logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Gavin Friday - ...

Soul Grip/VVOVNDS

SPLIT ‘12

Geschreven door

In navolging van AmenRa ontstonden met de jaren wel meerder bands en projecten die op dezelfde verschroeiende wijze donkere post metal naar voor brengen, waar het zonlicht geen kans krijgt om te schijnen. Zo is er o.a. Soul Grip, een band uit het Gentse. Hun sound situeert zich voornamelijk in de post-black metal en post-hardcore kringen. De band weet emoties te vermengen met muren van geluid, waardoor het lijkt alsof die gedoodverfde ruiters van de Apocalyps elk moment de wereld zullen doen branden.
VVOVNDS is een Kortijkse band die de uitzonderlijke kunst verstaat om 'chaos' te vervormen tot een duistere, dreigende massa waarbij we vrezen voor ons leven. Schreven we ooit over hun full album Descending Flesh. In 2016 uitgekomen via het label Hypertension Records. Dat beide labels Hypertenstion Records en Consouling Sounds goede vrienden zijn, dat stond in de sterren geschreven. Het resulteert in een bijzonder donkere split van drie songs door Soul Grip en één langgerekte trip van circa vijftien minuten gebracht door VVOVNDS.


Dwaler (Soul Grip) is een vijf minuten durende mokerslag. Alsof je voortdurend met het hoofd tegen de muur van geluid wordt geduwd, en alle emoties tot donkere gedachten ruw uit je hersenpan worden geslagen. Zo voelt deze song aan. Daarmee zij we vertrokken voor een oorverdovende trip, waar het zonlicht geen kans krijgt. Ook bij Abigor en Raudur bewijst Soul Grip meesters te zijn in spelen met donkere emoties. Vooral door geluidsmuren op te trekken die niet alleen die trommelvliezen doen barsten maar ook je ziel vermorzelen door middel van donkere walmen van intensiviteit. Klanken die dan weer je hart door midden scheuren. Binnen dat typische post black tot post hardcore gebeuren is Soul Grip net door die aanpak een toch wel heel bijzondere parel die we moeten koesteren. Met deze drie songs zet de band die stelling nog wat meer in de verf.
VVOVNDS pakt het met on a Noose net iets anders aan. De song komt traag maar dreigend op gang. Als het dreigende geluid van ritselende bladeren bij een wandeling in het donker bos. Voel je met de krop in de keel een al even donkere klauw je de adem ontnemen.  Heel langzaam wordt het geluid niet alleen intensiever, maar worden alle registers naar het einde toe door middel van een ultieme climax gewoon open gegooid. VVOVNDS doet door deze aanpak de meest innerlijke angsten van een mens naar boven komen, binnen een omkadering die dreigt, slaat en uiteindelijk je compleet vermorzelt onder die geluidsmuur. Daardoor ontstaat dan weer een chaos in je hoofd, waardoor je zelfs op deze zonnige dagen enkel maar duisternis ziet en voelt in je hart en ziel. Zonder meer verlegt VVOVNDS dan een grens binnen donkere muziek, waar eigenlijk geen grenzen zijn.
Besluit
Dit split album bewijst nog maar eens dat in ons land parels van artiesten en bands rondlopen binnen dat typische post metal, post hardcore tot post black gebeuren. Zowel Soul Grip als VVOVNDS slaagt erin om de duisternis zo intensief te doen aanvoelen dat je na circa 33 minuten jouw eigen demonen diep in de ogen te kijken, en met het angstzweet op de lippen totaal verweesd achterblijft. Indrukwekkend is daarbij dan ook een understatement.

Tracklist:
Dwaler (Soul Grip) 05:30 Abigor (soul Grip) 05:17 Raudur (Soul Grip) 07:18 On a Noose (VVOVNDS) 14:05

Angelus Apatrida

Cabaret De La Guillotine

Geschreven door


Sinds het verschijnen van het debuut ‘Evil Unleashed’ (2006) heeft Angelus Apatrida zowel op als naast het podium zijn stempel gedrukt op het typische 'Bay Area Thrash metal' gebeuren. Anno 2018 is daar niet veel aan veranderd. Via Century Media Records bracht Angelus Apatrida wederom een nieuwe parel van een thrash metal uit, die wellicht niets of weinig toevoegt aan het gedoodverfde concept. Maar de band staat nog steeds op een eenzame hoogte zijn ding te doen, er valt vanaf begin tot einde geen speld tussen te krijgen.
Dat blijkt al vanaf die eerste song “Sharpen The Guillotine”. Direct de aanhoorder bij de strot grijpen, en doorgaan tot de luisteraar compleet murw is geslagen. Dat was in 2006 de reden waarom we vielen voor dat knallende debuut. Dat is nog steeds het geval. Angelus Apatrida legt de lat zowel instrumentaal als vocaal telkens opnieuw torenhoog. De perfectie wordt dan ook voortdurend overschreden.
Zijn het de vlijmscherpe, strakke gitaarlijnen van Guillermo en David Álvarez of de verschroeiende harde drum salvo's van Víctor Valera. Tot de bulderende vocale aankleding, waarbij Guillermo Izquierdo je letterlijk een spiegel voorhoudt, en de agressie voortdurend als een mokerslag in het gezicht terecht komt. Deze band bezorgt je bij elke song opnieuw die ultieme adrenalinestoot na de andere.
Ook bij daarop volgende kleppers als “Ministry of God”, “The Hum”, “Downfall of the Nation”, telkens grijpt Angelus Apatrida je letterlijk bij het nekvel en gaat als een bulldozer in de menigte. Tot alles plat is gereden, en geen spaander van je hersenpan overblijft. Doorgaans zouden we het feit dat een band steeds diezelfde truc boven haalt , zien als een minpunt. Angelus Apatrida komt hier echter gewoon mee weg. Omdat ze ook nu weer een kwalitatief ijzersterke schijf naar voor brengen die aanvoelt als een mokerslag in het gezicht. Van begin tot einde.
Besluit: Dat de band dat anno 2018 nog steeds op zo een eenzaam hoog niveau, eigenzinnig zijn ding blijft doen en zich van niets of niemand iets aantrekt, daarvoor kunnen we enkel en alleen maar waardering opbrengen. Deze schijf is een zoveelste toevoeging aan een lange reeks uitzonderlijk sterke Thrash metal werk die de band in het verleden reeds uitbracht. En bewijst bovendien dat Angelus Apatrida na al die jaren nog steeds stevig in het zadel zit. Dit ondanks het feit dat de gedoodverfde opvolgers staan te kloppen op de deur. Ze zullen echter nog even hun buurt moeten afwachten.
Tracklist:
Sharpen The Guillotine 06:01  Betrayed 06:06 Ministry Of God 05:00  The Hum 04:26  Downfall Of The Nation 04:50 One Of Us 03:14 The Die Is Cast 05:24 Witching Hour 06:00 Farewell 06:25 Martyrs Of Chicago 05:00

Tangled Thoughts of Leaving

No Tether

Geschreven door

Sedert een zevental jaren zijn deze Australiërs (Perth) bezig en ze zijn reeds vrij actief geweest. Dit is, naast enkele eEP’s, hun derde of vierde album dat ze loslaten op de wereld. Het hangt er een beetje vanaf van wanneer je iets een plaat of een EP noemt. En het moet gezegd worden dat ze voor dit album gezocht hebben naar een verdere evolutie in hun muziek. Wat natuurlijk voor de meeste muzikanten het doel is: je muziek en jezelf als artiest ontwikkelen en verder evolueren. Dat is bij dit viertal zeker het geval.
Als we ‘No Thether’ vergelijken met hun debuut ‘Deaden The Fields’ (2011) dan merken we dat toen nog ruimte was in de songs alsook ruimte voor spielerlei en arty invloeden zoals jazz, pianogeklater etc… Je kreeg de indruk dat ze eens wilden tonen wat ze konden.
Op hun nieuwste album heeft dit plaats gemaakt voor een sound waar alles voller, urgenter en matuurder klinkt. Er komt ook nog nu en dan piano en jazz elementen voorbij maar die zijn meer onderdeel van de totale sound en minder als een arty-farty gegeven.
Maar vooral zijn ze nu meer gebruik gaan maken van drone sounds in hun songs, terugkerende riffs die wat aan doom doen denken en nog een aantal elementen. Bijwijlen is het allemaal nogal duister zoals op “Cavern Ritual”. Het goede is dat ze toch weten te boeien en dat de songs veel details bevatten die je na meerdere beluisteringen blijft ontdekken. “Signal Erosion” begint iets opgewekter en met een hoger tempo waarin de sfeer bepaalt wordt door etherische gitaarklanken (of synthsounds die zo klinken) en fijne baspartijen. Op “Inner Dissonance” komt geritsel en gekraak voorbij met daarop een heerlijke piano en experimentele percussie.
Zo krijgen we zeven verschillende songs die de ene keer meer dan tien minuten lang zijn en de andere keer dan weer maar drie minuten duren.

‘No Tether’ is een volwassen plaat met een indrukwekkend geluid van een band in evolutie. Een zoektocht vastgelegd op plaat. Een nieuw ijkpunt in hun muzikale bestaan.

D.O.A.

Fight Back

Geschreven door

D.O.A., de legendarische punkband uit Canada die eigenhandig het genre hardcore uitgevonden heeft, heeft een nieuw album uit voor hun veertigste verjaardag. ‘Fight Back’ is een stevige brok punkrock geworden. De leeftijd heeft weinig vat op zanger/gitarist Joe ‘Shithead’ Keithley.

Deze punkrockers stammen nog uit de periode dat punk per definitie politiek geladen was en op dit album nemen de Canadezen vooral de Verenigde Staten en hun president op de korrel. De lyrics van openingstrack “You Need An Ass Kickin’ Right Now”, “Killer Cops”, “The Cops Are Coming” en “Just Got Back From The USA” laten weinig aan de verbeelding over. De intro van “Time To Fight Back” had van hun generatiegenoot TV Smith kunnen zijn, al zou die misschien niet zo direct zijn en meer beeldspraak gebruiken.

Evengoed staan er een paar vullers op deze ‘Fight Back’, zoals “We Wont Drink This Piss” (over light-bier) en “The Last Beer”. Leuk, maar ze halen de angel uit de politieke agressie van het album als geheel. Die twee hadden ze beter cadeau gedaan aan de Cosmic Psychos.

“You Can’t Stop Me” (over Reggie Dunlop, een personage uit de ijshockeyfilm Slap Shot), “State Control” en “Gonna Set You Straight” laten de jonge generatie punkrockers horen hoe het moet: snel en snedig, een meebrulbaar refrein, een onderwerp dat ertoe doet en toch catchy. Het is soms wat rommelig en qua productie stelt dit allemaal niet veel voor, maar zo doen ze het bij D.O.A. al veertig jaar.

De verrassingen zitten helemaal op het einde van het album met een cover van Bob Dylan’s “Wanted Man” en het dan toch eens heel raak geproducete “World’s Been Turned Upside Down”, waarop D.O.A. een beetje klinkt als de venijnigste versie van New Model Army.

‘Fight Back’ maakt duidelijk dat D.O.A. nog lang niet uitgezongen is. Punk is niet dood, maar heeft al eens een middagslaapje nodig.

 

Ciska Dhaenens

First Tracks

Geschreven door

Ciska Dhaenens heeft zonet haar eerste tracks op Soundcloud gepost. Ciska is de dochter van Dirk Dhaenens van Derek & The Dirt. Ook Dirk’s zoon Vito is eerder reeds aan zijn muzikale loopbaan begonnen, maar zoon en dochter en dochter en vader liggen ver uit elkaar, muzikaal dan toch.

De intro van “This Love” heeft een paar gitaarakkoorden geleend van “Oh By The Way” van Derek & The Dirt, maar voor de rest van de track gaat Ciska eerder de weg op van Florence & The Machine, High Hi en This Mortal Coil. Ciska heeft niet enkel een stemgeluid dat aansluit op dat van Florence, ook in de sfeer gaat ze in die richting, maar dan minder bombastisch en minder rockend.

“Black Hole” klinkt dan weer eerder als SX, Fortress en Oscar & The Wolf. “Look At The Stars” is heerlijk zweverig, een beetje zoals Dido dat vroeger was. Op deze track krijgt rapper Dankmaster Frank een vrijgeleide, maar hij voegt weinig spannends toe aan het verhaal. Deze song zou zelfs sterker naar voren komen zonder het stukje rap.

“My Sun Went Down” en “Oh My” drijven op een pianoriedel die nu eens opgewekt, dan weer melancholisch klinkt. Toch is het Ciska’s heldere stem die je steeds weer vastgrijpt. Ze heeft het ook in zich om met haar stem heel verschillende klankkleuren en emoties op te roepen. Op “Oh My” staat ze schouder aan schouder met wijlen Dolores O’Riordan (van the Cranberries).

Als bonustrack is er nog de dance-versie van “This Love”.

Deze ‘First Tracks’ vormen een fijn debuut dat nog veel richtingen openlaat.

