logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Collection d’Arnell-Andrea

Vernes-Monde

Geschreven door

Ondertussen bestaat het Franse collectief Collection D’Arnell-Andrea reeds zo’n twintig jaar en is deze ‘Vernes-Monde’ hun negende cd geworden.
Gedurende deze jaren konden oprichters Christophe d’Arnell en Chloé Saint-Liphard op een ruime aanhang rekenen waarbij hun neoklassieke klanken vooral succes hadden in gothicmiddens. Dit viel vooral te verklaren door de vaak sombere en melancholische geluiden die deze groep uit Orléans wist te brengen en natuurlijk ook door hun verwantschappen met andere darkwave-acts als Opera Multi Steel.
Nadat op vorige platen werd geëxperimenteerd met een geluid waarin gothgitaren de bovenhand haalden is deze ‘Vernes-Monde’ eerder een terugkeer naar hun vroeger geluid en voor wie daar met vertrouwd is, weet meteen ook dat je dit in de cdkast mag gaan klasseren naast Dead Can Dance.
Prachtrelease dus!


Laibach

Laibach - Koude wondermooie industriële klanken

Geschreven door

Onbekend is onbemind naar het schijnt en zo trokken we op aanraden van onze hoofdredacteur richting Lille om eens een concert in de l’ Aéronef mee te pikken en we wisten meteen bij het betreden van deze Franse rocktempel dat het niet bij dit ene bezoekje zou blijven.

De andere reden waarom we over de Belgische grens waren getrokken was natuurlijk Laibach. Verleden jaar vierden deze Sloveniërs hun dertigste verjaardag en met hun huidige toernee zijn ze nu al meer dan een half jaar op doortocht. Gisteren werd er een tussenlanding gemaakt in Lille, want de dag ervoor stonden ze in de stad van de Eiffeltoren.
Net als bij hun Belgisch optreden tijdens het BIMfestival vorig jaar begonnen deze industriële pioniers met een bombastische versie van “Boji”. Koude klanken, een streng toeziende Milan Fras en waarbij je op grote videoschermen beelden kon gadeslaan die je normaal enkel in een fabriek tegenkomt.

Hun ‘Neue Slovenische Kunst’ heeft reeds meerdere mensen geschokeerd en dat was gisteren niet anders want al gauw zag je beelden opduiken uit horrorfilms, porno en oude beelden die voortstammen uit een tijd waarin een dictator met een snor de wereld om zeep wou helpen.
Het optreden begon mooi atmosferisch waarbij we Laibach van hun meer avant-gardistische kant te zien kregen, maar meteen bij de clubhit “Tanz mit Laibach” ontplofte de zaal waarbij de loodzware EBM-beats duidelijk maakten dat alle Rammsteins van deze wereld hun mosterd te danken hebben aan dit Sloveens instituut.
Wie Laibach zegt, heeft het natuurlijk over de talrijke covers. Een van de meest indrukwekkende albums van dit kunstenaarscollectief is “Volk” waarbij internationale volksliederen de revue passeren. Gisteren kon het ook niet anders dan het Franse volkslied zijn dat in de Aéronef weerklonk, ook al was het “Amerika” die voor de nodige maatschappijkritiek van de dag zorgde.

Laibach kwam tot tweemaal terug voor een volle zaal die met volle teugen van hun nihilistische boodschap genoot en waarbij het concert afgesloten werd met  de culthit “Life is life”, inderdaad de gebalde Teutonische versie van de carnavalskraker die ooit (godbetert) het Zwitserse Opus had gecomponeerd.
We waren misschien niet de gelukkigste wezens op aarde na het verlaten van de zaal maar hoe zwartgallig hun levensvisie ook mag zijn (want neen,  humor bestaat niet in de Laibachwereld), indruk maakt het wel.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Aéronef, Lille


Fitz & The Tantrums

Fitz & The Tantrums - Positieve ‘funksoulbrothers’ met een boodschap

Geschreven door

De Amerikaanse soulgroep uit LA, Californië van Michael Fitzpatrick staat op het punt een groot publiek te bereiken; met de aanstekelijke single “Moneygrabber” hebben ze een grootse hit op zak en het debuut ‘Pickin’ Up The Pieces’ klinkt als een soultrein … Ongecompliceerde, vermakelijke, zwoele retrosoul die de Motown soul, de eighties soulrock van Hall & Oates en een swinging Macy Gray nieuw leven inblaast.

En inderdaad , de Fitz heeft een bevallige soulzangeres, Noelle Scaggs , en als zij hun stemmen verstrengelen, dan gaan stem en sound ongekende hoogtes tegemoet … dit is een zangformule die telt in het genre.
Muzikaal zonder gitaren, maar met basses en een speciaal oud (Hammond) orgel geven ze aan de stijl een eigen twist, die gevoel en emotie loslaten. Een sterke live band trouwens, want in een mum van tijd was het concert voorbij.
Al meteen werden we gegrepen door vaardige songs als “Don’t gotta work it out”, “Breakin ‘ the change of love” en “Wake up”, die door de handclaps en de groovy uptempo ritmes opwindend en bruisend klonken. Intens broeierig en spannend waren “Winds of change”, “Rich girls”, “Love” en “Dear Mr President (heu Pink? – check it out (loud)), die een maatschappijkritische toon niet schuwt.
Het zangduo was al een goede combinatie, maar ook de band, een goed geoliede band trouwens, moest niet onderdoen; de basses, toetsen en blazers vloeiden mooi in elkaar over en elan gaven aan de sound. Aloe Blacc en Cee-Lo Green zouden zeker op de eerste rij staan om het debuterend bandje aan het werk te zien, die nog twee covers sterk in de verf plaatsten, “Steady as she goes” (The Raconteurs) en “Sweet dreams” in de bis, lekker fris en vettig. “Tighter” was de ‘slow song’ in de lijst, sfeervolle soulpop die diep in de ‘70s groef …
De ‘funksoulbrother’ werd terug opgerakeld met de titelsong van de cd, “6AM” en “Moneygrabber”, die overtuigend de set besloot.

Positieve vibes met een boodschap … Fitz & The Tantrums hebben er ons bewust van gemaakt. Mooi zo, dit collectief stond terecht in de spotlights en kan een fijne, succesvolle  toekomst tegemoet gaan. En we waren er al bij …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Bart Peeters

Bart Peeters - De Ideale Man -

Geschreven door

Bart Peeters is van alle markten thuis en beschikt over een grenzeloze creativiteit. De dolle vijftiger onderscheidt zich als tv presentator, acteur, entertainer en zanger/multi-instrumentalist.
Qua muziek ruilde hij Engelstalig werk voor het Nederlands. Hij is toe aan de vierde cd in de reeks, na vorige veroveringstochten ‘Hemel in het Klad’ en ‘Slimmer dan de zanger’. ‘De Ideale Man’ herhaalt het doodleuk. Bart Peeters heeft een sterk charme offensief en  reputatie als Vlaamse zanger opgebouwd!


Een prachtige locatie, een immens Concertgebouw, een zwoele en uitzonderlijke lenteavond, Moederdag en …een concert van Bart Peeters. Meer moet het niet zijn om als ‘Ideale Partner’ een ‘Ideale Man’ te zijn … Een ‘Ideaal Avondtje uit’ dus .

Samen met z’n lievelingsmuzikanten heeft hij een ‘ideale’ muzikale formule klaargestoomd,  een subtiele mix van pop, folk, kleinkunst en chanson, waarin een vleugje jazz, funk, afro, tango en hiphop te horen zijn, in een uitgebreid instrumentarium van gitaar, accordeon, viool, klokkenspel, derboeké (variant op de djembé ) en allerhande tierlantijntjes.
Bart bewijst een wereldburger te zijn. Een snuifje reggae horen we op " Lag ik maar in de bovenste la" en "Heist-aan-Zee", Arabische ritmes in "Het menselijk brein" en een africa gevoel in "Matongé". Het wordt met veel overtuiging en ambiance gebracht.
Hij schuwt het coveraanbod niet: een nummer van Alicia Keys, "Rhythm Stick" van Ian Dury (zijn all-time favoriet) en "Denk je soms nog aan mij ", een song van Bob Dylan, erg emotioneel, pakkend en eenvoudig vertolkt.
Een surplus waren de bindteksten, humoristisch en melancholisch, waardoor het publiek wat kon verademen.
Ongelofelijk tot wat hij als cabaretier en muzikant allemaal in staat is …
Percussionist Abdellach Marrakchi kreeg ruimte en kon een nummertje uitvoeren, als toegevoegde waarde op de ambiance.

