logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Stereolab

De Jeugd Van Tegenwoordig

De Jeugd Van Tegenwoordig – Anders dan Anders!

Moshpitten op een zondagavond? Met De Jeugd Van Tegenwoordig in een uitverkochte, broeierige Vooruit kan dat. Vjeze Fur, Willie Wartaal, Faberyayo en Bas Bron kwamen hun nieuwste album 'Anders (Different)' voorstellen, na 'Luek' het tweede album op één jaar tijd. Dat het een feestje ging worden, werd al snel duidelijk. Bas Bron zette de eerste elektronische beats van “Rattengif” nog niet in , of het publiek werd reeds razend enthousiast.

De nostalgische intro van “Hollereer”, een hit uit 2008 (oh ja, al tien jaar oud), deed zelfs de harten van het jongste publiek sneller slaan. Het Gentse publiek is wakker en wil het weekend niet al stilstaand afsluiten. Ook De Jeugd heeft er zin in en springt als een bende “Gekke Boys” over het podium op het gelijknamige nummer.
Toen schoot het viertal het ene hitje na het andere af. “Get Spanish”, met bijhorende Spaans kleurige lichten, werd luidkeels meegezongen. Bij “Deze Donkere Jongen Komt Zo Hard” zong Willie Wartaal met de Auto-tune. Waarschijnlijk met de bedoeling om eens iets anders met het nummer te gaan doen, maar jammer genoeg was deze versie niet erg geslaagd.
Na “Shenkie” vroeg De Jeugd ons of we geen zin hadden in een goocheltruc. Prompt kregen we “Hocus Pocus” te horen. Ondertussen werd duidelijk dat we met een groots publiek zaten (ook letterlijk groot jammer genoeg). Iedereen deed mee, was klaar om te feesten en vierde dat ze er bij waren. Zelfs nieuwe nummers zoals “Middeleeuwen” van nieuwste plaat ‘Anders’ zorgde voor een zwoele sfeer in de zaal. Eén van de nummers die wat trager was opgebouwd, al maakt De Jeugd dat dan natuurlijk weer sexy.
Bas Bron mixte alles bangelijk goed aan elkaar, waardoor er geen tijd was om te stoppen. Snelheid in de set dus, en na “Wittewijnmuziek” en “Applaus” hoorde we ook nog absolute tophit “Manon”. Het introotje deed de meisjes kirren en de jongens brullen. Het nummer klinkt zo herkenbaar en blijft steeds in je oor hangen. Vjeze Fur dook het publiek in en ook de rest van de band hoefde werkelijk niets meer te doen. Het nummer werd integraal(!) voorgezongen door de dansende meute.
“Torpedo”, een ijzersterk technonummer, klonk flitsender dan op de plaat. Van “Watskeburt” over “Hiero” tot  “Let The Tits Out”, Bas Bron bleef maar pompende beats op ons afvuren en wij bleven maar springen. Bij die laatste konden we nog even het schunnige “broek af, tieten bloot, Hollandse hoeren” mee scanderen. Gelukkig werden we voldoende afgekoeld met de nodige flesjes water. Er zaten enkele nummers bij waarvan we vooraf niet al te veel verwachtingen hadden, maar die live veel beter klonken dan op de plaat.
De schwung was live veel meer aanwezig en Bas Bron zijn beats kwamen meer naar de voorgrond. Jammer genoeg keek Vjeze Fur naar zijn onbestaand horloge: “Weten jullie hoe laat het is? …. Tijd voor het laatste nummer” “Sterrenstof”, het meest melodieuze nummer van de Jeugd werd de afsluiter van de set.

Het bisnummer werd één grote, opzwepende medley van “Ik Kwam Haar Tegen In De Moshpit”, “Buma In Me Zak”, “Gemist” en “De Formule”, met een paar moshpits en een wall of death erbij. Daarna ging iedereen zwetend, maar voldaan naar huis.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/198
Organisatie: Democrazy, Gent

Gèsfakrock 2018 - De puntjes op de 'i' zetten, om een topjaar met een knal van formaat af te sluiten

Geschreven door

Sinds 2016 is Gèsfakrock mijn persoonlijke afsluiter van een lang concert en festival jaar. Anno 2018 zal dat even anders zijn, dit geheel terzijde. Maar sinds datzelfde jaar heeft het intieme festival dat doorgaat in Buurthuis ‘t Senter in Kuurne ons hart gestolen, waardoor we telkens opnieuw uitzien naar dit heel gezellige gebeuren. Gèsfakrock is ondertussen aan zijn vierde editie toe, en ging door op zaterdag 8 december. Bands die nog maar eens de puntjes op de 'i' zetten om een topjaar met een knaller van formaat af te sluiten zoals Ironborn en Spoil Engine + een ware ontdekking van een jonge band met potentieel zoals Bèta. Oorverdovende knallers die het dak er laten afgaan bij 6 Days of Justice. En afsluiten met een concert van Metallica - wellicht onder de naam Magnetica - aan de prijs van amper 18 euro. Ja, dat kan allemaal op Gèsfakrock.

De toekomst is nu!
Muziek in al zijn vormen en kleuren is reeds sinds medio 1983 mijn aller grootste passie. Dat ik anno 2018 nog steeds met even veel goesting als toen festivals en concerten bezoek, is vooral dankzij het voortdurend doen van gloednieuwe ontdekkingen. Zonder dat had ik al veel jaren geleden afgehaakt. Het voordeel van zo een kleinschalig festival als Gèsfakrock is dat je niet enkel gevestigde namen op de affiche tegenkomt, maar ook bands die eigenlijk nog alles moeten bewijzen maar zeker over potentieel beschikken om er te geraken.

Neem nu Bèta (****) die de avond mogen openen met wat feitelijk een soort thuismatch kan genoemd worden. Het viertal uit Heule stak in 2016 de koppen bij elkaar en brengt een combinatie van muziekstijlen als post-rock en stoner. Echter horen we links en rechts ook vleugjes progressieve rock voorbij passeren waaruit dan weer blijkt dat Bèta zich niet zomaar in een hokje laat duwen, wat we dan weer enorm waarderen.
De heren speelden ondertussen op veel kleine en grote podia en brengen binnenkort eindelijk hun debuut uit. De band is dus duidelijk klaar voor de grote stap voorwaarts, en zet dat live ook in de verf. Bij elke riff, drum salvo en hoge vocale inbreng , voelen we prompt de haren op onze armen recht komen. Technisch hoogstaande riffs klieven door je vlees als een botte bijl. Er valt nergens een speld tussen te krijgen. En toch krijgen we eveneens het gevoel dat er eigenlijk veel meer inzit dan er nu is uitgekomen.
De lat wordt wel hoog gelegd, maar ik vermoed dat de band nog kan groeien in zijn kunnen. De energiebollen die in ons gezicht open spatten, doen ons echter vermoeden dat het gewoon een kwestie van tijd is eer Bèta binnen de stoner, post-rock en progressief rock rock gebeuren potten zal breken. Inderdaad, de toekomst is NU!

