logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
The Cure
CD Reviews

Delay Trees

Delay Trees

Geschreven door

De Scandinavische landen scoren niet alleen hoog op de popladder maar ook voor goede indie kun je in deze landen terecht. Ook al zijn deze Finnen in hun thuisland al lang geen onbekende meer, mag je wat ons betreft hun aanvullen in het rijtje ‘nieuw talent dat je maar beter in het oog houdt’.£
Deze band die nog niet zo lang bezig is maakt het soort dramatische indiepop waar bands zoals Sophia en The National een patent schijnen op te hebben.
Toegegeven, de teksten zijn niet bepaald van de lichtste soort en ook al zul je er geen gelukkigere mens door worden, grijpen ze je wel bij de keel.
Zwaarmoedige indiepop met gitaren die beïnvloedt zijn door zowel de recente stroom shoegazebands als Americana-groepen maken van deze Delay Trees meer dan zomaar een belofte.
Wij kijken er alvast naar uit om deze Finnen op een Belgisch podium te mogen begroeten. In het oog te houden dus …

www.delaytrees.com

www.myspace.com/delaytrees
www.pyramid.fi

Powerdove

Be Mine

Geschreven door

Je hebt artiesten die zich maandenlang in peperdure studio’s opsluiten waarbij platenlabels het angstzweet krijgen dat hun Benjamins niet hun failliet veroorzaken, terwijl andere muzikanten tevreden zijn met het minste wat deze aarde biedt.
Powerdove is eigenlijk niet meer dan het soloproject van ene Annie Lewandowski. Met de invloeden van Nico, Leonard Cohen en de drones van Sun O))) besloot zij om met het minimum aan middelen haar debuut op te nemen.
Hierbij mocht zij meteen op de hulp rekenen van John Dieterich, één van de drijvende
krachten achter Deerhoof.

Met deze informatie zou je al lang moeten weten dat ‘Be mine’ niet het soort cd is dat uit je boxen knalt maar er eerder eentje is waarbij een mens tot rust komt.
Sing-songwriting die ingegeven is door soundscapes die wij de laatste jaren enkel maar lijken te linken aan IJsland ook al zal deze Amerikaanse waarschijnlijk nog nooit het land van Sigur Ros gezien hebben. Een kleine plaat die door zijn eenvoud indruk maakt.
www.annielewandowski.com
www.myspace.com/powerdove
www.circleintosquare.com

Fat Music Volume

Fat Music Volume VII: Harder, Fatter + Louder

Geschreven door

In 1990 richtte ene Fat Mike, zanger en bassist van NOFX zijn eigen platenlabel op: Fat Wrek Chords.  Het label zou in de loop der jaren uitgroeien tot een van de grootste punklabels in de States met verschillende gerenomeerde bands onder contract (Mad Caddies, The Flatliners, Sick Of It All, Strung Out en Good Riddance zijn maar een kleine greep uit de onuitputtelijke lijst).
Begin jaren negentig was het ook het eerste punklabel dat voor een zeer zacht prijsje een verzamelaar met nummers van de verschillende bands van het label uitbracht. Andere punklabels namen dit idee al snel over en brachten gelijkaardige compilaties op de markt. De Fat Music-verzamelaars groeiden uit tot een enorm sterk merk en per uitgave vlogen er in de VS telkens 200 000 exemplaren de deur uit.

Ondertussen zijn we aan nummer zeven toe en die bevat zoals gebruikelijk heel wat lekkers.  Enerzijds zijn  er heel wat nieuwe bands van het label vertegenwoordigd (Old Man Markley, Banner Pilot, TBR, Cobra Skulls en de machtige Flatliners), anderzijds vinden we heel wat gevestigde waarden zoals NOFX, Strung Out, The Lawrence Arms en No Use For A Name.   Zowat alle groepen  halen een hoog niveau en bewijzen de status van Fat Wreck Chords.  Voor fans die pas into punkrock zijn, kunnen we dit plaatje hard aanbevelen.  Ook de oudere fans kunnen Harder, Fatter + Louder zonder aarzelen aanschaffen.

