logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

The Pattern Theory

The Pattern Theory

Geschreven door

The Pattern Theory ontstonden zo'n dikke 4 jaar geleden in thuishaven Leeds, maar ondertussen is deze groep door het vele toeren (en de nodige personeelswisselingen) getransformeerd tot een Berlijnse groep.
Het bleef wel zeer lang wachten op het debuutalbum wat men mooi wist te omzeilen door te stellen dat de groepsleden nu eenmaal te veel ideeën hadden.  Het is maar hoe je het weet te verpakken maar toch slaagden The Pattern Theory erin om met een mooi evenwichtig post-rockalbum voor de dag te komen.
Al gauw blijkt het geen toeval te zijn dat deze mensen in Duitsland vertoeven want de invloeden van bands als To Rocco Rot of Kreidler haal je er zo uit. Acht instrumentale nummers die beheerst worden door Tortoise-achtige gitaartjes met talrijke xylofoontjes op de achtergrond.  We hebben het inderdaad al eerder gehoord, maar het blijft wel mooi.

Lento

Icon

Geschreven door

Sludge metal, post-metal, instrumentale doom, atmosferische  metal... het is niet zo evident om een naam te plakken op de muziek die we horen op ‘Icon’, de tweede schijf van de Italianen van Lento.
Het is ook niet iedereen gegeven om deze  veertig chaotische minuten zomaar  uit te zitten, een meer dan  geoefend oor is namelijk vereist. 
In tien relatief korte  nummers horen we een dreigende combinatie van loeiharde riffs en rustige, atmosferische passages. De  songs zijn overgoten met veel feedback, verschillende  effecten en een hele hoop  synths en dat zorgt voor een enorm dissonante en complexe lap muziek. Wie doorzet en dit plaatje diverse keren draait, hoort ondanks de vele zware riffs de verschillen en de originaliteit in de tien nummers.
Zo start opener  “Then” nogal somber en ambient waarna de stevige drums de perfecte overgang maken voor volgende nummer “Hymn”.  Die song start met een flinke  portie doommetal  waarna het tempo flink opgetrokken wordt om vervolgens terug in een dreigende, rustige atmosfeer te eindigen.
Andere tracks zijn dan weer directer en meer metalgetint  zoals “Limb” en “Still”.  Dan is er ook nog het opvallend rustige slotnummer “Admission”, een soort outro van zes minuten dat klinkt als één langgerekte droom.
Het is duidelijk dat  Lento hard gesleuteld heeft aan dit plaatje dat trouwens gratis te downloaden is op www.denovali.com/lento/ . 
Wie houdt van bands als Amen Ra, Pelican, Knut, Cult Of Luna of zelfs God Speed You Black Emperor moet zeker es naar ‘Icon’ luisteren en dan vooral volhouden, het loont zeker de moeite.

Duffy

Endlessly

Geschreven door

In 2008 had Duffy, uit Wales afkomstig een millionseller uit, ‘Rockferry’, die met singles als “No mercy”, “Warwick avenue”, “Stepping stone” en de titelsong een handvol aardig in soul gedrenkte popsongs uithad. Haar doorleefd, indringend en licht krakend stemgeluid gaf elan en kleur. Een ‘Waaaw’ gevoel dus en wat waren we toch onder de indruk van deze groovy, sensuele, zwoele soulpop met jazzy loops en orkestraties. De Motown pop en Dusty Springfield werd dichter bij de huidige revelatie ‘revival’ dames gebracht als Adele en Amy Winehouse.
De muzikale schoonheid vinden we eveneens terug op de opvolger, maar het raakt minder .  Opnieuw is er de afwisseling van sfeervolle ballads en ietwat luchtige pop, die van orkestratie kunnen doordrongen zijn. Maar de sound en haar stem zijn minder indringend. Deze keer kwamen The Roots op de proppen als begeleidingsband en stond Albert Hammond (papa van Jr Stroke – die ook al een pak hits op z’n naam heeft als “The air that I breathe”, “When I need you” en “To all the girls I’ve loved before”) in voor de productie.
“My boy”, “Well, well, well” en “Girl” hebben de meeste levendigheid, de andere rits nummers baden in uiterst ‘easy listening music’.
Een geslaagd album, dat wel, maar minder overtuigend dan het debuut.

Women

Public strain

Geschreven door

Het titelloos debuutalbum van deze band is aan ons voorbij gegaan, maar de basis van hun lofinoisepop horen we terug op de opvolger van het kwartet door de gitaarriedels  en de onderhuidse noisy sound.
Psychedelische lofi rammelpoprock, sfeervol en dromerig , maar intrigerend door de repetitieve structuren en een zweverige zang. Het geheel klinkt iets gematigder en toegankelijker. Naar het eind toe op “Venice lockjaw” en “Eyesore”, klinkt de groep voor z’n doen melodieus, integer en emotievol!
In de eerste songs als “Can’t you see”, “Heat distraction” en “Narrow with the hall” klinkt er iets meer shoegaze, “Drag open” op z’n beurt kon zo van de hand van Sonic Youth zijn en  daarna houdt de band het vooral op hun uniek treffende stijl.
‘Public strain’ is alvast een aangename ontdekking van deze bijzonder goed gevonden groepsnaam en we kijken alvast uit wat ze verder in petto zullen hebben, want de volgende kan misschien wel raak zijn voor een groter publiek …

Muzzled

Reborn

Geschreven door

De Stonerrockbands schijnen in Italië de laatste tijd als paddestoelen uit de grond te verrijzen.  Denk maar aan bands als The Small Jackets, OJM, Black Rainbows en The Shoes.  Nu is er ook de groep Muzzled die met ‘Reborn’ een eerste full album op de wereld loslaat.  Op dit plaatje doen deze Italianen hard hun best om zo swingend mogelijk te rocken.  13 nummers (waaronder de Stonescover “Gimme Shelter”) passeren in zo’n 45 minuten.
Muzzled lijkt in de verte wel wat op Monster Magnet maar blijkt jammer genoeg niet meer dan een zoveelste ‘woestijngroepje’ te zijn...
Wij hebben ons een paar keer door dit plaatje geworsteld maar echt veel gedenkwaardige momenten hebben we niet kunnen detecteren...
We vrezen dan ook dat er geen grote carriëre voor deze Italianen is weggelegd...

Steve Kilbey & Martin Kennedy

White Magic

Geschreven door

Een van de mooiste stemmen uit de rockgeschiedenis moet ongetwijfeld die van Steve Kilbey zijn, frontman van The Church. Deze band mag dan wel dertig jaar lang albums hebben uitgebracht die tot het kruim van de indie/waverock behoren, toch zullen ze voor eeuwig en altijd (o zo ten onrechte) bekend staan voor die ene grote hit die "Under the milky way" was.
The Church ging zijn eigen weg verder en profileerde zich door de jaren meer en meer als een Americana-band die gezegend was met het Australisch desolaat geluid waar ook The Triffids een patent op hadden. Mensen worden echter ouder en zo ook Kilbey die zich de laatste jaren genoeg schijnt te nemen met de status van onbekend cultfenomeen.
Voor diens laatste cd zocht Kilbey de medewerking van op van ene Martin Kennedy, een man die ooit dertig jaar geleden als fan een optreden van The Church op zijn walkman stond op te nemen.
Het resultaat is zoals steeds een plaat geworden die gedomineerd wordt door Kilbey's prachtige stem en nummers die je op minimalistische singer-songwriterswijze wegvoeren naar een andere wereld waar dromen heersen.

Peter Murphy

Ninth

Geschreven door

 

Op een paar kleine hits na hebben de soloplaten van the gothfather nooit echt goed geboerd in Europa en daar zal het Amerikaans karakter van diens platen wel iets met te maken hebben.
Trouwens, op de bekende grafstem na, kan je ook moeilijk gaan beweren dat Murphy’s solowerk ook maar iets met gothic te maken heeft.
Nu goed, ‘Ninth’ is dus zoals de titel doet vermoeden Murphy’s negende solowerk en ook al dachten we bij opener “Velocity Bird” eventjes dat we per abuis een Iggy Pop-schijf in onze cdlader hadden gegooid is ‘Ninth’ een meer dan behoorlijke plaat geworden.
Zoals te verwachten viel is het ook een plaat met de nodige missers en treffers maar toch mogen nummers als “Seesaw Sway” of “I spit roses” tot het beste Murphy-materiaal sinds jaren gerekend worden.
Meer zelfs we zouden durven beweren dat ‘Ninth’ het sterkste is wat Murphy solo ooit gebracht heeft, ook al lijkt ‘Ninth’ bij wijlen meer op een betere David Bowie-plaat dan iets anders.
Fans van Murphy zullen blij zijn, maar de rest van de bevolking zal er (net als van die andere acht) er niet bepaald van wakker liggen.