Peeters kent als geen ander de klappen van de zweep … Hij is in luttele tijd één van de ‘hotte’ Nederlandstalige artiesten geworden. Peeters & Band boden kwaliteit met een rits goede, afwisselende songs en onderhielden een nauwe band met het publiek. Wat legt deze ‘ideale man’ de lat toch hoog …
Een geslaagd optreden en een daverend enthousiast publiek, zo zie je maar …

Organisatie: Concertevents

Labadoux 2011: zondag 8 mei 2011

Geschreven door

Labadoux 2011: zondag 8 mei 2011
FIESTA
Op moederdag kwamen we net op tijd in de pubtent aan om te horen hoe Fiesta de reeds zomerse temperaturen nog enkele graden de hoogte injoeg. Je denkt direct aan sangria ipv Guinness of aan Zuiderse stranden ipv Ierse rotskusten als je deze bende aan het werk hoort. Maar liefst 25 mannen en vrouwen stonden op het podium als haringen in een ton. Het plezier dat ze zelf hebben bij het musiceren sloeg over naar het publiek! Wat ons betreft mogen ze volgend jaar in de concerttent staan, al was het maar omdat ze daar dan meer plaats hebben en misschien zelf eens een danspasje kunnen wagen op hun podium!

KADRIL
Toen Fiesta hun laatste adem hadden uitgeblazen (wat betreft Labadoux dan toch) haastten we ons naar de grote tent waar Kadril net begonnen waren. Zij zijn één van de sterkhouders op gebied van Folk(rock). Met hun tournee dit voorjaar ‘That’s All Folk!’, samen met nieuwe zangeres Karla Verlie waren ze al te gast in diverse zalen in het land. Ook Labadoux mocht vaststellen dat ze lang nog niet aan het einde van hun Latijn zijn.
Eerst kregen we enkele nummers die ooit nog door Patrick Riguelle gezongen werden: “Vogel in de muite” en “Seelands Daal”. Toen volgde een zeer sfeervol nummer uit het Indiaans vertaald. “De stem van de donder, de stem van de sprinkhaan”. Daarbij kwam een soort Indiaanse bodhran prominent aan bod.

Toen kwam gastmuzikant Daithi Rua, een Ierse singer-songwriter een prachtige versie brengen van “The Long Journey Home”, (soundtrack van de gelijknamige film werd ingespeeld door de Chieftains). Een kippenvelmoment voor ondergetekende.
Ze sloten af met “Louise”, maar kwamen op aandringen van het publiek nog met enkele bisnummers, waaronder een “Oud vuil Westvloams liedje” dat we moesten meezingen omdat ze er zelf te beschaamd voor waren... de tekst zullen we hier niet herhalen... Wie er meer van lust kan hen terug zien in onze provincie op 03/09/11 om 22u30 in Wervik op de Celticnight 
!

TEACHERSBAND
Die Foyer op Labadoux is een mooie kweekvijver voor talent! Ook de Teachersband waren blij met het podium dat ze hier kregen. Leerkrachten van allerlei achtergrond (ook andere van muziek) speelden samen volksmelodieën op een heel assortiment aan instrumenten. Wat ooit begonnen was met een kerstconcert, wordt nu stilaan een voldragen repertoire. Achteraf spraken we met de bezieler, Peter Mergaert, en zijn kritiek voor het festival was zeer lovend. Wij kunnen hem alleen maar bijtreden.

FLIP KOWLIER
De Gentse Izegemnaar (of hebt u liever Izegemse Gentenaar?) speelde in Ingelmunster nagenoeg een thuismatch. Hij begon heel ernstig op de melodica en oude akoestische gitaar, een instrument dat duidelijk al een heel leven achter de rug had. Na enkele nummers sloeg de vlam in de pan en begon hij aan een reeks hits in het bekende reggae-ritme: “Bistje” zat in zijn hoofd en wie er in nog het “Zwembad” zat, kreeg het zeker koud want de temperaturen op die avond waren al serieus aan het dalen.
De kort, gebalde West-Vlaamse uitdrukkingen worden door de rapper-zonder-dreadlocks in catchy melodieën gegoten: “’t Zweet van ne leegaard zit gauwe g’reed”. “Mo ba nin” zong de hele zaal uit volle borst mee. En hier moesten er geen refreintjes in het Engels of het Gaelic voorbereid worden.  Zo gaat dat als je voor eigen volk speelt.
Hij eindigde solo met “In de fik” en “Min moaten”. Daarvan waren er veel die hij niet bij naam kende!
De grote concerttent mocht voor dit jaar afgebroken nadat Flip zijn fans naar huis stuurde met nog drie bisnummers: “Donderdagnacht”, “El mundo kapotto” en “Smetvrjis”. Hopelijk had de opkuisploeg geen smetvrees...


Ochestre International du VETEX
Eigenlijk hadden we al zo’n band gezien, enkele uren geleden. Toch kregen de Fransen en Belgen van de Vetex hun publiek aan het dansen. Een sterke afsluiter van een mooi festival die waarschijnlijk nog uren kon doorgaan. Wij hebben het niet gecheckt hoe lang... Moe maar tevreden reden we de ondergaande zon tegemoet.
Benieuwd wat Labadoux volgend jaar zal brengen...


Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Luka Bloom

Luka Bloom - Niet anders dan verwacht: prachtig!

Geschreven door

Zo een twee jaar geleden zagen we Luka Bloom in de Brusselse AB zowaar met een begeleidingsband aan het werk. Leuk, maar Luka Bloom heeft geen band nodig, dat was de belangrijkste les die we uit dat optreden trokken.

In Leffinge trad hij dan ook naar goede gewoonte helemaal in zijn eentje aan, en dat hij ons niet ging ontgoochelen daar waren we ook al zeker van.
Het decor en de akoestiek van De Zwerver leken trouwens op maat gemaakt voor de intieme pracht van Luka Bloom zijn liedjes. Parels als “Exploring the blue”, “Cold comfort”, “Monsoon”, “Lord Franklin” en “See you soon” kwamen volledig tot hun recht in de intimiteit van de helaas niet volgelopen zaal.
Een hele resem klassiekers die zowat altijd de revue passeren mochten ook nu niet ontbreken, alom herkenningsapplaus dus voor “Gone to Pablo”, “The Acoustic Motorbike”, “You couldn’t have come at a better time” en natuurlijk “Sunny Sailor boy”, een song waarin de publieke bijdrage met de jaren belangrijker is geworden en die zo een eigen leven is gaan leiden.
Wie Luka Bloom een beetje volgt weet dat hij sommige prachtsongs nogal eens achterwege laat, maar vanavond verraste hij ons toch op een haarfijn “Rescue Mission”, de song waarmee het voor hem destijds allemaal begon maar die hij om onbegrijpelijke redenen sinds jaren steeds links liet liggen.
Waar wij echter helemaal stil van werden is de Dylan song “Make you feel my love” die hij zich op een fantastische wijze heeft toegeëigend. Nog zo een opmerkelijke cover was “Bad”, een juweeltje van U2 die hier ook al een even fluwelen versie meekreeg.
Alsof wij na al dat moois nog niet genoeg overtuigd zouden zijn, bleek Bloom nog een wondermooie afsluiter in zijn achterzak te hebben, het werkelijk adembenemende “Be Well” was misschien wel de beste song van de avond.