Gang Of Four

Content

Geschreven door

Bands als Franz Ferdinand, !!!, Radio 4 en The Rapture, die allemaal een vijftal jaren geleden ontzettend hot waren, hebben het nooit onder stoelen of banken gestoken dat zij een groot deel van de mosterd waren gaan halen bij Gang Of Four. De nieuwe wind die rond waaide in de muziekwereld werd omschreven als de wedergeboorte van de punkfunk en Gang Of Four werden meteen gebombardeerd tot godfathers van het genre. Daarop vond het herontdekte Gang Of Four dat de rijd rijp was om terug de hort op te gaan en hun beste songs in een gerestaureerde versie op plaat te zwieren (‘Return The Gift’ uit 2005 ). Op nieuw werk was het echter nog wachten geblazen. Tot nu.
En we zullen het maar meteen verklappen, met het nieuwe ‘Content’ laten ze dié groepjes een ferm poepje ruiken. De plaat mag gerust plaatsnemen tussen hun beste werkjes ‘Entertainment’ uit 1979 en ‘Solid gold’ uit 1981.
Grootste pluspunt is dat de gitaarlicks van Andy Gill even scherp, spits en snedig zijn als op die twee meesterwerkjes van dertig jaar geleden. Zijn heerlijke hakketak gitaartjes bijten als venijnige beestjes in gloeiende songs als “You don’t have to be mad”, “Second life” en “Who am I”. Quasi alle songs zijn uiterst energiek, vinnig en stomend. Gang Of Four klinken fris en uiterst vitaal op dit album, alsof het hier een beginnend bandje betreft. In “You’ll never pay for the farm” briesen de heren zelfs als een bende jonge punks.
De zweterige funk van “I can’t forget your lonely face” en “I party all the time” bewijst waarom de jonge Red Hot Chili Peppers ook al fan waren en die sterk beïnvloed werden door de hitsige sound van Gang Of Four. Let wel, we hebben het hier over de Peppers toen die nog echt heet waren, en niet over de op-safe-spelende bende softies waar zij nu voor doorgaan.
Alleen op “It was never gonna turn out too good” slaat Gang Of Four heel even de bal mis. Geen idee wat de bedoeling was van de stemvervormers die dit niemendalletje ontsieren, het gaat in ieder geval hevig de mist in. Maar voor de rest niets dan lof voor deze kwieke vijftigers.
Pittig plaatje.

Harry Gymns

What was ours can’t be yours

Geschreven door

Wie maar niet genoeg kan krijgen van muziek waarin een mooie vrouwelijke stem centraal staat, zal aan deze Harry Gymns meteen een hele kluif hebben. Harry Gymns is de ietwat vreemde naam voor de Noorse zangeres Anne Lise Frokedal die de luisteraar door een sprookjesbos wil leiden op muziek dat het midden houdt tussen singer-songwriter, indiepop en dreampop. Het is misschien wat voor de hand liggend om haar stem te gaan vergelijken met die van Belcanto’s Anneli Marian Drecker maar toch bewandelt deze Noorse dame zowat hetzelfde pad.
Wat op het eerste gehoor als koude elektronica lijkt, wordt per luisterbeurt warmer en warmer, zeker als je daar nog eens een prachtige sensuele stem bovenop weet te plakken.
In casu staan er op deze cd niet echt uitschieters maar in zijn geheel biedt deze cd een heerlijk excuus voor zij die zich willen laten doen wegzweven op een klanktapijt dat gevormd is door elementen uit de oude 4-AD school.
Voor fans van Heather Nova, Belcanto en zelfs Cocteau Twins: het uitchecken waard!