Ook 6 Days Of Justice (***1/2) is zo een band die binnen zijn muziekstijl op die boogscheut staat van een doorbraak. Wat we zien is een bende bloedhonden die klaar zijn om de wereld op een rauwe en verschroeiende wijze te verscheuren. De band timmert sinds 2007 aan de weg, en heeft dus al wat waters doorzwommen.  De metalcore band is bovendien ontstaan uit de H8000 scene, waaruit ook bands als Liar en Congress ook zijn ontsproten. 6 Days of Justice bracht dit jaar trouwens een knappe plaat uit 'Eternal Devastation' en bewijst op Gèsfakrock, door een combinatie van nieuw en ouder werk, dan ook uit het heel goede metalcore hout gesneden te zijn. Zonder teveel woorden daaraan vuil te maken, trekt de band vanaf de eerste tot de laatste noot alle registers open en stopt niet meer tot de zaal compleet is plat gewalst. Door het brengen van een soort metalcore dat op een oorverdovende wijze niet alleen je trommelvliezen doet barsten, ook de muren in de zaal begonnen prompt te scheuren dankzij zoveel vuurkracht. Zonder enig medelijden scheert de band als een wervelstorm over de hoofden heen, waardoor de eerste mosh en andere pits een feit zijn. Met de ene bedoeling het dak er laten afgaan, en 't Senter op zijn grondvesten te doen daveren. Een opzet waar de band met brio in slaagt. 
Kortom, net zoals hun voorganger, blijkt ook 6 Days Of Justice voor mij een ontdekking van formaat, die over de typische rauwe energie beschikt om gelijk welke zaal of festivalweide in vuur en vlam te zetten. Missie 'destroy 't Senter' geslaagd!

De puntjes op de 'i' zetten, ook in wat moeilijkere omstandigheden? Dat getuigt van pure klasse!
Ironborn (****) was één van die vele bands die me dit jaar enkele keren gewoon heeft omver geblazen. Wat zo schitterend is aan deze band is dat de heren zowel op als naast het podium hun publiek letterlijk omarmen, en beschouwen als familie. Daardoor ontstaat een vriendschappelijke band tussen fan en band, waardoor die laatste hun idolen dan ook zowat overal volgen. Geen wonder dat de zaal prompt overvol staat voor deze pure rock klasbakken die zowel vocaal als instrumentaal telkens die lat zodanig hoog leggen, dat het dak er nog maar eens compleet afgaat.
Deze keer had Ironborn echter af te rekenen met een versterker die moeilijk deed, waardoor de openingssong, een cover van Iron Maiden, de mist dreigde in te gaan. Ironborn is echter professioneel genoeg om niet bij de pakken te blijven zitten, en zet alles op alles om zijn publiek alsnog een top concert te bezorgen. Deze professionele aanpak combineert Ironborn met enorm veel spelplezier en tonnen charisma, dit zowel vocaal als instrumentaal, waardoor de fans weer eens volledig uit de bol kan gaan.
Zanger Tom Huglier liet me voor het concert weten dat hij wat sukkelde met een verkoudheid. Echt veel was daar niet van te merken. Tom deed er naar goede gewoonte alles aan om zijn publiek uit zijn hand te doen eten, dankzij zijn charismatische uitstraling. Gerugsteund door één voor één topmuzikanten die zelfs ondanks iets moeilijkere omstandigheden, door die technische problemen die hen eigenlijk de hele set parten bleven spelen, eveneens de lat hoog blijven leggen tot het bitter einde, en daardoor de perfecte rock show neer te zetten. Waardoor de aanwezige fans krijgen, waarvoor ze zijn gekomen. Hun favoriete band een topjaar met een knal van formaat zien afsluiten. Missie weer eens geslaagd.

Ook Spoil Engine (*****) wist ons dit jaar al enkele keren compleet murw te slaan. Het was trouwens de laatste maal dat Bart Vandeportaele - die door familie en werk omstandigheden de handdoek in de ring gooit - mee op het podium staat. De, letterlijk en figuurlijk, imposante gitarist die in het verleden bewees een klasse entertainer te zijn die zijn publiek telkens opnieuw over de streep trekt, zal enorm worden gemist bij Spoil Engine.
Ook op Gèsfakrock trekt de man alle registers open, en bewijst ons meermaals waarom. Niet alleen bespeelt hij zijn instrument met zoveel virtuositeit, zijn natuurlijke charismatische uitstraling op het podium, zorgt er telkens opnieuw voor dat de handen de lucht ingaan en/of het dak er ook afgaat. 
De band bestaat bovendien met mokerslagen uitdelende drummer Matthijs Quaars - die o.a. met enkele oorverdovende solo's die aanvoelen alsof je tegen een geluidsmuur wordt gekwakt - bassist Dave De Loco - die door zijn gestroomlijnde bas inbreng de basis legt van de sound van de band - Gitarist Steve 'Gaz' Sanders - die zijn jarenlange ervaring in de strijd gooit door het uitdelen van Hemelse riffs. Top muzikanten, die gelukkig niet tuimelen in de val van het brengen van een routineklus.
Echter trekt binnen de band, ondanks al die instrumentale virtuositeit, zangeres Iris Goessens onbewust de aandacht naar zich toe. De jongedame doet er namelijk alles aan om ook haar muzikanten in de schijnwerpers te laten staan. Iris beschikt echter over een uitstraling en stem die het midden houdt tussen demonische uithalen waardoor poorten van de Hel open gaan,  vooral tijdens die verschroeiende grunts die ons koude rillingen bezorgen. Maar eveneens doet ze net door haar sympathieke kant, zowel vocaal als wat uitstraling betreft, eerder een rustgevende gemoedsrust over u neerdalen. Net die enorm uiteenlopende wijze waarop ze haar publiek enerzijds omarmt met veel liefde, anderzijds zodanig verschroeiend uithaalt waardoor het lijkt alsof ijzingwekkende klauwen je de adem ontnemen. Haar inbreng bljkt ook nu weer een enorme meerwaarde te zijn binnen het geheel.
Kortom, Spoil Engine is anno 2018 wederom die gestroomlijnde, enorm goede geoliede machine geworden, die elke zaal en festivalweide in vuur en vlam zet. Dat ondervonden we al enkele malen in het jaar 2018, dat zet de band op Gèsfakrock nog maar eens in de verf. 

