logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 12 mei 2016 03:00

By Default

De vierde plaat al van Band Of Skulls, maar het ziet er zo naar uit dat ze steeds verder afdwalen van het niveau van dat wervelende debuut ‘Baby Darling Doll Face Honey’, een plaat die rockte als een losgelagen tiet.
Met opener “Black Magic” lijkt het nog wel te gaan lukken, maar de halfbakken glamrock van “Back Of Beyond” heeft maar weinig om het lijf en ook andere pogingen om een nieuwe richting in te slaan lopen op een sisser uit. De lauwe Duran Duran- pop van “Bodies” ruikt naar bedorven vis en de funkuitstapjes die we horen op “So Good” en “Erounds” komen er maar wat slapjes uit. De titelsong is een geforceerde poging tot Britpop maar gaat volledig op zijn bek en “Something” lijkt wel een afleggertje van de betreurde Prince, eentje van het soort die hij zelf nooit zou durven releasen hebben. “This Is My Fix” is een moedige poging om de dansspieren in gang te zetten, wat hier zelfs deels lukt, maar iets meer vet tussen de funk zou wonderen gedaan hebben.
Onrustwekkend is dat de songs die nog het meest de rauwe en pittige sound van de originele Band Of Skulls benaderen (“Little Mamma” en “Embers”) ook maar als lauwe doorslagjes klinken van de stevige rockers die op hun veelbelovende debuut het mooie weer maakten.

Op ‘By Default’ lijkt Band Of Skulls te worstelen met een knoert van een identiteitscrisis. Ze weten dat ze niet eeuwig kunnen blijven doorbomen op hun aan Black Keys en White Stripes gelieerde sound, maar het twijfelachtige alternatief dat ze hier aanbieden is ook niet echt iets om op verder te bouwen. Een reanimatie dringt zich op.

Double Veterans zorgen met hun nieuwe album ‘Space Age Voyeurism’ voor een frisse wind in het Vlaamse garagerock-land. Als je ’t ons vraagt is die plaat trouwens een heel stuk beter dan de laatste van Black Box Revelation. Double Veterans hun sound hangt ergens tussen Night Beats en een psychedelisch versie van The Nomads in, met hier en daar nog wat sixties pop er tussen. Live zorgt dit voor een energieke vettige sound en een handvol sterke songs die er zonder kapsones doorgejaagd worden. Dit is zo een bandje waarvan je zegt “Goe Bezig”.

Chad Ubovich is ook weer zo een pupil uit die zeer vruchtbare Ty Segall stal. Hij begon zijn muzikale reis als gitarist in de tourband van Mikal Cronin (ook al een Ty Segall adept) en werd door Ty zelf ingelijfd als bassist in Fuzz, een band die stijf staat van de stomende seventies jam-rock. Meatbodies is echter Chad’s eigen ding, en hun sound mag je ook weer gaan zoeken in de lijn van al die Segall gelinkte bands als Thee Oh Sees, Zig Zags, Wand en natuurlijk Fuzz en Ty Segall Band.
Meatbodies heeft in 2014 hun eerste en voorlopige enige album uitgebracht, een plaat die bol staat van energieke garage-rock met psychedelische tinten en met zowel een hard-rock als een punky inslag. Een mondvol, jawel, maar wie deze gasten live aan het werk gezien heeft snapt het plaatje volledig. Als je al opgewonden geraakt van die viriele debuutplaat, dan ben je helemaal omvergeblazen van de live performance want Meatbodies explodeert helemaal op het podium. Quasi die volledige debuutplaat wordt er hier vlijtig doorgepompt en de songs zijn in hun live uitvoering heter, sterker, volumineuzer en uitzinniger. Hier zit de vlam in de pan, en dat komt niet alleen door de fantastische Chad Ubovitch, maar evenzeer door tweede gitarist Patrick Nolan die zomaar terloops enkele geniale solo’s uit zijn mouw schudt. Als Chad Ubovich tot tweemaal toe met snaarproblemen van het toneel verdwijnt, improviseert Nolan met de vingers in de neus een koppel prachtige bluessolo’s. Overduidelijk staan de gitaren op de voorgrond bij Meatbodies, maar ook al wordt een song al eens door uitvoerig gesoleer uitgerekt, nooit gaat dit ten koste van de aanhoudende dampende energie dit viertal opwekt. Stomende punk en snedige hard-rock gaan hand in hand in knallers als “Mountain”, “Disorder” en “Off”, heavy psych-riffs heersen over “Wahoo” en “Feed The Void”. Vooral die laatste is een absoluut hoogtepunt vanavond, de band maakt er een meesterlijke langgerekte jam van die meermaals ontploft. Een waanzinnige song die kan gelden als centerpunt van een geweldige live set.
Meatbodies is gedurende anderhalf uurtje ronduit geweldig en overtreft de stoutste verwachtingen die wij hadden na die voortreffelijke debuutplaat. Een hoogvlieger !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/meatbodies-07-04-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/double-veterans-07-04-2016/
Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

