logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
avatar_ab_19
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

The Black Angels hebben met hun derde worp ‘Phosphene dreams’ wijselijk niet voor een drastische koerswijziging gekozen. Het album kan eerder als een logisch gevolg beschouwd worden op het ijzersterke debuut ‘Passover’ en diens voortreffelijke opvolger ‘Directions to see a ghost’. Zo heeft de band zich een eigen donker en bezwerend geluid toegeëigend gebouwd op sixties funderingen van Velvet Underground, Doors en vroege Pink Floyd en voorzien van een onderhuids eighties glazuur van Joy Division, Cramps en Spacemen 3. En als je op vandaag op zoek moet gaan naar bands die even begeesterend klinken, wendt u dan in de richting van Woven Hand, Nick Cave & The Bad Seeds en Interpol.

Met hun drie albums kon het vijftal terugvallen op voldoende sterk materiaal om een gans optreden te blijven boeien, zo bleek in een aardig volgelopen Aéronef in Lille.
De band dompelde ons van meet af aan onder in een donkere, meeslepende psychedelische sfeer met gretige sixties invloeden. De op het eerste zich schuchter lijkende zanger Alex Maas zat weer diep onder zijn pet verscholen maar toch kwamen zijn Jim Morrison demonen geregeld de kop opsteken. Zijn bezwerende zangpartijen vonden perfect hun gading onder het beklemmende en verslavende geluid die de band creëerde.
De drie openers op de nieuwste plaat, “Bad vibrations”, Haunting at 1300 Mc Kinley” en “Yellow Elevator” waren ook de eerste sfeerzetters voor deze avond, de band zou ons vervolgens vanaf een splijtend “ The Sniper at the gates of heaven” alleen maar heviger meesleuren in hun verzwelgende sound.
Wij lieten ons compleet meedrijven door de machtige onderhuidse spanning van het fantastische “Mission district” of door de donkere bastonen van “Science killer” en “Black Grease”.
Opvallend ook hoe The Black Angels ruim graaiden uit hun imposante debuutplaat (maar liefst 7 songs) en met geweldige versies van “Young men dead”, Bloodhounds on my trail” en “Manipulation” het concert op het einde naar een nog hogere dimensie stuwden.
Een verslindend “You on the run” zette als derde bis nog wat extra stoomkracht bij en The Black Angels deden bij wijze van pittig slot de sixties in ware Beatles stijl herleven met een uiterst vitaal en puntig “Telephone”.

Een bruisend optreden badend in galmende gitaren en meeslepende sixties psychedelica, en we hadden hoegenaamd geen zwaar gerief nodig om ons volledig te laten inpalmen (hooguit een zestal pintjes).

Organisatie: Aéronef, Lille (ism Radical Prod)

maandag 07 februari 2011 01:00

Kylesa - Metal zonder oogkleppen

Kylesa is een aangename frisse wind in metalland, dat hadden we al door met het verschijnen van de fantastische mokerslag ‘Spiral Shadow’, een dijk van een plaat (check gerust nog eens onze recensie bij cd reviews). Of ze dat uitmuntend staaltje met evenveel allure en power op een podium zouden kunnen brengen, was de hamvraag voor vanavond in de Vk*. Een volmondig ja, zouden we durven antwoorden.

Kylesa speelt metal zonder oogkleppen, in de voetsporen van bands als Baroness en Mastodon, met een knipoog naar grunge, stoner en indie. Een frontman (zanger/gitarist Philip Cope) én een frontvrouw (zangeres/leadgitariste en vrouw met ballen Laura Pleasants) verdelen de vocals netjes onder mekaar en zorgen voor een knappe variatie van schreeuwerige en puntige vocals. Ze worden in de rug gesteund door maar liefst twee drummers die zorgen voor een indrukwekkend vettig en vol geluid. De songs zijn voorzien van een sterke opbouw en kleuren via geslaagde ritme- en tempowisselingen meer dan één keer buiten de vooropgezette lijntjes van het metalgenre. Bovendien zit Kylesa er ook niet om verlegen om een vette streep psychedelica in hun muziek te wurmen. Dat is juist de sterkte van de band, ze blijven verrassen in alles wat ze doen. Ze hebben tonnen power en agressie in hun onderbuik zitten, maar hun sound staat ver weg van het oeverloze luidruchtige gebral die veel inspiratieloze metalbands kenmerkt (onder hen ook het Noorse Okkultokrati, het zeer bedenkelijke voorprogramma van vanavond).

