logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Viagra Boys
Afghan Whigs

Powerstroke

Powerstroke – interview nieuwe plaat ‘Awaken the beast’

Geschreven door

Powerstroke – interview nieuwe plaat ‘Awaken the beast’

Dag Mannen, hoe gaat het met jullie?
Hi, . Alles gaat goed hier. En met u?

Sinds enige tijd is er een nieuwe aanwinst aan de band toegevoegd, kun je wat meer informatie geven waarom hij tot de band is toegetreden, en wat zijn bijdrage aan de band is?
Sinds een paar maanden is Frederiek Nuyt in de band gekomen. Wij kennen elkaar al jàààren en we zijn goed bevriend. We waren eigenlijk al lang aan het twijfelen of we al dan niet een extra gitarist zouden aannemen om live een voller geluid te hebben. Uiteindelijk hebben we de knoop door gehakt en we hebben er nog geen seconde spijt van gehad.

De nieuwe plaat is er, de opvolger van ‘Once…We were Kings’. Hij kreeg de titel ‘Awaken the Beast"…is dit een verwijzing naar een nieuwe stap in de band, een soort heropleving, of ligt de naam gewoon aan het feit dat jullie nieuwe plaat sommige emoties moet doen opborrelen bij de luisteraars?
Met Awaken the beast'  kan je een beetje verschillende kanten uitgaan. In veel mensen zitten er veel opgekropte frustraties. En plots is er de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen. En dan komt het beest in de mens los. En dat is niet altijd even fraai haha.

Zijn er enige zaken veranderd in vergelijking met jullie voorgaan album? Zo ja, wat precies?
We hebben de zaken professioneler en rustiger aangepakt. De productie is nu wel zoals we het wilden. Met dank aan Francis Snebbout (Oakwood production studio) die er veel tijd heeft ingestoken en Jacob Hansen die een zeer goede mastering heeft gedaan.

Kun je ons wat vertellen over de verschillende nummers op ‘Awaken the Beast’? Wat jullie aan een specifieke song goed vinden, waarover de teksten gaan, …
Onze teksten gaan vooral over zaken die we zelf mee gemaakt hebben, of over ons standpunt ten opzichte van bepaalde zaken, etc…. . Eigenlijk allemaal onderwerpen die uit het leven zijn gegrepen.
“Death By Broken Heart” is onze single. Dit is waarschijnlijk ons meest toegankelijke nummer en persoonlijk vind ik dat John zijn stem hier ongelooflijk gepassioneerd klinkt. Het geeft me keer op keer kippenvel als ik het nummer hoor:
Voor mij is “Good For Nothing” het beste nummer op de plaat. Waarschijnlijk omdat dit het simpelste nummer is. Als je het 2 keer hebt gehoord kan je het al meezingen. “Centerfold” en “Sense of Honour” zijn ook zo'n nummers. Eenvoudig maar catchy.
“
The Power and the strength” , “Hero Tolerance” en “Thumbs down” moeten het vooral hebben van hun kracht en groove. Headbang-songs zoals we zeggen.
“
The end of things to come” is een mix van alles wat we doen. Catchy, Groovy, Powerful & Basic.
“
Watch & Learn”  was het eerste nummer die we schreven voor deze plaat en hier kan je duidelijk nog  de manier van werken zoals op 'Once we were kings' herkennen. Hier komt de Thrash in ons een beetje naar voor.
“
Point of view gaat recht” vooruit. Niet teveel gezever…. Blazen die handel.

Hoe reageren de media en fans op jullie nieuwe plaat?
Tot nu toe krijgen we erg goede reacties en reviews. De nummers zijn ook beter geworden in vergelijking met onze debuutplaat. We hebben redelijk wat fans bij gekregen: Ook worden we nu ook iets serieuzer genomen. Maar daar zal onze prestatie op Wacken Open Air ook wel voor iets tussen zitten.

Jullie hebben een welgekende producer onder de arm kunnen nemen, meer bepaald Jacob Hansen…volgens mij geen evidentie om zo'n man te kunnen strikken!?! Hoe hebben jullie dit kunnen flikken?
Eerst ging Tom Klimchuck onze plaat mixen en masteren. Maar door een zware ziekte van Tom is alles op de laatste moment afgesprongen.
Dus zaten we met de handen in het haar. Ik ben een grote fan van de sound van de eerste 2 Volbeat platen. Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en mailde naar Jacob wat promo-materiaal etc… door. Binnen de 20 minuten kreeg ik een mail terug. Hij zag het zitten ondanks hij geen tijd had. En wat ik belangrijker vond…. Hij vond ons goed: We spraken een betaalbare prijs af en hij deed een fantastische job.

