logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
No information available
Search results (15470 Items)

Asobi Seksu

Fluorescence

Geschreven door

Nog nooit van gehoord, zegt u? Nochtans is dit duo in thuisland Amerika één van de groepen die geboekstaafd staan als bands die het zouden moeten maken en waarbij je hun muziek reeds kon horen in kwakkelseries als ‘Ugly Betty’.
Het is inderdaad niet echt een referentie die telt en het doet de shoegazepop van Yuki Chikudate en James Hanna allesbehalve eer aan.
Vanaf de eerste blik op de hoes  is het overduidelijk dat men hier zijn inspiratie vond in de vele Vaughan Oliver-werken op het 4-AD label en die invloeden hoor je ook meer dan terug in hun muziek.
Toegegeven, de dreampop van dit New Yorks duo is niet echt origineel te noemen maar dat neemt niet weg dat deze plaat mooi in je platenkast kan staan naast pakweg Lush of zo. Vernieuwend is dit geenszins maar wel bloedstollend mooi.

Perverted

Vote Reverend Greed

Geschreven door

De meeste bands zouden er moedeloos van worden, behalve Perverted By Desire (of gewoonweg Perverted) die na een kwarteeuw ploeteren in de underground terug opnieuw tevoorschijn komen gekropen met ondertussen hun negende album.
Spilfiguren Genius I en 2M (uitspreken als Double M) moet je niks meer wijsmaken, zeker niet als je weet dat ze ooit in zee zijn gegaan met een krankzinnige producer als Wayne Kramer.
Wie Perverted By Desire een beetje kent weet dat deze Limburgers tot alles in staat zijn en dat ze het soort band zijn die voor geen enkel genre  hun neus ophalen, ook al klinkt deze nieuwe plaat verschrikkelijk veel op wat Jon Spencer met zijn Blues Explosion uitstak.
Vanaf het begin schreeuwt Genius “Are you ready for the Perverted?” waarbij meteen een schurende fuzzgitaar zijn intrede doet en met zoiets ben je meteen in de ban van een halfuurtje No Wave ook al denk je door de inbreng van 2M je ook aan Riot Grrrl-groepen uit het verleden.
Perverted zou echter Perverted niet zijn moesten ze niet een beetje experimenteren en dat is dan ook wat je krijgt op het tweede deel van de cd waarin allerlei wereldmuziekinvloeden de kop komen opsteken.
De ommedraai maakt Perverted weliswaar een band met vele gezichten maar het maakt van ‘Vote Reverend Green’ ook een iewat schizofreen album, maar met een half briljant album zijn we hier ook al dik tevreden.

Röyksopp

Senior

Geschreven door

Het Noorse duo Rocksöpp zorgde ervoor dat hun beeldrijke elektronica van de poolvlaktes van het debuut ‘Melody AM’ een breder poppy randje kreeg op ‘The understanding’. Vorig jaar verscheen ‘Junior’, die eerder voor de gulden middenweg ging en een keur aan gastvocalistes had, die het album kleur gaven. Lichtvoetig, hartverwarmend, ijzig en vrolijk. De opvolger ‘Senior’ is de andere kant van ‘Junior’ en benadert nog meer dan het debuut soundscapes van de poolvlakte. Een filmische aanpak en weggelegd voor documentaires. Geen popsongs, dromerige vocals of catchy ritmes dus, maar sferische, beeldrijke, introverte elektronica (luister maar eens naar de tweede helft van de cd!), die af en toe eens forser durft te klinken door de grooves (“The alcoholic” en “Tricky two”, die we in een andere versie horen).
Met dit album heb je een ideale yoga les, kom je tot rust, voel je letterlijk een knetterend haardvuur of een ijzige wind bij een wandeling …
‘Senior’ integreert geen hippe dance stijlen en slaat geen nieuwe paden in . Een rustgevende vierde plaat, die de heren probleemloos naast Air plaatst.

Junip

Fields

Geschreven door

De Zweed José Gonzalez kennen we van het debuut ‘Veneer’ en de tweede cd ‘In our nature’; hij fabriceerde twee onnavolgbare breekbare covers, namelijk “Heartbeat” (The Knife) en “Teardrop” (Massive Attack). Wereldwijd succes verkreeg hij met z’n melancholische ‘treurwilg’ sing/songwriterpop, een combinatie van mans intens gevoelige gitaarspel en z’n warme, fluwelen stem. Twee cd’s intieme gitaarpop, candlelightvoer!
Maar al enkele jaren lang teisterde het muzikale virus om met vrienden Tobias Winterkorn (toetsen) en Elias Araya (drums) een plaat uit te brengen. En zoals we Gonzalez nu al een beetje kennen, de songs moeten rijpen. Hij is er alvast in geslaagd met Junip een pracht van een debuut af te leveren, uitermate beheerst, doordacht en subtiel. Een ingetogen en diverse plaat, een fusion van pop, folk, psychedelica, ‘70s, americana en soul/jazzy loops.
We horen hypnotiserende, spannende, broeierige songs als “In every direction”, “Don’t let it pass”, “Off point, “Always” en “Tide”. Ook de andere songs moeten echt niet onderdoen qua opbouw, intensiteit en emotie. Er is de subtiliteit op het broeierige “To the grain”, de indie dringt diep door op “Howl”, die het nauwst leunt aan The Feelies en “Sweet & bitter” intrigeert door de zalvende drums.
Junip is niet zomaar een samenwerking , maar is een volwaardige band die een fraai geheel brengt en verrassend sterk uit de hoek komt.

The Chemical Brothers

Further

Geschreven door

Tom Rowlands en Ed Simmons hebben op compromisloze, speelse en ontspannende wijze gewerkt aan de zevende plaat; na ‘We are the night’ en het samenstellen van boordevol restmateriaal en experimentjes op ‘Brotherhood/Electronic battle weapons’.
We horen de gekende combinatie van pop, elektro, chemical dance, krautrock, psychedelica en Britpop , netjes gelaagd door trancegerichte zalvende beats en dromerige soundscapes; nergens echt overdreven, vettig, bonkend of pompend. Geen massieve danstracks met forse breakbeats zijn te horen en ook de huidige ontwikkeling van o.m. dubstep binnen het moderne dance/elektronica landschap raken ze maar matig. Intro’s houden wel lang aan en climaxen blijven wat uit, maar vervelen doet het niet!
Geen grootse hits, maar goede nummers als “Espace velocity”, “Horse power” en “Swoon”. “Dissolve” refereert op z’n beurt aan het oude Spacemen 3 met de Britpoppsychedelica. En inderdaad er is ook geen overdaad aan gastvocalisten.
The Chemical Brothers braken met de jaren al wat minder potten, en winnen net als Underworld niet meer de jonge zieltjes; ze worden een dagje ouder en laten het ‘real to real’ dancegehalte wat links, maar brengen wel een intrigerend boeiend concept uit op de leest van  Underworld en Royksöpp.

Hooverphonic

Hooverphonic – ‘tryout’ als aanzet naar het clubcircuit …

Geschreven door

Een week vóór Hooverphonic z’n clubtour definitief afschoot met de nieuwe jonge zangeres Noémie Wolfs, zocht de band den buiten op en hield halt in het pittoreske Dranouter in de Westhoek. Een ‘tryout’ concert, een warming up en een laatste vingeroefening naar het echte werk en de vuurdoop in de clubs.
Het deed de tandem Callier – Geerts deugd er opnieuw als band te kunnen zijn. Eerder werd de tienjarige carrière van de band besloten, gezien zangeres Geike Arnaert de band verliet en haar eigen weg ging, een muzikale carrière die ze startte met o.m. het Dorleac project met Spinvis.
Hooverphonic trok een streep op hun hoogtepunt met Geike, een oeuvre van fijn, uitgekristalliseerd, uitgebalanceerde materiaal van trippop en filmisch dreigende en bevreemdende sounds, soms rijkelijk ondersteund van bombast en orkestraties. Naar het eind klonken ze rauwer en kregen de songs een sterke ‘60s rock’n’roll tint.

