logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_12
avatar_ab_01

STADT

STADT - We hopen te mogen blijven evolueren als band, en dat ons publiek daar gewillig in wil meegaan

Geschreven door

STADT is een bijzonder veelzijdig project rond talentvolle muzikanten uit alle hoeken van de muziekwereld. STADT timmert al enkele jaren aan de weg en brengt binnenkort een nieuwe plaat uit ' There Is/Nothing Twice'. Een zeer visuele plaat die aantoont dat deze band nog steeds blijft evolueren en zichzelf heruitvinden, tot het oneindige. We hadden in de uiterst gezellige koffiebar 'Het Moment' in Gent een fijn gesprek met Frederik en Fulco over heden, verleden en toekomst van STADT .

We kennen de band uiteraard. Maar voor onze lezers die jullie nog niet zouden kennen. Wie is STADT? Hoe en wanneer is de band ontstaan? Vertel eens wat meer over STADT. Waar komt de naam feitelijk vandaan, waar staat die voor?
We leerden elkaar kennen via een gemeenschappelijke vriend in Tienen (ergens tussen 2002, 2004) waar we hele nachten vol jamden en samen veel naar muziek luisterden. Mijn broer Simon Segers en ik (Frederik) hadden toen een live Hip Hop band (Members of Marvelas) samen met enkele leden van Absynthe Minded . Toen zij op het punt stonden om door te breken en de band gingen verlaten vroeg ik aan Joris Cool en Fulco Ottervanger om ons te vervoegen. Na een heel plezante tijd merkten we dat we als band misschien meer te vertellen hadden dan we toen deden. We kregen een platform in de Café Charlatan waar we 2 jaar lang iedere maand nummers konden uittesten onder de naam Marvelas Something. Deze schoot alle richtingen uit van Nederlandstalige retropop tot keiharde progrock. Na enkele jaren brachten we een driedubbele cd uit , elke cd had zijn genre.
Na het ongeleide projectiel wat Marvelas Something was , voelden we de nood om al het goede van onze experimenten te condenseren tot één geluid en daar hoorde ook een nieuwe naam bij: STADT. De naam was kort, krachtig duidelijk en op zich een mooie metafoor voor onze muziek. Elke stad bestaat namelijk uit zoveel verscheidene mensen, plekken, geuren en toch heeft iedere stad zijn eigen duidelijke identiteit. Net zoals STADT dus

Terugkijkende op de tijd, wat is de grootste verandering door de jaren heen?
Vroeger lieten we ons misschien meer inspireren door andere bands. Terwijl vandaag een nummer pas af is als het klinkt als STADT. Ook de nummers zijn iets opener geschreven zodat er ruimte is om dingen te laten gebeuren zowel live als in de studio. We zijn namelijk allen een beetje verslaafd aan ‘het nieuwe’ dus alles vastleggen en reproduceren is voor ons niet echt een optie.

Na de release van hun tweede langspeler ‘Escalators’, in 2015, gingen het voor verschillende STADT leden alle kanten op, lees ik daar eveneens. Is het daardoor dat het even stil is gebleven rond de band? Of is me ondertussen iets ontgaan?
We waren inderdaad allemaal intensiever met andere projecten bezig, althans projecten die opvielen bij het grote publiek. Achter de coulissen, zijn we echter altijd bezig gebleven met nieuwe nummers schrijven. Ideeën uitwisselen en zo. Het is dus niet zo dat STADT eigenlijk stil heeft gezeten. Maar het publiek heeft daar wellicht niet zoveel van gemerkt.

In 2016 stond STADT enkele weken uitgestald in het Antwerpse kunstencentrum DeSingel als 'artist in residence'? Vertel eens wat meer over die ervaring?
Dat was een leuke ervaring. We waren als band al een tijdje op zoek naar manieren om die vrijheid en improvisatie te integreren in onze muziek. In De Singel hebben we drie weken de tijd gekregen om in luxeomstandigheden te onderzoeken wat de verschillende opties waren. Heel veel nummers van deze plaat zijn daar dan ook ontstaan. Het is dankzij deze residentie dat bovendien het idee is gerijpt om de plaat voor de helft live op te nemen. Ook visueel hebben we wat kunnen experimenteren met de mannen van CIRCLE Ø STRIPE

Is het project STADT eigenlijk wel combineerbaar met die andere projecten? Want daar kruipt ook veel tijd in
Het is, net zoals in onze relaties en zo, altijd goede afspraken maken. Als we dat voor ogen houden, is dat allemaal zeer goed combineerbaar. Op het moment zal het dus met STADT iets drukker zijn, en houden we daar - naar de andere projecten toe - wat meer rekening mee.