Ik weet dat jullie goed contact onderhouden met de hardcore/metal band Pro-Pain. De frontman Gary Meskil heeft ook een bijdrage geleverd in de vorm van achtergrondvocalen. Hadden jullie dit idee al een tijdje in jullie hoofd zitten om hem hiervoor aan te spreken, of stond hij zelf te popelen om hieraan deel te nemen?
Eigenlijk is het een beetje per toeval gekomen. Gary logeerde bij mij thuis op het moment dat we in de studio zaten. Ik vroeg hem of hij op 1 nummer een soort duet wilde zingen met John. Hij hoorde het nummer (Sense of Honour) en hij was verkocht: In de studio zaten we ergens vast met een arrangement in “Point of View” en ik vroeg hem wat hij zou doen. 'Keep it simple, Marty' hoorde ik hem nog zeggen. Hij luisterde een paar keer naar het nummer en stelde voor om op dat nummer ook iets in te zingen. En het werkte perfect:

Powerstroke heeft reeds zijn kunnen mogen tonen op één der bekendste metal festivals ter wereld, nl Wacken Open Air. Kunnen jullie ons een beetje uitleg geven hoe jullie op de bandlijst terechtgekomen zijn, en hoe jullie dit allemaal ervaren hebben?
We hebben de Wacken Battle gewonnen en zodoende zijn we op Wacken beland. Eerst waren we om 11 uur in de ochtend geprogrammeerd. Maar een paar weken voor het festival vroeg de organisatie of we om 23h wilden spelen. Als laatste band net voor Mambo Kurt. We hadden de jackpot gewonnen. We speelden daar voor een overvolle tent en we hebben het volk daar niet teleur gesteld. Moshpits, circlepits…. Alles wat je maar wil. Het was de max haha.
We kregen  achteraf veel goede commentaar op onze show…. Wat kan je je nog meer wensen hé.

Merken jullie dat Powerstroke gegroeid is al band, en zo ja, kun je ons bepaalde zaken meedelen waarom?
Powerstroke is een meer volwassen band geworden in vergelijking met een aantal jaren terug. Onbewust eigenlijk. Maar door de tourtjes in het buitenland en optredens op grotere evenementen hebben we veel ervaring opgedaan en hebben we veel geleerd. Ook hoe we onze zaken aanpakken is professioneler geworden. Powerstroke is onze hobby…. Maar we willen het zo goed mogelijk doen. We worden er ook niet jonger op , dus als we het nu niet doen zal er het er nooit meer van komen haha

Zijn er nieuwe optredens, al dan niet met bekende bands in zicht? Zowel in het buitenland als in België…
We mogen tot nu toe niet klagen over het aantal optredens die al geboekt zijn.
Ondertussen blijven we kijken wat onze beste opties zijn. We kunnen met een paar bekende bands mee op tour, maar we willen niet zoveel betalen om mee te mogen. Het is soms te belachelijk voor woorden hoeveel bekende bands vragen. Maar er zijn mooie shows op komst waar ik nu nog niet veel over kan zeggen. We spelen gemiddeld 25 shows per jaar. Dus dat is niet zo slecht hé, voor een band die alles zelf regelt:

Altijd handig om mee te delen: waar kunnen de mensen terecht om Powerstroke te boeken?
Dat is nog steeds Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Is er nog iets dat jullie willen meedelen aan onze lezers?
Als je ziet dat we in je buurt spelen…. Check us out! Hoe meer zielen, hoe meer vreugde haha.
Keep Strokin' The Power!

Lambchop

Lambchop – elegante ‘woonkamer’ pracht

Geschreven door

Lambchop, van sing/songwriter Kurt Wagner én al bijna twintig jaar bezig, heeft een eigen unieke weg geplaveid binnen de alt.country/americana. We horen een sfeervol, melancholisch, somber, dromerig geluid van rustig voortkabbelend materiaal …  Kamerpop, slowmotionmusic en elegante haardvuursongs van ‘Nashville’s most fxx –up country band’, het uitgangsbord dat Wagner en C° zich eigen hebben gemaakt .
De samenwerking met support Cortney Tidwell (onder de naam KORT) resulteerde al eerder in het wisselvallige ‘Invariable Heartache’ . Voor de nieuwe tour , vier jaar na ‘Oh (Ohio)’ maakt ze deel van het losvast collectief van de tandem Wagner en z’n pianist Tony Crow. ‘Mr M’ is aan de overleden sing/songwriter en goede vriend Vic Chesnutt opgedragen . Onder de zanger Wagner, met de neuzelende voordracht en mompelende bromstem, klinken de songs sentimenteel , plechtig en serieus, én toch … met een grappig, cynisch ondertoontje .