 

Graspop Metal Meeting 2018 – Graspop XL – 4-daags metalwalhalla

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2018 – Graspop XL – 4-daags metalwalhalla
Graspop Metal Meeting 2018
Festivalterrein
Dessel
2018-06-21 t/m 2018-06-24
Frederik Lambrecht

Graspop XL - Iron Maiden blijft op de troon – ontdekking Zeal & Ardor en Skindred party hard!

dag 1 - donderdag 21 juni 2018: gekte voor een campingplaats !! Guns ’n Roses – less is more

Dit jaar was Graspop een speciale editie, een extra lange om maar te zeggen, met 4 festivaldagen die een headliner met naam hadden om af te sluiten. Dus inderdaad niet zoals voorgaande jaren waarbij ook reeds de donderdag werd opgestart, maar dan vooral met Belgische bands die – al dan niet – hun vuurdoop kregen voor groot publiek. Enkele dagen voor aanvang van het festival werd duidelijk dat alle kaarten werden verkocht en dus ook een primeur voor Graspop dat gans het festivals ‘sold out’ was. Uitverkocht wil helaas ook zeggen, extra organisatie, extra medewerkers, extra parking, extra camping, extra …  waardoor dus ook problemen de kop opstaken. Doordat de campings maar op donderdagvoormiddag de deuren openden, wist de organisatie dat er een immense drukte op hen ging afkomen … het werd enorm moeilijk , chaos, de wachtrijen duurden uren waardoor festivalgangers meer dan een halve dag verloren – rekening houdend met het zoeken van een plekje voor hun tent al dan niet – en de stemming omsloeg onder de gedupeerden. Maar het kon nog erger, want hoe later op de dag, hoe langer de wachtrijen werden, hoe meer gemor en hoe minder plek op de camping, waarbij honderden te horen kregen: sorry, geen plaats meer!. Na enkele uren wachten op een oplossing werd dan maar beslist om de veiligheidswegen wat in te korten om plaats te creëren voor iedere festivalganger. De organisatie heeft hieraan alvast een dik werkpunt. Soit, eind goed al goed, en ondergetekende was net op tijd voor Guns ’n Roses.

GNR had een immense setlist samengesteld in hun ‘Not in this Lifetime Tour’, die op een totale duurtijd van 3,5 uur kwam te staan. Voor ondergetekende duurde deze show dan ook wat te lang, zeker als je de te lange solokunsten van de gitaristen na een tijdje wel had gehoord. Niettemin, opnieuw een show die sterk in elkaar zat, ook al was de stem van Axl Rose in het begin nog niet op toerental gedraaid.
Openen deden ze met “It’s So Easy”, gevolgd door “Mr. Brownstone”, waarbij de schwung er dus nog niet inzat. Bij “Welcome to the Jungle” kwam de strot van Axl veel beter tot zijn recht en het niveau steeg per nummer die volgde! Fans van deze band kwamen niet bedrogen uit alvast…”Estranged”, “Live and Let Die”, ”You Could Be Mine” die door een grote meute van het publiek werd meegekweeld, “Civil War”. Ook de rustigere nummer deden de romantici onder ons blozen met “Don’t Cry” en “November Rain”.
Covers waren ook te ontdekken, met het prachtige “Black Hole Sun” van Soundgarden als eerbetoon aan de overleden zanger Chris Cornell. Mochten ze de setlist een klein beetje ingekort hebben, dan zouden ze de aandacht kunnen houden hebben, maar bij sommigen zag je de vermoeidheid al wat toeslaan.
Al bij al een goeie show, die je kon vergelijken met deze van vorige jaar op de weide van Werchter. Over de vocalen van Axl kan serieus gediscussieerd worden, want ik merkte toch wat sleet erop…gelukkig kon hij terugvallen op zijn mede bandleden. Oh ja, is het nu echt nodig om zoveel tenues aan te trekken Axl?

dag 2 - vrijdag 22 juni 2018: Zeal & Arbor , dé verrassing, dank u Vader en Iron Maiden is oppermachtig

We werden wakker met Diablo Blvd, die een thuismatch mocht spelen en waarbij stand-upper Alex Agnew het bekende gezicht is. Met hun vorig jaar verschenen album getiteld ‘Zero Hour’ stond een resem songs van dit album op de setlist, maar de massa ging toch vooral uit zijn dak met afsluiter ‘Black Heart Bleed’. Mijn inziens mochten ze wat later aan de bak dan dit vroege uur, en zanger Agnew was duidelijk akkoord, want hij riep op om Belgische bands wat minder te bemoederen. Ondertussen hoorde ik het nieuws tijdens het neerschrijven van dit verslag dat ze de handdoek in de ring zullen werpen. Spijtige zaak!

Kleur je graag buiten de lijntjes? Wel, dan moest je present zijn rond 14u in de Metaldome, want daar stond Zeal & Ardor geprogrammeerd. Een combinatie van black metal met donkere gitaarpartijen, progressieve metal en negro spirituals. En wat een dijk van een show zetten de heer Manuel Gagneux neer! Deze show zal nog een tijdje in mijn brein ronddwalen. Zijn rauwe stem gecombineerd met de koorgezangen over slavernij en andere black music elementen klonken woest, oprecht en met de nodige aversie. Topoptreden!

In de Marquee was het de beurt aan de Russen van Arkona…een mix van metal en folk en daarbij de zware strot van frontvrouw Mascha Scream die haar naam dus niet gestolen heeft. Er werd gedanst en er waren vlotte circlepits, maar helaas bleef mij de te luide bas bij die na een tijdje enerverend werd. Ik passeerde daarna nog eens de Metaldome, waar In This Moment hun kunstjes toonde, maar op veel interesse kon dit toch niet rekenen als ik de mensen bestudeerde qua lichaamstaal.

Black metal met Carach Angren, of oude nostalgie met de dames van L7? Ik koos voor het laatste en vond dit vroeger persoonlijk toch beter dan hetgeen ik vandaag aanhoorde. Mensen worden groot zeker ;-) Qua volk viel het al bij al nog mee, dus konden we redelijk dicht staan – uiteraard met een bar in handbereik mijmerend naar vroegere tijden. SepticFlesh die symfonische death metal met doom en gothic invloeden in hun sound verwerkt is een band met technische kwaliteiten! Geen voer voor mensen die old school metal in hun hart dragen, maar de show viel behoorlijk mee. Mijn inziens komen ze wat minder uit de verf live dan op cd. Voor mij gingen nummers “Martyr” en “Enemy of Truth”  er toch vlot in.

Velen stonden al vast geworteld voor de Mainstage voor het optreden van heavy metal band Avenged Sevenfold, die bekendheid verwierven met vooral hun nummer uit game ‘Call of Duty’, maar als je fan bent van Death metal in oervorm, dan stond je naast mij in de Marquee om de Polen van Vader toe te juichen. Als je de eerste 10 meter moet meemoshen, dan betekent het dat de show vol adrenaline en fun zat. De krakers kwamen als een mokerhamer uit de boxen waaronder “Dark Age”, het machtige en vlotte “Wings”, “Decapitated Saints” en de absolute topper “Cold Demons”. Afsluiten werd gedaan met een cover van Slayer – “Raining Blood”. Death metal met hoofdletter D!

En toen, ja, toen was het de beurt aan de beste band van Graspop 2018!! Oké, ik ben uiteraard een die-hard Maiden adept, maar deze show behoort toch tot één der betere die ik al gezien heb. De tonen van “Doctor Doctor” werden aangevat en de weide stond vol van begin tot einde! Vanuit het dak van het podium daalde een replica van een spitfire neer en werd “Aces High” ingezet. Het feestje van ‘Legacy of the Beast’ was begonnen en niemand ging deze Britten – Iron Maiden - onttronen als ultieme heavy metal band. Zanger Bruce Dickinson was in topvorm en zijn stem scheerde hoge toppen, net als de drumpartijen van Nicko en de gitaar- en baskunstjes van Harris, Murry, Smith en Gers.
Een heuse zak met klassiekers werd opengetrokken, maar niet enkel de nummers trokken dus de aandacht. Behalve de spitfire waren ook andere specials aan  set toegevoegd. Denk maar aan vliegenier Bruce, de Vlammenwerper tijdens “Flight of Icarus”, zijn alpenmuts tijdens “Where Eagles Dare” die prachtig uitgevoerd werd, de Belgische vlag tijdens “The Trooper”,  die werd beslecht door de frontman, en zijn habijt tijdens “Sign of the Cross”.
Eddie mocht uiteraard ook niet uitbreken in reuzevorm, wat dus ook het geval was. Deze show zal volgens mij iedereen bekoord hebben, pech voor diegenen die niet bij deze show aanwezig waren!
Shame on You! Eén nummer werd minder goed ontvangen, meer bepaald “For the Greater Good of God” van het mindere album ‘A Matter of Life and Death’.
Voorts waren er dan ook weer verrassingen in de setlist waaronder “The Wicker Man”, “Revelations”, “Where Eagles Dare” en “The Evil that Man Do”. Ooit al een ganse weide horen meebrullen? Welja, tijdens “Fear of the Dark” was dit het geval, zoals ook voorgaande keer. En ja, tijdens “Hallowed be Thy Name” raakte ik mijn stem kwijt…As said: Super, excellent, splendid, …show!

Voor diegenen die nog fut hadden kon je nog kijken naar Parkway Drive of de unieke show van Ayreon, maar na het zien van Maiden kon niks mij meer overtuigen…nog 1 laatste pintje en op naar dag 3 van het festival!

dag 3 - zaterdag 23 juni 2018: Asphyx op niveau Rode Duivels, old school Exodus, gevarieerd Megadeth, sterk Bloodbath, maar ook missers bij Kreator en Marilyn Manson

Op Mainstage 1 openden de Zweden van Backyard Babies – hun vuurdoop trouwens op Graspop – hun set van sleaze rock. Een leuke ontwaker, al werd nog altijd over de puike prestatie van Maiden nagepraat. De stem vond ik nog oké, maar op zich niks nieuws onder de zon. Rond iets na 13u was het tijd voor wat atmosferische black metal. De mannen van Batushka begonnen met een openingsceremonie die voor mij wat de lang aansleepte, maar hierna ging deze antichristelijke muziek toch een versnelling hoger. Na het inademen van de wierook merkte ik alvast op dat de drummer verstopt zat achter een rij ijzeren hekkens en viel op dat de kazuifels de sfeer extra zwartgallig maakten.
De afwisseling tussen screams en Gregoriaanse gezangen kon ik wel smaken, maar deze muziek is alvast niet makkelijke verteerbaar. De set liep op zijn einde en je kon duidelijk merken dat sommigen nog wat in de war waren van wat ze net hadden gezien.

Ik kon nog enkele nummers van het vrouwelijke gezelschap Vixen aanhoren, maar deze rock is volgens mij uitsluitend bestemd voor de oudere generatie die hoogstwaarschijnlijk nostalgische momenten beleefden. Ondertussen waren ook de Rode Duivels enkele Tunesiërs een kopje kleiner aan het maken, maar ondergetekende ging richting Marquee. Tijd voor een potje death/doom metal met jobhopper Martin Van Drunen, vooral bekend vanwege zijn periode in Pestilence en in mindere mate van Hail of Bullets. Maar nu stond alles in het teken van Asphyx. Aftrappen deden we met “Vermin”  van hun debuutplaat ‘The Rack’. Smerige death met een tempo om U tegen te zeggen is wat de aanwezigen tijdens hun set mochten aanhoren. En of deze band enkele lekkere nummers heeft gespeeld: “Death the Brutal Way”, “Deathhammer”, “Wasteland of Terro”  en het vlugge “Scorbutics”.
Maar safe the best for last was hun motto, want “The Rack”  en  Last One on Earth” sloten deze waanzinnige set af. Er werd alvast veel gemoshed en geheadbanged, en dit terwijl duidelijk was dat de Rode Duivels naar de achtste finales mochten op het WK.

Wou je wat zonden opbiechten, dan kon je terecht op de Mainstage voor de Christelijke rock van Skillet, maar helaas voor hen ben ik al een heilig boontje.
 Ik ging naar de oude rotten van Accept en genoot van de klassiekers “Restless and Wild”, het rauwe “Fast as a Shark”, meezinger “Metal Heart”  en het pittige “Balls to the Wall”. Maar het beste nummer van deze set blijft ongetwijfeld “Princess of the Dawn” vandaag dat lekker log klinkt, maar goed meegezongen werd.

Toen brak voor mij een moeilijke keuze aan, want ik moest kiezen tussen ofwel Arch Enemy met de knappe frontvrouw Alissa White-Gluz, ofwel de rechttoe rechtaan thrash metal van veteranen Exodus. Aangezien het al dag 3 zonder vriendin was, kon ik het risico niet nemen en ging ik mijn gram halen bij Exodus. En man, wat een lekkere old school set hadden de mannen uit hun hoed getoverd. Aftrappen deden ze met het minder gekende “Funeral Hymn”  die wat de lang uitgesponnen was, maar daarna werd het kaf van het koren gescheiden. De circlepits overwonnen de stilstaande toeschouwers met “Parasite”, “A Lesson in Violence”, “Blacklist”, “Bonded by Blood”  en meedanser “The Toxic Waltz”. En op het einde werd het startschot gegeven voor een heuse wall of death met “Strike of the Beast”. Neen, Gary Holt werd niet speciaal gemist.