Elliott

The Thrill Of…

Geschreven door

Wie voor de job van recensent kiest, ontdekt vaak veel moois maar jammer genoeg komen er soms ook releases op je afwaaien waarvan je hoopt dat je ze nooit zou gehoord hebben en jammer genoeg behoort Elliot tot deze laatste categorie.
Niet dat er kosten of moeite gespaard zijn voor dit debuut want deze cd werd zowaar in Belgrado opgenomen. En toch, ook al is Elliot niet gauw tevreden met zichzelf kun je moeilijk beweren dat hij een muzikaal genie is want je hoort zijn muzikale voorbeelden zo doorheen zijn nummers.
‘The thrill of...’ mag dan wel aangekondigd worden als een zomerse electropopalbum toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het vooral een amateuristische plaat geworden is.
Deze muzikant uit het Nederlandse Almere blijkt vooral geinspireerd te zijn door Michael Jackson en andere legendes uit de 70's en het is misschien daar waar het schoentje knelt.
Deze cd klinkt teveel als een hommagecd aan een geluid dat anno 2011 hopeloos gedateerd klinkt en als je daar nog eens een zwakke zang, kleuter-Engels en wankele composities aan toe voegt kunnen we niet meer dan besluiten dat dit een cd geworden is die op alle fronten gebuisd is. Absoluut te mijden dus.

Tripoli

Some hearts skip a beat

Geschreven door

Gelet op de actualiteit lijkt het misschien op gebrek aan goede smaak om je groep Tripoli te gaan noemen, maar deze Vlamingen zijn wel al bezig sinds 2003 toen alles daar nog vredig (nou ja) verliep. Net zoals in Libië is er op die paar jaar tijd het één en ander binnenin de groep gebeurd, zo verliet de eerste zangeres Femke De Beleyr de groep om te worden vervangen door Melissa Hanssen.
Te oordelen naar deze nieuwe EP, zou dat wel eens een ideale keuze kunnen geweest zijn, want ook al weten de jongens hoe ze een stevig indierocknummer in elkaar moeten knutselen, blijkt Melissa's stem toch het uithangsbord van deze Tripoli te zijn.
Op deze EP krijg je vijf nummers voorgeschoteld waarin het duidelijk wordt dat dit het soort mensen zijn die dwepen met de jaren '90 indiegeluiden en waarbij we groepen als Veruca Salt, Juliana Hatfield, Salad en zelfs Eden in het vizier hebben.
En met zo'n schoon gezelschap zul je ons niet gauw horen klagen. Een indiegroep die je beter uitcheckt als die bij je in de buurt komen.

Les Nuits Botanique 2011 - Kurt Vile & The Violators – ‘Vilijne’ schoonheid of de ondergang van het avondland?

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Kurt Vile & The Violators – ‘Vilijne’ schoonheid of de ondergang van het avondland?

Ooit al een hard-rock kapsalon geweten? Nee, tattoo-shops al wat je wil, maar de vrienden van de luide gitaar nemen ofwel zelf de tondeuse ter hand of laten het haar weelderig groeien. Kappers zijn nooit rijk geworden door een hard-rock cliënteel, of het moet in de vroege jaren tachtig geweest zijn , toen hairmetal bands als Motley Crue en Twisted Sister eigenhandig het gat in de ozonloog uitdiepten door middel van honderden bussen haarlak.

Ook Kurt Vile en zijn Violators hebben in jaren geen schaar gezien en moeten wellicht baby-shampoo gebruiken om knopen te vermijden.  De nauwe jeans en sneakers vervolledigden het plaatje, het was net alsof de reïncarnatie van Iron Maiden een try-out kwamen spelen in de Rotonde .


‘Smoke ring for my halo’, Kurt Vile’s vierde album, wordt door sommigen het album van het jaar genoemd, maar daar is dit semi-akoestische album toch net iets te weerbarstig voor: dit is het soort plaat die je best met een hoofdtelefoon beluistert, omdat anders de sfeer verdwijnt: Vile’s stem is op zijn minst lijzig, de gitaren zijn vreemd gestemd, en als je de plaat uitzit, bekruipt je een landerig zondagnamiddaggevoel, alsof de hoofdpijn van de kater van de avond voordien al weg is, maar je toch geen zin hebt om veel uit te richten in wat er van het weekend rest.
We hadden een donker vermoeden dat de Violators live heel wat steviger uit de hoek zouden komen, en dat bleek al vanaf het eerste nummer “Hunchback”: Vile en Granduciel , de tweede gitarist, beiden kromgebogen, (hun moeder had het hun nog zo gezegd: “hou uw rug recht, ge gaat nog scheef groeien”), beten zich vast in hun afgeklemde gitaarnek en er volgde een rondje klassieke gitaarrock, waarin ook het op plaat akoestische “Jesus Fever’ een stevig rockjasje aangemeten kreeg.
Twee grote fans, laten we ze Ronnie en het Hippiemeisje noemen, vonden het fantastisch, en starten onmiddellijk een wilde pogo, wat maar matig door de rest van het publiek geapprecieerd werd, die overduidelijk een rustiger set verwacht hadden. Vile gaf echter nog wat gas bij in een nummer dat zo uit de pols van Neil Young leek te komen.

Pas na een halfuur,  liet Vile de band even uitblazen, en bracht hij solo op zijn semi-akeustische gitaar, waarvan hij de snaren wel in een heel vreemde toonaard gestemd had, een aantal van de rustiger nummers van ‘Smoke ring for my halo’, genre “Runner ups”, “In My time” of “Peeping Tomboy”. In die songs,  heeft Vile veel weg van M. Ward, die net als hij nummers maakt die uit een heel ander tijdperk lijken te komen dan het post-Osama 2011.
Na dit akoestisch tussenstuk, en opnieuw na veelvuldig stemmen van de gitaren werd de draad door de band weer opgepakt, met een voorname rol voor de drummer, die zowel met paukenstokken als met de blote hand zijn drums beroerde.

Ruim 95 minuten rock ’n’ roll, geen bisnummers, maar wel een knappe afsluiter met “Freak train”, met de bassist op saxofoon, zodat je wel ‘Stooges’ moest denken. Vile was gul vanavond, en zo mag het eigenlijk altijd zijn.

Theodore Dalrymple, de huisfilosoof van Bart De Wever, noemt rock de oorzaak van de ondergang van de westerse beschaving, Als Vile en zijn Violators de soundtrack van die ondergang mag zijn, dan zijn wij al best tevreden.

Twee voorprogramma’s vanavond, waarvan het eerste Spindrift, een vijftal uit LA, perfect aansloot bij de hoofact van vanavond, met zijn woestijnrock met indianengezangen en space-gitaren, en de tweede band, Still corners, een Londense band die op Subpop zit, een schoolvoorbeeld was van de avontuurlijke programmatie van de Botanique: het geluid en de podium-act van deze tweede band stond wel heel erg ver van wat Kurt Vile vanavond bracht: we zagen vier propere Londense jongens, een heel bedeesd meisje in een Audrey Hepburn mantelpakje, die een soort verstilde en vervreemde sixtiespop brachten, waarbij de ijle stem van Tessa Murray schipperde tussen Heather Nova en Beth Gibbons, en de band twijfelde tussen gitaarpop en elektronica met een sixtiesjasje zoals we dat kennen van Stereolab.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen – Akron/Family en Agnes Obel

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen – Akron/Family en Agnes Obel
Vanavond was er variëteit troef in de verschillende Bota zalen. We hielden halt in de knus ingerichte Grand Salon voor Stranded Horse en Akron/Family en in de Orangerie stipten we de pianoballads aan van de klassiek geschoolde dames Alina Orlova en Agnes Obel. Een specifieke recensie krijg je van wat er in de Bota Rotonde geprogrammeerd stond.

Stranded Horse: een vleugje mystiek misstond niet bij het soloproject van Yann Tambour die deel uitmaakt van het postrock ensemble Encre. Op basis van de innemende (postrock) sounds hoorden we die wasem door het gitaargetokkel, de kora en zijn zacht nasale stem. Sober, emotievol materiaal, die tot z’n recht kwam in de intieme sfeer van de GS. Perfect dus!

