracks en was hij één van de eerste Europese pop- en rockartiesten waarbij wereldmuziek steeds nadrukkelijker een symbiotische relatie met zijn eigen westerse werkstukken aanging.  

Maar even hoog als het inventieve, karakteriseert Gabriel zich ook als een bijzonder eigenzinnig artiest. Hij liet al meermaals optekenen dat hij zelf wil beslissen wat, hoe en wanneer hij iets wenst te doen zonder daarbij enige compromissen te hoeven sluiten. Via de oprichting van ‘Real World’, een eigen platenlabel waarbij hij wereldmuzikanten zoals bv. Nusrat Fateh Ali Khan, Geoffrey Oryema of Papa Wemba een platform tot grote(re) naambekendheid aanbood en het inrichten van een bijhorende studio, kon hij zich deze vorm van vrijheid nog meer als voorheen toe-eigenen. Het heeft hem qua carrière heel ver gebracht maar zijn attitude leverde ook maar al te vaak bepaalde frustraties en onbegrip op. Niet enkel bij collega’s en medemuzikanten, maar ook bij de fans.
Zo is het ruim negen jaar geleden dat hij nog in een België een concert gaf. Van september 2003 om precies te zijn toen hij in Vorst Nationaal optrad. En het laatste officiële album dat Gabriel uitbracht, ‘Up’, dateert ook reeds van 2002. Hierna volgden ‘louter’ een compilatiealbum (‘Hit’), enkele live-registraties,  liet hij nummers door anderen coveren (‘Scratch My Back’) en bracht hij bestaand werk in orkestrale versies uit (‘New Blood’).  
Eind dit jaar zou er eindelijk wel een nieuw album, ‘i/o’ (als de werktitel ook de eindtitel wordt tenminste, met Gabriel weet men nooit), het levenslicht zien. In aanloop hier naartoe brengt hij momenteel elke maand bij volle maan een nieuw nummer uit, telkens voorzien van een Bright-Side mix en een Dark-Side mix. Ook vond Gabriel tot grote tevredenheid van zijn fans, daarbij het moment passend om er alsnog een gelijknamige tour aan te verbinden. Deze bracht Gabriel afgelopen dinsdag ook naar het Antwerpse Sportpaleis.