Na deze thrash party was het opnieuw tijd voor die andere klassiekers in de thrash scene. Kreator was aan de beurt op Mainstage 2, helaas niet de show die ik voor ogen had. Er zat te weinig beleving in Mille en co waardoor nummers als “Enemy of God”, en oudje “Pleasure to Kill” te weinig punch bevatten. Ook werd teveel gericht op het album ‘Gods of Violence’ maar werd wel ode gedaan aan de net overleden drummer van Pantera – Vinnie Paul – met het nummer “Fallen Brother”. Neen, slechte show van de Duitsers in mijn ogen!
Ik kon nog een klein half uurtje meepikken van de Zweedse black metalkerels Marduk, waardoor ik zeker de afsluiter “Wolves” van hun album ‘Those of the Unlight’ uit 1993 moet vermelden. Voor wat ik gezien heb was ik zeer tevreden, had ik me maar niet laten vangen door Kreator…

Ik verliet de Marquee en bleef dus niet wachten op de volledige show van At the Gates, maar ging een potjes heavy/thrash metal van Megadeth gaan beluisteren op de Mainstage. Het viel vooral op dat de basdrum van Belgische drummer Dirk Verbeuren redelijk luid in de mix stond, misschien gunden ze hem dit extraatje hehe. De zang van Dave Mustaine is al gans zijn leven niet zijn beste troef, maar who cares als zijn vingers magie uitstralen. Een anderhalf uur durende set kregen we te verwerken met als eerste kanonskogel “Hangar 18’”die ingezet werd. De set werd deftig samengesteld door de mannen waardoor er veel variatie inzat.
“the Conjuring”, “Take No Prisoners”, het vingervlugge “Tornado of Souls” en meezingers “Symphony of Destrucion”  en “Peace Sells”. De verrassing van deze set was dan weer weggelegd voor het nummer “My Last Words”, dat pas sinds 2010 opnieuw live werd gebracht – en dit als eerbetoon voor Vinnie Paul. Een puike show die smaakt naar meer!

De meesten waren naar Dessel afgezakt naar de rock ’n roll van Volbeat, maar ik ging lekker richting de duistere Marquee, want Bloodbath was aan de beurt
J Het was al geleden van 2010 dat deze death metal legende aanwezig was op Graspop en dit zullen we geweten hebben. Met nieuwe zanger Nick Holmes (Paradise Lost) in de gelederen begon de doortocht in hel. “Let the Stillborn Come to Me”, tevens het openingsnummer van hun laatste release “Grand Morbid Funeral” opende de set, waarna het niveau constant excelleerde…Pareltjes waren alvast “Outnumbering the Days”, “So You Die” die op kruissnelheid wordt gespeeld, “Breeding Death” en “Mock the Cross”. Oké, sommige nummers komen beter uit de strot van Mikael Akerfeldt, maar niks kon de pret bederven, zeker niet als hun hit “Eaten” de tent in lichterlaaie zette. Ik weet niet of de fans van Volbeat zich hebben geamuseerd, maar ik was alvast toeschouwer van een vette show.
Hopelijk duurt het niet opnieuw 8 jaar vooraleer ze terug hun opwachting maken. Ik pikte nog een deel van The Pale Emperor aka Marilyn Manson mee, maar gans de show kon hij geen overtuigende indruk nalaten. Spijtig genoeg voor hem stond hij laat op de affiche en dropen velen af. Sommige fans hadden wel de eer om met hem op het podium te staan tijdens “Kill4me”, en daarmee sloot ik festivaldag 3 af.

dag 4 - zondag 24 juni 2018: Pro-Pain steekt de lont aan, Skindred gooit er wat kerosine op en Ozzy probeert de vlam levende te houden

Terwijl liters Aquarius de nadorst proberen tegen te gaan voor velen begeef ik mij rond de middag naar Mainstage 2 alwaar Pro-Pain hun opwachting maakt. De agressieve metal van deze Amerikanen is live altijd een lust voor het oor, lichaam en geest en vandaag was niet anders. Helaas een wat flauwe opkomst voor deze band, maar het deerde Gary en zijn gevolg alvast niet. Ze begonnen met “Unstrained”, gevolgd door het vlugge “Three Minutes Hate” die de eerste crowdsurfers op de been bracht. We gingen een tandje hoger en de circlepits begonnen op te leven met nummers “Un-American”, “Voice of Rebellion” en stamper “Deathwish”. De interactie met het publiek zat snor en het ging harder in de pit met afsluiters “Shine” en “Make War Not Love”. Meeslepend, zoals gewoonlijk!

Op Mainstage 1 begon de Rammstein-kloon Eisbreicher aan hun set. Verwacht hier geen vuurwerk en spektakel, maar gewoon Duitse metal die teveel trekken heeft van hun grote voorbeelden…niks speciaals mijn inziens.
En ik bleef rond de Mainstage hangen, want Powerflo ging eraan beginnen. Een voor mij onbekende naam, maar als je de muzikanten er eens op na screent, dan kom je uit met Sen Dog, bekend van Cypress Hill, Graziadei van Biohazard en bassist Olde Wolders van Fear Factory. Een mix van hardcore en metal met uiteraard de blikvanger  “How it Is”, de cover van Biohazard.
In 2017 werd hun debuutalbum gereleased en dus was de blik vooral op dit album gericht. Leuke show trouwens!
Aan de andere kant stond Billy Talent nog op de affiche, maar behalve zijn hit “Falling Leaves’”kende ik te weinig van deze muzikant…en eerlijk gezegd niet echt een show die mij kon bekoren…

Opnieuw op het hoofdpodium was het later de beurt aan Body Count feat. Ice-T, die direct Slayer-covers ten tonele brachten…met “Raining Blood” en “Postmortem” gaven ze hun eigen afscheidsboodschap aan de thrashers, maar geef mij toch maar de originele versies hehe. Frontman Ice-T barstte van de energie en klonk lekker agressief! Vooral  Ernie C. blonk uit in magistrale snelheidsrecords op zijn gitaar. Ook zijn zoon (Lil Ice) mocht meedoen aan het feestje en het publiek amuseerde zich rot. Hitjes “Body Count” en “Cop Killer” waren toch wel de beste nummers van de set.

Hierna ging ik richting Marquee, waar Carnivore A.D. een nieuwe leven/vorm had gekregen. Alle oude leden stonden op het podium, helaas zonder Peter Steele, die ons te vroeg werd afgenomen. Het was een beetje koffiedik kijken hoe vervanger Baron Misuraca het ervan ging brengen, maar bij openingsnummer “Carnivore” hoorde ik dat het goed zat. Qua uitstraling zou je hem direct kunnen linken naar Peter Steele alvast en de nostalgie borrelde op, vooral Piovanetti amuseerde zich rot en was gepast gekleed (in legeroutfit) voor nummer “Jesus Hitler”. Alvast leuk om deze nummers toch eens live te horen…”Race War” (waar vroeger veel ophef omtrent de teksten was) en “SEX & Violence” sloten deze toffe set af. Opnieuw niet zoveel volk in de tent, maar dit drukte opnieuw de pret niet.

Ik pikte nog een stukje mee van Lacuna Coil, met de bloedmooie zangeres Cristina Scabbia die een streling voor het oog is, maar na een technisch defect tijdens de show, gaf ik er de brui aan en begaf me richting de Metal Dome alwaar Skindred hun opwachting maakte. Skindred speelt metal gecombineerd met reggae en maakte er een leuk feestje van. De toeschouwers werden gedwongen om mee te gaan in het feestje en sprongen van links naar rechts…alsook een sitdown werd aanbevolen door de frontman. Vooral nummer “Kill the Power” bleef mij bij, alsook de sfeer die een soort dance festival uitstraalde. Topoptreden die mij nog lang zal heugen.
Helaas is deze band op cd niet zo’n voltreffer, maar als ze zo’n shows blijven neerzetten, zullen ze mij altijd mogen verwelkomen!

Tijd voor de oudjes, want het was eerst de beurt aan Rob Halford van Judas Priest om hun nieuwste plaat ‘Firepower’ te promoten. De stem van onze Rob was spijtig genoeg niet goed afgestemd en de nummers kwamen hierdoor niet goed uit de verf. Wat mag niet ontbreken bij een optreden van Judas Priest? Juist ja, leder, metal spikes en zijn Harley, en deze maakte zijn intrede tijdens “Freewheel Burning”. Andere toppers waren “Turbo Lover” die door velen werd meegezongen, “You’ve Got Another Thing Coming” (helaas wel een beetje uitgerekt) , “Sinner” en “Hell Bent For Leather”. Tijdens “Painkiller” bleek dat Halford niet meer van de jongste is en hij dus de hoge regionen niet meer haalt, maar deze klassieker blijft toch genieten. Ook afsluiters “Metal Gods”, “Breaking the Law” en “Living After Midnight” hadden nog een verrassing in petto, want hiervoor werd Glenn Tipton het podium op geroepen. Zijn ziekte van Parkinson was duidelijk zichtbaar, maar hij hield zijn kin omhoog en gaf zijn toestemming aan zijn opvolger om Judas Priest levende te houden. Topgebaar voor deze gitarist!

Ozzy Osbourne
mocht Mainstage 1 afsluiten en man, hij kwam het podium opgelopen alsof hij volgepropt zat met testosteron. Zijn ogen schoten vuur en hij trapte af met “Bark at the Moon” die direct vol vuur zat. “Mr. Crowley” schalde over de weide en tijdens dit nummer zag ik veel glimlachende gezichten. Genoeg nummers voor de Prince of Darkness om uit te kiezen maar hij koos toch voor de bekende waaronder “Suicide Solution”, “No More Tears” en “Shot in the Dark”. De energie die hij in het begin had vloeide helaas te vlug uit zijn lichaam, waardoor hij tijdens de solomomenten van gitarist Wylde en drummer Clufetos backstage verdween, om een dik kwartier later terug te komen met nummer “I Don’t Wanna Change the World”. Ook Black Sabbath nummers mochten niet ontbreken en “War Pigs” (blijft toch een fenomenaal nummer), het illustere “Fairies Wear Boots” en uiteraard “Paranoid” stonden dus op de setlist. Hij zei tegen zijn mama: “I’m Coming Home” na topper “Crazy Train” waarbij iedereen meereed en zodoende gingen de lichten op Mainstage 1 voor de laatste keer uit. Benieuwd of hij volgend jaar nog steeds actief zal zijn, maar ik denk dat ik het antwoord al weet haha.

Graspop 2018 was dit jaar dus een deluxe editie en qua toeschouwersaantallen werd deze editie ruimschoots overtroffen, wat dus helaas ook wat problemen opleverde de eerste dag. Ikzelf heb verschillende goeie bands gezien, maar spijtig genoeg ook wat tegenvallers.
Graspop 2019 gaat volgend jaar alvast door op 21 tot en met 23 juni 2019. Tot dan alvast!!

Organisatie: GMM, Dessel

Hellfest 2018 – Een geslaagde 13e editie – Overzicht van de driedaagse

Hellfest 2018 – Een geslaagde 13e editie – Overzicht van de driedaagse
Hellfest 2018
Festivalterrein
Clisson (Fr)
2018-06-22 t/m 2018-06-24
Sam Bruynooghe en Yentl Stée

Zoals de traditie voorschrijft heb ik net zoals mijn voorvaderen de jaarlijkse pelgrimtocht richting het Frans dorp Clisson. Niet om de boel te gaan leegroven zoals mijn voorvaders deden maar omdat daar nu Hellfest is en ik tegelijk ook de boel een beetje kan gaan leegroven. Na enkele uren als sardientjes geplet te zitten konden we eindelijk onze benen strekken en plaats nemen op de camping. Deze was overigens nog altijd zoals andere jaren waarbij het gedeelte naast het festival zelf afgesloten is voor mensen zonder ticket en op de rest kan je vrij kamperen. Het uitdelen van de bandjes kon iets vlotter, we zaten gelukkig dit jaar wel niet enkele uren in de zon te wachten maar slechts een half uur. Het zag er naar uit dat de medewerkers al wat vertrouwder waren met de veranderingen die vorig jaar zijn doorgevoerd.

