logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
dEUS - 19/03/20...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Geen enkele van de drie Subways albums zal de prijs der originaliteit winnen. Maar daar is het er bij dit energieke trio ook niet om te doen. Hun fijne catchy punkpop songs zijn gemaakt om vooral op het podium te spetteren. En of dit het geval is !

De bijzonder sympathieke frontman Billy Lunn is een podiumbeest die in het aangename concertzaaltje Grand Mix zijn publiek danig wist op te jutten dat er in de frontzone voor het podium nogal wild werd gesprongen, gemoshed en geskydived (zelfs een gebroken poot en een stel krukken konden een zwaar uit de bol gaande fan er niet van weerhouden zich in de gevarenzone te begeven). De songs, en vooral de energie waarmee deze gebracht werden, waren dan ook zo aanstekelijk dat stilstaan hoegenaamd niet mogelijk was.
Lunn, zijn bevallige bassiste Charlotte Cooper en drummer Josh Morgan maakten er met hun simpele maar krachtige en puntige songs een geweldig feestje van. Lunn nodigde tijdens het punkertje “Turnaround” de zaal uit tot een massale circle pit, wat zowaar nog meer vuurwerk teweegbracht bij het al uitfreakende Franse publiek, maar tot de verhoopte circle pit kwam het niet echt. De Fransen hadden enkel het woord circle begrepen en maakten er dan maar een soort kusjesdans van. Maar goed, de extreem goedgeluimde zanger kon er wel om lachen en bedankte zijn fans vooral voor het ongebreidelde enthousiasme.
Uiteraard was hun anthem “Rock & Roll Queen” één van de kleppers van de avond, maar een nieuwe song als “We don’t need money to have a good time” was al even sterk en zal volgens ons tot een bescheiden klassiekertje uitgroeien die niet moet onderdoen voor “Rock n roll queen”. Nog twee nieuwe songs heet van de naald waren “Celebrity” en de stampende afsluiter “It’s a party”, heerlijke fuifsongs zeg maar.
Verder rolden The Subways met het tempo van een dolgedraaide metro doorheen een handvol felle rockertjes als “Oh yeah”, “Shake shake shake” en “With you”, allemaal even gedreven en barstend van de adrenaline.

The Subways speelden simpele, maar goudeerlijke en bijzonder potige punkpop samengebald in iets meer dan een uur. Uiterst dynamisch en energiek, meer moest dat niet zijn.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 29 september 2011 02:00

Brilliant ! Tragic !

Vanuit de UK waaien er nogal wat groepjes over, en het zijn dikwijls de minst getalenteerde die als hype gelanceerd worden (vooral dan door NME), niet zozeer omwille van hun capaciteiten maar eerder omdat ze er behoorlijk cool uitzien of zich naar aloude Britse gewoonte tamelijk arrogant gedragen. Hier op het vasteland lopen we echter niet zo hard van stapel en gaan we er telkens even rustig voor zitten vooraleer we bij dergelijke bandjes met overdreven superlatieven naar buiten komen.
Een band waar niet zo veel commotie rond gemaakt wordt, is Art Brut die met ‘Brillant ! Tragic !’ toch al aan hun vierde werkstukje toe zijn. Art Brut is een goed bewaard geheim, zo blijkt. Het is ons een raadsel waarom de Britse pers dit niet de hemel heeft in geprezen, want dit bandje heeft zowat alles waar de Britten op geilen; springerige en venijnige gitaartjes, puntige en hakkende catchy songs, punky vocals en een typisch Britse sound (hoewel geen brave Britpop).
Misschien een beetje te moeilijk of te arty, zou het dat zijn ? Wij zijn er in ieder geval weg van want dit album brengt bij ons de nodige opwinding teweeg. En dat is te wijten aan compromisloze hoekige songs als “Bad Comedian” (waar The Fall nooit ver af is) en “Lost weekend” en vooral aan de venijnige gitaren die om de haverklap zowat elke song kommen opjutten. Eén van onze favorieten is “Is dog eared”, een aanstekelijke brok indie rock die het beste van Wire, Pixies en Franz Ferdinand in één song weet samen te vatten. Maar dit plaatje heeft nog veel meer moois in petto, het strakke “Martin Kemp Welch Five-a-side Football rules” is een to the point volbloed punkertje van amper 2 minuutjes en “Axl Rose” bijt en briest dat de vonken in het rond vliegen. “I am the psychic”, weer zo een heerlijke punky kopstoot, doet denken aan vroege Godfathers die in gezelschap van Billy Childish wild om zich heen schoppen.
Pas op het eind gaat het er wat rustiger aan toe met een razend knap “Ice Hockey” die akoestisch inzet en daarna via hoekige gitaartjes lekker verder dobbert.
Een geweldig plaatje dus van deze Britten die kilo’s meer talent hebben dan de twee omhooggevallen broertjes Gallagher die elkaar op vandaag menen te moeten bekampen met elk een wel heel miserabel laatste plaatje. En wie prijzen ze bij de Britse pers terug de hemel in, denkt u ? Yep, ze gaan het nooit leren.