Tja ‘that was then, this is now’ … na een reeks selectierondes kwamen de twee heren terecht bij de jonge Noémie, die wel de dochter of de veel jongere zus kon zijn van de twee andere. Haar stem klonk meer soulful, korrelig, doorleefd en was minder hemels en breekbaar. De nieuwe plaat ‘The night before’ klinkt dromerig, krijgt kleur door strijkersarrangementen en neigt niet naar bombast; een ‘80s wave referentie is aanwezig en ze durven variëren met ‘60s gitaar rock’n’roll en een filmische spaghettiwestern klank! Meeslepend materiaal, dat een opbouwende groove en een hoger tempo aankon. De plaat pint zich vast aan ‘The magnificent tree’ en ‘Jackie Cane’.
Live kunnen we U ook geruststellen, duidelijk was dat de band met hun nieuwe zangeres op elkaar was ingespeeld … en kleine foutjes mogen er zijn op een tryout. Noémie is extraverter, liet in interviews al een zelfverzekerde indruk na en was hier haar zenuwen de baas. Ze was gekleed in een rood-zwart gestreepte trui, de schouders (lichtjes) ontbloot, felrode lippen en een indringende blik, net als op de plaat … Ze benadrukte nog wel eventjes de statische, coole opstelling van Geike aan de microfoon, in het midden van de band, maar had voldoende lef om het publiek in te nemen.
Het zeskoppige Hooverphonic gaf de nummers een gepast gevoelig, snedig en subtiel gitaarspel en een diepe bastune; de toetsen en synths zorgden voor het juiste tegenwicht. Op gang kwamen ze met het nieuwere werk, waarbij al vroeg de puike single en titelsong van de cd ‘The night before’ werd gespeeld; een goede aanzet trouwens om vertrouwen te winnen. “Club Montepulciano” en “2 wicky” waren de eerste oudjes, klonken ietwat anders met de jaren en Noémie zong ze met een diepere, vollere stem, minder hoog, indringend en dreigend. Ze bleven overeind! Na het poppy “Anger never dies”, ademde de combinatie “Identical twin” (intens, broeierig, spannend, bezwerend en gedragen door piano- stem), “Expedition impossible” (repetitief opbouwend) en “George’s café” (bepaald door het akoestische gitaargetokkel en viool), de sfeer van een bruine kroeg. Ook een soundtrackgevoel en beelden van spaghetti westerns borrelden op. Het sfeervol “Encoded love” werd meer & meer opwindend door de opbouwende groove.
Wat volgde, was een ‘best of’ in een ietwat gewijzigde versie met o.m. “The world is mine” en “Jackie Cane”, de ene met het herkenbare, bepalende baslijntje, de andere door  het treffend gitaargetokkel. Het podium kreeg een rode gloed op de classics “Mad about you” en “Sometimes”, vocaal meer doorleefd, maar die eigenlijk achterna gezien enkel door Geike maar kunnen huiveren en kippenvel bezorgen. Noémie was vindingrijk genoeg om het refrein van “Sometimes” zachtjes te laten meezingen en - neuriën door het publiek.
Na iets meer dan een uur werd de set besloten. Er was ruimte, veel ruimte om nog een resem songs voor te stellen. Ze wisselden de bekende “Eden” en “Vinegar & Salt” af met het avontuurlijke “Renaissance affair” van ‘Blue wonder power milk’, een schitterende donker onheilspellende sfeermaker door de repetitieve opbouw, die mooi uitgesponnen werd.
Tot slot speelden ze nog enkele ingetogen broeierige songs van ‘The night before’, “More” en “Danger zone”. “How can you sleep” stond eerst voor de ideale nachtzoen van Noémie, maar door het poppy en de krachtiger wordende aanpak, werden we wakker geschud, en tot slot overstelpt van zich afbijtende gitaren ... Een overtuigende afsluiter …

Hooverphonic heeft het verlies van Geike verteerd en komt zelf spontaner en losser voor de dag. Ondanks het feit dat er muzikaal niet echt veel verschilpunten zijn met vroeger, is toch een nieuw hoofdstuk aangesneden …

Neem gerust een kijkje naar de pics die werden genomen tijdens hun concert in de Ancienne Belgique, Brussel op 30 januari 2011

Organisatie: Muziekcentrum Dranouter (Festival Dranouter), Dranouter

Sheer Terror

Sheer Terror - onkruid vergaat niet! – ‘Ugly don’t die - exclusive European show’

Geschreven door

Het was meer dan 10 jaar geleden dat we Sheer Terror nog eens live aan het werk konden zien. Ondergetekende was namelijk getuige van het ‘allerlaatste optreden ooit’ – dixit Paul Bearer – in 1998 op het Dour festival. Bearer was toen de ‘vernieuwde, commerciële’ hardcore-scene zodanig beu dat hij zijn ontgoocheling niet onder stoelen of banken kon steken. Hij ventileerde toen zijn woede in een niet misverstane speech na het laatste nummer en ritste zijn ‘bulldog-bomberjack’, zei dat hij het definitief voor bekeken hield en met zijn typische ‘angry face’ gaf hij het publiek nog een laatste maal “The finger”, draaide zich om en was voorgoed weg. En hij meende het maar al te goed. Sheer Terror was niet meer.

In oktober 2004 besliste Sheer Terror om hun NY-fanbase, die nooit de kans kreeg om deftig afscheid te nemen, op 2 final farewellshows te trakteren in de legendarische CBGB’s club. Deze shows waren in een mum van tijd uitverkocht. Beelden van beide shows werden, samen met een documentaire, gebundeld in de ‘
Beaten By The Fists Of God DVD’ in 2005.
Toen de band met een volledig nieuwe bezetting (enkel zanger Bearer is de enige constante) na jaren afwezigheid in augustus 2010 zijn opwachting maakte op het jaarlijkse ‘This is Hardcore’-festival in the Starlight Ballroom in Philadelphia ging dit als een lopend vuurtje via de electronische snelweg de wereld rond. Menig hardcore-minded hart klopte enkele tellen sneller en speculaties over een nakende comeback vulden menig forum op het worldwide web.

Vorige zaterdag werd deze speculatie een feit en konden we getuige zijn van deze al geruime tijd aangekondigde comeback van de in 1984 opgerichte NY-hardcore pioniers. Organisator Heartbreaktunes wist de helden namelijk te strikken voor een éénmalige Europese show in een overvolle Trix in Antwerpen. ‘Die Hard’ fans van het eerste uur kwamen dan ook van heinde en verre om deze unieke kans niet aan zich voorbij te laten gaan. Het internationale publiek bestond naast een overgroot deel landgenoten uit Hollanders, Fransen, Duitsers, Engelsen, Scandinaviërs en last but not least een verdwaalde, dronken Pool. Kortom: een zootje ongeregeld.
Om 22h30 schalde het heroïsche “Also sprach Zarathustra” van Richard Strauss (cf. de openingsscene van “2001, A Space Odyssey “ van Stanley Kubrick) door de boxen. De vernieuwde line-up onder leiding van Reverend Paul Bearer kwam onder luid applaus het podium opgewandeld. Bearer, fles Scotch stevig geklemd in de hand, vroeg hoe het gesteld was met zijn talrijk opgekomen publiek. Hij kreeg enkel enthousiaste positieve bevestigingen. De laatste tonen van de klassieke intro waren nog niet uitgedeind of klassieker “Here to stay” werd op een wild en enthousiast publiek losgelaten, direct gevolgd door “I spoiler” (beide songs uit het ‘Just can’t hate enough’ album uit 1990).
Bearer (half mens – half bulldog) liet er geen gras over groeien en blafte gretig de hardcore lyrics in de gezichten op de eerste rij. Nu en dan duwde hij zijn mic in het gezicht van een ad random fan die de teksten uit volle borst meezong. Het voorste gedeelte van de zaal kolkte van bij de eerste tonen tot de laatste noot. Stagediven, crowdsurfen en lanterfanten in de moshpit waren schering en inslag.
Geruggesteund door een stevige ritmesectie en een gitarist met een ‘serial killer look’, raasde Bearer als een hondsdolle stier het podium af en aan. Ouder werk “Ashes, ashes”, “Walls” en “Twisting and Turning” werd afgewisseld met songs uit latere albums, “Love songs for the unloved’, “Don’t hate me ‘cause I’m beautiful” en “Bulldog”.
Brulboei Bearer zong zijn halsslagader bijna uit zijn vel en met een roodaangelopen hoofd om U tegen te zeggen, brieste hij zodanig dat een kennel pitbulls met de staart tussen hun poten (moesten ze al een staart hebben) de aftocht zouden blazen.
Dit in schril contrast met de ‘reverend’ Bearer tijdens de bindteksten tussen 2 nummers door. Daarin zag je de andere kant van de zanger, die hilarische one-liners op het publiek losliet. Hij bleek een ruwe bolster met een blanke pit, die gespeend van enige zelfkritiek (over de top narcisme) de lachers op zijn hand kreeg. Hij kan gerust een carrière als stand-up comedian ambiëren. Het enige nadeel was dat het concert hierdoor vaart miste (de bindteksten waren soms langer dan de songs zelf). Maar het publiek zag er geen graten in.
Na een groot uur stapten Bearer en co het af, maar dit was maar van korte duur, daar het publiek nog honger had naar meer. Het werd op zijn wenken bediend met nog een 3-tal kopstoten van jewelste: “Everything’s fine” (een cover van de legendarische Australische band The Saints), “Just can’t hate enough” en “Cup ‘O Joe”. Toen was het over en out.