De Hell-square was uiteraard het eerste dat je ziet als je binnenkomt. Deze was nog steeds zoals vanouds met verschillende winkels, eetkraampjes en een gigantische rij aan arme drommels die uren in de zon staan te wachten om te horen dat de tickets die ze voor het jaar erna verkopen al op zijn. Er was ook zoals vanouds een pre-party in de metalcorner waarvoor ik van de eerste keer ontdekt heb dat er wel degelijk een timetable bestaat van de lokale bandjes die daar mogen spelen en dat ik ze kon reviewen als ik daar zin in had! Helaas was ik nogal lui… Eh, ik probeer het volgend jaar wel nog eens. (Yentl)

dag 1 - vrijdag 22 juni 2018
Na op wonderbaarlijke wijze toch nog vroeg te kunnen opstaan besloot ik maar om al mijn tocht naar het terrein te maken zodat ik wat kon opwarmen en pintjes kopen. Helaas werd mijn plan in de kiem gesmoord door het feit dat we pas om 10u binnen mochten. Ik snap wel dat de opzet van dergelijk festival gigantisch is en dus heel wat voorbereiding vergt, maar het zou wel aangenaam zijn om een half uurtje vroeger binnen te kunnen. Als journalist kon ik gelukkig via een andere ingang naar binnen, maar alle andere bezoekers die door de algemene ingang naar binnen gingen mochten in de zon staan bakken tot ze binnen geraakten en waarschijnlijk al een band gemist hadden.  (Yentl)

Na deze kleine frustratie is ondergetekende er wonderbaarlijk in geslaagd om niet uit protest naar huis te gaan en ben ik dan maar in de Valley beland om daar Fange te aanschouwen. Het plaatsen van deze band moet ook niet echt makkelijk geweest zijn, door hun zeer gebalanceerde mix tussen black metal, hardcore, sludge en een vleugje noise hadden ze makkelijk op zowel de Warzone, Valley en Temple gesmeten kunnen worden. Zelf was ik niet echt gekend met deze Franse band, ze stonden op mijn schema aangeduid omdat ik ze wel nog leuk klinken vond en ze waarschijnlijk wel een goeie opwarmer was voor de rest van de dag. Het feit dat de vocals gebracht werden door Matthias Jungbluth, ondermeer gekend als oprichter van Throatruiner Records en tevens frontman bij Calvaiire, waren ook een leuk pluspunt. Dat gevoel van ‘ah, wat een leuke opener’ veranderde in ongeveer 1.5 seconden in ‘hé, waarom speelt deze band niet overal in ieder kraakpand waar ze shows doen?’ Stevig, duister, pure gecontroleerde chaos,…  Meer kan ik er niet over zeggen. Voor mij was dit een nobele onbekende die gerust een vaste kennis mag worden en ik kijk al uit naar meer. (Yentl)

Na Fange bleven we nog een tijdje in de Valley hangen, want met zo’n opeenvolging van namen had het even goed een festival op zich kunnen zijn. Tijd voor twee uurtjes stoner van Canada’s finest (want zeg nu zelf, wat kan je daar anders doen dan muziek maken en high worden)! Sons Of Otis zette meteen de toon met stevige stonerdoom. Zanger Ken Baluke verkeerde in een constant muzikaal delirium, misschien mede beïnvloed door de dikke wietwalmen die zich door het rookgordijn mengden. Live stonerdoom is niet altijd even gemakkelijk in leven te houden, maar mede dankzij het enthousiasme van bassist Frank Sargeant – die zich in een hardcore band waande – slaagden de Canadezen zeker in hun opzet. Jammer dat deze band zo vroeg geprogrammeerd stond, wat ons betreft had het best wat langer mogen duren! (Sam)

Zodat ik niet de hele tijd weer enkel in de Warzone en de Valley zou wandelen besloot ik eens wat verandering aan te brengen en tot dan toe ook nobele onbekende te gaan bekijken, The Walking Dead Orchestra. Het valt onmiddellijk op dat dit één van de overlevenden is uit de hoogdagen van het deathcore-genre, heel wat bands zijn daarna verdwenen (die bands die eigenlijk gewoon coverbands waren met semi-originele titels). Na die stofwolk gaan liggen was kwamen de overgebleven bands er uit met een volwassener geluid die het genre een stuk interessanter maakten. Daar is The Walking Dead Orchestra ook wel degelijk in geslaagd, muzikaal zijn ze een beetje een bastaardkind van Carnifex en Origin. Tevens waren ze er ook in geslaagd om zonder eigenlijk echt iets nieuws aan te brengen tussen deathcore en technische death metal waardoor ze een overduidelijk eigen sound hebben. Gedurende de show had ik niet het gevoel dat ik naar één of ander slap afkooksel van een betere band stond te luisteren of naar een band die zijn eigen weg nog moet vinden. Deze was al duidelijk aanwezig. Het publiek liet zich alvast stevig gaan en met zo’n temperatuur is dat wel een prestatie. (Yentl)

Spermbirds, met een naam als deze kan je enkel heel goed zijn of zo slecht dat je het kan vermommen als pornogrind. In het geval van deze band is het dus het eerste. Als trouwe fan (ik ken eigenlijk enkel My God Rides a Skateboard) moest ik dus aanwezig zijn als ik zag dat ze op de Warzone speelden. Ik wist niet eens dat ze nog live speelden dus ik was alvast aangenaam verrast. Deze heren lopen al rond sinds 1982 en mag als eens van de grondleggers van hardcore punk gezien worden, bands in dat genre houden het meestal niet echt lang uit. Wat je wel een beetje hebt met oudere hardcore punk bands is dat ze die jeugdige woede, politiek gematigder worden of bang worden van mensen die niet dezelfde huidskleur hebben. In het geval van Spermbirds was dit allesbehalve het geval. Naast de observatie dat Palestina bestaat slaagden ze er ook in om evenveel passie in hun optreden te steken als een groep 16-jarigen met teveel umlauten in hun naam op hun eerste show. Uitschieters van de show waren de klassiekers ‘You’re not a Punk’ & ‘My God Rides a Skateboard’ en dat was niet enkel omdat dat de enige 2 nummers waren die ik kon meezingen. Wel nog sterk dat ze zo vrolijk konden blijven. Het universum heeft nochtans in de tijd rond het optreden z’n stinkende best gedaan om ze zo miserabel mogelijk te maken (op hun facebook kan je het volledige verhaal lezen). (Yentl)

Daarna was het de beurt aan hun land- en zomertourgenoten van Dopethrone. Vincent Houde krabde zich aanvankelijk wat in zijn dreadlocks, want er waren technische problemen met zijn effectpaneel. Eenmaal opgelost, speelden ze echter het zeil va het dak met een technische mix van stoner, sludge (oftewel hun huismerk “slutch”) en moderne metal die nog extra tot haar recht kwam door een killer van een baslijn. Het trio uit Quebec (“TABERNAK!!!”) had er zelf duidelijk veel zin in en genoot zichtbaar. Dat leeftijd geen issue is, werd andermaal bewezen door de drummer, die ronduit een beest is. Houde zelf leek ook wel iets genomen te hebben, ondanks zijn advies aan het publiek om toch vooral geen heroïne te gebruiken. En het publiek? Dat smulde met volle teugen en zwaaide om één of andere reden lustig met een grote dubbeldildo. Verder kwam Fange ook nog eventjes een gastrolletje vervullen en ik moet eerlijk zijn, het had wel degelijk meerwaarde. (Sam)

De aan black en pagan metal gewijde Temple was op dag één ook zeker al een bezoekje waard. De spirituele black metal van het Duitse Schammasch vereerde ons namelijk met een eerder zeldzaam bezoek! De heren moeten het helemaal hebben van het occulte, dus dat gaat ook gepaard met enige vestimentaire praal. Het kwintet was gehuld in priesterachtige zwarte gewaden met goudborduursel, dan er vanop afstand helaas echter nogal verwijfd uitzag. Zanger Christopher Ruf had zijn gezicht voor de gelegenheid met zwarte drab ingesmeerd onder zijn mantel van gouden slangenvel. Verwijfd of niet, de outfit paste wel mooi bij de stijlvolle zwart-met-gouden backdrop vol obscure symbolen, wat het geheel een verfijnd ritueel karakter gaf. Het ceremoniële droop er van af en het publiek deed wat het moest doen, namelijk nors en met gekruiste armen voor zich uit staren, maar tussen de nummers door enthousiast applaudisseren!  Een black metal hoogmis. Jammer dat deze band op klaarlichte dag moest spelen en dat niemand eraan had gedacht de stekker van de erg tacky omgekeerde kruisen van neonlicht uit te trekken wel… (Sam)

Terug naar de Valley dan voor de show van Celeste, die op eigen bodem hoge verwachtingen had gecreëerd. Wat is dat toch met Frans muzikaal chauvinisme, het maakt niet uit of ze het genre goed vinden of niet, zolang het Frans is stromen ze in grote drommen toe om hun landgenoten te bejubelen. Deze keer werden de rangen aangevoerd door een aandoenlijk koppeltje, respectievelijk verkleed als konijn en reusachtige wortel. We kregen in elk geval waar voor ons geld, want Celeste speelde een verdomd stevige set vol hoogtepunten van het sludge en post metalgenre. Kudos ook voor de mannen achter de lichttafel, want met een knappe lichtshow en een slim spel van rook en helder wit licht, hadden we echt het gevoel tussen de wolken te zweven terwijl we van dit celestiale schouwspel genoten! Zeker één van de betere optredens van dag één, deze band zouden we ook wel eens in een zaalshow willen zien. Yentl wou ook nog graag even bijvoegen dat alhoewel het een machtig optreden was het nog veel beter zou zijn als ze hun kwaadaardige fietslichtjes aanhadden zoals gewoonlijk. Ok het was misschien te licht voor het sinister effect te krijgen waarvoor ze gebruikt worden, maar dat zou net grappig zijn verdorie! (Sam)

Het Amerikaanse Bongzilla gooide het over een andere boeg en liet de fancy belichting, rookmachines (ze produceren hun eigen rook) en effectjes thuis. Geen nonsens, enkel de muziek is hier wat telt. Na de zwaarmoedigheid van Celeste was deze set de ideale afwisseling tussen grooven en chillen! Af en toe wat slordig en naar het einde toe een beetje inhoudsloos, maar het publiek genoot. De band is immers pas sinds 2015 opnieuw actief, dus het was een mooie gelegenheid om hen eens aan het werk te zien. (Sam)

Snel naar de Temple stage voor nog een buitenkansje: de Schotse pagan metal van Saor. Entertainers zijn deze stille verlegen jongens echt niet, maar steengoed zijn ze wel! De death metal sound werd gaandeweg steeds meer vervangen door atmosferische black metal en een forse dosis epiek zorgde af en toe zelfs voor een post-rock-achtige vibe! Het langgerekte, emotionele eindnummer Tears Of A Nation zorgde zelfs voor een eerste kippenvelmomentje. Jammer wel dat de fluit niet live werd gespeeld, dat de viool iets te stil stond en dat mastermind Andy Marshall’s zware death metal vocals nogal overheersend waren. Terwijl de geluidsman er een boeltje van maakte, amuseerde de lichtman zich te pletter en wij met hem. Een voltreffer! Zeker een band die je moet checken als je de kans krijgt. (Sam)

Aan een kwaliteitsvol bezoekje aan Meshuggah op de mainstage was geen beginnen met de ondoordringbare horde Fransozen, dus sloten we maar aan bij Mysticum. De Duitse vaders van de industrial black metal zagen het groots, want al van enige afstand zagen we hen hoog boven de massa uittorenen op drie immense voetstukken waar lugubere flikkerende visioenen op werden geprojecteerd. Veel beweging kon er dus noodgedwongen niet inzitten, maar de muziek was op zich zeker energetisch genoeg! Een uur lang compromisloos beuken was de boodschap.  En wie heeft nu nood aan interactie met het publiek, wanneer je er zo grenzeloos evil uitziet? Hun demonische kale schedels blonken op in lager gelegen spots, die langgerekte schaduwen over hun gezichten trokken. Je kon de boosaardigheid echt als een golf op je af voelen komen! Een leuke afwisseling was er wel tussen de twee gitaristen, die beurtelings de vocals voor hun rekening namen. Veel mensen waren met verstomming geslagen door deze memorabele show en de naam Mysticum gonsde achteraf over heel wat lippen in de persruimte. (Sam)

Een andere show die nooit teleurstelt, wordt geleverd door het Ijslandse Solstafir.  Hoe iel, esoterisch en gevoelig zijn muziek ook is, Adalbjörn Tryggvason (rare jongens, die Ijslanders) was in een guitige bui vol knipoogjes, kwinkslagen en gekke smoelen. Hij liet zich zelfs even meedrijven op het publiek, zoals wij meedreven met de muziek. Na publiekslieveling Fjara brulden we en masse de melodie (je mag ook niet teveel verwachten) nog minutenlang mee. En ook al vonden de Ijslanders het vast ook wel dik in orde, we kregen helaas geen herhaling van het kippenvelmoment op Metaldays 2017 waarin ze een exclusieve hommage aan een overleden vriend brachten. (Sam)

