logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Stereolab

Leffingeleuren 2018 – van 14 t/m 16 september 2018 - Een boeiende driedaagse – Een overzicht

Geschreven door

De nieuwe formule van Leffingeleuren is intussen genoegzaam bekend. Terwijl de meeste bezoekers genieten van het gratis gedeelte met zijn talloze eetkraampjes, het Busker Street podium, straatorkesten en vele dj’s kan de ware muziekliefhebber op zoek naar nieuwe ontdekkingen in de Zaal, het Café of de Kapel. Dit jaar kon je er zelfs de Kerk binnen voor enkele live sessies van het (voor even) her opgegraven radioprogramma ‘Duyster’. Geen risicoloze onderneming om al die nagenoeg onbekende groepen zonder echte publiekstrekker te programmeren maar het blijft een feest voor de muzikale avonturier.
Een verslag van een boeiende driedaagse.

dag 1 – vrijdag 14 september 2018
Mijn parcours begon in de Zaal met het Gentse Public Psyche (het vroegere Rape Blossoms), dat al dan niet onder invloed van #MeToo van naam veranderde. In wat voor een arme wereld leven wij als zelfs een rockband het niet meer aandurft een min of meer controversiële naam te bezigen. Niet alleen de naam veranderde ook de muziek onderging wat wijzigingen.  Zo bleek de gitaar verdwenen, wat meer ruimte liet voor de synths. Meestal een heikel punt voor me maar vreemd genoeg vond ik het hier geen slechte zaak. Geruggensteund door stuwende drums en een bijwijlen funky klinkende bas zorgden ze voor een sound die ruim afstand nam van de doorsnee postpunk waar we tegenwoordig mee overspoeld worden. Maar het blijft postpunk of darkwave of hoe je het ook wilt noemen (niet mijn favoriete genre) en daar hoort ook een zeurende zanger bij. David Defrenne deed het hoogstwaarschijnlijk uitstekend maar van dit soort ijskoude, galmende en naar Robert Smith refererende vocalen moet ik eigenlijk niets hebben. Toch vond ik Public Psyche meer dan een aardige opener.

Na een vluchtige kennismaking via Bandcamp waren mijn verwachtingen voor Boytoy (Brooklyn, New York) flink geslonken. Toch zorgden deze vier pittige jongedames in het Café voor een eerste hoogtepunt. 60’s en 70’s rock, vrij klassiek van snit (even meende ik zelfs een riff van Bad Company te horen) maar ontdaan van elke gram macho vet. Geen spierballengerol op gitaar. Nee, de twee aanwezige exemplaren klonken steeds aanstekelijk en fijnbesnaard. Dat in combinatie met een stel, fijn in elkaar geknutselde, songs zorgde voor een erg gesmaakte set. Zeker te vergelijken met hun stadsgenotes van La Luz maar dan iets minder onderkoeld. La Luz bassiste, Lena Simon, speelt trouwens mee op hun laatste plaat, “Night leaf”.

Lumerians (San Francisco/ Oakland) waren al een tijdje bezig toen ik in de Zaal arriveerde. Er was ons psychedelica, space rock en krautrock beloofd maar ik hoorde ellendige new wave, derderangs Gary Numan. Een ijskoude douche, zo vlak na het begeesterende Boytoy. Nochtans zagen de vier er beeldig uit als glittermonniken met rode lichtjes waar je normaal een stel ogen verwacht. Doodzonde dat de muziek niet mee wou hoewel het op het einde wat beterde. De laatste drie nummers hadden wat meer power en met een beetje goed wil hoorde je zelfs wat Hawkwind invloeden.

Vlug naar de Kapel dan waar ik nog de finale van Why? kon meepikken. Dit viertal uit Cincinnati, Ohio is reeds sinds 1998 actief en heeft een zestal platen gemaakt, waaronder toch enkele parels. Oppernerd Yoni Wolf was helemaal vooraan in de weer op synths en percussie en zorgde voor een wonderlijke combinatie van hiphop, indie en alt rock met een eigenzinnige complexiteit. Uitermate sprankelende nummers werden afgewisseld met enkele kleffe gedrochten. Geen onverdeeld succes.

Hun recente vierde album, ‘Beyondless’, liet het beste verhopen voor Iceage uit Kopenhagen. Veel volk op het podium, het kwartet was aangevuld met een saxofonist en een violist. De punk van weleer was dan ook ver weg. Dit was monumentale, zwalpende rock waarbij zanger Elias Bender Ronnenfelt voor een grote Nick Cave factor zorgde terwijl ook Madrugada om de hoek loerde. Groots en meeslepend maar soms ook vermoeiend door die eindeloze woordenstroom terwijl die extra muzikanten niet altijd voor een verfrissende toets zorgden waardoor de sound soms te dicht geplamuurd klonk.