 

vrijdag 08 april 2016 03:00

Big Ups - Hardcore met de rem op

Dat Big Ups in de USA op handen gedragen wordt door de alternatieve muziekcritici was tot hier nog niet doorgedrongen, amper een handvol enkelingen had zich naar Molenbeek verplaatst om deze indie-punk revelatie aan het werk te zien. Niet echt hoopvol voor de hardwerkende vrijwilligers van de VK die dreigen hun subsidies te verliezen. Zij doen het onmogelijke om hun sympathieke club in leven te houden en dan moeten ze vaststellen dat een beloftevolle band als Big Ups voor een akelig lege zaal zijn ding moet doen. Help de VK redden, zouden wij zo zeggen, en deel hun Facebook post. En vooral: bezoek hun concerten ….

Het Vlaamse tegendraadse EL Yunque mocht de opwarming doen. Ze trokken zich weinig aan van de magere opkomst en deden gewoon hun ding, zijnde rake en tegendraadse noise-rock door de zaal jagen. Hun handelsmerk : een song laten ontsporen en die dan toch tijdig en ongeschonden terug  op de rails zetten, al hebben ze er kabeldraad voor nodig. En als je het ons vraagt hebben ze met het fantastische “Noztechtransch” een hit in handen, maar dan geen hit in de wereld waar de Adele’s of de Kanye Westen de billboards aanvoeren, wel een hit in de onverlichte underground, waar er nog ongestoord buiten de lijntjes mag gekleurd worden.

Big Ups dan. Van een band die lijkt te zijn opgegroeid in de Albini-school en die is grootgebracht met Rollins, Melvins en Minor Threat tussen de boterhammetjes, hadden we iets meer agressie verwacht. Het bruiste wel, maar het ontplofte nooit, hoewel we hier nochtans in Molenbeek waren (met onze excuses voor deze flauwe grap). De live versies van hun songs verschilden in weinig van de albumtracks. Let op, het zijn stuk voor stuk knetterende brandhaarden en hete vuurtjes, maar een bandje die zich huisvest in de harcdcore-scene zou op een podium al eens wat meer uit zijn voegen mogen barsten. Wij hebben hier ooit in dezelfde zaal het explosieve Fucked-Up aan het werk gezien, en die gingen zo nietsontziend tekeer dat de brokken uit de muren vlogen. Dat was hardcore ! 
Nu goed, het was ook niet makkelijk om een heet hardcore feestje op te zetten in een quasi lege zaal, wie hier had durven stagediven werd gegarandeerd naar het dichtstbijzijnde hospitaal afgevoerd.
De doortocht van Big Ups was dus niet onvergetelijk, maar een hogere opkomst hadden ze dan wel weer verdiend. Withete songs als “Goes Black”, “Wool” en “Hope For Someone” zijn met name furieuze opkikkertjes die de wereld wel kan gebruiken, en hun twee platen ‘Eighteen Hours Of Static’ en het nieuwe ‘Before A Million Universes’ zijn absolute aanraders.
Sterke band, maar om een onwrikbare live reputatie op te bouwen zullen ze nog iets meer aan de pili pili moeten zitten.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

zondag 03 april 2016 03:00

At The Drive-In - Heftige come back


At The Drive-In -
Legendarische band ? yes.  Cultband ? absoluut. De enige band die het emo-genre cool kon doen klinken ? zo is dat.