Eyehategod aanschouwen is altijd een plezier, zeker nadat dit bijna niet meer mogelijk was. Jaren van ‘zwaar feesten’ had de iconische frontman Mike IX Williams zijn lever gesloopt. Na nuchter te worden kon hij echter een transplantatie krijgen en is hij er terug bovenop gekomen. Beter nog hij staat terug zelf met Eyehategod op het podium na ongeveer een jaar revalideren en doet dit eigenlijk zeer goed. Naast z’n terugkeer ook nog iets anders te vieren aangezien deze legendarische grondleggers van het sludge-genre dit jaar 30 jaar bestaan! De band was hier om dit te vieren en dat is met de muziek van Eyehategod niet zo makkelijk. De nummers gaan immers over onderwerpen zoals armoede, drugsverslaving en misdaad. Toch is ze dit gelukt en het was een waar feest, tegenover hun vorige passage op Hellfest was er dit keer duidelijk meer energie en motivatie aanwezig. Het publiek ging helemaal mee en voor een groot deel van de show was meer dan de helft van de tent 1 pit geworden. Het ziet er naar uit dat ze nog heel wat in hun mars hebben. (Yentl)

De hoeveelste keer is het nu al niet dat ik ze hier review? De 7e of 8e keer? Zoals in iedere andere review kan je deze eigenlijk met een gerust hart overslaan want de inhoud zal toch ongeveer hetzelfde zijn. Er bestaat immers niet zoiets als een slechte Napalm Death-show. Het was snel, hard en jammer genoeg een beetje doorsnee. Het kan persoonlijk zijn, maar terwijl ik ze op vorige shows iedere keer beter zag was het dit keer nogal gewoontjes. Het was een zeer goede show, Napalm Death is immers een geoliede machine die geen fouten kan maken. Dit was ook tegelijk het probleem, het kwam een beetje mechanisch over. Toen ik zei dat je gerust deze review mocht overslaan omdat het toch hetzelfde is zoals andere bedoelde ik dat letterlijk. Er was niets verkeerd aan deze show, maar er is letterlijk geen enkele manier om deze te onderscheiden van hun andere shows. Na dit stukje negatief gedoe, toch blijven ze fantastisch en zou ik met veel plezier deze show opnieuw beleven. (Yentl)

Na al die zware, deprimerende shows sloten we de openingsdag van Hellfest 2018 af met een paar streepjes vrolijke, oppeppende tienerpunk met headliner Rise Against in de Warzone. Zelfs na zo’n intense, warme dag hadden de festivalgangers nog de nodige energie gespaard om nog een laatste keer alles te geven alvorens zich naar hun tenten te slepen. Datzelfde gold ook voor frontman Tim McIlrath, die naast een gouden stem ook uitstekende danspasjes beheerst, en gitarist-annex-duracellkonijn Zach Blair die zijn beenspieren ’s anderendaags wel gevoeld zal hebben. Bij deze band is het moeilijk om te zeggen wat nu eigenlijk géén hitjes zijn, maar ze passeerden in elk geval zowat allemaal de revue: Welcome To The Breakdown, Satellite,  Give It All, Wolves, Savior, People Live Here, Prayer Of The Refugee… Alleen persoonlijke favoriet Paper Wings werd uiteraard overgeslagen (Yentl hebben we huilend op de grond aangetroffen omdat ze Swing Life Away ook niet gespeeld hebben). Op Survivor vond McIlroth het het gepaste moment om een referentie naar de aanslagen in Parijs te maken, waarop het publiek slechts matig reageerde (Fransmannen worden hier niet graag aan herinnerd). Daarbij bleef het echter niet op het vlak van obligatoire politiek correcte oproepen: als Amerikaan maakte McIlroth gebruik van zijn geboorterecht om president Trump in een wel erg cheesy speech min of meer letterlijk een monster te noemen. Wees dus niet verbaasd wanneer de dappere jongen één dezer in Guantanamo opduikt… En om zijn revolutionaire bui kracht bij te zetten, schakelde hij dan maar over op een megafoon om het proletariaat verder op te zwepen. Werken deed het zeker, want niet alleen werd er gecrowdsurfd dat het een lieve lust was, maar ook raakte een crewlid tot twee keer toe dusdanig begeesterd dat hij het podium opstormde om mee te komen vieren, tot hij door zijn bebaarde collega hardhandig backstage werd gesleurd! Je zou denken dat de artiesten dit vervelend vonden, maar het tegendeel was waar! Band content, publiek content, iedereen content. (Sam)

Veel was er die avond niet meer te doen, op een memorabel en spontaan eighties-dansfeest in een partytentje op de camping na

dag 2 -
zaterdag 23 juni 2018
Hoe weet je dat je je dag goed begonnen bent? Dat weet je niet want op een goeie dag wordt je van de eerste keer bewusteloos geklopt door de sloophamer genaamd Monolord. Dit is ongeveer wat er gebeurde op Hellfest op een bloedhete zaterdagochtend. Na een bloedig gevecht om te kijken wie van de sympathieke 2 reviewers Monolord mocht doen kwam er echter geen duidelijke winnaar uit de bus en aangezien beiden van ons dodelijk gewond waren had verder vechten geen nut. We zijn dus maar samen gaan kijken. Sam was gewaarschuwd voor de sloophammer, maar niet voorbereid. Instant kreeg hij die in z’n gezicht (ik ook, maar ik ben al ervaren in sloophamers in’t gezicht krijgen). Terwijl de loodzware bas mijn bewusteloze lichaam in pudding aan het veranderen was stond Sam de iele stem te bewonderen die boven de zware, macabere stonerriffs uitkwam terwijl de riffs insloegen als raketinslagen. Ze mogen maar met 3 zijn maar ze produceren meer geluid dan de rest van Hellfest bij elkaar, dit bereikte z’n hoogtepunt in het midden van de show toen ze hun laatste nummer, je raad het nooit, ‘Empress Rising’ speelden. Terwijl iedereen luidkeels stond mee te zingen om tegen te houden dat je uit elkaar gescheurd zou worden door de belachelijk harde riffs is Sam jammer genoeg overleden. In zijn laatste momenten heeft hij nog iets neergekrabbeld ‘duister seventies Los Angeles gevoel’. Als we ooit achterhalen waar ik zijn lichaam vergeten ben zullen we het op zijn grafsteen zetten. Alle verdere reviews zijn door onze vervangsam geschreven.
(Yentl en †Sam)

Na Sam z’n lichaam eventjes aan de kant te zetten was het tijd om naar de Warzone te gaan voor Get the Shot. Deze razendsnelle hardcore band uit Québec is letterlijk fysiek niet in staat om een saaie show te geven. Op geen enkele seconde was er ook maar iets van stilte op het podium en werd er langs alle kanten gesprongen. Het publiek liet zich ook helemaal aan totdat ze op het ritme van de band zelf zaten. Op dat moment had de Warzone z’n naam niet gestolen. Een leuk weetje! ik wou hier trouwens nog een grappige opmerking over maken, iets met Hegel ofzo, maar helaas ben ik heel erg saai (net zoals Hegel). De frontman is in z’n vrije tijd soms eens professor filosofie aan een universiteit in Québec. (Yentl)

Na het optreden van Solstafir op vrijdag hadden we wel zin gekregen in meer IJslands geweld, dus begaven we ons naar de Temple voor het ons tot nader onbekende Mispyrning. In hun set vol rechttoe-rechtaan black metal (ze waren ook te trve om het publiek ook maar een minuut aan te spreken) voelden we de ruwe Ijslandse wind bijna in ons gezicht, wat nochtans praktisch ware geweest gezien de hitte in de tent. We hadden bijna medelijden met de drummer, die waarschijnlijk in zijn eentje verantwoordelijk is voor de halve IJslandse vleesproductie (wat een BEEST, hij paste zelfs niet in de bebloede witte hemden waarin zijn kompanen zich gehuld hadden!). Naar het einde van de show toe zat hij duidelijk op zijn tandvlees, maar sowieso een sterke prestatie van de hele band. (Sam)

Knocked Loose was de volgende op het lijstje. Als je tijdens deze review zou merken dat ik precies wat biased ben dan heb je 100% gelijk want Knocked Loose is gewoon één van de beste bands op deze planeet. Ze zijn nog niet lang bezig en hebben nog maar enkele splits en twee albums op hun naam, maar Knocked Loose heeft de wereld al reeds weten te veroveren. Hun muziek is een mix van oude en nieuwe elementen waarbij metallic hardcore, metalcore en beatdown zich weten te combineren, dit allemaal is met een crossover-sausje overgoten en al snel heb je plots breakdowns waarop je je oma in’t ziekenhuis zou kloppen. De show was belachelijk goed en daar kon zowel de warmte als het stof niets aan veranderen. Het geluid stond wel ietsje minder en soms verdwenen ze wat in een geluidsbrij. Met nummers zoals ‘The Gospel’, ‘Counting Worms’ en het almachtige ‘All My Friends’ kon echter niets deze show verpesten. Ik ben verwonderd dat we niet de vervangyentl moesten bovenhalen want de muziek gaat misschien hard, maar het publiek nog harder. Dit smaakt zeker naar meer, ik zie het best zitten om vaker luidop ‘ALL MY FRIENDS HAVE PROBLEMS WITH THEMSELVES’ te schreeuwen terwijl ik m’n best doe om niet tot moes geklopt te worden. De volgende keer wel met D.T.A.H. want ik miste dat nummer wel een beetje. (Yentl)

Ik weet het, ik heb het waarschijnlijk al veel vernoemd in m’n reviews maar de Fransen houden echt te hard van hun eigen bands. Het absolute toppunt hiervan kon ik ervaren bij Rise of the Northstar. Ze spelen een combinatie tussen beatdown hardcore en hip-hop. Ze hebben zich hierbij zich sterk laten beïnvloeden door Japanse anime en manga (De naam is een niet zo subtiele referentie naar Fist of the Northstar). Ik zie je al denken ‘maar Yentl, heb je niet al eens een volle Warzone gezien bij een band die buiten Frankrijk misschien 30 man weet aan te trekken?’ Dat klopt oplettende lezer, het verschil is echter dat ik Rise of the Northstar ergens in de buurt in een turnzaaltje heb weten spelen voor 10 man en een paardenkop niet eens erg lang geleden, in Frankrijk staan ze op één van hun grootste festivals op de mainstage en staat die afgeladen vol.  Ok toegegeven, ze zijn een stuk populairder geworden in de laatste jaren maar het was toch een schok. De band zelf leek helemaal niet overdonderd te zijn en voerde hun set sterk uit. Zelf ben ik niet de grootste fan van hun materiaal waarbij het meest echt goed of belachelijk slecht is. Live komen echter alle nummers zeer goed over en ondanks de verzengende hitte was het één van de meest levendige shows die ik al heb mogen meemaken. (Yentl)

Tijd voor één van de meest geanticipeerde bands van deze editie: de heidense Deense horde van Heilung. Best indrukwekkend wat voor een naam ze al voor zich gemaakt hebben, als je weet dat dit na Castlefest, Midgardsblod en Graspop slechts hun vierde live optreden is en de band eigenlijk als uit de hand gelopen grap van bezieler en tattoo-legende Faust gestart is. Bijgevolg stond de tent dus lekker propvol om het openingsritueel waar te nemen. De toewijding aan de heidense tradities blijkt al uit de historische en godsdienstwetenschappelijke accuratesse van dit ritueel, dat alle actoren uit het aardse lostrekt en naar het sacrale brengt. Al vanaf de allereerste noot werd geestdriftig meegeklapt en dankzij de repetitieve trommels en keelzang duurde het niet lang of de hele tent was in een diepe trance. Heilung trakteerde ons op een integrale live versie van Lifa. De sjamanistische gewaden en maskers, de wierrook, de bizarre instrumenten (waaronder mensenbotten), de stem van Maria Franz die moeiteloos de tonen van een fluit imiteert… Het droeg allemaal bij tot het primitieve, uitzinnige sfeertje. Uiteraard was de verschijning van een tiental halfnaakte bebaarde krijgers gewapend met speer en schild de sensatie waar velen naar uitkeken, maar in feite deden ze niet erg veel dan een soort hakka maar dan met speren en een leuk tochtje door de eerste rijen van het publiek. Na het afscheidsritueel om ons terug naar de aardse sfeer te brengen, besluiten we dat het een magische ervaring was. Maar toch niet zo magisch als Wardruna in 2017, misschien door het eenvoudiger decor en het vroege uur… Maar deze band MOET je gewoon gezien hebben, of je nu van pagan houdt of niet! (Sam)

Turnstile mocht mij opnieuw entertainen op de Warzone. Jammer genoeg had ik een beetje hetzelfde probleem bij deze band als op Napalm Death, ze zijn  het zodanig gewoon om altijd goeie shows te spelen dat je ze niet meer opmerkt. Ik heb me kapot geamuseerd en dat gold ook voor de band en het publiek. De frontman besloot zelfs om eens eventjes de hoogte in te klimmen. De verzengende hitte maakte het echter moeilijk kom ten volle te kunnen genieten van de muziek. Goeie show, maar spijtig genoeg niet echt memorabel. (Yentl)