Intussen was The Oscillation uit Londen al een tijdje bezig in het Café. Meesterbrein Demian Castellanos produceerde er samen met een bassist en een drummer een indrukwekkende en oorverdovende wall of sound. Psychedelische space rock met aanstekelijke grooves volgens het boekje. Liefst van heel dichtbij en zonder reserves te beleven.

Na vijf jaar was de luidste band van New York opnieuw te gast op Leffingeleuren, dit keer met heel wat meer publieke belangstelling. Veel leek er nochtans niet veranderd. A Place To Bury Strangers maakt nog steeds een mix van ziedende noise en shoegaze, alleen oogde het dit keer heel wat spectaculairder. Nog steeds opererend in het donker en de zaal vol mist spuitend , keilde Oliver Ackermann al tijdens het eerste nummer zijn gitaar tweemaal keihard tegen de vlakte waarna hij met een half exemplaar verder moest. Een tijdje later moest het ding er helemaal aan geloven, iets wat bassist Dion Lunadon trouwens ook overkwam. Even is er een moment van rust wanneer drumster Lia Braswell (nieuw in de groep) een nummer solo mag brengen. Welk instrument ze hierbij hanteerde werd me niet duidelijk want qua belichting moesten we het stellen met een zich murw draaiende stroboscoop. Intussen hadden de twee anderen zich ergens midden in de zaal opgesteld voor een wat meer elektronisch intermezzo. Leuk maar het kon toch niet tippen aan de waanzinnige apotheose daarna op het podium waarin A Place To Bury Strangers zichzelf overtreffend alle registers opentrok en bewees veel meer te zijn dan alleen maar een sensationele belevenis.

Door het noodgedwongen afhaken van Ammar 808 verhuisde Donny Benét van het Café naar de Zaal. Een geluk bij een ongeluk, zo bleek, want de man uit Sydney die ooit begon als Tom Jones-coveract liet de zaal vollopen en slaagde er bovendien in om de hele meute aan het dansen te krijgen. En dat met compleet foute italo disco die dan nog eens op tape stond. Erg hip zag hij er trouwens ook niet uit, kaal met een nektapijtje en een pornosnor terwijl zijn danspasjes waarschijnlijk nog dateerden uit zijn Tom Jones periode. Nu, zingen kon hij wel en als een Willy Sommers Pukkelpop op stelten mag zetten heeft deze Donny Benét zeker recht van bestaan. Toch bleef het een vreemd gezicht om al die muzikale fijnproevers, die je toch verwacht op een festival als Leffingeleuren, hier met volle teugen van te zien genieten.

dag 2 – zaterdag 15 september 2018
Zaterdag was wat mij betreft de minst boeiende dag maar dat had alles te maken met die uitgebreide waaier aan stijlen die dit keer wat minder aan mij besteed waren. Toch vielen er voldoende parels te rapen.

Ik begon mijn nieuwe speurtocht bij Hilary Woods (Dublin) in de Kapel. De dame heeft een plaat, ‘Colt’, uit op Sacred Bones Records en dat volstond om mijn aandacht te trekken. Maar het werd een mager beestje. Woods begon op een ruimtelijk klinkende gitaar die ze na twee nummers ruilde voor de piano waardoor de spaarzame aangeklede sound dankzij enkele ingespeelde samples toch wat voller klonk. Dromerige, breekbare songs werd ons deel, niet onaardig maar stiekem hoopte ik ergens dat er eens echt iets ging breken. Later mocht ze het nog eens overdoen bij Duyster in de Kerk.

Op naar de Zaal dan voor Boy Azooga uit Cardiff. Hun plaat heet ‘1,2 Kung Fu!’ en dat zegt voldoende. Banale Britpop, weliswaar met een jeugdig enthousiasme gebracht, die ons naar de bar joeg en waar we helemaal op het einde toch nog een song, die naam waardig, hoorden.

Op zoek naar beterschap bevonden we ons daarna opnieuw in de Kapel voor Cabbage uit Manchester. De vijf lieten meteen een knallende punksong op ons los wat meteen de hoop op een nieuwe Idles deed opflakkeren. Drie nummers lang leek dat ook te kunnen maar daarna verdween al snel die brede grijns van mijn smoel. Cabbage liet die razende punk van het begin voor wat het was en koos voor iets wat op een kruising leek tussen pubrock en boertige pop terwijl ze zich tussendoor ook nog eens vergrepen aan een slechte PiL imitatie. Jammer. Zelfs de perfect als stoorzender fungerende gitarist die voortdurend met technische problemen worstelde bakte er, eenmaal alles op punt stond, niets meer van.

Naar het Café dan voor Bad Breeding, alweer een punkband (dit keer uit het Britse Stevenage), en dat zullen we geweten hebben. Hierbij vergeleken waren de mannen van Cabbage een stel, net de pampers ontgroeide, peuters. Dit was niets ontziende, slopende, noise geïnfecteerde punk op orkaankracht. Brute razernij maar verdomd fijn gespeeld door Matt Tool op gitaar, Charlie Rose op bas en Ashlea Bennett op drums. Voeg daarbij Chris Dodd, een heerlijke, van woede barstende, frontman zoals we die al lang niet meer gezien hadden, en het plaatje is compleet. Niets nieuws, uiteraard niet, maar het leek toch eeuwen geleden dat ik nog dergelijk intense punk gehoord had. Schitterend!