Ook het NYse trio Akron/Family maakte hiervan dankbaar gebruik van om hun inventieve, bevreemdende freakfolk op charismatische wijze los te laten. Hun muziek is niet makkelijk te doorgronden, songs krijgen een jam, experimentele uitvoeringen, hebben verrassende wendingen en zijn live moeilijk te herkennen, én ergens tussenin hoor je de subtiliteit, de finesse en zijn schoonheid door een toegankelijke melodie, gevatte akkoorden en fabelachtige geluidjes. Ze zorgen voor een broeierige intensiteit en raken door een harmonieuze samenzang. Ze laten ruimte voor verbeelding en betrekken het publiek bij de nummers (door lichaambeweging, vingertics, …).
Hypnotiserend, sfeerschepping, lekker wegdromen en dan wakker schieten in de realiteit …Als en eigenbereide rockende, freefolkende band speelden ze, die met het recentste album ‘Akron/Family II - the cosmic birth and journey of Shinju TNT’ de lichtjes in de GS deden fonkelen …

Verstilde pracht hoorden we van Alina Orlova en Agnes Obel in de uitverkochte Orangerie.

Alina Orlova is actrice, schilder, fotografe en een sing/songwriter .Ze is op vele fronten actief, maar zorgt voor een begeesterede schoonheid op piano, indringend, sober, pakkend of door de huppelende ritmes sprookjesachtig, gezongen half in de eigen moedertaal als in het Engels.
Ook zijn ze doordrongen van klassiek, tango en cabaret. Haar hemels, indringende soms hoog uithalende vocals ondersteunden het emotievolle, beladen pianospel. Het publiek was in afwachting van Agnes Obel al aandachtig naar haar werk. Joanna Newson en An Pierlé konden al op de eerste rij staan.

En dat zouden ze zeker doen voor het materiaal van Agnes Obel. Het debuut van de Deense, ‘Philharmonics’ is een schot in de roos. België hangt aan de lippen van de jonge, beloftevolle talentvolle dame die sober, streng en met een vlechtenlook op plaat staat, maar live uitermate lief en sympathiek is. Na een uitverkochte Rotonde, AB Box en Bota zal het publiek ook op Gent Jazz Fest voor haar vallen … Iedereen in de uitverkochte Orangerie was muisstil en onderging de fijne, meeslepende, speelse pianomelodieën, onder haar heldere, expressieve stem. Ze werd bijgestaan door Ane Ostsee, die subtiel en snedig op haar cello speelde en de backing vocals verzorgde.
Ze stelde de songs van haar debuut voor, ingetogen en frisse elfenpop, die een dromerig, donker randje kon hebben en een lichte dreiging kon uitstralen; filmische instrumentals werden toegevoegd om de sfeerschepping te beklemtonen. Op die manier stonden de titelsong, “Beast”, “Just so” en het instrumentale “Louretto” moeiteloos naast elkaar. Op “Brother narrow” kwam even een akoestische gitaar boven. De ingetogen pracht van “Katie Cavel”, “Over the hill” en een pure versie van de gekende  single “Riverside” waren kwetsbaar en emotievol geladen.
Die muzikale verkenningstocht op piano en cello is mooi … Het nieuwe, lang uitgesponnen  “Fuel to fire?” ontroerde en gaf ons de kans lekker weg te dromen. “Close watch“ van John Cale kreeg een avontuurlijke draai. Hier keken Kate Bush en Tori Amos om de hoek en was het duo een excentriek kamerorkest.
Crescendo en krachtiger klonk het duo op de intens broeierige “Sons & daughters” en het afsluitende “On powdered ground”, zonder in te boeten aan fijngevoeligheid.
Ze werden heel erg warm onthaald, en genoten van het de bijval en het succes. Obel speelde tot ze écht geen songs meer had, solo of met de celliste , intiem, eenvoudig en treffend. Het succes is haar gegund en een ‘Waaaw’ - gevoel was hier op z’n plaats …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Toen Sophia Knapp in een lang en licht doorschijnend roze gewaad het podium betrad dachten we dat we het foutste van die avond wel achter de rug hadden. Maar dat was buiten haar muziek gerekend. Bedeesd begon de jongedame op de snaren te tokkelen, enkel begeleid door een voorgeprogrammeerde muziekdoos waaruit een mengeling van overstuurde en holle eighties synthesizer geluiden weerklonken die zelfs aan Vangelis refereerden.
We houden het op ‘Eighties folk, een genre dat wat ons betreft niet echt verder moet geëxploreerd worden.  Met een mengeling van compassie en lichte afschuw kon het publiek voor het eerst kennis maken met de live (?) uitvoering haar onlangs verschenen ‘Nothing To Lose’ debuutplaat. Dat de jongedame naar het einde toe toch nog wat bijval oogstte was vooral te danken aan haar niet onaardige stem, die ergens aan Nina Persson van The Cardigans deed denken.
We raden Sophia echter aan om haar muziekdoosje dringend in te ruilen voor een begeleidingsband met ballen, wil ze voor de rest van haar muzikale carrière niet als een fout curiosum geboekstaafd staan.

Een stormachtig onthaal viel dan weer te beurt aan Bill Callahan, de eigenzinnige Amerikaan die al meer dan 20 jaar aan een panoramische muzikale weg timmert, lange tijd onder het ‘Smog’ pseudoniem, maar sinds enkele jaren ook in eigen naam. Voor de gelegenheid uitgedost in een kraakwit kostuum en begeleid door twee, weliswaar uitmuntende, muzikanten (elektrische gitaar en drums) solliciteerde Bill Callahan met zijn vrolijk deprimerende songs anderhalf uur lang uitdrukkelijk naar de titel ‘beste optreden Les Nuits Botanique 2011(?)’.
Vast staat dat de aanwezigen die avond getuige waren van een nagenoeg perfect concert dat nog lang zal blijven nazinderen. Zo bleef de emotionele intensiteit op nummers als “Riding For The Feeling” en “Too Many Birds “ niet boven de hoofden van het publiek cirkelen, nee, ze vloog rechtstreeks naar de keel om ze vervolgens onverbiddelijk toe te knijpen. Een luid applaus na ieder nummer was de enige manier om weer even op adem te komen, voor heel even maar. “Baby’s Breath” van het nieuwe album ‘Apocalypse’ zinderde van de levenswijsheid op banjo en ‘The land of opportunity’, of wat er nog van overblijft, werd ongenadig op de korrel genomen tijdens “America”. Om vervolgens te bedaren met “Jim Cain”, nog zo een ingetogen meesterwerkje waarvan pakweg Stuart A. Staples van The Tindersticks wou dat hij het zelf eerder geschreven had.
Wat was er dan zo uitzonderlijk aan dit concert? Omdat Bill Callahan met zijn diepe baritonstem als onverbiddelijke scheidsrechter live demonstreerde dat eenvoudig en complex of luchtig en ernst niet noodzakelijk muzikale tegenpolen hoeven te zijn, maar in tegendeel, dat het ingrediënten zijn die gecombineerd een optreden ver boven zichzelf kunnen doen uitstijgen.  

Moge Bill Callahan zijn roes van uitmuntend songschrijverschap nog lang niet uitgewerkt zijn, en zeker niet alvorens een volgende Nuits Botanique.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Raphael

Raphael – verrassend & eigenzinnig!

Geschreven door

Voor wie zondagmiddag langs de Anspachlaan paradeerde zal getuigen van het vrouwelijk schoon dat post had gevat voor de deuren van de AB. Die avond stond Raphael immers op de planken, een 35-jarige Parijse muzikant met uitzonderlijke Argentijnse – Russische – Marokkaanse looks  en een acterende vriendin, een gewillig slachtoffer dus van de Franse boulevardpers. Voor wie enkel kwam om te windowshoppen op licht verteerbare popmuziek kwam echter bedrogen uit: zelden een Franse solo-artiest gezien die zo verrassend en eigenzinnig uit de hoek komt!