Bearer beloofde spoedig terug te keren naar ons landje met nieuw werk en verdween dan definitief in de coulissen. Sheer Terror toonde (in tegenstelling tot de support acts) hoe een oldskool hardcore gig moet gebracht worden: eerlijk, rauw, beenhard, zonder compromissen en vooral met héél véél energie. We kunnen niet wachten tot er nieuw materiaal op ons losgelaten wordt!
Sheer Terror is terug springlevend of zoals ze het zelf aangeven: “Ugly don’t die”!

Organisatie: Heartbreaktunes i.s.m. Trix, Antwerpen

Buurman

Buurman – Omdat goede ‘buren’ belangrijk zijn

Geschreven door

Limburgers zijn sympathieke, warme, maar vooral ondernemende mensen. Hoe verklaar je anders dat de aardige, verre buren van Buurman bereid waren om helemaal tot in de andere hoek van het ‘land met de afgrond’ af te zakken voor een try-out concert. Ongetwijfeld zullen ook andere belangen hen gelokt hebben naar het verre Dranouter. Waren ze vorig jaar reeds de revelatie van het wereldbefaamde Folkfestival, in 2011 zal deze band van Geert Verdickt ongetwijfeld z’n plaats vinden op het grote podium. Volkomen terecht want deze try-out, als voorbereiding op de nieuwe theatertournee ‘Flou Artistiek’, was er eentje om in te kaderen en getuigde van een zeldzaam geziene klasse en amusement van eigen bodem.

Voor wie Buurman niet kent laat ik even weten dat deze band Nederlandstalige, vaak poëtische songs brengt. Het debuut ‘Rocky’ was vooral een mix van Chanson, Folk, Kleinkunst en lichtvoetige Fanfarepop. De band werd meer dan eens vergeleken met de broeders van Yevgueni. Buurman heeft echter veel meer in huis en laat op het tweede album ‘Mount Everest’ een veel breder en tegelijkertijd toegankelijker geluid horen. ‘Mount Everest’ is veel meer een popplaat geworden zonder het geluid van het debuut helemaal te verloochenen.

De bombastische opener van de nieuwe plaat “In Godsnaam” mocht ook deze try-out in gang schieten. Dat men nog steeds even trots is op de eerste plaat, liet men al vrij vroeg horen in “Rocky”, dat werd gespeeld met vriendschap en liefde voor hun trouwe broeder! Andere vroege hoogtepunten waren ongetwijfeld het filmische “Zweef” en het stevig rockende: “Omarm Mij”. “Bent U er nog? “, vroeg boegbeeld Verdickt naderhand aan het publiek, dat net ervoor van zijn stoel was geblazen. Een publiek dat zichtbaar genoot en de deskundigheid en klasse van de 5 Buurmannen van Geert naar waarde wist te schatten.
Zanger Geert zelf was ‘een beetje ziekskes’, maar gaf desondanks alles wat hij in zich had. Naast een brede waaier aan muzikale sferen en doorleefde emoties, was er ook ruimte voor het wat lichtere werk. Zo kwam de Buurman evergreen “Mooi Weer en Fruitsla” als een welgekomen zachte zomerse regenbui aan de Middellandse Zee. De set zat goed in elkaar en kwam tot een nieuw hoogtepunt toen het publiek actief deelnam aan een feestje met “Seks en Slechte Whisky”. In schril contrast stond deze ludieke publieksparticipatie met het intieme en melancholische “Tot De Zon Weer Voor U Schijnt”; met een breekbare Geert Verdickt aan de piano in een wondermooie ode aan zijn dochtertje.
Tot slot beklom men nog de “Mount Everest” en keerde men terug naar het beginpunt waar het voor de heren allemaal mee begon, de allereerste Buurman single “God, Ik en Marjon”.
Bissen kwam men met “Pruimelaar” en de nieuwe single en Vox hit (Radio 1) “Londen Stansted”. “Sommige Mensen”, geschreven door Lars Van Bambost, liet de kleine zaal nog een allerlaatste keer uit de bol gaan.

Buurman bewees met deze try-out (What’s in a name!....dit was echt wel een volwaardig concert!) klaar te zijn voor de grotere podia en theaters. Eind deze maand is er de aftrap van de nieuwe theatertournee in de Brusselse Ancienne Belgique. Ga ze zien want dit is de allerbeste Nederlandstalige band van het moment. Rocky, Annemie, Marjon en zelfs God…ze zullen er allemaal zijn.

Setlist: *In Godsnaam *Speling Van Het Zonlicht *Rocky *Alles In Zwart-Wit *Zweef *Omarm Mij *Mooi Weer En Fruitsla *Casablanca *Pas 18 *Rockster *Middellandse Zee *Seks En Slechte Whisky *Mount Everest *Tot De Zon Weer Voor U Schijnt *God, Ik En Marjon
*Pruimelaar *London Stansted *Sommige Mensen

Video Live Reports: (Videoplaylist Buurman @ Dranouter 2011: (Part 1 - Part 4)
http://www.youtube.com/view_play_list?p=CD16AFF52ECBFE3C

Photo Slide Show:
http://www.slide.com/r/RF5yIWZ_3D8ks8pmEk9NB1YSg2Wkauso?previous_view=lt_embedded_url

Organisatie: Muziekcentrum Dranouter, Dranouter

Hautekiet en De Leeuw

Hautekiet en De Leeuw: twee vrienden op drift

Geschreven door

Hollandse Halve Belgen, het is een diersoort die opvallend goed gedijt op Vlaamse bodem. De zeemzoeterige Beatles rip-off van Joost Zweegers, de lekkere gerechjes van Sergio Herman en de bokkesprongen van Jos Lansink zijn intussen genoegzaam bekend, maar onze favoriete HHB moet met ruime voorsprong toch wel Rick De Leeuw zijn. De voormalige frontman van de vrolijke (punk)rockbende Tröckener Kecks is niet echt sant in eigen land, maar lijkt vooral onder de Moerdijk opvallend veel vrienden te maken. Met één van zijn grootste boezemvrienden, radiopionier en Radio 1 baas Jan Hautekiet, vormt De Leeuw sinds 2004 trouwens een muzikaal gelegenheidsduo dat inmiddels aan haar derde theatershow bezig is.
Tijdens ‘Op Drift!’ gaat het onwaarschijnlijke duo dieper dan voorheen graven in de grote levensvragen, enkel gewapend met een reeks (vooral nieuwe) liedjes, gedichten en verhalen. Elke voorstelling die een ondertitel draagt als ‘Een work-out voor oog, oor, ziel en hart’ prikkelt onze nieuwsgierigheid, dus gaven wij acte de présence op één van de laatste voorstellingen van de ‘Op Drift!’ tournee die afgelopen vrijdag in de statige Brugse Stadsschouwburg halt hield.