Toen ik vernam dat ook Bob Log III aan de affiche werd toegevoegd moest ik eens ferm geeuwen. Nog maar eens Bob Log, nog maar eens diezelfde trucjes op het podium... en toch had dit fenomeen uit Tucson, Arizona me opnieuw meteen bij de kladden. Nog steeds gehuld in een jumpsuit en voorzien van een motorhelm waarop een telefoonhoorn is gemonteerd was hij met zijn rubberboot helemaal tot in Leffinge gevaren.
Toch kon ik hem betrappen op enkele kleine wijzigingen in zijn show. Een nummer gespeeld met twee vrouwen op zijn knieën was er dit keer niet meer bij (#MeToo?). In de plaats daarvan mocht iedereen die dat wou even op zijn knie plaatsnemen voor een selfie. En dan was er nog een opgeblazen kuip in de vorm van een eend gevuld met “Champagne” die de zaal rondging. Ook eens geproefd maar dat viel behoorlijk tegen.
Vergis je echter niet! Naast al die fratsen is en blijft Bob Log III een erg begenadigd slidegitarist. Aanstekelijke blues georiënteerde nummers, weliswaar met een stofzuigersound, waar het moeilijk stilstaan bij is , zorgden voor een spetterende set. Ik zag de man al ettelijke malen en toch weet hij me nog steeds te verbazen terwijl hij er, zo te zien, zelf ook bijzonder veel zin in had.

Hierna had ik Will Samson, die in het kader van ‘Duyster. Live’ in de Kerk optrad, aangestipt maar zo vlak na het euforische feestje bij Bob Log III was ik niet in staat om meteen de knop om te draaien voor een portie verstilde muziek. Het werd dus een terrasje naast de talloze, exquise eettentjes op de markt in afwachting van Prettiest Eyes in het Café.

Prettiest Eyes is een gezelschap uit Los Angeles, bestaande uit twee Puerto Ricanen en een Mexicaan, dat zijn laatste plaat, ‘Pools’, uitbracht op Castle Face Records, een label waarvan de alomtegenwoordige John Dwyer (Oh Sees) mede-eigenaar is. Die laatste hoort er The Birthday Party in wat me wat ver gezocht lijkt. Ik hoorde hamerende synthpunk met duidelijk Latijns-Amerikaanse sporen gebracht met een ongebreideld enthousiasme waar men alleen maar vrolijk van kon worden. We werden voortdurend uitvoerig bedankt en in al zijn gretigheid viel de zingende drummer, Pachy Garcia, tot tweemaal toe achterover van zijn drumkruk. De wereld leek plots veel mooier.

Mattias De Craene, saxofonist van Nordmann, nodigde voor zijn nieuwe project, MDC III, twee gerespecteerde drummers uit, zijnde Lennert Jacobs (Hong Kong Dong, The Germans, Public Psyche) en Simon Segers (Black Flower, De Beren Gieren, Stadt).
Vreemde bezetting die wonderwel werkte want de Gentenaars zorgden op de valreep nog voor een hoogtepunt. De Craene, voortdurend inventief in de weer op sax en andere blaasinstrumenten waaronder iets dat wel heel hard op een stuk tuinslang leek, leidde ons geholpen door die twee inventieve drummers naar tribale, hypnotiserende sferen in een geheel eigen, betoverend universum waarin het heerlijk verdwalen was. De boeiende Belgische jazzscène blijft ons verrassen.

dag 3 zondag 16 september 2018
Het programma op zondag bulkte van de interessante namen en naarmate de dag vorderde , lukte me het steeds slechter om een spurt van de ene naar de andere locatie in te zetten, om toch maar nog een flard van een optreden mee te pikken. De lijst met gemiste optredens is dan ook niet min: The Devil Makes Three, The Bony King Of Nowhere, Jesse Malin & Chuck Prophet...

Om 14u30 was ik al op post in de Zaal voor Vaudeville Etiquette, een vijftal uit Seattle dat hun naam vond in de titel van een oude stomme film. Gesmaakte americana waarin de twee stemmen (van gitarist Bradley Laina en de voortdurend over het podium dartelende Tayler Lynn) en de pedal steel van Matt Teske het uithangbord vormden. Er mocht één keer jazzy uitgefreakt worden terwijl de gitaar tijdens het nieuwe en heel knappe “Ontario” op zijn Neil Youngs mocht scheuren (had wel meer gemogen).
Vaudeville Etiquette, niets op aan te merken maar ook niet van die aard om zich te onderscheiden van die duizenden andere americanagroepjes.