Live zien we een verfijnde statische aanpak , een zwaarmoedige sfeer , een ingehouden minimalisme, waarbij elk geluidje weloverwogen past binnen de outfit van de cd . Wagner beschikt over een goed op elkaar afgestemde band , een sextet , die het eerste uur volledig de nieuwe cd ten gehore bracht.
Een luisterend publiek respecteert de subtiele , stilistische sound  en draagt Wagner een warm hart toe .  Wagner , steevast met honkbalpet, bedankt op z’n beurt dan z’n publiek voor het geduld en de inleving . Na een pakkende zeurderige “Give it” intro voerde Lambchop ons mee in hun ontroerende rit waarbij de alt.country/americana deels in jazz en soul werd gedrenkt, zoals we vroeger al hoorden van een terug opgedoken Spain … Op die manier ging het van een “If not I’ll just die” naar het  breder klinkende “2B2” tot de gitaarslides en steelpedal  van “The good lifed is wasted” .
Beeldend …Een ingehouden klankenspectrum, een ‘easy listening’ ervaring, die ons eventjes doet relativeren, droom , fantasie , melancholie en tristesse . “Kind of”, “Gone tomorrow”, “Mr Met” , “Nice without mercy” en “Never my love” volgden. Tussenin hadden we het soundtrackachtige “Betty’s overture” .
Bij de voorstelling van de band werd het ijs doorbroken; Crow nam er even de muzikale spanningsboog en de verhalende tekstinhoud van Wagner  uit met wat ludieke, sappige en aangebrande verhaaltjes. Het zorgde voor ontnuchtering en een gezonde dosis relativering van de broze, kwetsbare muziek . Het was ook de aanzet om wat ouder materiaal van onder het stof te halen, “My blue wave”, “The man who loved beer” uit de doorbraakcd ‘How I quit smoking’ en het toepasselijke “Bon soir, bon soir” , van het debuut, die een ietwat voller geluid kreeg en de steelpedal liet doorklinken, aangevuld met een zalvend palet backing vocals. We hoorden een ‘close harmony’ met de oude sound van Cowboy Junkies. Deze songs herinnerden aan z’n optreden in de Bota een goede twaalf jaar terug , waarbij Yo La Tengo hen een goede  soundcheck afsnoepten .

Lambchop wuifde ons uit en besloot een hectische dag op rustige wijze. Na het sfeervolle “Guess I’m dumb” ( door Brian Wilson geschreven) toonde Lambchop zich van z’n extraverte kant met de  licht huppelende ritmes van “Up with people” en een dynamische versie van “Give it” die uitmondde in flarden “Once in a lifetime” van Talking Heads . Wagner veerde recht en porde het publiek aan tot handclaps … een mooi contrast tav de rest van de set , maar ook een bewijs om de gespannen inhoud een leuke,  luchtige tune te bieden … 
Op die manier slaagde Lambchop er in de sfeervol, sombere, elegante woonkamermuziek knetterende, dynamische  ritmes te geven .

Eerder zagen we nog enkele songs van Tidwell die door de Lambchop crew werd begeleid, lieflijk, indringend , maar ook bezwerend en duivels. Zo zie je maar …

Organisatie: Botanique, Brussel

Rammstein

Rammstein - Sie waren eine Wucht von Größe!!!

Geschreven door

Het Duitse Rammstein had België op 08/03/2012 gekozen als afsluiter van hun tour, en ging door in het Sportpaleis van Antwerpen. In een mum van tijd gingen de tickets de deur uit en gelukkig was ik bij één van de gelukkigen.

Na de openingsact Deathstars was het aftellen geblazen…en opeens kwam er beweging in het Sportpaleis. Langzaam maar zeker kwam de loopbrug uit het dak afgedaald, vergezeld van een duister deuntje en luchtflessen die af en toe stoom aflieten. Iedereen uiteraard gefascineerd naar de loopbrug aan het speuren om de muzikanten te aanschouwen tot plotseling de spot naar de achterkant van de zaal ging om daar Rammstein, die elk met een fakkel in de hand stapvoets richting het centrum van de zaal marcheerden, te verwelkomen.