Raphael zet meteen de toon met zwarte zonnebril op “Terminal 2B” uit zijn laatste album ‘Pacific 231’, een broeierig nummer rijk gearrangeerd met piano en strijkers. “A la prochaine station” gaat dan weer de echte rock-‘n-roll tour op met harde gitaren  en een opzwepend melodie. Tussendoor klapt Raphael met de handen en danst hij bezwerend. “Chanson pour Patrick Dewaere” (een mythisch Franstalig acteur) begint dan weer goed maar wordt dan een beetje ontsierd door de tussenkomst van een whitesnake-achtige gitarist die zijn solo op de knieën ten berde brengt. Deze gitarist, is trouwens voortdurend prominent aanwezig, maar geeft – vooral dan tijdens de ballads – iets te veel van zichzelf en zijn gitaareffecten.
Raphael zelf is ook een begenadigd muzikant, hij speelt zonder moeite akoestische gitaar op “Caravane”, mondharmonica op “Ne partons pas fâchés” en piano op “C’est bon aujourd’hui”. “Ce doit être l’amour” wordt live echte noise, met wisselende traag-snelle intervallen. “Odysée de l’espace” wentelt in een 60-sfeertje door het gebruik van een stemvervormer.
Raphael maakt ook geregeld gebruik van de theremin, een toestel dat bespeeld wordt door de handen tussen twee antennes te bewegen en een space-achtig effect in de muziek brengt.
Eindigen doet Raphael met een cover van David Bowie’s “Modern Love” en zijn grootste succes tot nog toe, “Sur la Route”, oorspronkelijk in duo met een andere Franse zanger, Jean-Louis Aubert.

De soms wat eentonige ballads niet meegerekend, was dit een erg boeiend en onderhoudend concert. Raphael is nog in België te zien op de Francofolies van Spa op 23 juli.

Setlist
Terminal 2B, Bar de l’hôtel, Prochaine station,
Ne partons pas fâchés, Je sais que la terre est plate, Je hais les dimanches, Chanson pour Patrick Dewaere, Caravane, Ce doit être l’amour, Odyssée de l’espèce, Quand c’est toi qui conduit, Versailles, C’est bon aujourd’hui, l’Espace Shengen, Dharma blues, O compagnons, La petite misère, Locomotive ?, Et dans 150 ans ?, Modern Love (David Bowie), Sur la route (uitgebracht in duo met J. L. Aubert), Osez Josephine (Alain Bashung)

Organisatie: Live Nation

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Miles Kane – Villagers

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Miles Kane – Villagers

Om vinger aan de pols te houden wat het muzikaal hart van de Bota biedt, is het dus leuk meegenomen eens in elk zaaltje te vertoeven.
Op die manier ging vanavond onze tocht van de Rotonde (Colourmusic/Miles Kane)  naar de Grand Salon (Kiss the anus of a black cat) en eindigde het in de Chapiteau met het beloftevolle Villagers.

Eventjes perplex waren we van Colourmusic (Rotonde), een band uit Oklahoma, die  nogal loodzware alternatieve psychedelische prairie rock loslieten. De songs met een licht overwaaiende praatzang hadden vaart. De leden stoeiden met pedaaleffects, fuzz en noise en zorgden met de toevoeging van een dubbele percussie voor een opzwepend, hitsende sound. De repeterende, donkere basses en de logge ritmes waren de rode draad doorheen het krachtige geluid. We herkenden tunes van My Bloody Valentine en A storm of light. Treffende Gestructureerde Chaos …

De dreigende donkere ‘dark’ folk van vroeger bij het Belgische Kiss the anus of a black cat (Grand Salon) ervaarden we minder op de nieuwe songs. Het klinkt gemoedelijker, eenvoudiger, zonder z’n complexiteit te verliezen. Dramatiek en mystiek zijn gegeerde thema’s, het kwartet speelde in een repetitie opstelling en bracht sober ingehouden materiaal die door de repeterende ritmes crescendo konden gaan. Op die manier werden we meegezogen in hun bedwelmend, hypnotiserend, meeslepend semi-akoestisch materiaal, die vooral het recente ‘Hewers of wood and drawers of water’ voorop stelt.

Een glimp hoorden we nog van Lucy Lucy! (Chapiteau) , die onderdak vonden bij het 62TV Record Label. Het ensemble zweept met ‘dertien-in-een-dozijn’ Britpopmelodieën van onschuldige, strakke melodieuze rock; soms kwam de band er aardig mee weg met die broeierige pop, maar het geheel verbleekte, en wist niet ten volle te raken.

We keken uit naar Miles Kane die een nokvolle Rotonde op z’n knieën kreeg ... Inderdaad, hier was de Britpopliefhebber voor gekomen. Kane debuteerde onlangs solo met ‘The colour of the trap’, na het uiteenvallen van z’n bandje The Rascals, een fijne verzameling liedjes die de melodieuze Britrock van Oasis en The Beatles dierbaar zijn en zich door het snedig soms onheilspellend gitaarwerk onderscheiden. Ook hoorden we hier invloeden van The Last Shadow Prophets, z’n samenwerking met Arctic Monkey’s lid Alex Turner.
Er werd stevig gestart met gierende gitaren, “Better left invisible” en “Kingcrawler”, die meteen sterk onthaald werden. Dan klonk hij met z’n nieuwe band gematigder en konden zelfs de toetsen een meer prominente rol innemen naast het gitaarwerk, waaronder “My fantasy” en de luidkeels meegezongen “Rearrange”, de single van de doorbraak.
Verder hoorden we een gevarieerde set van broeierig en sfeervol werk, om tot slot stevig te eindigen met “Come closer”, “Hey bulldog” (cover) en “Inhaler”. Een donkere, ingetogen Jesus & Mary Chain van de broers Reid sijpelde door in de titelsong van z’n solo debuut.
Miles Kane plezierde de Britpopharten ongetwijfeld …

Het beloftevolle Villagers besloot in de Chapiteau, het project van de Ierse sing/songwriter Conor J. O’Brien, die eerder al een succesvolle passage kende in de Bota. Hij debuteerde vorig jaar met ‘Becoming a Jackal’, en is in één adem op te noemen met het werk van Bright Eyes en Bon Iver. Hij put trouwens  uit de traditie van de Brits/Ierse folkmuziek en de onvolprezen Elliott Smith.
Hij ondersteunde z’n intieme, hartverwarmende songs met een full band en liet ruimte om enkele songs solo lofi sober en elegant te spelen. Hij kreeg meteen de tent muisstil met het pakkende “Cecelia”, die door summier gitaargetokkel en z’n indringende stem de aandacht trok. Naar het eind van de set deed hij hetzelfde met enkele ingehouden songs, solo of sober begeleid, en ondanks de ietwat schorre stem, palmde hij z’n publiek in met adembenemende songs als “To be counted among man”, “27 strangers” en “Pact (I’ll be your fever)” die een Bon Iver gestalte kregen.
Tussenin was het genieten van de sfeervolle sing/songwriting, indiefolk/americana ‘kamer’ pop van O’Brien en de zijnen, “Ritual”, “The bell” en “Greatful song” waren al een interessante rits nieuwe songs en intrigeerden naast het debuut van “Set the tigers free”, “Home” en de titelsong. Het avontuurlijke, grillige “Ship of promises” besloot na bijna anderhalf uur de boeiende set.
In de bis hoorden we spannend semi-akoestische droompop, “Newfound land”, “Memoir” en “Sunlit stage”, die onderstrepen dat deze artiest met z’n band een beloftevolle toekomst tegemoet gaat …

Organisatie: Botanique Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Miles Kane

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen - Villagers - Miles Kane

Om vinger aan de pols te houden wat het muzikaal hart van de Bota biedt, is het dus leuk meegenomen eens in elk zaaltje te vertoeven.
Op die manier ging vanavond onze tocht van de Rotonde (Colourmusic/Miles Kane)  naar de Grand Salon (Kiss the anus of a black cat) en eindigde het in de Chapiteau met het beloftevolle Villagers.

Eventjes perplex waren we van Colourmusic (Rotonde), een band uit Oklahoma, die  nogal loodzware alternatieve psychedelische prairie rock loslieten. De songs met een licht overwaaiende praatzang hadden vaart. De leden stoeiden met pedaaleffects, fuzz en noise en zorgden met de toevoeging van een dubbele percussie voor een opzwepend, hitsende sound. De repeterende, donkere basses en de logge ritmes waren de rode draad doorheen het krachtige geluid. We herkenden tunes van My Bloody Valentine en A storm of light. Treffende Gestructureerde Chaos …

De dreigende donkere ‘dark’ folk van vroeger bij het Belgische Kiss the anus of a black cat (Grand Salon) ervaarden we minder op de nieuwe songs. Het klinkt gemoedelijker, eenvoudiger, zonder z’n complexiteit te verliezen. Dramatiek en mystiek zijn gegeerde thema’s, het kwartet speelde in een repetitie opstelling en bracht sober ingehouden materiaal die door de repeterende ritmes crescendo konden gaan. Op die manier werden we meegezogen in hun bedwelmend, hypnotiserend, meeslepend semi-akoestisch materiaal, die vooral het recente ‘Hewers of wood and drawers of water’ voorop stelt.