Metallica zien voor 18 euro? Ja, dat kan
Voor wie naast een duur ticket greep voor het optreden van Metallica volgende zomer, zijn er voldoende alternatieven. Meerdere cover- en tribute bands zagen we de revue passeren. De ene wat meer overtuigend dan de andere. Magnetica (***) timmert sinds 2009 aan de weg met één missie '' Not settling for less than to bring you the most authentic Metallica show!'' Het origineel benaderen is eigenlijk een onmogelijke opdracht, vooral dan die toch wel heel hoge stembereik van James Hetfield. Daar bleek ook het schoentje wat te knellen binnen Magnetica. Terwijl instrumentale huzarenstukken niet alleen zorgden voor herkenningsapplaus maar je ook koude rillingen bezorgt alsof Metallica daar zelf op het podium staat, blijven we vocaal wat op onze honger zitten. Wat charisma betreft moet de man echter niet onderdoen voor Hetfield. Hij zoekt zijn publiek voortdurend op, waardoor een wervelend thrash metal feest ontstaat,  in verlengde van het origineel.
Magnetica slaagt erin de die hard metallica fan in de zaal daardoor over de streep te trekken,  zonder daarvan een flauw afkooksel te zijn. De Metallica hits volgen elkaar in een razendsnel tempo op, en de aanwezige fans gaan dan ook compleet uit de bol.
Besluit: Ondanks de wat kritische benadering, slaagt Magnetica in zijn opzet, ‘De Ultieme Metallica show’ brengen, die van begin tot einde aan je ribben kleeft. En waarbij het origineel zodanig wordt benaderd dat geen flauwe kopie wordt voorgeschoteld, maar de songs één voor één nieuw leven worden ingeblazen. Want dan weer getuigt van pure klasse.
Kortom, Magnetica levert een gedroomde kers van de taart af.  Op wat weer een top avond kan worden genoemd.
Zoals we dat ondertussen eigenlijk al enkele jaren gewoon zijn van een knap, intiem en uiterst gezellig festival dat Gèsfakrock nog steeds is. Tot volgend jaar!

Gèsfakrock 2018 - De puntjes op de 'i' zetten, om een topjaar met een knal van formaat af te sluiten
Gèsfakrock 2018
Buurthuis ‘t Senter

Organisatie: Gèsfakrock ism Buurthuis 't Senter - Kuurne 


A Perfect Circle

A Perfect Circle – De perfectie benaderd

Geschreven door

Na een succesvolle passage eerder dit jaar op Graspop stond A Perfect Circle nu in de Lotto Arena. Ook dit keer mochten ze er hun nieuwe album 'Eat the Elephant' (2018) voorstellen, dat veertien jaar na hun derde album 'Emotive' (2004) verscheen.

Bij aankomst omstreeks 19.30 u. was er nog niet veel volk te bespeuren in de Lotto Arena. Opwarmer Chelsea Wolfe moest de spits afbijten voor een (slechts) iets meer dan de helft gevuld middenplein en dito eerste verdieping.  Het helse verkeer op een vrijdagavond rond Antwerpen was hier ongetwijfeld de boosdoener.
De naam Chelsea Wolfe was me eerlijk gezegd onbekend, maar ik las op de site van de Lotto Arena dat zij ‘één van de meest intrigerende en strafste vrouwen in de rock- en metalscene’ is en dat haar werk bestaat uit een experimentele cocktail van verschillende genres (black, doom, goth, psychedelica…). Uiteraard was mijn nieuwsgierigheid hierdoor uitermate gewekt en waren de verwachtingen hoog.
Tijdens een 45-minuten durende set bewees Chelsea Wolfe dat ze terecht de Koningin van Onderland is. In een zee van georkestreerde gitaardistortion, drones en zware bassen stuurt ze met de nodige weemoed haar klare stem moeiteloos van hoog naar laag. Zonder spraakmakende visuals maar enkel met een diffuus licht, slaagt ze erin de melancholische sfeer van haar muziek met verve over te brengen. Toch was ik niet helemaal verkocht: vaak bleef de muziek te lang op dezelfde toon zweven op momenten dat ik wou of verwachtte dat die ging losbarsten. Daarenboven liet de muzikale zwaarwichtigheid me eerder achter met een bevreemdend gevoel.
Als opwarmer kon deze band me dus niet echt bekoren, maar ik kan me wel voorstellen dat de muziek uitstekend tot zijn recht komt in bepaalde tv-series en ideaal muziekbehang is voor een avondje peinzen over de grote vragen des levens.

Tijdens het half uurtje pauze dat volgde, vulde het middenplein van de Lotto Arena zich en ook de eerste verdieping zat gezellig vol. Er vielen verdacht weinig smartphones te bespeuren. Op voorhand werd immers duidelijk gecommuniceerd dat het ten strengste verboden is om foto’s en opnames te maken tijdens de show. Zich van krommenaas gebaren zat er trouwens niet in, want de boodschap prijkte ook op een groot scherm en werd tot driemaal toe aangekondigd. Wie de raad toch in de wind sloeg, werd zonder pardon uit de zaal verwijderd. Het is jammer dat dergelijke maatregelen nodig zijn, maar smartphones zijn nu eenmaal een pest tijdens optredens.
Dan was het zover, het moment waar de fans op gewacht hebben: A Perfect Circle. De bandleden verschenen in een decor dat deed denken aan de grotten van Han. Geen grote ledwand maar strategisch geplaatste ledzuilen die al stalactieten en stalagmieten verspreid over het podium voor extra diepte en sfeer zorgden. Zanger Maynard James Keenan, die we uiteraard ook kennen van Tool, had zich zoals gewoonlijk op de achtergrond genesteld, weg van alle lichtinval. De reden waarom hij dit keer op keer doet is officieel van muzikaal-technische aard, maar artiestenallure zal hier ook wel mee te maken hebben.