In 2000 maakte At The Drive-In het alom geweldige ‘Relationship Of Command’, een album die geboekstaafd staat als één van de absolute meesterwerken van de indie-rock. Net toen de wereld begon door te krijgen dat hier om een hoogst unieke band ging, splitten de heren al. Ontzettend jammer, maar de split bracht dan weer twee nieuwe fantastische bands aan de oppervlakte, The Mars Volta en Sparta, twee groepen die op hun beurt ook weer een stapeltje onsterfelijke platen afleverden. Gitaarwonder Omar Rodriguez Lopez bracht ook nog een handvol soloplaten uit waarin hij zijn virtuositeit langs diverse avontuurlijke wegen loodste.
In 2014 kwamen de heren Cedric Bixler-Zavala en Omar Rodriguez Lopez alweer met een geslaagd projectje Antemasque opzetten, een nieuwe equipe die steeds dichter kwam bij de punky en opvliegende sound van At The Drive-In. De cirkel was rond, hier moest wel een reünie van deze buitengewone band van komen. Een in een wip uitverkochte AB mocht er mee van proeven.

Geen nieuw werk, voorlopig althans, want de band kondigde vanavond hoopvolle toekomstplannen aan, ze komen weldra terug met een nieuwe plaat.
We moesten het stellen met de oudjes, stuk voor stuk zinderende songs die de tand des tijd probleemloos doorstaan hebben en anno 2016 zelfs nog straffer en verbetener klonken. We hebben hier 16 jaar moeten op wachten, maar de doortocht van At The Drive-In in de AB zalm nog lang blijven nazinderen.
Hardvochtige power, tomeloze energie, snedige hardcore, ziedende punkrock en de meest driftige indie-rock uit het beste Fugazi-hout gesneden. At The Drive-In was weer helemaal die band waar we destijds verliefd op waren geworden. Stroomstoten van songs als “Arcarsenal”, “Pattern Against User” en “Cosmonaut” deden de AB uit zijn voegen barsten en een hemels “Invalid Litter Dept” bracht ons gewoonweg in extase.
Bijna het volledige ‘Relationship Of Command’ werd hier op de meest hectische en uitzinnige manier door de speakers gejaagd, alsof de songs met zijn allen vers van de pers kwamen gerold. Cedric Bixler Zavala was briljant, hij schreeuwde elke song naar een hoogtepunt toe, zong daarbovenop nog eens ijzersterk en gooide zichzelf tot twee keer toe het uitgelaten publiek in.
Niet alleen omwille van Cedric’s indrukwekkende rock’n’roll afro-kapsel, maar ook omwille van die ongebreidelde energie die het hele zootje teweegbracht deed At The Drive-In ons meermaals aan MC5 denken. Muzikaal liggen beide bands misschien niet zo dicht bij mekaar en er zitten ook wel een paar generaties tussen. Maar de stormkracht, het venijn en de primitieve oer-instincten die uit dit gezelschap sproot, hebben we nog maar aan weinig andere bands kunnen toeschrijven.

At The drive-In had het waanzinnige “One Armed Scissor” tot het eind opgespaard, kwestie van de boel nog eens compleet in lichtelaaie te zetten. Een meer denderend slot hadden we ons niet kunnen voorstellen.

At The Drive-In was geweldig, furieus, heet en heftig. De come back van het jaar! Uw tweede kans : Op vrijdag 01/07 op de mainstage van Rock Werchter. Vergeet alle andere bands die dag.


Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 31 maart 2016 03:00

Baskenland

Het is nu al enkele maanden dat wij in het pikkedonker bij het raam zitten te wachten op de aangekondigde komst van de nieuwe Swans, maar ondertussen kunnen we onze met teer gevulde pap ook wel koelen met ‘Baskenland’ van El Yunque.
In het kielzog van lotgenoten als The Germans, The Black Heart Rebellion en The Guru Guru is dit alweer een Vlaamse band die zich met tegendraadse rock en noise ver uit de buurt houdt van de radiovriendelijke en ongevaarlijke eenheidsworst waarmee we de laatste dagen overspoeld worden.
De Limburgers doen regelrecht hun zin en houden zich niet in om een apocalyptische song van ruim 18 minuten op hun plaat te murwen en die de naam ‘Kabeldraad’ mee te geven. Een kronkelende kabeldraad met weerhaken naar ons gedacht, een onrustwekkend schouwspel waarin serieuze brokken gemaakt worden die dan averechts terug aan elkaar gelijmd worden, een klomp geniale pokkenherrie die niet zou misstaan op ‘The Seer’ of ‘To Be Kind’ van Swans.
Bij El Yunque vliegen de gitaren al eens uit de bocht en slaan ze geregeld linksaf daar waar ze eigenlijk naar rechts moeten, wat helemaal niet erg is, bij Captain Beefheart was dit ook voortdurende zo, en hoe geniaal was die niet ?
Ondanks de talrijke hindernissen en dwarsliggers valt alles bij El Yunque opmerkelijk in zijn plooien, er zit structuur in het lawaai en er zit lijn in de stoorzenders. Het is een beetje zoals bij de vroege Sonic Youth, hoe extreem de herrie ook mag klinken, er is altijd een doelgericht spoor.
Eentje met een verslavende werking en één van onze favorieten is “Noztechtransch”, een song die net iets toegankelijker klinkt dan zijn titel laat vermoeden en die drijft op een onweerstaanbare riff waarop we wel een dansje zouden durven wagen, meer bepaald de paringsdans van een dolle chimpansee die zwaar aan de LSD heeft gezeten. Ook de ontspoorde krautrock van “Nátwoord” bijt voortdurend in onze kuiten, we menen er zelfs een flard Primus in te horen, maar dan met een Les Claypool die pas uit een moordlustige nachtmerrie is ontwaakt.
U merkt het, ‘Baskenland’ is geen plezierbestemming om via Neckermann reizen te boeken, het is eerder een avontuurlijke trip doorheen een nog nader te ontdekken rioolnetwerk.

donderdag 10 maart 2016 02:00

Pillars Of Ash

Er schuilt een drama achter dit gortige metal-album. Tijdens de opnames is zanger/bassist Jonathan Athon omgekomen bij een verkeersongeluk. Even leek het alsof alles voorbij was maar de overige bandleden stonden erop dit werk af te maken. Gelukkig maar, het is een krachtig eerbetoon geworden.
Black Tusk is er voor wie zijn metal graag rauw en hardvochtig lust. Zoek het in de richting van uw favoriete doom- en sludgemetal-groepen en trek er nog een vette streep hardcore onder. Dit is harder dan Kylesa, brutaler dan Baroness en vuiler dan Mastodon. De herrie is verpakt in 11 songs die er in amper 35 minuten met een sloophamer worden doorgejaagd. Tonnen agressie gaan er uit van hardcore kopstoten als “Punkout” en “Desolation In Endless Times” en er heerst een brute kracht over “Bleed On Your Knees” en “Damned In The Ground”. Als er dan nog een tandje moet bijgestoken worden doet Black Tusk dat met “Born Of Strife”, een gemene brok trash-metal die naar Slayer neigt.
Dit is gure straight forward metal van het betere soort. Niet voor gevoelige oren, maar die van ons zijn wel wat gewoon.

