logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Suede 12-03-26

Dirty Dancing

Dirty Dancing – the classic story on stage

Geschreven door

Dirty Dancing – the classic story on stage
Dirty Dancing
Kursaal Oostende
Oostende
2016-07-28
Johan Meurisse

Voor de zesde jaar op rij haalde Kursaal Oostende een internationale show naar Oostende . Dit jaar viel de keuze op Dirty Dancing. De swingende musical gebaseerd op het tijdloze verhaal van de cultfilm, waar Patrick Swayze en Jennifer Grey in schitteren , toert ondertussen meer dan 10 jaar en was van 26 juli tot 7 augustus 2016 in Oostende voor in totaal 14 shows. Een musical trouwens van wereldformaat samengesteld met de allerbeste dansers. De hele film werd omgezet waarbij de songs en de bijhorende choreografie centraal stonden. Je wordt helemaal meegenomen in het verhaal en er was een knap staaltje dans . En voor de meesten puur jeugdsentiment. De musical werd een groot succes en er werd gedurende de 14 shows telkens gezocht naar vrijgekomen plaatsen. De organisatie was dik tevreden met ruim 20000 bezoekers.

Het is een livestory tussen een’ jong’ meisje Frances Baby Houseman en de ‘grote’ charismatische , sexy dansinstructeur Johnny Castle . Het meisje bewijst zich, komt op voor zichzelf , is lerend; Hij de macho , de vrouwenversierder,  denkt alles te weten , die eerst  neerkijkt ,  maar stap per stap in de musical groeit er iets tussen de twee en buigt , valt hij voor haar ; op die manier beleven ze de ‘Time of their Life’ .
Een bijzondere wereld van een leven vol dans en plezier opent zich , maar ook een groeiende liefdesrelatie en gelijkwaardigheid , wat de story zo fijn emotioneel sterk maakt.

Dirty Dancing - een voorstelling bol van nostalgie en dans!

Organisatie: Kursaal Oostende

The Clement Peerens Explosition

The Clement Peerens Explosition (CPeX) - Alraait Piepels!

Geschreven door

The Clement Peerens Explosition (CPeX) - Alraait Piepels!
The Clement Peerens Explosition
De Casino
Sint-Niklaas
2016-08-03
Michaël Bultinck

Een zomer met drie optredens van (één van) de beste Antwerpse bands, is dat niet wat weinig? Onder het motto, ‘wij gaan niet meer naar de boeren, de boeren moeten naar ons komen’ speelt CPeX twee dagen na elkaar op het Linkerwoofer-festival. Toch kon Clement nog overhaald worden om een optreden op ‘de parking’, een try-out in de Casino , Sint Niklaas.

‘Die ‘andere beste’ band van Antwerpen, dEUS , stopt ermee en de beste noot die ze ooit gespeeld zullen hebben , zal de laatste noot zijn op hun afscheidsconcert’, aldus Clement Peerens.
De trend was gezet voor een avond ‘vuile ventepraat’ over de vrouwen, je weet wel, van die thema’s die meestal aan bod komen aan de voorkant van de toog. Al ruim een kwart eeuw kennen we Clement (Hugo Matthysen) met zijn jeansvestje en zonnebril, Sylvain Aertbeliën (Ronny Mosuse) met rastapruik en Lady Dave (Aram Van Ballaert) die nu 100% vrouw is geworden. De kans dat Cois De Bock ( Bart Peeters ) nog ooit terug te zien is als vettige Cois met IKEA-pet en zonnebril , is eerder klein.
Na tijden van groot succes en kleine stiltes is deze band nog steeds enorm populair. Dat blijkt nog maar eens gezien de band zelf geen nieuw werk moet uitbrengen om een concertzaal te vullen.
Drie kwart van wat op de best of ‘Masterworks’ van 2008 staat,  werd gespeeld. Wat maakt het allemaal uit, het is komisch, plezierig, niet alledaags, een beetje tegendraads. Teksten over de meest simpele onderwerpen die door Antwerpenaren worden meegebruld en … door niet Antwerpenaren eerder worden gemompeld. Vrouwen die soms de wenkbrauwen fronsen en mannen die denken, ‘da is bij mij ook azo’.
Iedereen kan erom lachen en laat dat nu de bedoeling zijn van Clement Peerens Explosition …!

