logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Cee-Lo Green

The ladykiller

Geschreven door


Cee-Lo Green kennen we van Gnarls Barkley, het duo met Danger Mouse die een paar jaar terug de wereldhit “Crazy” scoorde. De imposante Thomas DeCarlo Calloway, echte naam, heeft al twee soloplaten uit, maar deze derde is een schot in de roos door de ‘boostende’ single “Fuck you”, in de VS doodleuk omgezet tot “Forget you”.
‘The ladykiller” is een gevarieerde plaat geworden, waarbij Cee-Lo Green muzikaal niet omheen James Brown, Sly & The Family Stone, Al Green, Funkadelic, Isaac Hayes en Prince kan; zijn funkende soulpop wordt dan nog gekruid van de hiphop van bands als Outkast en The Roots.
We horen fijne composities die bruisend, sfeervol en smaakvol zijn, zalvende, groovy en afgemeten beats hebben en ondersteund zijn van orkestraties, blazers en vrouwelijke (backing) vocals. Het onderstreept het talent van de flamboyante zanger en het freewheelen binnen deze stijl.
De muziek is uiterst aangenaam, vrolijk, lekker genietbaar en doet ons wegdromen, o.m. op “Wildflower”, “Bodies”, “Satisfied”, “It’s ok” en “No one’s is gonna love you” . Op “Fool for you” helpt Philip Bailey mee. Hij deed zelfs beroep op ons eigen Selah Sue met de song “Please”, die niet op deze release staat, maar op het debuut van Selah Sue zelf. Of hij linkt evan aan Solomon Burke zoals op het gospelgetinte “Old fashioned”.
Er valt hier dus heel wat te beleven en singlemateriaal te rapen. De trippende en sfeervolle songs krijgen live een sprankelend, feestelijk karakter.
Productioneel kwamen hier verschillende mensen aankloppen als Salaam Remi, Chad Hugo en Jack Splash.
De ‘ladykiller’ won alvast veel romantische zieltjes, die op z’n warm dampende funksoulpop graag eens de beentjes spreiden. Hij slaagt erin menig vrouwenhartjes te veroveren … De Kilo!

Belle & Sebastian

Write about love

Geschreven door

Het heeft nu wel vijf jaar geduurd eer spil Stuart Murdoch z’n Glasglow’s finest band Belle & Sebastian terug bij elkaar kreeg om een nieuwe plaat te maken. Vijftien jaar zijn ze al bezig, die de indiepop een belangvolle push hebben toegediend. Belle & Sebastian staat garant voor een fris, sprankelende, zomers, kleurrijk en sfeervol breekbaar geluid, die iets sprookjesachtig heeft. Pop, folk en rock reiken elkaar moeiteloos de hand in zeemzoeterige, venijnige en puike droomsongs.
Op plaat horen we belangrijke samenwerkingen met Norah Jones (“Little you, ugly Jack, prophet John”)  en Carey Mulligan.
We houden deze keer vooral van het rockerige Belle & Sebastian, “I didn’t see it coming”, “I want the world to stop”, “I’m not living in the real world” en de titelsong. “I can see the future” kan zo in een Franse zwart/wit ‘70s film worden gebruikt.
Fijne pop met opnieuw voldoende variaties .…We koesteren met plezier de band …

Kreidler

Tank

Geschreven door

Voor de meeste mensen zal een Kreidler wel altijd een brommertje blijven waarmee onze opa’s en oma’s in de jaren ’70 door de straten fladderden maar muziekliefhebbers kennen Kreidler vooral als de groep die ergens in 1994 te Dusseldorf werd opgericht.
In die tijd stond het begrip Krautrock enkel bekend in de boeken van Julian Cope en was het vaak niet meer dan wat voer voor bejaarde hippies maar Kreidler’s debuut ‘Riva’ gaf wel meteen het startsignaal aan van een boom die het genre nieuw leven, en dus ook terug erkenning, inblies.
Ondertussen is Kreidler een begrip geworden en mochten zij samenwerken met tal van gerenommeerde artiesten als Klaus Dinger van Neu! of The Young Gods.
Deze ‘Tank’ is de opvolger geworden van ‘Mosaik 2014’ , een album dat twee jaar geleden verscheen op Kompakt, ook al hebben ze tegenwoordig een nieuwe thuishaven gevonden op Bureau B, het label dat zich meer en meer lijkt te etaleren als het ultieme Krautrock-label.
Op deze cd hoor je niks nieuws want Kreidler heeft er ondertussen een sport van gemaakt om te gaan klinken als Ralf & Florian, de voorlopers van Kraftwerk.
Repetitieve gitaartjes die zweven op een tapijt van minimale electronische klanken en een bevestiging van wat we reeds langer wisten : samen met To Rocco Rot mag Kreidler zich één van de geldende Krautrockbands van de afgelopen decennia noemen!
www.kreidler.de
www.bureau-b.com

Striving Vines

Can’t win them all

Geschreven door

De kans dat u reeds eerder gehoord hebt van Striving Vines is eerder klein en dat ligt zeker niet aan u want de roem van deze Deense heren is tot ginder beperkt gebleven.
Wat niet is, kan echter komen en daarom besloot men om hun debuutalbum ‘Can’t win them all’ dat bij de Denen reeds een tijdje uit is van een wereldwijde release te voorzien.
Men opteert dat Britpop nu eenmaal een universeel geluid is, en alhoewel daar veel waarheid in schuilt, is dit geluid anno 2011 een beetje achterhaald is. Ze zullen het wel niet graag horen maar het is nu eenmaal zo dat dagen dat de meeste groepen proberen te klinken als Radiohead ten tijde van ‘Pablo honey’ ondertussen reeds enkele jaren achter de rug liggen.
Als je daar nog eens bijvoegt dat er op deze plaat nooit echt sprake is van enig uitschieter, weet je meteen dat deze ‘Can’t win them all’ niet echt voorbestemd is om in je geheugen te blijven.
Leuk, maar totaal gezichtsloos en tja, je kan nu eenmaal niet alles winnen!