Hedendaagse artiesten die een voorliefde hebben voor authentieke soul van eind jaren zestig en begin jaren zeventig, die kunnen daar twee richtingen mee uit. Er zijn er die het boeltje zodanig opkuisen en met een soort designers soul afkomen waar alle passie en vuur uit verdwenen is, zoals Bruno Mars en Aloe Blacc. Maar dan heb je gelukkig nog diegenen die nog eens extra het vuur aan de lont steken en de soul in zijn heetste vorm te grabbel gooien. Black Joe Lewis behoort tot die laatste soort. Na diens ophitsend nieuwe plaatje ‘Scandalous’ waren wij uiterst benieuwd naar wat dit op een podium zou teweegbrengen. Wat blijkt : live is het allemaal nog een stuk rauwer en opwindender dan op het album.

Black Joe Lewis heeft als kleurling de soul en funk in de aderen zitten. The Honeybears daarentegen zijn, op de saxofonist na, zo blank als een ton Dash Ultra White, maar ze swingen wel de pan uit. Het is rauwe soul die gespeeld wordt met luide en knarsende gitaren (garage-soul als u wil) die voortdurend de confrontatie aangaan met superhete blazers. Het bruist dat het geen naam heeft en is bij momenten zo funky dat wij onze kont uit de naad schudden. De ganse set is op het scherp van de snee, Black Joe Lewis zingt fel en snedig als een jonge James Brown en hij jaagt heftig zijn gitaar doorheen bijtende riffs en solo’s. Een song als “She’s so scandalous” is gemene funk gebouwd op een uitermate sexy riff en “You been lyin’” is superhete en keiharde power-soul.
Naarmate de set vordert schakelen BJL en zijn band nog een tandje hoger, de hele zaal raakt oververhit en de pure soul evolueert naar een soort punksoul. In de bisronde vliegt de bende er in met messcherpe versies van “Surfin’ bird” (de allereerste punksong ?), “Louie Louie” en -driewerf hoera- “I got a right” van Iggy and The Stooges.
Als zowel Black Joe Lewis als zijn bassist zich met de nodige risico’s tussen het uitfreakende volk begeven merken we dat ze er zelf ook met volle teugen van genieten en dat ze hun passage in de Club Aeronef niet snel zullen vergeten.

We mogen hier gerust van een legendarisch optreden spreken, wild en onbezonnen. Zo gemeen en recht voor de raap hebben wij onze soul in jaren niet gehad.

Organisatie: Aéronef, Lille

donderdag 22 september 2011 02:00

Klang

Deze Antwerpenaren houden het niet te proper op hun debuutplaat en gaan voor een soort vuile en gruizige rock die het midden houdt tussen Kyuss, Melvins, The Jesus Lizard en Black Sabbath. Grunge meets metal meets stoner.
Een modderige song als “Heavy rain” had op de vroege platen van Soundgarden kunnen staan, hoewel de zang nogal wat afwijkt van de hoge uithalen van Chris Cornell, en verder halen we er uit als uitschieter “Dead wings”, een loden sleper met smerige gitaren.
De rest van al dat ander zwaar materiaal is best wel OK, maar toch is het vergeefs zoeken naar een song die echt blijft hangen.
De band is er met name in geslaagd om op ‘Klang’ een uiterst potige en vette sound neer te zetten maar er mag wat meer vlees aan de songs hangen van ons.
Het album balanceert de ganse tijd op de grens van grunge en metal (sommigen durven het woord blues laten vallen, doch die is volgens ons ver te zoeken).
Klang is zo een plaat waar de heavyness het haalt van het tempo, niet zo extreem als bijvoorbeeld bij Electric Wizard, maar toch.