Dat Dalek een grote gok was voor de organisatie is nogal een understatement aangezien de band nauwelijks nog iets met metal te maken heeft maar gewoon pure, duistere hip hop met roots in ambient, donkere metal en dark industrial. Dat gokken soms wel eens mooie prijzen kan opleveren viel op bij Dalek want de tent stond afgeladen vol en de show was ronduit fantastisch. Het kan natuurlijk de weed geweest zijn die in de Valley nogal rijkelijk aanwezig zijn, maar het zag er niet naar uit dat er ook iemand was die het niet naar hun zin hadden. Al snel sloegen zelfs mensen die gewoon op de volgende band aan het wachten waren aan het dansen. Het is moeilijk om te beschrijven, alhoewel ze inderdaad theoretisch weinig met het genre te maken hebben kan je wel perfect horen wat voor invloed het op de muziek had. Als Hellfest nog graag dergelijke groepen wil boeken kan je me altijd heel gelukkig maken met Death Grips of Dalek zelf nog eens. (Yentl)

Ook het Canadese death metalgeweld van Kataklysm is altijd de moeite waard. Nog nooit zagen we zo snel een moshpit losbarsten – al tijdens de gesproken intro “revenge is a dish best served cold”. Meer nog, de moshpit stopte maar niet tot de laatste noten van hetzelfde nummer gespeeld waren. Ze zijn momenteel op tour met het nieuwe album Meditations, dus het hoeft niet te verbazen dat een aantal nieuwe nummers de revue passeerden. Narcissist ging gepaard met een immense wall of death, Guillotine hakte er lustig op in en Outsider werd opgedragen aan de luttele uren eerder overleden Vinnie Paul van Pantera. Dat kon het publiek zeker smaken! Maar eigenlijk was er echt een goede afwisseling van songs uit het volledige oeuvre en mochten ook klassiekers als In Shadows And Dust, Crippled And Broken and As I Slither niet ontbreken. Dit laatste was voor Maurizio het signaal om de security op de proef te stellen met een oproep tot massaal crowdsurfen, maar helaas begrepen de Fransozen hem niet en begonnen ze in de plaats een wall of death, wat natuurlijk geen ideale combinatie is. Grappig dat Maurizio perfect Frans én Engels spreekt en er toch nog misverstanden volgen (klinkt als de beste aflevering van FC de Kampioenen, hands down). Temeer omdat hij eerder in de show de Franstaligen een beetje tegen de Engelstaligen aan het opzetten was, de sloeber. In elk geval amuseerde iedereen zich kostelijk, Maurizio op kop. Voorlopig de beste show die we van Kataklysm al zagen! (Sam)

Naar Children Of Bodom is het altijd wel uitkijken, want deze geschifte Finnen hebben ons nog nooit teleurgesteld. Wel voor alles blijkt een eerste keer te zijn! Leadgitaar en keyboard kwamen afwisselend niet helemaal door, Henkka verdween om de haverklap even backstage om geagiteerd te discussiëren en Alexi was al helemaal niet in vorm, met flarden tekst die werden overgeslagen en crewleden die tussen nummers door geheugensteuntjes kwamen ophangen. Het is een raadsel wat er precies scheelde (Alexi zou nochtans beloofd hebben te kalmeren), maar er was in elk geval iets niet in de haak op het podium… Daniel Freyberg, het nieuwste lid van de Hate Crew, redde de show wel ietwat door een aantal ontzettend vette solo’s neer te poten (bijvoorbeeld op Angels Don’t Kill). Maar goed, kan gebeuren, ondanks alles een goede set met ongeveer drie oude nummers voor elk nieuw nummer (ze weten ook heus wel dat niemand hun nieuwe werk nog de moeite vindt). Het meest storende was echter het totaal respectloze gedrag van een groot deel van een publiek, dat zich geen zier aantrok van de ongeschreven regels van de metalwereld. Moshen doe je vooraan, je plet geen vijftigjarigen tegen de PA-toren en bier drink je op in plaats van volle kannen van drie liter het zwerk in te katapulteren. Ik had niet gedacht dat het ooit zover zou komen, maar ik moet bekennen dat ik voor het eerst in mijn leven ben weggegaan voor het einde van een CoB-show omdat ik me teveel stoorde aan het puberaal gedrag van onbenullige mainstage ettertjes. Helaas ging daarom ook de show van Watain aan me voorbij, maar ik was op tijd terug in niet met bier doordrenkte kleren om de Amerikaanse avant-garde sludge legenden van Neurosis nog mee te pikken. (Sam)

Neurosis schilderde voor ons een spookachtig auditief schilderij met maniakale uitspattingen. Noah Landis mishandelde de electronics met volle vuisten als een ontspoorde psychoot en Steve Von Till brulde, tierde en krijste op een manier die Dani Filth beschaamd terug naar zijn kelder gejaagd zou hebben.  Dit is ook zo’n band die live tien keer meer overtuigt dan op albums. Neurosis is een sluimerend beest, een dolle hond die waanzin opbouwt en opbouwt tot het naar alle kanten explodeert wanneer je even niet op je hoede bent. (Sam)

Dat de show van Hatebreed in de Warzone goed was, daar zullen we maar van uitgaan, want we werden teveel afgeleid door een hilarische dronken senior die er van overtuigd was dat we muzikanten van één of andere band waren, een illusie die we uiteraard maar al te graag in stand hielden. Si vous lisez ceci: salut Bertrand! En aangezien we toch al met de lokale bevolking aan het socializen waren, besloten we maar naar de camping te gaan en getuige te zijn van die grote doch bijzonder primitieve Hellfest-traditie: de Concours de Caddy, oftewel om ter hardst met twee winkelwagentjes op elkaar inrammen tot er iemand op de grond ligt. Epiek verzekerd! (Sam)

dag 3 - zondag 24 juni 2018
De ochtend beginnen met een mengeling tussen post-black metal, powerviolence, mathcore en hardcore klinkt nu niet echt als een goeie keuze en eerder als een recept om al van sochtends vroeg in de EHBO te liggen. Helaas sta ik niet gekend voor mijn logisch redeneervermogen en beslissingscapaciteiten dus uiteraard vond ik dit een goed idee. Ik kwam miserabel buiten, niet omdat de muziek slecht was maar wel omdat deze me diep geraakt heeft. Een label op Plebeian Grandstand plakken is nu niet echt makkelijk, er zit een beetje van alles in. Hetgene wat alle invloeden wel gelijk hebben is dat ze een puur negatieve geestestoestand als inspiratiebron gebruiken. Bijgevolg is dit ook geen trve kvlt band die alle demonen in de hel bij naam kent of referenties naar donkere periodes in de menselijke geschiedenis verwijst. Dit gaat dieper, puurder en harder. Het verwijst gewoon naar pure menselijke mentale pijn, ongeacht de oorsprong. De kans bestaat ook dat ik het veel te diep interpreteer en dat ze eigenlijk een nieuw soort deo probeerden te verkopen. Depressief voor de rest van de dag is altijd een mooie manier om je dag te starten. (Yentl)

Aangezien ik nu toch al miserabel was kon ik maar beter de muziek passend maken en besloot ik maar om Au-Dessus te beluisteren. Ze hadden even veel verschillen als gelijkenissen met de vorige plak miserie waardoor ze dus naadloos op elkaar aansloten. Ze beroepen zich ook op een unieke vorm van black metal, maar waar Plebeian Grandstand de ruigere kant ging opzoeken koos Au-Dessus voor wat meer post-black metal met een stevige psychedelische inslag. Het resultaat hiervan is dat het niet lang duurt voor je in een lange trance valt en eenmaal je er uit ontwaakt ben je terug thuis en een Hellfest-review aan het schrijven. Voor wie interesse heeft kan ik zeker hun albums aanraden. Je zal een beter idee krijgen van hoe het live is dan van mijn review. (Yentl)

Gedurende mijn steeds dieper wordende depressie na die bandjes vol vreugde die ik net gezien had en alle zin voor het leven verloren had besefte ik ineens dat ik iets extreem belangrijk vergeten was. Er is een genre genaamd grindcore en ik ben misschien 1 of 2 bands deze keer gaan checken op Hellfest. Zonde! Tijd om het goed te maken en naar Rotten Sound te gaan dus! Al van 1996 gaan ze volledig los en er lijkt maar geen sleet op de band te komen. Het publiek daarentegen komt niet zonder wat schade van hun optredens. Hun muziek immers de harde, smerige blauwdruk van een goeie grindcoreband. Indien ik een verantwoordelijke journalist was zou ik nauwkeurig onderzoek doen en alle nummers die ze gespeeld hebben in die 40 minuten oplijsten. Ik ben dat niet en zelfs al was ik het zou waarschijnlijk ¾ van mijn review de setlist van Rotten Sound zijn. Laten we het er dus maar op houden dat Rotten Sound speelde zoals het moest, zichzelf niet te serieus nemen en er volledig voor gaan. Ik moet wel toegeven, mijn depressieve bui verdween als sneeuw voor de zon. Nu was ik gewoon boos zoals gewoonlijk. (Yentl)

Ook op zondag bevond zich een behoorlijke legende in de Valley: de Britse Doomband Warning onder leiding van Patrick Walker. Officieel had dit optreden zelfs nooit mogen plaatsvinden, want de band werd al in 2009 opgeheven om vorig jaar nog éénmalig te touren met Watchting From A Distance. De Britten hebben blijkbaar weer de smaak te pakken, want hier staan ze weer! Vreemd genoeg trokken ze minder volk naar de tent als verwacht, maar misschien had het ongoddelijk vroege uur op de derde dag van het festival er ook wel iets mee te maken. Het leeuwendeel van het volk dat wel kwam opdagen, lag languit en met gesloten ogen verspreid over de tent. Het lijkt misschien een beetje vreemd voor buitenstaanders, maar op dit soort genres kan het wel nog door de beugel (elke tien seconden werd er toch minstens één noot gespeeld). Walker kwam verlegen zwaaiend het podium op, om zich daarna volledig in zijn eigen dromerige wereld te verliezen. In tegenstelling tot de meest onverschillige bassist aller tijden – live a little, Wayne – zat Pat helemaal in the zone. Desondanks was het een goede, maar erg statische show… Één en ander had al verholpen kunnen worden door misschien iets meer belichting, decoratie en kledij die er niet uitziet alsof je gaat brunchen met je schoonmoeder. (Sam)

Onmiddellijk maakten we de verhuis naar de Temple-stage om daar The Great Old Ones te aanschouwen. Ik zag het al helemaal zitten want omdat ik een gigantisch warhoofd ben verwarde ik ze met Jess and The Ancient Ones. Ik had nogal vrij snel door dat ik gemist was aangezien in plaats van zweverige occulte rock kreeg ik de volledige woede van Abholos tot Zvilpogghua over me heen kreeg in de vorm van ronduit smerige post-black metal. Vervangsam was ook aanwezig en we waren samen behoorlijk onder de indruk, de muziek zelf was fantastisch maar ze wisten ook iets van podiumbekleding. Zelf waren ze in simpele zwarte rituele gewaden gehuld en overal rondom zag je de tentakels van de grote ouderen neerdalen op onze zwakke menselijke psyche om verboden kennis te tonen. Het kan ook zijn dat ik per ongeluk ayahuasca had gedronken en het wat slecht aan het gaan was, maar ik ben toch vrij zeker dat extra-dimensionale wezens die onze wereld infecteren iets waarschijnlijker.
(Yentl en vervangsam)

Aangezien ik goed geslapen had en zowel suïcidaal depressief als manisch agressief was geweest die dag betekende dat ik veel bands achter elkaar kon gaan bekijken. Nog een geluk dat die verboden kennis een stuk minder erg is dan je zou denken want er werd me gewoon aangeraden om Grave Pleasures te gaan bekijken. Bedank Tru’nembra! Voor wie de naam niets zegt, ze stonden vroeger gekend als Beastmilk alhoewel de nieuwe naam toch wat beter past. Als je nu nog steeds niet weet over wie ik het heb is er iets mis met je en moet je overduidelijk jezelf opsluiten met hun albums als boetedoening. Ze zijn zowat het beste dat er binnen de post-punk rondloopt en weten het gevoel dat het genre probeert te uitten perfect vast te leggen. Een neerslachtige, maar dromerige roes daalde neer over het publiek terwijl de melancholische nummers van de band ons de leegte in sleepte. Fantastisch toch! (Yentl)

Voor de fans van folk metal was de show van Manegarm ongetwijfeld een van de beste van het festival. Live kan je ze slechts sporadisch aan het werk zien, dus konden de Zweden op veel interesse rekenen bij onze zuiderburen. Het was zelfs ronduit verwonderlijk hoeveel Fransen, die categorisch weigeren om andere talen dan Frans te spreken, opeens luidkeels in het Zweeds konden meebrullen! Natuurlijk leenden de trage, epische meezingers zich hier uitstekend voor, zowel op als voor het podium. De melodieën zijn zo opgebouwd dat het eigenlijk niet uitmaakt of je de woorden kent, meezingen kan je sowieso. Deze show had alles wat een perfecte pagan metal show definieert (ook al had die viool iets meer mogen doorklinken). Het leukste was misschien nog hoe het publiek de respectloze idioten van bij Children Of Bodom eens toonde hoe je uitleven op metal er écht aan toe hoort te gaan. Het begon als het schattigste kleine moshpitje en een paar walls of death, maar tegelijk was er ook ruimte voor de mensen die besloten dat het een goed idee was om in de pit te gaan stijldansen. Al dat jolijt zorgde voor een immense stofwolk, maar het was de stoflong meer dan waard. De toppers waren Nattsjäll Drömsjäll en uiteraard Odin Owns Ye All, maar ook afsluiter Hemfärd was onvergetelijk toen de eerste tien rijen spontaan besloten op de grond te gaan zitten en de vikingen massaal naar huis te roeien. Manegarm zorgde zonder twijfel voor één van de grootste, beste, meest respectvolle feestjes van het festival. (Sam)

