logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Sjockfestival Gierle 2010: zondag 11 juli 2010

Geschreven door

Sjockfestival Gierle 2010: zondag 11 juli 2010 - Loden hitte kan rock-'n-roll niet temperen
De opkomst leek iets minder groot dit jaar ondanks het toch schitterende programma van deze 35ste (!) editie van Sjock. Laten we het er maar op houden dat de verzengende zon en koning voetbal hier voor iets tussen zaten.

De eerste groep die ik aan het werk zag waren The A-Bones uit Brooklyn, New York. Voor alle zekerheid had ik deze groep rond het echtpaar Billy Miller en Miriam Linna, tevens bezielers van ‘Norton Records’, een paar dagen eerder gaan zien in dB's in Utrecht, bang als ik was dat hun muziek niet zou gedijen in open lucht. Die vrees bleek ongegrond want The A-Bones gaven er een stomende set en het was enkel die hardvochtige zon die me ervan weerhield om mijn oude knoken nog eens een danspasje te laten wagen. Want hun covers van obscure rock-'n-rollnummers zoals "Betty Lou got a new tattoo" werkten bijzonder aanstekelijk wat ook enkele Fleshtones tussen de eerste rijen merkten. En met Bruce Bennett, die zijn lichaam in alle bochten wrong, hebben The A-Bones een schitterend gitarist in de rangen. Zo vroeg op de middag en al een eerste hoogtepunt.

Pat Todd and The Rankoutsiders waren speciaal uit Los Angeles overgevlogen voor dit ene Europese optreden. Die Pat Todd zag ik ooit lang geleden schitteren in de Democrazy met The Lazy Cowgirls en ik was dan ook behoorlijk benieuwd wat zijn nieuwe band er na al die jaren stilte van zou bakken. Met zijn vijven brachten ze luide cowpunk gesjord door een muur van gitaren. Hun sound vond ik net iets te dichtgemetseld en als er al eens gaten in kwamen zoals in het hillbilly-nummer "Sometimes trouble has a name" of die ene trage song, opgedragen aan Brigitte Bardot, was dat een verademing. Toch blijf ik alle sympathie hebben voor Pat Todd die een prachtig performer blijft en wiens heerlijke stem nog geen spatje sleet vertoont. Het pleit ook voor hem dat hij pertinent weigerde terug te vallen op Lazy Cowgirls-nummers en liever afsloot met "Route 66".

De Antwerpse Seatsniffers zijn stilaan een instituut wat de Belgische roots betreft. Walter Broes, Roel Jacobs, Bop en Pete De Houwer waren als vanouds weer indrukwekkend en bij momenten zelfs geniaal. We kennen het intussen allemaal maar toch blijf je tot de laatste seconde geboeid volgen.

Jim Jones vond het nodig om van plaats in de line-up te veranderen om zo de concurrentie met de WK-finale, die op het terrein op een paar grote televisieschermen door hooguit een paar honderd personen gevolgd zou worden, te vermijden. Flauw en ook op het podium kon de groep die me al eens tegenviel in Le Grand Mix in Tourcoing, me weer niet echt overtuigen. Nochtans gaf Jim Jones, die het presteerde om in hemd, gilet en jasje te verschijnen (enkel het jasje ging na een tijdje uit) zich helemaal en val ik nog steeds voor de "Jerry Lee Lewis" piano van Elliott Mortimer. Jammer dat die gitaren zo gezwollen klinken, minder die met de helft en ik sluit The Jim Jones Revue in mijn armen.

Het contrast met The Dragtones kon niet groter zijn. Hier geen poseurs, integendeel, in een soort schooluniformpjes (wit hemd, das en witte trui) zagen ze er zelfs bijzonder sullig uit. Gelukkig bedriegt schijn soms nog eens en was deze band, deels uit LA, deels uit Zweden, dé verrassing van dit festival. Zelf noemen ze hun ding ‘Top fuel rock-'n-roll’ ...Tja, mooier kan ik het niet bedenken. Duidelijk gefocust op de rock-'n-roll van eind jaren '50-begin jaren '60 met twee fantastische gitaristen : Per ‘The Hammer’ Thornsell en Mike Barbwire (van The Barbwires). Die laatste genoot mijn lichte voorkeur vanwege die ene song waarin zijn gitaar zo desperaat klonk dat ik er koude rillingen van kreeg (mooi meegenomen bij die tropische temperaturen). Op bas zagen we warempel Vigilante Carlstroem van The Hives, die trouwens ook een paar maal zijn kunnen op gitaar mocht demonstreren. Frontman was zanger Luis Arriaga die er alles aan deed om het publiek voor zich te winnen en enkele keren op een niet ingeplugde gitaar speelde. Maar zelfs dat schijnmanoeuvre kon geen smet werpen op een schitterende set vol zinderende rock-'n-roll.

Daarna werd het stilaan tijd voor Nederland-Spanje. Hoewel ik The Fleshtones de laatste jaren al een paar maal aan het werk zag en dat eigenlijk ruimschoots voldoende vond besloot ik uiteindelijk toch het voetbal te laten voor wat het was en het avondje ‘Hollanders jennen’ aan mijn kompanen over te laten. Toen ik het podium naderde waren gitarist Keith Streng en bassist Ken Fox op de weide zelf aan het spelen in een poging om wat meer vuur in het publiek te krijgen. Toen ze terug het podium op klauterden stonden de voltallige A-Bones klaar om samen een donderend "Cara-Lin" de wei in te katapulteren. Meteen sloeg het vuur voorgoed in de pan. Ondanks het feit dat ik hun songs maar middelmatig vind en ze er eigenlijk uitzien als een bende jeanetten weet deze band uit Brooklyn me live toch telkens te begeesteren. Hun show leek wel een fysieke uitputtingsslag, inclusief een uitgebreid rondje pompen op het gras, die eindigde met een hilarische versie van Led Zeppelin's "Communication breakdown".

De glorieperiode van The Paladins uit San Diego dateert intussen ook al van zo'n 20 jaar geleden. Hun mix van blues, rockabilly en country klinkt nog steeds uniek en hoe Dave Gonzalez zijn gitaar beheerst grenst soms aan het onwaarschijnlijke. Toch kreeg ik meermaals het gevoel dat het net iets te bezadigd klonk. Logisch dat het wilde van de beginperiode er wat uit is maar toch blijf je hopen die vonken van toen ooit terug te zien. Gelukkig bleven die oude songs als "Big Mary's" fenomenaal klinken en werd het nog een gezellig familiefeestje toen Walter Broes en Big Sandy de band vervoegden. En wat Thomas Yearsley vroeger in zijn eentje kon, lukte hier nog eens met wat hulp van Big Sandy : de staande bas bespelen terwijl hij erop staat. The Paladins mogen er nog steeds zijn!

Afsluiter van Sjock 2010 was de gelegenheidsformatie Rocketroom R & B Revival feat. Howlin' Pelle (van The Hives). Wat op papier best aardig leek bleek live een afgang. Het begon al slecht. Uitgerekend op dit festival waar de timing echt minutieus is, vertikte de groep het om op tijd te beginnen. De heren keken liever op tv de finale uit!
£Rocketroom, een soort big band met twee verkwikkende saxen zetten een prima sound neer maar het was Howlin' Pelle zelf die de boel naar de kloten hielp. Eindeloos mekkerend en minuten lang om de liefde van het publiek schooiend haalde hij er de vaart kompleet uit. Met de songkeuze werd ook veel te veel op veilig gespeeld. Ik zat echt niet te wachten op versie van "The girl can't help it" of "I put a spell on you". In plaats van naar die ellendige match te kijken had hij beter naar The Fleshtones gaan zien, zo had hij meteen geweten hoe je het publiek voor je kan winnen zonder ook maar één woord gezever.

Sjock 2010 - althans de zondag - was weer grand cru!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Sjock, Gierle

The Album Leaf

A chorus of storytellers

Geschreven door

The Album Leaf is duidelijk geëvolueerd van droompop ‘met complexe constructies’ naar droompop ‘met toegankelijke melodieën’. De uit San Diego afkomstige band is gecentraliseerd rond Jimmy Lavelle, hier bandleider en in een ander muzikaal leven deel uitmakend als toetsenist van The Black Heart Procession.
Het vijfde album Aa choruis of storytellers’ blijkt het meest complete album door het dromerige gitaarspel, de subtiel warme en knisperende elektronische geluidstapijten, de licht prikkelende ritmes, de rijkelijke arrangementen door de klassiek aandoende strijker en de prachtige, rustgevende soundscapes. Postrock à la Explosions in the sky en Mogwai worden toegevoegd.
De grotendeels instrumentale sound wordt door de mooie woorden en zang van Matt Resovich gekruist. Elf sfeervolle songs met erg toepasselijke songtitels als “There is a wind”, “Within dreams”, “Fallin from the sun” en “Summer fog”, die het Album Leaf geluid onderstrepen. Te koesteren, dit plaatje!

The Bear That Wasn’t

And so it is morning dew

Geschreven door

The Bear That Wasn’t …De naam is afkomstig uit een kinderboek van Frank Tashlin. Man achter het muzikale project is de uit Genk afkomstige singer/songwriter Nils Verresen. Hij brengt aangenaam weemoedige muziek van een zelf gecreëerde sprookjeswereld, twaalf leuke (fictieve) droomverhaaltjes, gedragen door z’n zachte breekbare stem.
Op het debuut horen we lieve songwriterpop op gitaar, die soms wat breder omlijst kan zijn, vooral in de eerste helft van de plaat. Artiesten als Elliott Smith, Bon Iver, Damien Rice, Sufjan Stevens, Sparklehorse en bands van eigen bodem als The Bony King Of Nowhere en Isbells zijn niet vreemd. Zonder afbreuk aan mans invloedrijke oeuvre, speelt hij heerlijke pareltjes.
Primeur van Nils is dat hij op de fiets een tocht van 365 dagen onderneemt door België, die hem zelfs nu langs Nederland, Duitsland en Denemarken leidt. Voor de mensen die onderdak bieden, brengt hij solo op summiere wijze z’n luister/fluistersongs. Een hachelijk avontuur, dat onnoemelijk gewaardeerd wordt.

 

 

Nada Surf

If I Had a Hi-FI

Geschreven door

Wie nog op reis moet vertrekken en op zoek is naar een leuke zomerplaat voor in de wagen, kunnen we met stip de nieuwe plaat van Nada Surf aanraden.  Nieuw is misschien het verkeerde woord want ‘If I Had a Hi-Fi’ bevat enkel covers van de favoriete artiesten van Nada Surf.
De Amerikanen kozen er voor om songs van twaalf zeer uiteenlopende bands te coveren. De meest bekende zijn “Enjoy the Silence” (Depeche Mode), “Question” (Moody Blues), “Love and anger” (Kate Bush) en “The Agony of Laffitte” (Spoon). Daarnaast staan er op deze plaat een hele rist onbekende nummers waaronder zelf een Franstalig en een Spaanstalig. Nada Surf koos dus absoluut niet voor de makkelijkste weg maar het moet gezegd, ze komen verrassend goed weg met alle genoemde songs.
Het Amerikaanse drietal slaagt erin de covers  te voorzien van de typische, zomerse Nada Surf-sound.Hier en daar dommelt de plaat wel in bij nummers als “Janine” (Arthur Russel) en “You Were So Warm” maar over het algemeen is ‘If I Had a Hifi’ een zeer sterke coverplaat geworden!

