logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

garbage_olt_riv...
The Cure
CD Reviews

Low

C’mon

Geschreven door

Het Amerikaanse Low graaft met de nieuwe cd ‘C’mon’, vier jaar na de forser klinkende platen ‘Drums and Guns’ (07) en zes jaar na ‘The great destroyer ‘(05), terug naar de wortels van de slowcorepop. Inderdaad , we horen de intrinsieke schoonheid van ‘Things we lost in the fire’ (’01) en de plaat tipt (even) aan het wondermooie ‘The curtain hits the cast’ (96) . Verrassend klinkt het door de jaren misschien niet meer maar deze onthaastingspop is en blijft iets unieks, door de subtiel opbouwende,  aanzwellende melodieën, beheerst gespeeld, of de sober gehouden instrumentatie en de warme, mooie stemmen van het echtpaar Alan Sparhawk (zang/gitaar) en Mimi Parker (zang/drums). De ruis, noise van de krachtiger worden melodieën en de elektronica worden dus op het achterplan geplaatst. Spaarzaam komen de elektronicatoetsen van de derde nieuwe man Steve Garrington door. “Nightingale” - songs zoals het in een van de nummers wordt vernoemd, horen we , en met “Nothing but heart” als absoluut hoogtepunt …langzaam, rustig innemende start, om dan op te bouwen naar een prachtige finale van de drie instrumenten.
Lapsteler Nels Cline van Wilco hielp zelfs mee om de dromerige sound nog meer elan te geven.
Low zorgt voor puike songs, en komt – opnieuw - aandraven met een wonderschoon album …Diep inademen… en … uitademen. Zucht …

Vanth

Parallel Overdrive

Geschreven door

Als er één band is die niet voor 1 gat te vangen is, dan is het wel Vanth.  Deze drie Italianen brengen met ‘Parallel Overdrive’ een eerste ep uit in eigen beheer en lijken nogal wat te twijfelen over de muzikale richting die ze willen uitgaan.  Dit  mini-album bevat namelijk vijf nummers die zeer sterk afwisselen.  Openingsnummer “Move” start als een elektronisch popnummer in de stijl van Shameboy waarna Vanth plots richting industrial rock uitgaat.  Vanth gaat in dit nummer lekker up tempo , de lage vocalen zijn zeer meezingbaar en het lijkt alsof we naar een band als HIM beluisteren.  Ook “Closed To The World” heeft een strak tempo, bevat verschillende synths en  neigt naar stevig rock. “Duality” is de hardste track op het album met een prominente rol voor de gitaren, is net als de eerste twee songs vrij melodieus en best verdienstelijk. ”Come Sweepers Come” is de enige ballad op de plaat en wat ons betreft ook het sterkste nummer.  Afgesloten wordt er met  “Th3 Music That I N3v3R Had”, een instrumentale song die  naast donkere synths ook wat drum’n bas in zich heeft.  Afwisseling troef dus maar wat de vijf nummers wel gemeen hebben is een donkere, gothic ondertoon. 
‘Parallel Overdrive’ is zo dus een mooi visitekaartje in de zoektocht naar een platenmaatschappij.

