logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Deadletter-2026...
CD Reviews

Katy Perry

Teenage dream

Geschreven door

Een paar jaar terug was Katy Perry het nieuwe tieneridool. Ze debuteerde met ‘One of the boys’ en scoorde al meteen twee nummer 1 hits “I kissed a girl” en “Hot’n cold”. Met gemak plaatste ze zich naast vroegere idolen Lily Allen, Avril Lavigne en Kelly Clarkson. Hitparadepop met een paar fijne rockers, stampers en sfeervolle hand-in-hand pop. Een getalenteerde gevoelige rockbitch werd ze toen omschreven. Op het podium bracht ze het er nog aardig van af, maar de set kon in z’n totaliteit onvoldoende beklijven.
Ze is er ondertussen 25 geworden, gelukkig getrouwd en is op talrijke shows en events te zien en te horen. Een grote Amerikaanse dame die al aan de schouders trekt van Madonna, Kylie Minogue, Lady Gaga, Britney Spears, Christina Aguilera en Rihanna.
Katherine Hudson, een kleine Queen of Pop, heeft opnieuw een handvol luchtige, sfeervolle en hot’n’juice pop klaar, die wat meer state-of-art (hitech) electropop bevatten. Vooral van de eerste songs kunnen we gezellig genieten en dansen, “Last friday night”, “California gurls (met Snoop)”, “Firework”, “Peacock” en de titelsong. Muzikaal als vocaal klinken deze nummers goed: opzwepend, dansbaar, ondeugend en altijd goed voor een feestje.
Dan valt de cd wat in elkaar … een beetje dertien–in-een–dozijn nummers, die dan terug opflakkeren bij “Pearl” en het ingetogen “Not like the movies”. De daaropvolgende remixen zijn een hapklare brok voor de jongere generatie!
Al bij al een geslaagd album, die niet echt verrassingen biedt!

Underworld

Barking

Geschreven door

Net als hun ‘90s spitsbroeders, The Chemical Brothers in het dancelandschap, zullen Karl Hyde en Rick Smith van Underworld geen nieuwe, jonge zieltjes winnen, daarvoor is hun muziek te weinig dancefloor kill gericht en spelen ze niet echt meer in op de huidige ontwikkelingen van de dance, dubstep, retro acid enz.
Het album heeft wel iets mee van die huidige muzikale aanpak van de Brothers, behalve dat zij bouwden op een handvol producers. We houden nog steeds van die opbouwende, trancegerichte, zalvende, dromerige groovy beats en pop, die af en toe krachtiger durft te gaan, doordrongen van dubstep, drum’n’bass, psychedelica en allerhande bleeps en geluidjes. Hun handelsmerk vergt wat meer luisterbeurten, intrigeert, doet ons wat zweven en prikkelt de dansspieren.
Een aannemelijk album door songs als “Always loved a film”, “Scribble” en “Grace” die een sfeervolle wave bevat. Verder wordt de plaat aangevuld met enkele (soundscape) instrumentals.
Underworld heeft een goede plaat uit … voor het eigen publiek van dertig- en veertigers  … maar hier staan de jongeren niet echt meer voor te springen …

Cherry Ghost

Beneath this burning shoreline

Geschreven door

Onder de vele releases waren we behoorlijk te vinden voor het Engelse Cherry Ghost van zanger Simon Aldred. Hij zorgt op het tweede album voor een reeks broeierige, sfeervolle songs. Ze klinken meeslepend, hebben ze een folky ondertoon en roepen een episch karakter op door de belangvolle inbreng van akoestische gitaar, viool en strijkerspartijen, waaronder “We sleep on stones”, “Kissing strangers” en “My God betrays”. Onderhuids ademen de songs een licht psychedelisch deuntje en hoor je spooky country filmsounds; de paar korte instrumentals zijn nergens storend in het concept. De laatste songs “Black fang” en “Luddite” hebben een intense opbouw en zorgen ervoor dat de plaat op z’n geheel mooi is afgewerkt.
Talrijke invloeden haal je voor de geest van o.m. Ian McCulloch, Elbow, Doves, Tindersticks, Cave, Sparklehorse, Smog en The Coral. Alvast mooie referenties van een goed debuterend bandje, die toch al drie jaar bezig is …