Op de huidige ‘i/o-tour’ laat Gabriel zich opnieuw omringen door ‘oude’ getrouwen Tony Levin (bas), David Rhodes (gitaar) en Manu Katché (drums), alsook met enkele nieuwe leden zoals Josh Shpak (blaasinstrumenten), Don E (keyboards) en Ayanna Witter-Johnson (zang en cello). Deze fungeerden ook in Antwerpen (nog) steeds als een omkadering vol precisie en regelmaat. Maar ook de intussen 73-jarige Gabriel gaf blijk nog niks van de pluimen die hem als artiest steeds deden schitteren, verloren te hebben. Zijn afwezige haardos even buiten beschouwing gelaten.
Ook zijn voormelde inventiviteit en creativiteit waren meegereisd. Net als zijn eigengereidheid. Zo zou de helft van de set bestaan uit nummers uit het nog te verschijnen album. Een album dat zelfs nog niet vooraf besteld kan worden en waarvan slechts 6 nummers tot dusver bekend zijn. Als beproeving van het publiek kan dit tellen natuurlijk. Ook is het zo dat waar het gros van de artiesten in het Sportpaleis hun set zouden starten met een knaller van formaat om van bij aanvang de adrenaline doorheen de muzikale aderen van het publiek te laten stromen, Gabriel omhuld in nagenoeg complete duisternis, rustig het podium kwam opgestapt om verpakt in droge humor en enige zelfspot, verhalend uit te weiden over het ontstaan van de Aarde, de opkomst van dinosauriërs (om in één link en kwinkslag aandacht te vragen voor zijn jarige compagnon de route, Tony Levin) en het aanwenden van avatars in de muziekwereld. Al even sober zette hij samen met Levin, als rond een nachtelijk kampvuur onder spaarzaam licht en de afbeelding van een volle maan (opnieuw die verwijzing) gezeten, “Washing of the Water” (‘Us’) in waarna de overige bandleden hen kwamen vergezellen. Op dezelfde akoestische leest was “Growing Up” (‘Up’) geschoeid.
Daarna was het tijd om enkele nieuwe nummers op het publiek los te laten, steeds ingeleid door wat achtergrondinfo of toelichting bij de bron van ideeën. Zoals de AI technologie bij de eerste single van het nieuwe album, “Panopticom”. Door de wisselwerking tussen de gitaar van Rhodes en de bas van Levin neigde dit heel erg naar progrock. Het donkere, dreigende “Four Kinds Of Horses” mede door elektronica en strijkers, kronkelde als een slang behoedzaam maar gericht richting onze oren. Ook via de toevoeging van trompet bespeeld door Shpak, toonde Gabriel aan om na vier decennia nog steeds een meester te zijn in het verbinden van moderne en klassieke klanken. Dit was ook zo bij het meezingbare “i/o” (input/output), alwaar de trompet sfeerbepalend was.
Bij “Digging In The Dirt” (‘US’) mochten de registers de eerste keer opengetrokken worden. Door (opnieuw) een overstuurde trompet en enkele stevige gitaar- en baspartijen, neigde dit op bepaalde ogenblikken zelfs naar free jazz.   
Het melancholische “Playing For Time” met Levin op de Chapman Stick, stond tien jaar geleden bij de vorige Belgische passage reeds op de setlist maar bereikte pas nu door een tekstuele invulling, een definitieve status en zal aldus ook op het nieuwe album verschijnen. Al even nieuw waren “Olive Tree” (goed maar niet beklijvend)  en “This Is Home” met een mooie bluesy ondertoon.
Het eerste luik  van de set bereikte haar apotheose met een puntige versie van de crowdpleaser “Sledgehammer”, het eerste van vijf vertolkte songs uit ‘So’. Daarbij maakten de gesynchroniseerde bewegingen van Gabriel het geheel des te meer aanstekelijker en kon er opnieuw genoten worden van de bijzonder fraaie baspartij van Levin.
Na een ruime pauze bleken er enkele reusachtige panelen als een scherm tussen de band en het publiek opgesteld te zijn. Daarvan maakte Gabriel gebruik om tijdens “Darkness” (‘Up’) een schaduwspel op te voeren en tijdens het nieuwe, innemende “Love Can Heal” hierop met een soort spuitbus rode kleuren aan te brengen. Eveneens terug te vinden op het nog te verschijnen album ‘i/o’, kwam vervolgens het funky “Road To Joy” (gebaseerd op het locked-in-syndroom) aan bod dat door de inbreng van de gitaarsynthesizer van Don E, heel sterk aanleunde bij de jaren ’80.
Tevens uit de jaren ’80 was de instant klassieker “Don’t Give Up” die vanaf de eerste basaanslagen van Levin, meteen op heel wat herkenning en applaus mocht rekenen. En terecht, want hoewel de studioversie van dit duet met de onnavolgbare stem van Kate Bush uitgevoerd wordt, kweet Ayanna Wither-Johnson zich uitstekend van haar taak als vervanger van dienst. Daarbij gaf zij het nummer een extra soulinjectie die in deze helemaal niet misstond. Ook niet toen er als extraatje een uptempo slot aan toegevoegd werd.   