Alweer een heerlijke avond met de immer sympathieke Luka Bloom, moge hij nog lang met zijn gitaar naar onze contreien komen. En geloof ons, dat zal hij ook doen, geen plaats waar hij meer met open armen ontvangen wordt dan ons Belgenlandje.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Labadoux 2011: zaterdag 7 mei 2011

Geschreven door

Labadoux 2011: zaterdag 7 mei 2011
AN ERMENIG
Een streepje Bretoense muziek is altijd mooi meegenomen. Sedert Alan Stivell in de seventies een wereldster werd met zijn Keltische harp, zijn we verkocht aan de muziek uit het land van Asterix en Obelix.
De groep bracht dansen uit het heel Bretagne, maar uitleg over de danspassen hoefde niet.
Een kleine kern dansers was goed op de hoogte van het vereiste voetenwerk. Ze bleven hardnekkig meedansen met de nummers waarvan we u de titels zullen besparen. Daarmee kregen we niet alleen harp en doedelzak of bombarde te horen. We kregen ook nog een gratis schouwspel bij. Met dank aan de dansers die in het zweet ‘huns aanschijns’ de augustustemperaturen trotseerden.

CAMAXE
Migual Allo begon met de aankondiging dat de tijd voor het concert beperkt was en dat hij niet veel uitleg zou geven. Aangezien dit in het Spaans gebeurde, was daanra waarschijnlijk niemand rouwig om. Met de typische doedelzak van Galicia kreeg de kleine energieke Spanjaard de hele tent in zijn ban. Soms deed het wat denken aan Hevia. Toch vertelde hij tussendoor honderduit. Gitarist Filip Lambrechts vertaalde telkens kort (voor zover hij het zelf begrepen had ...). Zo begrepen we dat het nummer “Stem van de zee” over het voortbestaan onze planeet ging. In Galicia, in het noorden van Spanje, kunnen ze van milieurampen meespreken sedert het zinken van de Prestige, bijna 10 jaar geleden.
Voor elk concert nodigt Camaxe een zangeres uit, een keuze die maakt dat elk concert een uniek accent krijgt. Dit keer was dit de bevallige Montse Ogando, die een mooie ballade bracht in ¾ maat.

LIGHTNIN’ GUY
Toen wij de pubtent betraden was de Belgische bluesman al bezig met een fantastische versie van “Voodoo Child” toen de geest van Jimi Hendrix roet in het eten kwam gooien. De stroom viel uit en zowel Guy als zijn gastzangeres Aminata Seydi uit Senegal zaten in het donker en het werd stil... Na een tweede mislukte poging, kwamen ze met de voltallige groep op het podium en gaf Aminata een prachtige versie ten beste van “Take me to the river” (van Al Green of voor het jonge volkje van de Talking Heads). Daarop volgde “Ain’t No Sunshine” (van Bill Withers en 144 covers) waarin plots een stuk “No woman no cry” van Bob Marley doorklonk. Gelukkig bracht deze geest geen nieuw panne want de soul bleef in de tent met “Papa was a rollin’ stone” van de Temptations gevolgd door een ode aan Luke Walter Jr. Van Blue Blot: “Who is she...”
Lightnin’ Guy haalde slide-gitarist Marino Noppe van achter de coulissen en we doken weer de blues in. Met Guy op harmonica werd het “Boogie Time” en de dansvloer stond vol “doing the Hip Sake Baby”. Bliksemse Guy had de hele tent intussen bij de strot en gaf nog een lesje in verleiden, dat hij van Sklim Harpo had: “If you meet a woman, don’t talk too much, you only have to find her rythm” en “If the man is a harp, the woman is a guitar!” Daarop volgde een solo van Marino. Ze hadden de smaak goed te pakken en gaven nog twee bisnummers. “Ze moeten anders maar de prieze uittrekken” sneerde Guy nog eens goedlachs...

MORRISON TRIO
Na de ruige blues waren de drie Schotten een verademing om op het grote podium van de concerttent. Fred Morrison is één van 's werelds meest bekende doedelzakspelers. Hij bespeelde op Labadoux vooral de Ierse ‘Uilleann pipes’. Niet voor niets wordt hij ‘the Jimi Hendrix of the pipes’ genoemd. Terwijl hij in de jaren ’90 deel uitmaakte van de groep Capercaillie, speelde hij ook de muziek in voor de film ‘Rob Roy’ met Liam Neeson en Jessica Lange in de hoofdrollen. Met een stem als die van de bekende schot Billy Connolly en invloeden uit alle windstreken, maakt hij een mengsel van jazz en folk. Op het einde van het optreden speelden ze een opzwepend ritme dat steeds verder opgedreven werd tot de handen van het publiek roodgloeiend stonden. Een verdiende ovatie volgde!

DOUGIE MACLEAN
Als we een man solo op een groot podium zien staan, gewapend met enkel een gitaar, dan hebben we altijd bij voorbaat sympathie voor de eenzame bard die het publiek gaat bespelen. Dougie Maclean kon dit als de beste. Zijn bindteksten duurden smos even lang als zijn nummers en toch verveelde hij geen minuut. Zoals bij het nummer “Talking to my father”: hij vertelde hoe zijn vader tegen het eind van zijn leven in een stadium gekomen was dat niets hem nog wat kon schelen en tegen iedereen fucking honest was. Iedereen die hij niet mocht, kreeg dat meteen te horen.
Toen zette hij een mondharmonica in een brace, niet omdat hij zo’n virtuoos is op dit instrument –zoals hij zelf zei- maar omdat hij één van Dylan is. Na een verhaal over een Schots eiland zonder bomen waar hij de natuurelementen kan voelen, werd het tijd om weer eens mee te zingen: “I feel so near to the howlin’ of the wind, to the crasgin’ of the waves, to the flowers in the field”. De tent zong gewillig mee en zelfs toen Dougie er het zwijgen toe deed, klonk het refrein verder uit honderden Vlaamse kelen. “Belgen zijn de beste zangers.” Vond hij...
Met de onlangs afgelopen Schotse verkiezingen kregen we nog een verzuchting naar onafhankelijkheid mee: “We got rid of the dead head politicians”. “Caledonia” werd de afsluiter. Was dit een hint voor de Belgische politiek?

MUTEFISH
Op de Oosterse tapijten in de foyer kwamen enkele twintigers doorleefde folk spelen. Mutefish is een vijfkoppige band uit Dublin, Polen, Litouwen en Oekraïne. Het leken ‘The Young ones’ wel uit de Engelse serie met een hippie en een punker zij aan zij. Een fluitsolo met enkel een ritmesectie sneed door merg en been. Jigs en reels volgden elkaar in snel tempo op. Geen bindteksten, enkel retestrakke muziek. Op zondag kwamen ze voor een groter podium in de pubtent.

BLACK PROPHET
Dit kan alleen op Labadoux: slechts vijf minuten wandelen over de ‘peloeze’ en je komt vanuit Ierland terecht in Jamaica. De reggaeklanken passen perfect bij de tropische temperaturen. Maar Black Prophet is een Ghanees die in Accra, de hoofdstad zijn geluk zocht en vond. Hij werd al op vijftienjarige leeftijd zanger en voorman van de reggaeformatie Vibration Boys. Zijn laatste album ‘Prophecy’ is gevuld met Roots Reggae, traditionele Afrikaanse invloeden en positieve lyrics. Zowel in de pubtent als op de peloeze werden de tropische klanken gesmaakt!

MOYA BRENNAN
Met een zeskoppige band stond het podium van de concerttent weer vol. Prominent vooraan: twee Keltische harpen. Dit werd één van de toppers worden van Labadoux. De stem van Clannad bracht afwisselend bekend en (voor ons toch) minder bekend werk. Wie de pure folk verkiest, zal de synthesizerklanken misschien minde kunnen smaken. Maar de Romeinen wisten al dat over smaken niet te twisten valt. De Kelten misschien niet?
In ieder geval kregen de fans waar voor hun geld. Ze had het publiek reeds horen zingen bij Dougie Maclean en kreeg ook haar zin: een zingende tent aan haar voeten. “Theme from Harry's Game”, “She moved through the Fair” zijn maar enkele van de vele nummers die Moya Brennan bracht.

ARID
De afsluiter van de zaterdag was opnieuw een grote Vlaamse naam. Jasper Steverlinck en de zijnen deden wat het publiek van hen verwachtte. Ze speelden een strakke set en honderden kelen brulden de gekende nummers mee. Zoals de avond ervoor bij Gorki waren de stoelen in de eerste helft van de tent weggehaald. Zo kon het jonge volkje lustig rondspringen en meehossen op de tonen van de rockmuziek.
Net zoals in Dranouter wordt stukje bij beetje de folktraditie losgelaten door het populaire genre te programmeren op de late avond. Het is een wandeling op een slappe koord om een gevarieerd aanbod in evenwicht te houden met de financiën. Wij zullen ons dan ook niet mengen in dit debat waar teveel verschillende meningen met elkaar botsen. En mochten de organisatoren zomaar kiezen wie ze willen, zonder op gages te laten, wie zouden ze dan programmeren. Die vraag stellen we volgend jaar eens...