De show was begonnen…eenmaal ze hun positie op het podium hadden ingenomen werd er afgeteld in hun moedertaal, om het openingsnummer “Sonne” te laten weerklinken. Lang moesten we niet wachten op bijkomende effects, want de spots boven het podium bestonden uit grote cirkelvormige ‘douchekoppen’ die konden roteren en bewegen van boven naar onder. Ook spots in de vorm van Rammstein’s logo waren aanwezig om het showelement extra in de verf te zetten.
Rammstein zou Rammstein niet zijn als er geen vuur aan te pas kwam, en bij “Wolt Ihr Das Bett in Flammen Sehen” werd het direct warm voor onze voeten. De vlammenzeeën schoten uit het podium en daarmee werd ook duidelijk waarom de artiesten uit voorzorg hun vaste posities op het podium hebben ;-) Er was meer 1 uitzondering betreft vaste posities, want de toetsenist Flake had zijn eigen loopband meegebracht om al joggend sommige nummers in te spelen.
Het was een ‘best-of’ tour, en hits als “Keine Lust”, “Sehnsucht”, “Asche Zu Asche’, “Feuer Frei, “Mutter”,” en “Links 2-3-4” stonden op de setlist, quasi ieder nummer voorzien van het nodige vuurwerk. Ze hadden zelfs raketten mee die over het publiek scheerden om met een luide knal terug richting het podium te ontploffen.
Andere hits die we aanhoorden waren, “Mein Teil”, “Du Riechtst So Gut”, de meezinger “Du Hast” en “Haïfisch” (waarbij toetsenist Flake crowdsurft in een rubberen bootje) .Tijdens “Mein Teil” wordt de toetsenist verplicht in een gigantische ketel te kruipen die schijnbaar wordt opgewarmd door de vlammenwerper die zanger Till (die zichzelfs reeds in een slagersschort heeft gehesen) heeft kunnen bemachtigen.
Het licht ging uit, en in het midden van de zaal verscheen gitarist Richard die rustig enkele deuntjes op een keyboard afspeelde. Ondertussen merkte het publiek op dat de loopbrug opnieuw naar beneden werd gehaald. Op de begintonen van “Bück dich” sleurde drummer Christophe Schneider de overige bandleden mee richting middenplein en op sm-wijze (met zo’n bal in de mond en aan de leiband) werden ze verplicht het mini-podium te beklauteren. Ondertussen had Till zich al kunnen vrijmaken om zijn stem te verlenen aan het nummer en om tussendoor zoveel mogelijk van zijn kameraden op zijn hondjes te nemen, uiteraard figuurlijk gesproken, om dan uiteindelijk zijn vulling over het publiek te lossen… “Mann Gegen Mann” en het ingetogen “Ohne dich” (fantastische meezinger) werden nog midden in het volk op het mini-podium gezongen om dan via de loopbrug richting hoofdpodium terug te keren. De Duitsers lieten uitschijnen dat het feestje afgelopen was, maar iedere concertganger weet uiteraard dat er nog iets extra’s te verwachten viel.
Als extra werden “Mein Herz Brennt”, “Amerika” en “Ich Will” gebracht. Wanneer de hit “Engel” als bisnummer wordt ingeluid krijgt Till zelfs reuzenvleugels op zijn rug gemonteerd die aan de uiteinden uiteraard voorzien zijn van vlammenwerpers. Zoals je wellicht al kunt voorstellen was de temperatuur in het Sportpaleis al ettelijke graden in de lucht gegaan.

Afsluiter was “Pussy” waarbij Till een schuimkanon in de vorm van een mannelijk lid bestuurt waarbij hij het publiek op de voorste rijen onder het schuim spuit, over interactie met het publiek gesproken opnieuw
J

Een zeer gesmaakt optreden met een zalige setlist en een showspektakel om U tegen te zeggen! Rammstein, Sie waren eine Wucht von Größe!!!

Organisatie: Live Nation

Hooverphonic

Hooverphonic With Orchestra – Wolfs in schapenvacht

Geschreven door

Hooverphonic With Orchestra – Wolfs in schapenvacht
Goede wijn behoeft geen krans, zeker niet als die jarenlang op eiken vaten gerijpt is. Al vijftien lentes was het een natte droom van Alex Callier om de Hooverphonicsongs een orkestjasje om te doen. Het werd een smoking, een gala-avond om u tegen te zeggen. En voor wie er nog aan twijfelde, een gloriërende Callier herhaalde het tot tweemaal toe: Noémie Wolfs is ‘The Voice of Belgium’.