Wat in de tweede set volgde, was een afwisseling tussen nogmaals nummers uit het nieuwe, nog te verschijnen album en enkele classics. Tot de eerste categorie behoorden “The Court”, het bijna filmische “And Still” (ter nagedachtenis van Gabriel’s overleden moeder en waarbij integriteit centraal stond mede door inbreng van klassieke elementen zoals hoorn, cello en piano) en “Live And Let Live” dat gedragen door subtiele elektronica, uitmondde in een gospelsong. Reden om rechtop te veren was er dan weer bij nummers als “Red Rain” (‘So’) (dat door een erg strakke uitvoering toch wel wat subtiliteit van het origineel wegkaapte); het funky en dansbare “Big Time” (‘So’) en het onvermijdelijke “Solsbury Hill” (‘Peter Gabriel / 1’) dat door zowat de hele zaal luidkeels meegezongen werd.
“Solsbury Hill” verhief zich opnieuw als een van de absolute hoogtepunten van de avond maar werd naar onze mening nog net overtroffen door de eerste toegift, het ruim tien minuten durende “In Your Eyes” (‘So’), een vocale mede-hoofdrol voor Wither-Johnson incluis.
Ook de afsluiter, “Biko” (‘Peter Gabriel / 3’) was opnieuw van uitstekende makelij. Geïnspireerd door het overlijden van de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsactivist Steve Biko, die op 12 september 1977 overleed aan zijn verwondingen nadat politieagenten hem na zijn arrestatie zwaar en herhaaldelijk mishandelden. 43 jaar na releasedatum geldt dit nog steeds als een van de meest imponerende protestsongs en groeide dit uit tot één van de populairste songs van Gabriel, zelf een uitgesproken mensenrechtenactivist. De projectie van een reusachtige foto van Biko in combinatie met de rake drumslagen van Manu Katché die finaal en sologewijs a.h.w. het stoppen van het kloppen van een hart symboliseerden, waren impressionant.  

Tijdens deze i/o-tour kiest Gabriel niet voor de gemakkelijkste weg. Hij hult zich niet in nostalgie en herleidt de show niet tot een greatest hits. Integendeel, Gabriel blijft meer voor- dan achteruit kijken, zowel tekstueel als muzikaal, en etaleert dit door de helft van de setlist in te vullen met nummers die pas enkele maanden of zelfs weken op de wereld losgelaten werden dan wel waarvan de studioversie zelfs nog een goed bewaard geheim uitmaakt. Op die manier bleef het Sportpaleis jammer genoeg verstoken van prachtige liedjes zoals “Shock The Monkey”; "Games Without Frontiers”; “Lay Your Hands On Me”; “Mercy Street” of het opzwepende “Steam”. Niet alle nieuwe werk kon hiermee wedijveren maar daar tegenover staat dat Gabriel afgelopen dinsdag nog steeds goed bij stem was, zijn begeleidingsgroep de hele avond fantastisch en vakkundig musiceerde (en dit beloond zag met een herhaaldelijke en ruime appreciatie en dankbetuiging van Gabriel zelf) en ook de aangewende visuals van o.m. Maarten Baas, Cornelia Parker en Robert Lepage, er telkens toe deden zonder te vervallen in bombast. Door het theatrale met het muzikale te verweven, maakte Gabriel hiermee de cirkel rond.
Wat ons betreft, mag deze i/o (input/output) tour dan ook helemaal i.o. (in orde) genoemd worden.

Setlist
Set 1: Washing Of The Water / Growing Up / Panopticom / Four Kinds Of Horses / i/o / Digging In The Dirt / Playing For Time / Olive Tree / This Is Home / Sledgehammer
Set 2: Darkness / Love Can Heal / Road To Joy / Don't Give Up / The Court / Red Rain / And Still / Big Time / Live And Let Live / Solsbury Hill /
Encore 1: In Your Eyes
Encore 2 : Biko

Organisatie : Live Nation

Various Artists

Walhalla New Beat - A Compilation Of New’er Beat Tracks

Geschreven door

New beat werd indertijd door heel wat serieuze muziekliefhebbers verguisd – omdat er onder die noemer ook heel wat troep is gemaakt – maar vandaag kijken we met een andere bril naar die tijd en beschouwen we new beat al eens als het scharnier tussen new wave en techno en dance. Dat zie je onder meer aan de prijzen die vandaag betaald worden voor origineel new beat-vinyl. Er zijn ook een reeks nieuwe artiesten die zich toeleggen op het genre en die soms heel hard hun best doen om net zo te klinken als de acts van toen, door zich te beperken tot de apparatuur die toen beschikbaar was.

Walhalla Records telde alles bij elkaar op en komt met een verzamelaar (op vinyl) met een mix van artiesten van toen en nieuwkomers in het genre. En daar staan enkele leuke muzikale verrassingen tussen.