Setlist:
Loeten - Leve de Clement zijn wijf – Wijven – Ambrayage – Smeerkeis – Dunaldy – Pinokkio - Als ik er enen geef – Asbak – Sylvain - De roos – Hypocriet – Boormachien - Highway To Hell - Dikke lu – Foorwijf – Kaske - Jesus wa was da - Antwerp-Architect – Gat

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cpex-03-08-2016/

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas  

DIIV

Is the is are

Geschreven door

Twee jaar na het debuut , verschijnt van het uit Brooklyn, NY afkomstige DIIV rond Zachary Cole Smith , ‘Is the is are’. In hun sfeervolle indie/dreampop , die refereert aan 90s bands als Pale Saints , Slowdive , is de galm meer gedoseerd.
Resultaat van het indiepopkwartet , is fris , tintelend, hypnotiserend materiaal; gekenmerkt van twinkelende, extraverte gitaarmotiefjes , minder mysterieus, donker dan vroeger. We krijgen een pak songs geserveerd , beetje een overaanbod , gezien ze blijven rondhangen in dezelfde stijl , maar met “Under the sun”, “Valentine”, “Take your time” , “Mire” en de titelsong hebben we alvast een handvol intrigerende songs . Fijn plaatje dus!

The Prettiots

Funs cool

Geschreven door

Een interessant zomers, leuk ontspannend plaatje is afkomstig van het vrouwelijke duo The Prettiots , in de titel een samentrekking van ‘Pretty idiots’ . De NY-se  dames Kay Kasperhauser en Lulu Prat brengen ‘grotestadsgeklets’ in een reeks korte nummers , die vooral geënt zijn op akoestisch, elektrisch gitaarspel, - getokkel en ukelele .
De teksten niet nagesproken (kunnen onschuldig –giftig zijn!), is de sound onbevangen , speels , onschuldig en ademt een 60s sfeertje .
We snorren door de plaat met nummers als “Move to LA”, “Dream boy”, “Kiss me Kinski” en “Skulls” , sober , goed, aangenaam in zijn totaliteit!

U.S. Girls

Half free

Geschreven door

U.S Girls is het alterego van Meghan Remy, de in Canada residerende Amerikaanse. Ze heeft haar avantgardistische muzikale ideeën omgebogen naar een meer indie/electropop groovende sound , luchtig , fris , maar evenzeer donker , melancholisch . Op die manier nestelt ze zich ergens tussen Peaches, St. Vincent en Tune-Yards in. Er komt knip- en plakwerk aan te pas ; we horen funk, kitsch , disco, wave  en punk doorsijpelen . In een donker , mistig decor horen we over elkaar gedrapeerde zanglijnen, diepe basses , ijzige, onrustige en diepe vocals in een goed dansbare ritmiek die wordt afgewisseld met soms ontspoorde, slepende ritmes  . En dan kom je uit op songs als “Damn that valley”, “New age thriller” en “Sed knife”. Het afsluitende “Woman’s work” is een mooi werkstuk , ruim zeven minuten lang én zindert na … Wat stoer verbeten als gevoelig , pakkend ! Die U.S. Girls houden we best in het oog …

Binic Folks Blues Festival 2016 - Schitterend festival met groeipijnen

Geschreven door

Binic Folks Blues Festival 2016 - Schitterend festival met groeipijnen
Binic Folks Blues Festival 2016
Côtes d’Armor (Festivalkaai)
Binic (Bretagne)
2016-07-29 + 2016-07-30
Ollie Nollet

Na de editie van vorig jaar had ik me nochtans voorgenomen om het Binic Folks Blues Festival (BFBF) voortaan links te laten liggen. Het festival was teveel uit zijn voegen gebarsten. De immense drukte en de talloze mensen die er enkel en alleen waren om zich te bezatten konden me gestolen worden.
Maar zie, de organistoren wisten dit jaar zowat al mijn favoriete groepen te strikken zodat thuis blijven plots geen optie meer was. En hoewel ik er de zondag wegens dwingende familiale redenen moest afknijpen bleken twee dagen BFBF ruim voldoende om een rit naar Bretagne te rechtvaardigen.

BFBF blijft een uniek festival dat dit jaar 50 000 toeschouwers wist te lokken voor niets dan relatief onbekende groepen die anders altijd verbannen worden naar kleine, zweterige clubs. Dit jaar was de ‘grootste’ groep de Oblivians, die het enkele dagen voordien nog moesten doen in de DOKarena, niet meteen een muziektempel van formaat. Vanwaar dan dat overweldigend succes? Het is een gratis festival waar je bovendien de volledige vrijheid hebt om je drank zelf mee te brengen. Er wordt daar dan ook wat afgezeuld. Misschien vreemd in tijden van terrorisme maar hier wordt je nergens gecontroleerd wanneer je de festivalsite betreedt. Hoe wordt dit dan gefinancierd? 15% subsidies, 30% sponsoring en 55% eigen inkomsten (merchandising, drank,...). Nieuw dit jaar waren de drie festivalcampings maar ook dat bleek onvoldoende om alle kampeerders op te vangen. Ander pijnpunt was het schrijnend gebrek aan sanitair, zowel op het festivalterrein zelf als op de campings. Maar voor de rest was de sfeer er optimaal en de muziek beter dan ooit.