Channel Zero

Feed’Em With A Brick

Geschreven door

Zo plots Channel Zero er midden jaren negentig mee ophield, zo plots herrezen ze vorig jaar uit het niets…  Dat ze live nog steeds staan als een huis, konden we vorig jaar duidelijk zien op de reünieschows in de AB en in iets minder mate op Graspop...
Een heel belangrijk verschil tussen het huidige en het oude CZ is natuurlijk de exit van voormalig gitarist Xavier Carion en de intrede van  diens plaatsvervanger Mike Doling (ex-Snot en ex-Soulfly)...  Dat Carion een uiterst belangrijke rol speelde bij het componeren van de succesnummers, werd zeer duidelijk  tijdens een (volledig aan Channel Zero gewijde) aflevering van het onvolprezen Belpop.  Dat gegeven en het zeer matige nummer “Black Flower” (dat je voor een prikje kon kopen tijdens de AB-shows) deed ons allesbehalve het beste vermoeden voor de comeback-plaat van het jaar.  
Met een bang hartje schoven we ‘Feed’Em With A Brick’ dus in onze platenspeler maar na een tiental luisterbeurten kunnen we het grootste deel van onze scepsis overboord gooien. De oude metalsound uit de jaren negentig werd onder aanvoering  van nieuwe songsmid Doling en producer Logan Mader (ex-Machine Head) flink opgepoetst en er werd geopteerd voor een mix van moderne, heavy  metal met een flinke portie trash en klein scheutje hardcore.   ‘Feed’Em with A Brick’ werd daardoor  een  zeer stevige én fijne metalplaat die bovendien (en dat lijkt ons toch het belangrijkste)  verschillende goeie nummers bevat die zich al heel vlug in je hersenpan nestelen.  Opener “Hot Summer” is wat ons betreft een van de beste CZ-nummers ooit en heeft enkele strakke rifs, een ongelooflijke groove en een straffe Franky DSVD die duidelijk in topniveau is. De stem van Belgiës meest bekende brulboei klinkt trouwens de hele plaat enorm catchy en transparant en het is duidelijk dat hij met de jaren alleen maar beter is geworden.  Ook “Guns Of Navarone” is een absolute voltreffer, rolt als een sneltrein door je speakers en heeft een simpel maar zeer doeltreffend refrein.  Andere splinterbommen op deze plaat zijn “Electric Showdown”, “Ammunition”,“Hammerhead” en “War is hell”.  Het is gegarandeerd onmogelijk om bij deze topnummers je nekspieren stil te houden.  Twee absolute hoogtepunten zijn verder nog het aanstekelijke “Side Lines” en het grungy “Ocean” waarbij de band bij momenten flink wat gas terugneemt.  Zoals we in het verleden al gewoon waren, betekent dit niet dat Channel Zero dan minder indrukwekkend wordt, integendeel.  “The Ocean” is misschien wel het beste nummer op de plaat en kenmerkt alle ingrediënten die van dit viertal zo’n topband maakt: de ratelende drums van Phil Baheux, de funky baslagen van Olivier De Martino, de spetterende gitaren inclusief geschifte solo’s van Doling en de oerschreeuwen van de Smet van Damme. 
Afwachten of  ‘Feed’Em With A Brick’ dezelfde status zal verwerven als ‘Unsafe’ en ‘Black Fuel’ maar wat ons betreft is dit plaatje een kopstoot van jewelste!

Lords Of Altamont

Midnight to 666

Geschreven door

Lords Of Altamont uit California staan met hun vierde plaat nog altijd garant voor vettige garage rock naar de goede geest van bands als MC 5 (de hoes liegt er niet om), The Stooges, The Nomads, The Hellacopters en The Mooney Suzuki. Er wordt meestal rechtdoor gebeukt met fuzzy gitaren, vuile orgelpartijen en roffelende drums, en dat met in motorolie gemarineerde songs als “I’m alive, “Get in the car”, “Ain’t it fun” en “Synanon kids”. Ook een aangename motherfucker van een song is het in de sixties gedrenkte psychedelische “Save me from myself”, sluimerende bass gevolgd door een vuile riff en dan die frontman Jake Cavaliere die herhaaldelijk “I’m comin’ back for more” er overheen schreeuwt. Yeah !
 “Gettin high (on my mystery plane)” is misschien een beetje een te opvallende rip off van “TV Eye” van The Stooges, maar we vergeven het hen graag want dit is het soort vunzige straight forward rock die dezer dagen te weinig gemaakt wordt.
Lekker smerig, zo lusten wij onze garage rock het best.

Middle Class Rut

No name no color

Geschreven door

The White Stripes ! Jane’s Addiction ! Fugazi ! At The Drive In!
Zo, een beetje namedropping, gewoon om uw aandacht vast te krijgen. Weet u meteen in welke richting u het moet zoeken bij Middle Class Rut. Er zijn ergere dingen om mee vergeleken te worden, denkt u ook niet ?
Middle Class Rut is een duo uit Sacramento, Zack Lopez op gitaar en Stean Stockham op drums. Op hun debuut ‘No name no color’ gaan ze gretig aan de slag met de hierboven vermelde invloeden om tot een set uiterst energieke en soms extreem vurige songs te komen. Lopez zijn gitaar heeft zo te horen meerdere malen geflirt met het exemplaar van Jack White en zijn stem ligt bij vlagen akelig dicht bij die van Perry Farrell, er is dus wel nog wat werk aan de winkel om de grote voorbeelden iets meer op afstand te houden. Het duo slaagt er wel in om een vol en krachtig geluid te serveren. Er zijn volgens ons in de studio nogal wat keyboards en extra gitaren aan toegevoegd, benieuwd dus hoe ze hier live zullen mee wegkomen.