Walhalla Records weet hoe je een verzamelalbum interessant kan maken, getuige hun Underground Wave-reeks en andere verzamelaars met soms obscure new wave. Ergens verwachtte ik dan ook op deze verzamelaar een paar nog nooit eerder uitgebrachte of onbekende new beat-tracks of remixen te vinden uit de originele periode. Dat kan en mag uiteraard nog altijd.
De artiesten die er toen al bij waren zijn Sherman Productions (Herman Gillis, ook van Poésie Noire), Olivier Abbeloos (Jarvic 7, T99), NB DJ Tom (Tom Simoen van Natural Born DJ’s) en Schicksal (die al een album uitbracht via Walhalla). De nieuwe artiesten, die pas later new beat zijn beginnen maken, zijn  Pakrac, Q’PnZ, Belgica Erotica, Me And My Desire en The Logic Society.

Het zijn de anciens die muzikaal de grenzen van het genre oprekken, omdat zij net wel de nieuwe technologische mogelijkheden omarmen. Bij “No Name” van Olivier Abbeloos moet je niet veel moeite doen om in de beats een referentie te horen naar “Coïtus Interruptus” van Fad Gadget, maar dan in een 2023-jasje. Sherman Productions gaat op “Moeratov Cocktail” nog veel breder dan wat new beat ooit geweest is, maar wat een f*cking vette track is dit! “Perfect Low Beat” leunt dan weer een beetje dichter aan bij de originele sound, maar toch in een update naar vandaag. Hetzelfde geldt voor “Spectrum” van Schicksal waar new beat en EBM elkaar vinden. Mooi hoe de ritmes het van elkaar overnemen. Dit blijft nog heel dicht bij de originele sound en toch in een hedendaags jasje.
Q’PnZ en Belgica Erotica gaan als nieuwkomers naar de bron en blijven dicht bij de originelen, met vaak monotone beats. Belgica Erotica gooit er op “Enter The Darkroom” nog wat gesampelde erotische one-liners bij, wat kenmerkend was voor een aantal new beat-acts. Eén van zijn betere tracks overigens.
Ook de nummers van Me And My Desire en The Logic Society zouden het uitstekend gedaan hebben in de toenmalige new beat-discotheken. Pakrac is van de nieuwkomers de enige die een beetje buiten de lijntjes kleurt. Vormelijk klopt het plaatje, maar de sound is misschien niet die je meteen met new beat associeert.

Samensteller Lieven De Ridder verdient applaus voor het lef om dit te  doen en krijgt nog een extra pluim voor de keuzes die hij daarbij gemaakt heeft. De rehabilitatie van de new beat is ingezet en zelfs als dat niet het geval is, hopen we dat zijn Walhalla Records hier een lange reeks van maakt.  

Dance/Elektro
Walhalla New Beat - A Compilation Of New’er Beat Tracks
Various Artists

The Sonic Redemption

Cities Of The Black Sun -single-

Geschreven door

Dominique (Do) De Vos is van het soort dat moeite heeft om stil te zitten. Hij zit/zit onder meer in Motorcity Angels, Southern Voodoo, Buzzkill Baby, Satellite Sam, BadBart, Southern Heat en Marquido, maar we zijn er vast nog wel een paar vergeten in dit rijtje. Zijn nieuwe bandproject met The Sonic Redemption en de eerste Spotify-single klinkt supervet.
“Cities Of The Black Sun” bevat echo’s van Southern Voodoo en Motorcity Angels en dat maakt ons meteen blij. Smerige hardrock, Motörhead meets garage- en desertrock, coole macho-riffs die alleen wijdbeens kunnen gespeeld worden, meteen meezingbaar en catchy. What’s not to like? The Hives meets Monster Magnet meets The Dirty Denims.
Er komt een EP aan met nog meer van hetzelfde en dat is alvast iets waar wij naar uitkijken. De single vind je op Spotify.