donderdag 10 maart 2016 02:00

Global Chakra Rhythms

Jeff The Brotherhood uit Nashville kunnen we op zijn minst een boeiende, avontuurlijke en veelzijdige band noemen. Daar waar ze op de vorige plaat nog het best te omschrijven waren als Weezer die zich aan stoner-rock waagt, zitten ze nu volledig in het land van de psychedelische rock en krautrock.
De plaat klokt ruim boven het uur af en is gevuld met lange jam-songs die zich in verschillende windrichtingen begeven. De albumtitel doet het al een beetje vermoeden, JTBHD gaat hier volledig loos en lapt de vaste songstructuren aan zijn laars ten gunste van lekker zwevende songs die de tijd nemen om een breder universum te exploreren. Een songtitel als “Deep Space Bound On The Edge Of Reality” is veelzeggend, hier wordt in de hogere lagen van de kosmische atmosfeer rondgedobberd. De titelsong is al meteen een groovy krautrock excursie die gaandeweg steeds spannender wordt en middels een ontspoorde sax, jungle drums en in LSD gemarineerde sixties-gitaren naar Oosterse oorden reist. Eén en ander vertaalt zich in Neu! die Hawkwind vertolkt, of omgekeerd als u wil. Die krautrock- invloeden worden nog eens dik rondgesmeerd op “Solstice Canyon”, een fijne instrumental die ook al lijkt te zijn weggelopen uit een plaat van Neu!
JTBHD toont zich van zijn meest wreedaardige en donkere kant in de hypnotiserende rock van het lange “Mary Of Silence”, een verslavende song voorzien van een stel snijdende gitaren die dwars de donkere wolken scheuren.
Elders is het dan weer chillen op een luie sax in “Chilled To Bones” en heerst er een relax hippiesfeertje in “Pillars Of Creation” en “Pringle Variations”, twee songs die van Thievery Corporation konden zijn mochten die wat meer paddenstoelen tot zich nemen.
Elektronica overheerst dan weer op het bevreemdende “Liquid Inox” waarin gretig wordt geëxperimenteerd met freaky synths.
JTBH lijkt er aanvankelijk rustig uit te gaan op afsluiter “Whatever I Want”. De song start als een rustig kabbelend hippie-beekje tot men met een logge doomhardrockriff de modder nog eens komt omwoelen.
Fascinerende plaat.

donderdag 10 maart 2016 02:00

II

Dit is nog maar de tweede plaat van dit venijnig rockende gezelschap, maar het zijn hoegenaamd geen groentjes. De helft van Id!ots heeft er met Ugly Papas al een heus rock’n’roll verleden opzitten, ze weten hoe ze een portie vettige en zweterige rock op de wereld moeten loslaten. Dat er na al die jaren nog serieus wat snee op zit bewezen ze al met hun potige eersteling en ze komen het nu meteen al zonder weerga uit de doekjes doen met de felle opener “Backk”, een striemende kopstoot van amper anderhalf minuutje, een kogel met het Jon Spencer- kwaliteitslabel, dat is wat men noemt nog eens een frontale binnenkomer.
Id!ots gaan daarop lustig door met een stel vettige klompen buffelrock waarin de gitaren lekker onstuimig uit hun voegen mogen barsten en waarbij ouwe rot Luc Dufourmont danig wat animo in zijn vocals legt, in “Pakistan” zet hij zelfs een overtuigende Mick Jagger neer. Onze favoriet is de stormachtige rocker “Bricks To Dust” waarop het combo enkele keren drastisch ontploft, het is een song die ontworpen is om de daken van diverse concertzalen aan flarden te spelen.
Pas met slotsong “Never Look Backk” mag de voet van het gaspedaal, maar gewoon bruusk stoppen was naar ons gedacht beter geweest. Die afsluiter is eigenlijk maar een mak niemendalletje dat een beetje ongepast aan de staart van een ontembaar beest hangt. Doch laat dit de pret niet bederven want de tweede plaat van Id!ots is een heftig ding waar de onbesuisde rock’n’roll in dikke lagen van af druipt.

vrijdag 25 maart 2016 02:00

Spectres – Trommelvliesterreur

LFDY, oftewel Live Fast Die Young is een nieuw concept waarbij Democrazy nieuwe jonge en luide bands programmeert. Spectres mocht de spits afbijten.