In ieder geval, de twee wildebrassen hebben op ‘No name no color’ een handvol verdomd snedige songs neergepoot zoals “Busy bein’ born”, “Sad to know” en een superheet “USA”.
Met onze ogen dicht dachten we nog een beetje te veel dat we naar de nieuwe Jane’s Addiction zaten te luisteren (is trouwens gepland voor september) maar er zitten tonnen potentieel in dit bandje. Dat eigen smoelwerk komt er dus nog wel, geloof ons.

The Pains Of Being Pure at Heart

Belong

Geschreven door

‘Nugaze’! was het credo toen het titelloos debuut van het NY-se kwartet verscheen. Op gevatte en gepaste wijze combineerden zij de ‘90s Swervedriver, My Bloody Valentine en Ride met de fuzz van Jesus & Mary Chain, ‘80’s The Smiths, de ‘90’s dromerige grungepop van Teenage Fanclub en de waverock van Editors. Onstuimige en meespelende emotionele shoegazepop van zoete popsongs onder een gruizige laag gitaren, onder de zweverige zang van Kip Berman (zang/gitaar) en Peggy Wang-East (zang/keyboards).
De tweede plaat werd onder handen genomen van Flood en Alan Moulder en dan is er net als bij Glasvegas zeer zeker een glad randje te bespeuren. Inderdaad, de songs zijn verfijnder, subtieler, braver en uitgekristalliseerd. Sfeervolle, dromerige pop, radiovriendelijk, suikerzoet en minder korzelig, rock en rauw. De zang komt op Kerman terecht en Wang’s zang is op het achterplan verdwenen.  De titelsong, opener van de cd , “Even in dreams” en “My terrible friend” leunen nog het nauwst aan het debuut, maar met “Heart in your hreartbreak” is de nieuwe Pains Of Being Pure at Heart geboren …
Charmante plaat dat wel, maar de nieuwe songs beklijven minder; we hielden meer van het ruwer randje waarin de pedaaleffects eens stevig konden worden ingedrukt …  

Glasvegas

Euphoric Heartbreak

Geschreven door

Twee jaar terug werd de Schotse band van James Allen, Glasvegas aanzien als de nieuwe hype bij de Britse pers. Bon, hun debuut was er eentje om van te snoepen met prachtsingles “Geraldine”, “It’s my own cheating heart  …” en “Daddy’s gone”. De epische sound en afgelijnde aanpak binnen de wave- glamrock sierde hen, linkte aan het onvolprezen Sheila Divine, breidde Jesus & Mary Chain aan sixtiespop en zorgde ervoor dat ze plaatsje bemachtigden binnen het concept van Editors, White Lies, Interpol en The National.
Spil Allen (beetje Joe Strummer lookalike) had alvast een moeilijke periode achter de rug . Het toeren, de  verslavingsproblematiek en de wisselende stemming deed de band bijna uiteenvallen, maar met een gewijzigde bezetting komt hij nu gelouterd uit deze psychische en muzikale strijd. ‘Euphoric Heartbreak’ stond onder productionele leiding van Flood en kan niet gelikter en meer uitgekristalliseerd zijn dan nu. Een beetje teveel van het goede , want de cd helt letterlijk over naar pompeuze stadion/glamwaverock, die een U2 en Coldplay overstijgen. De sound baadt letterlijk in een elektronisch tapijt van de Pet Shop Boys; meeslepende, broeierige, sfeervolle songs die op zich niet slecht zijn, met “Euphoric take my hand” als top; ze zijn behoorlijk geforceerd, klinken wat hol, maar raken minder en blijven niet hangen dan de nummers van het debuut.
Glasvegas is een heel ambitieus project, maar of ze fans zullen bijgewonnen hebben, is een andere zaak. Benieuwd hoe dit zal aflopen …