The Pale Kokonuts

The Pale Kokonuts

Geschreven door

The Pale Kokonuts komen uit Wezeren (Landen) en brengen volgens hun Vi.be-pagina een mix van garagerock, pop en fusion, waarbij ze de mosterd halen bij White Denim, Ty Segall, Wand, The Raconteurs en Wilco. Dat klopt allemaal als we hun album beluisteren. In een wereld waarin alles al eens eerder gedaan is, weten The Pale Kokonuts ons nog te verrassen.
Het album werd geproduceerd door Alessio di Turi, de drummer van The Sore Losers. Albumopener “He’s The Man” is funky rock met naar het einde toe een gitaarsolo die van The War On Drugs zou kunnen zijn. “People From” start met een Wilco-vibe en wisselt die af met een paar Frank Zappa-momentjes om uit te komen bij het freewheelen van King Gizzard. “Jonnie” lijkt een mash up van The Electric Six en Brian Jonestown Massacre, maar misschien ook niet de hele tijd. De intro van “Back In White” speelt wat met die van AC/DC’s “Back In Black” maar gaat voorbij de intro helemaal zijn eigen weg, richting David Bowie in zijn Ziggy Stardust-periode.
Dat op het verkeerde been zetten gaat op voor het hele album: The Pale Kokonuts pikken zoete kersen uit de kersenboom van de hele muziekgeschiedenis en maken er hun eigen confituur mee, en geen twee potten smaken hetzelfde.
Het is intrigerend, swingend, catchy en vooral vrolijk-met-weerhaakjes.

Andries Boone

C.O.N.V.E.R.S.A.T.I.O.N.S

Geschreven door

Andries Boone heeft al aan verschillende projecten meegewerkt, als bandlid of gast. We denken aan Lenny & De Wespen, Little Kim, Guy Swinnen, Tom Helsen, Ballroomquartet en zelfs metalband Oceans Of Sadness (van Tijs Vanneste). Hij moet zowat de Peter Buck (van REM) van Vlaanderen zijn: als er een mandoline nodig is, is hij je man.

Met ‘C.O.N.V.E.R.S.A.T.I.O.N.S’ brengt Andries Boone zijn derde soloalbum uit. Het nieuwe album is het sluitstuk van een trilogie waarin de akoestische mandoline centraal staat, na ‘C.O.L.O.R.S’ uit 2019 en ‘T.I.M.E.L.A.P.S.E’ uit 2021. Op ‘C.O.N.V.E.R.S.A.T.I.O.N.S’ treedt de akoestische mandoline op dit derde album in dialoog met de elektrische mandoline. Boone levert zijn meest progressieve en filmische folkalbum tot nog toe af, gekruid met viool, accordeon, bass-synthesizer, doedelzak, drums en draailier.
Voor het progressieve aspect haalde Boone de mosterd bij grootmeester Mike Oldfield en diens album ‘Discovery’ en Pink Floyds ‘Wish You Were Here’.  
“White Smoke” zou je grofweg kunnen bestempelen als de instrumentale mandoline-versie van “To France”, de grootste hit van ‘Discovery’, maar daarmee doen we deze compositie te weinig eer aan. Boone steekt niet onder stoelen of banken waar hij de inspiratie haalde, maar doet er zijn heel eigen ding mee.
Zo zijn er wel meer nummers op dit album. Opener “Catharsis” is een huwelijk tussen Pink Floyd en Georges Delerue (of Francis Lai): progressief en filmisch tegelijk. Zonder vocalen en altijd je aandacht opeisend als luisteraar. Dat is een kunde en inventiviteit die we in Vlaanderen al lang niet meer op die manier gehoord hebben. Vooral het filmische karakter van sommige songs intrigeert mij, en als liefhebber van Ennio Morricone word ik met dit album op mijn wenken bediend.
De veldopnames van de Naskapi-indianen doen mij met heimwee terugdenken aan de opnames en concerten van John Trudell. Het zijn de enige vocalen op dit album, hoewel we met die albumtitel daar toch iets anders verwacht hadden. De gastmuzikanten zijn heel raak gekozen en de opname-technisch benadert dit de perfectie.
De basis van dit album blijft folk, maar dit album is zoveel meer. Dit is zowat het maximale dat je uit de mandoline kan halen. Met de ambitie om prog en cinematografische muziek te koppelen aan mandoline heeft Andries Boone de lat bijzonder hoog gelegd. Door zich ook nog eens te spiegelen aan de grootsten in het genre, geeft hij die ambitie nog meer allure. Dat hij dan zo vlot over de lat gaat, verdient een gouden medaille.  

Folk/Blues
C.O.N.V.E.R.S.A.T.I.O.N.S
Andries Boone

Pagina 131 van 965