Een applausjesfeestje, de hele avond lang. De complimenten vlogen op het podium van links naar rechts en van voor naar achter. Maar het was (meer dan) terecht. De vele muzikale vruchten van Hooverphonic werden uitgestrooid op een banket van klasse en intensiteit die de Antwerpse Koning Elisabethzaal achteraf spontaan recht deed veren.
Klasse dus. Zelfs de PA-man moest verplicht een kostuum aan, want de veeleisende frontman van Hooverphonic staat voor details, voor echtheid in zijn retrostijl, maar telkens ook voor klassiek. De hele groep en de dirigent in witte pakken met zwart hemd en dito schoenen, het 42-koppige orkest erachter in zwarte kostuums en de lady die de dans leidde zelf in een zwart-witte, visgraat-baljurk.
Ze stond er. Van minuut 1. Voor het gordijn zich opende, helemaal alleen, met de inzet van “Battersea” waarin pianist Remco Kühne inviel. De toon was gezet, maar die zou zich ontspinnen in hoogtes en laagtes, in breed en smal, in opzwepend en ingetogen.
Sensueel ook hoe La Wolfs als een diva voortschreed, haar staander streelde en schijnbaar hooghartig de zaal overgoot met klanken die bijna helemaal deden vergeten dat Hooverphonic vroeger Geike Arnaert was. Wolfs deed het met de juiste handjes, de juiste pasjes, de juiste hoofdbewegingen, maar vooral met haar juiste stem, soms gepast uitdeinend op een echo.
Het gordijn rolde open op “One, two, three” en we waren vertrokken voor een aaneenrijging van de bekende (en minder bekende) songs die stuk voor stuk een ander arrangement kregen. Soms gedurfd, af en toe braaf. Gedurfd was in elk geval de cover van “Unfinished Sympathy” van Massive Attack: Wolfs alleen met pianist Kühne voor het orkest.
We onthouden nog een knappe versie van het enige uptempo nummer “The World is mine” met de blazers in de hoofdrol en een zwoele “2 Wicky”, dat na anderhalf decennium onverslijtbaar mooi blijft, en “George’s Café”  met een westerkantje aan. Op “Jacky Cane” stapte de zaal klappend mee de intro in, wat de strijkers subliem overnamen.
Callier – samen met gitarist Raymond Geerts de enige authentieke Hooverphonic - kon het af en toe niet laten om eens om te kijken en triomfantelijk te glunderen toen hij zag dat het goed was. Hij viel in zijn vrij grappige bindteksten over het niveau van zijn eigen Nederlands en liet - op die tweede avond van hun reeks van zes die al allemaal uitverkocht waren - zijn cassante geest vechten met recensist Bart Steenhaudt , die hem had willen horen zwijgen in plaats van wauwelen en zingen. Maar ook met zijn leadzangeres die hem verschillende malen woordelijk prompt van het podium veegde.

Tot tweemaal toe bejubelde Callier zijn Wolfs in schapenvacht als ‘The Voice van Belgium’, waarna hij zich verontschuldigde bij zijn twee overgebleven kandidates in ‘The Voice Van Vlaanderen’ (Iris Van Straten en Joke Vincke) die in de zaal meegenoten. ‘Is het nu al gedaan? Zo rap?’, vroeg Iris zich na kop een uur luidop af toen de groepsleden zich voor een eerste keer terugtrokken.
Maar ze bisten nog intens met een breekbare versie van “Sometimes” en een super gestileerd “Eden” en “Renaissance Affair”. Een tweede bisronde begon met een instrumentaal nummer dat Callier deed terugdenken aan Serge Gainsbourg die hem ooit met het orkest-met-strijkers-virus besmette om dan helemaal af te sluiten met “Danger Zone”. Na een anderhalf uur, meteen een sollicitatie om de soundtrack van de volgende James Bond-film te mogen schrijven (had Callier zich halfweg al laten ontvallen).

Voor de (snelle) geïnteresseerden: op 26 oktober is er een extra gig in het Antwerpse Sportpaleis.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hooverphonic-with-orchestra-07-03-2012/