Voor jullie aan de opnames van hun nieuwe album ‘There Is/Nothing Twice’  begonnen stond 'een plaat maken' niet bepaald bovenaan het to do-lijstje. 'Iets', wilden jullie maken, ees ik in een nieuwsbericht. Verklaar u nader?
Omdat we als band live vaak intensere zijsprongen maken, kwam het idee om een volledig live concert uit te brengen i.p.v. een plaat. Zodat we die ontsporingen eindelijk eens konden registreren en ons niet verloren in het analyseren en perfectioneren van de muziek. Het eindresultaat is dan ook iets rauwer, losser en er staat hier en daar een foutje op, maar iedere keer als ik terug luister ben ik erg trots op wat we daar hebben gedaan. Het idee was dus initieel om hier een concertfilm bij te maken. Toen kwamen Wim Reygaert + AUDIOTHEQUE aan boord en werd het iets tussen een concert, plaat en een film. Onze muziek is in ieder geval al vrij visueel en de beelden van Wim maken het af. Ik denk dat we ons de opnames van kant B altijd zullen herinneren terwijl de herinneringen aan kant A (studio kant) en onze vorige platen al vager zijn. De Film zal trouwens ergens later dit jaar te zien zijn waar wat en hoe weten we echter nog niet.

Wat zijn de verwachtingen van het nieuwe album? is er tegenover de vorige plaat eigenlijk iets veranderd?
We zijn steeds bezig met veranderen, improviseren, en terug veranderen. Dus ja, STADT is een band in beweging. De verwachtingen? Dat de luisteraar zich kan vinden in de muziek die we aanbieden.

Wordt het nieuwe album ook ergens voorgesteld (tegenwoordig is dat allemaal met een heuse release show met alles erop en eraan)
Ja, op vrijdag 8 maart Democrazy/De Koer (Gent) - https://www.facebook.com/events/1842722312523957/

Zijn er verdere toerplannen of zo? Ook naar het buitenland toe?
Op dit moment komen de boekingen binnen maar het zal meer richting de zomer zijn.

In tijden van digitalisering, is het nog interessant een Cd of LP maken? Wat is jullie mening over Streaming sites als Spotify?

Dat is eigenlijk een beetje dubbel. Door die streaming bereik je uiteraard vele mensen, zo zijn er artiesten met duizenden luisterbeurten van een bepaalde song, dat is toch enorm. Dus tegen die streaming zoals spotify zijn we niet compleet. Het is echter vooral interessant om Cd's en platen te blijven uitbrengen, omdat mensen vaak vragen naar een fysiek exemplaar. Optredens doen is om die reden nog belangrijker geworden voor een band.

Hoe en waar zien jullie jezelf binnen laten ons zeggen tien jaar?
We hopen te mogen blijven evolueren als band, en dat ons publiek daar gewillig in wil meegaan. En dat we binnen tien jaar nog steeds mooie platen mogen uitbrengen, die net iets anders zijn dan de vorige. Als de inspiratie blijft komen om dat te doen is ons doel bereikt.

Bedankt voor dit heel fijne gesprek, en enorm veel succes met de nieuwe plaat en in de komende jaren.

Drahla

Drahla - Nieuw talent zoekt zijn weg

Geschreven door

Nadat beide bands eerder hun geluk zochten op het showcase festival Eurosonic Noorderslag in Groningen , vonden ze ook nog even de tijd om hun kunsten in Leffinge te demonstreren.