Ook het Poolse cultgezelschap Batouchka gaf één van hun beste shows tot dusver ten beste, en dat zeggen we niet alleen omdat we bij 30°C wel medelijden hadden met de habijtdragende Orthodoxen. Zoals steeds waren zowel kostuums als podium mooi verzorgd in Russisch-Orthodoxe stijl, wat mooi de toon zette voor de dramatische entree met het ronddragen van de relieken. Op een bodem van dikke nevel droop liturgische er van af en zelfs de statigheid van de “voorganger” achter zijn pupiter had zeker iets passend. Niet iedereen houdt van al die poespas, maar muzikaal was er niet veel op aan te merken (behalve dat gregoriaanse gezangen beter tot hun recht komen als je met meer dan drie man bent). Wie deze band nog niet live aan het werk zag, haast zich maar beter, want volgens onze charmante Poolse gidse zullen ze er na amper één album (en zowat vijfendertig verschillende t-shirt-ontwerpen) al de brui aan geven. Nog volgens de gidse kent iedereen in de Poolse black metal scene hen persoonlijk en is opvolging verzekerd, dus niet getreurd! (Sam)

Op elk festival zijn er een paar shows die waarlijk memorabel zijn. De set van Baroness was er zo één van! Wat als een absolute nachtmerrie begon, ontplooide zich al snel tot één van de meest wonderlijke ervaringen in hun carrière. Rond het middaguur kreeg de drummer namelijk slecht nieuws van het thuisfront, waardoor hij zich voor een dringend familiaal noodgeval gedwongen zag stante pede terug naar de States te vertrekken. Even zag het er naar uit dat Baroness zou cancellen, maar dat wilden ze de fans niet aandoen. In plaats daarvan zochten ze snel twee geleende akoestische gitaren en repeteerden ze zich zes uur aan een stuk te pletter om hun versterkte set naar een even lange én akoestische set om te zetten. Het resultaat: verbaasde gezichten toen slechts twee gitaristen en een pianist het sobere podium betraden. Eenmaal de situatie werd uitgelegd en de eerste tonen weerklonken, werden de artiesten overweldigd door de ene golf van sympathie en respect na de andere. Zonder overdrijven denken we dat geen enkele andere band na elk nummer zoveel oprecht applaus en gejuich in ontvangst mocht nemen. Wie hen nog niet kende, was nu wel overtuigd van hun kunde en voor de bestaande fans werd het een ongezien exclusieve aangelegenheid waar ze nog meermaals natte dromen van zullen hebben. Het constant ritmisch meeklappen met de muziek was voor de artiesten een hart onder de riem “thank you for being our drums tonight”. Het was ook onzettend schattig hou ze zich zenuwachtig staande probeerden te houden met gestamelde opvulteksten terwijl ze hun geleende gitaren stemden, maar het publiek smulde er van. Baroness, of hoe je van de nood een deugd maakt en in één klap tientallen nieuwe fans maakt! (Sam)

De vaders van de melodische death metal At The Gates hakten er naar goede gewoonte weer met de botte bijl op in. Met een zanger die maar blijft vergeten dat hij eigenlijk te oud is voor dit soort shit, zijn zij misschien het beste voorbeeld van de “nie neute, nie pleuje” mentaliteit die intussen bij veel mensen heerste: na elk trager, melodisch, vermoeid stuk volgde er weer een compromisloze beukpartij. De meeste nummers kwamen van de laatste twee albums At War With Reality en To Drink From The Night Itself, wat mijn persoonlijke voorkeur wel wegdraagt. Zelf waren ze blijkbaar verbaasd over hun populariteit, want zanger Tomas Lindberg grapte nog “you DO realise that Maiden is playing right now, right?”.  (Sam)

De perfecte afsluiter voor Hellfest 2018 was Carpenter Brut, of waar synthwave en metal elkaar tegenkomen. Een Franse topartiest die het grootste Franse metalfestival afsluit, dat vraagt om een legendarisch feestje! De show was dan ook af, met een heerlijk foute slideshow aan eighties filmpjes, gaande van bizarre horror-erotica over Evil Knievel, promotiecampagnes tegen satanisme en krantenkoppen over seriemoordenaars. Het geheel baadde in een sterke The A-team/Pokémon/Power Rangers vibe, en op termijn ook in bier. Op afsluiter Maniac ging het dak van de tent en danste en schreeuwde iedereen mee, willen of niet. Moe maar tevreden strompelden we achteraf naar de camping om de laatste resten van de alcoholvoorraad leeg te slurpen, na te praten over onze belevenissen en onze nieuwe vrienden uit te wuiven. Dag Hellfest, tot in 2019! (Sam)

Normaal gingen hier nog een paar reviews van mijn hand staan, jammer genoeg heeft Amenra ze niet enkel naar huis gespeeld maar ze volledig uit het bestaan weggewist. Als je dus plots niets hoort wanneer je een bepaald album oplegt en de naam geen enkele herinneringen oproept, dat is Amenra’s schuld. Ik ben nogal gebiased als ik deze band moet reviewen want ik heb een sterke emotionele band met deze band. Uiteraard wil dit dus zeggen dat ik van voor in het midden mezelf ben gaan barricaderen en er niemand nog langs mocht. Ik had wel een klein beetje angst voor de show, Amenra is een belevenis. Niet zomaar een band die je eventjes gaat bekijken op een festival. Meestal is hun show dan ook maar een schaduw van wat het kan zijn. Jammer genoeg was dit ook het geval op Hellfest. Dit lag niet aan de band zelf maar eerder aan het publiek. De band deed enorm z’n best en ik was m’n best aan het doen om me te concentreren op wenen en mentale schade oplopen. Luidruchtige Fransen die de hele show door stonden te praten maakten dat echter moeilijk. Spijtig,… Hopelijk zie ik ze binnenkort eens in betere omstandigheden. Het was trouwens geen slechte show, het was de beste show op Hellfest. Het kon gewoon veel beter. (Yentl)

Was deze editie van Hellfest geslaagd? Wees daar maar zeker van! Veel kleine ergernissen die ik de vorige jaren had lijken opgelost te zijn. Het uitdelen van de bandjes kan wel nog steeds vlotter, ok ik besef dat het zeer veel mensen zijn waardoor het moeilijk wordt om zoiets in 5 minuten gedaan te krijgen maar iets van afdekking zodat de wachtenden niet constant in de zon moeten staan zou wel een leuk idee zijn. (Zet er nog een bar en je kan zelfs nog wat verkopen).
Daarnaast zijn ze eindelijk van dat vreselijke systeem met die cashless kaarten af, PRAISE THE LORD! In plaats daarvan wordt er gebruik gemaakt van de chip die in je bandje zit waardoor ik dus dit keer niet m’n geld kon kwijtraken. Aangezien er toch naar mijn suggesties geluisterd wordt , stel ik voor om gratis drank en eten voor de pers te voorzien, ik snap wel dat dat vrij duur is maar als het enkel voor mezelf is ben ik ook al tevreden.

Tevens hebben ze ook een handige nieuwe manier om je bandje van wat geld te voorzien, nu kan je via een app dit doen. Super handig, maar het zou ook leuk zijn als ze een andere manier naast enkel creditcard kunnen voorzien. Niet iedereen heeft immers zo’n ding waardoor ze al snel uit de boot vallen en aangezien die rekening ook pas achteraf komt kan dit wel een probleem zijn voor mensen die het wat moeilijker hebben om hun financiën stabiel te houden.
Ten slotte zijn er nu ook aan de mainstages zeer grote bogen waar er koud water komt uitgespoten als de bewegingssensor geactiveerd wordt, dit is ook een uiterst goed idee! Alhoewel je als journalist/VIP/artiest/… makkelijk kon verfrissen was dit altijd wat moeilijker voor mensen met een regulier ticket, de enige optie waren die kraantjes waar er ongeveer even veel druk op het water zat als op de blaas van iemand met een 30 jaar lange ketamine verslaving.
Zowel vervangsam als ik zijn er van overtuigd dat Hellfest ons volgend jaar terug ziet indien de wereld dan nog niet ontploft is. (Yentl)

Hellfest – www.hellfest.fr

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2018/
Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

 

Deap Vally

Deap Vally - Power en attitude

Geschreven door

In 2013 kocht ik ‘Sistrionix’, de debuutplaat van Deap Vally, en dat was niet meteen mijn meest briljante aankoop want het ding verdween al snel in de achterste regionen van mijn collectie. Een derderangs versie van The Kills of zoiets, dacht ik toen. Ik was ze allang vergeten maar plots komen ze dan naar De Zwerver, een ideale stek voor een avondje zweterige rock-‘n-roll en kan ik het toch niet laten om even poolshoogte te nemen. Wie weet gaf dit live misschien wel meer vonken (hun twee passages op Dour bleven trouwens niet onopgemerkt) en anders zat ik me toch maar suf te staren naar dat eindeloze voetbal op TV …

Ik moet toegeven dat ik met een zekere negatieve vooringenomenheid in De Zwerver arriveerde en toen de twee dames uit Los Angeles eraan begonnen leek die alleen maar bevestigd te zullen worden. Wat was dat schrikken. Lindsey Troy zong alsof ze bij een seventies hardrockband solliciteerde terwijl de tweede stem van Julie Edwards zo expressieloos klonk dat ze zelfs op een vrij podium door de mand zou vallen. Tot overmaat van ramp leken de twee naast elkaar te spelen terwijl hun technische bagage, zowel op gitaar als drums, niet bepaald indrukwekkend was. Nadat ze wat overmoedig Jimi Hendrix als openingstune door de boxen hadden laten schallen mocht er van de gitaar van Lindsey Troy toch wat meer verwacht worden. Op haar best kwam ze in de buurt van Jack White maar dat kwam dan vooral door de klankleur want met White, één van de meest geïnspireerde gitaristen van de jongste jaren toch, zal ze zich nooit kunnen meten. Hé, tot zover het slechte nieuws!
Want na die desastreuze start herpakte het duo zich wonderwel en kreeg het volgepakte café alsnog een stomende set te degusteren. Een gezonde ‘riot grrrl’ attitude en voldoende power waren daarvan de belangrijkste ingrediënten. Het deed me wat denken aan The Runaways, een groep waarvan ik evenmin de platen lust maar die me, in een wel erg ver verleden, toch konden charmeren op het podium.
Naarmate het optreden vorderde werd de sound steeds hechter en bleken ook de songs van betere makelij te zijn. Vooral diegene die als nieuw werden aangekondigd lieten de oudere nummers, die ik ken van die eerste plaat, wat verbleken.

Het bleef een wat vreemde mix van fris klinkende garagerock, zoals we die ook van de Yeah Yeah Yeahs kennen, en het bombastische geluid van seventies hardrock/powerpop bands maar uiteindelijk werkte het wel.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Het Zesde Metaal

Het Zesde Metaal – Wannes Cappelle - Geen metaalmoeheid

Geschreven door

Het interview heeft wat voeten in de aarde, een subtiele verwijzing naar de single “Dag zonder schoenen”.
Na tien mails met het management prikken we eindelijk een datum. “Dit lijkt op Mick Jagger allures,” zeg ik lachend. “Hopelijk vertonen we geen uiterlijke kenmerken,” repliceert Wannes. Geen slecht woord over The Stones, maar zijn ouders hebben hem genoemd naar Wannes Van de Velde.
Het Zesde Metaal werd opgericht in 2005. Knack riep de debuut-cd ‘Akattemets’ uit tot meest onderschatte plaat van 2008. ‘Het kan verkeren,’ voorspelde Bredero want ondertussen zijn twee gouden platen een feit.
Ik toon hem een exemplaar van de Gintergazet en voeg eraan toe dat het interview nadien een eigen leven leidt via muziekwebsites als Musiczine. Jean-Marie Aerts genereerde zo 1 300 extra lezers en Cockney Rebel meer dan 1 700. Beeld je in, dat zijn 35 autobussen. “Dan gaan wij voor 2 000,” antwoordt hij kurkdroog.

Zijn groep Het Zesde Metaal krijgt wat mij betreft de Nobelprijs voor meest originele groepsnaam. Je kunt het de best geoliede band van het moment noemen. Het zijn stuk voor stuk supermuzikanten en het klikt. De camaraderie kan je van hun gezicht lezen. Het geheim? Ik vermoed dat ze na ieder optreden samen onder de douche staan. Zo belanden we naadloos bij de ecologische klassieker van André Van Duin: ‘Samen in bad. Ja, gezellig is dat. Het brengt je aan de kook en spaart nog water ook… ‘

Om de ijsbreker van wal te laten, haal ik een cd van onder het stof.