Toen ik de Kapel binnen stapte waar Swedish Death Candy net begonnen was , vroeg ik me eerst af in welke oorverdovende heksenketel ik nu weer beland was , maar toen mijn oren zich min of meer hadden aangepast kon ik dit bonte stel uit Londen steeds meer waarderen. Zware psychedelische rock die duidelijk schatplichtig was aan (de hardere) Ty Segall en Charlie Moothart en waarin al eens een Black Sabbath riff voorbij zoefde, het had wel wat. Maar de frequent gebruikte hard/zacht afwisselingen waren niet altijd even gelukkig gekozen.

Nog net de drie laatste songs van Michael Nau (uit Maryland) gehoord en die vielen best mee. Erg lofi en laidback, enigszins te vergelijken met Bonnie ‘Prince’ Billy, ook fysiek.

Voor een eerste voltreffer moesten we in de Kapel zijn: Gunn-Truscinski Duo (Brooklyn, N.Y.) maar slechts weinigen zullen dit geweten hebben. Toen de laatste noten uitstierven , was het aantal toeschouwers gereduceerd tot hooguit een twintigtal. Velen kozen wellicht voor een terrasje met die stralende zon terwijl The Devil Makes Three, die zowat gelijktijdig bezig was, dat wel voor een volle zaal deed. Nu maakte Steve Gunn het ons ook niet gemakkelijk. Volledig instrumentaal, langgerekte jams met enkel gitaar en drums en bindteksten die zich beperkten tot ‘thank you’. Maar voor wie zichzelf een beetje een gitaarliefhebber wil noemen is Steve Gunn een godsgeschenk. Zijn gitaar is uit duizenden herkenbaar. Psychedelisch en hypnotiserend, meestal vertrekkend vanuit enkele simpele akkoorden om dan verder een geheel eigenzinnige, complexe koers te varen zonder dat je hem ook maar één luttele seconde op notenneukerij kon betrappen. De zeer bescheiden Gunn schudt het allemaal haast achteloos uit zijn mouw hierbij perfect geruggensteund door een al even bescheiden John Truscinski. Hier krijg ik, echt waar, nooit genoeg van.

Met Male Gaze (San Francisco) stond er opnieuw een exponent van Castle Face Records in het Café, dit keer zelfs eentje met mede-eigenaar Matt Jones in de rangen. Dit uitermate sympathieke trio wankelde voortdurend op de rand tussen harde rock en garagerock. Meestal hard maar met een feeling voor aanstekelijke melodieën. Lang niet alles was even geslaagd maar wie een dergelijk rommelige versie van “Pictures of matchstick men” (Status Quo) brengt krijgt bij mij tonnen krediet. Meer van dat, graag!

Ben Miller zag er wat ruiger uit dan ik verwacht had en ook de muziek van de Ben Miller Band (Joplin, Missouri) klonk een stuk onstuimiger dan op de plaat. De vier serveerden een, tot dansen uitnodigende, mix van delta blues, bluegrass en country waarbij klassiekers als “Black Betty” (Lead Belly) en “John the Revelator” (Blind Willie Johnson) niet gemeden werden. Best te begrijpen dat ZZ Top deze band graag mee op tournee neemt. Opvallende verschijning: violiste Rachel Ammons met haren die bijna tot haar enkels reikten.

Wegens fileleed hadden ze hun afspraak om 15u10 gemist maar het geluk was me welgezind en liet me op het juiste moment aan de grote bar op het marktplein passeren zodat ik The Preacher Men (Gent) dan toch nog aan het werk zag. Zes mannen rond één microfoon: twee resonatorgitaren, één akoestische, een banjo, staande bas en een zanger die zijn schoenen versleet op een chainbox (een bierplateau met een ketting in). Gedreven bluegrass en hillbilly alsof ze het ter plaatse uitvonden met een gedroomde frontman: Boer Stef die zijn teksten telkens met uitvoerige armbewegingen accentueerde. Mooi!

En het werd nog mooier met Amyl & The Sniffers uit Melbourne in de Kapel. Drie jongens met wel erg foute kapsels en een meisje, dat met haar zwarte, hoge laklaarzen ook al niet echt van deze tijd leek, brachten furieuze punk die bezeten was door de geest van de Australische seventies (hard)rock. Anachronistisch, dat zeker en toch klonk dit bijzonder fris. Daar zorgden een juiste no-nonsense attitude, geweldige nummers en vooral Amy Taylor voor. Een klein opdondertje met een krachtige stem, een betoverende glimlach en onvoorspelbaar podiumgedrag waarbij ze zichzelf niet al te serieus nam. Waarmee ik The Sniffers niet in de schaduw wil zetten. Gitarist Dec Martens, bassist Gus Romer en drummer Bryce Wilson wisten verdomd goed waar ze mee bezig waren.
Amyl & The Sniffers waren naast Bad Breeding zonder meer dé revelatie van Leffingeleuren 2018. Hun plaat ’Big Attraction & Giddy up’ (een bundeling van hun eerste twee EP’s) was tot voor kort enkel via dure Australische import verkrijgbaar maar intussen heeft het Britse ‘Damaged Goods Records’ een democratisch geprijsde, Europese versie op de markt gegooid. Mijn exemplaar is al besteld!