Een glimp hoorden we nog van Lucy Lucy! (Chapiteau) , die onderdak vonden bij het 62TV Record Label. Het ensemble zweept met ‘dertien-in-een-dozijn’ Britpopmelodieën van onschuldige, strakke melodieuze rock; soms kwam de band er aardig mee weg met die broeierige pop, maar het geheel verbleekte, en wist niet ten volle te raken.

We keken uit naar Miles Kane die een nokvolle Rotonde op z’n knieën kreeg ... Inderdaad, hier was de Britpopliefhebber voor gekomen. Kane debuteerde onlangs solo met ‘The colour of the trap’, na het uiteenvallen van z’n bandje The Rascals, een fijne verzameling liedjes die de melodieuze Britrock van Oasis en The Beatles dierbaar zijn en zich door het snedig soms onheilspellend gitaarwerk onderscheiden. Ook hoorden we hier invloeden van The Last Shadow Prophets, z’n samenwerking met Arctic Monkey’s lid Alex Turner.
Er werd stevig gestart met gierende gitaren, “Better left invisible” en “Kingcrawler”, die meteen sterk onthaald werden. Dan klonk hij met z’n nieuwe band gematigder en konden zelfs de toetsen een meer prominente rol innemen naast het gitaarwerk, waaronder “My fantasy” en de luidkeels meegezongen “Rearrange”, de single van de doorbraak.
Verder hoorden we een gevarieerde set van broeierig en sfeervol werk, om tot slot stevig te eindigen met “Come closer”, “Hey bulldog” (cover) en “Inhaler”. Een donkere, ingetogen Jesus & Mary Chain van de broers Reid sijpelde door in de titelsong van z’n solo debuut.
Miles Kane plezierde de Britpopharten ongetwijfeld …

Het beloftevolle Villagers besloot in de Chapiteau, het project van de Ierse sing/songwriter Conor J. O’Brien, die eerder al een succesvolle passage kende in de Bota. Hij debuteerde vorig jaar met ‘Becoming a Jackal’, en is in één adem op te noemen met het werk van Bright Eyes en Bon Iver. Hij put trouwens  uit de traditie van de Brits/Ierse folkmuziek en de onvolprezen Elliott Smith.
Hij ondersteunde z’n intieme, hartverwarmende songs met een full band en liet ruimte om enkele songs solo lofi sober en elegant te spelen. Hij kreeg meteen de tent muisstil met het pakkende “Cecelia”, die door summier gitaargetokkel en z’n indringende stem de aandacht trok. Naar het eind van de set deed hij hetzelfde met enkele ingehouden songs, solo of sober begeleid, en ondanks de ietwat schorre stem, palmde hij z’n publiek in met adembenemende songs als “To be counted among man”, “27 strangers” en “Pact (I’ll be your fever)” die een Bon Iver gestalte kregen.
Tussenin was het genieten van de sfeervolle sing/songwriting, indiefolk/americana ‘kamer’ pop van O’Brien en de zijnen, “Ritual”, “The bell” en “Greatful song” waren al een interessante rits nieuwe songs en intrigeerden naast het debuut van “Set the tigers free”, “Home” en de titelsong. Het avontuurlijke, grillige “Ship of promises” besloot na bijna anderhalf uur de boeiende set.
In de bis hoorden we spannend semi-akoestische droompop, “Newfound land”, “Memoir” en “Sunlit stage”, die onderstrepen dat deze artiest met z’n band een beloftevolle toekomst tegemoet gaat …

Organisatie: Botanique Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Kokopellifestival 20111 - 13, 14 en 15 mei 2011 in Gullegem - De grote wereld in het kleine dorp

Geschreven door

Kokopellifestival 20111 - 13, 14 en 15 mei 2011 in Gullegem - De grote wereld in het kleine dorp

Kokopelli ‘Open Minded Music festival’ kende een geslaagde vijfde editie.
Zijn kleinheid staat nog synoniem voor gezelligheid. Een Gullegemse ‘dorpsheid’ ook die gek genoeg de hele wereld open trekt. Qua muziek, maar ook naar andere kunsten toe. Een kleine rondleiding doorheen het weekend van 13, 14 en 15 mei.

Vrijdag 13 mei 2011
Terwijl de mensen van Toverspel letterlijk de vijfde editie van het Kokopellifestival nog in vuur (en vlam) aan het zetten waren, sijpelden de eerste festivalgangers bij mondjesmaat binnen. Veel jong en ook wat alternatief volk, maar allerminst een overrompeling. 

Kokopelli – met als logo en naam een symbool van een vruchtbaarheidsgodheid – programmeerde op  die eerste avond vijf namen, waarvan drie dj-sets. De eerste ‘act’ was een thuismatch voor Chaka Chaka Sound uit Gullegem (bij Kortrijk) zelve. Reggaevibes als opwarmer dus van een kleurrijk weekend waar niet alleen muziek geboden wordt.  Kokopelli staat – zoals ze het zelf omschrijven - voor een uitgebreid muzikaal aanbod, diverse workshops, gerechten uit de wereldkeuken, stand-up comedy, straattheater en kinderanimatie. Met een ‘hart van hout’, want het festival zorgt ook voor een hectare nieuwe bomen in Bolivia.

De drie uur durende set van reggaende mannen van Chaka Chaka Sound  - C-Zion, 2Massive, I-Rey, Botcha en Dunda B – liet de thuisfans genieten. Het voorlopige hoogtepunt in hun carrière was de dubbele set op Reggae Geel 2009 en het volgende wordt de clash tegen Silverbullet eind dit jaar.

Los Callejeros was de eerste band die de (nog maar) half volgelopen schuur  mocht entertainen en het zootje ongeregeld ontpopte zich meteen tot de beste gig van de avond. Een bonte bende Vlaamse wereldmuzikanten, aangevuld met een Mexicaan, stak het vuur écht aan de lont en er werd al stevig gedanst en gezongen op een hete mengeling van reggae, ska en latino-vibes. In 2009 lanceerden ze hun debuutalbum ‘El Camino es el Destino’ en een jaar later doopten ze hun tweede ‘Presente!’ waarmee ze nog meer de klanken van over de hele wereld omarmden.

Ook de (weinige) rustigere partijen  vielen in Gullegem erg in de smaak en deden zelfs even denken aan Afro Celt Sound System. De bandleden illustreerden ook perfect wat muzikale ‘multitasking’ inhoudt. Dat er in het geweld een snaar sneuvelde, betekende allerminst een hapering in het feestje. Ook visueel was het een aardige aanblik van enthousiaste muziekmakers die zelfs met koeienkaakbeenderen en lepels de sfeer erin  hielden. Vlaams, Spaans en Frans: de aardbol op een podium dus, een ode aan de tweede naam van Kokopelli.

Daarna was het de beurt aan Government 4000, een project van DJ Vladimir Popovic uit Servië die vooral het jonge volkje in beweging hield met ‘hardere wereldmuziek ofte folktechno’. De oudere bezoeker trok liever even langs de wereldkeuken of trakteerde zichzelf op een heerlijke Sint-Bernardus van Watou in – jawel – een glas !

Bitty McLean was met zijn Homegrown Band de tweede en laatste band van de avond en er werd vol verwachting naar uitgekeken. De intussen volle Pajtaba-schuur keek toe en werd verrast door een honingzoete reggae waar – los van de technische probleempjes - iets aan mankeerde. Waren het de lyrics die niet bij de muziek pasten? Of de afgeborstelde looks van Bitty die niet strookten met het imago van de rasta-reggae? In elk geval, hij ging (ons) gauw vervelen, ondanks zijn schitterende stem en de hit “It keeps raining (tears from my eyes)”. Muzikaal ok, maar er klopte iets niet. We omschrijven het maar ‘het ontbreken van een ziel’.

S
ugar Charlie – jarenlang de vaste huis-dj van Open Tropen en achtmaal op Reggae Geel - mocht de eerste avond afsluiten met een zwoele mix van salsa, balkan, reggae en funk.

Zaterdag 14 mei 2011
Zaterdag is traditioneel dé dag op Kokopelli met naast muziek ook The Tingling Square waar naast workshops ook een volledig alternatief programma in de tent op poten gezet werd. En opnieuw was er ook een kinderanimatieoptocht die van uit de rondliggende straten het festivalterrein op danste, dit keer begeleid door sambapercussieband Coco Ralado.

Waza Roots was de eerste echte groep van de dag en die kwam op de affiche als winnaar van de vi.be contest. Reggae is de basis waarop de Gents- Ghanese broers Acharle T en Jimmy Ghetto hun muziek ontplooien en dat sloeg zaterdag ook meteen aan. Lekker vettig en multicultureel.