www.harrys-gym.com

Sexton Creeps

The sour acre

Geschreven door

Wellicht is deze groep uit het Nederlandse Groningen nog een onbekende naam, maar hun tweede album ‘The sour acre’ schreeuwt weliswaar om je aandacht, ook al kan je moeilijk gaan beweren dat dit de meest toegankelijke muziek is die we hier ooit op de redactie hebben zien binnenwandelen. Deze groep heeft vaak een wisselende bezetting, maar telt doorgaans zo’n 8 tot 11 leden waarbij het muzikaal elke richting kan uitgaan en dat is een statement die zich op deze nieuweling goed ontplooit.
Opener “A maternal ear and dead perfume” laat je enigszins vermoeden dat dit een groep is die dankzij de donkere baritonstem van een zekere J.C. een doorslagje is van Tindersticks of Crime & The City Solution.
Het zijn vergelijkingen die kloppen, toch ontaarden latere nummers als “G-mineur Sext” en “God is an audience too divine to clap” zich in progrock geïnspireerde knutselwerkjes die meteen ook de bewondering voor het experimentele van Frank Zappa aangeven …
Naast het vijftien minuten durende “Nipple of the world”,  is “The isle of Groix” het hoogtepunt op deze ‘The sour acre’ die je doet twijfelen of hier soms niet ene Ray Manzarek aan zet was.

Moeilijke plaat, zoveel is zeker maar voor zij die het nu eenmaal graag moeilijk willen, kan je dit aanvullen op je lijstje van groepen die je ooit eens de kans moet gunnen.

I Blame Coco

The Constant

Geschreven door

I Blame Coco (Sumner) is de 20 jarige dochter van Sting. Zij debuteert met lichtvoetig popwerk en er zijn een paar toffe, overtuigende singles te horen. Eenvoudige, sfeervolle, hartverwarmende, groovy melodieuze pop met een electrodeuntje dient ons te koesteren van deze Engelse schone, maar na “Selfmachine en “Quicker” valt de plaat toch wel duidelijk ineen … té veel van hetzelfde, dat net niet weet te raken.
Zij is in één adem op te noemen met Ellie Goulding en Marina & The Diamonds en refereert onderhuids aan Robyn; een ‘80s retrogeluid gedragen door haar lichthese vocals. De toetsen en xylo op “Playwrigt fate”, middenin de plaat,  verscherpt terug de aandacht , maar dan is het wachten tot het eind om opnieuw enkele popparels te horen als “Caesar”, “It’s about to get worse” en  Neil Youngs’s “Only love can break your heart”. Leuk zijn nog de bijhorende remixes die het plaatje mooi moeten afwerken.
Te gedateerd klinkt het allemaal;een matig debuut van een jonge deerne die eerst nog met popreggaesongs afkwam, maar al gauw koos voor gestroomlijnde electropop, die duidelijk nog moet rijpen en groeien om een eigen identiteit te hebben … Afwachten dus

No Age

Everything in between

Geschreven door

Het verhaal van het LA afkomstige No Age, Randy Randell/Dean Spunt, is wat gelijklopend met het muzikaal verhaal van Wavves … een debuut overdonderend, kolkend, explosief en compromisloos … de opvolger gematigder … ‘Everything in between’ volgt het spectaculaire ‘Nouns’ op, het tempo ligt iets lager, maar de vaart blijft. Het duo manifesteert zich binnen de ‘alternative’ scene van indierock/shoegaze/punk/noise/lofi, wat staat voor ‘nofi’.
De eerste nummers, “Life prowler”, “Glitter”, “Fever dreaming” en “Depletion” zijn snedig en gedreven. “Common heat” is een eerste verademing binnen die muzikale energie. En het gaat richting leuke pop op “Valley hump crash” en ze zorgen op songs als “Sorts” en “Dusted” voor donker, slepend materiaal en halen soundscapes boven op “Positive amputation”. Tot slot eindigen ze zoals ze begonnen waren, krachtig en explosief, “Shed & transcend” en “Chem trails”.
Mooi toch, ‘Everything in between’ is een boeiende en gevarieerde plaat geworden binnen het nofi recept en laat een band horen die gegroeid is en meer échte songs schrijft.
Niet te vergeten dat No Age krachtige Amerikaanse indierock is, beklijvend, aanstekelijk, maar minder overweldigend!