Soft Cat

Wild Space

Geschreven door

Het is zeker niet de eerste keer in de muziekgeschiedenis dat een artiest zijn gitaar oppikt en bedwelmd geraakt door de natuurlijke pracht, en daarbij besluit om wat liedjes te gaan componeren maar toch doet Soft Cat aka Neil Sanzgiri het enigszins anders.
Eerder was Neil betrokken bij Talking Tiger Mountain en toen hij van het grijze Texas naar Baltimore verhuisde was hij zo onder de indruk dat hij de bewondering voor de natuurlijke pracht in muziektaal wou omzetten. Ruimschoots toegegeven als je zoiets leest (en dan nog weet dat het om een folkplaat gaat) kun je maar beter het hart vasthouden voor de goede (lees niet saaie) afloop, maar Soft Cat verkoos het frivole pad waar naast traditionele instrumenten (akoestische gitaar, banjo) plaats gemaakt worden voor wat psychedelica.
Ook al lijkt het op goedkope journalistiek neigt dit naar de beginplaten van Beck, en als we het menen (en dat doen we) dan is dat meer dan zo maar een goed teken.

INFO www.myspace.com/softcatsoftcat

The Drums

The Drums

Geschreven door

Hypes zijn een onderdeel van de muziekindustrie geworden en nog voor deze vrolijke jongens uit Brooklyn ook maar een cd uit hadden werden ze door de NME zonder meer gebombardeerd als de coolste band van New York. Het is maar hoe je het bekijkt, maar dit brengt natuurlijk met zich mee dat de verwachtingen torenhoog gespannen zijn en dat elke fout genadeloos afgestraft wordt, wat de meeste recensenten dan ook deden bij hun recente bezoek tijdens Les Nuits Botanique.
Een paar weken later volgt er dan de tweede proef, hun cd. Net als Vampire Weekend weten The Drums een verdomd fijne combinatie te vinden tussen de surfpop van de jaren ’60 (Beach Boys) en de coldwave van de jaren ’80 (de begindagen van The Cure).
Het is een aanstekelijke formule maar het onthult ook meteen de zwakte van deze groep want voor één cd is dit alles best genietbaar, om maar niet te spreken over het verslavend effect dat de single “Let’s go surfing” heeft, maar of dat nu een garantie is voor een lange carrière blijft alsnog de vraag.
Wie moet je nu een steen werpen, de pers of het groepje? The Drums hebben een zeer genietbare cd afgeleverd waar we nog geregeld zullen naar luisteren maar het ultieme meesterwerk is het nooit geworden (en waarschijnlijk hebben die jongens daar nu zelfs nog het potentieel niet voor).

Betty And The Werewolves

Tea Time Favourites

Geschreven door

Wie met een naam als Betty And The Werewolves komt aandraven, zet natuurlijk meteen het publiek op het verkeerde been want al gauw denk je aan een of andere B-horrorfilm en verwacht je dat ze muzikaal als The Cramps uit de hoek zullen komen, maar deze nieuwe poppunksensatie uit London tapt uit een geheel ander vaatje.
De hoes toont talrijke koekjes waarbij het water in je mond komt te staan en ook al hebben we er niet echt lang moeten over nadenken om dit te schrijven, kan je stellen dat dit debuut een soort van koekendoos is. Alleen is dit voer voor lekkerbekken die houden van  poppy punksongs die soms lonken naar de Motownstal, rammelmelodietjes die niet vies zijn van wat 60’s (The Pipettes), poppunk met wat surf (Dum Dum Girls) of gewoon zeemzoete DIY-punk (Kenickie).
Wie een beetje vertrouwd is met het Damaged Goods-label zal ondertussen wel weten dat je hier steeds terecht kan voor een gezonde dosis poppunk die niet vastgebonden zit aan één of andere stijl, en met Betty And The Werewolves als nieuweling op hun catalogus kunnen we alleen maar van een verrijking spreken…

INFO www.myspace.com/bettyandthewerewolves

The Avett Brothers

I and Love and You

Geschreven door

Al enkele jaren zijn de broers Scott en Seth Avett uit North Carolina bezig. Ze hadden vijf platen uit, die in Europa geen voet aan de grond kregen. Ze graven in de americana, folk, bluegrass en country en het lijkt er nu toch op dat ze een logische verderzetting vormen van The Jayhawks en The Counting Crows door de gedoseerde aanpak van hun rootsmusic. Op de nieuwe plaat, ‘I and Love and You’, btw geproduceerd door Rick Rubin, horen we de zingende broers op akoestische gitaar en banjo, halen ze er Bob Crawford bij op contrabas en een breed arsenaal aan instrumenten naast drums en percussie sieren de sound, orgel, piano harmonium, viool, cello, mandoline en tuba.
De americana van Bonnie ‘Prince’ Billy en Wilco klinken op de recente cd goed door en hun dertien sfeervolle gevarieerde midtempo songs overtuigen. Van de rootswereld van de Avett Brothers kun je niet genoeg krijgen …

Les Ardentes 2010: zondag 11 juli 2010

Les Ardentes 2010: zondag 11 juli 2010 - Parc Astrid de Coronmeuse
Jose James
Wie bij Jose James een lazy Sunday soundtrack in gedachten had bij zijn spijsvertering kwam al na het eerste nummer bedrogen uit. In de positieve zin wel te verstaan, want de avontuurlijke cocktail van jazz, hiphop, soul en zelfs dubstep liet zich allerminst als achtergrondmuziek catalogeren. Door de combinatie van avontuurlijke ritmes en een prachtige bariton stem met een grote emotionele diepgang mag deze New Yorker zich op basis van dit optreden wat ons betreft gerust tot de belangrijkste hedendaagse verruimers van de jazz muziek rekenen. De weinigen die zich de moeite getroost hadden om op zondag al in de vroege namiddag uit hun tent te kruipen waren getuige van één van de beste concerten van de afgelopen vier dagen.

Ete 67
De rockers van Eté 67 speelden op Les Ardentes een thuismatch. In 2006 brachten ze een eerste cd uit, een tweede volgde in maart van dit jaar, en aan de andere kant van de taalgrens zijn de 6 Luikernaars immens populair. Sterk was hun interpretatie van “On nous cache tout, on nous dit rien”, van onze alom bekend Jacques Dutronc. Het begon veelbelovend dus, maar daarna ging het een beetje van de hak op de tak, ondanks de enorme energie die de leadzanger tentoonspreidde: we hoorden wat Noir Désir, wat Louise Attaque, wat country, maar de nummers zelf waren toch iets te ‘mainstraim’ om het verschil te maken. Fijn was dat de inspiratie niet ver werd gezocht: zo werd een ode gebracht aan de Maas en aan het megalomaan Calatrava-project in Luik (“Quartier de la Gare”), die de verloedere stationswijk volledig hervormde.Geen slecht optreden dus, maar hun exclamaties over het marxisme-trotskisme en hun ervaringen met hallucigene paddo’s doen vermoeden dat ze nog tot een beetje volwassen moeten worden…

Selah Sue
De HF6 was bijna volledig volgestroomd voor Selah Sue, die in Luik vooral promotie maakte voor haar binnenkort te verschijnen nieuwe lp. Het duurde niet lang vooraleer de twintigjarige zangeres met de schurende stem  de, reeds oververhitte, bunker in vuur en vlam zette. Selah benadrukte een aantal keer dat er tot nog toe twee fasen in haar prille leven zijn te onderscheiden: de beginjaren waarin ze met zichzelf en de wereld worstelde, en de volwassen jaren waarin ze haar levensvreugde en optimisme met de wereld wil delen, en dit vertaalde zich overduidelijk in haar concert in Luik. De set varieerde tussen soul en reggae en ska, soms deed ze zelfs echt denken aan Leila K! Een ‘herboren’ Selah Sue dus afscheid nam met het heerlijk dansbare “Crazy sufferin' style”  en in Luik ongetwijfeld kan rekenen op een nieuwe schare fans.

Gaetan Roussel
Veel werd verwacht van deze doorgewinterde Franse auteur-compositeur Gaetan Roussel, in een vorig leven frontman van Louise Attaque, heden probeert hij het alleen onder eigen naam. Vorig jaar kwam zijn eerste soloplaat ‘Ginger’ uit, met songs in het Frans én in het Engels (geen sinecure voor een Fransman…). Veel volk was opgedaagd op de wei voor het hoofdpodium, maar de zanger maakte het maar gedeeltelijk waar. De melodieën van zijn songs waren vaak goed gevonden en bleven bij, vooral indien hij in het Frans zong (o.a. ‘Dis-moi encore tu m’aimes’), maar de muziek laveerde teveel tussen de vervelende pop-rock lijn, niet genoeg dus om over een straf optreden te kunnen spreken.

Nouvelle Vague
Tijdens Nouvelle Vague kwam de muziekquiz’er onvermijdelijk in ons bovendrijven. “Master and Servants” van Depeche Mode, “Making plans for Nigel” van XTC, “Human fly” van The Cramps, “Guns of Brixton” van The Clash, “Blue Monday” van New Order,… zaten we driftig in ons notitieboekje neer te krabbelen. En al zijn het stuk voor stuk ‘classics’ te noemen, de zwoele bossa nova verpakking van deze deuntjes zat toch steeds té ingenieus in elkaar om zomaar als doorsnee ‘covertje’ af te schilderen. Bovendien klonken de nummers live opzwepend en energiek genoeg om te blijven boeien tot het einde en door de manier waarop de twee chanteuses met hun rokjes stonden te zwaaien op de set begonnen we zelf ook te heupwiegen. “Love will tear us apart” van Joy Division, aangekondigd als ‘la plus belle chanson’ sloot de set af. Van hun ‘new wave’ kennis viel deze avond werkelijk niets af te dingen.

Xavier Rudd
De Australiër Xavier Rudd zag er met zijn verwilderde blik en ongeschoren baard uit alsof hij net de Stille Oceaan overgezeild was om aan te meren aan de oevers van de Maas naast het festivalterrein. We zetten ons al schrap toen hij plaatsnaam achter een batterij didgeridoo’s. Maar onze vrees bleek al vlug onterecht. Begeleid door 2 uitmuntende Afrikaanse muzikanten (bassist en percussionist) dompelde Xavier Rudd de weide onder in een muzikale roes die niet eens moest onderdoen voor het beste van pakweg Sting of Paul Simon. Na 3 dagen festivalhitte liet het publiek zich de mengeling van avontuurlijke wereldmuziek en lome reggea vibes wel bevallen, al werd ook een experimentele Jimi Hendrix guitaar solo niet geschuwd. Xavier Rudd mag dan al druk bezig zijn de wereld te verkennen, hij zou beter eens vaker stoppen in België.