Screeching Weasel

Television City Dream

Geschreven door

De punkrockheren van Screeching Weasel vieren dit jaar hun vijfentwintigjarige bestaan.  Deze band kende een nogal woelige geschiedenis: er waren verschillende breaks, evenveel comebacks en onnoemelijk veel personeelswissels.  Ben Weasel was eigenlijk de enige constante binnen Screeching Weasel (naast ene Jughead die ook steeds aanwezig was tot de bands reïncarnatie in 2009). Het meest bekende ex-lid zal ongetwijfeld bassist Mike Dirnt van megaband Green Day zijn.
Screeching Weasel staat bekend om z’n zeer melodieuze punkrock in het verlengde van D.O.A, The Ramones, Black Flag en The Dickies. De formatie maakte in totaal  12 studio-albums en wordt door  diverse bands  (Blink 182, Less Than Jake, Rise Against, Green Day...) als een belangrijke invloed genoemd
.
Deze maand wordt er eindelijk nieuw werk verwacht van Ben Weasel en de zijnen, het nieuwe album zal normaal ‘First World Manifesto’ heten. Vóór deze nieuwe schijf uitkomt, vonden Fat Mike en Ben Weasel het blijkbaar nodig om ‘Television City Dream’ uit 1998 opnieuw uit te brengen. Het album werd opnieuw gemixt en gemasterd en er werden vijf bonusnummers aan toegevoegd.
Het resultaat is een zeer fijne punkrockplaat met daarop twintig snelle en vrij korte nummers.  Dit plaatje misstaat zeker niet in de collectie van de rechtgeaarde  punkrocker en is meer dan  een zoethoudertje voor de fans die vol ongeduld wachten op de nieuwe plaat van Screeching Weasel.

Acid House Kings

Music sounds better with you

Geschreven door

De meeste mensen zullen het wel nooit weten maar deze Zweedse indieband bestaat reeds twintig jaar en ooit stonden ze aan de wieg van wat insiders wel eens als ‘twee pop’ willen aanduiden.
Neen, we vinden niks uit want ‘twee pop’ bestaat wel degelijk. Deze term beslaat het soort muziek dat best te omschrijven valt als zeemzoete indiepop waarbij gitaartjes van The Smiths mooi verbonden worden met de vederlichte exotica van een Astrud Gilberto. Dit resulteerde vooral in talrijke labeltjes als Sarah Records of het Britse Waaaah!, en vele van deze groepjes moest je in Zweden gaan zoeken net als deze Acid House Kings dus.
Het ‘meesterplan’ van de Zweden bestond er ooit  in om elke vijf jaar een plaat op de mensheid los te laten. Voor hun laatste, ‘Music sounds better with you’, hadden ze echter een jaartje langer nodig en ook al klinkt het allemaal mooi is 6 jaar wachten op 30 minuten muziek misschien wel iets van het goede teveel.
Maar niet getreurd, we hebben het hier over pop ‘pur sang’ en naar de normen die in de popwereld gelden mag zo’n nummer niet langer dan 3 minuten duren.
Bij Acid House Kings moet je vooral niet op zoek gaan naar diepzinnigheden want die zijn er niet, dit is gewoon het soort indiepop om op straat je geluk staan uit te juichen. We lijken wel op die verdomde non uit ‘The Sound Of Music’!

Citizen Fish

Goods

Geschreven door

Nog nooit van gehoord, zegt u? Nu ja, de skafans onder jullie zullen ondertussen wel in hun vuistje lachen en het uitschreeuwen van blijdschap want na negen jaar wachten is de skapunklegende Citizen Fish weer helemaal terug van weggeweest.
Citizen Fish is gegroeid als zijproject vanuit Subhumans, een bende herrieschoppers  die één van de meest invloedrijke anarchopunkbands aller tijden vormen.
Na jaren intens toeren besloot de groep echter om wat gas terug te nemen en het wat kalmer aan te doen in het leven, maar rust betekent niet dat de idealen in de kast werden gestopt.
Integendeel, want wie vroeger Subhumans aanhaalde, had het meteen ook over een afkeer van alles wat naar de consumptiemaatschappij ruikt en die houding is niet veranderd, een constante die zich mooi manifesteert op ‘Goods’.
Zanger Dick Lucas trekt weer van leer en met gebalde teksten trakteert hij ons op een lading stomende skapunknummers die vol heerlijke blazers staan.
En voor wie nog niet overtuigd is, ‘Goods’ werd uitgebracht op Alternative Tentacles:  het label van die andere oerpunker Jello Biafra, wat meteen duidt op klasse!

Fu Manchu

Fu Manchu - Californische tornado blaast publiek omver

Geschreven door

We hadden er dinsdagavond een rit van 170 km voor over om de helden van Fu Manchu live aan het werk te zien in een goedgevulde Muziekodroom in Hasselt. Ze kwamen er integraal hun album ‘In search of …’ spelen in het kader van een Europese tournee die nog een volle maand duurt.

Fu Manchu ontsproot in 1990 uit de in 1985 opgerichtte hardcore punk band Virulence, waar Scott Hill de gitaar omgespte naast zanger Ken Pucci, bassist Mark Abshire en drummer Ruben Romano. Er volgden ettelijke bezettingswijzigingen (waaronder één met Eddie Glass, die later samen met Romano en Abshire, na muzikale meningsverschillen met Hill, de band Nebula zou oprichten). Brad Davis verving Abshire in 1995 op bas. Enige constante in het lange Fu Manchu-verhaal bleef Scott Hill, die naast het gitaarwerk ook de lead vocals voor zijn rekening nam.

Na de release van ‘In search of …’ in 1996 kwam zelfs niemand minder dan Brant Bjork (Sons of Kyuss, Kyuss, etc.) de gelederen versterken samen met leadgitarist Bob Balch. Fu Manchu kon en kan rekenen op een trouwe fanbase, die het door de jaren heen opbouwde. En dit door het massaal touren met bands als daar zijn: Kyuss, Monster Magnet, Marilyn Manson, Clutch, Corrosion of Conformity, White Zombie en vele andere. Brant Bjork verliet Fu Manchu in 2001 na de release van ‘California Crossing’ om zich te concentreren op zijn solo-carrière en hij werd vervangen door Scott Reeder op drums (nee, niet dé Scott Reeder van Kyuss, Unida en Goatsnake – wel naamgenoot en voormalig Sunshine and Smile drummer).
Sinds 2001 gaat Fu Manchu onder een vaste bezetting tekeer, nl. Scott Hill (zang/gitaar), Bob Balch (leadgitaar), Brad Davis (bas) en Scott Reeder (drums). De band evolueerde in de loop der jaren van het meer op hardcore punk gerichte genre bij de start, via een 1970s hard rock style naar hun huidige typische stonerrock.