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2011: vrijdag 6 mei 2011

Geschreven door

Laboux 2011 - Op het eerste zicht bood het programma van 2011 niet echt veel uitschieters. Geen onbereikbaar icoon zoals Garland Jeffries bijvoorbeeld. Maar wel bekende namen zoals Gorki, Arid, Kadril en Kowlier. Toch werden we verrast door nobele onbekenden zoals Mutefish of Daniel Champagne. En ook de grote namen bevestigden.
Het prachtige weer maakte van Labadoux een soort Klein Dranouter. Op gras van de Peloeze waanden we ons in de maand augustus.
Alleen de gedachte aan maandag weer school of werk verstoorde het vakantiegevoel. Zelfs toen Flip Kowlier de laatste avond opriep om nog drie dagen te blijven... Iedereen was akkoord, maar wie er op maandag weer van de partij was, zal wel bij de opkuisploeg geweest zijn.
Labadoux is een klein maar fijn familiefestival waar grootouders en kleinkinderen samen naartoe komen. En de kleine oortjes worden meestal beschermd met stevige koptelefoons of oorbeschermers zodat ze op latere leeftijd nog kunnen genieten met intacte trommelvliezen.
Mooi is dat!

dag 1 - vrijdag 6 mei 2011
BALOJI
Deze Belgische rapper van Congolische kreeg de ondankbare taak om het festival te openen. In een mengsel van Frans en Engels en een snuifje Nederlands kreeg hij het kleine publiek in de ban van zijn muziek. Op de website lezen we: In zijn debuutalbum ‘Hotel Impala’ komt zijn dichterstalent waarmee hij al poëziewedstrijden gewonnen heeft, naar boven en vertelt hij zijn rumoerige levensverhaal.
Zijn tweede cd ‘Kinshasa Succursale’ kwam vorig jaar uit.
Ondanks de Congolese temperatuur in de tent danste hij alsof zijn leven ervan afhing. Net als Elvis gebruikte hij de pelvis om zijn songs kracht bij te zetten. dat werd ten zeerste gesmaakt door de meisjes achter de dranghekken! Zoals het een echte rapper betaamt ging hij politieke thema’s niet uit de weg. Hij had het ook over de verontwaardiging (‘indignation’) over de mistoestanden in Afrika, o. a. de ‘vuile’ verkiezingen in Nigeria. In ieder geval een ferme opener van dit festival.

BERT GABRIELS
Tijd om de concerttent even te verlaten voor wat komedie. Multitalent wiens laatste show, Gestorven Onzin, de onzin van het bestaan blootlegt. Comedy over de pijn van het zijn, en plastieken verpakkingen die je met je vingers niet open krijgt, lezen we. Blijkbaar was die verpakking voor onze vingers te moeilijk om te openen. we hebben niet echt genoten van dit optreden. Absurde humor kan leuk zijn, maar dit konden we maar matig smaken: “Ik had gedronken lag aan de kant van de weg. Toen begon ik te bellen... Want iemand nam me op en zei: Hallo?” Als het publiek dan niet lacht wordt het als dom afgedaan. Daarop volgde wat onderbroekenlol waarmee hij toch enkele lachers op de hand kreeg. “Aha, zijn jullie van dat slag?” was het besluit van de komiek. Tijd om de tent te verlaten...

KOSHKA
Onze verwachtingen waren iets hoger gespannen toen we inde pubtent ginggen kijken naar dit multinationaal trio met al even wijdverbreide multimuzikale invloeden. Vorig jaar stond één van hen, vioolvirtuoos Oleg Ponomarev, nog op het podium van Labadoux als gastmuzikant bij de Ierse band No Crows. En dat waren we nog niet vergeten! Geflankeerd door twee Russische violisten speelde jazzgitarist Nigel Clark uit Glasgow, rustig maar virtuoos. Ze brengen samen een World Gipsy & Jazz geluid voort dat niet te evenaren is. En het is geen woord gelogen! De vijftiger Clark speelde reeds een mooi palmares bijeen, samen met grootheden uit de jazz zoals John Scofield, uit de folk zoals Maire Brennan (van Clannad) en uit de rock zoals Jan Akkerman. Misschien mocht dit trio wel in de concerttent geprogrammeerd zijn?

FRANCES BLACK
Deze Ierse zangeres startte haar carrière in de jaren '80 met The Black Family, waarbij ook haar (beter gekende) zus Mary Black speelde. De hits die ze ten gehore bracht waren prachtige nummers die ons echter onbekend in de oren klonken. Maar dat kon de pret niet drukken. Ze vertelde telkens waar ze haar inspairatie haalde en even mocht de tent een kijkje nemen op het Noord-Ierse Rathlin Island waar ze ook werkzaam is. Kijk even mee op http://www.youtube.com/watch?v=LRcqPZB-sZU
Het publiek liet zich inpakken door haar complimenten en zong gewillig het aangeleerde refrein mee van “Wall of tears” dat ook verheen op ‘Only a Women’s heart’ met o. a. haar zus Mary Black, Eleanor McEvoy en Sharon Shannon. Een mooi optreden, en een pluim op de hoed voor haar begeleiders op gitaar en contrabas!

YGOR
Toen we ons gingen aanmelden op het secretariaat van het festival liepen we Filip Haeyart tegen het lijf. We zagen hem nog in het najaar van 2010 in een zeer serieus programma rond de oorlog. Even wisten we niet waar we hem in welke tent we hem straks aan het werk zouden zien. Toen we in de clubtent kwamen herkenden we hem in de gekke Ygor met bivakmuts. Dit keer bleven we met plezier luisteren naar de heel herkenbare verhalen over kapotte straatlantaarns die weer blijken te werken als ze plots uitgaan overdag. Ook de biologen onder ons werden weer wat wijzer na de les over de knieën van de pinguïn. HUmor van de bovenste plank van dit multitalent

DANIEL CHAMPAGNE
In de foyer lagen enkele Oosterse tapijten die betere dagen gekend hadden. Maar met het talent dat op die tapijten voor ons kwam spelen was het gelukkig beter gesteld! Tot onze grote spijt hebben we het optreden van Tyberware gemist. Deze sympathieke Ingelmunstenaars hadden beter verdiend. Volgend jaar een ehrkansing (voor ons dan)?
Deze Australische Daniel Champagne zagen we wel. Misschien staat deze jonge gitaarvirtuoos volgend jaar op heel wat grotere podia. Een aanstormend talent voor fijnproevers. Daar rekenen we ons graag bij. We herkenden in ieder geval een vreemde versie van “That Spoonful” van Willie Dixon en “Pogeniomen” in 1960 door Howlin’ Wolf. Een ode aan twee bluesgoden door een jonge aanstormende god...

GORKI
Voor Luc Devos en de zijnen op het podium verschenen konden we het LED-scherm bewonderen dat als achtergrond diende. Patronen in diverse kleuren werden digtaal door het scherm gestuurd zodat op de hele achterwand een soort film werd afgespeeld. Mooi effect voor op de foto’s.
Het concert zelf was een zoveelste bevestiging van het succes van één van onze grootste Vlaamse bands. De gitaren stonden hard en luid en Luc Devos was goed bij stem, dankzij een gezonde dosis keelspoeling. Eerst werd vooral werk gespeeld uit de gloednieuwe cd ‘Research & Development’. Tussendoor kregen we de ‘oude’ nummers die ook meegebruld werden door een publiek dat nog in de bloemkool vertoefde toen die voor het eerst te horen waren! Kan je een betere maatstaf voor kwaliteit verzinnen dan dat je muziek de decennia overleeft en gesmaakt wordt door diverse generaties?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster


Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes

Geschreven door

Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes
Een beetje een pijnlijke kwestie voor de organisatie van Popallure 2011 om de wel heel magere publieke opkomst te moeten aanschouwen. Hier in Vlaanderen mag men nog zo zijn best doen om een voortreffelijke affiche in mekaar te boksen, het is altijd afwachten of er wel genoeg volk zal komen opdagen. Niet dus, en dat is jammer, want hier stonden toch een paar aardige bands op het podium.