Maar goed, er zit iets in, en ’t zijn niet alleen decibels.

Een dikke drie jaar geleden stond Avril Lavigne al eens in Vorst, toen was de Avril Lavigne gekte nog volop aan de gang en speelde de tienerster voor een uitzinnig en piepjong publiek in een al maanden op voorhand uitverkocht Vorst Nationaal (als u even grasduint in de historiek van deze site vindt u daar nog een alleraardigst concertverslagje van terug). Nu, drie jaar later, is die Lavigne manie sterk geluwd en met een nieuwe plaat, die eigenlijk al snel in de anonimiteit verdween, staat ze voor een amper half gevulde zaal. Hoe het tij kan keren.

Vorige keer werden we nog overweldigd door een totaalspektakel van uitgedokterde choreografieën, flitsende videoprojecties en een indrukwekkende lichtshow. Vandaag is dat wel eens anders, de opzet van haar live set is veel soberder, wat dan weer in de lijn is van die laatste plaat ‘Goodbye Lullabye’ waaruit hier een flinke greep wordt geserveerd. Nu ligt de nadruk meer dan ooit op de muziek en wat ons betreft is dat altijd een gunstige evolutie.
In een sober decor komen Avril en haar band gewoon hun liedjes spelen, zonder veel poespas eromheen. Alsof het nu maar eens duidelijk moet worden dat de muziek op zich sterk genoeg is om het publiek te overtuigen. Een gedurfde zet, zeg maar en het siert Avril Lavigne dat ze op haar 27 ste (gevaarlijke leeftijd, moge haar dat niet op rare gedachten brengen) dergelijke stap neemt.
Die aanpak verraadt dan ook de onvermijdelijke zwaktes, want Lavigne’s songs zijn lang niet altijd even sterk, maar haar vitaliteit en haar stem maken veel goed. Vooral in de rustige en semi akoestische songs blijkt dat die stem een stuk sterker en voller is geworden. In de up tempo nummers legt Avril Lavigne dan weer een aardig enthousiasme aan de dag waarmee zij zonder veel moeite de zaal weet op te zwepen. Qua sound is er, op het podium dan toch, niet zo gek veel veranderd, de songs variëren nog steeds van luchtige feelgood tracks en meezingers tot beschaafde punkpop, en de band speelt bij momenten vrij krachtig en steeds in functie van hun madam die de touwtjes goed in handen houdt. Vermakelijk entertainment, zeg maar, hoewel wij toch nog steeds zouden aandringen op wat meer vuile punkrock, want dat meiske heeft het echt in haar bloed zitten, maar ’t is vooralsnog de portefeuille die de bovenhand haalt.
De bijzonder fraaie verschijning Avril Lavigne (‘t is echt wel een razend knap ding, daarvoor alleen al zou een mens op de eerste rij gaan staan, ware het niet dat zoiets een beetje beschamend zou zijn voor een 45 jarige tussen al dat jong grut) is een stuk volwassener geworden. Samen met haar is ook haar publiek mee uit de luiers gegroeid, wij bespeurden een pak minder snotneuzen in de zaal dan drie jaar geleden en hebben geen enkele K3 t-shirt gespot.
Helaas hadden de leden van de support act Vienna dat niet door en meenden zij het publiek te moeten opwarmen met een Justin Bieber cover. Een blunder van formaat zo bleek, en terecht boegeroep was hun deel. De rest van hun set klonk overigens net als die ene Bieber song : pijnlijk en rampzalig. Wat bezielt een concertpromotor om dergelijk onding als support act van een toch wel bekend artiest te programmeren ? Was er dan echt niks beter te vinden ?

Kunnen we nog iemand een plezier doen met een setlistje ?
Allée vooruit, dan maar
Black star – What the hell – Smile – Sk8er boy – He wasn’t – I always get what I want – Alice – When you’re gone – Wish you were here – Nobody’s home – Unwanted/freak out/losing grip medley instrumental – Girlfriend – Airplanes – My happy ending – Don’t tell me – I’m with you
Bis: I love you – Push – Hot - Complicated