Heather Nova
Heather Nova was ondertussen aan het werk in een goedgevuld en nog steeds erg warme HF6, jammer genoeg niet op het hoofdpodium dus. De uit het exotische Bermuda afkomstige zangeres bracht ondertussen 7 albums uit in een carrière die meer nu meer dan 15 jaar omhelst, maar staat overduidelijk nog zielsgraag op het podium. De set duurde niet iets minder lang dan op voorhand was gepland, maar daarvoor kregen we wel een heel goede Nova te zien. Ze bracht o.a. “Maybe tomorrow”, “Welcome, Paper Cups”, ” Walk this world”, “Heart and Shoulders” en sloot af met “Sugar”. In oktober brengt ze een akoestische tour naar België, o.a. in het Depot Leuven, CC De Spil Roeselare en in de Handelsbeurs Gent.

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Zappa plays Zappa

De muzikale erfenis van Frank Zappa in Zappa plays Zappa

Geschreven door

Er zijn waarschijnlijk praktisch niet veel muzikale formaties die je elke keer aan het werk wil zien en horen als de gelegenheid zich voordoet. Met Zappa plays Zappa heb je dat dus wel: het gaat nooit vervelen. Ik ben dat aan het uittesten en moest het toch zover komen, dan laat ik het weten. Er zijn genoeg redenen om uit te leggen hoe het komt dat dit zo is. Sedert 2006 hebben we namelijk een interessante evolutie meegemaakt in de optredens van de groep van Zappa’s zoon. Toen kwam Dweezil Zappa zich voorstellen (Vorst Nationaal) met in zijn zog vele grote namen, oudgedienden uit het leger van Frank zaliger. We vermelden vocalist-saxofonist Napoleon Murphy Brock, gitarist Steve Vai en drumbeest Terry Bozzio.
Eind 2007, tijdens Dweezils doortocht in de Elisabethzaal te Antwerpen, waren de veteranen al flink uitgedund en werden het concert opgesmukt met allerlei beelden uit het archief van de meester. We herinneren ons nog goed dat op het scherm de vader zich overgaf aan een briljante gitaarsolo, terwijl het de zoon was die op het podium de snaren beroerde. Het was een perfecte dubbing over het graf heen.
Bij de volgende concerten werd het repertoire telkens aangepast met ander materiaal, zodat zelfs de kenner zijn muzikaal geheugen moest afscannen om er telkens de juiste titel bij te plaatsen.

In het OLT Rivierenhof in Deurne heeft de groep blijkbaar de ideale bezetting gevonden. Dezelfde muzikanten als in de Gentse Handelsbeurs (mei 2009) treden aan. Dweezil neemt zijn tijd om iedereen een goeie avond te wensen. Hij belooft ons om zo stil mogelijk te spelen en zal zich daar geruime tijd aan houden. Je kon de drums tegelijk versterkt en akoestisch horen vanop 20 meter afstand. Uniek en heerlijk.
Leuk is ‘our youngest fan’, een dreumes van enkele jaren oud die al wacht op de muziek en al op voorhand staat te dansen op de gegalvaniseerde roosters in de ruimte tussen het amfitheater en het podium. Een ramp zoals in het casino van Montreux kan zich hier echter niet voordoen, want de toeschouwers op de eerste rij zitten klaar om het kereltje desgevallend uit het water te halen als hij zijn stap zou missen. Blijkbaar is dit het ritueel voor het slapengaan voor het zoontje van drummer Joe Travis, want als zijn tijd er opzit en hij met zijn mama zijn bedje opzoekt, krijgt hij van hem zijn nachtzoentjes toegestuurd.
Als leadsinger neemt Ben Thomas de meeste zangpartijen voor zijn rekening. Een grappige kerel: ziet eruit als de ideale schoonzoon, ware het niet dat zijn roze hemd niet in zijn broek steekt maar rond zijn benen flappert. Als vocalist is hij zo juist gekozen dat hij ons af en toe laat geloven dat het Frank zelf is die ons onderhoudt met zijn grollen en fratsen.
Met “Montana (Overnite Sensation)” is de toon gezet voor een onvergetelijke avond. Geen enkele moeilijke passage wordt geschuwd en elke noot die de overleden componist op papier gezet heeft valt op het juiste moment.
”Easy Meat” volgt en krijgt een heel lang tussenstuk mee in een Oosterse toonaard, door Dweezil met een fiddlesound geserveerd. “Daddy, Daddy, Daddy (200 Motels)” is nu aan de beurt en saxofoniste-keyboardster-fluitiste Scheila Gonzales verdedigt zich ook vocaal heel goed tegen de vermaningen ‘what kind of girl do you think she are’. Nog vettiger is uiteraard “Keep it Greasy (so it’ll go down easy)” van ‘Joe’s Garage’, maar ook daarvoor is elke Zappafan toch ook wel voor een stuk naar hier gekomen. Tijd dan voor “Blessed Relief (The Grand Wazoo)”, een jazzy schijf die in geen enkele collectie mag ontbreken. Het kan echt niet op, want tijdens het magistrale “Inca Roads” bedenken we dat een dergelijke uitvoering veel meer deugd doet dan het beluisteren van het ingeblikte materiaal dat we thuis door onze dure luidsprekers sturen. We krijgen nu “Advanced Romance (Bongo Fury)” met een onweerstaanbaar meezingmoment (we moesten). “Big Swifty (Waka Jawaka)” valt dan op door de gekke vibrafoon en saxsolo’s. Tijdens “The Blue Light (Tinseltown Rebellion)” worden de Belgen door zanger Thomas in hun hemd gezet, maar van goeie vrienden kan men veel verdragen. Hij laat ons in onze eigen ziel kijken, want blijkbaar hoort hij van ieder van ons dat Duvel lekker is en Trappist nog beter, maar – opgelet vreemdeling – oh so many degrees of alcohol heeft. Het nummer zelf is mij eigenlijk minder bekend maar het blijkt een hoogtepunt in het hele optreden te zijn.
Dweezil kiest toch wel met oneindig veel zorg de allerbeste songs uit het repertoire van zijn vader. Ook de minder gekende composities worden steengoed geserveerd. Het publiek begint uit de bol te gaan en er wordt om het luidst geschreeuwd om de verschuldigde dank over te brengen. “Do you think this is your personal concert?” vraagt Dweezil aan de roepers die hem met suggesties bestoken. Het wordt dan “The Fillmore record” en “The Little House I used to Live” in. Van “Hot Rats” zullen we ons de hallucinante intro nog lang herinneren. “Apostrophe” krijgt een lange bassolo mee van Pete Griffin, allicht één van de grootste Zappafreaks ter wereld want zijn bevlogen attitude is mooi om zien.
Even gewoon opsommen nu: “Don’t eat that Yellow Snow”, “The Purple Lagoon” (enkel het thema), “Echidna’s Arf of You”, “Wild Love”, “Maybe you should stay with your mama“ (het is bassist Griffin die telkens met het fijne stemmetje op zijn mama roept).
De bisnummers worden: “Peaches”, “Regalia” en “I’m the Slime”.

Was je er zelf ook bij? Even tevreden als ik? Of was je elders? Waar zat je dan, toch niet gewoon thuis? Besef je wat je hebt laten passeren? Maar er komen nog gelegenheden. Ik zal er ook zijn. Na het concert kan je trouwens al wat je wilt vragen aan Zappa Junior. Hij poseert voor elke gewenste foto met jou erbij en ondertekent elk stuk dat hem wordt voorgelegd (wel geen contracten). Hij wacht tot iedereen bediend is en tot iedereen doorgaat. Hij ziet er heel tevreden uit. Hoe zou je zelf zijn als je in staat bent om de muzikale erfenis van je vader op zo’n grandioze wijze over de wereld uit te dragen?

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne ism met Arenberg, Antwerpen + Greenhouse Talent, Gent

Les Ardentes 2010: zaterdag 10 juli 2010

Les Ardentes 2010: zaterdag 10 juli 2010 - Parc Astrid de Coronmeuse
Tunng
Tunng bleek al vlug de ideale band om weer op gang te komen zaterdagnamiddag. Wie folk met elektronica mengt waagt zich doorgaans op glad ijs, maar net als bij Bon Iver lukte dit bij de langharige hippies van Tunng wonderwel. Hun breed uitgesponnen refreinen en melodieuze samenzang verried een voorliefde voor Fleetwood Mac en toen “We all have a lovely time” weerklonk kon dit niet beter verwoord worden.

Adam Green
Adam Green refereerde in ontbloot bovenlijf en weelderige krullenbol niet alleen visueel aan Jim Morrison van The Doors. Ook zijn bijzonder straffe stem die af en toe het vrije drugsgebruik bejubelde klonk ons niet geheel onbekend in de oren. Maar al vlug bleek dat Adam Green gelukkig over de nodige portie zelfrelativering en humor beschikte om deze zware artistieke erfenis te torsen. Met zijn vaak hilarische lyrics sleepte hij moeiteloos de prijs voor de beste komiek van de dag in de wacht, en dit zonder de kwaliteit van de nummers te hypothekeren. Zo hebben we serieus wat afgelachen tijdens het gospel intermezzo “We have the whole world in our pants(!)” en ook Green Day cover “The time of my life” klonk allesbehalve als een eerbetoon aan deze puberpunkers. Tijdens “Jessica Simpson” nam hij ongenadig de Amerikaanse cultuur op de korrel en toen hij op het eind van de set ook nog aan het jodelen sloeg waren we overtuigd: dit is de geknipte man om de Laatste Show te presenteren.

Angus & Julia Stone
Broer en zus Julia en Angus Stone leken rechtstreeks vanuit het Ashbury Height van de jaren ’60 gekatapulteerd naar het podium van Les Ardentes. De muzikanten hadden allen baarden en de leading singer droeg een gele margriet in het haar en was gehuld in een Caritasachtig bloemenkleedje. Het aangename indiegroepje uit Australië bracht melodieuze folksongs met af en toe een reggae-beat uit hun tweede lp ‘Down the Way’, uitgekomen in 2010. Een  perfecte opener voor de avondprogrammatie met een mojito in de hand. Angie imponeerde met haar erg zuivere en krachtige stem (bijwijlen deed ze echt denken aan de hippiezangeres Melanie) en begeleidde moeiteloos haar gitaar met mondharmonica en trompet. Bijzonder was de herwerkte cover “You’re the one that I want”, uit de musical Grease, in een folk-arrangement.

The Black Box Revelation
Een imitator van de Luikse ‘Papa’ Michel Daerden (we vreesden zelfs heel even dat de echte op het podium stond) kondigde The Black Box Revelation aan als dé Vlaamse rocksensatie van het moment. Op hun optreden viel weinig aan te merken, maar daarmee is het meeste eigenlijk ook gezegd. Laat er geen misverstand over bestaan, TBBR speelde bijzonder strak (“Gravity Blues”, “High On A Wire”) en door het vele toeren van de voorbije maanden en jaren was dit nog altijd piepjonge duo bij momenten (“I Think I Like You”) griezelig perfect op elkaar ingespeeld. Het is dan ook met recht en reden dat TBBR ook in het buitenland potten begint te breken. Maar met het beperkte instrumentarium van gitaar en drums sloop toch onvermijdelijk wat eentonigheid in het optreden. Ook Jack White van de The White Stripes had dit op tijd door en ging zich muzikaal herbronnen zonder zijn rauwe bluesrock roots te verloochenen (The Raconteurs, The Dead Weather). Een tip voor de volgende plaat misschien?

