Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Deadletter-2026...
CD Reviews

Kylesa

Spiral shadow

Geschreven door

Er beweegt iets in de metaalsector. Als het extreme death-, trash- en grindcoremetal betreft, moet u ons niet komen wakker maken, maar voor zware jongens die creatief omspringen met het genre hebben wij altijd al een boontje gehad. Zo houden wij ondermeer van Tool, Helmet, Earthless, Priestess, Mastodon, Baroness, Torche en Isis.
En sedert kort ook van Kylesa. Omdat hun zware stuff overgoten is met een subtiel psychedelica sausje, en omdat zij evenwel met een portie Black Sabbath als met een hap Husker Dü of Janes Addiction durven afkomen.
De ferme brok lawaai die Kylesa voortbrengt wordt veroorzaakt door ondermeer twee drummers en twee gitaristen, kwestie van er een vol geluid uit te persen. Daar wordt dan nog een aardige dosis hardcore punk tussen geworsteld, en zelfs een streep gruizige shoegaze sluipt binnen in de overweldigende en machtige sound. Dat klinkt even gedurfd als geslaagd in “Drop out” en “Dust”.
De groep haalt duidelijk hun invloeden niet uit één en hetzelfde vijvertje, in “Back and forth” toveren ze terloops een overtuigende en smerige SonicYouth uit hun botten.
Tussen de razernij en de loodzware riffs wordt de melodie niet uit het oog verloren en dat mondt uit in een monstersong als “Crowded road” (moet echt wel een stomend moshpitfeestje zijn) en in gevaarlijk bijtende en logge grunge metal op “To forget”.
Een moordende plaat die moeiteloos de grenzen van de metal overstijgt.

Ron Wood

I feel like playing

Geschreven door

Als The Stones pas uit hun kot komen wanneer Jagger vindt dat de tijd er rijp voor is, en dat kan soms jaren duren, dan moeten de anderen toch iets om doen hebben. Een soloplaat is dan de enige juiste uitweg. Wij kunnen ons perfect voorstellen dat het bij Keith Richards en Ron Wood veel sneller kriebelt dan bij Jagger, althans wanneer het op spelen aankomt. Bij Jagger is het vooral zijn portefeuille die bepaalt wanneer er nog eens iets moet gedaan worden.
U merkt het ook al aan de titel, het plezier van het spelen is datgene wat centraal staat op de nieuwe plaat van Wood. Hij heeft misschien niet het songschrijverstalent van zijn kompanen in de Stones, maar hij heeft wel een gitaar en een pak interessante vrienden (Eddie Vedder, Bobby Womack, Billy Gbbons, Slash, Flea, Kris Kristofferson,…). Genoeg om de studio in te gaan en een fijn, doch niet wereldschokkend, plaatje op te nemen.
Een beetje van alles is hier te vinden, reggae, soul, blues, country en rock. Niet alles is echter even geslaagd, maar echte miskleunen vinden we niet terug, al komt de wat slijmerige afsluiter “Forever” gevaarlijk dicht in de buurt.
Wood is op zijn best wanneer er hevig gerockt wordt. In het snedige “Thing about you” is hij samen met Billy Gibbons zeer lustig op dreef en op de Willie Dixon klassieker gaat het er tamelijk vettig en funky aan toe, mede dankzij een geweldige Bobby Womack. Ook in “Fancy pants” en “100 %” borrelt de rock’n’roll naar het kookpunt toe en Wood’s gitaar sneert als een vlijmscherp mes doorheen “I don’t think so”, een song die niet zou misstaan op één van de betere Stones platen.
Niet alleen Ronnie’s gitaar scheurt dat het een lust is, ook zijn vocale prestaties zijn bij momenten verbluffend. Niet dat hij een begenadigd zanger is, verre van, maar zijn rasperige stem zit de songs als gegoten. In “Why you wanna go and do a thing like that for” en “Tell me something” komt hij zelfs aardig in de buurt van Dylan.
Een knap plaatje dus en het is maar zeer de vraag of het volgende Stones album, als dat er ooit nog komt, beter zal zijn.

Cherry Overdrive

Go prime time, honey!

Geschreven door

Bij ons kan je nog niet beweren dat Cherry Overdrive een naam is maar in hun thuisland zijn deze 4 rockmeiden uit Kopenhagen vaak te horen op de Deense radio. Veel heeft te maken dat ze enkele jaren een niet onaardige hit wisten te scoren met “Reptiles” waardoor ze binnenin het garagerockmilieu als helden werden onthaald.
Ook al zit de garagerock hier diep verdoken in de ondergrond is dit genre in de Scandinavische landen meer dan populair.
Het succes van hun eerste cd bracht hun naar alle uithoeken van de wereld en met deze nieuwe cd proberen ze opnieuw hun pijlen op de garagerocksector te richten.
Het resultaat is rauwe vrouwenrock dat naast de rauwheid van een L7 of Seven Year Bitch ook de commercialiteit van een (jawel) Anouk in zich heeft en daardoor heb je als luisteraar meer dan eens het gevoel dat deze release noch mossel noch vis is.
Ze hebben de looks, ongetwijfeld de attitude maar hier bij de redactie van Musiczine vinden we dat ze naast een dosis ballen de volgende keer wel met wat sterker songmateriaal voor de dag mogen komen! ‘Go prime time, honey!’ is een cd met het juiste geluid alleen moet er dringend aan de rest worden gesleuteld!