Cloud Control

Bliss release

Geschreven door

Het Australische kwartet Cloud Control debuteert met een sterke plaatje in de voetsporen van Fleet Foxes, Local natives, Bon Iver en Iron & Wine. De drie heren (en 1 dame)  is geen fletse formule van baarden, samenzang en houthakkershemden . Nee, ze kruiden hun americana /folkpop met de zweverige droompop van Clap your hands say yeah en The bony king of nowhere en bieden de frisheid en vrolijkheid van The Magic Numbers, The Bewitched Hands en Vampire Weekend. Op die manier heeft het viertal een gevarieerde, boeiende cd uit.
10 songs die balanceren tussen een verkwikkende blijmoedigheid en melancholie, aanstekelijk, catchy, warm en beklemmend. Het klinkt naturel, het spelplezier druipt er van af, de  zangpartijen zijn heerlijk en de meerstemmige zang (man – vrouw) geeft elan en kleur . Een alles vertederende schoonheid dus … We houden er van; daarvoor zorgen o.m. “Meditation song”, “There’s nothing in the water we can’t fight”, “Ghost story”, “This is what I say”, “Just for now” en “Hollow drums”. Zonder al te veel muzikale omlijsting, kunstjes of productionele rompslomp. ‘Pur sang’ dus …

I Like Trains (iLiKETRAiNS)

He who saw the deep

Geschreven door

Het Britse ILikeTrains uit Leeds maakte het ons nu wat makkelijker met de schrijfwijze van de groepsnaam. Muzikaal zijn hun spoorstellen gesmeerd met een nieuwe cd ‘He who saw the deep’, de tweede volwaardige cd van het kwartet; de mistroostige, droevige en donker bezwerende wavepostrock blijft het uitgangspunt. Ze leunen aan The National, White Lies, Interpol en hun soulmate Editors; maar in het ILT - kader kun je niet omheen Tindersticks, Nick Cave en Joy Division. De postrock van Godspeed, Explosions in the sky, Oceansize en Sigur Ros dwarrelt in hun songstructuur.
Algemeen klinken de songs toegankelijker en fascineren ze echter met een repetitieve opbouwende, meeslepende en zweverig golvende sound, dromerig en minder gitzwart; ook de verzorgde, uitgewerkte en aanzwellende soms galmende gitaarlijnen – riedels, treffende percussie en sombere toetsen bepalen de toon. Ze worden gedragen door de baritonzang en uptempo klaagzang van David Martin, kenmerkend voor dit geluid. De voortkabbelende ritmes, de broeierige spanning  en het bedwelmende geluid zijn het sterkst op “A father’s son”, “Sea of regrets”, “Doves” en de titelsong. Tav oudjes “A rookhouse for Bobby”, “Voice of reason” en “Terra nova” van het debuut klinkt de nieuwe plaat minder intrigerend, maar de band overtuigt voldoende voor een eerbaar plaatsje binnen de wavepop.  

Lykke Li

Wounded Rhymes

Geschreven door

Twee jaar terug werd de Zweedse schone Lykke Li (Zachrisson) ingehaald als één van de nieuwe opkomende sensaties binnen de electro . Tot op zekere hoogte  … Het debuut ‘Youth Novels’ had een handvol leuke electropopsongs die naast de groove elektronicabeats zorgden voor sfeerschepping, “Breaking it up”, “Everybody but me” en “Dance, dance, dance”. Technisch vernuftig zitten haar songs wel in elkaar en binnen het genre probeert ze het boeiend te houden door voldoende variaties aan te bieden, gelinkt aan indie, dromerige soms donkere trippop en semi-akoestisch materiaal, gedragen door haar hemelse, kinderlijk aandoend stemmetje, die na verloop van tijd wat kan irriteren.  Maar bon, opnieuw een handvol leuke songs vinden we terug als “I follow rivers”, “Rich kids blues” en “I know places” . De ‘60s style van een ‘My boy lollipop’ dringt door op “Sadness is blessing” en “Silent my songs”. Een gelaagd en geslaagd plaatje , maar het biedtt geen toegevoegde waarde!

Pagina 313 van 402