De belangstelling was eerder mager voor dit nieuwe talent. Hoewel je Perro bezwaarlijk een nieuwe band kan noemen. Deze groep uit het Spaanse Murcia is reeds sinds 2011 actief, heeft naast talloze singles ook drie elpees gemaakt en blijkt in Spanje toch een gerenommeerde naam te zijn. Een groep met ambitie ook want voor de mastering van hun laatste plaat, ‘Trópico lumpen’, trokken ze naar Joe Carra in Melbourne, een man die ook al werkte voor King Gizzard, The Drones en Amyl & The Sniffers. Perro bestaat uit twee drummers, waarvan er eentje het zonder basdrum moest stellen, een bassist en een gitarist terwijl die laatste twee ook de (Spaanstalige) zang voor hun rekening namen. Hun, door de immer voortjakkerende drums (met koebel!) en bas, opgejaagde rock had duidelijk inspiratie in de nineties gevonden. De prijs voor originaliteit zullen ze er wel nooit mee winnen maar het klonk toch best aardig. Alleen jammer dat de zang in de mix veel te ver naar achteren zat. Toen het plots wat meer mocht rammelen kwamen ze even in de buurt van Thee Marvin Gays, waar ik zeker niet rouwig om werd. Voor de laatste twee nummers werd de gitaar geruild, eerst voor een keyboard, daarna voor een synthesizer. Eén van die twee songs, met name “Supercampiones”, waarin een op hol geslagen Jean-Michel Jarre Donny Benét ontmoet, bracht me zowaar nog in feeststemming.

Die blijdschap werd daarna evenwel meteen gefnuikt door het niet erg tot feesten uitnodigende Drahla. Twee jongens en een meisje (allen even graatmager, wat wordt dat na de brexit?) brachten donkere postpunk. Maar waar ik de meeste groepen in die niche onverteerbaar vindt, kon ik deze groep uit Leeds wel pruimen. Dat kwam vooral omdat ze zich niet, zoals de meeste bands in die hoek, beperkten tot een desolate, dreinerige sound maar ook elementen uit de noise of artrock (ze halen niet voor niets Wire aan als één van hun grote voorbeelden) in de stoofpot gooiden. Vanaf het tweede nummer kreeg de groep gezelschap van een (wel doorvoede) saxofonist. Een nieuw groepslid of een gastmuzikant, het was me niet geheel duidelijk. Net als zijn inbreng trouwens. Wanneer hij voor wat spookachtige effecten zorgde bleek hij absoluut een meerwaarde maar anderzijds stond hij soms ook gewoon wat jazzy mee te toeteren en daar zag ik dan niet meteen het nut van in. Veel kwaad deed hij niet want de knappe songs (zoals “Twelve divisions of the day”), geconstrueerd rond een erg potente bas en stevige drums lieten zich niet zomaar ontwrichten. En dan was er nog die lijzige, half gesproken zang van gitariste Luciel Brown: verleidelijk en in de stijl van de onvolprezen Tess Parks maar na een tijdje net iets te eentonig.

Toch vond ik Drahla vrij innovatief en voorspel ik ze mits wat schaafwerk een mooie toekomst.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Drahla - Nieuw talent zoekt zijn weg
Drahla + Perro
Café De Zwerver
Leffinge

Yungblud

Yungblud - Een moderne rockstar entertaint zijn fans!

Geschreven door

Yungblud, heeft deze Britse sensatie zelfs nog een introductie nodig? Een halfjaar geleden kwam debuutalbum ‘21st Century Liablity’ op de markt en sindsdien stijgt zijn populariteit even snel als de decibels in de AB. Het succesrecept? Onuitputbaar enthousiasme, geladen songteksten en geen angst om eens tegen de schenen van de maatschappij te stampen. Enkele jaren terug leek Twenty One Pilots de deur open te zetten voor dit genre maar Yungblud oversteeg gisterenavond probleemloos de hype.

Dat voorprogramma Carlie Hanson haar strepen ook al verdiend heeft was te merken aan de, toen al, overvolle zaal. Met “Only One” scoorde ze een serieuze internet-hit en aan het publiek te horen is Hanson zeker geen one-hit wonder gebleven. Nummers als “Toxins” en “Numb” klinken live net iets steviger en dit is wat van deze girl next door zo een leuke opwarmer maakt. Bij het schreeuwende-tiener-publiek is Carlie Hanson (en vooral haar shirtloze drummer) al een absolute heldin maar wij twijfelen er niet aan dat ze binnenkort ook de ultratops van deze wereld omver zal blazen.