Om 21h45 was het zover… een wall of sound doorkliefde de zaal bij de openingsriffs die Hill, Balch en Davis uit hun respectievelijke instrumenten lieten galmen. Na wat bijstemmen van de gitaren volgde het aanstekelijke “Eating Dust” (uit hun gelijknamige album uit 1999), dé opwarmer die al meteen de eerste rijen in het publiek wegblies. De naald van de dB-meter ging direct in het rood om nooit meer onder de 100dB-norm van Joke Schauvliege (gelukkig niet aanwezig) te geraken. De boxen beefden als riet in een storm bij het up-tempo “Open Your Eyes” uit het ‘King of The Road’-album uit 1999. Het loodzware “Mongoose” (inclusief alomtegenwoordige cowbell) liet het publiek de kans niet om terug recht te klauteren en groovy klassieker “Hell on Wheels” sloot het hoofdstuk ‘opwarming van de aarde’ af. Opwarmers om U tegen te zeggen en het publiek was zo verbouwereerd dat het vergat enthousiast te reageren. Flabbergasted heten de Engelstaligen dat!

Het was hoogtij of hoogtijd voor waar we voor kwamen: het integraal spelen van hun meesterwerk uit 1996. En het moest na 15 jaar nog niets inboeten van de kracht van weleer.
We werden onderworpen aan natuurgeweld dat zijn grenzen niet kende. De drie gitaristen vonden met hun typische blauwe Vans Shoes gretig de weg naar de effectpedalen en de wah wah’s, distortion en aanverwante effecten floten ons om de oren met de kracht van een Californische orkaan! De volgorde van het album werd volledig gerespecteerd.
Zowel opener “Regal Begal” als“Asphalt Rising”, “Redline”, “Strato-streak”,“Solid Hex” en “Seahag” namen met hun aantrekkelijke uptempo ritme het  headbangende publiek telkens mee op spannende Westcoast-avonturen. De loggere mastodonten zoals “Neptunes Convoy”, “Cyclone Launch”,“ The Falcon has landed” en “The Bargain” zorgden op het eerste zicht voor wat ademruimte maar door het met de pijngrens flirtende volume dat uit de bijna begevende boxen galmde, was er van op adem komen onmogelijk sprake.
We werden overspoeld door superhoge Californische golven van songs, vertolkt door mannen op leeftijd, die het jonge en dynamische van de gretige surfer annex skateboarder na meer dan 20 jaar nog diep in hun hart meedragen! Een magistrale versie van “Supershooter” maakte het verhaal rond en Fu Manchu verliet het podium, het publiek volledig murw en aangeslagen achterlatend.
Lang duurde het niet of ze werden teruggehaald door een hevig ‘Fu Manchu’ scanderend publiek om op aanvraag nog “Boogie Van” en “King of the road” - twee dijken van nummers – de zaal in te blazen. De boxen begaven het bijna tijdens deze laatste razende windstoten van jewelste.

Daarna ging de orkaan liggen: het was goed geweest. Geen materiële schade, wel een gehoorschade van hier tot in Californië: tijdens de 170 km op de terugweg hadden we de indruk dat in de ons omringende auto’s de chauffeurs constant op hun claxons aan het duwen waren. Fantoompijn in de oren heet dat! Voor de afwezigen één raad: “May the Fu once be with you!” Met andere woorden: je moet ze ooit eens live aan het werk zien om de oerkracht van deze band zelf te ervaren.

Setlist:
[1] Eating Dust [2] Open Your Eyes [3] Mongoose [4] Hell On Wheels [5] Regal Begal [6] Missing Link [7] Asphalt Risin’ [8] Neptunes Convoy [9] Redline [10] Cyclone Launch [11] Strato Streak [12] Solid Hex [13] The Falcon Has Landed[14] Seahag [15] The Bargain [16] Supershooter
Encores = [17] Boogie Van [18] King Of  The Road

Organisatie: Muziekodroom Hasselt ism Heartbreaktunes

Mulatu Astatke

Mulatu Astatke - Godfather Ethiojazz verleidt nieuwe generatie

Geschreven door

Voor dit voorjaar was dit het laatste optreden in de reeks Dyn-o-mite-avonden die op de programmatie van de Democrazy stonden en daarvoor mocht Mulatu Astatke nog eens terugkeren. Opmerkelijk genoeg wist hij daarmee de Concertzaal van de Vooruit vol te krijgen, wat een stap vooruit is vergeleken met zijn vorige concert in de Minnemeers. Ook de eerste keer trouwens dat de Dyn-o-mite-avonden niet in de Balzaal plaats vonden en na het laatste concert van Lee Fields was dat misschien nodig. Misschien is hier echt wel iets in gang gezet. In ieder opmerkelijk dat een hele nieuwe generatie komt kijken naar een Ethiopiër die hun grootvader had kunnen zijn (niet letterlijk natuurlijk).
Mulatu Astatke werd in Europa voor het eerst echt bekend door de Ethiopiques-compilaties op Buda zo ergens in de jaren negentig, maar was hip genoeg om ook platen te mogen uitbrengen op ‘Strut’, zowat het überhipste label als het op reissues van wereldmuziek en Leftfield dance uit de jaren 70 en 80 aankomt.

En ja, wat maakt de man nu eigenlijk, naar eigen zeggen dus Ethio-jazz, instrumentale jazzy muziek met een hoop instrumenten tot en met contrabas die elementen uit andere muzikale tradities overneemt en de typisch Ethiopische zang achterwege laat. De man neemt zijn platen al jaren in de Verenigde Staten op, wat ook aan zijn begeleidingsband is te zien. Weinig koperbruine Ethiopische gezichten te zien, maar wel heel goeie muzikanten.
Muziek is het die ook live kabbelt in de goede betekenis van het woord. Klinkt soms wat als vrij kosmische free jazz of jazz-funk maar zo’n label zegt niet per se heel veel. De tijd vloog voorbij en dat is een teken dat ze misschien wel bijna opgeheven is. Op het einde ging het meer richting tribale percussie, die beweging in het publiek wist te veroorzaken.

Wat aanspreekt is de vrijheid in de muziek, zonder duidelijke songstructuren of lineaire vooruitgang gewoon freewheelen. Verbazend dat je daarmee een heel concert lang een vooral uit twintigers bestaand publiek geboeid houdt, maar dat was wel wat er gebeurde. Een beetje een vreemde eend in de Dyn-o-mite soulvijver maar hij mag zeker nog terugkeren.