Babyshambles
Pete Doherty kon het niet laten om backstage bij zijn aankomst in strak zwart maatpak en witte vilten hoed enkele gekke bokkensprongen te maken in het stof en ook op het podium had hij er zin in. “Delivery” en “Penny put your pipe down” waren de openers van een hoogst opwindende set die op geen enkel moment verzwakte en een climax beleefde tijdens het met patriottisch vendelgezwaai begeleide “Down in Albion”.  Aangenaam om naar te kijken waren de in ‘Union Jack’ gehulde ballerina’s die tussen de nummers door voor choreografische verleiding zorgden. Is Pete Doherty tijdens zijn omzwervingen in Parijs in de ban geraakt van de Franse schilder Edgar Degas?
Pete Doherty mag in het verleden de concertorganisatoren grijze haren bezorgd hebben met zijn wispelturige karakter, op dit ogenblik is zijn band een toegevoegde waarde voor ieder festival. Benieuwd hoe de nummers op de nieuwe plaat van Babyshambles zullen klinken. Want die bleven tijdens de set nog een goed bewaard geheim.

Charlotte Gainsbourg
De in Frankrijk immens populaire actrice Charlotte Gainsbourg was in Luik beland op haar eerst Europese tournee. Het lijkt er meer en meer op dat Charlotte in de voetsporen van haar vader wil treden en zich wil vestigen als volwaardige zangeres. Ze trad recent op in het Koninklijk Circus en in de l’Aéronef (zie de review op de website) en doet nu ook een aantal festivals aan (waaronder nog. de Francofolies van La Rochelle). Gainsbourg was gehesen in haar typische lederen broek en had er een doorkijktopje bovenaan, zoals immer pure et simple dus. Ook de electropopnummers die ze bracht, vooral uit haar laatste cd ‘I.R.M.’, geproduced door Beck, konden onder die noemer geklasseerd worden: op zich geen slechte nummers, puur en eenvoudig, maar zonder veel uitschieters. Ook Charlotte’s stem is niet echt toereikend om een festivalpubliek te bereiken. Misschien waren we meer fan van het vorige, meer elektronische album, onder auspiciën van Air? Het enkele moment dat Gainsbourg wel het voltallige publiek naar haar hand kon zetten, was toen ze “Couleur Café” van Serge Gainsbourg inzette.

Erykah Badou
De Amerikaanse souldiva Erykah Badu tekende wel vaker voor een geslaagd festivaloptreden met haar soul-, reggae- en jazzmuziek, maar in Luik bleef ze ver beneden de verwachtingen. Om één of andere reden kwam Badu onnoemelijk laat opdraven, terwijl de begeleidingsband toen al een half uur hetzelfde deuntje aan het spelen was om het publiek te onderhouden tijdens haar afwezigheid. Toen ze dan toch op het podium trad, gehuld in een spectaculaire outfit met brede hoed, haspelde ze snel een set van amper 25 minuten af, waaronder haar bekendste nummer “On and On”. Badu heeft bovendien een patent op héél lange muzikale intro’s en outro’s, terwijl iedereen dacht: Next song, please!! Maar wat haar jammer genoeg helemaal de das omdeed was het moment toen ze “Come ‘on Brussels!” naar het publiek riep (net zoals N.E.R.D. de dag ervoor), en dat is nu net waar Luikenaars absoluut niet mee kunnen lachen…

Ian Brown
Door een spectaculaire stroompanne in de loods (er kon zelfs geen bier getapt worden) zag Ian Brown zich genoodzaakt om liefst twee uur later dan gepland zijn opwachting te maken. Menig artiest zou hierdoor zijn of haar humeur verliezen, maar Ian Brown verscheen opvallend goedgemutst op het podium om meteen met het nummer te openen waarmee het voor hem allemaal begon en nog steeds te doen is: “I Wanna Be Adored”.  Het baslijntje waarmee deze cultsong opende lokte her en der extatische kreten los in het publiek en hoewel Ian Brown als voormalig frontman van The Stone Roses hier lang niet dezelfde status van levende legende geniet als over het Kanaal kon men niet om het feit heen dat er tijdens deze vierdaagse geen enkele artiest geprogrammeerd stond die zo zijn stempel gedrukt heeft op de popmuziek (o.a. The Verve, Kasabian en de ganse Manchester scene). Zijn typisch Britse haircut mocht hier en daar al wat grijze haren, ergens zag hij er met zijn opgerolde T-shirt mouwtjes nog steeds het broekventje uit dat eind jaren ’80 één van de beste albums aller tijden op ons losliet. Toegegeven, de nummers die hij tot nu toe solo uitbracht zijn bijlange niet zo sprankelend als ten tijde van The Stone Roses, maar de prima singles “Just Like You” en “Stellify” uit het vorig jaar verschenen ‘My Way werden wél enthousiast onthaald. Als dank kreeg het publiek er nog als uitsmijter het onverwoestbare “Fools Gold” bovenop.

Ben Harper & the Relentless 7
Afsluiter zaterdagavond was de, ondertussen bluesrock-legende geworden, Ben Harper, die we al bezig zien op festivals sinds de jaren ’90. Harper was wél bij de les, vond Luik een fucking fantastic city, en speelde anderhalf uur alsof zijn leven ervan af hing. Samen met de Relentless7, bestaande uit de gitarist Jason Mozersky, de bassist Jesse Ingalls en de drummer Jordan Richardson, brachten ze nummers uit het repertoire van Ben Harper en ook een aantal, zeker veelbelovende, nieuwe nummers voor een nieuw album dat uitkomt in maart 2011. Het publiek genoot duidelijk van Harper, die nog steeds imponeerde met gitaarspel op de schoot. Misschien al iets teveel gezien op festivals en je moet voor deze southern bluesrock zijn, maar toch een absolute waardige afsluiter voor deze zaterdagavond.

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Les Ardentes 2010: vrijdag 9 juli 2010

Les Ardentes 2010: vrijdag 9 juli 2010 - Parc Astrid de Coronmeuse
Just Jack
Just Jack mag met “Stars in their eyes” dan al de ultieme zomerhit op zak hebben, het succes is deze blanke disco hiphopper nog lang niet naar het hoofd gestegen. Zelfs het roze slipje dat tijdens “Glory days” naar zijn hoofd geslingerd achtte hij een onderzoekende blik waardig. Just Jack maakte wijselijk de keuze om het typerende maatschappijgezeur van vele hiphop acts links te laten liggen en zich te concentreren op de dagdagelijkse besoignes. En dat dit een aanstekelijke groove niet in de weg hoeft te staan bewees hij tijdens het filosofische “The Day I Died” of het funky “Doctor doctor” des te meer. Wie deze nice bloke dichter bij huis aan het werk wil zien kan binnenkort nog terecht op Feest in het Park te Oudenaarde.

N.E.R.D.
Wat een hemelsbreed verschil met N.E.R.D, een band die we trouwens nooit helemaal vertrouwd hebben. Het nieuwe album van dit Amerikaanse rap collectief zou beïnvloed zijn door de spirit van de jaren ’60 uit onvrede met de ‘huidige tijd’. Maar wanneer ze met veel machtsvertoon en bling bling backstage hun opwachting maakten en achteraf weer vertrokken was de ‘peace and love’ sfeer wel erg ver te zoeken. Ondanks het overdonderende boegeroep van het publiek bleven Pharell en co bovendien in de boosheid volharden om de fiere festivalhangers van en rond de ‘vurige stede’ tot minstens tienmaal met “Brussels” aan te spreken. Natuurlijk, op geen enkel nummer werd tijdens Les Ardentes zo fel op en neer gesprongen dan op “She wants to move”, maar daarmee is het meeste wel gezegd

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Les Ardentes 2010: donderdag 8 juli 2010

De vijfde editie van Les Ardentes aan de oevers van de Maas in Luik brak alle records: het aantal geprogrammeerde bands, het aantal toeschouwers (60.000), de temperaturen en bijgevolg ook het aantal hectoliters verzette drank… stuk voor stuk gingen ze vlotjes de hoogte in dit jaar. Wat Les Ardentes doet uitspringen boven het (over)aanbod aan festivals is de enorme variatie in geprogrammeerde stijlen (rock, electro, folk, jazz, soul, hiphop, techno,…) en bands, en dit aan een VVK prijs die bijna de helft bedraagt van een Vlaamse festivalvierdaagse.
Een speciale vermelding dit jaar gaat naar de Indiërs van de alimentation aan het rondpunt van Coronmeuse. Ondanks de hittegolf bleven zij er maar in slagen om aan een spotprijs ijskoud bier uit hun grote frigo’s tevoorschijn te toveren, en dat vlak tegenover de festivalingang. Last van over reglementering heeft Les Ardentes (voorlopig?) nog niet (in Werchter was het dit jaar wel even anders, vraag dat maar aan de Hollandse voetbalsupporters). Houden zo organisatoren!
Toch zou Les Ardentes zich net als ieder ander festival eens grondig mogen bezinnen over de greep van de ‘commercie’ over het hele gebeuren.Is het echt nodig dat het publiek tussen de optredens door nog eens van alle kanten door sponsors moeten bestookt worden met een hels kabaal om volk naar hun tent te lokken terwijl een rustig intermezzo onder de prachtige platanen aan de oevers van de Maas zo welgekomen zou zijn? En dat een legertje VIP’s in versgestreken bermuda’s de ganse dag door zit te schransen en te zuipen zonder zich een bal van de muziek aan te trekken, tot daar aan toe, maar moet dit dan echt gebeuren op de plek waar je het beste uitzicht hebt op het podium?
Niet dat we jaloers waren op deze schranspartijen (het moet trouwens gezegd dat we zelf met onze pers armbandjes borrelnootjes in overvloed kregen), want – en dit brengt ons bij de tweede grote troef van Les Ardentes - het festivalterrein ligt dankzij de shuttlebussen die in overvloed reden op amper vijf minuutjes van het centrum van Luik. Dus terwijl de VIP’s hun opgewarmde kost naar binnen speelden (en nu misschien op de pot zitten), deden wij ons in de Carré te goed aan de lekkerste tapa’s van uren in de omtrek. E viva Espagna!

Les Ardentes 2010 - donderdag 8 juli 2010 - Parc Astrid de Coronmeuse
FM Belfast
Terwijl het publiek wanhopig naar adem zat te happen ergens onder een boom kwam zanger Árni Rúnar Hlöðversson met strikje, korte broek en bretellen onder een loden hitte het hoofdpodium opgerend om samen met hem een feestje te bouwen. Met hun eigen happy electropop bleek dat nauwelijks te lukken, en ook flarden uit nummers van Rage Against The Machine, Primal Scream en Technotronic werden eerder lauw onthaald. Zelfs de bekentenis dat “Par Avion” “voor het eerst in de zon gespeeld werd” verbaasde door het hoge bleekscheetgehalte van dit IJslandse viertal niet echt. We kunnen ons voorstellen dat FM Belfast in één of andere Scandinavische club wél in staat moet zijn om het vuur aan de lont te steken. Maar op Les Ardentes kabbelde dit optreden weinig geïnspireerd verder tot de armen uiteindelijk dan toch nog in de lucht gingen dankzij… de tuinslangen die voor een aangename verfrissing zorgden.
Eigenlijk wou FM Belfast ons tijdens de set maar één ding duidelijk maken: “neem jezelf vooral niet te au sérieux in het leven”. Op zich een verfrissende gedachte, vooral vanuit een land waar melancholie de voorbije jaren muzikaal richtinggevend geweest is. Tijdens “Underwear” op het eind van de set toe werd het zelfs nog pure onderbroekenlol. De frontman trok zowaar zijn korte broek uit om op het podium te dansen. Dat de meisjes in het publiek niet hysterisch begonnen te gillen was bij deze Jan Verheyen lookalike begrijpelijk.