De Amerikanen openden met het eerste nummer en tevens de titeltrack van het nieuwe album “Eat the Elephant”. Een goed gekozen nummer want net als op het album vond ik dat het hier hetzelfde doel diende:  op een rustige manier de toon zetten voor wat nog komen zou. Het stelde het publiek tevens in staat om rustig af te dalen in de wondere, soms complexe wereld die A Perfect Circle schept met hun muziek. Daarop aansluitend volgde “Disillusioned” dat dezelfde emotionaliteit aanhoudt en uitbreidt.
Na deze twee nummers uit het recentste werk volgde “The Hollow” uit het debuutalbum ‘Mer de Noms’ (2000). Dat dit nummer dateert van een vroegere periode viel niet te ontkennen. Hier veel minder plaats voor theatraliteit, maar eerder rechttoe rechtane riffs die met de nodige energie door gitarist en founding member Billy Howerdel gespeeld werden. Ook het uitmuntende zangtalent van Keenan werd hier onderstreept. De heldere frêleheid die nodig was in de voorbije twee nummers, werd ingeruild voor een eerder krachtige stem. Dat veel fans van het eerste uur aanwezig waren, bewees het enthousiaste applaus achteraf. Het moment voor Keenan om een sobere ‘dankjewel’ te zeggen.
Persoonlijk hoogtepunt van de avond vond ik “TalkTalk” (uit het album: ‘Eat The Elephant’). Hoewel er geen enkel nummer op de setlist afgehaspeld werd, vond ik dat dit nummer het meest oprecht overkwam. Vooral de zin “Try walking your talk or get the fuck out of my way” werd door Keenan met danige kracht het publiek ingevuurd dat persoonlijke gevoelens hier leken mee te spelen.  
Uiteraard kon ook “Judith” niet op de setlist ontbreken. Het nummer beukte er lekker op los en was welkom om wat te ontsnappen aan de emotionele tanggreep waarin we ons bij momenten bevonden. De AC/DC-cover “Dog Eat Dog” moest ons nog wat verder laten surfen op dezelfde golf, maar kwam wat bevreemdend over. Het lied werd aangekondigd als een eerbetoon aan de overleden Malcolm Young (AC/DC) maar niemand leek hier op te wachten. Het leek eerder een persoonlijk pleziertje van Howerdel.
Na afsluiter “Delicious” droeg Keenan de security op om afstand te nemen van hun smartphonejacht en nodigde hij het publiek uit om foto’s te nemen. Wie hierop inging en nog snel probeerde een kiekje te schieten van de ontwijkende zanger was eraan voor de moeite. Enkele tellen later verdween de band immers van het podium om niet meer terug te komen. Geen bisnummers. Geen nonsens. Enkel lichten en Mexicaans upbeatmuziek om ons naar de uitgang te vergezellen.

A Perfect Circle bewees dat een jarenlange afwezigheid ruimschoots goedgemaakt kan worden. Tijdens een anderhalf uur durende set werden we verwend met een mooi uitgebalanceerde set die loepzuiver en overtuigend gespeeld werd. Dit was een optreden waarbij alles goed doordacht was en waarop gerust de stempel ‘wereldklasse’ mag gedrukt worden. Hoewel perfectie niet bestaat, kwam A Perfect Circle vrijdag aardig in de buurt.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Chelsea Wolfe
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/164
A Perfect Circle
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/163

Organisatie: Live Nation

 

 

Magnus

Magnus - Magnus Allstarts Final Concert - De stekker eruit, maar niet unplugged!

Geschreven door

Met hun Allstars Final Concert werd de AB twee avonden op rij ingepalmd door Magnus, om voor eens en voor altijd de handdoek in de ring te werpen. Het elektronische nevenproject van dEUSgOD Tom Barman en techno-DJ/producer CJ Bolland startte zo’n 15 jaar geleden met als doel een Kraftwerk vs. JJ Cale sound te creëren. Een torenhoge ambitie, gedreven door twee iconen die zich op artistiek vlak niet meer moesten bewijzen. Het is waarschijnlijk niet de hype geworden die ze gehoopt hadden, maar ze kunnen terugblikken op een meer dan verdienstelijk palmares. Creativiteit is jezelf namelijk constant opnieuw uitvinden en Magnus kan als buitenbeentje in de Belgische muziekscène toch wel terugblikken op een mooi parcours met twee degelijke albums, een remix-cd en een ‘Best Of’-collectie.

Zware en nostalgische artillerie dus, om nog eenmaal op Belgische publiek af te vuren in een AB die twee avonden op rij zo goed als uitverkocht was. De avond begon nochtans wat rommelig, want de aftrap leek op zo’n een van die echtelijke ruzies voor de televisie: even beeld zonder klank. De valse start deerde niet, na een nieuwe soundcheck was de AB ready to launch met “Balkan Style”, “Last Bend”, “Future Postponed” en “Rhythm is Deified”. Toch, na een eerste aantal schoten was het nog niet meteen raak. We kregen de drummende, heupwiegende elektrobeats wel vol overgave van Barman en co, maar dan zonder de doordringende vibes die je op een final showdown verwacht.
Het Allstars team stond er wel van meet af aan: naast sterkhouders Barman en Bolland, Tim Vanhamel (Millionaire) op gitaar en zang, Joris Caluwaerts (STUFF.) op toetsen en Christophe Claeys (ex-Balthazar) op drums. In de loop van de avond breidde deze kring verder uit met als eerste Mauro Pawlowski die tijdens “French Movies” opeens te voorschijn kwam om uitbundig te gitaren en vervolgens ook op bas voor “Jump Needle”. Als kers op de taart vervoegde icoon Mark Lanegan vervolgens de bende, die een enorme coole indruk maakte en met zijn diepe stem de nummers “Singing Man”, Getting Ready” en “Assault On Magnus” ongetwijfeld tot een hoger niveau tilde.
Bij het aantreden van deze gasten was de vlam gelukkig wel in de pijp en werd er niet meer enkel op het podium, maar ook hevig in de zaal gebougeerd. Bolland liet terloops nog even zijn draaikunsten zien, terwijl de rest backstage ging. De AB had voor mij nog nooit zo intens industrial aangevoeld. Dit intermezzo was vijf minuten heerlijk raven op techno beats van de bovenste plank. Het had er gerust meer in mogen zitten.
Als de avond bijna ten einde kwam liet Vanhamel zijn vocals nog helemaal los tijdens “Look At Us Now” en “Puppy”. De voorste rijen mochten daarbij mee het podium op om voor een laatste keer te daveren, terwijl Magnus langzaam zijn laatste adem aan het uitblazen was. Voor de allerlaatste kwam bassist Thomas De Smet (ex-Zita Swoon) nog op bij “Summer’s Here”. Deze zalig zweverige plaat, die nog generaties lang zal blijven meegaan, maakt het einde even melancholiek als emotioneel.