Organisatie: Live Nation

vrijdag 02 september 2011 02:00

Past Life Martyred Saints

Het doet deugd te moeten vaststellen dat er nog eens een dame aan de oppervlakte komt die het niet gemunt heeft op de platte hitparade, maar die kiest voor een grillige en ijle sound die oneindig ver verwijderd is van de Lady Gaga’s, Lilly Allens en Beyonces van deze wereld. Qua geestesgenoten gaat u het best zoeken bij Patti Smith, PJ Harvey, Nico, Portishead, The Breeders, Anna Calvi en de goddelijke Kim Gordon.
Erika M. Andersen is de naam, en u zal die maar best onthouden, want het is een madam die zal blijven, haar muziek hangt aan de ribben.
Er hangt een onheilspellende mist boven deze plaat met daaronder een handvol parels die zich niet zomaar prijsgeven. Een beetje moeite is vereist, maar eens u binnen bent bieden de ruwe diamanten zich spontaan aan. Aan de prachtige akoestische eenvoud van “Anteroom” zal u na een drietal beurten zodanig verknocht zijn dat u er telkens weer als een junk zal naar teruggrijpen. In het oeuvre van PJ Harvey moet je al diep in het verleden graaien om zo een goede song te vinden.
Ook het meer dan 7 minuten durende “The grey ship” komt genadeloos onder je nagels gekropen. De song zet in als een indringende akoestisch folky mijmering en schakelt dan over naar een furieuze en dreigende elektrische stroomstoot met gekraakte violen zoals John Cale die in zijn VU periode durfde afvuren.
De grilligheid die op dit album aan de dag gelegd wordt is niet te onderschatten, venijnige niet alledaagse feedback gitaren rijten “Milkman” helemaal open en “Breakfast” is dromerige folk, maar dan met stekels. Helemaal stil worden we van de wonderlijke afsluiter “Red star” waarin EMA haar onderkoelde stem laat aanscheuren tegen heerlijk snijdende gitaren.
Een indrukwekkend debuut dat dieper gaat dan het gemiddelde boorplatform.

vrijdag 02 september 2011 02:00

You can’t teach an old dog new tricks

Wie valt er nu niet voor een oersympathieke oude zwerver als Seasick Steve. Op festivals verovert hij steevast de harten van piepjonge fans die zijn kleinkinderen konden zijn. En dat met ongekuiste primitieve blues gespeeld op verhakkelde gitaren en omgebouwde sigarendozen. Geef de man een cola blikje, een borstelsteel en de elastiek van uw versleten onderbroek, en hij maakt er wel een gitaar van waaruit hij de meest wonderlijke blues tovert.
Ook op ‘You can’t teach on old dog new tricks’ (met die titel heeft hij zijn eigen plaat in één zin besproken) bewijst hij dat hij een songwriter van het puurste soort is. Country, blues en folk zijn de ingrediënten, prachtsongs zijn het resultaat. De naakte akoestische schoonheid van opener “Treasures” is daar meteen het mooiste bewijs van.
Op zijn vetst klinkt Seasick Steve met de elektrische kopstoten als “You can’t teach an old dog new triks”, “Back in the doghouse”, “Party” en “Days gone”, maar ook als de man de banjo ter hand neemt is hij tot mooie dingen in staat als “Whiskey ballad” en “Underneath a blue and colourness sky”.

Op dit album doet Seasick Steve dus gewoon waar ie goed in is, maar dan ook verduiveld goed. Geen stijlbreuk met zijn vorige platen dus, maar dat zou pas zonde geweest zijn.

donderdag 25 augustus 2011 02:00

Gorilla Rose

Als wij u vertellen dat Kid Congo Powers in een bruin verleden deel uitmaakte van zowel The Gun Club, The Bad Seeds als The Cramps, dan zal u ook begrijpen dat de man altijd al dichter gestaan heeft bij de injectienaald dan bij de hitparade. 
Met zijn band The Pink Monkeybirds blijft hij op ‘Gorilla Rose’ zweren bij een vuile garagerock sound met gruizige gitaartjes in een fuzzkleedje. Wij hadden al een boontje voor de frisse garage jungle van voorganger ‘Dracula Boots’, die lijn wordt tot ons groot genoegen op ‘Gorilla Rose’ op de alleraardigste manier gewoon doorgetrokken. Opener “Bo bo Boogaloo” is qua fungehalte de gedroomde binnenkomer en daarop gaan Congo en zijn aapvogels gezwind verder aan de slag. Aangenaam om in onder andere “Catsuit fruit”, “Hills of pills” en “Our other world” die frisse verteltoon van Kid Congo te horen op een achtergrond van fifties en sixties orgels en rammelende gitaren. Denkt u hier even aan Andre Williams, aub.
Het album wordt ook gesierd door een paar blitse instrumentals als “Lord Bloodbathington” en “Bubble trouble”, rock’n’roll met surfgitaartjes die onbevreesd tussen de haaien zwemmen.
‘Gorilla Rose’ klinkt nog het meest als een soundtrack van een film met een overdaad aan leren jekkers, lapdances, old timer cadillacs, zatte vetkuiven en overvloedig bierverbruik. Iemand moet maar eens het GSM nummer van Kid Congo Powers aan Tarantino geven.
Vet plaatje.