De te korte set (amper een uurtje) van Kylesa is dan ook zeer overtuigend en smaakt naar meer. Wij voorspellen de groep nog een mooie toekomst, als ze tenminste niet tussen twee watertjes vallen. Want net omdat zij zo een verfrissend en gevarieerd geluid brengen zou het wel eens kunnen dat ze te alternatief klinken voor metalfans en te metal voor selectieve muziekfreaks. Wij zijn, samen met alle andere gegarandeerd overtuigde aanwezigen in de Vk, in ieder geval al verkocht.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek (ism Heartbreaktunes)

donderdag 27 januari 2011 01:00

The Beat Club Sessions

Rory Gallagher, een briljant gitarist die met een bluesvirus in de genen werd geboren, heeft zo een 15 jaar geleden de pijp aan maarten gegeven. De brave man had door overmatig alcoholverbruik zijn eigen lever een beetje te veel op de proef gesteld en zou dat met het leven moeten bekopen toen er complicaties optraden bij een onvermijdelijke levertransplantatie.  Gallagher mocht zo op zijn 47 ste al een potje gaan jammen met Jim Morrison, Keith Moon en Phil Lynnot (yep, de beste bands spelen allemaal op de podia van de eeuwige jachtvelden).
Naar goede Hendrix gewoonte zijn er postuum een hele reeks platen verschenen, de ene al wat interessanter dan de andere en we hebben geluk, want deze hier is duidelijk een van de betere. De opnames dateren van uit het begin van Gallagher’s solo carrière, het betreft live-in-de-studio sessies voor de Duitse Beat Club series die ook in DVD versie te krijgen zijn. Niet toevallig in Duitsland, Gallagher was er immers zeer populair. Duitsers hebben dus toch smaak, … soms.
Voor de fans zal het echter vergeefs zoeken zijn naar nieuwe of ongekende dingen. Het album bevat bijna uitsluitend songs uit de eerste twee solo platen ‘Deuce’ en ‘Rory Gallagher’. Wat de plaat echter wel bijzonder maakt, is dat we Gallagher hier op het toppunt van zijn kunnen treffen. Hij speelt de ziel uit zijn lijf en het soleerwerk is razend knap, puur, energiek en uiterst levendig. De kwaliteit van deze opnames is uitstekend en het live gevoel is constant aanwezig. Bovendien overstijgen nogal wat songs de versies van de studio platen, “Hands up”, “Could’ve had religion”, “Used to be” en het zwaar naar Hendrix ruikende “Should’ve learned my lesson” klinken rauwer en beter dan ooit.
Daarom is dit ook voor de die hard fans een verplichte aanvulling voor hun collectie. Voor de leek is het een prachtige kennismaking met het talent van een briljant blues- en rockmuzikant die veel te vroeg deze aardbol heeft verlaten.

Het minste wat je kan zeggen van het Canadese GYBE is dat het een ongewone en eigenzinnige cultband is. De groep heeft nog maar een drietal platen op hun actief (nevenprojecten even buiten beschouwing gelaten), allemaal instrumentale en weinig hapklare brokken met dikwijls onuitspreekbare album- en songtitels en met nummers die zonder veel moeite de 20 minuten grens overschrijden. Niet gemaakt voor de radio, dus. Maar wel voor de geoefende oren van een schare selectieve muziekfans. Genoeg fans trouwens om het Koninklijk Circus te vullen, en dat is merkwaardig voor een band die nooit in de media komt en die als de dood is voor elke vorm van commercialiteit.

Net voor de set van GYBE wordt in de zaal een eentonige drone door de boxen gewurmd die na een klein half uur door de band langzaamaan wordt omgebouwd tot een soort van introgenaamd “Hope drone”. Op het scherm achter de band wordt voorturend het woord ‘Hope’ geprojecteerd, terwijl in alle tegenstrijdigheid de groep eigenlijk een apocalyptisch geluid voortbrengt die eerder onheil dan hoop voorspelt.
Daarna begint GYBE aan hun laat ons zeggen reguliere set van maar liefst twee en een half uur met amper acht songs. Heerlijk verstilde momenten worden omgezet in soms bijtende noise, van zacht naar hard en weer terug. Het meer dan indrukwekkende geluid wordt gecreëerd door 3 gitaristen, 2 drummers, 2 bassisten en een violiste. Het bij momenten ijzig stille publiek ondergaat de lange trip en geniet van de beklemmende en bloedmooie introverte stukken afgewisseld met splijtende uitbarstingen. De sound is van een ongehoorde pracht en zorgt voor tamelijk wat extatische momenten. Nogal wat adembenemend nieuw werk wordt vanavond gespeeld, wat ons doet hopen dat daar nu toch wel eens een nieuwe plaat moet van komen, want het is toch alweer jaren geleden dat het hemels mooie ‘Yanqui U.XO’ aan de wereld werd toevertrouwd.
Het wordt wel eens post-rock genoemd, een term waarbij we soms niet weten wat we er ons moeten bij voorstellen want ook voor geestesgenoten als Mogwai en Explosions In The Sky lijkt dit vakje ons te beperkt.
Voor ons speelt GYBE gewoon heerlijk tegendraadse, eigenzinnige en vaak onaards mooie muziek ver weg van hitparades en blitse muziekzenders. En dat mag en moet ook zo blijven.
Genieten, dat is het.
En kom nu maar op met die nieuwe plaat.