Ik begon mijn parcours aan de Scène Cloche, het kleinste van de drie podia. Mr David Viner (Norfolk, UK) werd ooit ontdekt door The Von Bondies, voor wie hij de merchandising deed tijdens hun Britse tournee. Iets wat hij later ook nog zou doen voor de Soledad Brothers. Alleen en op akoestische gitaar bracht Viner een aantal gesmaakte songs met wortels in de country, folk en blues. Songs die handelden over ‘murder, mystery en regret’ en spekende titels hadden als “I love you, I love you, I love you, I love to kill you” en waartussen ook één cover verscholen zat : “Mind your own business” (Hank Williams). Mooi!

Vervolgens zag ik het plaatselijke Buck (St Brieuc) op de Scène Pomellec. Een duo met een virtuoze bassist, die de zoon van Dave Wyndorf had kunnen zijn, en een obscene drummer die meestal ook de zang, die aardig in de buurt kwam van de Tuvaanse keelzangers, voor zijn rekening nam. Bij momenten was hun brutale, luide swamp bluesrock best genietbaar, vooral de cover van Blind Willie Johnson’s “John the revelator” was erg knap. Jammer dat de drummer zichzelf iets te graag degoutant bezig zag. Op het einde kregen ze nog versterking van een saxofonist die er enkele jazzy solo’s tussen manoeuvreerde.

Terug naar de Scène Cloche voor het eerste hoogtepunt van de dag : Gravel Route. Ik had “Electrically recorded”, hun plaat zonder hoes (enkel een binnenhoes) op Beast Records, reeds gekocht en was daar danig van onder de indruk. En ook in de Bretoense buitenlucht zag ik meteen dat dit goed zat. Men zou dit drietal uit Montréal meteen kunnen wegzetten als een banale bluesgroep zoals er dertien in een dozijn gaan. Maar wie wat meer geduld had hoorde fijne lo-fi garageblues met een intrigerende zanger, Patrick Bourbonnais, die niet altijd toonvast was maar wel de intensiteit had van een Skip James of een Jeffrey Lee Pierce! En ook op gitaar wist hij me te verbazen: nooit spectaculair maar altijd bijzonder fijnzinnig en de clichés telkens handig ontwijkend. Meer vintage rock-‘n-roll dan blues en uitstekend door bas en drums op de rails gehouden. “East bound west bound depot bound” en “Shetland pony blues” zijn nummers die zich nu al voorgoed in mijn hersenen hebben genesteld. Achteraf kwam ik te weten dat dit groepje niet zomaar uit de lucht kwam vallen. Bourbonnais was jarenlang één van de drijvende krachten achter het geweldige Demon’s Claws hoewel hij op het podium toen telkens de schaduw van zanger Jeff Clarke opzocht. Ik had hem niet eens herkend, dat in tegenstelling tot drummer Brian Hildebrand, ook al met een verleden bij Demon’s Claws, die me wel bekend voorkwam. Vreemde eend in de bijt was de klassiek geschoolde en de zich meestal in jazzkringen ophoudende bassist Fred Grenier. Momenteel zijn er nog geen tourplannen maar hou ze toch maar in de gaten : Gravel Route.

King Mud werd hier meteen op het grote podium (Scène Banche) neergepoot en ik was benieuwd of ze hun verpletterende prestatie van in Hoogstade nog eens konden herhalen. Overbodige vraag want vanaf het eerste nummer snoerden ze me de keel dicht: een dreigende en adembenemende interpretatie van Junior Kimbrough waarin een paar van diens nummers tot één geheel werden gesmeed. Nooit klonk Junior Kimbrough beter dan hier. Nogmaals bleek Freddy J IV de duivel zelf op gitaar, die tevens veel ruimte liet voor meesterdrummer Van Campbell. Wat is zijn respect voor die roffelaar groot en terecht. Ik zou haast Jaxon Lee Swain vergeten te vermelden. Bijzonder gretig op bas en daarbij voortdurend gaten in de lucht springend waarbij zijn zonnebril minstens één keer van zijn neus tuimelde. Naast eigen krakers als “Rat time” en “Smoked all my bud” was ook hier “Going down” (Don Nix) onweerstaanbaar. Het intussen flink aangegroeide publiek ging luidkeels tekeer terwijl de eerste crowdsurfers gesignaleerd werden. Grootse band!