Organisatie: Democrazy, Gent


Claude Hugo

Claude Hugo

Geschreven door

Bent u ook zo iemand die bibbert en beeft als hij het woord jazz hoort? Iemand die zegt: “Ik vind het wel ok, maar het is me allemaal net iets te moeilijk”. In dat geval zit u in hetzelfde schuitje als ondergetekende maar er zijn natuurlijk ook een heleboel artiesten die er in slagen om met de verdiensten van de grote jazzhelden hun eigen popbrouwsel te produceren. En u weet meteen wat we willen zeggen: jazz die iets gemakkelijker in het gehoor ligt.
Claude Hugo (het alter ego van Wim Aryns) is daar zo’n mooi voorbeeld van. Geïnspireerd door de bewondering die hij had voor wijlen Marc Moulin schreef Claude hij zich in voor een remixwedstrijd op Studio Brussel waarbij het de bedoeling was om voor een geslaagde remix te zorgen van het Moulin-nummer
“Into the dark”.
De grap werd gauw menens want Marc werd zowaar de mentor van Claude Hugo, volgens deze jazzlegende  was de track “La Noche” (die je hier uiteraard terug vindt) trouwens voorbestemd om de wereld te veroveren.
Jammer genoeg mag Marc de release van dit full album niet meer meemaken maar ergens boven in de hemel zal die wel toekijken met een instemmende knipoog. Dit debuut is namelijk een bruisende popplaat geworden  waar cocktail, trip hop, easy lounge, soul en uiteraard jazz elkaar weten te ontmoeten wat soms  in onweerstaanbare nummers eindigen die nu eens in positieve zin op de heupen werken.

TuesdayAfteR8

TuesdayAfteR8 EP

Geschreven door

Uit Mechelen komt TuesdayAfter8 met een overtuigende EP aandraven. Ze hebbern Gaëtan Vandewoude op de kop kunnen tikken die een nummer als “Ancient lullaby” mee onder handen nam. Een muzikale pracht van dromerig verstild semi-akoestisch werk, een ingehouden instrumentatie en kleur gegeven door viool (folky inslag) en warme vocals … het handelsmerk voor de overig broeierige en fijne composities, die ergens hangen tussen het vroegere Hothouse Flowers, The men they couldn’t hang en ons eigen Sois Belle (waar is de tijd ) en Absynthe Minded. “Days like these” en “Never ever” klinken iets krachtiger.
Een gevarieerde EP van een band die voor ons nog wat in petto kan hebben

Info op http://www.tuesdayafter8.be

I Do I Do

More Light

Geschreven door

I Do I Do zijn een goed op elkaar ingespeeld West-Vlaams viertal die wel wat houden van die sound van Pavement. De songs klinken melodieus gevoelig, warm, drieggeestig en durven wel eens uit bocht gaan en klinken dan steviger en(g) rauwer. Inderdaad, de emotionaliteit van fungeren als rode draad op hun tweede cd ‘More light’, drie jaar na ‘None’. Ze hebben Jeff Goddard van ex Karate in de band.
We horen gevarieerde composities, fijnzinnig, semi- akoestisch, lofi en verbeten werk die onderhuids postrock geënte repetitieve ritmes laten horen. We houden wel van “the wheel is molten”, “sit on the ground” en “this is not America” naast het handvol instrumentals die de cd sieren, waarvan “she still lacks coordination” in te lijsten valt. Of je houdt van een leuke, ontspannende “onwards, love”. Het kwartet weet te verbazen en laat lekkere, uiterst genietbare solo stukken horen … 

Info op http://www.i-do-i-do.be

A Dolphin

New Tomorrow

Geschreven door

Groot was onze verbazing toen we in de brievenbus zo’n CD-singletje kregen met daarop twee nummers want wij vroegen ons af of dergelijke dingen nog gemaakt worden. Nu goed, wij zijn er altijd graag bij als het om nieuw Belgisch talent gaat en dat is iets wat deze jongens zeker in huis hebben. Meer zelfs, ze wisten Serge Feys (inderdaad de TC-Matic man) te strikken voor de opnames van deze single. Het is en blijft natuurlijk een quasi onmogelijke opgave om een groep te gaan beoordelen op basis van twee nummers maar wat wij hoorden resulteerde toch op een positief geknik.
Niet dat A Dolphin iets nieuws brengt want de twee nummers die je hier terug vindt bevatten kwaliteitsvolle power rock, ook al is het niet zo’n moeilijke opgave om te horen naar welke rockvoorbeelden zij hebben geluisterd.
Zolang zij dit echter  weten om te buigen tot een eigen kwalitatief geluid zoals op deze single, hoor je ons niet klagen en wordt het gewoon uitkijken naar meer!

Info
www.adolphinrocks.com

Electric Wizard

Electric Wizard – Een heavy trip£

Geschreven door

Electric Wizard begeeft zich al jaren in de underground van de metal. In bepaalde kringen worden zij aanzien als the heaviest band on earth en dat komt voornamelijk door hun extreem logge en loodzware doom- en stonermetal. Wij hadden dus uit voorzorg al zeker onze oordoppen op zak. En of we die nodig hadden ! Een prop weed in de oren had trouwens ook gekund met die gedrogeerde psychedelische metal.

Hun typerende ultra zware sound gaat live inderdaad door merg en been en doet de Antwerpse Trix flink op zijn grondvesten daveren. In die zin is een Electric Wizard gig een unieke belevenis. Maar op een podium loert de eentonigheid toch wat om de hoek, en dit vooral omwille van de aanhoudende drone. Wat op plaat een unieke sound is -en dan hebben we het vooral over hun meesterwerk ‘Dopethrone’ uit 2000 en toch ook wel een beetje over de nieuwe ‘Black Masses’- ontbreekt live wat aan variatie en diepgang. De brute kracht en intensiteit blijven wel behouden maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat het geheel soms als een eenzijdige vette brij aandoet waardoor de nummers moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het vernuft van hun sterke platen gaat voor een stuk verloren in de massieve geluidsmuur, en dat is jammer.
Toch kunnen wij af en toe nog genieten van deze drone metal, het beukt bij momenten heel stevig en veroorzaakt een vorm van slowmotion headbanging onder de aanwezigen.
Met hun lome en extreem heavy aanpak is Electric Wizard een buitenbeentje in de metalscene en zo treffen wij in hun publiek ook nogal wat alternatievelingen aan, mensen die al wel eens een optreden van Earth of Sunn O))) bijwonen, bands die het qua extreme drone sound nog een stuk verder drijven.