Herinner jij je Old Dog Yet?
Waar heb je dit op de kop getikt? Tjonge, dat was mijn allereerste cd. Ikzelf aan de elektrische piano en op zang. Eigen Engelstalige nummers, een instrumental en twee covers: ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen en ‘Suds & soda’ van dEUS. Inderdaad, een sobere pianoversie. Ik herinner me niet dat Tom Barman me ooit bedankt heeft.

Ik zie je zelden nog achter de toetsen zitten
Na mijn studies aan Studio Herman Teirlinck ben ik overgeschakeld van piano naar gitaar. Dit laatste instrument heeft minder barrière, je kunt meer bewegen. Het is een goedkope oplossing. Voor € 200 heb je al een redelijke gitaar.

Wanneer ben je overgeschakeld naar het West-Vlaams?
Ik kan je dat exact zeggen. Augustus 2001 toen ik Flip Kowlier bezig zag op het folkfestival van Dranouter. Eigenlijk kon je me al een figuurlijke Obelix noemen die in een vat Willem Vermandere gevallen was. De overdosis Vermandere die ik kreeg in mijn jeugd en de invloed die hij had, is gewoon niet te schatten. Ik ben niet de nieuwe Willem. Dat is nooit mijn ambitie geweest. Maar als ik een deel van zijn oeuvre opzet, denk ik altijd: “Dit is zo goed gemaakt, zo goed geschreven. Een taalvirtuoos.” Dat wordt onderschat. Maar Kowlier trok me over de streep.

Droom je van een internationale carrière?
Dat is mogelijk, zelfs in het West-Vlaams. Neem nu de IJslandse groep Sigur Ros. Je verstaat geen fluit van hun teksten en toch breken ze wereldwijd door. Om het internationaal te maken, moet je meer moeite doen. Het is geen noodzaak voor mij. Je bent dan veel meer onderweg, weg van thuis. Op de koop toe zit ik de laatste tijd om geen werk verlegen, integendeel.

Eigenlijk ben je begonnen als cabaretier
Dit project ontstond in De Kreun in Bissegem, samen met Dries Helsen. Als duo wonnen we de publieksprijs op Humorologie 2002. Mijn eerste nummer in het West-Vlaams, ‘Cowboy en Indiaan’, dateert uit die periode. Vier jaar lang traden we op als Wannes en Dries. In principe mocht je aan de Studio Herman Teirlinck niet optreden na de lesuren maar ze lieten het oogluikend toe. Na die vier jaar moesten we een nieuwe voorstelling maken om af te studeren. Er waren allerlei regeltjes: dit en dat mocht niet. Daarbovenop had je de dwang van de lach. Toen besloot ik om volop voor de muziek te gaan.
In De Kreun heb ik ooit een cursus djembé – je weet wel, zo’n Afrikaanse vaastrommel die aardig op de zenuwen kan werken - gevolgd. Vergeet niet te noteren dat ik naast acteur, scenarist, zanger, toetsenist en gitarist ook een gediplomeerd djembé-speler ben.

Naast muziek en teksten schrijf je mee aan scenario’s

Inderdaad, ik was coscenarist voor de succesvolle serie Bevergem. Bart Vanneste alias Freddy De Vadder geloofde keihard in het opzet. De kans dat dit tot een goed einde kwam, was miniem. Het werd uiteindelijk een fantastisch proces en op de koop toe een succesverhaal. Ik speelde Wantje, een onzekere wijkagent. Wist je dat het onbekende woord ‘nurfen’ dat in de reeks gebruikt werd, het tot het meest gegoogelde woord van 2015 schopte. Er komt helaas geen vervolg op de serie. De spontaniteit zou verdwenen zijn.

Momenteel schrijf ik aan een nieuwe tv-reeks. Daar mag ik nog niks over vertellen.
Is een zekere filantropie je niet vreemd?
Eén van de nummers op ‘Calais’, ons laatste album, draagt de titel ‘Onderbemand’. Ik schreef het nummer voor Buddywerking Vlaanderen, waar ik peter van ben. Deze werking koppelt vrijwilligers aan mensen met een psychische kwetsbaarheid, om hen uit hun sociaal isolement te halen. Een buddy is geen wonderdokter, wel iemand die z’n hand uitsteekt en zegt: “Laten we met z’n tweeën iets doen”. Dat verandert levens, zowel dat van de vrijwilliger als dat van de persoon met psychische problemen. Beiden hebben iets aan de Buddywerking, ze maken elkaars leven waardevoller.
Ik citeer hierbij graag professor Dirk De Wachter. ‘Hoog gevoeligheid vormt niet het probleem maar veeleer ongevoeligheid.’ Onze maatschappij is niet aangepast aan mensen met psychische aandoeningen

Laten we het hebben over ‘Ploegsteert’, jouw succesnummer bij uitstek
Ik schreef dit nummer in opdracht van het Wielermuseum in Roeselare. Ze vroegen aanvankelijk om ‘My way’ van Frank Sinatra te coveren, het favoriete nummer van Frank Vandenbroucke. Ik maakte een nieuw lied gebaseerd op zijn biografie. Lach niet, naast djembé speler was ik ooit Belgisch kampioen triatlon. Ik moest vaak trainen en zo heb ik Frank persoonlijk gekend. Tijdens zijn trainingen in het zwembad van Menen kwam VDB vaak meezwemmen.
Je zou kunnen stellen dat Frank aan een bipolaire stemming leed. Het was alles of niks, komen of gaan. Hij bleek zeer bevlogen in zowel goede als slechte dingen. Je moet eens zijn biografie lezen: ontroerend door de openheid en het zelfinzicht.
‘Ploegsteert’ is op één avond geschreven. Het moment dat ik de zin bedacht ‘Ge waart nog kind, ge ving nog nie veel wind’, dacht ik: “Wow, nu ben ik vertrokken.”
Het nummer slaat aan want 16.500 Radio 1-luisteraars stemden erop en zo werd het koploper in de ‘100 op 1’. Mijn pensioen lijkt verzekerd.
En zeggen dat we het nummer eerst niet op de plaat zouden zetten…

Hoe ga je te werk?
Ik zet me aan de piano of neem mijn gitaar en begin te improviseren. Ik neurie of zing en laat de woorden komen. Ik laat alle remmen los en ga erop door. Eigenlijk ga ik op zoek naar het kind in mezelf. Zo kom je op dingen die je niet met je verstand bedenkt maar met gevoelens. Ik zat eens aan de piano met mijn neefje van 3 jaar op mijn schoot. Het was verbazingwekkend hoe hij meedeed. Hij heeft nog geen enkele filter. Zoals Picasso zei: ‘Ieder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven als je groot wordt.’
Ik denk hierbij aan het nummer ‘Ier bie oes es ‘t goed’. Dat is gelijk een beeldhouwer met een stuk steen. Het zit erin, nu nog kappen. Zo kwam de zinsnede ‘Zoe ze gediend zin met een kartje?’ als een spontane vondst.
Mijn parrain heette Henri en had van die menten voor de asem. Als hij er eentje nam, kon hij die na twee uur van onder zijn tong halen. Vertel eens over jouw ‘Arrie’.
Eigenlijk heette hij ook Henri maar iedereen zei Arrie. Hij was niet mijn peter maar mijn directe buur. Wij woonden in nummer 16, hij in 14. Eigenlijk zat er nog een bewoner tussen op 15. Dat was aan de overkant. Zoals wel meer voorkwam in deze streek was Arrie vlasbewerker. Een intelligente man die niet gestudeerd had. Zeer godsvruchtig. Hij deelde in de kerk de boekjes rond en stak de kaarsen aan. Ik was de zoon die Arrie nooit gehad had. Een wijze mens. Als hij over iemand niks goed kon zeggen, dan zweeg hij er liever over.
Toen ik aan de Erasmushogeschool studeerde, werd Arrie opgenomen in de kliniek. Door mijn studies had ik niet veel tijd om afscheid te nemen. Maar ik heb een liedje voor hem geschreven dat hij nog gehoord heeft voor zijn dood.

Krieg ik nu min mente voor den asem
'k Zitte zonder van mie 't haasten.
De laatste keer ip strate a' j' mie nie herkend.
Ik zeie ‘Dag Arrie’. Gie zei ‘Wien es die vent?’

Dat lijkt me een mooi verhaal om af te ronden. Een laatste vraag: wat heb je gedaan met de twee gouden platen?
Eentje hangt boven de vier wasmanden in het waskot omdat ze past bij de kleurtinten. De andere zit nog in de verpakking.
Met nummers als ‘Naar de wuppe’, ‘Calais’ of ‘De vrede’ kan je Het Zesde Metaal een ethisch verantwoorde groep noemen. Ze staan achter het goede doel, drinken koffie van de Wereldwinkel en… douchen samen. Al was het maar voor het milieu.

Pics homepag – Pieter Verhaeghe

Het Zesde Metaal
voorprogramma: Higher Octane
vrijdag 6 juli 2018 om 20 uur
toegang € 5
info 059 27 98 71 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

www.gistel.be

Santana

Santana - Opzwepende Latin Rock door Carlos Santana!

Geschreven door

Carlos Santana live op het podium en dat op een vrijdagavond in het Antwerpse Sportpaleis! Een evenement dat ik zeker niet mocht missen. De sound van Mister Santana is zo uniek dat zijn muziek uit de duizend wordt herkend. De meesten zullen zeggen: “Leeft die dan nog?”, maar niets is minder waar! Deze artiest gaat al zolang mee in de muziekbranche dat mensen hem ouder schatten. Toch werd deze Carlos Santana ontdekt op jonge leeftijd en was hij slechts 22 jaar toen hij zijn eerste Woodstock festival mocht bijwonen. En tot op heden is hij nog steeds één van de meeste invloedrijke artiesten. Jaja, Antwerpen werd een paar graden warmer tijdens de latino vibes van Carlos Santana.

De meester zelve begon direct aan zijn set. Zonder veel intro aankondigingen startte hij zijn hitnummer “Jingo”. De zwoele sfeer van latinovibes entert de zaal en het publiek begint automatisch te glimlachen. In het begin was de geluidskwaliteit minder, maar werd na 15 minuten goed opgelost door de PA. Zo kwamen de gitaarklanken en zangstemmen niet goed over vanwege een overload aan bas en percussie. Naderhand was de kwaliteit top.
Carlos Santana zelf is een koele kikker. Hij straalt niet zoveel sfeer of enthousiasme uit, maar hoeft dit ook niet te doen. Hij doet niet aan overacting en geniet op het podium van zijn andere 8 medemuzikanten. Overigens veel respect aan de mannelijke backings, de djembe-muzikant en zijn echtgenote/drumster Cindy Blackman. Deze dame gaf een solo om van te kwijlen! Gewoon subliem! Normalerwijs hou ik niet van drumsolo’s maar deze dame bracht leven in haar ritmesectie. Een solo van zo een 10 minuten waarbij heel het publiek laaiend enthousiast van werd!
Overigens is het Belgisch publiek geen makkelijke doelgroep om voor te spelen. In het begin leek het eerder een kamerconcert dan een ‘wannabe’ Woodstock beleving. Natuurlijk werd er geapplaudisseerd, maar rechtstaand dansen was zeker niet aan de orde. Dit had Carlos Santana door en gaf dan ook soms hints als “Let it out! Don’t have fear”. Gelukkig begreep een dame deze boodschap, die zich meer naar Santana begaf in tegenspraak van de security. Even een kleine discussie met Santana en er stond zo’n 300 man te dansen vooraan het podium. Eindelijk!
Het publiek werd echt wild van enthousiasme. Ze zongen luidkeels, fotografeerden hun gitaarheld en dansten gelijk crazy. Eindelijk kwam de sfeer los! Je zag ook onmiddellijk een andere prestatie van de muzikanten. In het begin deed niemand mee met hun energie, maar nu deed iedereen mee, waarbij ook de rechtstaande bezoekers op de tribunes. Carlos Santana was geslaagd in zijn missie en liet het publiek de vrije loop in hun ‘voodoo-energie’.

Kortom, het was weer een geweldige editie in het Antwerpse Sportpaleis. De sfeer kwam traag op gang, maar werd alsnog herboren. Ondanks dat Carlos Santana een dagje ouder wordt, blijft zijn sound uniek, krachtig en toonvast. Natuurlijk zijn de gitaarsnufjes niet meer zo makkelijk als vroeger, maar ik heb er 100% van genoten. Altijd leuk om zijn wereldhits als “Oye como va”, “Black Magic Woman” en “Samba Pa Ti” live te bewonderen.

Ik zou zeker en vast niet meer aarzelen als je fan bent van latinosounds en van Carlos Santana. Maar alvast een tip, begeef je maar onmiddellijk vooraan.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/santana-22-06-2018/
Organisatie: Greenhouse Talent

Pagina 380 van 965