Organisatie: Greenhouse Talent

The Jayhawks

The Jayhawks - Vakmanschap is niet altijd meesterschap

Geschreven door

Minneapolis, Mon Amour: het zou een songtitel van Stijn Meuris kunnen zijn, maar het is bovenal een fraaie AB concertreeks die de spotlights richt op één van de belangrijkste epicentra van de Noord-Amerikaanse alternatieve rock scene. The Trashmen, The Replacements, Hüsker Dü, Soul Asylum, Babes In Toyland, Semisonic,...: iedere zichzelf respecterende rockadept weet intussen dat er iets bijzonders in het water van de City of Lakes zit. In bovenstaand rijtje passen ook The Jayhawks, een groep die zoals alle goede dingen in het leven in verschillende versies bestaat. Met zanger/gitarist Mark Olson aan boord was de band in de early 90ies verantwoordelijk voor een revival van de close harmony folkrock, zonder Olson werden The Jayhawks langzaam maar zeker een stuurloos schip onder het bevel van de overgebleven sterkhouder Gary Louris.
Een paar jaar terug kruisten Olson en Louris terug elkaars muzikaal pad, en voor ze het goed en wel door hadden , bevonden ze zich samen met een aantal andere originele Jayhawks kompanen in de studio om een nieuw album in te blikken. ‘Mockingbird Time’ is duidelijk meer dan een fraaie reünieplaat geworden, ze laat bovenal horen dat de tandem Olson-Louris nog een flink eindje kan meefietsen met de Fleet Foxes van deze wereld.

The Jayhawks kregen afgelopen dinsdag de eer om Minneapolis, Mon Amour op passende wijze af te sluiten, maar de diesel van Olson en Louris was duidelijk nog niet warm gelopen toen een slordig en futloos “Wichita” uit hun magnum opus ‘Hollywood Town Hall’ (‘92) werd ingezet. De elektrische gitaar van Louris miste de nodige punch en ook bij Olson was enige bevlogenheid aanvankelijk ver te zoeken. Na een middelmatig “Take Me With You (When You Go)” vreesden we zelfs heel even dat de mot er voor de rest van de avond zou blijven inzitten, ook al omdat de rest van de groep een bezadigde indruk gaf.
Eigenaardig genoeg keerde het tij pas bij de nummers uit de nieuwe plaat ‘Mockingbird Time’, zoals “Closer To Your Side” en het bescheiden radiohitje “She Walks In So Many Ways”. Voor het eerst zat de close harmony tussen beide frontmannen echt goed en deden ze hun reputatie van folkrocking Everly Brothers alle eer aan.

Geen mens die echter nog maalde om de valse start toen een heerlijk melancholisch “Blue” uit de boxen rolde. Met voorsprong de beste single die The Jayhawks op hun geweten hebben, en ook in de AB goed voor één van de hoogtepunten van de avond. De groep hield dit momentum vast met het innemende “No Place”, één van de oude Mystery Demos die vorig jaar aan de reissue van ‘Tomorrow The Green Grass’ werden toegevoegd. Met de nieuwe songs “Tiny Arrows” en “Black-Eyed Susan” bewezen Olson & Louris bovendien dat ze ook anno 2012 in de back catalogues van Flying Burrito Brothers, Byrds en Buffalo Springfield nog steeds genoeg ingrediënten vinden om hun eigen tijdloze countryfolk te brouwen. Klassieke oudjes als “I’d Run Away” en “Two Hearts” moesten qua spankracht en souplesse het zelfs afleggen tegen het nieuwe werk.
De gezapige countryboy Olson en de overgeconcentreerde Louris kon je de ganse set door moeilijk beschuldigen van overdreven enthousiasme. Daarvoor waren hun bindteksten immers te bescheiden en kleurden hun gitaren te weinig buiten de lijntjes om de overigens goed gevulde AB echt te doen vonken. Helemaal op het eind van de set vielen beide heren toch één enkele keer uit hun rol. Toen de guitige Chuck Prophet de rangen kwam vervoegen tijdens het obscure gospelcountry niemendalletje “Up Above My Head” waanden we ons heel even in de evangelische kerk, met Olson in de rol van publieksmennende predikant.

Tijdens de bisronde kregen zowel drummer Tim O’Reagan als Olson elk een vrijgeleide om met respectievelijk “From Tampa To Tulsa” en “How Can I Send Tonight (There To Tell You)” één van hun eigen schrijfsels te brengen. Oerdegelijke nummers, dat wel, maar het publiek bleef toch halsreikend uitkijken naar meer radiovriendelijk voer. Dat kwam er ook, met “Waiting For The Sun” en het van Grand Funk geleende “Bad Time” waarmee het doek definitief viel over Minneapolis, Mon Amour.
The Jayhawks daarentegen zijn, op grond van hun knappe come-back plaat, nog niet aan het einde van hun Latijn maar kunnen op het live front wel een dosis spierversterkende middelen gebruiken.