Na dit zinderende feestje vond ik nog net genoeg energie om me op te laden voor nog één concertje: Bob Wayne! Aan energie heeft die Bob Wayne trouwens geen gebrek: de zingende stoomfluit was net begonnen aan een nieuwe Europese tour, die hem dit najaar ook naar de N9 brengt, van maar liefst 62 optredens! Het was reeds de vijfde keer dat ik de man, hier opnieuw met een compleet hertimmerde band, aan het werk zag en toch kon ik opnieuw mateloos genieten van zijn outlaw country of hellbilly (zoals hij het zelf noemt) doorspekt van spitante teksten. Heerlijke kerel die zijn white trash afkomst nooit zal verloochenen.
Toen de laatste noten van “Spread my ashes on the highway” waren uitgestorven kon ik enkel tevreden terugblikken op deze drie dagen durende expeditie.
Bedankt Leffingeleuren!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge   

The Kids

The Kids/Naughty Kids (remastered en re-released 40 anniversary edition)

Geschreven door

Iedereen in Vlaanderen kent The Kids. Dat hebben ze te danken aan die punkpop single “There Will Be No Next Time”. Maar velen hiervan zullen waarschijnlijk enkel die song kennen. Dat is zonde want The Kids zijn veel meer dan die ene track. Mensen die echt into punk zijn of waren zullen ook meestal andere nummers als hun favoriet aangeven. Een flink aantal hiervan gaan uit hun gelijknamig debuut komen waar o.a. “This Rock and Roll” (live gecoverd door Metallica tijdens hun laatste tournee), “Bloody Belgium” en “Fascist Cops” op staan. Drie klassiekers binnen het genre. The Kids zijn met deze songs ook meer bekend in het buitenland dan met “There Will Be…”. Liefhebbers van punk rond de wereld dragen hen op handen. Dat zorgt ervoor dat ze tot op heden nog steeds wereldwijd mogen optreden.
Wie had dat gedacht toen de band in 1985 voor een tiental jaren uit elkaar ging? Ik niet meteen maar met de jaren lijken ze groter en belangrijker te zijn geworden. Zonder dat ze nieuw materiaal maken overigens. Il faut le faire.
Starman Records grijpt terug naar hun eerste twee albums en brengt die uit op cd met liner notes van all-time fan Marc Didden. Daarnaast nog twee songs die niet op de albums stonden maar ergens op EP’s en zo. Voor wie niets in huis heeft van The Kids of voor diegene waarvan zijn elpees grijs gedraaid zijn een unieke gelegenheid om dit in huis te halen. Waarom? Ik leg je het hier uit.
Hun debuut uit 1978 dat naar de verrassende naam ‘The Kids’ luisterde werd geproduceerd door niemand minder dan Leo Caerts. Caerts was de bedenker van de wereldhit “Eviva Espana”. Die deed een goede job door The Kids op te nemen zoals ze waren: een rock ’n roll punkband. Er stonden twaalf nummers op waarvan de hierboven eerder genoemde songs. Maar eigenlijk waren het allemaal goeie songs. Scherpe lyrics over het zware bestaan van de arbeidersklasse in die tijd. Snedige en compacte songs met een degelijk refrein. Als toemaatje, de track “No Work” dat hier niet misstaat.
Hun opvolger ‘Naughty Kids’ kwam datzelfde jaar nog uit. Tussendoor was er al een EP verschenen met o.a. ”The City is Dead” op, die hier als bonus werd heropgevist. ‘Naughty Kids’ ging verder op het elan van hun debuut. Dit album was even goed, scherp en snedig als ‘The Kids’. Toch is hij altijd, naar mijn gevoel, een beetje ondergesneeuwd geweest door hun debuut en bevat ze iets minder bekende songs. Maar songs als “Rock Over Belgium”, “Jesus Christ Didn’t Exist”, “No Monarchy” of “Naughty Boys” blijven na al die Jaren nog steeds overeind staan.
Beide albums samen zijn goed voor een uurtje muziek want hun nummers zijn zo bondig en essentieel dat ze, zoals The Ramones, meestal maar twee minuten lang zijn. Ze staan hier op één schijf en dat is geen probleem. De vibes en de sound was grotendeels gelijkaardig. Na deze twee platen begon Mariman wat te experimenteren en te zoeken naar een bredere sound.
Deze release is een mooi eerbetoon aan een Belgische punkband die invloedrijker was dan velen indertijd dachten.