The Plasticines
Op ieder festival staat er wel ergens een band geprogrammeerd die muzikaal volledig door de mand valt. Die weinig begerenswaardige eer viel deze keer The Plasticines te beurt, vier geparfumeerde Parisiennes die hun erbarmelijke speelkunsten camoufleerden met welgevormde billen onder korte jeansbroekjes (dé hit dit jaar tijdens les Ardentes) en schreeuwerige songtitels als “BITCH”.
Het flets gespeelde radiohitje “Barcelona” deed de Catalaanse trots oneer aan, maar echt pijnlijk werd het tijdens de cover “I Love Rock&Roll” van Joan Jett, waarop de gitariste het niet aandurfde (of aankon?) om het bekende rifje na te spelen. We vroegen ons tijdens deze plastieken rock af waar de tijd gebleven was van Hole, L7 of Babes In Toyland, de tijd toen vrouwen wél nog ballen hadden.
We zien The Plasticines in de toekomst toe wel nog eens opduiken in een lingeriecommercial, maar liever niet meer op een podium.

Wave Machines
Het Britse Wave Machines gaf begin dit jaar nog een geslaagd optreden in de Brusselse Botanique en op de weinige nummers die we nog konden meepikken viel ook deze keer erg weinig af te dingen. Noem het discofunk of funky disco, tijdens “Keep The Lights On” gaf het viertal uit Liverpool aan hun Beegees fascinatie net de nodige arty flair à la Talking Heads om niet in de val van de gay kitsch verstrikt te geraken. Wave Machines leek te beseffen dat het tropisch heet was op dat moment in de loods en laste met “Dead Houses” nog een welgekomen rustpunt in vooraleer met meezinger “Where Is My Punk Spirit?” de set af te sluiten. Jammer genoeg wist Wave Machines het ‘grote publiek’ nog niet echt te beroeren. Na hun geslaagde doortocht op Les Ardentes mag daar wel eens verandering in komen.

Broken Social Scene
Net zoals de veelgelaagde nummers van Broken Social Scene meerdere luisterbeurten nodig hebben om hun subtiliteit prijs te geven duurde het ook een tijdje vooraleer hun live set zich volledig “zette”. Maar vanaf dan was het echt wel genieten geblazen van het weidse geluid van dit multi instrumentele combo uit Toronto! Niet minder dan 4 gitaristen stuwden “World Sick” uit het dit jaar verschenen ‘Forgiveness’ naar een climax en op “All To All” moest de zangeres niet gek veel onderdoen voor Leslie Feist die zelf occasioneel nog steeds deel uitmaakt van deze groep. Het continu afwisselende instrumentarium en de afwisselende bezetting maakten het (bewust?) verdomd moeilijk om deze muziek in een vakje te stoppen. Tijdens “Cause = Time” op het einde van de set kwam de onmiskenbare invloed van Neil Young en Sonic Youth dan toch nog onvermijdelijk bovendrijven.

Julian Casablancas
Julian Casablancas leek er zich maar al te goed van bewust te zijn dat hij gedoemd is om voor de rest van zijn muzikale leven te blijven doorgaan als de frontman van het intussen (tijdelijk?) op non-actief gezette The Strokes. Want hoe ga je eigenlijk om met de loodzware erfenis van deel uitgemaakt te hebben van de hipste band van New York, en bijgevolg van de rest van de planeet, begin de jaren 2000? Juist, door verschroeiend van start te gaan met het nog steeds onweerstaanbare “Hard To Explain” van The Strokes zelf natuurlijk! Plotsklaps was de siësta time definitief voorbije op de weide, … en wat daarop volgde klonk live een stuk rauwer en energieker dan op het debuut soloalbum ‘Phrazes For The Young’, een aanbevelenswaardige plaat trouwens waarop Julian Casablancas verassend nieuwe muzikale oorden opzoekt. Zo lieten “11th Dimensions” en “Glass” horen dat David Bowie niet alleen qua kapsel en outfits een belangrijke inspiratiebron moet geweest zijn.
De traditie van hun ultra korte sets destijds nog steeds respecterend gaf Julian Casablancas er al na een half uurtje de brui aan. Even vreesden we dat de nukkige Amerikaan liever Luikse bouletten ging eten, maar aangenaam was onze verbazing toen Julian Casablancas tijdens het eerste bisnummer met “The Modern Age” opnieuw opwindend materiaal van The Strokes van onder het stof haalde.
Op het eind deed hij zelfs de moeite om hoogstpersoonlijk het publiek nog uitgebreid te gaan bedanken. Die bouletten had hij nu wel dubbel en dik verdiend!

Crystal Castles
De HF6 loods was grotendeels in het duister gehuld op het ogenblik dat frontvrouw Alice Glass van Crystal Castles zich uiterst gewillig op de omhooggestoken handen liet meedrijven. We hadden direct door dat de Luikse jongemannen vooraan het podium (of waren het die van de omringende dorpen?) hun kans schoon zagen om dit katje eens stevig te knijpen in het donker. Maar toen deze op zich bedenkelijke praktijk ook nog eens bedankt werd met een hees, langgerekt gekreun en gegil begon het testosteron toch gevaarlijk over te koken. Wie het programmaboekje gelezen had was nochtans gewaarschuwd: Crystal Castles speelt niet vóór het publiek, ze geven er zich volledig aan over! En dit mocht die avond nogal letterlijk geïnterpreteerd worden. De beats uit het doosje van Ethan Kath beukten ongenadig hard tegen de trommelvliezen, maar toch had je tijdens nummers als “Reckless Through The Hosiery”en “Crimewave” dankzij de live drums eerder de indruk in een smerige punkstal beland te zijn. Crystal Castles serveerde een waanzinnig uur lang electropunk van de bovenste plank en van alle optredens tijdens de vierdaagse Les Ardentes zal over dit duo misschien wel het langst nagepraat en nagenoten worden.

Cypress Hill
Hoe opruiend en anti-establishment de teksten van Cypress Hill ook mogen klinken, eigenlijk speelden de organisatoren met deze Amerikaanse hiphop band die goed is voor meer dan 18 miljoen verkochte platen vooral op veilig. Het verloop van de set was bijgevolg voorspelbaar, met collectief op en neer gespring tijdens “Insane in the Brain” en uitdijende weed dampen tijdens “I Wanna Get High”. Zelfs het nasale stemmetje van B-Real bleek door het verouderingsproces nauwelijks aangetast. De overvloed aan ‘latino shit’ kon niet vermijden dat Cypress Hill vooral een gimmick geworden is.

Pavement
Frontman Stephen Malkmus stond de ganse set opvallend onopvallend opgesteld aan de zijkant van het podium te musiceren als wou hij hiermee duidelijk maken: “Kijk, dit is waarvoor jullie gekomen zijn, de legendarische indie lofi band Pavement, en zelf ben ik deze keer volstrekt van ondergeschikt belang”. Want ook al heeft Stephen Malkmus met ‘The Jicks’ na de split nog meer dan behoorlijke platen gemaakt (waarvan de laatste, ‘Real Emotional Trash’ misschien wel de beste is), het artistieke en commerciële succes werd nooit meer geëvenaard en de speculaties rond een reünie begonnen steeds luider te klinken. Achteraf gezien was het misschien wel goed dat Pavement er op tijd mee gestopt is want als afsluiter op de eerste dag van Les Ardentes brachten ze toch gemengde gevoelens bij ons teweeg. Natuurlijk deed het deugd om de rammelende, melodieuze deuntjes als “Shady Lade”, “Cut Your Hair” of “Range Life” opnieuw te mogen horen. Al vanaf opener “Silence Kid” bleek dat ze nauwelijks aan nonchalance ingeboet hebben en Bob Nastanovich, percussionist en grootste zotskap van de groep, haalde af en toe als vanouds zijn megafoon boven als extra stoorzender. Maar de echte magie die er lang geleden op vorige doortochten in ons land (Pukkelpop 1994, TW 1999) van afspatte leek ons toch voorgoed uitgedoofd. Op bijna anderhalf uur jaagde Pavement er zowat hun ganse discografie door en daarmee was de kous af. Pavement bleek vooral een headliner uit nostalgische noodzaak.

Neem gerust en kijkje naar de pics

Organisatie: Les Ardentes, Luik

 

Werchter Boutique 2010 – Prince

Geschreven door

Hij Die Vaak Een Kopstoot Van Een Gans Krijgt mocht persoonlijk de heilige grond van Werchter in vuur en vlam zetten. En wat voor een feest hebben wei gehad!

Om te beginnen met opener Jamie Lidell. Na zijn feestvolle en energieke passage op Gentjazz vorig jaar was het maar de vraag of dit onze nieuwe Jamiroquai zou lukken op een festival weide. Onze immer energieke Brit heeft er een serieuze lap op gegeven en is er met verve in geslaagd de ondankbare taak om voor zo’n – nou ja – grootheid het binnenkomend publiek meteen in vuur en vlam te zetten. Deze tyfoon sleurde ons mee door zijn hits (o.a. “Compass”, “Multiply” en “Another day”) en heeft dit nog diezelfde avond als headliner overgedaan op Cactus.

Over Mint Condition kunnen we kort zijn: Oeverloos, inspiratieloos ,amateuristisch en overbodig theatraal gejam, wat zou moeten doorgaan voor free hiphop funk. Ideaal dus om te gaan bikken, drinken en ...

Larry Graham, basgitarist van dé Sly & Family Stone deed met zijn band en Shelby Jones wat iedere funksoul hoort te doen: Oldschool funk spelen, tonen wat feesten en jammen is en de weide in brand te steken. Dat het op dat moment oude wijven begon te regenen kon mij en duizenden anderen niet deren. Genieten was de boodschap.