Artiesten die vanaf de eerste seconde het publiek op het verkeerde been zetten, we lusten er wel pap van. Het was immers niet de rustige vastheid Hautekiet maar wel de hyperkinetische duivel-doet-al De Leeuw die bij aanvang plaats nam achter de zwarte vleugelpiano om een monotoon en  dreigend riedeltje in te zetten. Pas na enige tijd verscheen ook zijn Vlaamse kompaan voor de microfoon om droogjes een tekstfragment uit “De Koning Der Nederlanden” te debiteren. De rollen werden echter al vlug omgedraaid. Hautekiet heroverde zijn vertrouwd zitje achter de piano, en met bevlogen versies van “Deze Oude Wereld” en “Zoek Niet Langer” trok De Leeuw de set op gang. Net wanneer het publiek denkt een knus avondje kleinkunst voor de boeg te hebben gaat de voorstelling plots een andere kant op. De Leeuw gaat rustig zitten en bevestigt zijn reputatie van meesterlijke verteller tijdens “De Koning en De Dood”, een hedendaags sprookje over de tweestrijd tussen de wil om te leven en de onontkoombare dood. Hautekiet duikt ondertussen in de klankkast van zijn piano en mishandelt er de snaren totdat er een grillige soundtrack bij het verhaal wordt tevoorschijn getoverd. Een eerste hoogtepunt noemen we zoiets.
Tijdens “Dit Is Echt” draaft een overdreven molenwiekende De Leeuw over het podium, en Hautekiet grijpt dit moment meesterlijk aan om zijn Hollandse ‘vriend’ een lesje in zelfrelativering aan te smeren. De Radio 1 baas gaat er weliswaar prat op om geen namen te noemen, maar zijn ironische uithalen naar egotrippende rocksterren zonder inhoud zijn heerlijk precies op het lijf van De Leeuw geschreven. De rijzige Hollander met Vlaamse voorliefde gaat eerst prompt in de tegenaanval, maar laat vervolgens zijn sympathie voor Hautekiet blijken door een vers uitgeschonken Duvel op diens piano neer te planten. Stilaan wordt ook duidelijk waarom de voorstelling nu eigenlijk ‘Op Drift!’ heet. Met dit soort driftige sketches herdefiniëren de twee heren meteen ook het begrip ‘vriendschap’: grondig van mening verschillen en soms discussiëren tot je er bij neervalt, maar op het eind van de dag ga je toch steeds met een handdruk of een knuffel uit elkaar.
De sfeer wordt andermaal omgegooid met een liefdesliedje uit, jawel, de Tröckener Kecks catalogus. Ontdaan van alle studiofranjes klinkt “Ik Denk Nooit Meer Aan Jou” uit het afscheidsalbum ‘TK’ (2000) raker dan ooit. Alweer een hoogtepunt, maar dan verpakt in kippenvel.
Het geamuseerde publiek geniet met volle teugen, ook wanneer Hautekiet na een nieuwe anekdotische woordenwisseling met een Duvel in de hand eerst het podium en tenslotte ook de zaal verlaat. Na een reeks smeekbedes verklaart een te trotse De Leeuw dat niet hij maar iemand uit het publiek de pianist dan maar moet terughalen. Of ene Carla wel of niet deel uitmaakte van het complot laten we hier even in het midden, feit is wel dat deze enthousiaste toeschouwer Hautekiet terug de zaal instuurde voor een zinderende finale. Deze wordt ingezet met vrije interpretaties van Bob Dylan’s “Like A Rolling Stone” en Léo Ferré’s “Thank You Satan”, en als klap op de vuurpijl een magistrale vertaling van “Venus In Furs”. Hautekiet en De Leeuw, even in de huid van het onderkoelde Velvet Underground duo Cale en Reed, deden dit onvolprezen stukje muziekgeschiedenis alle eer aan. Al hoorde je die niet echt, toch bleef de laatste noot ervan nog nazinderen toen de heren het podium inmiddels al hadden verlaten.
Voor de verplichte encore hadden we stiekem gehoopt op de moderne kleinkunst klassieker “Het Leven Is Nog Nooit Zo Mooi Geweest”, maar toen de keuze uiteindelijk op “Wat Telt Is De Liefde” viel konden we daar wel mee leven.
Met het finale “Mijn Vriend” en een klapzoen van Hautekiet aan De Leeuw werd de vriendschap tussen de integere intellectueel en de punkpoëet met piekhaar op passende wijze beklonken.

En zoals het goede vrienden past vervolgen beide heren binnenkort terug hun eigen weg, maar wanneer ze elkaars pad straks opnieuw kruisen komt daar gegarandeerd terug heerlijke muzikale hommeles van. Laat maar komen dus die volgende theatertournee!

Ohja "In geen tijden zo genoten als vandaag" (Uit "Een Dag Zo Mooi" van Tröckener Kecks)

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge, Brugge

Rockhal Luxemburg: events

Geschreven door

Nieuw
27-04-2011 – Hooverphonic
05-05-2011 – La Fouine
18-06-2011 – Flogging Molly

Concerten
13-01-2011 THE CHEMICAL BROTHERS
26-02-2011 MAROON 5
26-03-2011 CAMELIA JORDANA
01-04-2011 WITHIN TEMPTATION
21-05-2011 RAPHAEL

Rockhal Luxembourg – Luxemburg Esch Alzette
Info http://www.rockhal.lu

The Courteeners

Falcon

Geschreven door

Het Britse Courteeners uit Manchester leunt toch wel erg nauw aan de ‘90s Britpop van The Stone Roses, Wedding Present en James en later van Oasis, Pulp en Supergrass. En heeft The Smiths en Morrissey als voornaamste idool en inspiratiebron. Ze zijn toe aan de tweede cd, ‘Falcon’ volgt ‘St Jude’ van 2008 op.
Ze spelen toegankelijke, melodieuze en sfeervolle pop, met een folky ondertoon, soms ondersteund van orkestraties, o.m. op “Take over the world”, “Cross my heart & hope to fly” en “You overdid it doll”. Soberder gaan ze dan te werk op “The rest of the world”, “Cameo brooch” en “Last of ladies”. Pakkend werk dus!
Maar ze blijven niet hangen binnen dit concept en kunnen forser, harder en directer klinken, waaronder “The opener” en de extra tracks op de bonus.
In eigen land zijn ze al redelijk populair. Over de plas moet het vuur nog aangewakkerd worden!

She & Him

Volume Two

Geschreven door

Een zomerzonnetje schuilt achter de tweede plaat van sing/songwriter M Ward (uit Portland) en actrice Zooey Deschanel (uit LA). De veelzijdige artiest, die we kennen van z’n solowerk en met Monsters Of Folk (remember de afwisselende sound van rock, pop, blues, country, folk en retropop), stelt zich gedienstig op als begeleider van de filmster, die ook een zangcarrière nastreeft.
M Ward is de steunpilaar in de songs en laat z’n gitaar alle kanten opgaan, eenvoudig, sober, maar doeltreffend door het gitaargetokkel & de bijhorende slides of steelpedal; hij siert de songs ook van bezwerende pop, retro en psychedelica deuntjes. En zij zweeft vocaal over de nummers heen! Kortom, we horen lichtvoetige ingetogen, dromerige, sfeervolle en uptempo pop & countryliedjes in allerlei standjes en variaties.
Manlief Ben Gibbard (spil van Death cab for cutie) is arrangeur en stond in voor de productie.
Het duo haalt de mosterd bij de Beach Boys, The Carpenters, The Mama’s & Papa’s en plaatst dames als Nancy Sinatra en Dolly Parton op een voetstuk.
Het is echt leuk luisteren naar deze relaxte midsummersongs, zoals “Thieves”, “In the sun”, “Lingering still” als “Me & you”, “I’m gonna make it better” en de cover “Gonna get along without you now” (van o.m. Skeeter Davis) …
Een lentegevoel borrelt op. “Brand new shoes” en “If you can’t sleep” zijn uitermate sober, bieden een vleugje gospel en begeleiden ons naar ons bedje … Mooi om zo de nacht in te gaan!