Binnen enkele weken doen ze dit uitmuntende staaltje nog eens over in de 4AD in Diksmuide, maar u zal de organisatoren moeten omkopen wil u er nog bij zijn, want het concert is al maanden uitverkocht.

Organisatie: Botanique, Brussel

zaterdag 15 januari 2011 01:00

Wolf People – De Woodstock vibe!

Het is meer dan duidelijk dat de jonge Britten van Wolf People zijn gaan grasduinen in de hippie platen van hun ouders.
Hetgeen zij op een podium brengen refereert schaamteloos naar Cream, Traffic, Jethro Tull, Ten Years After en Hendrix. De betere en soms bluesgetinte sixties en seventies-rock zeg maar, met knappe songs als het bluesy “Castle keep” en “Tiny Circles”. Tevens absorberen zij een soort van Keltische folk-rock in hun sound (“Silbury Sands”), een beetje zoals Midlake ook doet. Dus er zijn ook nog raakpunten met hedendaagse bands, maar dan ook weer die bands die nogal retro klinken zoals Dungen en Tame Impala.
Sterkte van Wolf People zijn de twee gitaristen die mooie en flitsende gitaarduels aangaan en die daarbij de macho poses volledig achterwege laten. Geen hardrockers dus. Zanger/gitarist Jack Sharp heeft een aangenaam zweverige stem en de live sound is lekker retro.
De songs worden naar goeie ouwe seventies tradities al eens opengetrokken maar er wordt nergens overdreven. De Woodstock vibe hangt als het ware in de lucht maar de ellenlange LSD trips zijn gelukkig achtergebleven, waardoor het ganse concert fris en boeiend blijft en we hier kunnen spreken van een uiterst genietbaar en beloftevol nieuw bandje.
De nog jonge band heeft reeds een handvol verduiveld knappe songs in hun valies en kunnen die wat ons betreft ook komende zomer gaan uitpakken op de betere festivals. Chokri zal het wel al weten.

Organisatie, Trix Antwerpen

donderdag 13 januari 2011 01:00

Personal life

De kwade lo-fi rock met een punky edge van de eerste twee albums is voorgoed verdwenen bij The Thermals. Maar de sterkte van de band is gebleven, namelijk het schrijven van simpele en spontane rock songs zonder veel franjes. Ook de schrik voor producers lijkt weggeëbd, er is deze keer al wat meer tijd in de studio doorgebracht en het moet niet allemaal zo nodig woest en ongeschoren klinken.
Fans van het eerste uur zullen dus een beetje moeten wennen en ook wij vinden soms dat The Thermals hier toch iets meer uit de bocht zouden mogen vliegen, maar achter het wat opgekuiste geluid schuilen er toch een handvol eerlijke en frisse indie-rock songs.
Ook als The Thermals zich inhouden maken ze immers knappe ongecompliceerde muziek. Naar goede gewoonte houden ze het ook dit keer kort met een tiental tracks in een half uurtje. Meer is te veel, dat snappen zij als geen ander en zo kan dit fijne trio ons steeds blijven boeien.
Alweer een geslaagd Thermals schijfje dus, ook al is de woede van weleer een eind weg.

donderdag 13 januari 2011 01:00

Black Masses

De doom-metal van Electric Wizard kunnen we nog best omschrijven als een bijtende psychedelische trip met zware gitaren, meer heavy dan metal eigenlijk. De heren doen het al langer dan vandaag, met als magnum opus de ruwe bolster ‘Dopethrone’ uit 2000, een zware brok hypnotiserend hels lawaai.
Ook ‘Black Masses’ is alweer onheilspellend, log, zwaar en giftig. Vertrekpunt is nog steeds de oer-metal van Black Sabbath, maar de heavyness wordt tot een hogere dimensie verheven. Vuile, luide en trage riffs en bezwerende vocals zorgen voor een hels en vol geluid, scheurende solo’s doen de rest.