Electric Wizard hun op Black Sabbath geïnspireerde volumineuze sound blijft ondanks alles steeds indrukwekkend en meeslepend. Een heavy trip als het ware, maar iets meer nuance zou welkom zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

Buffalo Tom

Buffalo Tom – Buffalo Boven

Geschreven door

We zullen proberen om niet al te vooringenomen verslag te doen van het optreden dat Buffalo Tom gaf ter promotie van hun nieuwste plaat (‘Skins’). Niet evident want als geboren Gentenaar hebben we altijd al een boon gehad voor de Buffalo’s en dus ook voor zij die door het leven gaan als Buffalo … Bill (Janovitz – gitaar en zang), Chris (Colbourn – bass en zang) en – last but not least want hij kreeg de eer om in de groepsnaam geboekstaafd te worden - Tom (Maginnis – drums).

De aftrap werd gegeven met “Velvet Roof” om vervolgens meteen een versnelling hoger te schakelen in “Summer”. Daar waar de meeste groepen tijdens het eerste uur van de show het ene nieuwe nummer na het andere aan het publiek proberen te slijten, trokken deze heren uit Boston onmiddellijk hun blik ‘greatest hits’ open. We noteerden in het eerste half uur onder andere “Rachael”, “Tailights fade” en “Sodajerk” vooraleer Chris Colbourn een eerste keer vocaal het voortouw nam in het door merg en been gaande “Late at night”. Tijd om te bekomen kregen we niet want Janovitz liet de Pete Townshend in zichzelf loos gaan tijdens “Treehouse” alvorens met “I’m allowed” zijn stembanden nog wat schorrer te schreeuwen.
Qua nieuw werk werden enkel “Down” en “Guilty girls” vrij vroeg in de show gebracht. In dat laatste lied hoorden we naar het einde toe trouwens echo’s van Elvis Costello. Een mens kan slechter varen.
Later op de avond werden uit ‘Skins’ ook nog “Arise, watch” en het catchy “She’s not your thing” opgediept.
Het drietal sloot de reguliere set na “Your stripes” af met het bezwerende “Mineral”, het uit ‘Three easy pieces’ geplukte “You’ll never catch him” en een verschroeiende versie van “Tangerine”. Het uit dertigers en veertigers bestaande publiek reageerde heel enthousiast op die laatste, werkelijk verpletterende aanvalswals.

Zonder op de assistentie van Tanya Donnely te kunnen rekenen waagde Buffalo Tom zich als toegift aan “Don’t forget me” (op ‘Skins’ kan men haar wel horen in dit lieflijke lied). Na “CC and Callas” werd de heerlijke ‘Sunday night’ afgesloten met “Sunflower suit”, een uit hun beginperiode stammende rocker die gebracht werd met een vurigheid ‘like it was 1988’. Wat zouden we er niet voor over hebben om onze Buffalo’s elk weekend zo strijdvaardig te zien …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Hercules & The Love Affair

Hercules & The Love Affair - Retro-dance zet Botanique in beschaafde mate op stelten

Geschreven door

Hercules & Love Affair zijn in 2008 met liefde opgenomen in de dance-community als buitenissige dance-act, misschien nog meer dan vanwege hun muziek op basis van hun stijl die een soort remake is van wat in pakweg 1987 hip was in de London gay-community, 1987 U weet wel, ‘the year before house broke’. Nu zijn het wel Amerikanen, waarvan ene Andy Butler de man met de ideeën blijkt te zijn, maar jammer genoeg voor hem heeft hij het charisma en de stem van een schoonmaker in een hamburgertent uit de Simpsons. Enter een aantal dansende zangeressen, van wie ik er nog altijd niet uit ben of het wel degelijk vrouwen waren. Eerder klonen van Sydney Youngblood en Sylvester. De danspassen waren alleraardigst, de stemmen eigenlijk ook. Onze derde zangeres had dat weer zo’n stem als bij Lisa & Cult Jam, mooi als je het goed naar voor mixt, maar in dit geval was haar stem gewoon te zwak om indruk te maken. Qua stijl was het allemaal interessant, maar dan vooral door het retro-gevoel, en eigenlijk brachten gewoon doorslagjes van een soort ’urban chic’ uit de late jaren 80. Very ‘gay’ indeed. Ook het publiek die zich dat soort dingen nooit meegemaakt heeft of het zich net wel wenste te herinneren, had wat dat betreft best wel wat te bieden, zelfs hier en daar een look die ik echt origineel kon vinden.

Muzikaal hebben Hercules and Love Affair ondertussen een aantal sterke songs, maar dan ook weer nog niet te veel. Een mooi “Painted Eyes”, net zoals “My House” als uitblinkers. Mooie zanglijnen, maar qua productie alleszins niet echt veel bijzonders. Jaren 80 drumboxen, zoiets. Minder dan op de plaat. Uitblinker blijft nog altijd “Blind”, in een nogal matige versie dit keer, en zonder de vocalen van Antony Hegarty, die het nummer helemaal naar een ander niveau brachten. De magie viel niet te bereiken.

Aardige set dus, maar niet meer dan dat, omdat ook al de beats me wat te simpel waren, en doorslagjes van wat je 25 jaar geleden ook al kon horen, denk dan aan Top of the Pops en Stock Aitken & Waterman, en niet wat de underground toen echt aan revolutionairs te bieden had. Typerend was dan ook hun cover van Mel & Kim. Goed, je kan er inderdaad op dansen en ik heb dus nu pas door hoe camp het kan gebracht worden, maar het blijft wat mij betreft commerciële rommel. Het publiek ging er wel makkelijk en een beetje kritiekloos in mee, maar wie heeft er natuurlijk iets tegen een leuk feestje en dat was voor de meesten blijkbaar meer dan genoeg.

Opwarmer French Horn was als opwarmer meteen een stinker. French en rebellion in je groepsnaam opnemen garandeert echt niks. Er hangt waarschijnlijk een verhaal aan vast dat ik niet wil weten. Breng deze mensen alstublieft eens wat muziekgeschiedenis bij, want wat klooien op een laptop en stemmetjes door een vocoder halen is al gedaan, en oneindig veel beter ook.