Svein Finnerud Trio

Plastic Sun (reissue)

Geschreven door

Dit is een re-release van een innovatief album op het vlak van genre overschrijdend jazz uit het jaar 1970. ‘Plastic Sun’ was het tweede album van pianist Svein Finnerud, bassist en vocalist Bjornar Andresen en drummer Espen Rud (die we ook kennen van zijn solo albums en andere projecten).
Het album namen ze op in slechts één dag. Desondanks bevat het een breed spectrum aan genres en invloeden. Gaande van funky baswerk en opgewekte pianolijnen, via gospel en folk, tot improvisatie en muziek met vreemde tijden en  toonaarden. Een deel van het materiaal schreven ze zelf terwijl “Cartoon” en “Touching” geschreven werden door Annette Peacock en te vinden zijn op verschillende Paul Bley albums. “Dee Dee” is dan hun versie van Ornette Colemans song.
‘Plastic Sun’ is een innovatief jazz album en een portret van een tijdsgeest. Dit gedurende 35 minuten met genre-overschrijdend, catchy en boeiende jazz muziek. Met de nodige liner-notes in het boekje die meer duiding en uitleg geven over dit album. Ook verkrijgbaar op vinyl.

Farzane Zamen

Z Bent

Geschreven door

Farzane Zamen is een Iraanse zangeres, producer en muzikante. Ze heeft al meer dan 15 albums in de Farsi taal uitgebracht. In Iran, onder de Islamitische wet, is het voor vrouwen verboden om in het openbaar te zingen. Dat maakt dat ze in eigen land ook geen kansen heeft om haar muziek op een podium te brengen of te promoten. Op haar nieuwe mini-cd verbindt ze moderne/western elektronische muziek met Midden-Oosterse geluiden en Arabische elementen. Ditmaal zingt ze ook niet in Farsi maar in het Engels terwijl Habiba Makhlouf Arabische en Franse teksten aanbrengt. Dit om vrouwen in gelijkaardige situaties uit andere moslim landen te kunnen aanspreken. In alles schreeuwen de teksten naar vrijheid van de vrouw en een verzet tegen discriminatie en geweld. Gavin Thomson ( muzikant uit Glasgow) en sound engineer Samuel Smith werkten ook mee aan het album.
Vanwege de inhoud van de teksten is dit reeds een sterk album. Maar muzikaal ook. Heel genietbaar met een typische Oosterse sound maar met voldoende Westerse elementen in om het ook voor Westerlingen genietbaar te maken.
Het geheel klinkt modern zonder zijn roots te verliezen en zonder de boodschap te overschaduwen. Een heel aangenaam mini albumpje.

Darling West

While I Was Asleep

Geschreven door

De laatste twaalf maanden waren volgens de band fantastisch. Sinds hun tweede album ‘Vynil And A Heartache’ hebben over de hele wereld concerten mogen spelen. Ze speelden overal in Noorwegen maar ook op een aantal grote festivals in Amerika zoals Folk Alliance in Kansas City en Americana Fest in Nashville. Ze wonnen in 2017 in eigen land een grammy voor hun tweede album. Sommigen gaan hen misschien al aan het werk hebben gezien want ze stonden begin dit jaar ook op Eurosonic in Groningen.
Toch vonden ze nog tijd en inspiratie om een derde album te maken. Ook deze keer terug gevuld met warme en sfeervolle liedjes met een mix van Americana, Country  en folk. Catchy melodieën en een glasheldere productie zorgen voor de rest. Mocht je zeggen dat het een Amerikaanse band is ik zou het geloven maar het is wel degelijk een Noors trio dat hier internationaal klinkt. Mari heeft een warme en melancholische stem. Daarnaast speelt ze gitaar, harmonica en mandoline.  Tor Egil Kreken bespeelt net als Kjetil gitaar en banjo. Voor het drumwerk, de bassen en andere instrumenten hebben ze gebruik gemaakt van gastmuzikanten. Dat zorgt ervoor dat de songs op veel verschillende manieren ingekleurd werden zonder de basissound uit het oog te verliezen.
‘While I Was Asleep’ is een album waarmee verder hun publiek kunnen mee entertainen en verder uitbouwen. Het is een hoogst aangenaam en hoog kwalitatief album geworden. Je zal misschien denken: Americana, folk en country dat zal wat saai en belegen klinken maar niets is minder waar want ‘While I Was Asleep’ zit boordevol met catchy en aanstekelijke liedjes.

Aiming for Enrike

Las Napalmas

Geschreven door

Een duo dat zorgt voor een instrumentale wervelwind, een excentrieke muziekwereld met een drum, onderling verbonden gitaarversterkers en een rij van lus- en effectpedalen. Muzikaal volgestopt met invloeden en elementen uit jazz, noise, kraut en postpunk. Dat alles zorgt er voor dat je een muzikale explosie te verwerken krijgt. Verantwoordelijk hiervoor is een Noors duo. Origineel zeker en vast. De negen nummers in één keer uitzitten kan er wel voor zorgen dat je wat hyper of overstresst eindigt.
Wanneer je dat aankan en toch nog enkele keren het album wel doorworstelen zal je merken dat er toch behoorlijk wat melodie en structuur achter deze muur van geluid en noise zit. De moeite waard om te beluisteren is “Social Window” met zijn wame synthbass (vermoed ik) en Goose-achtige synthsounds. Op andere songs zijn het dan meer de gitaren waar de nadruk op ligt. Het is wat afhankelijk van de song. In elk geval heel kleurrijke en drukke songs(structuren).
Dit is zeker niet voor iedereen weggelegd. Maar als je voor avontuur, kleur en drukte wil gaan dan moet je ‘Las Napalmas’ eens proberen…en blijven proberen.