Na King Mud had ik eerst wat moeite om de knop om te draaien voor de postpunk van Useless Eaters uit San Francisco. Maar uiteindelijk kon ik er me net als op Rock Zerkegem toch in vinden. De garageaanpak, de nodige agressiviteit en hier en daar wat The Fall-invloeden maakten veel goed.

The Shivas (Portland, Oregon) mochten afsluiten op de Scène Pomellec en dat werd geen onverdeeld succes. Nochtans begon de groep sterk met hun zonnige sixties pop/rocksongs, sterk gezongen door Jared Wait-Molyneux. Maar na een tijdje kwam de kwaliteit van de songs in een neerwaartse spiraal terecht. Melige pop werd ons deel en toen de anders wel ravissante drumster de leadvocals overnam werd het helemaal een ramp. Haar samenzang met Jared vond ik altijd één van de pluspunten, had ze het daarbij maar gehouden. Zaterdag zag ik The Shivas eerder toevallig nog eens terug en het leek wel een andere band. Fris, snedig en erg aanstekelijk zoals ik ze kende van Leffingeleuren en de Water Moulin. Hadden ze hier het slechtste deel van de set al achter de rug, deed het zonlicht hen deugd of was ik de avond voordien zelf in een mindere bui?

Nadat ik afhaakte bij The Shivas zag ik nog Hits uit het Australische Brisbane. Ik kon nauwelijks een vloek onderdrukken bij het horen van een eerste nummer. Kwam ik hier niet te laat? Dit was pure Stooges met donkere, slepende gitaren. Helaas bleef het bij die ene song waarna Hits wegzakte in eerder richtingloze hard(e) rock. De twee gitaristen waren van vrouwelijke kunne en ik vermoed dat The Runaways hen niet onbekend waren. Niets op tegen, alleen vraag ik me af waarom ze die vervelende leraar moraalfilosofie kozen als zanger?

Zaterdag, toen ik opnieuw stond te genieten van de strompelende lo-fi blues van Gravel Route, werd ik even de gelukkigste mens van de wereld toen het nieuws me bereikte dat het optreden van King Mud deze avond met een uur vervroegd werd! Zo moest ik geen hartverscheurende keuze maken tussen hen en de Oblivians en liep ik de rest van de dag op een wolk. En Gravel Route? Die hadden hun set totaal omgegooid zoals het een goede groep betaamt en klonken opnieuw erg verslavend.

Chicken Diamond is een one-man-band uit het Noord-Franse Thionville. Met zijn t-shirtje van T-Model Ford wist je meteen wat je kon verwachten. Rauwe stompende blues, hier gebracht met een scheurende gitaar, een tamboerijn om de ene voet gebonden terwijl hij met de andere een cimbaal torpedeerde. Knap gedaan maar ook nogal voorspelbaar.

The Intelligence (Los Angeles & Seattle) is vooral de groep van Lars Finberg, die een verleden heeft bij A-Frames en Thee Oh Sees. Waar hij aanvankelijk alle instrumenten zelf inspeelde is hij nu toch al een hele poos met een echte groep bezig. Waar hun postpunk op plaat nogal eens in eentonigheid durft te verzanden kwamen ze hier live veel vinniger voor de dag en durfde ik het bijna rock-‘n-roll noemen. Vooral de gitarist dan, nochtans niet meer van de jongsten, die zich achterwaarts van het podium liet vallen op de talrijk uitgestoken handen.

Na hen opnieuw een verzengende set van King Mud. De derde keer in één week tijd dat ik dit trio aan het werk zag en opnieuw was hier niets tegen in te brengen. Bloedstollende blues met een hoog rock-‘n-roll gehalte en een alles spijtende energie. Dit keer opnieuw met het beukende “ I can only give you everything”.