Gewapend met oordopjes, dachten we onze trommelvliezen wel genoeg bescherming te bieden. Bij de eerste tonen van “21st Century Liability” werd echter meteen duidelijk dat we het publiek onderschat hadden. Met oorverdovend enthousiasme werd het drietal van Yungblud onthaald en genieten hiervan deden ze duidelijk. Niet enkel het publiek had er zin in maar ook Dominic sprong heen en weer alsof zijn leven ervan af hing.
Wanneer grootste hit “I Love You, Will You Marry Me” vervolgens als tweede nummer in de set gespeeld wordt, weet je dat het energiepeil niet snel zal dalen. Hoewel wij al uitgeput werden als we de band nog maar aan het werk zagen, hielden deze drie jongens de hele set lang het tempo hoog. Dominic coördineerde gigantische moshpits, kuste zijn gitarist en droeg “King Charles” op aan Donald Trump.
Meermaals werd de liefde verklaard aan het publiek en deze was duidelijk wederzijds. Hoewel “Loner” slechts één dag voor dit optreden uitgebracht werd, kon quasi heel de zaal de hit in wording a capella meezingen. Yungblud reageerde oprecht verrast maar kon niet voorspellen dat de, vrij jonge, fanbase nog een verrassing klaar had staan. Voor de show werden papieren hartjes uitgedeeld die plots, ondersteund door honderden lichtjes, bovengetoverd werden tijdens “Kill Somebody”. Dominic kreeg het even moeilijk maar zette dit al snel om in motivatie om nog harder en nog energieker rond te gaan springen.
Al het enthousiasme bracht evenwel met zich mee dat de zang niet altijd even proper klonk maar door de oprechtheid en de wederzijdse liefde tussen band en publiek kunnen we dit enkel maar een reden vinden om de backing track te vergeven. We moeten ook eerlijk toegeven dat foutjes bijna onmogelijk op te merken waren. Of dit kwam doordat er foutloos gespeeld werd of door het continue geschreeuw, laten we graag in het midden.
Afsluiten deden de Britten met een hoog punkgehalte en “Tin Pan Boy” gevolgd door een encore die fungeerde als overwinningsronde. De laatste tonen van “Machine Gun (F**k The NRA)” weerklonken en de drummer kreeg, rockstergewijs, bijna een gitaar tegen zijn hoofd gesmeten.

Een moderne rockster is het minste wat we Yungblud kunnen noemen. De jongeman bewees gisteren dat hij een publiek kan entertainen als niemand anders en daarnaast nog eens een soort poprock maakt van de bovenste plank. Yungblud is een blijvertje en dus kijken we er al enorm naar uit om hem deze zomer aan het werk te zien op Rock Werchter.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Yungblud : http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/219
Carlie Hanson : http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/218

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Liveurope)

Bram Weijters

Pendulum

Geschreven door

Bram Weijters is een Belgische jazzpianist die vanuit uiteenlopende projecten grenzen heeft verlegd in de jazz en aanverwante gebeuren. De man is een meester in het improviseren tot in het oneindige. Eén van die projecten is een samenwerking de met Amerikaanse trompettist Chad McCullough. De heren vinden elkaar al ruimschoots tien jaar en vullen elkaar ondertussen blindelings aan. Dat is ook te merken aan de nieuwste releases die ze samen op de markt brachten. 'Pendulum' is ondertussen de vijfde schijf waarop beide heren samenwerken.
‘Pendulum’ is een conceptalbum ronde 'de tijd'. De mens blijft doorheen de eeuwen gefascineerd door dat gegeven. En dat vinden we ook terug op deze schijf. Vaak intimistisch of dan eerder door je een krop in de keel te bezorgen of tot tranen toe te bewegen wordt dat fenomeen uit de doeken gedaan. Van de prille ochtend 'A Different Light' - ochtendstond heeft goud in de mond -, over de loop van de dag, met vallen en opstaan, golven van intens geluk en even groot verdriet, gaat de tijd verder naar de middag om te eindigen in de stilte van de avond en de nacht.
Geïnspireerd door het muzikale genie van Bach en zijn ordening van muzikale werken als het Well Tempered Klavier en de Goldberg-variatie zorgt dit duo ervoor dat de aanhoorder zijn of haar stelling van die tijd zelf kan invullen. Er zit voldoende variatie tot improvisatie binnen de schijf, waardoor je als aanhoorder dus je fantasie wat moet laten werken wat die tijd betreft. Zo maken we een vreugdesprong bij het trompetgeschal van Chad op “Escapement” of krijgen we een krop in de keel bij de gevoelige piano-inbreng van Bram op “The Same But Different”. De heren weigeren zich trouwens ook vast te pinnen op één muziekstijl, streepjes klassiek en jazz worden door elkaar geschud alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.  Songs na song blijven Bram en Chad ons verrassen en buiten adem achter laten.
Het ongrijpbare tot vaak onbereikbare van het gegeven de tijd wordt op deze schijf voortdurend uit de doeken gedaan. Bram Weijters & Chad McCullough prikkelen vooral de fantasie van de aanhoorder door het brengen van een heel filmische, intimistische kijk op die tijd. Net zoals een componist als Bach zijn tijd ver vooruit was, verlegt dit duo bovendien grenzen in het klassieke en jazzgebeuren waar we dachten dat er geen grenzen meer waren. Net doordat beide heren elkaar blindelings vinden in dit concept ontstaat dan ook iets magisch mooi en toch ook ongrijpbaar, waardoor je als luisteraar letterlijk wegzweeft in de tijd... naar verleden, heden en toekomst.
Als het de bedoeling was om ons met al die aspecten te confronteren in dat circa 59 minuten en 25 knappe parels van songs, of ons een spiegel voor te houden van 'de tijd' waarin we leven, hebben geleefd en zullen leven, dan is het duo met 'Pendulum' volledig in zijn opzet geslaagd.