The Bony King Of Nowhere

Silent days (single)

Geschreven door

Een gebroken hart en het zoeken naar een nieuwe muzikale richting hebben samen een album opgeleverd dat het officiële volkslied van deze herfst kan worden.
The Bony King Of Nowhere heeft zijn singer-songwritermantel afgelegd en toont op ‘Silent Days’ dat hij ook kan excelleren in arrangementen en sfeerzetting. Gedaan dus met de klassieke songopbouw. Voortaan songs die beelden oproepen van weidse, nazomerse landschappen en druilerige, verloren namiddagen. Er zit een beetje een droefgeestige countryvibe in dit album, zoals de Cowboy Junkies en Bonnie Raitt dat eerder ook hadden. Op “Like Lovers Do” komt The Bony King Of Nowhere zelfs uit in het spoor van The War On Drugs, ook al een band met subtiel-melancholische en lichte country-toetsen.
De stem van frontman Vanparys heeft aan maturiteit gewonnen en dat past perfect in dit plaatje. Het engel/jongensachtige is weg. De teksten zijn deze keer ondergeschikt aan de sfeerzetting van de muziek, al zitten er best nog wel een paar pareltjes tussen die doen denken aan pakweg Leonard Cohen of Tim Hardin. Pas met het tekstvel erbij wordt het helemaal duidelijk dat dit album over een liefdesbreuk gaat. Vanparys heeft zijn gebroken hart iets subtieler verpakt dan Matt Watts, de in ons land wonende Amerikaan die vorig jaar op “How Different It Was When You Were Here” zijn liefdesverdriet in dikke plakken opdiende. Maar de twee albums zitten inzake thema en toon wel heel dicht naast elkaar.
Titeltrack “Silent Days” is een goede inleiding tot deze 2.0-versie van The Bony King, maar de echte goudader zit in het afsluitende trio van dit album: “Through The Night”, “Like Lovers Do” en “Still Around”.
‘Silent Days’ is de perfecte soundtrack voor de donkere maanden die ons staan te wachten.

Black Sun

Grey Clouds

Geschreven door

De Leuvense band Black Sun staat voor grommende, grungy desertstoner met een zanger die het midden houdt tussen Tom Waits en Nick Cave. Dat is een huwelijk dat de mooiste kinderen oplevert als de songs enige vaart krijgen en de aandacht afgeleid wordt van die rauwe brombeer, zoals op “Angel In Grey Clouds” en “The Backyard”. In rustiger tracks wil het ook al eens lukken, als zanger Tijs zich wat inhoudt, zoals op “Lost In A Dream” en “Alone”. Zelf gebruiken ze termen als romantic doom en metallic blues om hun muziek te omschrijven en ook die vlaggen dekken de lading.
Black Sun bracht sinds 2016 elk jaar een volledig album uit en dat is misschien wat te ambitieus. De muzikanten zetten bij elk album wel een stap vooruit en de zanger vindt telkens net iets beter zijn plaats in het groepsgeluid, maar inzake compositie en lyrics trappelt deze band een beetje ter plaatse. Ook de productie is rommelig. Het knalt niet en het klinkt niet vet genoeg. Met een strenge hand die deze Black Sun door hun volgende opnames loodst, komen ze misschien in de buurt van een bluesy Soundgarden of een donkere, kwetsbare versie van Monster Magnet of ASG.
Het akoestische “Sunrise” zou een eye-opener moeten zijn voor Black Sun. Zo lang de versterker op 11 en het fuzzpedaal ingedrukt staan, blijft het zoeken naar het juiste evenwicht, maar met die akoestische gitaar klopt het plaatje met die brommende blues-stem plots helemaal. Meer van dat!

José James

José James celebrates Bill Withers – Lean on me

Geschreven door

Laten we eerlijk zijn: om Bill Withers te coveren moet je balls hebben. José James, die van tevoren steeds had geopperd ooit het oeuvre van Marvin Gay te willen coveren, koos onverwachts toch voor Bill Withers. Verrassend en stoer, maar hoe bracht hij het er van af? Het is hem op het lijf geschreven!