Hoewel ik de indruk had dat er hier nauwelijks iemand de Oblivians kende – het tegendeel zou verbazen – slibde het grote plein aan de Scène Banche zo goed als volledig dicht. “No reason to live” en “Bad man” waren de openers van een set die toch wel wat afweek van hetgeen ik enkele dagen ervoor in Gent hoorde. Het duurde even maar na een tijdje konden hun korte, strak gespeelde garagepunksongs voor de nodige beroering in de moshpit zorgen. Toen Greg aankondigde dat er twee drummers in de band waren en het drumstel een andere opstelling kreeg omdat hij linkshandig is , stuitte dat op enig onbegrip bij het publiek maar toen Jack de honneurs waarnam was dat oponthoud snel vergeten. Opvallend toch hoeveel wereldsongs dit drietal in hun korte bestaan neergepend heeft. Dit was puur genieten. Zelfs het drietal nummers uit hun ’nieuwe’ plaat, “Desperation” (2013), vielen niet uit de toon. Voor de bisnummers werd de opstelling opnieuw veranderd en sloot Greg verrassend af met het trage “Live the life”, een traditional die te vinden is op “Play 9 songs with Mr. Quintron”. Daarna werd er blijkbaar nog druk onderhandeld in de coulissen want ze kwamen toch nog een keer terug om een verzoekje te brengen : “Big black hole”, hier voor één keer met Greg in plaats van Jack op gitaar. De in bloedvorm verkerende Oblivians bewezen nog steeds relevant te zijn. Alleen vroeg ik me af waarom ze de kansen die ze nu, 19 jaar na de split, krijgen vroeger nooit gehad hebben.

Binic was weer mooi geweest en dan had ik James Leg, The Pullmen, Ausmuteants, Roy & The Devil’s Motorcycle, Kelley Stoltz en Ron S. Peno niet eens gezien.


Organisatie: Binic Folks Blues Festival  

The Oblivians

Oblivians - Niet meer zó urgent, toch nog altijd een klasse apart

Geschreven door

Oblivians - Niet meer zó urgent, toch nog altijd een klasse apart
Oblivians
DOKarena
Gent
2016-07-26
Ollie Nollet

The Glücks hebben blijkbaar een patent op het openen van dit soort optredens. Het aantal keren dat ik ze zag bestaat intussen al uit twee cijfers. Ondanks het feit dat ik perfect weet wat me te wachten staat , kan hun overstuurde garagepunk overgoten met een Cramps galm me nog steeds boeien. Hun natuurlijke habitat zal zich eerder in dompige krochten situeren maar zelfs in de openlucht van de DOKarena wisten ze de vonk te laten overslaan.

Lange tijd waren de Oblivians één van de meest geciteerde namen bij de vraag naar invloeden. Daar lijkt nu een einde aan gekomen te zijn, ook al omdat het genre (garagepunk) compleet op apegapen ligt. Toch waren zij het die midden de jaren ‘90 samen met groepen als The Jon Spencer Blues Explosion de rock-‘n-roll nieuw leven wisten in te blazen. Net toen een doorbraak niet meer veraf leek , kwam abrupt een einde aan hun korte, tumultueuze bestaan.
Wat bleef waren drie schitterende, reguliere LP’s en talloze herinneringen aan sensationele optredens. In 2009 (na 12 jaar) gebeurde dan hetgene waar niemand nog van had durven dromen : een nieuwe Europese tour waarbij het oude vuur opnieuw hoog oplaaide. In 2013 verscheen zelfs een nieuwe en meer dan genietbare plaat, ‘Desperation’, maar optreden deden ze nog slechts met mondjesmaat.
En nu, zeven jaar na de vorige keer waren ze opnieuw in Europa en kon ik ze gaan zien in Gent, de stad waar ik ze samen met de Country Teasers destijds ook de allereerste keer zag. Toen in een perfecte zaal (Democrazy, Reinaertstraat), nu in de wat ongelukkig gekozen DOKarena.
De set kwam wat aarzelend op gang hoewel hun hit, “Bad man”, reeds als tweede nummer werd prijsgegeven. Het heilige vuur leek wat gedoofd maar gaandeweg kon ik er me toch steeds meer in vinden en werd nog maar eens duidelijk welk immens talent Greg Cartwright toch is. Wat een hemelse stem heeft hij terwijl zijn gitaarspel in de loop der jaren steeds verfijnder is geworden maar toch nog ruw genoeg blijft voor de ongepolijste garagepunk van de Oblivians. Naast hem kwam Eric Friedl als zanger maar bleekjes voor de dag. Maar dit hoort erbij : zij waren immers het groepje waarin iedereen zong, iedereen gitaar speelde en iedereen ook nog eens moest drummen. Alleen is Eric momenteel met geen stokken meer achter dat drumstel te krijgen.
Intussen werd het steeds beter met songs als “I’m not a sicko, there’s a plate in my head”, “Drill”, “Guitar shop asshole” en “Pil popper”. Toen Jack en Greg wisselden leek het erop alsof er een versnelling hoger werd geschakeld hoewel zijn prijsnummers, “Big black hole” en “The leather”, een net iets trager tempo hebben. Jack was bijzonder goed op dreef, voegde er een mespuntje blues aan toe en bewees in de wondermooie afsluiter “Never change” dat ook hij er als zanger een heel stuk op vooruit gegaan is.
Nadien volgden nog twee korte bisnummers waarna de avondklok er onverbiddelijk een einde aan maakte.