Organisatie: Botanique, Brussel


Mike Posner

MC Mike Posner brengt het er goed van af

Geschreven door

De jeugd van tegenwoordig was op de afspraak om de beloftevolle Mike Posner aan het werk te zien in de pittoreske Rotonde, die zo goed als eivol zat. Hij scoorde in het najaar een aardige hit met “Cooler than me”. De Amerikaanse jonge producer/sing/songwriter heeft zich in korte tijd opgewerkt en veroverde na z’n ‘A matter of time mixtapes’ met het debuut ‘31 Minutes to take off’ de jonge meisjesharten. Muzikaal hebben we een mix van r&b, hiphop, pop en clubdance, goed voor een dansfeestje, en die ook ruimte biedt van lijf tegen lijf …
Posner is een MC die goed bij stem is en die terecht vergelijkingen van Justin Timberlake, Enrique Iglesias en Miike Snow opwerpt. Hij wist een klein uur lang z’n publiek te vermaken, hitste de jonge fans op door een pompende, opzwepende beat en naast een danspasje werd duchtig met de armen heen en weer gezwaaid; bij sommige refreinen kon men z’n keelgat eens goed openzetten.
“Please don’t go”, “Do U wanna”, “Drug dealer girl”, “Gone in september”, “Cheated” en de wereldhit “Cooler than me” zorgden voor de eerste lentekriebel en zomerzon en hadden de juiste frisse, sensuele, energieke groove en beat. Tussenin mocht een meisje van de eerste rijen op het sfeervolle “Bow chicka wow wow” het podium betreden en in de armen vallen van de afgetrainde Posner; ze kreeg een grote teddybeer mee naar huis en na dit onvergetelijke slowtje kwam het intieme “Falling”, die Posner sober en elegant op keyboards speelde, en iedereen eventjes deed wegdromen …

Samen met de DJ bracht het jeugdidool Posner er al bij al goed van af; hij amuseerde zich, was goed op dreef en genoot van de respons en het warme onthaal. Een leuk ontspannende set dus!

Eerder deed de DJ de temperatuur in de Rotonde stijgen met enkele ambiance tracks van o.m. Martin Solveig (de dansklassieker bij uitstek btw), Black Eyed Peas, Ceelo Green en Rihanna. Als ontvangende partij hebben we er met de heren een leuk feestje van gemaakt. Mooie remedie tegen een lazy zondagavond …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Phantom Band

Ongrijpbare Phantom Band op halve snelheid

Geschreven door

Bestaan ze eigenlijk nog wel, van die jonge Angelsaksische groepjes die vanaf de eerste noot niet meteen worden versleten voor een zoveelste smakeloos afkooksel van Joy Division, Gang Of Four of The Chameleons? Bandjes die okselfris en gretig klinken, maar waarbij je ‘begot’ niet meteen kan raden waar ze de muzikale mosterd vandaan hebben? Met de geboorte van het Schotse sextet The Phantom Band lijken al onze gebeden ineens te worden gehoord. Hun meer dan beloftevol debuut ‘Checkmate Savage’ uit 2009 is wat blijven steken tussen de plooien van de tijd, maar de vorig jaar verschenen opvolger ‘The Wants’ oogstte unaniem lyrische recensies en stak hier en daar zelfs de kop op in menig eindejaarslijstje. Zelden zo’n intrigerende mix van epische folk, meerstemmige pop en krautrock gehoord, dus wij naar het Gentse muziekcafé De Charlatan om te horen en zien of we ook live even ondersteboven blijven van deze eigenzinnige bende uit Glasgow.

Op hun trip langs de clubs van het Europese vasteland was The Phantom Band in Gent toe aan de laatste stop, en op het eerste zicht bleek het zestal wel wat door haar beste krachten heen te zitten. De verwaaid ogende frontman Rick Anthony vond niet onmiddellijk zijn draai op het gezellige maar claustrofobisch kleine podium van De Charlatan, en op de guitige drummer Damien Tonner na blonken ook zijn makkers niet bepaald uit in speelplezier. Bovendien moesten de Schotten het wel met een heel erg matige opkomst stellen, want na het voorprogramma van eigen bodem bleek zowat de helft van het publiek plots in het ijle verdwenen. Met “O”, één van de absolute prijsbeesten uit ‘The Wants’, leek alles opeens toch in de juiste plooi te vallen. Andy Wake liet uit zijn keyboards een verslavende minimale electrobeat opborrelen, en aanvankelijk deed Anthony’s speelse falset vermoeden dat het nummer richting lichtvoetige Hot Chip discopop uitging. De pastorale bariton van Anthony, een dreigend synthtapijt en logge drums beslisten er echter anders over, en wat overblijft is een geluid dat even ongrijpbaar als verslavend is.
The Phantom Band is gehuisvest bij hét Schotse indie label bij uitstek, Chemikal Underground, dat ooit ook onderdak verleende aan streekgenoten Arab Strap en Mogwai. Niet toevallig moeten al deze groepen het vooral hebben van hun muzikale nonchalance, en werd er duidelijk niet nagedacht over een bepaald imago op of naast het podium. Het feit dat één van de twee gitaristen gedurende gans het optreden zijn rug naar het publiek keerde, spreekt wat dat betreft boekdelen. Ook de Schotse roots worden in het sappige accent van frontman Anthony niet verloochend. Bij het rustige begin van “The None Of One” lijkt hij aanvankelijk wel een zich aan whiskey lavende folkzanger, totdat een verschroeiende krautrock beat het nummer onverwacht richting repetitieve trance uitstuurt. Op de recentste single “A Glamour” krijgen strakke gitaren en tribal drums het voor het zeggen; de magistrale intro van “Into The Corn” lijkt dan weer weggelopen uit een rarities collectie van Kraftwerk.

Om onduidelijke redenen kregen de sympathieke Schotten geen bisnummers toebedeeld, en moesten ze de klus afmaken met de uitgesponnen instrumental “Crocodile” uit hun debuut. Onze eerste live kennismaking met The Phantom Band kon door de aarzelende start en het  ietwat abrupte einde de hoog gespannen verwachtingen weliswaar niet geheel inlossen, maar als er zoiets bestaat als muzikale gerechtigheid dan verwachten we van deze unieke muzikale bende straks niets minder dan een regelrechte revanche in de Chateau tent op Pukkelpop, toch?