Tracklist: Opening 03:45; A Different Light 02:32; Raindrop 03:27; The Same Prelude 02:03; The Same Melody 01:35; Still Dark 02:26; Suspended Weight 01:53; Crackle 02:17; Spiral Part One 03:18; Escapement 01:39; The Same But Different 02:52; Ratchet Wheel 02:03; Different Prelude 03:02; The Same Path 01:27; Which Way 02:38; The Same Waltz Part One 02:25; Crystals 01:29; At Ease 02:19; The Same Twelve Notes 02:28; Spiral Part Two 01:44; Different But The Same 02:12; Pondering 02:36; A Different Night 02:52; Closing 00:51.

Blues/Jazz
Pendulum
Bram Weijters & Chad McCullough

Katleen Scheir

Border Guards

Geschreven door

Als zangeres van het akoestische folkgezelschap The Golden Glows weet Katleen Scheir sinds 2005 haar stempel te drukken op het folkgebeuren in ons land en ver daarbuiten. De band bracht het in 2018 tot 'residence artist' in onze Ancienne Belgique in Brussel, en dat is toch heel wat. Met 'Border Guards' bracht Katleen Scheir haar debuut op de markt. In de traditie van Joni Mitchell, Alela Diane en Beth Gibbons gooit de jongedame haar grootste wapen in de strijd. Die bijzonder breekbare engelenstem die je ontroert of een glimlach op het gezicht tovert. Spelen met emoties is dan ook de rode draad op het debuut, en daarvoor is bewust gekozen. In de biografie lezen we namelijk: ''Border Guards bevat een selectie van 12 uiterst persoonlijke, emotionele maar vaak ook hoopvolle songs. Katleen Scheir vertelt in de songs haar persoonlijke verhaal: van opgroeien in een ontwricht gezin, volwassen worden met vallen en opstaan en het proces van een slepende ziekte waaraan haar moeder in 2016 overlijdt. "
Vanaf de eerste sprankelende parel “Back To My Isle” legt Katleen de lat enorm hoog om de aanhoorder een krop in de keel te bezorgen. Maar gelukkig bevatten de beste emotioneel mooie songs als “Border Guards”, “Here And Now” en “I Know Your Planet” voldoende zonneschijn om er niet voor te zorgen dat je daardoor depressief dreigt te worden. Eerder zijn die songs gedrenkt in een badje van melancholie tot weemoedigheid. Echter schuilt er telkens hoop achter de donkere wolken. Uit het leven van elke dag gegrepen dus. De jongedame laat zich bovendien omringen door klassemuzikanten die haar songs naar een Hemels hoog niveau tillen. We citeren: ''Katleen deed voor de opnames van ‘Border Guards’ in de Sputnik Studio beroep op haar vaste bandleden: Martine de Kok op piano en accordeon,  Lotte De Blieck op bas en Hans Dockx op drums.Daarnaast hoor je op het album bijdragen van trompettist Jon Birdsong (Black Flower, Beck, Jan Swerts), gitarist Geert Hellings (Guido Belcanto, Jim White), zangeres Nel Ponsaers (The Golden Glows, Stef Kamil Carlens), violist Toon Dockx (And They Spoke in Anthems), celliste Charlotte Vavourakis , trombonist Maarten Scheir (Ambrassband) en de Italiaanse Grammy-genomineerde mondharmonicavirtuoos Fabrizio Poggi (Garth Hudson, Robert Plant, The Blind Boys of Alabama). "
Op dit gevarieerde elan blijft de jongedame, geruggesteund door een sprankelende pianoklank of een viool-inbreng die je naar verre oorden doet zweven, dan ook doorgaan tot het bittere einde. Op songs als “The Green Road”, “Lullaby For Achilles”, “Gypsy” en “Narcissus” brengt Katleen melancholie en weemoedigheid samen tot een sprankelend en goudeerlijk geheel waarbij je dus een traan wegpinkt, maar een glimlach eveneens niet kunt onderdrukken.
'Border Guard' is een best persoonlijke plaat geworden waarbij Katleen Scheir haar ziel volledig bloot legt. De songs vertellen echter niet enkel haar, maar ook mijn en uw verhaal. En dat zorgt ervoor dat dit bijzonder aantrekkelijk fokdebuut een schijf is die aan je ribben zal kleven, van begin tot einde; die je enerzijds zal ontroeren, waarbij je een traan wegpinkt van verdriet en innerlijke gemoedsrust en anderzijds dus ook een glimlach op de lippen zal toveren bij het eerste zonlicht van de dag, want die schijnt na elke donkere wolk, weet je wel. Door middel van haar bijzonder uiteenlopend stembereik hypnotiseert Katleen je letterlijk, en laat ze je met een goed gevoel vanbinnen achter, waarbij tranen van verdriet, maar eveneens van intensieve vreugde tot het oneindige met elkaar worden verbonden.