Eindigen met een Sly @ Family Stone en onmiddellijk zich vervoegen bij onze Prince. Zijne Ongeschikheid Voor Basket begon er zowat direct en dus en half uur te vroeg mee, zodat de helft van het publiek het niet eens door had. “Lets go crazy”, “1999” en “Little Red Corvette” zette meteen de toon: een Prince die perfect gitaar kan spelen, zich weet te omringen met de beste muzikanten en eigenlijk maar te kiezen heeft uit een enorm arsenaal aan nummers ( heeft Zijne Gratis In Plopsaland Binnenmogende ooit al een slecht nummer geschreven? Weet dat zijn ‘slechtste’ nummers nog boven de middelmaat uitsteken). Jammer dat het volume niet zo hoog stond.
Bovengenoemde Shelby kreeg van Prince een kans met “Angel”, maar van het publiek blijkbaar niet: Ze waren gekomen voor Hij Die Er Nog Steeds Vijfentwintig Uitziet.
Toen Prince het einde van de regen aankondigde begon het net oude wijven te gieten en zette hij dan maar een beklijvende versie van “Purple Rain” in. Beeldt u een achtergrond in met ietwat zon (in de verte) en boven uw hoofd dreigend zwarte en gietende wolken met talrijke bliksemschichten die de weide mede, euh…paars kleurden: onvergetelijk. Ook hier paste onze Jehovagetuige (helaas) enige zelfcensuur toe.
Zijne In Pyama Gehuldheid speelde nog klassiekers als “Kiss” (weer Bijbels gekuist) en “Mountain”, vervolgens een Jacksoncover ,om dan onze Funkmeister Graham weer op de voorgrond te roepen en zichzelf en de weide te laten stomen op regelrechte Sly-klassiekers “Shake Your Body”, “Everyday People” en “I wanna take you higher”.
Dat Zijn Op Een Kinderstoel Aan Tafel Aanschuivende zou durven gedacht hebben zomaar te kunnen afdruipen om ergens in Brussel aan een afterparty te kunnen beginnen, was buiten het publiek gerekend, dat drie bisrondes afdwong. Voor de een wat lauwer dan de eerste ronde, voor de andere juist interessanter en zoniet nog stomender vanwege meer jam en improvisatie, en minder commerce. We hoorden ook enkele flarden uit zijn nieuwe (niet meer baanbrekend), om te eindigen met een heuse jam, gestoeld op “Love Rollercoaster” (Ohio Players ). Nog even “Peach” en zijn ode aan God met ‘God’ en weg was Onze Letterlijk Kleine Maar Toch O Zo Grote Man. Na dik twee uur.

Organisatie: Werchter Boutique – Live Nation

Cactusfestival Brugge 2010: zondag 11 juli 2010

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2010: zondag 11 juli 2010 - Diverse feestjes van hoogstaand muzikaal niveau

Het ergste wat een mens kan meemaken is rond het middaguur verzeild geraken op een overvolle E-40, zeker als de temperaturen oplopen tot 30 graden maar gelukkig heet het doel vandaag Brugge, en voor één keer is dat niet om de lokale chocolateries plat te lopen maar wel om in het sprookjesachtige Minnewaterpark het laatste luik van het Cactusfestival te gaan bewonderen.

Net zoals iedere festivalopener moest ook het Noorse The Low Frequency In Stereo vechten om de nodige publieksaandacht te bekomen alhoewel de liefhebbers van de betere (lees minder saaie) post-rock al langer dan vandaag weten dat deze groep er met de gitaar een lap op kan geven, zeker voor degene die niet vies zijn van wat vette noise.
Hoger op de affiche, denkt u? Misschien wel, maar het is al een opzienbarend feit dat een familiefestival zulke groepen een kans wil geven, dus voor zij die het gemist zouden hebben : gewoon de volgende keer wat vroeger uit de veren.

Ik zou misschien beter vooraf mijn biootjes raadplegen want bij het aanschouwen van Fiction Plane kwamen er gedachten bij mij op in de trend van ‘flauwe kopie van The Police’ of ‘die vent denkt dat hij Sting is, zeker’ en een dag later val ik bijna pardoes van mijn stoel om te lezen dat de zanger van Fiction Plane ene Joe Sumner is, zoon van jawel Sting. Op een paar knappe Radiohead-gitaartjes na kwam ik niet verder dan platte commerciële rock dat klinkt als een afkooksel van The Police, en ook al ken ik ondertussen de stamboom van deze mens verandert dit niks aan mijn mening.

Ook Alela Diane was nieuw voor mij maar onbekend talent ontdekken is nu net wat festivals zo aantrekkelijk maakt. Alela Diane is zowat één van de meest schuchterste meisjes die ik ooit voor zo’n massa volk heb zien spelen. Terwijl ze zich zorgen maakt over de staat van haar zelfgekweekte frambozen tovert ze een verzameling countryfolksongs uit de mouw waarbij ze de begeleiding krijgt van haar weinig spraakzame vader (tenzij u een “Hi” aanziet als een spraakwaterval).
Doordat dochter en vader enkel voorzien waren van een akoestische gitaar was het niet zo’n simpele opgave om een snikhete wei te entertainen, toch hadden deze twee er amper moeite mee en het mag misschien allemaal wel voorzien zijn van de gebruikelijke ‘déjà-vu’-dosis toch merkte je vrij vlug dat het publiek in grote getale aan het vallen was voor deze onschuld.

Onschuld is iets wat je Jon Spencer niet in de schoenen kan schuiven want of het nu met zijn eigen Blues Explosion is , met vrouwlief in de gedaante van Boss Hog of met Matt Verta-Rye in de vorm van Heavy Trash, blijft deze grote mijnheer  altijd de rol van de rock ’n rollduivel zelve. Je moet al een zeer zure pruim zijn om niet te vallen voor deze halfgod want alles wat Jon Spencer aanraakt is te omschrijven als übercool. Op de wijze van een ware rock’n rollpredikant komen we in een rock ’n rollachtbaan terecht die ons van de ene wervelwind naar de andere brengt.
De noise wordt bij Heavy Trash grotendeels achterwege gelaten maar in de plaats daarvan krijgen we een lekkere vette contrabas, bespeeld door showbeest Simon Chardiet. Na een rock ’n rolltrein die ons een klein uurtje doorheen de verschillende Staten van Amerika bracht, smeet Jon Spencer alles op de grond wat zich bij hem in de buurt bevond, en het wordt nu al op de Cactuswebsite geopperd maar inderdaad “Wij willen volgend jaar meer van dat, The Jon Spencer Blues Explosion bijvoorbeeld”. Grote klasse, ook al wisten we reeds weken op voorhand dat dit het verdict zou zijn.

Eerder op de middag mochten we reeds de zoon van Sting begroeten en nu was het de beurt aan de zoon van Fela Kuti. Niet dat ik een specialist in de wereldmuziek ben maar ik weet wel dat Fela algemeen beschouwd wordt als de inspiratiebron van de Afrobeat, een moderne mix is van Westerse en Afrikaanse invloeden. Toen Fela in 1994 aan aids stierf besloot Seun Kuti om de muzikale erfenis van zijn vader te zetten. Spreek trouwens Seun op zijn Gents uit en je snapt de link “zoon/seun” wel, ook al moet je het volgens moderator Nic Balthazar uitspreken als “Sioen”.
De Nigeriaan ontfermde zich over Egypt ’80 wat de muzikale begeleidingsband van zijn vader was. De appel valt blijkbaar niet ver van de boom want meteen werd de sfeer er goed in gezet met een lekkere jazzy opener  waarbij we nadien Seun in een uiterst kleurrijk kostuum het podium konden zien betreden.
Het Brugs Minnewaterpark werd al vlug een Afrikaans vakantieoord met een Seun die als een panter over het podium kroop terwijl de twee knappe achtergrondzangeresjes de meest wulpse dansjes tentoon spreidden die een gezonde jongen zich maar wensen kan.
Na een uur getuige te zijn geweest van een ultiem rock ’n rollfeestje was het nu dus tijd voor een evenwaardig wereldmuziekfeestje ook al houdt Seun er zich niet voor in om zijn president er flink van langs te geven (een nummer als “Big Thief” hoeft geen uitleg).

Hoe later het op de avond werd, hoe meer de vraag rees of het nu Nederland of Spanje zou zijn die de Wereldbeker zou winnen, maar een andere (tevens interessante) vraag was hoe Admiral Freebee in 2010 zou klinken. Tom Van Laere is al lang niet meer de eenzame troubadour die op Neil Young lijkt want Admiral Freebee is zonder enige twijfel één van de grootste rockacts van dit land geworden (daar ik gisteren op Rock Zottegem was, kan je daar wat mij betreft Novastar ook bijrekenen). Het succes heeft van deze groep zeker geen subtiele band gemaakt maar wel een goed geoliede machine waar de kwaliteit vanaf druipt, en met Flip Kowlier als gastbassist kan dit zo’n statement enkel maar kracht bij geven. Admiral Freebee speelde op veilig en gaf het (bij momenten uitzinnige) publiek wat het wou : de hits.
Na afloop ben je bij het overlopen van je lijstje alleen maar onder de indruk hoeveel klasse songs deze groep op zo’n korte termijn geschreven heeft.

Klasse kun je ook gemakkelijk associëren met de volgende gaste, Tori Amos. Het was blijkbaar voor sommige mensen een verscheurende keuze (de WK-finale of een uurtje Amos) maar om de pijn van vele echtgenoten te verzachten (Tori Amos heeft nu eenmaal een hoofdzakelijk vrouwelijk publiek) droeg de Amerikaanse diva een oranje armband om zo haar verbondenheid met de Nederlandse supporters te tonen.
Laten we er maar geen doekjes om winden, de laatste releases van mevrouw Amos laten veel te wensen over en het was dan ook koffiedik kijken wat we hier te zien zouden krijgen. Tori bracht een set van 16 greatest hits waarvan nog een heleboel covers (van “Lovesong” van The Cure tot “Smells like teen spirit”,
“Personal Jesus” tot, jawel, “I feel the earth move” van Carole King).
Tori doet het allemaal alleen, en wijdbeens op een bankje bespeelt ze tegelijkertijd de klassieke en de elektronische piano. “No surprises” zou Thom Yorke zeggen wat niet weg neemt dat Tori Amos grote klasse blijft.

Toen we verschillende ontgoochelde mensen met een oranje T-shirt het park zagen verlaten, wisten we ook meteen dat het tijd was voor de laatste act: Macy Gray. Misschien zat de voetbal er voor iets tussen maar al gauw kon je bemerken dat de meeste fans van Tori Amos niet echt te vinden waren voor een soulafsluiter (waarschijnlijk zou het in omgekeerde rol van hetzelfde geweest zijn) maar deze rondborstige zangeres weet echter wel hoe ze op een zeer goede manier commerciële soul anno 2010 moet verkopen. Wanneer je de talrijke afropruiken en de koorzangeressen zag, leek het wel even of je beland was in een of andere scène van ‘The Blues Brothers’.

Een ideale afsluiter voor een festival die anders is dan de overige festivals en dat siert Cactus ten volste. Het lijkt misschien wel allemaal minder rock’n’roll (alhoewel dit een understatement is voor wie Heavy Trash zag) maar de kleinere details sieren de organisatie. Maar zoals men zegt, zijn het meestal de details die het hem doen, en dat gaat van aandacht naar het kind tot het feit dat een vegetarische medemens tijdens zo’n muzikaal evenement niet moet verhongeren (op sommige festivals nog steeds een pijnlijk punt)
 … See you next year!, het credo van de redactie …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2010: zaterdag 10 juli 2010

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2010 - Elvis Costello en Jamie Lidell niet enkel hoofd - maar ook topact

Telkenmale we het festivalterrein van het Brugse Cactusfestival betreden, wordt het ons keer op keer meteen duidelijk waarom wij zo weg zijn van dit driedaagse gebeuren. Het festivalterrein is prachtig gelegen midden het Minnewaterpark en slechts enkele stappen verwijderd van het historisch centrum. Het laat zich ook kenmerken door een gemoedelijke en ontspannen sfeer en er dienen geen hartverscheurende keuzes gemaakt te worden welke groep (niet) te gaan zien op welk podium. Alle artiesten passeren namelijk de revue op slechts één podium. U kan derhalve gemakkelijk de dorst lessen en de honger stillen zonder het idee te hebben diverse ontdekkingen of uitzonderlijke concerten te missen.