Het was een waardig afscheid van een mooi project vol Belgische trots, ook al duurde de opwarming iets te lang. We zijn Barman, Bolland en co dankbaar om ons dit gegeven te hebben en blijven tevreden achter omdat we met trots kunnen zeggen dat we erbij waren tijdens de final showdown.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Arsenal

Arsenal – try-out concert - Een warm bad tegen de huidige verzuring

Geschreven door

Op 8 december staat Arsenal in de Lotto Arena en dit concert werd gebruikt als een try-out. Dit alles ging door in de nieuwe zaal Départ, Kortrijk. Een goede zaal, qua geluid en logistiek, zou blijken. Dit jaar brachten ze na vier stille jaren een nieuwe plaat (‘In The Rush of Shaking Shoulders’ dat werd opgenomen in Nigeria) uit. Daarop spelen een aantal Afrikaanse muzikanten mee waardoor er Zuiderse ritmes in de muziek steken. Nu, dat hebben ze al altijd wat in hun muziek gehad.

Naast de twee oerleden (Willemyns en Roan) en vaste vocaliste Leonie Gysel telden we nog maar liefst negen muzikanten op het podium. De drummer werd bijgestaan door twee Afrikaanse percussionisten. Er waren twee vrouwelijke backings en nog een rits van muzikanten.
Er werd gestart met “Long Sun Long Shadow” uit hun laatste album om daarna over te gaan naar “Switch”. De setlist was heel goed opgebouwd met nummers uit elk album. Ook de hits passeerden de revue en mijn god ze hebben er toch al een hoop bij elkaar: “Saudade pt. 2”, “Whale”, “Longee”, “Black Mountain”, “Estupendo” en “Melvin”.
De band speelde op hoog niveau en de meegekomen muzikanten zorgden voor de aanstekelijke dansritmes. Zangeres Leonie Gysel is een rasartieste en entertainer net als de zanger. Ook de twee backings mochten elk hun moment van glorie beleven en ze deden dit meer dan behoorlijk. Beiden hebben een stem waarmee ze gemakkelijk ook hoofdzangeres kunnen zijn.
Hier waren stuk voor stuk topmuzikanten aan het werk en dat is ook één van de redenen waarom Arsenal de afgelopen twintig jaar aan de top van de Belgische muziekwereld staat. Elk optreden is af en een klein of groot feestje.
Na “Melvin” was het publiek hun honger nog niet gestild en ze kwamen terug voor een bisronde met “Either”, “Mr Doorman”, “Stick and Groove” en “Lotuk”. De positieve vibes bleven nog even nazinderen toen ze reeds van het podium waren.

Een fantastisch optreden waar niets op aan te merken was. Gedompeld in een warm bad van klanken, sfeer en liefde keerden we gelukzalig terug naar huis.

Foto Arsenal @Lokerse Feesten 2018

Organisatie: Wilde Westen

Iceage

Iceage - Deense punkers met attitude

Geschreven door

Deense rockbands die doorbreken buiten hun land zijn op een hand te tellen, je hebt The Raveonettes, en Iceage, en dat moet het zowat zijn. Deze Deense punks spelen punk op de Australische manier, dus gewoon rauwe rock'nroll zonder de punkconventies in acht te nemen. Op hun uitstekende vierde plaat ‘Beyondless’ hoor je strijkers, trompetten en een saxofoon onder het gitaarlawaai, en ook de achtergrondzang van Sky Ferreira.
We zagen Iceage op een festival in 2015 ten tijde van hun vorige plaat ‘Plowing in the field of love’, en toen maakten ze geen overtuigende indruk, door de ongeïnteresseerde, nihilistische pose van zanger Elias Bender Rønnenfelt. Geen festivalvoer dus, maar in een kleine zaal zoals de Kreun kon dit wel eens werken dachten we.

Iceage had geen toeters en bellen mee, geen blazers, maar dus pure rock ’n roll in zijn meest rauwe vorm. De band speelde vanavond vooral uit ‘Beyondless’ en opende met het eerste nummer van die plaat, “Hurrah” een anti-oorlogsnummer, dat misschien wel cynisch was, maar toch het nihilisme achter zich liet en zowaar het engagement van Rønnenfelt blootlegde. “Painkiller”, was een liefdeslied, al klonk het niet zo door de dreinende, slepende zang van Rønnenfelt en de gitaarnoise van Johan Wieth, die melodie toch liet doorschemeren onder de noise door. Het deed ons een beetje denken aan Oasis ten tijde van “Cigarettes & Alcohol”. Rønnenfelt, in hemdsmouwen verkende alle kanten van het podium. De ritmesectie zocht zijn inspiratie in de jaren zestig, in de garages en de smerige rockabilly kroegen, bijvoorbeeld in het huppelende “Plead the fifth”.
Je hoorde ook een beetje goth en blues (“Thieves like us”), (The Horrors, Grinderman). Iceage eindigde sterk, met “Plowing in the field of love” en “Catch it”, en gaf ons geen bisnummers, in pure punkstijl dus.

Iceage is opgegroeid, en heeft het nihilisme achter zich gelaten: als je als band al tien jaar speelt, dan moet het toch wel de moeite zijn, en dat straalt deze band dus uit.

Setlist: Hurrah – Pain Killer – Under the sun – Plead the fifth – The Lord’s favourite – Thieves like us – Balm of Gilead -Beyondless –Morals -Abundant living-Ectasy-Plowing in the field of love- Catch it

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Lily Allen

Lily Allen - Honest, imperfect and back on track!

Geschreven door

Het was de laatste jaren even stil rond Lily Allen, althans op muzikaal vlak. De pers misbruikte daarentegen elke tegenslag die ze in haar privéleven te verduren kreeg. Zo werd ze het doelwit van haar overmatig drankgebruik, kon ze niet op de minste sereniteit rekenen tijdens haar echtscheiding en - bijzonder laaghartig - werd haar zelfs de doodgeboorte verweten van wat haar enige zoontje zou zijn geweest. Met ‘No Shame’ slaat Allen terug en doet ze datgene waar ze zo goed in is: geen blad voor de mond nemen, zonder rancunes en dat op heerlijke poppy deuntjes die ofwel heel integer ofwel verrassend dansbaar zijn.