Crystal Castles

Crystal Castles

Geschreven door

Het Canadese Crystal Castles, Ethan Kath en Alice Glass (beetje Karen O Yeah Yeah Yeahs lookalike), uit Toronto, klieft het muzieklandschap middendoor met hun genadeloze, tot murw geslagen, loeiharde electroclash, noise en hardcore. De synths worden aangevuld met strakke, trashy vervormde en overstuurde bleeps wat hen richting Atari Teenage Riot, Alec Empire, T. Raumschmiere en Otto Von Schirach brengt.
Vooral het begin van de tweede cd overdondert met “Fainting spells”, “Celestica”, “Doe deer”, “Baptism” en “Year of the silence”. We krijgen dan wat meer ademruimte door bezwerende, dromerige trance, punkfunk, ‘80’s wavepop en kitschpop, o.m. van nummers als “Empathy”, “Suffocation” en “Violent dreams”. De genadeslag dienen ze toe op afsluiters “Intimate” en “I am made of chalk”. “Not in love”, op single met Robert Smith van The Cure,  is een eerbetoon aan de man, en overtuigt door de brede elektronicalaag in die wavepop.
Het Canadese duo probeert, twee jaar na hun debuut, een bredere elektrosound voor te schotelen. Ze kwamen met hun experimenteel elektronische muziek in de belangstelling door Atari computerspelletjes te linken aan jaren ’80 samples.
Live wordt die elektronica wereld omgebouwd, en worden we letterlijk meegezogen in een electro ‘onder’wereld van pompende, zuigende beats, overstuurde electro en bleeps, gekrijs, gegil, gemurmel, onverstaanbaar geroep, screamo’s en een smachtende, kreunende en zuchtende zang van de hyperkinetische Alice, die vocaal leunt aan Rolo Tomassi.
Een elektronische mallemolen dus door de salvo’s, het gefreak en de screamo’s. Computergestoord, messcherp, bonkend, swingend en dansbaar! Met bokshandschoenen aan te pakken dus, me dunkt …

Kiki Dee

Carmelo Luggeri en Kiki Dee, sluitstuk van geslaagde opendeurdag

Geschreven door

Zondag 16 januari was een speciale dag voor de Oostendenaars die door het stadsbestuur getrakteerd werden op een schitterende nieuwjaarsreceptie met muzikale omlijsting, gevolgd door een unieke rondleiding doorheen het Kursaal.Tevens konden zij die wilden, voor een prikje genieten van het Kiki Dee concert, dat plaats vond in de prachtige Delvaux-zaal van het complex.

De Engelse zangeres Kiki Dee (echte naam Pauline Matthews) heeft tijdens haar leven al heel wat watertjes doorzwommen. Haar eerste single (“Why don’t I run always from you”) werd duchtig door de toenmalige zeezenders ( Radio London, Radio Caroline, ...) gedraaid. In 1970 tekende zij als eerste blanke Britse zangeres bij Tamla Motown en haalde bij het Rare Earth-sublabel een Amerikaanse hit met “Love makes the world go round”.
Na aan talloze BBC-sessies te hebben meegewerkt, tekende zij bij Elton John’s ‘Rocket’- label, en meteen bekwam zij een hit met de vertaling van “Amoureuse” van Véronique Sanson. Een successenreeks kwam op gang met “How glad I am” en het over heel de wereld gecoverde “I’ve got the music in me”. Haar grootste hit bekwam zij echter in 1976, toen zij met Elton John het duet “Don’t go breaking my heart” opnam, dat zowel in de States als in Europa nagenoeg overal op nummer één kwam te staan. Daarna werd het kalm rond haar. De laatste jaren verdeelt zij haar tijd door deel te nemen aan allerlei BBC-programma’s en te touren met haar geliefde gitarist-begeleider Carmelo Luggeri en haar vriendin Annabel Lamb.
Wie naar dit optreden kwam met de bedoeling een soort “Greatest Hits”-show mee te maken van een nostalgisch pop-ensemble, was er aan voor de moeite. Immers is het trio Lugerri – Dee – Lamb te catalogeren onder ‘unplugged’, of eerder : vocaal-akoestisch met Aziatisch-Oosterse invloeden.
De hele show is immers opgebouwd rond instrumentalist Luggeri, die qua stijl het midden houdt tussen Michael Chapman en Charles Brutus McClay. Hij beschikt over een batterij aan snaarinstrumenten van diverse oorsprong die, perfect getuned, de begeleiding vormen voor de keurig afgelijnde driestemmigheid van het trio. Zangeres Kiki Dee bleef eerder op de achtergrond, en haar vroegere hits die werden ten gehore gebracht, ondergingen sterk gewijzigde arrangementen, welke steeds de kundigheid van de instrumentale begeleider moesten accentueren. Annabel Lamb, die ooit een U.K.-hit had met een cover van het Doors-nummer “Riders on the storm”, moest enkel het geheel met haar stemgeluid komen verfraaien, wat zij uitstekend deed. Ten andere kenden wij Annabel Lamb reeds jaren van haar uitstekende cover van Lou Reed’s “Sweet Jane” op haar album ‘Brides’.
Het optreden begon met de Tom Petty song “Learning to fly”, waarbij meteen de toon van de avond gezet werd. Er weze opgemerkt dat de eerder sjofele outfit van de artiesten (Kiki Dee droeg b.v. gewone jeans) redelijk contrasteerde met de luxueuze aankleding van de zaal en het feestelijk uitgedoste publiek. Met de komst van de hippie-achtige Annabel Lamb, die vanaf het tweede nummer, “Everybody falls”, het podium vervoegde, werd de sfeer enigszins “sixties”. Kaarslicht was er al (in het VIP-gedeelte), en alleen de geur van patchouli en brandende wierookstokjes ontbraken nog om het back-in-time gevoel compleet te maken. De vertraagde, akoestische versie van “Don’t go breaking my heart” verraste het publiek enigszins, en de spichtige Kiki glansde even bij het hartelijk herkenningsapplaus. “Salty water” (uit de CD ‘Where rivers meet’) klonk heel bekend in de oren, om gevolgd te worden door twee nieuwe nummers, nl. “Curve to your heart” en “Soulman”. De Kate Bush song “Running up that hill” werd opgevolgd door het totaal nieuwe “Sweeter rain”.
Met de 1973-hit “Amoureuse”, werd het tweede deel van het optreden stijlvol ingezet, en de gimmick om even een ‘slowtje’ te wagen met één van de VIP’s tijdens de Leonard Cohen-compositie “Dance me to the end of love”, werd met stevig applaus beloond.
Uit de CD ‘Where rivers meet’, hoorden we verder “Amen and goodbye” en het prachtig vertolkte “Under the night sky” . Interessant was hoe Luggeri demonstreerde hoe hij het ‘tempura’-geluid tijdens de songs deed weerklinken. Het bleek eerder op minidisc te zijn opgenomen. “A very good year”, dat we kennen van onder andere Frank Sinatra, werd goed onthaald, om over te gaan in het subtiele “Till we meet again”, dat even deed denken aan de betreurde Nick Drake. “Forward motion”, een bonzend nummer, met schier eindeloze gitaarimprovisaties en een sterk slot, deed de aanwezigen opveren en was de aanzet tot Kiki Dee’s meest gecoverde wapenfeit “I’ve got the Music in me”, het enige nummer waar gitarist Carmelo Luggeri zich in vergaloppeerde (kon moeilijk het versnellend ritme wegens het meeklappend publiek bijhouden). Met “How can you mend a broken heart” (de bekende Bee Gees-ballade) en “Truelove ways” werd het optreden uiteindelijk besloten.

Wij waren gecharmeerd door het aanhoren van Kiki Dee (haar uiterlijk en stem zijn in de loop der jaren nauwelijks veranderd), en aangenaam verrast door het plotse opdagen van Annabel Lamb. Carmelo Luggeri heeft zijn succes te danken aan ‘anker’ Kiki Dee, die er alles aan doet om hem zoveel als mogelijk de voorgrond in te laten nemen.
Zijn stijl is gedateerd, maar zijn bekwaamheid bovenmaats, en het exclusieve kader van de Delvaux-zaal, met haar uitstekende klanktechnische eigenschappen, maakte samen met de professionaliteit van de aanwezige P.A.-lui, dat dit, kwalitatief gesproken, een avond was om niet licht te vergeten.