donderdag 18 augustus 2011 02:00

The Future Is Medieval

Omdat Kaiser Chiefs er zelf niet uit kwamen welke van de nieuwe songs ze uiteindelijk op het album zouden zetten hadden zij op voorhand een twintigtal tracks op hun website gepost om zo de fans zelf de kans te geven hun eigen compilatie er uit samen te stellen. Beetje onnozel, als je ’t ons vraagt, want die fans willen natuurlijk alles downloaden en hebben dan ook weinig behoefte aan elimineren van songs van hun favoriete band. Maar wij wel !
Uiteindelijk ligt er nu een nieuw album in de winkels met daarop 13 tracks, maar nog wat meer eliminatie zou niet misstaan hebben. Wij zouden na wat grondig speurwerk geopteerd hebben voor een EP’tje met 6 sterke songs en that’s it.
U zal vergeefs zoeken naar fuifnummers van het kaliber “Ruby”, “Never Miss a beat” of “Oh My God”. Een dingetje als “Long way from celebrating” heeft wel wat hitpotentieel in zich, het is een fijne song maar uitzinnig op en neer wippen ga je hier niet bij doen. Verder krijgt u frisse eighties pop met “Things Change” en gezwinde feelgood pop met het knappe “Starts with nothing”. Het vinnige rockertje “Dead or in serious trouble”spreekt ons nog het meest aan en ook opener “Little shocks” en “Child of the jago” zijn van die typisch lekkere opzwepende Kaiser Chiefs nummertjes.
Tot zover het koren, want verder treffen we helaas nogal wat kaf aan op dit nieuwe album. Het Madness beestje duikt op in “When all is quiet” maar de song valt te licht uit en kan geenszins tippen aan de briesende topsongs dan deze grote voorbeelden. Het synthesizer niemendalletje “Heard it break” staat hier ook maar wat onnozel te wezen en het supermelige “Coming up for air” is zowaar nog slapper, om nog maar te zwijgen over de flauwe afsluiter “If you will have me”.
De songs die het album niet haalden hebben wij ook gehoord en het was ons meteen duidelijk waarom ze in de kast zijn blijven steken. Mogen ze veel stof vergaren.
Voor het bouwen van een vet feestje op hun optredens blijven Kaiser Chiefs dus aangewezen op hun eerdere hits, maar de heren hebben er met deze half geslaagde nieuwe plaat toch een handvol dingetjes bij om hun legendarische live sets nog wat meer kleur te geven. Op naar de AB in november.

donderdag 18 augustus 2011 02:00

Scandalous

Een onbeschaamd retro plaatje waar het zweet met emmers van af druipt. Deze Amerikaanse bende serveert pure soul, hete funk en opzwepende blues met vette kwinkslagen naar James Brown, J. Geils, Black Keys, Dirtbombs en prille Stones. De gitaren zijn heet en dirty en een swingend blazerskwartet hitst de boel nog meer op. De plaat heet ‘Scandalous’ en is inderdaad schandalig goed, ze ademt gewoon een live gevoel en bruist als een goed getrainde aspro in een glas tequila.
Het is gewoon onmogelijk dat u de benen en de rest van uw al dan niet potente ledematen stil houdt op stampers als “Mustang ranch” en “You been lyin’”. De funk en soul hebben de tijd van hun leven in “Livin’ in the jungle”, “Booty city” en in een supergroovy “Scandalous” en de blues klinkt op zijn vetst in “Messin’” en “Jesus took my hand”.
Als er ergens een podium is in de buurt die deze ophitsende bende wil ontvangen, dan vliegen we daar als de bliksem naar toe. En ’t is toch wel van dat, zeker, op 29/09 in zaal l’Aeronef te Lille. We zijn al weg.

Pagina 80 van 112