Die avond in de AB zagen we een Britse diva die er echt zin in had. Het was zeker niet het grote spektakel met de lichtshow en dansers, zoals toen ze met ‘Sheezus’ toerde (2014). Fans die dat hadden verwacht, waren misschien wat teleurgesteld. Het was enkel zij met twee Londense muzikanten op toetsen en achter de samples/bas (Alex en Kevin), die trouwens een pak minder enthousiast oogden dan Lily Allen zelf. Toegegeven: een drummer was echt wel van meerwaarde geweest om een beter live-effect van de beats te krijgen, want nu was het bijna allemaal elektronica en overstemde de bas te vaak.
Tot daar de kritiek, want verder maakte Lilly’s krachtige stem en persoonlijkheid toch wel een belevenis van de avond. Ze bracht het grootste gedeelte van ‘No Shame’, wisselde geniaal af met eerdere hits en speelde - tot mijn heuglijkheid - niets van ‘Sheezus’. Dat hoeft op zich niet te verbazen, want van dat album gaf ze later toe dat het werd uitgebracht onder druk van haar label, terwijl ze zelf ontzettend diep zat.
De thema’s van ‘No Shame’ gaan net over al het onheil op haar pad tijdens ‘Sheezus’. Die periode ligt achter nu haar en met haar laatste album brengt ze een geloofwaardig verhaal, maar evengoed met de nodige humor en zelfrelativisme, zoals we van haar gewend zijn.
Ze nam tussen de nummers uitgebreid de tijd om de AB toe te spreken en deed dat zo informeel en grappig dat je bijna het gevoel kreeg dat je samen op café zat. Zo gaf ze regelmatig uitleg bij de nummers: “I apologise for having so few dance moves, because I have children now… I used to be quite cool but now I’m a mother. Speaking of my children, I’ve written a song about them…” en daarmee doet ze iets waarvan we hopen dat geen enkele artiest het doet, maar Lily Allen komt er mee weg: “Three” is een nummer over haar kroost, puur en zacht, maar dan zonder clichés. Met de eenvoudige pianobegeleiding kwam het live nog veel beter binnen dan op het album. Dat was ook het geval voor de andere rustige nummers waarmee ze met de lyrics echt haar hart blootlegde: “Family man” (over haar gebroken huwelijk), “Pushing Dasies” (over het geluk van samen met een ander oud te mogen worden) en - naar mijn gevoel het beste -  “Apple” (over de weemoedige aanvaarding van mislukking).
Om de sfeer van het optreden niet al te zeer te beladen, wisselde Lily Allen dit alles geniaal af met de leuke up-beat hits zoals “Smile” (haar ijzersterke debuut), “The Fear” (als kritiek op de social media”) en “Not fair”, een nummer waarvan het refrein zo lieflijk klinkt dat je kleinste het niets vermoedend zit mee te zingen, terwijl elke vrouw van een - hopelijk gewezen - slechte minnaar er zich wel in herkent.
Met de lead single “Trigger Bang” deed ze de zaal ontploffen. Zo’n typisch Allen-nummer vol opbiechtende lyrics, maar dan verhuld in coole ingetogen tunes vol dancehall and reggae invloeden: “And it fuels my addictions / Hanging out in this whirlwind / If you cool my ambitions / I’m gonna cut you out / That's why I can't hang with the cool gang / Everyone's a trigger bang”. Ze klinkt moedig, reflecteert op haar uitbundige feestdagen en besluit dat achter zich te laten omwille van haar geestelijke gezondheid. Als laatste droeg ze “Fuck you” op aan al diegene die de Brexit een goed idee vinden. De zaal kon haar alleen maar toejuichen…

Ik ben absoluut geen harde popfan, maar Lily Allen is een uitzondering omwille van het verhaal dat ze met haar muziek brengt. Ze schrikt er nooit van terug om te shockeren, zelfs niet als het over haar eigen miserie gaat. Dat maakt van ‘No Shame’ een gek album omdat het bol staat van de clichés, maar dan pijnlijk blootgelegd in de hoop anderen te behoeden om dezelfde fouten te maken. Het was alleszins een plezier om Lily Allen zo levendig opnieuw aan het werk te zien met een plaat die weer helemaal eigen is en al haar trots meedraagt. Ze toonde dat ze in staat is om het uit te vechten en opnieuw klaar is voor wat komen zal.

Setlist: Come On Then / Waste / LDN / My One / What You Waiting For? / Knock’Em Out / Smile / Party Line / Deep End (Lykke Li Cover) / Pushing Up Daisies / Three / Everything To Feel / Something / The Fear / Higher / Family Man / Who’d Have Known / Not Fair / Apples / Trigger Bang / Fuck You

Organisatie: Live Nation

Id!ots

Ugly Papa’s en Id!ots - Strak en met de nodige dosis zelfrelativering

Geschreven door

Review Wim - Ugly Papa's en Id!ots - Strak en met de nodige dosis zelfrelativering
Naar aanleiding van de dood van Johny Hallyday brengen beide bands een split-single uit waarop ze elk hun versie van het nummer "Ma Guitare" van wijlen Hallyday brengen. Om dit wat luister bij te zetten gaven ze elk een concert op vrijdagavond. Kenners weten dat zowel zanger Luc Dufourmont alsook bassist Dick Descamps deel uitmaken van beide bands.

Er was flink wat volk gekomen op deze grijze vrijdagavond om de bands aan het werk te zien. En het moet gezegd dat de Ugly Papa’s in vorm waren. Ze brachten een fijne set. Dokter De Kerpel (gitarist) had nu en dan een stoel nodig om te spelen. De saxofonist speelde de longen uit zijn lijf. De avant-garde muziek gaf het optreden iets surrealistisch. De bindteksten van Luc waren bij momenten hilarisch. Er werd afgesloten met “Ma Guitare” en de culthit “Facing The Crap”. In 2017 brachten ze nog via Mayway Records de lp ‘Atomium Plutonium’ (met onuitgegeven werk) uit. Waarschijnlijk was dit optreden het laatste wapenfeit van de band.

Daarna was het een half uurtje wachten op Id!ots. Op de tonen van Johny Hallyday kwamen ze het podium op. Zijn The Ugly Papa’s meer avant-garde dan zijn de Id!ots vooral punk/garagerock band. De record Store Day was hun vlucht naar enige bekendheid. Daarnaast zijn ze live ook een fenomeen. Twee jonge honden (gitarist Wouter Spaens en drummer Minco De Bruin) en twee ervaren muzikanten die al menig watertjes doorzwommen hebben, geven blijkbaar de ideale klik. Ze gingen strak van start. Luc Dufourmont loopt hier iets meer binnen de lijntjes maar hij weet het toch luchtig te houden. De band speelde met plezier en dat straalde af naar het publiek. Ook onderling werden grapjes heen en weer geslingerd. Maar bovenal het optreden was pure rock and roll.
We kregen nu en dan een nieuwe song waaronder het catchy “Discothèque”. Na een fijne set verlieten ze het podium. Enkelen riepen om “Run Run Run”. Ze kwamen terug op het podium om nog twee fijne tracks te spelen maar op “Run Run Run” was het tevergeefs wachten. Wat ook wel te verwachten was van een band als Id!ots.