Luide bands, jazeker, we zullen het geweten hebben.
Als wij quasi  een uur aan een stuk overstelpt worden met de meest striemende noise waarover wij dan een zinnig woord moeten verzinnen dan komen wij met een pak al dan niet zinnige commentaren, referenties en trefwoorden opzetten :  Sonic Youth meets My Bloody Valentine met de stofzuiger op 2000 Watt, knarsende distortion, barstende feedback, trommelvliesterreur, boormachines, slijpschijven, kettingzagen, straaljagers, bloedende oren, openspattende hersenen, ontstemde gitaren, kapotte knalpotten, krakende pantserdeuren, knarsende vingernagels op een krijtbord, formule-1 race in de houtzagerij, ontspoorde Jesus and Mary Chain in een roestige vleesmolen,…

Ja, wij zijn fan van ‘Dying’, het overweldigende album van Spectres, en dit omwille van de fijne een genuanceerde combinatie van noise en shoegaze die in een stel spannende songs wordt gegoten. Dit is trouwens de reden waarom wij vandaag naar de Charlatan waren getrokken. Maar de live vertolking van dit straffe album verdrinkt zodanig in een overdaad aan lawaai dat het haast niet meer houdbaar is. De vocals komen nooit boven het gedruis uit, de songs zijn onherkenbaar en verzuipen in een zee van rumoer.
Wij zijn nochtans wat gewoon, we zweren bij de meest scheurende Sonic Youth, we kunnen met de ogen toe genieten van een brandend concert van A Place To Bury Strangers en we brengen onze kinderen groot met Swans loeihard in de stereo, maar dit hier is er toch wel over. Zowat alles is bedolven onder een striemende golf van kabaal waaruit elke vorm van raffinement vakkundig is weggehaald.
Bovendien blijken de groepsleden er weinig zin in te hebben. Hun enthousiasme-meter komt niet boven het minimum uit en ook de interactie met het publiek zit onder het vriespunt. Het lijkt alsof ze opzettelijk alle nuances uit de songs hebben weggehaald en die vervangen hebben door een muur van geraas. Geen idee wat hun bedoeling was, een uurtje pokkenherrie komen maken en even de gitaren (ont)stemmen ? Zijn ze in geslaagd.

Doch, we blijven erbij, ‘Dying’ is een dijk van een album. De plaat is beter dan het concert.

Organisatie: Democrazy, Gent

We Are Open 2016 – vrijdag 12 februari 2016
We Are Open 2016
Trix
Antwerpen
2016-02-12
Sam De Rijcke

Als u ons om onze top drie van de beste Belgische platen van 2015 vraagt, dan zullen wij u prompt antwoorden : Steak Number Eight (‘Kosmokoma’), The Black Heart Rebellion (‘People, When You See the Smoke, Do Not Think It Is Fields They’re Burning’) en Flying Horseman (‘Night Is Long’). Als u ons vervolgens vertelt dat deze drie bands op dezelfde avond geprogrammeerd staan op het Trix showcase-festival We Are Open, dan draaien wij u spontaan een regelrechte tongzoen en springen wij als de bliksem in onze wagen om koers te zetten richting Antwerpen. Dat we er terloops nog wat ontluikend talent kunnen ontdekken, is lekker meegenomen.

We kunnen van tijd tot tijd wel een goeie pot noise verdragen, maar dan vragen we ook dat er een stel goede songs achter het lawaai schuilen, wat helaas niet het geval is bij het luidruchtige Gentse combo Crowd Of Chairs. Veel herrie en geschreeuw, geen songs.

Heel snel nog een nummertje meepikken van het duo Onmens. En net op het moment dat we denken van “Hey, zijn dit de Compact Disk Dummies niet ?” is het helaas al gedaan. Het klinkt wel bijzonder cool, en wij beseffen dat we met Crowd Of Chairs de verkeerde keuze hebben gemaakt.