De euforie van vroeger was er niet meer bij maar het was mooi geweest. Er liep iemand voorbij met een t-shirt waarop stond ‘The Trashmen since 1962’ en ik vroeg me of er binnen dertig jaar t-shirts met als opschrift ‘Oblivians since 1993’ verkocht zouden worden.

Organisatie: Heartbreaktunes + Democrazy, Gent

Fat White Family

Songs for our mothers

Geschreven door

Ik denk nu niet dat onze moeders staan te springen op wat het Britse zootje ongeregeld weet te brengen . Een fucked up bende , die niet vies is van wat alcohol , drugs en vandalisme. Hun optredens brengen de nodige heisa mee. Soms geraken niet alle leden waar ze moeten zijn. En toch … zijn die optredens weird, geschift , schizofreen .
Muzikaal horen we een jengelende drogerende sound van garagerock’n’roll/indiepsychedelica/noise , (a)melodieus, zwevend , groovy, en ontregeld door het effectbejag . De single “Whitest boy on the beach” is een prélude van wat volgt . Live krijgt het materiaal een adrenalineboost en worden we verweven in een web van dynamische chaos. Waanzinnige gekte die niet altijd op z’n pootjes terecht komt … maar toch de moeite waard is te horen en te zien!

Big Ups

Before a million universes

Geschreven door

Het NYse Big ups debuteerde sterk , twee jaar terug met ‘Eighteen hours of static’, die opereren in de oldskool van Fugazi , Shellac , Unsane en de oudjes Big Black en Slint. Samen met Eagulls en Metz zijn zij de nieuwe lichting noiserock , gruizig en woest als hard/zacht en ingehouden , wat we zeker horen op deze opvolger .
We houden van die snedig klinkende gitaren, diepe, grommende bas en hitsende drums; schreeuwerige, briesende vocals dwarrelen over de nummers. Dertien songs die een broeierige spanning , intense opbouw hebben, en durven te exploderen of net niet . Ze weten al die verschillende elementen zelfs allemaal in een nummer te verwerken . Een ruwe brok emotievolle energie .
Persoonlijk houden we die van Slint motiefjes die te horen zijn op “Contain myself”, “Meet where we are” , “Negative”, “So much you” en “Yawp” . Sterke opvolger.

Ray LaMontagne

Ouroboros

Geschreven door

We zijn ferm onder de indruk van de nieuwe plaat van Ray Lamontagne, die in de CD titel ‘Ouroboros’ al laat horen , dat we hier te maken hebben met een soort eeuwige muzikale kringloop , een kosmisch klinkende cyclus, een eindeloze luistertrip, die verdeeld wordt in twee werkstukken van telkens vier nummers, die op elkaar aansluiten .
Die atmosferische americana/70s psychedelica nestelt zich ergens tussen Pink Floyd en My Morning Jacket in. Niet voor niks werd de plaat opgenomen met Jim James van My Morning Jacket .
Op de nummers in Part One , “Hey no pressure” en “The changing man” schuurt een intens broeierige rootssound. Op de andere songs van de twee werkstukken klinkt het geheel meer ingehouden , en staat de piano en het (akoestische) gitaarspel naast z’n bedwelmende vocals voorop . Zijn muzikale ideetjes zijn op de plaat prima uitgewerkt. 
Ray Lamontagne verdient een ruimere respons . Al op de eerdere platen manifesteerde de singer/songwriter/ freefolky/hippie lookalike op z’n Devandra Banhart en Angus Stone, zich .  Hij is eigenlijk een laatbloeier in het genre; en brak ruim acht jaar terug definitief door met ‘Gossip in the grain’ , uitgekiend materiaal van rijkelijk gevulde arrangementen en een gevarieerde aanpak.
De songs zijn dromerig en kleurrijk door de subtiele aanpak en vallen op door een unieke  60s/70s rootsnostalgie.

Pagina 483 van 966