Opwarmer van dienst Chuck Prophet is voor vele Jayhawks fans ongetwijfeld een oude bekende. Sinds het verscheiden van Green On Red leverde de robuuste singer-songwriter een trits indrukwekkende soloplaten af die net als het werk van Olson en Louris stevig geworteld zijn in de Amerikaanse rock, country en folk traditie. Zonder zijn begeleidingsband The Mission maar met het nagelnieuwe album ‘Temple Beautiful’ onder de arm, opende een goed gemutste Prophet met “Let Freedom Ring”. In tegenstelling tot zijn makkers van The Jayhawks kreeg Prophet meteen de juiste live vibe te pakken, en stond die tijdens zijn halfuur durende set eigenlijk nooit meer af.
We noteerden “The Left Hand And The Right Hand” en “I Felt Like Jesus” als knappe nieuwe songs, maar het meest beklijvende moment had de Amerikaan opgespaard tot helemaal op het eind. Uit de vergeten parel ‘Age Of Miracles’ (‘04) diepte hij het funky ingekleurde “You Did (Bomp Shooby Dooby Bomp)” op, waarmee Prophet het duffe en kleurloze imago van het singer-songwriter metier met de nodige zin voor avontuur van tafel veegde. Nu enkel nog hopen dat de organisaties van Cactus en Dranouter ook meelezen, en het wordt weer een schitterende festivalzomer.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Feist

Metals

Geschreven door

Leslie Feist uit Canada debuteerde in 2004 met ‘Let it die’, en zorgde samen met Joan Wasser (JAPW) en Cat Power voor een staalkaart van getalenteerd vrouwelijk singer/songwriterschap. Enerzijds horen we mooie, intieme, breekbare, dromerige songs bepaald door akoestische gitaar en piano , die opbouwend en forser kunnen zijn, gedragen door haar gevoelige stem , gelinkt aan Joni Mitchell.
Ze kwam in de spotlights door “1234” die in een Ipod reclame werd gebruikt en vervolgens met James Blake’s versie van haar “Limit to your love” .
De derde cd ‘The Reminder’ ging op die manier niet onopgemerkt voorbij en de recente vierde cd ligt in het verlengde met die vertrouwde aanpak van intens broeierig materiaal, dat laag per laag kan opbouwen  en kan ingekleed worden door blazers, toetsen, percussie en backing vocals . Het levert pareltjes van songs op, “The bad in each other” , “A commotion”, “Undiscovered first” , “Comfort me” en de single “How come you never go there” . Ook de sober gehouden, ingetogen nummers “Caught a long wind”, “Bittersweet melodies”, “Anti-pioneer”, “Cicadas & gulls” (link met Low)  en “Get it wrong, get it right” weten te raken.
Feist mag dan populairder en bekender zijn geworden, ze doet het volgens haar voorwaarden om te overtuigen . 12 nummers, 50 minuten puur sing/songwriter ‘vak’ manschap . Sjeik!

Little Trouble Kids

Adventureland

Geschreven door

Of ze nu Torhout of Gent in de aderen hebben, het duo Little Trouble Kids heeft een dijk van een nieuwe cd uit . We zijn onder de indruk van hun ‘Adventureland’, die eenvoudigweg door een gitaar van Thomas Werbrouck en de stompbox van de percussioniste Eline Adam worden bepaald. De rauwe energie, de ‘in your face’ - no-nonsens- rock’n’roll  klinkt broeierig en gestroomlijnd.
De poulains van Triggerfinger plaatsen zich meteen naast de oude White Stripes , The Kills en Blood Red Shoes en ademen de frisse aanstekelijkheid van de Ting Tings. Een live energie om U tegen te zeggen met twee harmonieuze stemmen . Luister maar eens naar de rauwe rockers “Left right left”, “Anyways” , “Straight a’s”, “Marching blues”, “Sacred bone”  en “Kids in amusement parks”. En ze kunnen zich moeiteloos in bochten wringen met een gevoelig “Drunken eyeball” of een noisy “Let’s get together” .
Geflipte garagerock, ruw, smerig maar  catchy, melodieus en treffend. Twaalf minimalistische nummers die een trip vormen in hun ‘Adventureland’ .
Dit verdient een dubbele Cheers als we hen op café tegenkomen!