Zoals Drums Are For Parades bijvoorbeeld, die met hun rauwe mix van prille grunge (denk hier meer aan The Melvins dan aan Nirvana) en brutale stonerrock (zoek het vooral bij Karma To Burn) de zaal trachtten op te zwepen. Het trio bracht met een uiterst energieke en luide set met agressieve gitaren en dito zang het publiek toch wat in vervoering. Op hun hitsige debuutplaat ‘Master’ krijgen de songs nog soms wat verzachtende keyboards, sax of zelfs violen mee, maar live gooiden ze die in hun rauwste versie te grabbel. Hard, fel en furieus. Zo rauw lustten wij het wel.

Hoogtepunt van de avond waren The Sore Losers, die men ergens in de verte ook wel eens de Belgische Black Crowes durft te noemen. Doch wij zouden het veeleer houden bij The Raconteurs of The White Stripes. The Sore Losers klonken vooral zeer vinnig en levendig, hun songs stonden bijzonder sterk op hun poten en de elektriciteit droop er van af. Wij meenden hier het ontluikende enthousiasme van The Who in hun jongere tijden in te herkennen.
Quasi gans die uitmuntende debuutplaat werd er met een volle dosis power doorgejaagd en de zaal ging gewillig mee in dit rock’n’roll feestje. Bijzonder sterk, wat ons betreft mag dit een van de meest getalenteerde Belgische bands van het moment genoemd worden.

Wie te veel zijweggetjes inslaat, kan al eens de hoofdweg kwijt geraken, en dat is nu precies het probleem bij Tim Vanhaemel. Als wij hier al zijn nevenprojectjes en bandjes zouden gaan opsommen, dan komen we aan drie bladzijden, dus gaan we dat maar zo laten. Met zijn vriendje Pascal Deweze amuseert hij zich misschien te pletter in zijn nieuwste speeltje Broken Glass Heroes, maar van ons mag hij dringend zijn maatjes van Millionaire terug halen, want Broken Glass Heroes is niet veel meer dan een half geslaagde (dus ook half mislukte) sixties pastiche. Net als veel bandjes vinden die van Broken Glass Heroes het cool om te dwepen met The Beach Boys, The Beatles en The Byrds, maar vanavond bleek duidelijk dat het jonge publiek daar geen boodschap aan had, de sixties waren voor hen veel te ver af, iets voor ouwe mensen zeg maar. Gevolg, terwijl Vanhaemel en co zich naarstig verder amuseerden op het podium, droop het meeste volk af en stond de groep voor een nagenoeg lege zaal te spelen. Wij bleven wel tot het einde en zagen dat het slot toch nog de moeite waard was. De groep sloeg in het laatste nummer aan het jammen en dit resulteerde in een bezwerende psychedelische sound waar de Velvet Underground met vroege Pink Floyd (Syd Barrett periode) in zee ging. Helaas te laat.

Organisatie: Popallure, Nazareth-Eke

Earth

Earth – kosmische trip

Geschreven door

Het Amerikaanse Earth, uit Seattle, is al actief van ’90. Centrale pion van de band is gitarist Dylan Carlson, die een beetje lijkt op Howe Gelb van Giant sand. De groep was in die jaren één van de grondleggers van de drone/doom en laat in die donkere en dreigende sound traag slepende, broeierige filmische trips horen. Postrock avant la lettre of avantgarde. Ze gooien er zelfs fraaie stukjes psychedelica en progrock tegenaan, wat de muzikale schoonheid onderstreept. Ze roepen beelden op van een desolaat landschap, met in de verte een ‘petite maison dans la prairie’. Earth is zowat de Ennio Morricione van de drone en heeft een western uit zonder acteurs.

De Stadsschouwburg in Brugge fungeerde als een ‘prairie’decor van deze groeisound, gekenmerkt door uitsluitend instrumentale, minimalistische, lange en repetitieve structuren. Het kwartet dat naast Carlson bestond uit drumster en tevens vrouw, Adrienne Davies en ‘nieuwe’ leden, Lori Goldstone op cello en bassiste Angelina Beldoz, plaatsTen het pas verschenen ‘Angels of light, demons of darkness 1’ voorop. Deze songs, waaronder “Blackwater site”, “Descent to the Zénith”, “Father midnight” en “Old black” stralen rust en gemoedelijkheid uit én zijn toch vinnig door de apocalyptische ondertoon van het gitaargetokkel, het ietwat scherper gitaarspel, de gepaste, (licht) dreunende basstunes, de donkere cello en de ingehouden, sobere, golvende drums en cimbaalslagen.
Het oudere werk was dreigender en onheilspellender en hier kon het kwartet wat forser, en krachtiger gaan op “Code maestro in flat minor” uit ’96, of “Ouroboros is broken” uit ’91. Huivering en elegante schoonheid waren hier op z’n plaats.
Mistige achtergrondbeelden konden er wel bij om de instrumentale muziek van Earth beter tot z’n recht te laten komen. De cultband hoeft niet onder te doen van de huidige ‘boom’ postrock/metal/drones & doom en wordt dan ook gegeerd door de fans binnen deze stijlen ...

We kregen een deels uitgesponnen versie te horen van de titelsong van de recente cd, omgeven van fuzz - en galmbewegingen, om dan feilloos over te gaan naar toegankelijke ‘onheil’ pop; na een klein anderhalf werd hiermee de set besloten. Gerust mocht de kosmische Earth trip nog wat langer duren.

Earth had op hun tournee Sabbath Assembly mee . Het kwartet grossierde in ‘70s psychedelische rock van o.m. de Velvet Underground & Nico, is niet vies van hardrock en trippop op z’n David Lynch’s. De indringende vocals van de bevallige zangeres Jessica Toth waren dan ook bepalend binnen het muzikaal concept. Ze klonken duidelijk krachtiger dan hun grootmeesters, maar behielden een repetitieve structuur en spannende, slepende, broeierige ritmes met een donkere, onheilspellende, verdwaasde ondertoon.
De wierook die ze vooraan op het podium leidde de mystieke avond in …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

London Wainwright III

London Wainwright III – geslaagd concert dat emotioneel raakte

Geschreven door

Het avondje met London Wainwright III begon eerder bescheiden. Dochter Lucy mocht de spits afbijten, speelde wat aardige nummers bijeen maar hier bleef het bij.

LW III pakte het dan ook anders aan. Hij stapte resoluut het podium op gewapend met gitaar, een heerlijk warme stem en tonnen charisma. Vanaf opener “Being a dad” had hij het publiek onmiddellijk bij zijn nekvel: leuk verhaaltje als intro, oerdegelijke song en gebracht alsof hij alles nog te bewijzen had. Dit stramien herhaalde zich keer op keer. Sentiment en cynisme waren steeds in balans en veelal gingen zijn songs over persoonlijke familiale relaties (o.a. “White winos” over zijn moeder – “Your mother and I” over zijn relatie met zijn ex Kate). Soms haalde het cynisme het volledig (“The morgue”), toch één van de hoogtepunten van de avond.
Lucy mocht nog enkele nummers meezingen nadat LW III ook al zijn kunsten op banjo en piano had gedemonstreerd (“My God, I am so talented” – een bemoedigend woordje voor zichzelf omdat hij ook met de piano overweg kon). Mooi allemaal maar hoe hij daarna met gitaar weer eens uitpakte in “Primrose Hill”, waar een mens er toch eventjes stil van wordt. Kortom, een zondermeer geslaagd concert (anderhalf uur) dat in momenten piekte zoals de Dow Jones in betere tijden.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge

The Dø

Both ways open jaws

Geschreven door

Enkele jaren terug intrigeerde het Frans/Finse duo The Do met het verslavende plaatje ‘A mouthful’, hartverwarmende, dromerige en aanstekelijke elfenpop. Een goede drie jaar later heeft de tandem Olivia B Merilahtin (van Finse Origine) en de Franse multi-instrumentalist en drummer Dan Levy een nieuwe plaat uit ‘Both ways open jaws’, prikkelende pop die de woorden geraffineerd, eigenzinnig, pompeus, gevarieerd, catchy, toegankelijk en verrassend verdient. Spannend materiaal dus met avontuurlijke wendingen, bepaald door het kirrende stemmetje van Olivia, die ook in haar stem voldoende variaties biedt. Een soort ballerina ‘sprookjesachtige’ pop op z’n Rita Mitsouko, die elan krijgt door talrijke geluidjes, cimbaaltjes, staafjes, tamboerijnen, tierlantijntjes, xylofoon, blazers en een dubbele percussie. En die ons wakker schudt in de realiteit.
Grillige en toegankelijke wendingen van geluidseffectjes, trance gerichte pompende en ontspoorde synths en de dromerige, sfeervolle en ingehouden songs raken. En daarvan zijn het pakkende “Too insistent”, “Bohemian dances” en “Slippery Slope”, uitersten …

Cobra Skulls

Bring the War Home EP

Geschreven door

Dat Fat Mike een neus heeft voor muzikaal talent, is wel het minste dat je kunt zeggen van de eeuwig grappende frontman van NOFX.  Nieuwste aanwinst van z’n Fat Wreck Chords zijn deze Cobra Skulls.  Dit drietal uit het Amerikaanse Reno bestaat al sinds 2005, maakte twee full albums en tourde dat het een lieve lust was.
Om hun overstap naar het label van Fat Mike te vieren, brengen ze deze EP ‘Bring The War Home’ uit. We horen vier nieuwe vlammende punkrocksongs en 1 cover van het legendarische Bad Religion.   Dit cd’tje duurt slechts 12 minuten maar het is meer dan genoeg om ons te overtuigen dat de Cobra Skulls verduiveld veel in hun mars hebben. Ze combineren ouderwetse melodieuze punkrock met een flinke scheut rockabilly en hanteren daarbij een lekker tempo. Opvallen doet ook de zeer fijne strot van zanger Devin Peralta (die Argentijnse roots heeft en op vorig werk regelmatig in het Spaans zong) die de sound van Cobra Skulls net dat extraatje meer geeft.
Deze EP doet ons reikhalzend uitkijken naar  het eerste volwaardige album van dit drietal  op Fat Wreck Chords!

Guano Apes

Bel Air

Geschreven door

Om eerlijk te zijn dachten we dat de Duitsers van Guano Apes er enkele jaren geleden de brui aan gaven. Blijkbaar besloten zangers Sandra, gitaristen Henning en Stefan en drummer Dennis op er in 2009 opnieuw een lap op te geven.  Een lap erop geven, dat is althans wat de band in haar beginjaren (zo eind jaren negentig) deed en waardoor ze enorme successen kende  met overbekende hits als “Lords of The Boards” en “Open Your Eyes”.  Guano Apes stond toen voor een fijne cocktail van puntige rocksongs met wat metalinvloeden én met de ruige,  schreeuwerige stem van frontvrouw Sandra.  Je zou kunnen stellen dat het viertal toen de juiste band op het juiste moment was...
Nu is er na al die jaren het comeback-album ‘Bel Air’ en van alle fijne opmerkingen van hierboven  is jammer genoeg geen sprake meer. Weg zijn de rauwe vocalen, de stevige riffs  en het ruwe kantje van de band, in de plaats krijgen we veel poppy en melodieuze geluiden én ongevaarlijke, gepolijste vocalen. Zo krijgen we een twaalftal ‘popsongs’ waarvan enkele misschien wat airplay zullen krijgen maar waar wij toch niet warm van komen.  Ipv de juiste band  op het juiste moment, lijkt Guano Apes ons nu een volledig voorbijgestreefde muziekgroep.
Wie houdt van Avril Lavigne of Gwen Stefani kan dit plaatje misschien een kans geven, fans van het eerste Guano Apes-uur lopen best met een boogje rond ‘Bel Air’. 

The Young Gods

Everybody knows

Geschreven door

Een vijftal jaar terug verscheen een mooie compilatie van de twintigjarige carrière van deze grootmeesters binnen de industrial/rock. Ze waren samen met Swans en Einstürzende Neubauten de basis van de industrial, door hun elektronicasounds. Trouwens, zonder hen was er geen sprake van de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands.
Door de jaren bleef hun muzikaal recept wel uniek: dwarrelende elektronica, een strakke en opzwepende percussie en een dosis voorgeprogrammeerde metalgitaarloops, bepaald door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler. De songs hadden een dreigende, onheilspellende spanning, en er waren de slepende ritmes en verrassende wendingen.
In 2008 verbreden ze ietwat het gezichtsveld met een akoestische sound op ‘Knock on wood’, een geluid dat in vroegere nummers al eens doorsijpelde …
Op de nieuwe plaat hoor je de evenwichtsoefening, een dosis oud vertrouwde elektronica, industrial en een akoestische setting.
Ondanks het feit dat ze minder ruig, hard en experimenteel klinken, intrigeren ze in hun toegankelijk karakter; ze voeren met regelmaat het tempo op en behouden de aandacht in die nerveuze, broeierige sfeer en spanning, gedragen door de herkenbare stem van Treichler, o.m. op songs als “Blooming”, “No man’s land”, “Mister sunshine”, “Miles away” en “Once again”. “Tenter le grillage” is stevig en krachtig. Intussen kun je even wegdromen en genieten van enkele sfeervolle songs als “Two is tango” en “Introducing”.
Uitgeblust is de band zeker niet, integendeel ze gaan nog steeds creatief te werk en zorgen voor meeslepend materiaal. Jong zijn ze niet meer, maar de goden leven nog steeds  …

Marnie Stern

Marnie Stern

Geschreven door

Een origineel, rauw, aanstekelijk gitaargeluid, aangevuld door een verbeten dreunende bas en een opzwepende, droge drum. Huppelende en frisse ritmes, die onstuimig, fel en intens klinken. Dat is de muziek van de Amerikaanse blonde Marnie Stern. Hier horen we invloeden van ‘90s iconen Pixies, Throwing Muses, het oude Polly Harvey, de Kim Deal projecten The Breeders / The Amps, Melt Banana en de dames van Sleater-Kinney.
Ze geeft een portie stevige, jachtige, dynamische en bruisende rock. Ze valt op door vingervlug tikkend gitaargejengel en haar schelle stem, die over de songs heen waait. Ze kan haar gitaar geselen en martelen. Tien songs ‘to the point’.
Het Kill Rock Stars label heeft een killrockende lady in huis, die op  de meeslepende songs speldenprikken toedient en zorgt voor ferme explosies tussenin.

Muffler Men

Trigger And Fly

Geschreven door

Heel veel kans dat u als modale rockliefhebber nog niet hebt gehoord van Muffler Men… De kans  is echter evengroot dat daar de volgende maanden verandering in komt...  Dit trio uit Gent heeft namelijk een zeer lekkere debuutplaat uit met een handvol songs die mits de nodige ondersteuning zeker opgepikt zullen worden door onze nationale jongerenzender.  Muffler Men speelt een stevig portie alternatieve rock met de nodige grunge- en stonerrockinvloeden en een heel klein streepje metal.  In hun bio verwijzen ze zelf naar bands als Queens Of The Stone Age en Foo Fighters en die bewering is zeker niet onterecht.  Bij momenten hoorden wij ook invloeden van Triggerfinger, Alice In Chains en Silverchair en de fijne stem van zanger Steve De Vlieger deed ons bij momenten denken aan ene  Mike Patton van Faith No More.
‘Trigger And Fly’ telt 10 tracks (inclusief bonusnummer) en verschillende daarvan hebben de nodige hitpotentie.  Dit geldt vooral voor de eerste drie nummers: “Daily Taste Of Summer”, “Animal” en eerste single “Killer On The Loose”.  Het zijn stuk voor stuk catchy songs die smeken om luid gespeeld én meegezongen te worden!   Ook het dreigende “Trigger And Fly” is een absoluut topnummer en blijft   na één luisterbeurt gegarandeerd in je hoofd zitten. 