Lefto

Lefto & Simbad present Worldwide Family

Geschreven door

‘Werelmuziekmoghul’ Gilles Peterson is waarschijnlijk nog wel het meest bekend door zijn Worldwideradioshow op de’ Biebiecie’, en door dat programma heeft hij natuurlijk over heel de wereld vriendjes en twee van die vriendjes, de Fransman Simbad en onze eigenste Lefto, bekend van zijn eclectisch programma op StuBru.
Lefto mag de eerste CD compileren en doet dat met een typisch heel gevarieerde selectie. Nummers die er uitspringen zijn “London Town” van Dela and the Headlesshunters. Fransen, of wat had je met zo’n naam gedacht. Heel laidback en leuke vocoderstemmen ondanks alles, omdat dat dat bij Fransen toch altijd een beetje een afgezaagde gimmick dreigt te worden.
Leuke versie van “Good Life” door Brassroots, heel verrassend, hoewel het origineel nog altijd onklopbaar is. Ook erg mooi is “Same Dream Again”, geschreven door een Belgisch-Turks-Amerikaans samenwerkingsverband of zoiets. De wereld wordt klein. Ze heten 74 Miles Away ft AHU and Miles Bonney. Het is maar dat U het weet. Beste nummer van de CD is voor mij “INT’s Raw Funk”. In tegenstelling tot de titel vond ik het heel atmosferisch. En ze komen van boven de Moerdijk. Al bij al een erg eclectische mix met een aantal uitblinkers.
De CD van Simbad viel me over het algemeen minder goed mee. Te veel blieps en dubstep reverb die te weinig memorabel was, een wat veralgemeend probleem binnen de dubstepgemeenschap, waar te veel kaf tussen het koren zit. Nochtans grote namen lovend horen spreken over Simbad, maar dat zal dat toch nog moeten blijken op 11 maart. Op een of andere manier werkte het niet echt, op een aantal opmerkelijke tracks na. De Zweed Andreas Saag kwam met “Nobody Here” met een heel sterk nummer, dat uit de witte ruis opduikt en dat kan nog meer gezegd worden van het atmosferische “Glow in the Dark” van Ave Blast en Cosmos Lopez, een godbetert Frans-Paraguayaanse samenwerking. Magisch nummer.

In ieder geval al reuze benieuwd naar de releaseparty op 11 maart in de Vooruit in Gent, met o.m. de Space Ape, Code 9 en Tokimonsta. Ik hoop op afwisseling, en niet de hele avond dubstep, maar een aanvaardbare portie mag zeker. Maar met zo’n line-up zullen er zeker leuke dingen te beleven zijn.


Please don't blame Mexico

Concorde

Geschreven door

Frankrijk zal altijd wel een land blijven dat tot de verbeelding spreekt als we het over romantiek hebben. Naast de talrijke chansonniers is het land van de Eiffeltoren sinds jaren ook verantwoordelijk voor het leveren van fijne indiepoppareltjes.
Toe te voegen aan het rijtje is deze band met de toch wel merkwaardige naam (Please) Don’t Blame Mexico waarbij we ook geen benul hebben wat een groep bezielt om met zulks een naam voor de dag te komen. Desalnietemin levert deze Franse belofte op deze ‘Concorde’ 11 indiepopsongs af die zweven tussen het frivole van Belle & Sebastian en het melancholische van The Smiths.
Daar deze band het niet onaardig doet bij onze Franse buren, zou de kans wel eens groot kunnen zijn dat je ze binnenkort op één of ander Belgisch podium te zien zult krijgen. U houdt dus maar beter de agenda in het oog.

Pagina 322 van 402