Setlist :
Deel 1. Learning to fly/First picture – Everybody Falls – Don’t go breaking my heart – Nobody’s child – Salty water – Curve to your heart – Soulman – Running up that hill – Sweeter rain
Deel 2. Amoureuse - Dance me to the end – Amen and goodbye – Under the night sky – Very good year – Meet again – Forward motion – (I’ve got the) Music in me
Encores : How can you mend a broken heart – Truelove ways

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

I Like Trains (iLiKETRAiNS)

ILikeTrains - donkere melodiuze melancholie met een vrolijk randje

Geschreven door

Het Britse ILikeTrains uit Leeds maakte het ons wat makkelijker met de schrijfwijze van de groepsnaam. Muzikaal zijn hun spoorstellen gesmeerd met een nieuwe cd ‘He who saw the deep’, de tweede volwaardige cd van het kwartet, aangevuld met een los/vast lid.
Een goede drie jaar terug waren ze ook in de Bota Rotonde te zien; de mistroostige, droevige en donker bezwerende wavepostrock werd ondersteund van zwart-wit projecties van tragedies en rampverhalen.

Vanavond telde de muziek en kwam de klemtoon op de recente cd. Eerder al hadden ze zich voorbereid als ‘tourmate’ van Editors. De songs zijn toegankelijker en directer en leunen eerder aan bij The National, White Lies en hun soulmate Editors; in dit kader kun je natuurlijk niet omheen Nick Cave en Joy Division. De postrock van Godspeed (met een knipoog naar hun optreden vanavond in het KC, Brussel), Explosions in the sky, Oceansize en Sigur Ros klinken minder door.
Fascineren doen ze echter nog steeds met hun opbouwende, meeslepende en zweverig golvende sound, minder gitzwart, maar dromerig en kortstondig vrolijk; verzorgde, uitgewerkte en aanzwellende soms galmende gitaarlijnen – riedels, treffende percussie en sombere toetsen bepalen de toon. De songs worden gedragen door de baritonzang en uptempo klaagzang van David Martin, kenmerkend voor dit geluid.
De locomotief kwam traag op gang, kon log klinken of sloeg wel eens op hol, een beetje als in de film ‘Unstoppable’. De paar oudjes “A rookhouse for Bobby”, “Voice of reason” en “Terra nova” zaten mooi verdeeld in de set en overtuigden door de repetitieve opbouw, de aanzwellende partijen, de explosies en stevenden af naar een krachtige finale.
De voortkabbelende ritmes en het emotievol, somber gitaargetokkel in een gevat en gepast bedwelmend wavepop kleedje zorgden ervoor dat de band in close harmonie was! Opener “Sirens”,” Progress is a snake” en “Victress” werden hier perfect in ondergebracht en waanden ons door het ritme, de melodie en de passende tekstinvulling van “Sailors”, “Ships” en “Oceans”, op een klotsende Noordzee en niet meer bij de Nmbs. De songs prikkelden en woordjes als luchtigheid, opwindend en vrolijkheid waren niet meer verboden binnen de dramatiek van de band.
ILikeTrains werd sterk onthaald en kreeg nog meer lof op de directe, meer levendige songs “We were kings”, “We saw the deep” en “A father’s son” die een hoogtepunt vormde. Het trage “Hope is not enough” sierde door de toegevoegde troms en de puike samenzang. “These feet of Clay” leunde het dichtst aan bij het invloedrijke Joy Division. “Divorce before marriage” was dan te situeren binnen de gekende stijl van de donkere melancholie. De single “Sea of regrets”, die de nieuwe cd vooraf ging, had eerst dezelfde weemoed als klankkleur, bouwde op en klonk gaandeweg steviger en forser. De prachtsong sloot na een goed uur de set af.
Ze hadden nog twee songs ‘for this special occasion’, want in het pittoreske zaaltje komen ze graag, heel erg graag! Ze bedankten uitgebreid hun publiek en speelden het kwetsbare, trieste, ingehouden “Stainless steel” en een broeierig, uitgesponnen versie van “Spencer Perceval”, die krachtig was naar het eind toe en de trein deed ontsporen door gierende en galmende gitaren en pedaaleffects.

‘Dark music for happy people’ mompelden ze al eens, een motto dat we duidelijk kunnen onderstrepen met de huidige songkeuze. Live stond de band er en won alvast vele zieltjes. Een volgepakte Rotonde genoot van de postrockende wave.

Net als bij de vorige tour van ILikeTrains trad het Francophone Cecilia:Eyes op als support. Hun postrock kruidden ze met de doom en drone van Sunn O))), Isis en Earth. De sfeervolle, logge en slepende gitaarlijnen (met 4 heren op één rij!) werden secuur opgebouwd, kabbelden rustig voort en konden exploderen. Cecelia:Eyes klonk filmisch, dromerig, rauw en expressief!

Organisatie: Botanique, Brussel

Jazzman Gerald

Dyn-o-mite avond - Jazzman Gerald

Geschreven door

Met het nieuwe jaar zijn we ook weer toe aan een reeks Dyn-O-mite-avonden met dit keer Britse soulgoeroe Jazzman Gerald die de White Cat plaatjesgewijs op stelten kwam zetten. De keuze voor de kelder in de buurt van het Patershol is qua sfeer zeker een geslaagde keuze (eerste keer dat ik de echte Witte Kat ook gezien heb, zo’n parafernalia maken je avond), maar als dansavond bleek het in de loop van de avond toch wat te vol te lopen, tot op zelfs het claustrofobische af. Beetje te veel succes.

Nu goed, best wel een leuke sfeer, maar het overgrote deel van het publiek leek niet echt speciaal voor de muziek te zijn gekomen. Er werd veel gebabbeld en op zijn hoogst wat met heupen of ook wel hoofden mee gedeind. Je zag af en toe al dan niet gewild benen, bekkens bewegen.
Afgaande op de mans website hoort hij zo’n beetje bij de soulboys, en dan vraag ik me altijd af wat die veteranen meegemaakt hebben en hoeveel daarvan dan echt beter was dan wat ze er zich over voorgesteld hebben dat het ooit ergens wel geweest is. De Britten hebben altijd al wel de neiging gehad platen- en stijlfetisjisme ver door te voeren en dat heeft wel degelijk zijn voor- en ook wel eens wat nadelen.
Nadeel dreigt altijd te zijn dat ze in het getto blijven, en dat mag dan wel best wat street credibility opleveren, maar stijlgewijs blijkt het wel eens een doodlopend straatje.
We hoorden de hele avond nogal pure soul, waar je op hoorde te dansen, wat te weinig gebeurde en waar toch jammer genoeg het echte diepe gevoel van noem het dan inderdaad gekwetste ziel ontbrak. Er waren te weinig nummers die er in slaagden uit de groove te ontsnappen.
Ik zit persoonlijk niet echt te wachten op anderhalve minuut Rock Steady of een droge soulversie van Purple Haze die gevaarlijk dicht bij easy listening aan leunde. Ok, er was James Brown, maar niet eens “Funky Drummer” of “There Was a Time”, om maar wat te noemen.
Het was goede dansbare soul, maar waar waren de diva’s en waar was de schrijnende liefde die uitgedreven moet worden? Er werd naar mijn gevoel te weinig buiten de lijntjes gekleurd en dan had je het gevoel dat je op zo’n Northern Soul-night beland was waar je alleen maar platen van vóór 1970 mag draaien. Zo’n concept werkt alleen maar met een publiek van echte soulboys die op hun hoofd dansen en breakdancen tot ze er spierscheuren en zo van oplopen, gasten dus die van hun lievelingsnummers het schuim op de lippen krijgen en de teksten woord voor woord al is het maar inwendig mee zingen. Zo ongeveer zou je je het ongeveer kunnen voorstellen.