Beide bands speelden strak en met de nodige zelfrelativering. Een aangename avond.

Review Lode - Ugly Papa’s en Id!ots - Perfect match
Ugly Papa’s - Tijdloze nostalgie
Naar aanleiding van de heruitgave van de bewerking van Johnny Hallydays ‘Ma Guitare’ kwamen de heren van Ugly Papas nog eens het beste van zichzelf geven. Rik De Bruyne (drum), Peppie Pepermans (sax), Dr. Dekerpel (gitaar), Dick Descamps (bas) en Luc himself  waren als vanouds in vorm en legden de lat meters hoog voor het aanstormend geweld van Idiots. Rik mept stoïcijns alles aan flarden  en geeft ons een drumles om u tegen te zeggen , Peppie is zowaar vergroeid met zijn sax en verkoopt ons kippenvelmomenten als zoete broodjes. Dr Dekerpel bedient zijn Telecaster als geen ander en is zoals zijn gitaar in een uitstekende stemming. Alles wordt strak geregisseerd door bassist Dick en tegelijkertijd in gezonde verwarring gebracht door onze eeuwige entertainer Luc. Niemand weet in welk vat met toverdrank hij is gevallen toen hij klein was.
Het resultaat is een tijdloze nostalgische mix van blootvoetse  Balkan en Latijns-Amerikaanse Zappa-eske polonaises als was het een bende straatmuzikanten die volledige metro- en andere stations naar hogere sferen brengt. “Satellites Are Spinning” is de max. Bovendien is Don Van Vliet gereïncarneerd in Mistero Dufo. 
Heren Ugly’s, laat dit alstublieft niet uw laatste optreden zijn.
Afrique/ Etna Vesuvius/Pornografia/Sattelites are Spinning/Chica Ferdy/Magic & Ecstacy/Ma Guitare/Facin' the Crap/Yellow Town

Id!ots - Bleeding Volcano
In Belgie komt topkwaliteit altijd boven drijven, en zo als gewoonlijk is dat in Kortrijk. Zo ook met het niet minder dan geniale ID!OTS, dat werd opgericht in 2012 op een varkensboerderij ergens te velde in Lichtervelde.
Id!ots slagen er maar niet in om een slecht optreden te geven.  Als Mistero Dufo en co het podium bestijgen , dan ontploft het boeltje. Niet meer en niet minder. Luc is al 35 jaar zijn heerlijk gestoorde zelf, zorgt voor stand up bindteksten en is fucking rock ’n roll. Als een ware volksmenner weet hij zijn publiek te bespelen.   De gortige en tijdloze oerrock die Id!ots er met een onuitputtelijke geestdrift door ramden, was nog maar eens gloeiend, razend en bijzonder explosief.
Rauwe lappen proto punk staan op het menu.  Wat een performer, wat een beest. Het wordt verdomme eens hoog tijd dat dit verdomde klotelandje en omstreken deze ‘ugly papa’ eindelijk eens erkent en naar waarde schat. Samen met eeuwig geniale en eeuwig gepassioneerde bassist Dick, alweer in bloedvorm en ooit door kenners terecht gecatapulteerd tot een van de betere bassisten in ons land, een jonge virtuoze gitaargod Wouter en nieuwkomer Minco, die er niet bepaald naast mept, vormt Mistero Dufo dus met ID!OTS de sterkste liveband die onze zakdoek, België genaamd, ooit gekend heeft. En dat is dus geenszins overdreven. Reken daarbij dat ze een lel van een single uit het Ugly Papa verleden hebben afgeleverd - het venijnig beklijvende “Ma Guitare” -  en deze in een heuse thuismatch kwamen voorstellen, en je weet het al: de vonken vlogen er zo wat letterlijk af.  Je hebt constant  het gevoel op een vulkaan te zitten die op het punt staat serieus uit te barsten .
En ja, de ene explosie na de andere volgt. Ernst wordt afgewisseld met puberale teksten. Je hoort meteen wat voor klassemuzikanten aan het werk zijn, en wat ze live allemaal kunnen. Met de vingers in de neus en zonder veel poeha.. Jon Spencer meets Captain Beefheart (Daar is hij weer) . Eat your heart out, Triggers! Watch out Mauro. Van opener “Discotheque” tot en met afsluiter “Norton” viel dit zootje ongeregeld dan ook op geen enkel zwak moment te betrappen. Het heerlijk vettige “Mosquito”, “60 Miles” en de octaver op “The Bill”, en dan nog eens het fantastisch gerecycleerde “Ma Guitare” … Het blijven mijn favorieten.
Alles wordt gedragen door een zeg maar retestrakke bas en drum, het gitaarwerk is perfect explosief en mocht het woord podiumbeest niet bestaan zou het Mistero Dufo heten.
Dit concert zal verdomd lang blijven nazinderen. Festival- en andere organisatoren aller landen, verenigt u en boek idiots.

Lone Wolf/The Office/Discotheque/Lipstick Glamgirl/60 miles/Overrated/Bricks to Dust/Mosquito/The Bill/My Guitare/Albania/Norton