Het album klinkt bovendien enorm vet en dat heeft ongetwijfeld te maken met Tony De Block (Hooverphonic) en Werner Pensaert (U2, Rammstein) die de mix voor hun rekening namen én met ‘Big Bass’ Brian Garner (QOSA, Them Crooked Vultures, Foo Fighters...) die de mastering verzorgde in de Bernie Grundman Mastering studio te Hollywood.
‘Trigger And Fly’ is kortom een zeer sterke eerste plaat van een veelbelovende Vlaamse band.

Sade

Sensuele SADE nog altijd top!

Geschreven door

De Nigeriaans-Britse zangeres Sade, voluit Helen Folesade Adu, bracht zondag een sensueel spektakel in het Sportpaleis. De mysterieuze zwarte parel zag er nog steeds even goed uit als zeventien jaar geleden bij haar laatste optreden. En ook haar stem klonk nog zoals destijds. Het was reeds halftien toen ze opkwam met haar haren strak naar achteren gekamd in een paardenstaart, in een chique, nauw aansluitende zwarte broek. Het was het begin van een twee uur durende triomftocht.

Als een Egyptiche kattengodin leidde ze haar troepen door een slim opgebouwde set van nieuwer werk en klassiekers.
De tracks uit ‘Soldier of love’ - haar eerste album in tien jaar leverde haar meteen weer een Grammy op - werden enthousiast onthaald. De afwisseling met de smooth jazz van “Your love is king” en al die andere onverslijtbare songs uit de jaren tachtig klopten uitstekend.
‘Sin City’. De film noir-beelden op de achtergrond schiepen een donker-zwoele atmosfeer van grootstadsromantiek en gebroken harten. “Smooth operator” werd ingezet, een ‘anthem’ voor elke nachtradio.
In het prachtige “Jezebel” scheen het licht op haar muzikanten. De gitaristen waren het hele concert prominent aanwezig, maar het was vooral de saxofonist die telkens opnieuw een connectie maakte met het verrukte publiek. Zelfs het Sportpaleis - toch niet de gezelligste zaal met de fijnste akoestiek - deed zijn uiterste best om zich te verkleinen tot een ‘hotellounge’ waar soul-pop en jazz light gedijen.
Bij funky hits als “Nothing can come between us” en “The sweetest taboo” veerde iedereen recht. Voor ingetogen momenten zoals “Pearls (A woman in Somalia)” en het innig mooie “Morning bird” uit de nieuwste plaat werd het muisstil. Tot niemand zich meer kon inhouden en het applaus weer opwelde vòòr de laatste noot was uitgestorven.

Als apotheose steeg Sade vanop een klein platform de hoogte in, een wolkenkrabber boven een geprojecteerde skyline. Na een schitterend concert waarin ze moeiteloos al onze vragen over haar comeback beantwoordde, restte dan ook maar één vraag meer: Sade, waar zat je al die tijd?


Setlist: Soldier of Love, Your love is King, Skin, Kiss of Life, Love is Found, In another Time, Smooth Operator, Jezebel, Bring Me home, Is it a Crime, Still in Love With You, All about Our Love, Paradise, Nothing Can Come Between Us, Morning bird, King of Sorrow, Sweetest Taboo, The Moon and the Sky, Pearls, No Ordinary Love, By your Side
bis: Cherish the Day

Organisatie: Live Nation

Roots & Roses Festival 2011 - Vive les Wallons! - Wat een heerlijk en sympathiek festivalletje

Roots & Roses Festival 2011 - Vive les Wallons! - Wat een heerlijk en sympathiek festivalletje
The Bellrays
De explosieve zangeres van The Bellrays heeft meer soul, punk, en whatever in haar linker teen dan alle Tina’s en Iggy’s samen. Met een vingerknip en met onder andere pure raw power hadden ze zo goed als geen moeite om ons een snedige les te geven .Stomende soul’n roll. Wat een zangeres – Lisa Kekaula! Op een verschroeiend tempo, ala Ramones. Een welkome afwisseling voor het eerdere Hayseed Dixies. En opwarmer voor latere ruigere werk van Jim Jones en Triggerfinger.

David Eugene Edwards
Moet zich dringend eens herbronnen, maar dan niet op religieuze wijze. De man die stilaan begint te gelijken op de lijkwade van Turijn, kraamt onzin uit. Moet geholpen worden, of teruggrijpen naar zijn vroegere werk met Wovenhand of 16 Horsepower. Als dat maar goed afloopt, denkende Jezus te zijn en zich als dusdanig zo te gedragen op het podium. Om het publiek te vermaken moet een mirakel gebeuren met dat oeverloze gezeik van hem. Speelde ook tegen zijn zin op vele momenten, geroezemoes in de tent, het leek wel een braderie met straatzanger; meer aandacht voor elkaar dan voor wat de muzikant brengt. Ga lekker bij Roger Vangheluwe gaan slapen.

Bjorn Berge
Fantastisch muzikant, ziet eruit als Wicky the viking, maar dan getatoeëerd van boven tot onder. Slide en akoestisch gitaar, afgewisseld met sterke zangpartijen, cover van Onze Eeuwige Pornosnor Lemmy met “The aces of spade”.  Begenadigd technisch gitaarspel, vingervlug, ongetwijfeld metalgitarist in zijn vrije uurtjes. De tent smaakte het wel; ‘eat your heart out’, David Eugene. Oh, ja, eventjes vergeten: die vogel stond gewoon alleen op het podium.

Giant Sand
Howe Gelb – een fenomeen. Op tournee in Europa met Europese – Deense – muzikanten. Speelden een erg aangename set, al was het voor de muzikanten niet altijd even duidelijk waar Howe naartoe wou. Aanzet en einde van nummers zijn hem totaal vreemd, we zien wel waar we uitkomen. Lyrisch frontman, die des duivels speelde met zijn beider microfoons, en zelfs even aangenaam irritant was toen hij zijn micro op de cymbalen van de stokstijve drummer liet balanceren. Enkele omstaanders snapten er niks van. “Il est toujours comme ca?” vroegen ze zich af, waarop ik een schampere “Oui” terug moffelde. Het vertrek van enkele bandleden naar Calexico, maakte van hem nog een meer verbeten singer/songwriter, niet verbitterd. De man van Tucson Arizona spéélt met Americana (ook met Europese muzikanten!), en slaagt erin in iedere song een immense rust tevoorschijn te toveren. Niet slaapverwekkend, maar gebalde rust , eerlijkheid en schoonheid. Jazz, folk, blues, metal en vooral gedrevenheid, meer dan soms samengebald in een nummer.

Hayseed Dixie
Deze bluegrassers met als groepsnaam een flauwe woordspeling op AC/DC konden ons de eerste nummers begeesteren, maar, driewerf helaas, verveling kan rap toeslaan. Backstage stond de gitarist een eeuwigheid zijn baard tot Osama-proporties uit te trimmen, en bracht uiteraard niets bij tot de muziek. Ok, leuk om even “You shook me all night long” op banjo’s en violen te horen, even een Bohemiantje door dezelfde haspel te draaien, maar alles behalve onweerstaanbaar. Sommige nummers moet je gewoon met rust laten. En de poses waren er ook even teveel aan.

The Sore Losers
Onze Vlaamse Black Crowes bewijzen waarvoor ze zijn aangekondigd: ‘Seventies are still there’. Het zijn blijkbaar de beste en meest powervolle groepen die nu net niet die rock rally winnen. Onze Waalse vrienden trekken zich daar terecht geen reet van aan. Alweer een revelatie op dit heuse festivalletje.

The Jim Jones Revue
Ik zal te weinig superlatieven vinden. Dus, commentaar, heel kort en krachtig: Als eeuwige Iggy en Stooges fan ( 27 optredens) : Waardige opvolgers.

Triggerfinger
De beste Belgische muzikanten, of nee, laat ons dit even uitbreiden: Ooit zal het oude continent te klein zijn voor deze heren.  Ruben en co hebben de gewoonte om ‘pletwalsgewijs’ iedere tent, café, parochiezaal, festival, noem maar op – het maakt hen niet uit waar ze moeten spelen- omver te blazen. En waarom niet even op de buiten in Lessen. Absolute climaxen worden aan elkaar geregen als was het een eenvoudig breiwerkje. Waanzinnige energie, de Gretsch wordt gefolterd, Lange Paul beroert de bas met verbazend gmak, Goosens foltert zijn vellen. Alles klinkt goed. Die klootzakken blijven pertinent weigeren om ons te vervelen. “Is it” wordt voor de leeuwen geworpen en ik zie menige liefhebbers hun gsm aanslaan om dit fantastisch moment toch te kunnen delen met hun lief of een of andere tooghangende vriend. Mijn vrees dat ze zich ooit zouden kunnen verbranden door te veel te spelen is bij deze totaal ongegrond. “Eat you heart out”.