Quasi in zijn eentje verantwoordelijk voor misschien wel het beste Belgische album van het afgelopen jaar (‘Night Is Long’) is Bert Dockx. Met zijn band Flying Horseman brengt hij weidse grootstadsblues met prachtige gitaren die geregeld naar een broeiende climax groeien, ergens tussen Richard Hawley, Television, Chris Forsyth en Roxy Music in. De geest van die schitterende nieuwe plaat dwarrelt ook over het podium dankzij prachtsongs als “Faithfully Yours” en “Brother”. Mooi, heel mooi zelfs, en veel te kort. Dat heb je dan met showcasefestivals.

Hadden ze naast het café, de club en de bar in muziekcentrum Trix nu ook nog een pikdonkere diepe kerker gehad, dan was dat de plaats waar de beangstigende klanken van The Black Heart Rebellion het best zouden gedijen. Helaas moeten ze het hier in de bar doen en daar gaat hun doorgaans hypnotiserende sound een beetje in het gewoel verloren, maar onheilspellende songs als “Body Breaker” en “Flower Bone Ornaments” blijven overeind. Sorry dat we het steeds blijven herhalen, maar dit zijn de Belgische Swans. En dit bedoelen we 100% als compliment.

Op naar de jeugdige stormrammen van Steak Number Eight. Amai mijne frak! wat een maturiteit! wat een overtuiging! wat een sound! wat een power! Steak Number Eight is een goed geoliede West-Vlaamse machine die loeiend hard en extreem krachtig op het hoogste toerental draait. We hadden het al door met die prachtige nieuwe plaat ‘Kosmokoma’ dat de groep er zowaar nog een paar flinke stappen op vooruit is gegaan, live zetten ze dat nog eens extra in de verf. Brent Vanneste is een geweldige frontman  die middels  moordsongs als “Your Soul Deserves To Die” en “Gravity Giants” zijn band naar hogere oorden schreeuwt. Dit rockt als een op hol geslagen bizon bij wie de stoom meedogenloos en onbegrensd uit een stel kollossale neusgaten gutst. Het is keihard, pokkenluid, loodzwaar en hondsbrutaal, maar het is van een zelden geziene klasse.

De Brusselse psychedelische retro rockers van Moaning Cities hadden we al eens eerder aan het werk gezien, en ze zijn nog geen haar veranderd (’t is hoogstens wat gegroeid). Ze zijn speciaal op een vliegend tapijt van Brussel naar Antwerpen gevlogen om er een stel in LSD gerijpte songs te komen spelen. Eén en ander wordt met een sitar nog wat extra opgefleurd om de hippiegeest nog sterker te verruimen. Soms ietwat te langdradig doch best wel aangenaam, maar de Black Angels-referenties liggen er nog steeds te dik op. Er is dus nog veel werk aan het ontwikkelen van een eigen smoel, maar ze zijn aardig op weg.

Van de papavervelden terug de garage in, alwaar Double Veterans met een stel korte en viriele garage-rocksongs de Trix Club in vuur in vlam zetten. Het is het bandje van Lee Swinnen, zoon van Guy, maar voor de rest heeft dit helemaal niets met The Scabs te maken. Double Veterans brengen met een heuse punkspirit een batterij simpele rechttoe rechtaan songs met een gortig kantje. Swinnen is duidelijk de baas van dit trio en hij jaagt zijn songs er door met een coole en vinnige nonchalance waarmee hij de zaal innig aan het pogoën krijgt. Faut le faire. Een bandje met pit, en volgens ons ook een toekomst.

Mag van ons met de prijs voor beste groepsnaam weglopen :  Cocaine Piss. Deze Waalse band is all the way to Chicago gevlogen om er met de legendarische producer Steve Albini hun debuutplaat op te nemen. Albini, die zelf is opgegroeid in de Amerikaans hardcore-punk scene, is nu wel aardig wat gewoon, maar hiervan zal hij toch ook wel even geschrokken hebben. Cocaine Piss verspreidt met name een hels kabaal, het is straight-in-your-face-hardcore met schreeuwerige female vocals, verschroeiende herrie waar zelfs Perfect Pussy een stapje voor achteruit zou zetten. Zo eindigt de avond als ie begonnen is, met een aanslag op onze trommelvliezen.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Pagina 34 van 111