Het overwegend jonge publiek leek zaterdag vooral naar de Charlatan afgezakt om met opwarmer Low Vertical de nieuwste knuffelberen van het Vlaamse indie landschap aan te moedigen. Dit jeugdig trio uit het Westvlaamse Beernem maakt, jawel, enigszins prettig gestoorde rocktronica waar liefhebbers van knisperende beats, emo en shoegaze een mooie kluif aan hebben. Ondanks hun enthousiasme en creativiteit heeft de groep momenteel echter één huizenhoog probleem: in het muzikaal straatje waarin ze momenteel vertoeven zijn alle huisnummers al opgeëist door Radiohead v2.0 die vanaf ‘Kid A’ indie gitaren, Warp synths en ijle vocals tot een uniek geheel hebben gekneed. Maar ach, ze zijn nog jong meneer. Met hun huidige fanbase en de uitdrukkelijke steun van StuBru’s Select team moeten deze jongelingen er op korte termijn toch wel in slagen om zich een eigen smoel aan te meten.

Organisatie: Democrazy, Gent

Stromae

Stromae - Welkom thuis-feestje met strik rond

Geschreven door

 

Muziek verzacht de zeden en verenigt de geesten. Hét muzikaal exportproduct van een gevierendeeld land vierde op vrijdag 4 maart in de Ancienne Belgique  zijn ‘thuiskomst’. ,Ik had niet gedacht dat mijn eigen stad en mijn eigen land mij ooit zouden steunen’. Stromae nodigde iedereen bij hem ‘thuis’ uit en het werd een feestje met een strik rond.

Een Belg met een strikje die de wereld verovert. Nee, niet Di Rupo, wel een Brusselaar in hart en nieren. Paul Van Haver, alias Stromae, mag dan al een half importproduct zijn van een Rwandese vader en een Belgische moeder, hij voelt zich op en top Belg. Al duurde het tot zijn tiende nummer eer hij zijn genodigden ook even in het Nederlands toesprak. Niet toevallig gebeurde dat toen hij Arno aankondigde, een Vlaming, een Brusselaar en een Europeaan …  die vooral in het Frans zingt. De versie van “Putain Putain” was een slap afkooksel van het (weliswaar onevenaarbare) origineel, maar het verrassingscadeau van Arno – met harmonica - op de planken stuwde de decibelmeter toch tot 108.
Al teert Stromae vooral op zijn wereldsucces “Alors on danse”, dat hij die avond in twee versies zou brengen, het feestje was meer dan gezellig. Het waren (voornamelijk Franstalige) fans en vrienden die de dansparty bijwoonden. Ze kenden naast de radiohits (“Te Quiero” en “Je cours”) duidelijk ook de andere nummers van zijn eerste album ‘Cheese’, dat intussen al goed is voor platina in ons land en buiten onze grenzen al meer dan anderhalf miljoen keer over de toonbank gleed.
Van Haver is een manusje-van-alles. Naast (electro) muziek maken, zingt en speelt hij zelf, schrijft zijn (gravende maar toch positieve) teksten en – zo bleek in de Ancienne Belgique die hij zelf voor de eerste keer in zijn leven betrad – weet als een performer niet alleen op de planken zijn publiek te begeesteren maar ook de artistieke omkaderingslijnen perfect uit te tekenen.
Hij stopte een verhaal in zijn voorstelling. Beginnend met “Bienvenue  (‘on est chez nous’)” tegen een huiskamerachtergrond, gaf hij wat (levens) lessen mee en deed niet eens de moeite om die boodschappen verborgen te houden: v-vingers op “Peace or Violence”, drugs-behalve-muziek-zijn-slecht in “Rail de Musique” en de nieuwe religies van “House’ lleluja”.
De one-man-show had hij uitgebreid met twee synthesizermuzikanten die hij in een soort Jansen en Janssens-outfit zelf als robotten op het podium neerplantte. De zorgvuldig opgebouwde projecties kleurden zijn show op een scherpzinnige manier. Bij “Silence” was er aanvankelijk een minimalistische tekenreeks en de lichtshow paste perfect op de beats die hij losliet: zwart-wit op house-muziek die vezels van “We come on” van Faithless knap integreerde om met zware electrodrums even een Afrikagevoel op te wekken. Op “Je cours” ging hij zelf de songlang op een loopband te keer met fraaie nachtbeelden van een eenzame straat tegen een flikkerende wereldstad als Brussel.
Enkele sterke momenten dus in zijn gig, die niet altijd hetzelfde niveau kon aanhouden. Het wiegeliedje “Dodo”  werd nog uitgebreid meegezongen, maar “Up saw liz”  bijvoorbeeld kabbelde niet snel genoeg voorbij. En de slow met ‘la philosofie de ma vie’ “Cheese” was ook niet meteen een geschikt hoogtepunt om zijn dansfeestje mee af te sluiten.

Hoe zeer Stromae zijn best deed om een hele performance neer te zetten, de kapstok (en de reden waarom hij ook de AB kon doen vol- en warmlopen) was “Alors on danse”. Halverwege zijn set had hij al een sterke en aanvankelijk plagerige nineties-versie gesampeld met een grote snuif “Pump up the Jam” van Technotronic en brede kleurenbeelden als feestelijke inkadering.
Ook voor zijn bis greep hij terug naar zijn monsterhit (die zelfs de grote Kayne West al remixte), maar hij ontkleedde die helemaal en bracht een symfonische interpretatie met een knipoog. Achter zich projecteerde hij een heus orkest, haalde er wat grappen mee uit en serveerde een naakte versie à la Jacques Brel. Knap, maar het publiek had (stiekem?) gehoopt op een dansclimax.