Tracklist: Back to My Isle (3:50)  Border Guards (2:29) Here And Now (5:13) I Know Your Planet (3:48) Bump On My Road (3:33) The Green Road (4:44) Lullaby For Achilles (3:39) Gypsy (4:45) Narcissus (2:09) Out Of The Comfort Zone (3:33)  That's Where She Belongs (3:32) The Sun (2:45)

Althea

The Art Of Trees

Geschreven door

De Italiaanse progressieve metalband Althea ontstond feitelijk al in 1998. Waarom dat aan ons is voorbij gegaan, is tot op heden nog steeds een raadsel. Echter na enige demo's en bezettingsperikelen bleef het redelijk stil rond de band. Pas in 2014 brengt Althea een volwaardige EP uit: 'Eleven'. Gevolgd door een knappe progressieve metal schijf 'Memories Have No Name'. De band ontving hiervoor zeer goede recensies.
Sinds begin januari ligt er nieuw werk in de winkel: 'The Art of Trees'. Een knappe schijf boordevol melancholie en intensiviteit, die doet denken aan een wandeling in de bossen en het daarbij bewonderen van de bomen rondom u. Inderdaad, de kunst van de boom uit de doeken gedaan.
De toon wordt al gezet bij “For Now”. Een heel warme song die wordt opgebouwd naar een zekere climax, zonder echt door de geluidsmuur te gaan. Eerder valt het serene karakter van de songs ons nog het meest op. Daarbij is de warme stem van zanger Allissio Accardo een enorme meerwaarde binnen het geheel. Bij elke songs speelt de man dan ook heel bewust met de emoties van de aanhoorder, en doet hij een zekere gemoedsrust over jou neerdalen. Zonder je in slaap te wiegen, maar eerder door de aanhoorder onder te dompelen in badjes van weemoedigheid raakt Althea telkens een gevoelige snaar.
Zowel vocaal als instrumentaal blijkt Althea bovendien een zekere zin voor improviseren naar voor te brengen en zelfs lichtjes te experimenteren. Het wordt de aanhoorder echter ook niet al te moeilijk gemaakt. De songs moeten namelijk gemakkelijk in het gehoor liggen, maar intensief genoeg zijn om je niet in slaap te wiegen of al te melig te gaan klinken. Een opzet waarin Althea met brio slaagt. De gehele plaat ademt dan ook iets hartverwarmend uit, vergelijkbaar met wat je voelt na die fijne boswandeling. Alsof je al de problemen in het dagelijkse leven even kunt vergeten, door je te storten in walmen van diepe intensiviteit zonder al te grote woorden te gebruiken. Maar eerder door de eenvoud vergelijkbaar met een wandeling in dat bos, en het aanschouwen van de schoonheid van de natuur rondom u.
Althea brengt een bijzonder aantrekkelijke progressieve rockplaat uit, die je enkele luisterbeurten moet gunnen. Want na elke beurt ontdek je weer bijzonderheden die je voorheen niet had opgemerkt.
'The Art of Trees' is een melancholische ontdekkingsreis in het bos van het leven, die je dan ook na elke luisterbeurt opnieuw zal verwonderen en diep raken. Dankzij de bijzonder intensieve manier waarop de songs je hart raken, op een heel bijzondere plaats en op een zeer eenvoudige maar al even intensieve wijze.