James Blake

James Blake

Geschreven door

Het zogenaamde dubstep genre is nog niet helemaal tot de muziekwereld doorgedrongen, of vooruitstrevende would-be kenners hebben het al over post-dubstep. En voor het gemak steekt men iemand als James Blake dan maar in dat vakje. Tegelijkertijd heeft men Blake al direct gebombardeerd tot ‘the new thing’ en wordt zijn debuutalbum overladen met de meest lovende recensies. Ons maakt het alleen maar achterdochtig.
Het moet gezegd  -wij zijn ook niet doof-, de jonge kerel had ook al onze aandacht getrokken met de wondermooie Feist cover “Limit to your love”, een bijzonder pareltje, of hoe men met behulp van koude laptops toch een song heel warm kan doen klinken. Het mindere nieuws is dat James Blake dit staaltje maar één keer evenaart, met het al even prachtige “Wilhelms Scream”.
De overige songs zijn minimalistische stukjes laptop plak- en knipwerk maar wij soms nogal wat moeite mee hebben. Ten eerste vinden wij het allemaal nogal depressief klinken voor zo een jonge gast (met de helft van de songs kan u gerust een begrafenis opfleuren) en ten tweede houden wij sowieso nog altijd meer van muziek die met echte instrumenten wordt gespeeld. Deze zijn hier, op een subtiele piano na, echter compleet afwezig en naast wat geknoei op de laptop experimenteert Blake enkel nog wat met zijn stem. Hij gaat hiermee echter te vaak de richting uit van Anthony & The Johnsons, en wil het nu net lukken dat wij niet echt houden van de slijmerige pathetiek van Anthony & The Johnsons.
Buiten de twee eerder genoemde pareltjes staat er dus niets onvergetelijks op deze plaat, maar toch willen wij erkennen dat er in James Blake wel een uniek talent schuilt. Als de man binnen een paar jaar al zijn elektronica het raam uitgooit en een paar warme muzikanten inhuurt zal er gegarandeerd iets moois van komen.
Ook Jamie Lidell werd vroeger op het podium enkel omringd door een batterij laptops en computers, nu treedt hij op met warme muzikanten en de soul druipt er met bakken af. James Blake moet hem maar eens bellen.

Wire

Red Barked Tree

Geschreven door

Het inmiddels legendarische Wire mag gerust als een zeer invloedrijke groep beschouwd worden. Een hele resem indie- en postpunkbandjes staan qua geluid bij hen in het krijt, velen zonder het zelf te beseffen. Wire is er zelf nooit rijk van geworden, albums als ‘Pink Flag’, ‘Chairs Missing’ en ‘154’ staan geboekstaafd als klassiekers maar dit heeft zich nooit vertaald in verkoopcijfers. De band is altijd in de underground gebleven en voelt zich daar nog steeds perfect op zijn gemak, net als zanger/gitarist Colin Newman’s nevenproject Githead trouwens, die in 2009 een prachtplaat maakten die door zowat de hele wereld over het hoofd werd gezien, maar niet door ons.
Op de nieuwe ‘Red Barked Tree’ gaan die van Wire alweer volledig hun eigen weg, en dat is er een met een hoop interessante zijweggetjes. De fijne opener “Please take” zit bijvoorbeeld gegoten in een warme en radiovriendelijke poppy sound, maar een station verder horen we grillige nerveuze punk op “Two minutes” en “Moreover”, twee songs die het weerbarstige geluid van Wire, zoals we dat kennen van vroeger, typeren.
Van punk naar wave is maar een kleine stap, songs als “Adapt”, “Down to this”  en “Now was” ( B52’s zijn in de buurt) dragen gedoseerde eighties echo’s in zich. Toch teert Wire geenszins op een retro geluid, de springerige rock van “A flat tent”en de gruizige shoegaze van “Smash” geven hedendaagse groepjes als Arctic Monkeys en A Place to Bury Strangers het nakijken. De titelsong die de plaat afsluit is ook weer van een heel ander kaliber, de heren verkennen de grenzen van de psychedelica en komen op hun pad ergens Syd Barrett tegen.
Een plaat gekenmerkt door diversiteit en veelzijdigheid, op en top Wire dus, verpakt in amper dertig minuutjes eigenzinnigheid.