Info
www.heptownrecords.com

Wolf People

Steeple

Geschreven door

Schaamteloos retro is ‘Steeple’ van Wolf People, jonge gasten die hebben zitten grasduinen in de hippie platen en wietplantages van hun ouders. Er zijn er wel meer die dezelfde bezigheden hebben, dezer dagen, zie ook Tame Impala en Dungen.
Die van Wolf People zijn er zonder veel kleerscheuren in geslaagd om doorheen de lagen psychedelica en de Hendrixiaanse gitaren voor een handvol sterke songs te zorgen. Je moet het maar doen, een song als “Tiny circle” verdacht veel naar Jethro Tull laten ruiken en die toch als een potente rocker laten klinken.
De heren flirten zowel met Cream (“Painted cross”) als met Hendrix (‘Cromtech’), ze bedrijven met evenveel verve de blues (“Castle keep”) als folkrock (“Banks of Sweet Dundee”, parts 1 & 2).
Retro als‘t maar zijn kan, en toch klinkt dit niet als belegen schimmelkaas maar wel als een nieuwe frisse portie hippievoer.
Een mens zou na het horen van zoveel fraais zowaar een ticket naar Woodstock gaan boeken, maar hou het misschien gewoon op de Antwerpse Trix op 13 januari. En vergeet uw gerief niet.

NOFX

The Longest EP

Geschreven door

De discografie van de punkrockende veertigers van NoFX blijft maar aangroeien.  Na hun vorige  album ‘Coaster’ en hun EP ‘Cokie The Clown’ uit 2009, is er nu de verzamelaar  ‘The Longest EP’. Het schijfje heeft zijn naam absoluut niet gestolen want maar liefst dertig nummers passeren de revue. Eigenlijk is deze EP er geen en betreft het hier gewoon een verzameling van songs die dateren uit de periode  van 1987 tot 2009.  
In concreto vinden alle nummers terug van de EP’s ‘The Longest Line’, ‘Cokie The Clown’ en het obscure ‘The P.M.R.C Can Suck on This’. Daarnaast horen we twee outtakes van de ‘Fuck The Kids’ EP. Voeg daarbij nog een aantal bonustracks die we voorheen vonden op  deluxe uitgaves van een NoFX album (zoals het prachtige “I’ve become a Cliché”) en je hebt een zeer uiteenlopend plaatje. Sommige songs zijn qua geluidskwaliteit echt goed, andere (oudere)  nummers zijn vrij  pover. De band deed jammer genoeg niet de moeite om de kwaliteit hiervan wat op te krikken.
Wie bovenstaande uitgaves niet in zijn bezit heeft, mag niet twijfelen om naar de platenboer te hollen. Heel wat songs zijn echt de moeite waard en dat geldt evenzeer voor de prachtige hoes. Die is van de hand van Dan Sites (die ook instond voor de cover van ‘The Longest Line’ EP) en bevat een verzameling van personages die we allemaal ook op een voorgaand album van NoFX terugvinden.

Shearwater

The Golden Archipelago

Geschreven door

De nieuwe plaat van Jonathan Meiburg en zijn Shearwater completeert het drieluik van het in 2006 verschenen ‘Palo Santo’ (vierde cd al)  en ‘Rook’. Voorheen combineerde hij het werk van Shearwater met zijn vriend Will Sheff , de spil van de americana band Okkervil River. Als afgestudeerd ornitholoog (bandnaam is afgeleid van een zeevogel) kunnen we niet omheen thema’s als vogels, zee en bossen. De songs ademen ook die sfeer uit. Ze waren de inspiratie van onderzoekende kampeertrips  langs eilanden als de Falklands, Madagascar, Tiera del fuego en aantal Chatham – eilanden van Nieuw-Zeeland.
Pure indiefolkende songs, broeierig, intens spannend, opbouwend en organisch, die subtiel gearrangeerd zijn met de gepaste bombast en een zuiver pakkende zang. Het luisterend materiaal steekt goed in elkaar, is harmonieus en klinkt uitermate boeiend. Een sterke plaat op zijn geheel dus!