En dat deze combinatie niet enkel door ons gesmaakt wordt, getuigt het feit dat de kaartenverkoop - in het zog van het succes die concerten al enkele jaren mogen genieten - jaar na jaar crescendo toeneemt (ook deze keer mocht in de loop van de namiddag het bordje met het niet mis te verstane opschrift ‘Uitverkocht’ bovengehaald worden). Daarenboven is er nu ook internationale erkenning. Zo heeft het festival sinds januari van dit jaar de European Festival Award op zak voor het beste kleine festival van Europa.

Zelf koos uw recensent van dienst dit jaar voor dag 2 en zagen daar meteen Balthazar (***1/2) als leuke opwarmer – dat mede gelet op de officiële hittegolf in het vizier ook letterlijk zo opgevat mag worden - fungeren. Dit (van origine) Kortrijkse vijftal is aan een heuse opmars bezig. Hun dit jaar verschenen debuutalbum ‘Applause’ lokte erg positieve reacties en beoordelingen uit en als beloning staan ze geprogrammeerd op zowat alle grote Belgische festivals (afgelopen vrijdag mochten ze op Rock Werchter bijvoorbeeld nog de Pyramid Marquee op kwaliteitsvolle manier voor geopend verklaren). Ook nu was hun passage bijzonder geslaagd. Nummers als « Fifteen Floors » en « Hunger At The Door » klonken nog hoekiger, snediger en weerbarstiger dan we op plaat van hen gewoon zijn en het oogde ook allemaal iets minder verkrampt dan in de Werchterse tent, mede door de kleinschaligere omkadering – die dus al meteen opnieuw enkele troeven kon uitspelen. Dat Jinte Deprez en Maarten Devoldere door de felle zon moeite hadden om te zien of de gitaarpedalen al dan niet ingeschakeld waren, kon hen niet deren. Het aantal handen die Balthazar op elkaar kreeg van de reeds aanwezigen zou zaterdag een hele tijd overeind blijven als het meest intensieve, zeker omdat het publiek nog massaal aan het binnenkomen was.

Wie beter wel wat meer en steviger de pedalen had ingedrukt, was het Zweedse Little Dragon (*1/2). Op hun platen ‘Little Dragon’ (2007) en ‘Machine Dreams’ (2009) zijn diverse fijne momenten te bespeuren maar zaterdag bleken deze als sneeuw voor de zon weggesmolten te zijn nog voor de eerste noot werd aangeslagen.
Zangeresje Yukimi Nagano die via haar felgekleurde kimono haar deels Japanse afkomst accentueerde, had duidelijk haar dagje niet. Wij zagen haar nog ooit op fraaie wijze de gastvocalen voor haar rekening nemen bij het Zweedse elektronica-jazz duo Koop maar daar was zaterdag niks van terug te vinden. Als dieptepunt noteerden wij « Never Never », nochtans in wezen een totaal niet onaardige song.
Ook de begeleidende synthesizergeluiden die Håkan Wirenstrand er omheen strooide, waren ondoeltreffend en verre van origineel. De verveling sloeg snel toe en hoe zeer we ook ons best deden om ons er tegen te verzetten, de set had meer weg van een compilatie met herkenbare deuntjes die doorheen de nummers verweven zaten en ze zelfs gingen meebepalen. Een selectieve opsomming: Harold Faltermeyer en « Come Live With Me » (Heaven 17) waren present bij « Feather », een vleugje New Order en Sisters Of Mercy bij « Blinking Pigs », « The Man With The Red Face » (Laurent Garnier) en « The Lebanon » (Human League) bij « My Step » en « Gypsy Woman » (Crystal Waters) en « Put Your Hands Up For Detroit » (Fedde le Grand) bij « Swimming » dat – en het moet gezegd - dan weer wel beter klonk dan op plaat.
In het programmaboekje stond bij de omschrijving van Little Dragon vermeld dat het ging om “een samenwerkende vennootschap die soul, jazz, r&b en lounge fijntjes vermaalt tot een licht verteerbare doch bitterzoete delicatesse”. Tot op vandaag zijn wij nog steeds op zoek naar één woord uit deze omschrijving die strookt met wat het Little Dragon liet horen en zien in Brugge. We moeten het antwoord schuldig blijven. Lag het aan de warmte, het te vroege uur of aan het ontbreken van een nog intiemere clubsfeer? In ieder geval trakteerde de groep ons grotendeels op een draak van een concert.

Meer hoop en vertrouwen hadden wij in het Canadese Black Mountain (***). De groepsleden zien er niet alleen uit alsof een teletijdmachine hen rechtstreeks uit de jaren ’70 heeft overgebracht, hun muziek klinkt ook zo. Via een mix van klassieke (prog)rock en psychedelica roepen zij herinneringen op aan pakweg Deep Purple, Led Zeppelin en Jefferson Airplane (de stem van zangeres Amber Webber klinkt zelfs als deze van Grace Slick). Maar toch leggen zij via het toevoegen van onder meer bepaalde orgelklanken en een portie stonerrock bepaalde accenten waardoor hun werk boeiend en niet integraal gedateerd klinkt.
Of (ook) zij hun meerdere moesten erkennen in de kracht van de zon, is ons niet duidelijk maar de set begon traag en wat inspiratieloos (getuige « Angels » uit hun recentste plaat ‘In The Future’, 2008) en het duurde tot « Tyrants » (eveneens uit het voormelde album) vooraleer het publiek het de moeite vond om wat extra applaus terug te schenken. Dat er ook divers nieuw en onbekend materiaal (onder meer « Rollercoaster ») uit de op 13 september te verschijnen nieuwe plaat ‘Wilderness Heart’ voorgesteld werd, zal ook wel mede aan de basis gelegen hebben van de lauwe reactie van het publiek.
Het beste hielden ze tot op het laatste via een bij Queens Of The Stone Age aanleunende « 
Don’t Run Our Hearts Around » (uit het debuutalbum, 2005) en een stomende « Stormy High » (uit ‘in The Future’ van 2008). Een goed concert maar het miste de nodige drive – vooral Webber keek meermaals doelloos voor zich uit - om het te catalogeren als overweldigend ten tijde van hun bezoek aan Pukkelpop twee jaar terug.

José James (***) heeft zopas met onze landgenoot en pianotalent Jef Neve samengewerkt en dit mondde uit in een gezamenlijke plaat ‘For All We Know’ waarop covers te vinden zijn van tien jazz- en popstandards. Afgelopen zaterdag stond hij er met zijn eigen werk, geruggensteund door een eigen groep.
José James mag dan een vriendelijke persoon op zich zijn, live is hij een charismatische lefgozer. Nadat hij met « Code » zijn set opende, trok hij voluit de kaart van de jazz waarbij hij met zijn fantastisch klinkende bariton stem de uitdaging aanging om met zijn bekwame muzikanten – die hij diverse malen uitvoerig dankte - in duel te gaan teneinde via een soort freestyle hun instrumenten te laten anticiperen op zijn stemkunsten. Dat hij een fantastische zanger is, staat buiten kijf maar het leek er op dat hij dit via een opeenstapeling van repetitieve stemklanken iets te veel wou etaleren.
Voor een jazz festival of een zaalconcert zou dit perfect passen maar voor een openluchtfestival als Cactus impliceert dit een serieuze uitdaging. Het publiek aanhoorde de show maar liet het wat over zich heen gaan.
Door de bijdrage van de bevriende zangeres Jordana de Lovely uit Brooklyn, New York (het zwoele en intense « Love Conversation »), de toenemende mix van soul, contempary R&B, hiphop (« Made For Love ») en dubstep (zie onder meer « Warrior ») kwam er wat meer zwier en opwinding in de set en kreeg hij meer en meer luisterende oren mee.
“I bring the jazz to the hop” zong José James. Volgende keer de stijlen wat meer evenwichtig verdelen en er mag een sterretje aan de beoordeling toegevoegd worden. Een mooi en gedurfd concert, maar wel eentje voor de fijnproevers en de doorzetters.

Waar vroeger de zondag werd voorbehouden voor voornamelijk wereldmuziek werd de formule door de organisatoren van het Cactusfestival de voorbije jaren geheel aangepast in die zin dat alle stijlen en genres doorheen alle dagen verweven worden. Dit is niet enkel commercieel een goede zet gebleken maar het biedt aan het publiek de mogelijkheid om zich ook geluiden toe te eigenen waar het normaal niet mee in aanraking komt of zich niet mee vertrouwd voelt. Dit jaar was dit dus een beetje het geval met José James maar bovenal met het collectief Balkan Beat Box (***) die als ‘vreemde’ bijt geprogrammeerd stonden tussen overwegend rock- of popgroepen.
Door een amalgaam aan instrumenten en stijlen is het geluid dat dit Israëlisch/Amerikaans collectief voortbrengt een duidelijk toonbeeld hoe eclectisch muziek kan zijn. Rockmuziek, hiphop, klanken uit het middenoosten, opzwepende ritmes uit de Balkan en daarenboven wat Afrikaanse invloeden: het werd allemaal door het publiek fel gesmaakt en hun concert mondde uit in een waar feest. Vanaf de allereerste noot zat de stemming er in en dit bleef aanhouden tot het einde met als apotheose enkele meisjes die op het podium mochten mee swingen.
Voor wie houdt van Goran Bregovic, Shantel & Bucovina Club Orkestar of Gogol Bordello (medeoprichter Ori Kaplan maakte daar trouwens nog ooit deel van uit), of voor iedereen die lekker wil feesten, is dit een aanrader. ‘Hear, see, feel the world’ is de festivalslogan van Cactus en dat was integraal van toepassing op het concert van de Balkan Beat Box. O ja, en voor wie begaan is met het natuurbehoud: u mag gerust zijn. Bij navraag is gebleken dat alle bloemen in het park het hebben overleefd.