Rory Gallagher

The Beat Club Sessions

Geschreven door

Rory Gallagher, een briljant gitarist die met een bluesvirus in de genen werd geboren, heeft zo een 15 jaar geleden de pijp aan maarten gegeven. De brave man had door overmatig alcoholverbruik zijn eigen lever een beetje te veel op de proef gesteld en zou dat met het leven moeten bekopen toen er complicaties optraden bij een onvermijdelijke levertransplantatie.  Gallagher mocht zo op zijn 47 ste al een potje gaan jammen met Jim Morrison, Keith Moon en Phil Lynnot (yep, de beste bands spelen allemaal op de podia van de eeuwige jachtvelden).
Naar goede Hendrix gewoonte zijn er postuum een hele reeks platen verschenen, de ene al wat interessanter dan de andere en we hebben geluk, want deze hier is duidelijk een van de betere. De opnames dateren van uit het begin van Gallagher’s solo carrière, het betreft live-in-de-studio sessies voor de Duitse Beat Club series die ook in DVD versie te krijgen zijn. Niet toevallig in Duitsland, Gallagher was er immers zeer populair. Duitsers hebben dus toch smaak, … soms.
Voor de fans zal het echter vergeefs zoeken zijn naar nieuwe of ongekende dingen. Het album bevat bijna uitsluitend songs uit de eerste twee solo platen ‘Deuce’ en ‘Rory Gallagher’. Wat de plaat echter wel bijzonder maakt, is dat we Gallagher hier op het toppunt van zijn kunnen treffen. Hij speelt de ziel uit zijn lijf en het soleerwerk is razend knap, puur, energiek en uiterst levendig. De kwaliteit van deze opnames is uitstekend en het live gevoel is constant aanwezig. Bovendien overstijgen nogal wat songs de versies van de studio platen, “Hands up”, “Could’ve had religion”, “Used to be” en het zwaar naar Hendrix ruikende “Should’ve learned my lesson” klinken rauwer en beter dan ooit.
Daarom is dit ook voor de die hard fans een verplichte aanvulling voor hun collectie. Voor de leek is het een prachtige kennismaking met het talent van een briljant blues- en rockmuzikant die veel te vroeg deze aardbol heeft verlaten.

Asobi Seksu

Fluorescence

Geschreven door

Nog nooit van gehoord, zegt u? Nochtans is dit duo in thuisland Amerika één van de groepen die geboekstaafd staan als bands die het zouden moeten maken en waarbij je hun muziek reeds kon horen in kwakkelseries als ‘Ugly Betty’.
Het is inderdaad niet echt een referentie die telt en het doet de shoegazepop van Yuki Chikudate en James Hanna allesbehalve eer aan.
Vanaf de eerste blik op de hoes  is het overduidelijk dat men hier zijn inspiratie vond in de vele Vaughan Oliver-werken op het 4-AD label en die invloeden hoor je ook meer dan terug in hun muziek.
Toegegeven, de dreampop van dit New Yorks duo is niet echt origineel te noemen maar dat neemt niet weg dat deze plaat mooi in je platenkast kan staan naast pakweg Lush of zo. Vernieuwend is dit geenszins maar wel bloedstollend mooi.