Setlist: 1. Bienvenue (Leçon 1) 2. Summertime 3. Te Quiero 4. Peace or violence 5. Dodo 6. Silence 7. House ‘lleluja 8. Rail de Musique (Leçon 2) 9. Alors on danse 90’s 10. Putain Putain 11. Up saw liz 12. Je cours 13. Cheese
Bis 14. Alors on danse

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

 

Tony Joe White

Tony Joe White - Back to the swamp

Geschreven door

Geheel relaxed en supercool (zonnebril en hoed bleven de ganse set op) ging Tony Joe White achter zijn microfoon zitten om op sublieme wijze op zijn eentje de set te beginnen met twee heerlijk verstilde songs. Zo bleek het nagelnieuwe “Roll train roll” uit de voortreffelijke cd ‘Shine ’een pareltje van het zuiverste water te zijn.
Vervolgens kwam zijn drummer op het appèl en kreeg die typische ‘swamp blues sound’ een stevige power injectie met het potige “Undercover agent of the blues”. Niet dat we hier nu aan een hard rock sessie waren begonnen, maar White liet toch bij momenten zijn gitaar nogal vettig scheuren, soms zelfs een beetje à la Crazy Horse.
Lekkere swamp rockers als “Tunica Motel”, “Roosevelt and Ira Lee” en natuurlijk het schitterende “Polk Salad Annie” hadden de nodige portie vuur in zich. Fijn ook om te zien hoe TJW zijn vingers met passie over zijn instrument liet glijden. Van een plectrum was er geen spoor en qua relaxe ‘laid back’ attitude konden wij maar aan één gelijkgezinde gitarist denken, JJ Cale natuurlijk. Ook de stillere momenten waren subliem, bij het nieuwe emotievolle “Season Man” kon je zowaar een speld horen vallen en de klassieker “Rainy night in Georgia” was ronduit adembenemend.
Tony Joe White spaarde het krachtige en onvermijdelijke “Steamy windows” op tot het einde om er een knoert van een punt achter te zetten.
De immer coole verschijning (67 is hij al) leek zich vanavond opperbest te voelen. Een gitaar, een drummer, een occasionele mondharmonica en last but not least, een prachtige diepe baritonstem, meer had de man niet nodig om de Brugse Magdalenazaal uit zijn hand te laten eten.

Sterk optreden dus, maar minder hadden we dan ook niet verwacht.

Voorprogramma van dienst was de bedenkelijke West-Vlaamse singer/songwriter Bruce Bherman. Tussen de vertolking van zijn futloze songs achtte de man het nodig om, in bekakt Engels, een beetje te pochen met het feit dat hij enkele nummers in Nashville had opgenomen. Beste Bruce, als je nu gaat kakken in Nashville of in Poelkapelle, een drol blijft een drol. Bovendien was wat aanstellerige namedropping hem ook niet vreemd, maar wij vinden dat een respectvol songschrijver als Kurt Wagner veel beter verdient dan in één adem met deze Bherman vernoemd te worden. Nog een geluk dat Bherman met Wowo Spaens een sterke gitarist had meegebracht die nog enigszins een beetje kleur kon geven aan de inspiratieloze songs, zowaar geen makkelijke taak.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

The Bewitched Hands

The Bewitched Hands - Sprankelend sextet betovert (het) net

Geschreven door

 

Het internet opent deuren én oren. Vraag het maar aan The Bewitched Hands, een sextet uit het Franse Reims, dat via het Net serieus met (internationale) complimenten overladen wordt. Een hype in chauvinistisch Frankrijk, daar kunnen we nog inkomen. Maar als ook de UK lijkt te vallen voor deze opgewekte en behekste surf-folk-rock dan moe(s)ten we toch eens gaan kijken. En luisteren. In de Botanique, op een zonnige vriesdag begin maart 2011.

Het spelletje “Noem eens een goeie en internationaal doorgeschoten Franse groep” bracht ons niet verder dan Daftpunk en Phoenix. Maar vergeef ons in deze misschien wel onze anglomanie. Nu, The Bewitched Hands zingt in het Engels. Toch? Ja, al waren we blij dat we wisten wat we gingen bekijken want de zelfaankondiging ergens tussen lied 2 en 3 klonk als ‘On s’apelle Zie biewiedjt hens’.
Het was een avondje vrolijke opgewektheid met een zestal dat zich duidelijk amuseert op de set en erbuiten wellicht nog meer. Ze hadden er net een minitournee opzitten in Duitsland (leve de internetpromotie of heeft het exotische Engels ermee te maken?) voor ze weer retourneerden naar la patrie. Het was even wachten voor ze van start gingen, maar het draaiende bloemetjestapijt dat de belichting in de Rotonde neerwierp, gecombineerd met de feelgood achtergrondmuziek  gaf ons al een happy (draaierige) vibe.
De vierjarige band heeft net met ‘Bird and Drums’ zijn eerste album uit en dat werd door veel critici op handgeklap verwelkomd. Een muzikale blender mixte dertien nummers uit leutige melodietjes, meertonige gitaren (ze hadden er zeven mee in de Bota), veel zang en happy refreintjes. En het klinkt allemaal leuk. Blijft de vraag: is ‘leuk’ een woord dat je wil horen als men je artistieke werk beschrijft?
Verder durven we echter niet gaan. Ook niet over de avond in Bota. Niets wereldschokkend, volgens ons, maar best leuk. Je kan niet blijven stilstaan bij hun vrolijkheid, dat is een feit. En daarom dansten onze gedachten mee naar links die we konden terugvinden in hun werk: Weezer, Franz Ferdinand, the Beach Boys,B’52s, The Flaming Lips, …. Maar niets echt uitgesproken. Niet dat dat hoeft, want zo blijven ze onvoorspelbaar, al duikt er altijd wel een stevige gitaar op en is het melodieuze samenzang van Sébastien Adam, Nicolas Karst, Baptiste Lebeau, Benjamin Pinard, Anthonin Ternant en Marianne Mérillon  (met twee, drie, vier of zelfs vijf samen) het onmisbare bindmiddel voor het zomers sausje. Op “Out of myself”, zelfs a capella: lekker gezellig samen rond één micro. Zelfs de drummer had zijn trommels gelaten voor wat die waren.
Dat er onmiskenbaar fans onder het haast volledig Franstalige publiek stonden, deed de twee frontmannen glimlachen. Maar ook fronsen toen die – overduidelijk boven hun theewater - het even te gortig maakten. De drie die het podium opklommen om “Hard to cry” meet te bulderen (ook soms ja) werden vakkundig terug naar af geleid.

Zestien nummers in nog geen uurtje. En dan nog snel-snel een paar bisnummers eraan vastgeknoopt. ’t Was leuk. Maar dat schreven we al zeker? Allé vooruit: sprankelend dan. (Ook) Omwille van hun champagneherkomst.

Setlist 1. Happy with you 2. Ben Song 3.
Underwear 4. Birds and Drums 5. I don’t know 6. 50’s are good 7. Ah Ah Ah Ah 8. Work 9. Staying around 10. Cold 11. Out of myself 12. Sea 13. Dracula 14. A low song 15. 2 4 get 16. Hard to cry
Bis 17. I’m in slim 18. So cool

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 416 van 500