Organisatie: Roots & Roses, Lessines


Dranouter aan Zee 2011 - Vlaanderen boven!

Met de nadruk op het Nederlandstalige werk programmeerde het familiefestival Dranouter Aan Zee zijn zondag. De sfeervolle, leuke bands en de talloze animaties in combinatie met de unieke locatie stonden garant voor een aangenaam, gezellig feestje.

Ravissante Nathalie Meskens mocht in de vroege namiddag openen in de Concerttent. Een beetje ondankbaar misschien, maar de huidige televisisiepersoonlijkheid en beste actrice van het jaar kweet zich moeiteloos van haar taak en bewees meer in haar mars te hebben dan enkel mooi te zijn.
Ondersteund door een strijkerstrio, etaleerde ze haar kwaliteiten als zangeres op nummers van o.a. Amy Winehouse, Tracy Chapman en bracht ze een topvertolking van Adele’s “Rolling in the deep”.
Ander hoogtepunt was een bluesy/countryversie van “No one knows” van Queens of the stone age met een catchy pianobegeleiding. Haar band speelde strak en Meskens nam moeiteloos het publiek mee met haar meezingers en biste uiteindelijk met “Crazy” van Gnarls Barkley.
Een 'opwarmingsact' die kon tellen!

De Vlaamse rock 'n roll chansonier Guido Belcanto betrad even later het grote podium. De koning van het Vlaamse levenslied had er zin in en bracht met het bluesy “La passionata” en het opgewekte “Op de pechstrook van het leven” direct meer schwung in de tent. Met z'n onvermijdelijke mondharmonica en charme beroerde deze sympathieke wielerliefhebber jong en oud met z'n vrolijke luisterliedjes. Kersvers gitarist Chris Peeters van de Laatste Showband vierde z'n debuut en was zeker een aanwinst in het collectief dat meerdere nieuwe nummers bracht uit het binnenkort te verschijnen album.
Belcanto genoot en plaatste met “Mijn verjaardag” en “Waarom altijd dat katholieke denken” een orgelpunt aan een uurtje ‘feelgoodmusic’.

Rond 16uur trokken we richting Clubstage waar we Johannes & Wolf voorgeschoteld kregen. Met Johannes en Wolf stond de helft van The Van Jets op Dranouter aan Zee, - ze brachten een duo akoestische set met voornamelijk nummers uit het The Van Jets repertoire. Zo openden ze met “Down Below” en vervolgden hun set met “Our Love Is Strong” en “What’s Going on?”. Even maakten ze een uitstapje naar Waldorf (band waar Wolf zanger van is) met “Mama Said”. Afsluiten deden ze met het wondermooie “Rolling In The Deep” van Adele.

Dat het merendeel voor publiekslievelingen Yevgueni kwam, was wel duidelijk, want voor het eerst zat de tent bomvol. Onder leiding van frontman en songschrijver Klaas Delrue en met een nieuw album onder de arm openden ze met voornamelijk ouder werk.
Zo kregen we in het begin “We zijn hier nu toch” en “Nieuwe meisjes” uit hun vorige plaat, de 'moderne kleinkunst' die ergens tussen Raymond  en Gorki ligt ging erin als zoete koek en werd luidkeels meegezongen. Gaandeweg werd de nadruk verlegd naar de nieuwe cd en werden het poppy “Elisa” en uptempo “Sneeuwman” met veel enthousiasme gebracht en zeer goed bevonden.
De ene keer luchtig de andere keer ontroerend, Yevgueni wist te bekoren en toonde geen eendagsvlieg te zijn met deze overtuigende prestatie. Met “Veel te mooie dag” en de titeltrack “Welkenraedt” zetten ze de puntje op de i en ook Nathalie Meskens kwam nog even vocale steun verlenen. Knappe set.

Even later kon de party echt beginnen met de aangespoelde Dolfijntjes XXL. Dit gezelschap uit Harelbeke gevormd  rond acteur/zanger Wim Opbrouck staat al jaren garant voor puur entertainment van de bovenste plank. Zo brengen ze hun West-Vlaamse versies van menig bekende nummers en vuren ze de meest uiteenlopende medleys op u af. Met een accordeon en een paar blazers kregen ze de goed volgelopen tent in een mum van tijd naar hun hand gezet. Dat nummers als “Zoad van ne moat” en “Oltid dezelfste” het enthousiasme van de vele West-Vlamingen aanwakkerde werd al rap duidelijk. Met “Margrietje” werd er een ode gebracht aan de Kortrijkse Johny Turbo.
Met De Dolfijntjes XXL passeerde er een zeer sterke band die er in slaagde een zeer fijn feestje te bouwen!

Voor we huiswaarts gingen hielden we nog even halt in de Clubstage voor Sherman, dat Sherman kunnen we na het uitbrengen van hun single “On your side” één van de revelaties van het voorjaar noemen. Sherman is de band van singer/songwriter Steven Bossuyt die sommigen misschien nog kennen van uit de jeugdserie Spring waar hij Pieter speelde.
Ondanks ze op een zondagavond na 20 uur geprogrammeerd stonden konden ze toch op een behoorlijk grote schare fans rekenen. Tijdens het eerste nummer was er in de tent erg veel kabaal waardoor de stem van Steven er niet echt goed uitkwam, maar naarmate de set vorderde wisten ze de tent het zwijgen op te leggen zodat iedereen kon genieten van de steengoede muziek die ze maakten. Sherman is een band die genoeg potentieel in huis heeft om het nog ver te schoppen en is er zeker eentje om in de gaten te houden! Evenals het album dat in de steigers staat.


Minpuntje in het gehele gebeuren was de capaciteit van de (te) kleine 'De Kring', een knusse tent met 100 zitplaatsen  waar de Dranouter rockrally plaatsvond. Meermaals probeerden we toegang te krijgen maar telkens stond de menigte buiten aan te schuiven om uiteindelijk niet binnen te raken, jammer!

Organisatie: Dranouter aan Zee (Festival Dranouter)

Johan Verminnen

Johan Verminnen – 60 jaar – 42 jarige carrière

Geschreven door

‘’Kan een zanger/verteller zijn 60e verjaardag stijlvoller vieren dan in de schitterende (en volle) Stadsschouwburg in Brugge ?’’ Ik dacht het niet.

Het optreden van Johan Verminnen van zaterdag ademde trouwens dezelfde sfeer uit als de in 2002 mooi gerestaureerde zaal: nostalgisch, een tikje weemoedig, maar vooral stijlvol.
Samen met zijn 6-koppige band (waaronder 'oudstrijders' Bert Candries op bass en Leo Caerts aan de piano) flaneerde Johan Verminnen doorheen zijn 42-jarige carrière.
Hoogtepunten waren er m.i. niet echt, maar alles was 'af' : functionele belichting, goeie klank, zeer goeie muzikanten (die accordeonist !) en ... de ene klassieker na de andere (in net weer andere, maar okselfrisse versies): “Vrienden van vroeger”, “Vakantie aan zee”, “Met 7 aan tafel”, “Volle maan” (blijkbaar het meest gevraagde nummer op de website van Verminnen), “Paulien” (mijn favoriet nummer, waarom weet ik niet precies), het obligate “laat me nu toch niet alleen” (uit volle borst meezongen door het (oudere) publiek) en tussendoor een paar 'vertellementen' op zijn Verminnens: zeer onderhoudend, spits en bij wijlen grappig (“mijn vader en de buurvrouw dansten met elkaar tot hun trouwringen eraf vielen” ... dixit Verminnen).
Van mij mocht de folkversie van “Rue des bouchers” er ook bij geweest zijn. Maar kies maar eens uit…

Organisatie: CC Brugge, Brugge


Pagina 411 van 500