Gonjasufi

A sufi & a killer

Geschreven door

Een heel apart debuut is afkomstig van de uit LA opererende Gonjasufi, aka Sumach Ecks . Een elektronica wizzard, die de producers The Gaslamp Killer, Mainframe en Flying Lotus achter de hand had, die puurt uit de trippop van Portishead en Tricky en die er een muzikale potpourri van neopsychedelica, ‘70s retro , freejazz, reggae en funk met Arabische invloeden en elektronica vertier aan toevoegt;  inhoudelijk kan het materiaal vorm krijgen, maar het kan even structuurloos klinken. Z’n gruizelige, krakende stem heeft iets van Mark E Smith, David Thomas en John Lydon .
Hij doet ons terugdenken aan Lee Scratch Perry, George Clinton, Captain Beefheart en de Residents door de rauwe lofi ritmes, de repetitieve, neuzelige synths, de samples en de weirde, onverwachtse wendingen. Hallucinant en smerig. Voor de avontuurlijke muziekliefhebber.
De leer van ‘soefisme’ (een filosofie over de realiteit van het menselijk bestaan, zelfkennis,  het harmonieus samenleven, wederzijds begrip hebben en vorming bieden) en andere godsdiensten laten we in het midden . Zoals ‘de killer’ in de titel van de cd omschrijft, is hij één brok energie. Retropsychedelica geïnjecteerd door ganja, topkwaliteit marihuana, met een pijpje. Geestesverruimend.
Deze kleine blok van ne vent, met z’n enorme baard, pikzwarte ogen en samengeklonterde dreadlocks zingt en predikt in twee overgemoduleerde microfoons, bouwt een broeierige spanning op, speelt met geluidjes of laat zich volledig verglijden, wat songs brengt zonder begin en einde.
De cd is een concept en best in één ruk te beluisteren . “Sheep”, “She gone”, Suzie q (knipoog naar Iggy) ”, “Kowboyz & Indians” , “Duet”, “Ancestors” en “Candylane” zijn  in de mengelmoes best aardig te pruimen!

Various Artists

White Mink, Black Cotton Vol.2

Geschreven door

Ook al vind je op iedere rommelmarkt swingplaten met hopen blijven deze naoorlogse feestgeluiden blijkbaar een inspiratiebron voor hedendaagse muziek die de kassa’s doen rinkelen.
Zelfs in de jaren ’80 bleken de melodietjes van Andrew Sisters het ideaal kleedje te zijn voor de Nederlandse sexbom Patricia Paay en dertig jaar komt men met hetzelfde idee aandraven, alleen wordt er deze keer een elektronische beat aangekoppeld en heeft men besloten om er de naam van electro swing aan te geven.
Het Britse Time Out-magazine mag het dan wel van de daken schreeuwen dat dit een splinternieuw genre is dat enorm origineel uit de hoek komt, maar iedereen die een beetje eerlijk met zichzelf blijft,  weet maar al te goed dat dit eerder een ingenieus truukje van één of ander mens is om geld binnen te halen.
Op deze dubbelcd krijg je 26 nummers van artiesten als Trixie Smith, Louis Armstrong of Duke Ellington voorgeschoteld waaronder ook een heleboel wereldberoemde tracks als  “Minnie the moocher” of “Sing, sing, sing” van Benny Goodman zitten.
Neen, dit is nooit slecht te noemen maar of de modale muziekliefhebber hier nu zit op te wachten is natuurlijk wel een andere grote vraag.

Barn Owl

Ancestral Star

Geschreven door

Barn Owl is een duo (Alice Coltrane en Keiji Haino) uit de underground van San Francisco die een donkere en holle sfeer scheppen op gitaren en keyboards. Het geluid dat ze voortbrengen situeert zich in een drone- en doomsfeer en brengt ons in een vreemde wereld van afgelegen spelonken waar ook Earth en Sunn O))) ten dans spelen.
Het volledig instrumentale album ‘Ancestral Star’ sluimert voort als de trage soundtrack van een nooit gemaakte film die zich afspeelt in mistige oorden, mysterieuze leemtes, donkere holtes en desolate landschappen. Bevreemdende, galmende en soms onheilspellende muziek die gebulkt gaat onder een aangehouden spanning. Moeilijk te omvatten, maar wel boeiend, en zeker niet geschikt voor onder de kerstboom.

Iggy Pop

Kill City : Restored Edition - 2 -

Geschreven door

Eerlijkheidshalve was ik vanaf de eerste momenten in de wolken toen ik deze cd hoorde want eventjes leek het erop alsof Iggy terug klonk als dertig jaar terug maar een blik op het hoesje deed mijn euforie wat temperen want ‘Kill City’ is een plaat uit het verleden, eentje uit 1975 die echter door geen kat opgemerkt werd en nu gelukkig terug heruitgebracht werd.
‘Kill City’ werd samen met James Williamson opgenomen, naast het feit dat hij de gitarist van The Stooges was durven insiders ook wel eens beweren dat hij het brein was achter klassiekers als “Funhouse” of “Raw Power”.

Voor Iggy Pop richting Berlijn trok, nam hij nog deze plaat met James op en het is wel bizar dat dit rockpareltje slechts decennia later op enig respect mag rekenen want je zou deze “Kill City” het best kunnen omschrijven als een verloren gewaande Stoogesplaat..
Een tijdloos document die voor iedereen verplicht voer is.

Pagina 320 van 394