Naar mijn gevoel is de scene in België, laat staan Gent daarvoor wat te klein. Eigenlijk was het muzikaal en qua sfeer best wel een geslaagde avond, maar dan hoop je altijd op een moment van magie dat je moet grijpen en dat was er dan weer niet, en dan zou je toch willen weten of dat had gekund en hoe belangrijk dat dan was gebleken. Maar in ieder geval blijft een zeer waardevol initiatief om soul en funk meer onder de aandacht, en muzikaal was het best wel goed, maar als feestje pakte ze saus niet helemaal.

Organisatie: Democrazy, Gent

Channel Zero

Channel Zero – Back in the AB

Geschreven door

We schrijven januari 2010. Na 13 jaar afwezigheid liet de Belgische metaltrots Channel Zero de AB 6 keer vol lopen voor wat een eenmalig heroptreden zou worden. Daarna deden ze zowat elk zomerfestival op de grondvesten daveren. Nu een jaar later kondigen ze de opname van een nieuw album aan, want Channel Zero is meer dan terug en heeft er zin in. Opwarmen voor de opnames doen ze met  een – weliswaar kleinere – reeks concerten in de AB in Brussel.

Deze AB was gezellig volgelopen met rock- en metalvolk van alle leeftijden. Zelf zochten we plaats nabij de p.a., waar we terloops vernamen dat het openingsnummer toonaangevend zou zijn voor het hele optreden. Niet veel later klonk de industrialgetinte intro van “Suck my Energy” door de boxen, gevolgd door het nummer zelf. Een geweldige start van Channel Zero, wat de AB meer dan apprecieerde.
Ze gingen op dat zelfde elan verder met gekende songs als “Unsafe”, “Heroin”, “Lonely” en “Bad To The Bone”. Daarbij viel sterk op dat Mikey Doling het gekapte gitaarwerk, typerend voor zijn ex-band Soulfly, heeft gewisseld voor eerder vloeiende riffs die beter bij de Channel Zero sound passen. Ook de zang van Franky De Smet-Van Damme zat beter dan in 2010, wat sterk opviel op de meezinger “Help”.
Toen vonden ze het tijd dat het publiek kon kennismaken met werk voor op het nieuwe album. Daarbij werd Channel Zero bijgestaan door een extra gitarist die Franky aankondigde als ‘Dirty Jerry’ van Noise Factory (Records?). De nieuwe nummers, waaronder “Hot Summer”, klinken hard en het publiek zag er wel graten in. Daarna ging Channel Zero hard verder met ondermeer “Misery”, “Run with the Torch” en “Fools Parade”, ondertussen bijgestaan door een lichshow (met pastelkleuren wat je niet verwacht op een metalshow) en een spectaculair lichtscherm.
Channel Zero nam dan een kleine pauze, maar liet het publiek niet te lang wachten. Het kreeg zelfs een leuke verrassing, want de band walste de zaal plat met het zalige “Walk” van Pantera, bijgestaan door gitarist Phil Demmel van Machine Head. Zowat de hele zaal ging uit zijn dak, terwijl het lichtscherm foto’s projecteerde als aandenken aan Dimebag Darrell. Het bleef er niet bij, want Franky haalde er ook keyboardspeelster Martha Peterson bij van Bleeding Through. Zij speelde heftig mee op een nieuw nummer “In The City”. Jammer dat de keyboards er nauwelijks hoorbaar in gemixt waren. En dat was misschien wel het enige storende element tijdens dit optreden, de sound was niet zoals we in de AB gewoon zijn. Te vaak verdwenen instrumenten op de achtergrond in een geluidsbrij.
Hierna volgde alweer een korte pauze. Maar het publiek bleef “we want more” schreeuwen en Channel Zero beantwoordde dat met “Black Fuel”, gevolgd door een alles verpletterend “Raining Blood” van Slayer.

Een jaar na hun terugkeer staat Channel Zero er sterker dan ooit en opgeladen om de studio in te trekken. We verwachten dan ook een sterk album en een reeks nieuwe concerten. Gaan we voor 7 keer een uitverkochte AB?

Organisaie: Ancienne Belgique, Brussel

Godspeed You ! Black Emperor

Godspeed You Black Emperor – heerlijke muziek mijlenver weg van alle hitparade

Geschreven door

Het minste wat je kan zeggen van het Canadese GYBE is dat het een ongewone en eigenzinnige cultband is. De groep heeft nog maar een drietal platen op hun actief (nevenprojecten even buiten beschouwing gelaten), allemaal instrumentale en weinig hapklare brokken met dikwijls onuitspreekbare album- en songtitels en met nummers die zonder veel moeite de 20 minuten grens overschrijden. Niet gemaakt voor de radio, dus. Maar wel voor de geoefende oren van een schare selectieve muziekfans. Genoeg fans trouwens om het Koninklijk Circus te vullen, en dat is merkwaardig voor een band die nooit in de media komt en die als de dood is voor elke vorm van commercialiteit.

Net voor de set van GYBE wordt in de zaal een eentonige drone door de boxen gewurmd die na een klein half uur door de band langzaamaan wordt omgebouwd tot een soort van introgenaamd “Hope drone”. Op het scherm achter de band wordt voorturend het woord ‘Hope’ geprojecteerd, terwijl in alle tegenstrijdigheid de groep eigenlijk een apocalyptisch geluid voortbrengt die eerder onheil dan hoop voorspelt.
Daarna begint GYBE aan hun laat ons zeggen reguliere set van maar liefst twee en een half uur met amper acht songs. Heerlijk verstilde momenten worden omgezet in soms bijtende noise, van zacht naar hard en weer terug. Het meer dan indrukwekkende geluid wordt gecreëerd door 3 gitaristen, 2 drummers, 2 bassisten en een violiste. Het bij momenten ijzig stille publiek ondergaat de lange trip en geniet van de beklemmende en bloedmooie introverte stukken afgewisseld met splijtende uitbarstingen. De sound is van een ongehoorde pracht en zorgt voor tamelijk wat extatische momenten. Nogal wat adembenemend nieuw werk wordt vanavond gespeeld, wat ons doet hopen dat daar nu toch wel eens een nieuwe plaat moet van komen, want het is toch alweer jaren geleden dat het hemels mooie ‘Yanqui U.XO’ aan de wereld werd toevertrouwd.
Het wordt wel eens post-rock genoemd, een term waarbij we soms niet weten wat we er ons moeten bij voorstellen want ook voor geestesgenoten als Mogwai en Explosions In The Sky lijkt dit vakje ons te beperkt.
Voor ons speelt GYBE gewoon heerlijk tegendraadse, eigenzinnige en vaak onaards mooie muziek ver weg van hitparades en blitse muziekzenders. En dat mag en moet ook zo blijven.
Genieten, dat is het.
En kom nu maar op met die nieuwe plaat.

Binnen enkele weken doen ze dit uitmuntende staaltje nog eens over in de 4AD in Diksmuide, maar u zal de organisatoren moeten omkopen wil u er nog bij zijn, want het concert is al maanden uitverkocht.

Organisatie: Botanique, Brussel

Dionne Warwick

Dionne Warwick zingt haar grootste hits

Geschreven door

Sedert 1963 rijgt Dionne Warwick de hits aan elkaar. Haar prachtige alt schitterde in de songs van het beroemde componistenduo Bacharach en David. In de sixties was iedere nieuwe song van Dionne een aangename verrassing. Haar repertoire was geen gospel, geen jazz, geen blues, geen soul, maar een aangenaam mengsel van al die stijlen.
Ze werd ouder in stijl: de nu zeventigjarige dame, die in het Kursaal in Oostende op het podium stond,  straalde enorm veel ervaring en levenswijsheid uit.