Het begin was meteen al raak: “Ain’t no sunshine when she’s gone” op akoestische gitaar door José James ingeleid. De sfeer was gezet. Waar Bill Withers 28 keer “I know” herhaalt, gaf José James zijn eigen toets aan dit nummer door hetzelfde te doen met “Ain’t no, ain’t no, ain’t no…”. Meteen daarna kwam de herkenbare “Grandma’s Hands”, wat de meesten onder ons wel zullen herkennen als de intro van “No diggity”. Tijdens dit nummer werden we verwend met een ongelooflijke orgelsolo en een solo van de gitarist die je deed denken aan de stijl van David Gilmour tijdens Pulse. Ook José James liet zich even gaan door onverwacht te beginnen beatboxen. Al die extra’s maakten dit optreden van meet af aan tot een ontzettend funky spektakel. Nadien kwam de ene hit na de andere: “Who is he and what is he to you”, “Use me” en uiteraard “Lean on me” met een formidabele solo van de pianist. Het was zo adembenemend dat je jezelf afvroeg waarmee de tweede helft van het programma gevuld zou worden.
Het werd even stil en José James richtte zich tot het publiek om over Bill Withers te vertellen. Hij brak pas door op zijn 32ste en veel van zijn hits schreef hij op akoestische gitaar tussen zijn shifts bij de Weber Aircraft-fabriek, waar hij toiletpotten voor Boeing 747’s in elkaar schroefde. Hij had er dan al negen jaar bij het Amerikaanse leger opzitten én een korte baan als melkboer. Zijn gitaar kocht hij nadat hij soulzanger Lou Rawls er vrouwen mee had zien verleiden. Voor José James was Bill Withers een man van het volk die een tijdloze stempel op de soul heeft gedrukt en hij was trots om hier een nieuwe generatie opnieuw van te mogen laten proeven of in de woorden van José James “the message of Bill to the people”.
Terwijl de muzikanten een pauze namen, leidde de drummer het tweede gedeelte in met een solo van jewelste. Onmogelijk om stil te blijven staan op zo’n ritmes en de overgang naar “When I’m kissing my love” verliep dan ook bijzonder funky. Het hele zachte “Hello like before” brak die sfeer even, maar zonder dat het stoorde en het was de ideale aanloop naar “The same love that made me laugh”, ook bekend(er) in de versies van Diana Ross en Al Jarreau. Met de woorden “this is for the ladies” kondigde José James “Just the two of us” aan en vervolgens het bijzonder vrolijke “Lovely day”. Hij is een charmeur pur sang met alle recht van spreken. Zijn performance en interactie met de overigens geweldige muzikanten op het podium getuigde van grote klasse. Door voor de bisnummers terug te grijpen naar zijn eigen nummers “Trouble” en Come to my door” sloot José James af in stijl.

De artiesten slaagden erin de AB anderhalf uur om te toveren tot een levendige Soul Temple en de krachtige stem van José James tezamen met zijn overtuigende attitude maakte deze hommage puur en geloofwaardig. Het blijft me verbazen dat concerten zoals deze niet uitverkocht zijn, maar waarschijnlijk is dat te wijten aan het feit dat de naambekendheid van Bill Withers totaal niet in verhouding staat met de bekendheid van zijn nummers. Het publiek was daar alleszins niet rouwig om. Je beleefde alles van zo dicht bij mét voldoende ruimte om te dansen, wat maakte dat je nog dubbel zoveel kon opgaan in de muziek. Dus José beloof ons dat je zo blijft verder doen en twijfel niet over Marvin Gay!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Amen Dunes

Amen Dunes - Perfecte muziek voor een mooie late zomeravond

Geschreven door

Wie zin had in een stevige portie feels op één van de laatste zomeravonden in Het DOK, moest zondagavond bij het concert van Amen Dunes zijn. Een gezellige bunker, aangevuld door een tribune en net genoeg staanplaats dat iedereen gezellig tegen elkaar kon keuvelen.

Amen Dunes bewees eerder dit jaar nogmaals dat hij een van de interessantste artiesten van het moment is. Met zijn album ‘Freedom’ presenteerde hij een plaat die zeer pittoresk en warm was. Een ideale plaat om het DOK mee in te palmen.
En dat lukte vanaf minuut 1. McMahon begon zijn set met “Saturdarah”. Een nummer met een zeer afwisselend timbre, dat je meteen deed wegdromen en je raakte tot in het diepste van je hart.
Amen Dunes zijn set was niet enkel rustig. Ook kwamen er af en toe wat groovy stukjes naar voor, die het publiek met kleine pasjes deed dansen. Niet vaak, want merendeels van de set bestond uit rustige nummers die eerder gemaakt waren om uw lief eens goed op vast te pakken, dan te dansen. Dit vooral tijdens het moment waarop Amen Dunes “Swim Up Behind Me” en “Freedom” achter elkaar speelde.
Afsluiten deed McMahon wel met iets meer uptempo nummers. “Calling Paul The Suffering” en “Believe” zijn één van zijn bekendere songs en dat was ook te merken aan de hier en daar meezingende mensen.

Amen Dunes bewees in Het DOK live even moeiteloos als op plaat onder de huid te kunnen kruipen en vervolgens lang na te zinderen. Al voelde de avond door de spaarzame setduur toch ietwat onvolmaakt. Met als artiest zo een catalogus, kon deze set toch net iets langer duren. Voor de rest hoor je ons niet klagen!  

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 370 van 965