Organisatie: Wilde Westen

Tom Morello

The Atlas Underground

Geschreven door

Dat Tom Morello een eigenzinnige klasse artiest is die zich van niets of niemand iets aantrekt, bewees hij in het verleden voldoende. Zijn medewerking aan legendarische bands als Rage Against The Machine, Audioslave, Prophets of Rage en zoveel meer zijn daar het levende bewijs van. Op 12 oktober bracht Tom Morello zijn ‘solo’-album op de markt genaamd 'The Atlas Underground’. Morello gaat een samenwerking aan met o.a. Knife Party, Bassnectar, Portugal. The Man, Vic Mensa, Marcus Mumford, Steve Aoki, Gary Clark Jr en zoveel meer. Verschillende artiesten uit verschillende genres dus en dat zou kunnen zorgen voor een bijzonder aantrekkelijk meesterwerk. Echter, we blijven wat op onze honger zitten.
Wie had gehoopt op een lekker experimentele rockplaat zal bedrogen uitkomen. Morello gaat wel aan het experimenteren, maar eerder met elektronische muziek. Dat gaat bij fans van Rage Against The Machine en zo zeker zorgen voor gefronste wenkbrauwen. Nu, op zich heb ik daar geen probleem mee. Mijn grootste idool David Bowie heeft nooit anders gedaan dan wegen inslaan die je van hem niet verwacht en kwam daar vaak mee weg. Tom Morello laat zich omringen door kleppers uit die elektronische muziekwereld, maar helaas blijven de meeste samenwerkingen wat hangen in gezapige middelmatigheid.
Songs als “Battle Sirens”, “Rabbit’s Revenge” tot “We Don't Need You” doen ons eerder belanden in een doorsnee discotheek. Lekker uptempo nummers die op de dansheupen werken, dat wel. En toch zitten er een paar songs tussen die ons het beste doen verhopen voor de rest van de plaat. Zoals het aanstekelijke, zelfs wat bevreemdend klinkende “One Nation”. Daar horen we experimentele elektronica in die ons prompt op een raveparty doet terechtkomen. Het eerder dreigende “Vigilante Nocturno” bevat zelfs enkele EBM-invloeden, wat we eveneens kunnen waarderen. Songs als deze hadden er dus meer mogen tussen zitten, naar onze mening.
Laat dit duidelijk zijn; Morello hoeft voor ons geen rockplaat uit te brengen. Maar als hij iets doet met elektronische muziek verwachten we nu eenmaal iets meer dan een doorsnee dansplaat. Van een artiest als Morello verwachten we net door zijn toch eigenzinnige tegen alle heilige huisjes stampende manier van doen uit het verleden gewoon veel meer dan angstvallig binnen de lijntjes kleuren.
En toch, op de dansvloer of eventueel op Tomorrowland zou deze muziek wel eens kunnen zorgen voor een langgerekte raveparty, zoals in de jaren '90. De dansliefhebber die gewoon lekker loos wil gaan op die aanstekelijke beats zal aan de eerder ingenomen kritische noot dan ook geen boodschap hebben. Morello doet gewoon zijn zin, dat rebelse zit er dus zeker in. En daarvoor krijgt hij toch een sterretje meer. De dansschoenen aantrekken en gewoon uit de bol gaan op songs als “Roadrunner”, “Where It's At Ain't What It Is”. Het kan allemaal. Het mag zelfs. Maar hier zat dus gewoon veel meer in dan er echt is uitgekomen.
Ooit was Morello een reden om anarchistische boodschappen te verkondigen. Dat had hij langs deze andere weg ook kunnen doen door eventueel samen te werken met onbekende dj's die kwaliteit afleveren en vooral buiten de lijntjes durven kleuren. Ondanks enkele pogingen in die richting verkiest Morello dat echter niet te doen en dat is een artiest als Morello onwaardig. Een gemiste kans om naast de rock scene ook echt zijn stempel te drukken op de elektronische muziekgebeuren deze plaat. Jammer, maar helaas.

Tracklist: Battle Sirens (4:03) met Knife Party; Rabbit’s Revenge (2:59) met Bassnectar, Big Boi en Killer Mike; Every Step That I Take (3:42) met Portugal. The Man en Whethan; We Don’t Need You (3:03) met Vic Mensa; Find Another Way (4:38) met Marcus Mumford; How Long (4:23) met Steve Aoki en Tim McIlrath; Lucky One (3:32) met K.Flay; One Nation (4:15) met Pretty Lights; Vigilante Nocturno (3:29) met Carl Restivo; Where It’s At Ain’t What It Is (3:38) met Gary Clark Jr. en Nico Stadi; Roadrunner (2:48) met Leikeli47; Lead Poisoning (4:05) met GZA, RZA en Herobust.

Nostoc

Skin In The Game

Geschreven door

De naam van de Limburgse band Nostoc doet een belletje rinkelen? Dat is niet zo verwonderlijk. Deze band werd opgericht in 1992 door de broers Stan en Bart Reekmans. De heren wonnen het befaamde Limburgse Limbomania en vergaarden daardoor enige bekendheid. Echter, na enkele EP's en het album 'Too Big For His Boots' (2002) werd het plots vrij stil rond Nostoc. De broers gingen andere artistieke wegen op, o.m. naar theater en Film. Nu kwam eindelijk een gloednieuwe schijf op de markt: 'Skin In The Game'. We namen dit kleinood onder de loep en zijn heel blij dat Nostoc terugkeerde naar hun roots, de muziek.
In de biografie op de vi.be pagina van Nostoc lezen we het volgende: ''Een mix van opzwepende, filmische rootsmuziek die nu eens klinkt als de rokerige latin van Mink DeVille, dan weer als de swampy blues van Howlin’ Wolf.'' Dat is een stelling waar we ons zeer goed kunnen in vinden. Inderdaad de dampen van aanstekelijke blues komen u tegemoet bij opzwepende songs als “Bobby Wearing Blue” of “Bad Boys Needed”. Anderzijds dompelt Nostoc je onder in adembenemende en meeslepende atmosferen zoals bij “Mean”, een song die van begin tot einde aan je ribben kleeft. Meermaals blijkt dat Nostoc bovendien nog niets van zijn glans heeft verloren, en gelukkig maar.
We voelen ons, met de ogen gesloten, prompt vertoeven in rokerige pubs waar een walm van bluesklanken je tegemoet komt. Bij voorkeur nip je daarbij van een glas whisky en verlaat je de pub met een stralende glimlach, dronken van de drank maar ook door het oorgasme dat je voorgeschoteld kreeg. Terug de koude nacht in, op naar de harde realiteit van het leven. Om maar te zeggen wat een zalig, warm gevoel er over ons heen valt bij de zowel vocale als instrumentale heel filmische songs als “Breaking The Waves”, “The Alley” en “The One Who Won’t Dance”. Eén voor één songs die je verdoven en doen zweven over de dansvloer. In grote mate is dat de verdienste van de broers hun virtuositeit en dat ze vooral niet blues zingen of bespelen. Nee, deze heren leven hun muziek, letterlijk.
Liefhebbers van de betere blues en latin mogen deze schijf zonder morren aanschaffen. Anno 2018 klinkt de muziek van Nostoc nog steeds niet gedateerd. Hartverwarmend, aanstekelijk en voortdurend aan die ribben blijven kleven is de rode draad doorheen 'Skin in the Game'. We hebben er heel lang moeten op wachten, maar het was dat wachten meer dan waard. Zonder meer doet Nostoc blues en latin heropleven en geeft de band deze genres de boots die deze muziekstijl zeer goed kan gebruiken.
Pure klasse! Dat was in 1992 zo, dat blijkt gelukkig nog steeds het geval te zijn.

Tracklist: Bobby Wearing Blue 3:44; Bad Boys Needed 2:39; Ghost Train 3:16; Dreamers Of The Day 4:16; A Traitor's Hymn 3:05; Mad Man 3:16; Mean 3:46; Breaking The Waves 2:35; The Alley 3:36; Don't Mind The Illusion 2:55; The One Who Won't Dance 3:19

Pagina 355 van 965