Het festivalpubliek dikte snel aan en haalde de dag de kaap van de duizend (kinderen niet meegerekend), na zo’n 700 op vrijdag en 800 een dag later. ‘Veel willen we niet meer groeien, want uiteindelijk willen we vooral op deze stek blijven’, aldus Jelle Stragier.

Na het lachuurtje met Guga (Baùl), die David Galle in extremis kwam vervangen, was het de beurt aan S.W.A.N. Musica, omschreven als een Belgisch-Congolese sensatie uit de Brusselse Matonguéwijk en een nieuw project van David Bovée van Think of One, de kleurrijke en openwereldse groep uit Antwerpen. De sfeer zat er meteen in en er werd – zoals haast het hele weekend – duchtig gedanst.

Ochestre International Du Vetex speelde een thuismatch in Gullegem. De ‘Kortrijkse’ multicultiband telt immers met Dries Degrande, Annelies ‘Bolle’ Remaut en Jan Cuvelier drie Gullegemnaars in zijn rangen. De eerste twee zetelen bovendien ook in de  Kokopelli-organisatie. De Vetex feestte de pajtabaschuur (zoals gewoonlijk) plat. Ooit begonnen als een fanfare van buurtmuzikanten, maar intussen uitgegroeid tot een muzikaal ensemble dat telkens  een massa op de bühne brengt. Van de buurtfeesten en festivals in Zuid-West-Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk  trok de groep intussen steeds verder het buitenland in en ze smeerden de Balkanmosterd dik over hun zwierige muziek. Altijd een aanrader voor een feestje.

Even uitblazen bij Radio Desperado en de Kalima Bellydancers lukte ook al niet echt want ook daar hing een rode draad van Balkanbeats, gekoppeld aan een aantal Oosterse en Latijnse klanken. Lekker dus.

Maar de topper moest Roy Paci  & Aretuska worden, al voelde de Siciliaan zich niet zo frisjes wegens maagklachten. Maar daar was op het podium niets van te merken. Hij blies de pajtaba haast omver en nodigde halverwege Thomas Morzevski van de Vetex uit voor een guest performance. De door ska gedragen muziek combineerde Paci naadloos met hiphop en reggae. Een topper die top was !

Zondag 15 mei 2011
Net als de voorbije twee dagen kreeg Kokopelli geen druppel regen op het hoofd en het middenplein zat en lag ook op zondag aardig vol. Zeker tijdens de demonstratie van de twee ‘Russische’ acrobaten.

Daarvoor had Soulrock Avenue de schuur al geopend. Amper een dertig kijk- en luisterlustigen toen ze eraan begonnen om 14u30, maar de  funky sounds lokten gestaag volk naar binnen. De zeskoppige West-Vlaamse formatie (met één Gentenaar) is pas een jaar bezig, maar nu is al duidelijk dat hen een mooie toekomst te wachten staat. Allemaal eigen seventies-nummers à la Michael Jackson en James Brown – aan wie ze ook een ode brachten – in een funk-soul-rap-sausje.  Zanger Jeffrey Bearelle dacht even dat het al avond was, maar voor zijn sublieme stem maakte dat alvast geen verschil.


Henk Ryckaert – met gitaar – kreeg erna een uurlang de tent vol en aan het lachen waarna de traditioneel geklede woestijnmannen en –vrouwen (zang en dwarsfluit) van Kel Assouf een leuke mengeling brachten van Maliblues met reggae en latin.

Che Suddaka was de fesivalsluiter van dienst. Op grootse maar vooral wilde wijze met de ska-punk-mestizo, een heel goeie kopie van Manu Chao met een al even zotte livereputatie en verwijzingen naar de problematiek van de mensen zonder papieren (leuk gebracht op een eigenwijze versie van Stings “I am an alien”). De Spanjaarden zetten een groot uitroepteken achter een alweer geslaagd Kokopelli.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Kokopellifestival, Gullegem

Luka Bloom

Luka Bloom - A man with no plan. Great plan !

Geschreven door

Geen seconde heb je – ook achteraf niet - het gevoel dat wat Luka Bloom op zijn huiskamerpodium (met theekop, lampekap en bloempot) vertelt, wel eens zou kunnen gelogen zijn. Dat Belgen de beste zangers zijn. Dat hij van Gent houdt. Dat hij het een fantastische avond vindt. Wel, ook wij liegen niet: het slotconcert van Mister Bloom in zijn ‘Belgian home town’ Gent was (alweer) van een pure en magistrale makelij.

Na stops in onder andere Dendermonde, Leffinge, Lier en Bonheiden en Beveren sloeg Luka Bloom (ofte Bary Moore, broer van Christy die op 5 oktober in de Antwepse Roma  speelt) het laatste akkoord van zijn tournee door België aan in de Gentse Handelsbeurs. Die Belgische zalen liet hij door de Nederlandse Eefje De Ridder opwarmen.  De schijnbaar  bedeesde zangeres-gitariste  – twee jaar terug winnaar van de Grote Prijs Van Nederland in de categorie singer-songwriter – onderhield met haar mannelijke sidekick op keyboards en met bugel een heel aandachtig en rijp publiek.
Net genoeg om te laten smaken, meer hoefde ook niet. Haar tweede album ‘Kloek’ ligt in Nederland al in de winkels, België volgt pas in september. “We hadden de tijd van ons leven met Luka Bloom”, gaf ze nog mee.

Dat is bijna een open deur intrappen, want Luka Bloom gééft je gewoon een leven. Eentje van soms wat dromerige liefdessongs, maar live meestal gelardeerd met een leuke staaf humor. Over liefde, het leven. Het alledaagse, maar ook het mooie leven. Het is bovendien algemeen geweten dat Bloom live nog zoveel echter en levendiger is dan op plaat. Wat eens te meer bewezen werd.

“Goeie avond. Gezellig hé. Lekker warm”. Een woordje in de taal de inboorlingen die naar je kijken en luisteren doet altijd wonderen voor een artiest.  Zeker als het dan nog eens haast perfect uitgesproken wordt. En dat is niet echt verwonderlijk voor Bloom, want naast een talenknobbel heeft de Ier ook een zwak voor Vlaanderen. “Ik speelde in 1989 hier in de zaal met de trappen, de Vooruit mijn eerste Belgische concert”, vertelt hij. “Toen wist ik al dat ik hier nog vaker moest en zou terugkeren”.
En hij koos de Arteveldestad nu als  uitvalsbasis voor zijn Belgische rondrit. “Ik hou van deze stad en van zijn fietsen”, waar hij halverwege de gig “Acoustisc Motorbike” aan opdroeg. Hij had er duidelijk zin in. “Dit is het laatste optreden van mijn tour die eind januari begon en hierna ga ik terug naar huis. Dit is mijn plan voor vanavond: ik heb geen plan. Geen vooraf wiskundig doordachte setlist. Ik speel gewoon wat in mij opkomt en wat me op dat moment ook het best geschikt lijkt”.
Hij liet het concert ook opnemen en amuseerde zich zelf meesterlijk. Enkel tijdens zijn tweede song  - o ironie net tijdens “I’m not at war with anyone” – maakte hij zich serieus boos op de man die net als tijdens Eefje De Ridder – nogal luidruchtig en onhebbelijk storend de bierglazen verzamelde. “Would someone tell the guy with the glasses to leave and not come back till after the show”. Applaus ! En terecht !
Wie de naam Luka Bloom uitspreekt, impliceert daarmee  automatisch: begeesterend, Iers, live,singer-songwriter en bovenmaats gitarist. Een man-to-man-experience als het ware zoals hij als een troubadour vooraan staat en je het gevoel geeft dat hij in je eigenste huiskamer voor jou – rauw en/of vertederend - aan het spelen is. Die idee wordt telkens doorbroken wanneer je – om de zoveel songs – voor, naast, achter en in jezelf hoort meezingen. Zacht, niet uitgespuwd, als een neveldamp die de moderne bard helpt dragen.  Heel intens bijvoorbeeld op “Sunny Sailor Boy”.
En hoewel ‘Dreams In America’, zijn jongste, nog niet lang in de rekken lag, diepte hij inderdaad uit zijn rijk gevulde carrière, intussen al twintig jaar na zijn doorbreekplaat ‘Riverside’. Van ‘Dreams in America’ maakte hij trouwens een soort jubileum met zijn eigenste favorieten, aangedikt met wat nieuwe nummers.