Rodrigo y Gabriela

Area 52

Geschreven door

Area 52 - Rodrigo Y Gabriela and C.U.B.A.
Het virtuoze Mexicaanse gitaarduo Rodrigo (Sanchez) y Gabriela (Quintera) zijn al zo’n twintig jaar samen. Ze beschikken over een sublieme techniek,  vingervlugheid en finesse. Ze staan garant voor een meesterlijk en geniaal gitaarschouwspel. Ze kwamen in de belangstelling bij ons in 2005 door hun flamenco-interpretaties van Metallica en Led Zeppelin nummers.
Ondertussen zijn ze een eigen weg ingeslagen. Ze houden van variatie en gaan op deze plaat breder met latino en jazz. Een kijk op Cubaanse muziek onder meer en ze palmen op die manier Havana in: Hun akoestisch en elektrisch gitaarspel wordt aangevuld met een dertienkoppig orkest, percussionisten, toetsenisten, blazers en strijkers . Overwegend zijn het lange broeierige nummers, die swingende opstoten kent  en niet vies zijn van Santana sentiment . Op z’n geheel boeiend, maar toegegeven, deels vermoeiende trip.

Beirut

The Rip Tide

Geschreven door

Beirut heeft na de 2EP ‘March Of The Zapotec/Realholland People’ terug een cd uit, die nauw aansluit bij hun eerste twee platen ‘Gulag Orkestar’ (06) en ‘The flying club cup’ (07). De talentvolle sing/songwriter Zach Condon, uit Albuquerque, New Mexico brengt verschillende culturen samen van zigeunermuziek uit de Balkan, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop.
Die ‘Balkan’ Pop wordt hier verder uitgediept en de folklore of de elektronica die we op de EP’s hoorden is tot een minimum herleid . Wat we horen zijn negen spannende, evenwichtige songs , ritmisch en melodisch. Ze zijn sfeervol en broeierig, krijgen kleur door de toevoeging van trompet – tuba- trombone en piano en worden gedragen door die melancholisch, dwarrelende stem van Condon. De single “Santa fé” springt er wat uit , maar het is aangenaam luisteren naar “A candle’s fire”, “Goshen” en de ietwat forsere opbouwende aanpak van “Payne’s bay” en “Vagabound” .
Heimwee muziek met een volkse component, die friste en luchtigheid uitstraalt. Het maakt van ‘The Rip Tide’ een uitermate puike plaat!

The Fall

The Fall - Gek of geniaal ?

Geschreven door

De ultieme cultgroep, kunnen we misschien wel zeggen. Geen band die sinds 1979 al de ene plaat na de andere uitbracht (zo een dikke 40 stuks,’Ersatz’ heet de nieuwe), daarop steeds hun eigen halsstarrige zin deden, nooit geliefd geweest zijn bij het grote publiek, maar des te meer aanbeden door freaks en een hoop artiesten uit de alternatieve scene. Een invloedrijke band, altijd in de underground gebleven, daar waar het goed vertoeven is en een figuur als Mark E. Smith volledig zijn ding kan doen. Want, laten we duidelijk zijn, Mark E. Smith is The Fall. Verder is de groep een echte duivenpier geweest in al die jaren.

Mark E. Smith, 55 is ie al (ziet er wel enkele jaartjes ouder uit), moet zowat de meest geschifte  frontman zijn die we ooit op een podium gezien hebben. Hij zong niet één verstaanbaar woord, trok de meest waanzinnige smoelwerken (heeft die man eigenlijk wel tanden ?), had een soort onbegrijpelijke mimiek en gebarentaal (ergens tussen een spastische Joe Cocker en Mr. Bean), zat voortdurend aan de versterkers van zijn muzikanten te prutsen, bewerkte de drums met zijn micro en zong (of liever, bralde) geregeld door 2 micro’s tegelijkertijd. Gek ? zeer zeker, de man heeft zowat het profiel van de super alcoholicus. Geniaal ? Yep, dat ook.
The Fall was vanavond een strak spelende band met nerveuze gitaren, hakkende drums en af en toe nog wat overblijfselen van eighties keyboards. Met het geneuzel van Mark E Smith daarbovenop resulteerde dit in een smerig potje driftige postpunk. Nog steeds compromisloos, dwars en daarom vrij indrukwekkend.
Dit was zo een optreden die we gewoon moesten ondergaan, ons blind starend op die geschifte kerel op het podium en ons afvragend : is die gast nu gek, acteert hij dit of is hij gewoon ladderzat. Het juiste antwoord zullen we nooit weten, moet ook niet, voor ons is The Fall een legendarische band die best wel zijn geheimen en onzinnigheden kan hebben. Prettig gestoord, noemen we dat.

The Fall was tot op heden nog een blinde vlek op ons ondertussen al omvangrijk concert cv. We zijn sedert vanavond een heuse ervaring rijker, dit hebben we ook alweer gehad.

Organisatie: Aéronef, Lille

Pagina 730 van 972