Tracklist: For Now; Deformed To Frame; One More Time; Today; Evelyn; Not Me; The Shade; The Art Of Trees; Away From Me; Burnout.

BØM

Blue Beard (Or How He Lost His Cock) -single-

Geschreven door

BØM’s eerste single (“Harlot”) verdiende op deze site reeds een dikke pluim. Op hun tweede single, “Blue Beard (Or How He Lost His Cock)”, gaan ze nog een paar stappen verder. Het is opnieuw een komen en gaan van potige blues, progrock en stoner, maar deze keer nemen ze daar ruim negen minuten voor. Dat toont dat ze alvast genoeg ambitie hebben (en compleet niet mikken op airplay).
Ze voegen ook nog iets toe aan het recept van “Harlot”. Ergens rond de zes minuten ver in deze track komt de breed uitwaaierende hardrock van Led Zeppelin even langs, die wordt afgelost door – opnieuw – Jimi Hendrix en Josh Homme.
We zijn streng. De ambitie om de volle negen minuten te kunnen boeien, wordt niet ingelost. Vooral aan de nochtans zorgvuldig (en mooi volgens de regels van de progrock) opgebouwde intro hadden die van BØM nog wel een minuut en iets meer kunnen afpitsen zonder aan de kracht en geest van het nummer te raken.
Ook in de productie scoren ze minder dan op “Harlot”, omdat het drumgeluid hier net iets minder zorg en liefde kreeg. Maar dat zijn schoonheidsfoutjes waar we een jonge band niet willen op afrekenen. Onthoud dus toch vooral dat deze “Blue Beard” nog altijd meer dan zeven minuten luistergenot biedt voor alle fans van stoner en prog.

De Delvers

De Delvers

Geschreven door

Aroma Di Amore is verleden tijd. Maar zie De Delvers probeert de leegte die ze achter gelaten hebben in te vullen. Dit vijftal grossiert in een blend van wave en postpunk met Nederlandstalige teksten. Op hun debuut in eigen beheer staan tien tracks die gemiddeld twee minuten lang zijn. En dat is prima, want nergens krijgen we eindeloze herhalingen. Het is net als de muziek en de teksten basic, to-the-point. Geen flauwekul of lange solo’s. En toch zit alles erin wat er moet in zitten.
Daar waar de Engelstalige teksten in veel bands gewoon een klankbord zijn, vinden we hier teksten die persoonlijk maar ook veelzeggend zijn. Ik ben heel blij dat ze hun teksten in het coverboekje hebben gezet. Niet dat ze niet verstaanbaar zijn, want ze zijn in het Algemeen Nederlands gezongen. Geen woord staat er teveel, juist voldoende om je er je eigen betekenis aan te geven. De muziek is, zoals we eerder zeiden, direct en soms best catchy. “Onrust” is bijvoorbeeld een heel sterke song waarin je de onrust ook in het nummer kan voelen. Op “1000 Vragen” doet Laura Haemels (toetsen) de lead vocals. Dat levert dan een andere soort vibe op. Ze doet het niet perfect (er kan nog wel wat geschaafd worden aan haar zangstem), maar wel met de juiste inzet. Heel in de verte hoor je dat ze nu en dan de mosterd halen waar onder andere A Slice Of Life (die nieuwkomer van vorig jaar) ook uit put.
Soms punkrocken ze ook ferm zoals op “Wij Worden Wakker”. Hier doen ze mij een beetje aan de Nederlandse band De Dood denken. Op “Ik Volg De Wind” krijgen we dan weer darkwave van de bovenste plank.
De Delvers bewijzen dat het Nederlands ook best mooi en spannend is om in te zingen. Dit samen met de gebruikte invloeden vullen ze het gat dat bands zoals Noordkaap, Aroma Di Amore en zelfs Arbeid Adelt (alhoewel die nog actief zijn) achterlieten. En we zijn blij met een band zoals De Delvers. Ik miste dat ongecompliceerde en directe dat ze in huis hebben. Een heel fijn debuut! Nu es checken waar ik die in de buurt aan het werk kan zien.