Na maar liefst 21 intense nummers stapte hij af en keerde wat later terug met een droge “I just remember some songs I forgot to sing”. Bij “Fertile Rock” stapte hij weer even weg. De hele zaal nam opnieuw van hem over en na enkele minuten zacht gezang kwam hij terug en breide het nummer gewoon verder tot een warm deken. “It feels like singing amongst friends”. “Wel, See you soon (again), My Friend”!

Setlist: 1. Don’t be afraid of the light that shines within you, 2. I’m not at war with anyone, 3. Here and now, 4. Tribe, 5. Innocence, 6. See you soon, 7. To make you feel my love (cover van Bob Dylan), 8. City of Chicago, 9. No matter where you go, there you are, 10. Primavera, 11. I’m a bogman, 12. As I waved goodbye, 13. The First time I ever saw your face, 14. You, 15. The acoustic motorbike, 16. Exploring the blue, 17.Gone to Pablo, 18.  Ciara, 19. Love is a monsoon, 20. Sunny Sailor Boy, 21. I’m on your side, 22. Perfect Groove, 23. You couldn’t have come at a better Time, 24. Holy Ground, 25. The Fertile Rock, 26. I need Love, 27. Be well my Love

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Pere Ubu

Pere Ubu -perform The Annotated Modern Dance - Miskend meesterwerk klinkt na 33 jaar beter dan ooit

Geschreven door

Pere Ubu is een vrij legendarische groep uit Cleveland, Ohio die haar naam vond in het absurdistische toneelstuk 'Ubu Roy' van de Franse Schrijver Alfred Jarry. Dit wisselende gezelschap rond David Thomas heeft een indrukwekkende reeks platen gemaakt die, enkele miskleunen niet te na gesproken, mag gehoord worden.
Tegenwoordig zit Pere Ubu creatief wat op een dood spoor. "Dan maar de baan op met werk uit betere tijden", moet Thomas gedacht hebben. Nooit wisten we vooraf zo goed wat we konden verwachten.
‘The annotated Modern Dance’: alle tracks van die plaat, voorzien van commentaar, in exact dezelfde volgorde en toch was dit zoveel meer dan een geschiedenisles of een nostalgische trip. 'The Modern dance', die uitkwam in volle punkperiode, is een taaie plaat waarop garagerock en avant-garde elkaar de hand reiken en die een gelijkaardige sfeer uitademt als 'Trout mask replica' van Captain Beefheart, een ander weerbarstig meesterwerk dat 10 jaar eerder het levenslicht zag.
Na het concert kan ik niet anders dan concluderen dat deze muziek na 33 jaar nog steeds blijft intrigeren en op geen enkel moment gedateerd overkomt.

Het was toch even schrikken toen David Thomas, ooit de Oliver Hardy van de rock genoemd, op het podium verscheen. Hij was op zijn minst twintig, misschien wel dertig kilogram vermagerd. En met dat overtollige gewicht was blijkbaar ook zijn norse humeur verdwenen. Ooit omschreef ik hem na een optreden als een arrogant varken, dit keer was hij de minzaamheid zelve. Echt een onvoorstelbare metamorfose. Eerst werden er een vijftal nummers, die nog dateerden van voor 'The Modern Dance', gespeeld, waarvan opener “30 seconds over Tokyo” nog steeds een moker van een song bleek en meteen de toon zette voor wat nog volgde.
Vanaf “Nonalignment pact” hoorden we dan de hele plaat. Dat klinkt misschien wat vervelend maar door de nooit ophoudende zinderende intensiteit op het podium, maakte enige voorspelbaarheid geen kans. David Thomas had zich omringd door vier uitstekende muzikanten, een originele bezetting moet je bij Pere Ubu niet zoeken want het was er altijd een komen en gaan van groepsleden. Opvallendst waren Robert Wheeler op minimale elektronica en theremin en de goed meezingende drummer Steve Mehlman, wat trouwens niets afdoet van de verdiensten van bassiste Michele Temple en gitarist Keith Moliné.
Maar absolute spil blijft uiteraard David Thomas zelf wiens specifieke, hoge stem nog steeds onaangetast bleek. Fysiek had hij het wat lastig en hij moest regelmatig even gaan zitten, wat hem niet belette om bijzonder spitse en humoristische commentaren bij zijn songs te leveren. Wat een tegenstelling met vroeger toen hij regelmatig alles en iedereen de huid vol schold. Kwam dat misschien door zijn zakflacon waar hij geregeld een slokje van nam tussen de pintjes door?
Toen we al bijna uitgeteld tegen de vlakte lagen, volgde nog een bisronde met 4 prijsnummers uit hun tweede lp ‘Dub Housing’.

Bijzonder straf concert van een fenomenaal artiest en voor mijn part mag David Thomas gerust nog een andere plaat uit zijn indrukwekkende oeuvre integraal komen uitvoeren. ‘Variations on a theme’ bijvoorbeeld dat hij opnam met The Pedestrians en Richard Thompson.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Les Nuits Botanique 2011 - Laurent Garnier Live Booth Sessions - Garnier predikt het evangelie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Laurent Garnier Live Booth Sessions - Garnier predikt het evangelie

Volgens sommigen is Laurent Garnier ‘God’. Ze hebben waarschijnlijk gelijk. Zijne Heiligheid was voor de derde keer in een paar maand tijd naar België afgezakt met nog maar eens zijn ‘Live Booth Session’-concept en deze keer mocht ik uiteraard niet ontbreken.
Het concept was me op voorhand niet helemaal duidelijk maar dat zou wel snel gebeuren ... Het algemene idee van zo’n live is dat je wat aanklooit met effecten en dingen die door je plaat heen gemixt worden. In de praktijk is het verschil met een traditionelere DJ-set niet even eenvoudig, maar goed dat was toch het idee.

Losse zomersfeer op de terrassen buiten de Botanique, waar je allerlei multiculti hapjes kon nuttigen en pintjes, in vorstelijke hoeveelheden, terwijl uit de Chapiteau-tent al de eerste beats nogal hol doorklonken. Voor subtielere geluidskwaliteit moest je toch wel binnen zijn. Geslaagde - door elegante wolken omcirkeld - zonsondergang ook. Barbecuesfeertje kortom, en een publiek dat niet echt nog veel te maken had met de ‘days of yore’ toen techno een subcultuur was en in voldoende mate gevaarlijk leek. Maar dat kon in een duistere tent allemaal achterwege blijven, zoals Alice het ooit ook allemaal anders zag, wat dan ook gebeurde.
Garnier is ondertussen na ruim twintig jaar een van de peetvaders van de techno en ik had ergens een beetje een geschiedenisles verwacht met een bredere selectie qua genres en behoorlijk wat classics, maar daar had Garnier duidelijk geen zin in.
Een Brussels publiek is, afgaande op zijn interventies als MC, altijd wel in voor rechtdoor gemixte straight-up techno en dat kregen we dan ook. Gelukkig heeft hij zijn ondertussen gehavende oor voor kwaliteit nog lang niet verloren en de selectie was dan ook uitstekend en ging na een anderhalf uurtje richting propulsieve trance-inducerende beats. Zweven om zo te zeggen. Bepaalde momenten van wat je niet anders dan ‘total mayhem’ kan noemen. Door de mangel gehaalde Garnier-kippenvelmomenten als “Crispy Bacon” of “Man with the Red Face”.
Een publiek dat er zonder meer voor ging in een festivaltent die slechts door duisternis iets kon toevoegen aan wat er al in je hoof omging. Techno was voor een huidige generatie van dertigers religie, doet bijzondere dingen met een ontvankelijk zenuwstelsel dat nog veel andere kanten, in enkel maar de verbeelding, uitgaat, en die voldoende bloedspiegels aan psychofarmaca of een natuurlijke aanleg kunnen faciliteren. Het gaat over het bereiken van die andere kant, de mystieke ervaring zoals U wellicht weet, en daar zijn we een aantal keer dicht bij geweest; maar dat zal wel altijd het privilege van de aanwezigen blijven.

Ik heb al gehoord over Garnier-sets waar hij toch gedurfder en breder draaide, maar gezien de kwaliteit van wat hij vanavond bracht, hoor je mij absoluut niet klagen. Sinds een aantal, misschien later als ‘de Berliner Zeit’ te catalogeren jaren, is techno weer helemaal terug en het is verfrissend dat een veertiger daar nog zonder meer in meegaat. Geen transcendente momenten maar meer dan genoeg om met een brede grijns een wat frisse mei-nacht in te duiken.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)


Glasvegas

Glasvegas laveren tussen Pet Shop Boys en Elvis

Geschreven door

Glasvegas, het Schotse viertal rond Joe Strummer look-a-like James Allan, was op Pukkelpop 2009 één van mijn hoogtepunten. Ondertussen zijn we twee jaar en een personeelswissel verder: drumster Caroline Mckay stapte op en werd vervangen door de Zweedse Jonna Loefgren, en de band nam zijn moelijke tweede ‘Euphoric Heartbreak’ op in Californië, bijgestaan door Flood.