Electric Wizard weten een beklemmende sfeer op te bouwen via extreme killers van songs, het tergend trage “Satyr X” is een brok bijtend zuur van tien minuten, “Venus in Furs” (niks te maken met de VU) is een pot smerige noise, “Scorpio Curse” is een moordende bulldozer.
Afsluiter “Crypt of Drugula” is sprekend voor de beangstigende sound van Electric Wizard, het is een losbarstend onweer met niet te voorzien gevolgen.
Te bewonderen in de Trix op 07/03 en komende zomer op Graspop, ongetwijfeld achter een schimmig rookgordijn, en pokkeluid !

donderdag 06 januari 2011 01:00

The Shine

Tony Joe White is zowat in zijn eentje verantwoordelijk voor de term swamp blues, een genre die hij ook op deze nieuweling met verve vertolkt.
De songs op ‘The shine’ zijn nogal basic, ze sluipen traag en geniepig voorbij gestuwd door de diepe bariton van White en zijn immer zalvende gitaar en mondharmonica.
Ook al zijn de verhalen die TJ white hier vertelt niet de meest opwekkende, de sound van de plaat is warm en relaxed. Dat is niet alleen de verdienste van White zelf, maar ook van zijn puike begeleidingsband die hier elke noot op het juiste moment en de juiste plaats spelen. Dit levert pareltjes op als “Ain’t doing nobody no good” en “Season man”. White kan het ook volledig in zijn eentje op “Roll train roll”, folk-blues in al zijn puurheid.
Enkel op “Strange night” wordt er wat meer gas gegeven en kunnen we spreken van een voorzichtige rocker. Verder is ‘The shine’ een heerlijk verstild en rustig voorbijglijdend werkstukje die de rust in huis brengt, en dat mag ook al eens.

Tony Joe White speelt op 22/02 in Het Depot te Leuven en op 04/03 in Cactus Brugge, ‘t is maar dat u het weet.

donderdag 06 januari 2011 01:00

In the dark

The Whigs worden in de media gelanceerd als zijnde de nieuwe stadionrock sensatie. Beetje eigenaardig, een nieuw Amerikaans groepje dat het gammele repetitiehok nog niet is ontgroeid al de stempel stadionrock meegeven. Misschien heeft het wat te maken met hun présences als support act van de ook al vermeende stadionrockers Kings Of Leon.
Er zitten al wat U2 echootjes op de gitaren en The Foo Fighters komen er ook wel aan te pas, maar wij zouden het bandje even goed een plaatsje kunnen geven tussen Britse namen als Futureheads en Franz Ferdinand, zij het wat minder getalenteerd. Dus met de term stadionrock gaan we maar voorzichtig zijn. Het is trouwens ook geen compliment als je ’t ons vraagt, U2 is men ook pas stadionrock beginnen noemen van zodra ze mindere platen begonnen te maken. En ook die Kings Of Leon referenties zijn niet echt een opsteker gezien het bedenkelijke niveau van hun laatste werkstukje ‘Come around sundown’.
The Whigs rocken op ‘In the dark’ bij momenten aardig door en hebben met “Kill me Carolyne” en het aanstekelijke “Black Lotus” een paar knappe songs in huis, maar op het eind komen ze toch niet echt met een eigen smoel uit dit album. Het is het soort groepje dat je de komende festivalzomer ergens in de vroege namiddag zal kunnen aanschouwen en waarvan u zich ’s avonds zal afvragen hoe ze nu ook al weer klonken.
Laten we hen het voordeel van de twijfel geven.

donderdag 06 januari 2011 01:00

Living Proof

Oude bluesrat Buddy Guy, één van de weinige survivors van de zwarte bluesmuzikanten van de eerste generatie, maakt op de gezegende leeftijd van 74 een verduiveld gemeen bluesplaatje. Het lijkt er op dat hij met ouder worden alsmaar krachtiger uit de hoek komt. Op ‘Living Proof’ spettert zijn elektrische gitaar feller dan ooit en vliegen de snedige solos overal in het rond. Ook op zijn stem zit er hoegenaamd nog geen sleet, de man klinkt kwaad, rauw en soulvol.
Buddy Guy staat op zowat alle songs verdomd stevig te rocken, wij kunnen binnen het genre geen artiest bedenken die dit beter zou doen. Daarom vinden wij het doodjammer dat hij het toch nodig achtte om enkele gasten uit te nodigen, want de songs met gastmuzikanten BB King (“Stay around a little longer”, wat wij Buddy Guy trouwens meer toewensen dan BB King) en Carlos Santana (“Where the blues begins”) zijn net de minste van het album. Maar voor de rest, allemaal krachtige en pittige powerblues met een flinke scheut soul en sporadisch een vette streep funk.
Dat oudjes nog venijnige plaatjes kunnen maken, zeggen wij u. Albumtitel meer dan gerechtvaardigd.

Pagina 84 van 111