Esplanades

Rebirth Of Bravery

Geschreven door

Esplanades is een Frans duo (uit het naburige Lille) dat probeert flamboyante en energieke pop te maken. Op hun eerste EP, die zeven tracks bevat, slagen ze bijzonder goed in hun opzet. Het doet mij wat aan Mika denken qua energie en rijkdom. In elke song zitten vrij veel ideeën verwerkt. De samenzang en afwisseling van de stemmen werkt goed. Elke song gaat wel meerdere kanten uit. Veelzijdigheid is het woord dat ik erop plak. Het vergroot tevens het luisterplezier. Daarnaast klinken een aantal refreintjes ook wel vrij catchy. Ik denk dan aan hun single “Funny Talking Animals”, “Everywhere Is Safe” of “Kiruna”. Maar dit zonder te hervallen in de gekende clichés. Ze weten dus wel hoe een song te maken en de productie klinkt ook piekfijn. Alain Douches ( o.a. bekend van zijn werk voor Midlake, Mastodon, Sufjan Stevens, …) deed hier de mastering. Ze lieten dus niets aan het toeval over en dat loonde. Afsluiter “Heart-Sized Parade” begint als een popsong en eindigt met een gitaarsolo in de stijl van Muse. Dat is Esplanades, er altijd nog een weerhaakje of een twist aan toevoegen.
Wie op zoek is naar goede pop met diepgang zit hier goed. ‘Rebirth of Bravery’ is een kleine storm in een glas water. Maar wel eentje die mij doet verblijden. Indiepop die ergens te situeren valt tussen Mika, Robbie Williams, Queen en MGMT.

Innerwoud

Haven

Geschreven door

Breng twee bijzondere en tot de verbeelding sprekende artiesten in hun genre samen en er ontstaat een magie die we niet anders kunnen omschrijven als onaards. Innerwoud (ofwel Pieter-Jan Van Assche) is een imposant contrabasspeler, die geluiden uit dat instrument tovert waarvan we tot op heden het bestaan nog niet kenden.
Voor zijn nieuwste project 'Haven' werkte hij samen met sopraan Astrid Stockman. Deze artieste speelde theaterrollen als ‘Venus’ (Venus & Adonis, Blow), ‘Belinda’ (Dido &  Aeneas) en ‘Donna Elevira’ (Transparent - Laika). En dat is maar een kleine greep uit het aanbod.
Elke song op ‘Haven’ is opgebouwd rond die contrabas gecombineerd met het Hemels hoog stembereik van Astrid. Waardoor we prompt zijn aanbeland in een theaterzaal waar een sopraan haar publiek op het puntje van de stoel doet zitten. Eens de stem de hoogte ingaat, bezorgt Astrid je dan ook kippenvel en een krop in de keel en gaan de haren op onze armen prompt recht staan van innerlijk genot. Geruggesteund door die al even grensverleggende contrabasgeluiden, die je wegvoeren naar heel, heel verre oorden.  Het meest interessante aan dit meesterwerk echter is dat beide artiesten elkaar blindelings lijken te vinden, en bovendien hun hele gewicht in de weegschaal werpen om de aanhoorder een perfecte trip aan te bieden. De perfectie wordt dan ook over elk van de vier songs op deze schijf gewoon overschreden, zonder de spontaniteit uit het oog te verliezen.
'Haven' van Innerwoud & Astrid Stockman zorgt voor een intensieve, deugddoende donkere trip die je de adem afsnijdt. Beide artiesten zijn in ieder geval virtuozen wat stem en contrabas betreft. Eens die bijzondere stem van Astrid en uitzonderlijke contrabas inbreng van Innerwoud met elkaar in aanraking komen ontstaat echter iets magisch dat je zonder meer kunt bestempelen als onaards. Elke keer opnieuw, ook na meerdere luisterbeurten, drijven we dan ook weg naar die ongekende oorden ver verwijderd van de harde realiteit van het leven. Binnen een donkere omkadering, zonder pijn te doen maar eerder door een zwarte walm over je hart te doen neerdalen die je tot diepe innerlijke gemoedsrust brengt.

Tracklist: Elegy I 05:46; Elegy II 11:55; Elegy III 01:59; Elegy IV 11:01

Haven
Innerwoud en Astrid Stockman
Consouling Sounds

Pagina 349 van 965