De lichtjes van de AB Box hadden vanavond concurrentie van Glasvegas’ eigen lichtinstallatie: de bandnaam in het groot, maar daarnaast nog sterke spots, die de zaal in een bad van sterk neonblauw en rood deden baden, en ook de micro-kabel van zanger Allan fluoresceerde. Allan, volledig in het wit gekleed, met zonnebril, had zijn act heel erg van de Pet Shop Boys afgekeken, en ook de songs baadden in een jaren tachtig sfeertje, de gitaargeluiden werden electronisch vervormd.
Geen Jesus and Mary Chain meets sixtiespop dus in het eerste deel van de set,waarin vooral de nieuwe nummers aan bod kwamen, eerder Pet Shop Boys meets Human League. Het publiek reageerde dan ook eerder afwachtend, oplettend en aandachtig, maar zeker niet euforisch.
James Allan wisselde up-tempo nummers af met crooners, waarbij opvalt hoe goed zijn stem wel niet is: Glasgows’  met vet Schots accent doorregen antwoord op Morrisey, Roy Orbison of Jackie Wilson.

Het was pas vanaf het up- tempo “Euphoria, take my hand” dat de set op gang kwam, daarna volgden een slordig ingezet “Geraldine”, dat toch naar een climax groeide toen heel de zaal begon mee te zingen, “It’s my own cheating heart that makes me cry”, en “Flower & football tops” waarbij in ware Smiths traditie voetbalhymnes, pathos en diepgravende teksten gecombineerd werden. De zaal kwam los, en Allan bekeek het grijzend, gezeten op de plankenvloer van de AB, toen in de bissen de volledige zaal de zanglijn van “Daddy’s gone” voor zijn rekening nam.
De nummers uit het debuut overtuigden vanavond, het nieuwe werk bleef minder hangen, ook al door de ietwat geforceerde eighties sound.

Glasvegas is op zoek naar een nieuw geluid, maar heeft daarbij de pakkende songs vergeten. Nu, al bij al, overklassen ze nog altijd White Lies, om maar een band te noemen die het ook in de pathos en de eighties gaan zoeken, maar Glasvegas moet nog zeker beter kunnen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Les Nuits Botanique 2011 - The Bony King Of Nowhere (B) - Cascadeur (F) - Cocoon (F)

Geschreven door

 

Les Nuits Botanique 2011 - The Bony King Of Nowhere (B) - Cascadeur (F) - Cocoon (F)

Op deze avond stonden er drie groepen  geprogrammeerd in een warm en zweterig Koninklijk Circus: The Bony King Of Nowhere (B) - Cascadeur (F) - Cocoon (F)

Deze laatste groep was duidelijk de headliner en beide andere groepen waren voorprogramma. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat wij vooral voor The Bony King Of Nowhere gekomen waren en de twee andere groepen ons eerder onbekend waren.

The Bony King Of Nowhere
The Bony King Of Nowhere (TBKON) mocht deze avond aftrappen en deed dat en verve. TBKON is Bram Vanparijs, een 24 jarige singer-songwriter uit Gent, die z’n songs solo of met groep brengt. De nieuwste CD ‘Eleonore’ is meer dan een trip naar uw favoriete platenboer waard en het titelnummer wordt geregeld gespeeld op onze nationale zenders.
In de korte set (40 minuten) hoorden we vooral nummers uit hun laatste CD (“Eleonore”, “Here I am”, “The Garden”, “Sleeping Miners”, “Some are fearfull”, ...). Deze nummer werden op een heel pure en sobere manier begeleid door een heel goede begeleidingsband die TBKON rond zich verzameld had.
Een speciale vermelding voor een heel naakte versie van "Favourite" uit hun eerste CD ‘Alas my love’ dat begeleid werd door een fluitende frontzanger, een sterke versie van "The garden" en een nieuw nummer ("Traveling") dat als soundtrack zal dienen bij een nieuwe film (‘Le Geant’). Veel te snel was al dit moois voorbij en werd er afgesloten met een sterke versie van "Eleonore".
Deze zomer zal TBKON te zien zijn op het betere festival bij u in de buurt. Wij zullen alvast op post zijn tijdens het Boomtownfestival op de Gentse Feesten.

Cascadeur
Cascadeur is een Franse artiest, die niet zo maar in een hokje te vangen is. Het begint al bij de podiumopbouw; een batterij keyboards en andere elektronica staan opgesteld voor een groot uitgevallen wit iglo tentje waarop knappe visuals geprojecteerd worden tijdens het optreden. Cascadeur treedt onherkenbaar op en was in Brussel getooid in een witte overall, een pilotenhelm en bijpassende zonnebril.
De podiumact is heel ‘arty’ en meermaals kon de vraag gesteld worden of we naar een muziekoptreden, dan wel naar een kunst performance aan het bijwonen waren. Uit al die elektronica haalt Cascadeur wel mooie klanken en ontstaan er mooie songs (alhoewel het woord ‘soundscape’ hier misschien meer aangewezen is). Meestal wordt er een stukje gesampled (muziekdoos, geklap van het publiek, taalcomputer voor kinderen, ..) waarrond Cascadeur met piano speelt en (goed) in het Engels zingt.
Cascadeur maakt zeker niet de gemakkelijkste muziek, maar deze performance was zeker een van de interessantste die we de laatste tijd te zien kregen.
Als u de kans krijgt om hem live aan het werk te zien, is dit zeker een aanrader. Check anders eens op Youtube voor de video van het nummer "Walker".

Cocoon
Cocoon is een nieuw bewijs dat we in België in twee aparte landen leven. Voor ons Vlamingen is Cocoon totaal onbekend (één muziekkenner beweerde dat ze de naam al eens gehoord had), terwijl voor het Franssprekende deel van het publiek dit absolute helden waren (denk aan Bart Peeters die optreedt op Dranouter). Nummers worden van begin tot einde meegezongen, er wordt meegeklapt op alle mogelijke momenten en het applaus is niet te stoppen. Cocoon speelde een thuismatch en had op voorhand reeds gewonnen.
Cocoon is een Frans duo dat in het Engels zingt. Het bestaat uit de grote en charismatische Mark Daumail, vooral actief op gitaar, en het breekbare elfje Morgane Imbeaud dat gans de avond blootsvoets achter haar mooie buffetpiano zat. Voor deze optredens laten ze zich bijstaan door een ganse schare muzikanten (drums, bas, contrabas, viool, cello) die de nummers goed begeleiden.
Het podium was gezellig aangekleed met een schutting en wat visnetten waardoor het allemaal wat huiselijks en maritiems kreeg. Bij het begin van het concert was er enkel een wit zwaailicht (zoals in een vuurtoren) en kwamen de groepsleden op in stilte met elk een olielamp in de hand, wat een mooi beeld gaf.
De leadzanger heeft bakken charisma en weet dit goed te gebruiken (vooral bij het vrouwelijke deel van het publiek). Tussen de nummers werd er uitgebreid met het publiek gecommuniceerd. Onze Franstalige vrienden noemen dit waarschijnlijk ‘gezellig’, wij vonden het vooral ‘rommelig’ en hadden de indruk dat de vaart hier en daar uit het optreden gehaald werd.
Zoals gezegd was en is de muziek van Cocoon een onbekende. Het enige nummer dat we herkenden was een cover van "American boy" van Estelle als eerste bis nummer. Alle nummers werden goed en professioneel gebracht. Sommige ingetogen, als enkel het duo speelde, maar het merendeel viel te catalogeren onder pop / folky zonder ooit ‘plat’ te worden.

Playlist: Sushi, Owls, Mother, On my way, Baby seal, Sea lion II, Hummingbird, Hey ya, Super powers, Comets, Dee doo, Oh my god, Cliffhanger, Dolphins, Chupee, American boy, Tell me, In my boat, Vultures, Cathedral

Ohja, Cocoon is bezig aan een uitgebreide tournee door Frankrijk en is deze zomer te zien op Glastonburry, op Les Ardentes in Luik en op 11/10 in de AB …

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Bota)

Pagina 410 van 500