Vijf begeleiders zetten een perfecte set neer: enkel rasmuzikanten en echte vaklui horen thuis op het podium met Dionne Warwick.
Een basgitarist, percussionist, drummer en maar liefst 2 keyboardspelers werden strak geleid door een autoritaire tante, die prachtig piano speelde.
De diva kwam het podium op in jeans om een prachtige, mooie, fantastische man aan te kondigen. Iemand die voor altijd haar hart gestolen heeft, vertelde ze: haar zoon David Elliot.
En inderdaad: de bijna volledig in het wit geklede David ziet er uit als de ideale schoonzoon. Hij zong een drietal nummers om de zaal op te warmen. Daarbij was hij niet altijd even toonvast en zijn doorzichtige trucjes om het publiek op zijn hand te krijgen werden probleemloos geslikt door een zeer volgzaam publiek.
Maar toen kwam Dionne, die ondertussen omgekleed was, stijlvol het podium opgestapt.
Wat volgde was een opeenvolging van de bekende hits in een soms iets anders kleedje. Ze zong soms alleen, soms samen met zoon David.
Een greep uit de titels: “Walk on by”, “Anyone who had a heart”, “I’ll never fall in love again”, “Message to Michael”, “This girl’s in love with you”, “I say a little prayer”, “Alfie”. Bij haar recentste hit “Heartbreaker” (uit 1982) liet zij het publiek mee zingen. Het duurde even voor dit goed wou lukken, maar uiteindelijk bezweek zowat iedereen voor het vriendelijke verzoek van de lieve dame en zong ongegeneerd mee.
Toen kwam een Braziliaans uitstapje met o.a. nummers van Antônio Carlos Jobim.
Allemaal zeer relaxed.
Een nieuwe lading hits volgde. “Do you know the way to San Jose?”, “I’ll never love this way again”, “What the world needs now” en “That’s what friends are for” besloten dit gezapig voortkabbelende concert.
Al bij al duurde dit concert niet lang genoeg (zeker als je er rekening mee houdt dat niemand gekomen was voor drie solonummers van David Elliot). Voor mij speelde Warwick hier wat te veel op veilig: overwegend grote hits in een tamme uitvoering, een garantie voor succes. Haar begeleidingsband speelde vlekkeloos, zijzelf zong heel behoorlijk.

Alle ingrediënten dus voor een geslaagd concert. En dat was het ook. Maar toch liet het mij wat onvoldaan achter: het concert raakte mij nooit echt: het was té geprogrammeerd, té voorspelbaar, té vrijblijvend. En ik was niet de enige die er zo over dacht …

Organisatie: Kursaal Oostende

Natalia meets Anastacia

Natalia meets Anastacia: Muzikaal spektakelstuk

Geschreven door

Natalia staat samen met Anastacia in het Sportpaleis op de derde editie van 'Natalia meets'! Na geslaagde concertreeksen met The Pointer Sisters en En Vogue ft. Shaggy is het nu de beurt aan Anastacia.
De twee straffe madammen brengen er hun eigen hits én vertolken die  van elkaar. Maar liefst zes concerten geven de diva’s in het Sportpaleis.

Er was over de show goed nagedacht. Natalia kwam uit de lucht aangezweefd en Anastacia verrees op het podium. Het decor met een videoscherm dat tot het dak reikte en een honderd meter lange catwalk zag er indrukwekkend uit.
Anastacia is klein van gestalte maar wat een stem en wat een uitstraling. Samen met Natalia op het podium zorgde dit voor een spetterend concert en muzikaal vuurwerk. En dat vuurwerk kreeg het publiek tijdens een fantastisch concert waarbij de ene hit na de andere de revue passeerde. "Drop a little", "Feeling", "I Want you back", "Riding by", "I’ve only begun to fight" en "Higher than the sun" waren maar enkele van de hits die Natalia al dan niet samen zong.
Maar ook hits van Anastacia ontbraken niet. "Paid my dues", "I’m outta love", "Sick and tired", "Left outside alone" waren maar enkele van de toppers van de Amerikaanse zangeres die in tegenstelling tot The Pointer Sisters en En Vogue helemaal geen autocue nodig had en zelfs alle teksten van Natalia uit het hoofd had geleerd. Het zegt nog maar eens hoe professioneel deze zangeres is.
Ondertussen stal Natalia de show tijdens dit concert. De Kempische zangeres zorgde ervoor dat de ruim 13.500 mensen in de zaal niet al te veel aan hun stoel gehad hebben. Meer dan eens sprong iedereen recht om mee te zingen en mee te dansen. Amusement ten top. Niet alleen van de zangeres maar ook van de dansers op het podium, aangevuld door een mooie lichtshow.
Bij "Still with me" dacht Natalia aan haar onlangs overleden vader maar tijdens de show repte ze er met geen woord over. Begrijpelijk want ze zou haar tranen niet hebben kunnen bedwingen. Anastacia pinkte op de grote catwalk ook een traantje weg en beide zangeressen deden dat op de persconferentie na het concert nog eens over. Anastacia was ontroerd en dankbaar dat ze de kans kreeg om met Natalia te zingen. De zangeres had enkele jaren geleden borstkanker maar overwon deze. Natalia nam even het woord om haar vader te eren. Ze was ervan overtuigd dat hij er ergens wel bij was tijdens haar eerste concert sinds zijn dood. Haar naaste familieleden waren ook in het Sportpaleis aanwezig om haar te steunen tijdens het concert en daar was ze hen enorm dankbaar voor.

Wij hebben ons enorm geamuseerd. Natalia, Bob en het hele team dat aan deze show gewerkt heeft: een dikke proficiat! We kregen een warme show te zien zoals we zelden te zien kregen. Oprechte muziek gebracht door even oprechte artiesten.


De playlist van vanavond:
1. Drop A Little (Natalia)
2. Feeling (Natalia)
3. Heartbreaker (Natalia)
4. Welcome To My Truth (Anastacia)
5. Paid My Dues (Natalia & Anastacia)
6. I Want You Back (Natalia & Anastacia)
7. Underground Army (Anastacia)
8. Wise Girl (Natalia)
9. Gone To Stay (Natalia)
10. On The Radio (Natalia)
11. All Or Nothing (Natalia)
12. Left Outside Alone (Anastacia)
13. Risin' (Natalia & Anastacia)
14. Not That Kind (Anastacia)
15. Sick And Tired (Natalia & Anastacia)
16. Rid Of You (Natalia & Anastacia)
17. Ridin' By (Natalia)
18. I Belong To You (Natalia & Anastacia)
19. Hallelujah (Natalia & Anastacia)
20. Heavy On My Heart (Anastacia)
21. Fragile / Dance With Somebody (Natalia)
22. I've Only Begun To Fight (Natalia)
23. Higher Than The Sun (Natalia)
24. One Day In Your Life (Natalia & Anastacia)
25. Burning Star (Natalia & Anastacia)
26. Still With Me (Natalia)
27. I'm Outta Love (Natalia & Anastacia)
28. Glamorous (Natalia & Anastacia)


 

 

Wolf People

Wolf People – De Woodstock vibe!

Geschreven door

Het is meer dan duidelijk dat de jonge Britten van Wolf People zijn gaan grasduinen in de hippie platen van hun ouders.
Hetgeen zij op een podium brengen refereert schaamteloos naar Cream, Traffic, Jethro Tull, Ten Years After en Hendrix. De betere en soms bluesgetinte sixties en seventies-rock zeg maar, met knappe songs als het bluesy “Castle keep” en “Tiny Circles”. Tevens absorberen zij een soort van Keltische folk-rock in hun sound (“Silbury Sands”), een beetje zoals Midlake ook doet. Dus er zijn ook nog raakpunten met hedendaagse bands, maar dan ook weer die bands die nogal retro klinken zoals Dungen en Tame Impala.
Sterkte van Wolf People zijn de twee gitaristen die mooie en flitsende gitaarduels aangaan en die daarbij de macho poses volledig achterwege laten. Geen hardrockers dus. Zanger/gitarist Jack Sharp heeft een aangenaam zweverige stem en de live sound is lekker retro.
De songs worden naar goeie ouwe seventies tradities al eens opengetrokken maar er wordt nergens overdreven. De Woodstock vibe hangt als het ware in de lucht maar de ellenlange LSD trips zijn gelukkig achtergebleven, waardoor het ganse concert fris en boeiend blijft en we hier kunnen spreken van een uiterst genietbaar en beloftevol nieuw bandje.
De nog jonge band heeft reeds een handvol verduiveld knappe songs in hun valies en kunnen die wat ons betreft ook komende zomer gaan uitpakken op de betere festivals. Chokri zal het wel al weten.

Organisatie, Trix Antwerpen

Pagina 419 van 500