Perverted

Vote Reverend Greed

Geschreven door

De meeste bands zouden er moedeloos van worden, behalve Perverted By Desire (of gewoonweg Perverted) die na een kwarteeuw ploeteren in de underground terug opnieuw tevoorschijn komen gekropen met ondertussen hun negende album.
Spilfiguren Genius I en 2M (uitspreken als Double M) moet je niks meer wijsmaken, zeker niet als je weet dat ze ooit in zee zijn gegaan met een krankzinnige producer als Wayne Kramer.
Wie Perverted By Desire een beetje kent weet dat deze Limburgers tot alles in staat zijn en dat ze het soort band zijn die voor geen enkel genre  hun neus ophalen, ook al klinkt deze nieuwe plaat verschrikkelijk veel op wat Jon Spencer met zijn Blues Explosion uitstak.
Vanaf het begin schreeuwt Genius “Are you ready for the Perverted?” waarbij meteen een schurende fuzzgitaar zijn intrede doet en met zoiets ben je meteen in de ban van een halfuurtje No Wave ook al denk je door de inbreng van 2M je ook aan Riot Grrrl-groepen uit het verleden.
Perverted zou echter Perverted niet zijn moesten ze niet een beetje experimenteren en dat is dan ook wat je krijgt op het tweede deel van de cd waarin allerlei wereldmuziekinvloeden de kop komen opsteken.
De ommedraai maakt Perverted weliswaar een band met vele gezichten maar het maakt van ‘Vote Reverend Green’ ook een iewat schizofreen album, maar met een half briljant album zijn we hier ook al dik tevreden.

Röyksopp

Senior

Geschreven door

Het Noorse duo Rocksöpp zorgde ervoor dat hun beeldrijke elektronica van de poolvlaktes van het debuut ‘Melody AM’ een breder poppy randje kreeg op ‘The understanding’. Vorig jaar verscheen ‘Junior’, die eerder voor de gulden middenweg ging en een keur aan gastvocalistes had, die het album kleur gaven. Lichtvoetig, hartverwarmend, ijzig en vrolijk. De opvolger ‘Senior’ is de andere kant van ‘Junior’ en benadert nog meer dan het debuut soundscapes van de poolvlakte. Een filmische aanpak en weggelegd voor documentaires. Geen popsongs, dromerige vocals of catchy ritmes dus, maar sferische, beeldrijke, introverte elektronica (luister maar eens naar de tweede helft van de cd!), die af en toe eens forser durft te klinken door de grooves (“The alcoholic” en “Tricky two”, die we in een andere versie horen).
Met dit album heb je een ideale yoga les, kom je tot rust, voel je letterlijk een knetterend haardvuur of een ijzige wind bij een wandeling …
‘Senior’ integreert geen hippe dance stijlen en slaat geen nieuwe paden in . Een rustgevende vierde plaat, die de heren probleemloos naast Air plaatst.

Junip

Fields

Geschreven door

De Zweed José Gonzalez kennen we van het debuut ‘Veneer’ en de tweede cd ‘In our nature’; hij fabriceerde twee onnavolgbare breekbare covers, namelijk “Heartbeat” (The Knife) en “Teardrop” (Massive Attack). Wereldwijd succes verkreeg hij met z’n melancholische ‘treurwilg’ sing/songwriterpop, een combinatie van mans intens gevoelige gitaarspel en z’n warme, fluwelen stem. Twee cd’s intieme gitaarpop, candlelightvoer!
Maar al enkele jaren lang teisterde het muzikale virus om met vrienden Tobias Winterkorn (toetsen) en Elias Araya (drums) een plaat uit te brengen. En zoals we Gonzalez nu al een beetje kennen, de songs moeten rijpen. Hij is er alvast in geslaagd met Junip een pracht van een debuut af te leveren, uitermate beheerst, doordacht en subtiel. Een ingetogen en diverse plaat, een fusion van pop, folk, psychedelica, ‘70s, americana en soul/jazzy loops.
We horen hypnotiserende, spannende, broeierige songs als “In every direction”, “Don’t let it pass”, “Off point, “Always” en “Tide”. Ook de andere songs moeten echt niet onderdoen qua opbouw, intensiteit en emotie. Er is de subtiliteit op het broeierige “To the grain”, de indie dringt diep door op “Howl”, die het nauwst leunt aan The Feelies en “Sweet & bitter” intrigeert door de zalvende drums.
Junip is niet zomaar een samenwerking , maar is een volwaardige band die een fraai geheel brengt en verrassend sterk uit de hoek komt.

Pagina 316 van 394