Na tien jaar en wat solowerk besloten Sarah en Gert Bettens nog eens als K’s Choice (***) samen de studio in te duiken en een nieuw album uit te brengen. Ze lieten zich omringen door vorige groepsleden Eric Grossman (basgitaar) en Koen Lieckens (drums), alsook door een nieuwe gitarist en toetsenist in de persoon van respectievelijk Thomas Vanelslander en Reinout Swinnen. ‘Echo Mountain’ was het resultaat en kwam dit jaar in de winkels te liggen. Het werd meteen een dubbelaar waarbij de ene kant is gevuld met rustige liedjes en op de andere plaat rocknummertjes terug te vinden zijn die een publiek moet kunnen aanspreken in de leeftijdscategorie van 7-77 (waarbij uitschieters aan beide kanten zelfs niet tot de onmogelijkheden behoren). Niet dat we hiermee enige kritiek willen uiten op het sympathieke duo en hun muzikanten maar we willen aangeven dat als de muziek gehoor vindt bij zo’n grote bevolkingslaag, dit er op duidt dat de scherpe kantjes er van afgehaald zijn.
En dat is ook wat het optreden in Brugge uitstraalde. Gedegen en goed maar zonder uitschieters. Nog in negatieve noch in positieve zin. Extreme, alternatieve of provocerende horizonten werden niet opgezocht maar dat verwachten de fans wellicht ook niet.
Sarah was haar uitbundige zelve en Gert musiceerde goed maar hield zich wat afzijdig mede doordat hij een tijd buiten strijd was wegens. Enige uitzondering vormde zijn mooie gitaarintro bij « If You’re Not Scared ». Het rustiger songmateriaal zoals « Killing Dragons » genoot onze voorkeur. De klassieke rockers klonken namen te weinig als echte rock. « Cocoon Crash », « I Will Carry You » en het onmiddellijk daarop aansluitende – want de intro is intussen zo herkenbaar geworden – « Not An Addict » klonken allemaal wat vlak. »‘God Is In My Bed » vormde wel een mooie afsluiter maar kon niet verhinderen dat dit alles net een nodig extraatje mistte.

Wij keken vooral uit naar de komst van Elvis Costello And The Sugarcanes (****). Na eerdere uitstapjes richting onder meer klassieke muziek en jazz blikte Mr. MacManus (beter bekend als Costello) vorig jaar de uit blues, bluegrass, zydico, americana en country opgetrokken plaat ‘Secret, Profane & Sugarcane’ in. Hij deed dit samen met een begeleidingsgroep bestaande uit ervaren muzikanten als Jeff Taylor (accordeon), Mike Compton (mandoline), Dennis Crouch (contrabas), Jerry Douglas (dobro), Stuart Duncan (viool) en niet in het minst Jim Lauderdale (gitaar).
Ook in Brugge werd Costello door voormelde zes groepsleden omringd en er kwam een afwisselend aanbod van nieuw en bekend werk.
Het begon een beetje aarzelend met « Complicated Shadow » en « Blame It On Cain » waarbij de instrumentatie nog niet perfect aansloot bij de zingende en gitaarspelende Costello.
Maar vanaf dan zou het hoogtepunten regenen (onthoud dit werkwoord). « Down Among The Wine And Spirits », « New Amsterdam » dat naadloos verweven werd met het van de Beatles afkomstige « You've Got To Hide Your Love Away », « Brilliant Mistake », « Good Year For The Roses » (met een intro die het publiek even op het verkeerde been zette) en « (The Angels Wanna Wear My) Red Shoes » waren allemaal bijzonder mooi en het ouder werk klonk met de nieuwe manier van uitvoering toch fris.
En frisjes werd het helemaal toen bij « The Delivery Man » de weergoden besloten om de hemelsluizen helemaal te openen en het Minnewaterpark te laten onderdompelen in grote waterplassen. Waarvoor kon gevreesd worden, namelijk dat zowel het publiek als de artiesten zich hierdoor zouden laten imponeren, was onterecht. De aanwezigen bleven enthousiast in de handen klappen en ook Costello bleef onvermoeibaar verder musiceren en gooide er diverse gevatte en ‘droge’ Britse humor en woordspelingen tegenaan (zeker bij de aankondiging van « Jimmie Standing In The Rain ».
Dit zorgde voor een bijzondere sfeerschepping en er volgden nog fraaie momenten waaronder een verrassende cover van The Grateful Dead (« Friend Of The Devil »), een schitterend « Everyday I Write The Book » in een donkere, uitgeklede versie die in schril contrast stond met het van een stevige ritmesectie voorziene « Don't Lie To Me » dat massaal door het publiek werd meegezongen.
Apotheose vormde ons inziens het door de begeleidingsgroep sober maar zo accuraat uitgevoerde « I Want You » dat slingerde van hartverwarmend naar hartverscheurend. Met « Sulphure To Sugarcane » en « Happy » werd een – opnieuw - bijzonder straf concert van en door Costello afgesloten. De natte kledij had het publiek er duidelijk graag voor over.

Jamie Lidell (****) speelde op 24 uur tijd drie concerten in ons land met voor hem gevoelsmatig als hoogtepunt het voorprogramma van Prince op de weide van Werchter. Dat  dit op dezelfde dag plaatsvond als zijn bezoek aan Brugge zal er ook wel iets mee te maken hebben gehad dat niet Costello maar wel hij als hoofdact van de tweede dag van het Cactusfestival werd geprogrammeerd (ook vorig sloot hij Cactus af maar dat was ter vervanging van een zieke Joss Stone).
En ook hier bleek de keuze van de organistoren een schot in de roos te zijn. Niet alleen Lidell maar ook zijn jonge, nieuwe begeleidingsgroep verkeerden nog steeds in euforie van het feit dat ze op hetzelfde podium mochten staan als waarop een van hun grote voorbeelden nadien zijn opwachting zou maken. Dit was overduidelijk en muzikaal kwam dit tot uiting in het feit dat zij onmiddellijk in het goede ritme zaten en niet alleen hun instrumenten maar ook hun lichamen ostentatief lieten swingen.
 »The Ring » (uit zijn zopas verschenen album ‘Compass’) en « Wait For Me » zetten meteen de toon en blonken uit in opzwepende funk. De muzikanten bleken gelukkig de gretigheid van hun zanger te kunnen volgen. Het nieuwe als eerbetoon aan Prince opgevatte « I Wanna Be Your Telephone » werd voorzien van nerveuze pianogeluiden en diepe beats geproduceerd door een volledig uit zijn dak gaande toetsenist. Lidell zelf maakte bij zijn zangpartij ook gebruik van zijn intussen vertrouwde megafoon.
Er was natuurlijk ook een solomoment voor Lidell weggelegd waarbij hij ter attentie van de old school liefhebbers zichzelf al beatboxend op tape vastlegde, dit mixte, hierover heen zong, er diepe beats aan toevoegde en dit geheel als echo het Minnewaterpark instuurde.
Bij « When I Come Back Around » vond een jamsessie plaats en toen tijdens « Little Bit Of Feel Good » de drummer plaatsnam aan de percussie en daarbij zoveel enthousiasme aan de dag legde, sneuvelden enkele cimbalen. Ondertussen kwamen ook nog « Enough’s Enough », « Where D’You Go » en « Multiply » aan bod en kon ook hierop gedanst worden.
Grappig waren dan weer de inleidende woorden van Lidell bij het van ‘Compass’ afkomstige « Your Sweet Boom ». Dit blijkt namelijk een eerbetoon te zijn aan de ‘fine derrière’ van zijn vriendin. Blijkbaar verschaft dit lichaamsonderdeel hem nog steeds de nodige inspiratie want hij ontpopte zich volop als klankentovenaar.
Lidell dankte het publiek voor de steun gedurende de voorbije jaren en droeg ‘Compass’, het titelnummer van het nieuwe album, op aan alle verloren zielen die een extra steuntje kunnen gebruiken. Net zoals op plaat was het ook op de Brugse planken een van de hoogtepunten. Hoewel ietwat steviger uitgevoerd, droop niet alleen het zweet maar ook de intimiteit er met vele druppels vanaf.
Na « Another Day » dat een a capella stukje meekreeg waarop het publiek gretig inpikte en  Lidell beatboxend de basgeluiden verzorgde, kwam hij nog eenmaal solo terug voor een afsluitend bisnummer.

Lidell beschouwde het Cactusfestival als een perfecte afsluiter van een ongelooflijke dag. Wijzelf zagen een tweede festivaldag gevuld met enkele matige tot goede concerten maar bovenal bleken Elvis Costello And The Sugarcanes en Jamie Lidell niet alleen de hoofdacts maar duidelijk ook de muzikale topacts te vormen.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2010: vrijdag 9 juli 2010

Geschreven door

De 29ste editie van het Cactusfestival was er terug eentje om van te snoepen. Bijna 27000 bezoekers konden genieten van het brede muzikale recept in een tropisch Minnewater. ’Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, wat de versmelting betekent van verschillende culturen en muziek én wat de variëteit onderstreept. De formule bleef ongewijzigd: één podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk. Terecht werd het festival tot het beste kleine festival en het properste door OVAM gerekend. Het zal de crew van Cactus een hart onder de riem zijn …

dag 1: vrijdag 9 juli 2010

Op de eerste avond werd de taalgrens vervaagd door Ghinzu vs Absynthe Minded en was er de ingetogen pracht en emotionaliteit van Spektor vs Gray. En op lieflijke wijze opende, ondanks de groepsnaam, I Am Kloot.

Het Britse trio I Am Kloot, rond zanger/gitarist John Bramwell, al een kleine tien jaar actief, beet de spits af. Samen met een Kings Of Convenience en Turin Brakes zorgden zij voor (rockende) popsongs pur sang, ontdaan van enige franjes, binnen de new acoustic movement. Op de nieuwe cd ‘Sky at night’ kregen hun popsongs wat meer diepgang door orgel en strijkers, zonder echt over te hellen naar bombast.
We hielden een goed gevoel aan de set over, want het trio speelde een afwisselende set van ingetogen pracht en wat meer uptempo materiaal, live met een rauwer randje. Bramwell’s vocals konden in whiskey gedrenkt zijn of hij zong letterlijk de kikker uit z’n keel en kon hoog uithalen.
Optimaal genot voor de liefhebbers van het genre, dat nog meer in een overdekte Cactus Club (MaZ) tot z’n recht komt. Voor de anderen was I Am Kloot een gezapige aanzet als ontmoeting van het 3 daags festival.

Er leeft wat in ons landje van artiesten en bands. Belangrijk is even te checken bij onze Franstalige vrienden. We hoorden al overtuigend werk van Girls In Hawaii, Showstar, The Experimental Tropic Blues Band, The Tellers, Malibu Stacy en Hollywood Porn Stars, maar Ghinzu is momenteel de meest hotte band. Vorig jaar verscheen de tweede cd ‘Mirror mirror’, een plaat vol intense broeierige gitaarrock, gevoed door elektro, bombast en kitsch. Het uitgebreide gezelschap kwam soms snedig en scherp uit de hoek. Live bouwden ze de songs heel goed op, mochten exploderen en gaven ze spannende, verrassende wendingen en springerige ritmes. Zanger John Stargasm gaf elan aan de songs en liet zich soms volledig gaan. “Cold love”, “Take it easy” en “Mother Allegra” klonken stormachtig en ijzersterk. Ghinzu lijkt over de taalgrens waarschijnlijk wel de live band bij uitstek, hier namen we alvast hun sterkte mee, ergens tussen dEUS en The Veils.

En na Ghinzu stond dan Absynthe Minded, die in Vlaanderen hoge ogen scoort. Inderdaad, Absynthe Minded van Bert Ostyn leverde vorig jaar één van de platen van het jaar af, en speelde met z’n band een gevarieerde, brede setlist van gevoelige, frisse pop en rootsrock met jazzy-, blues-, swing en balkan capriolen. Een warme, sfeervolle en speelse sound, gedragen door Ostyns emotievolle melancholische stem. Hier was vanavond het meeste volk voor gekomen. De popsongs “Plane song”, “Moodswing baby”, “Substitute”, “My heroics pt one”, “Papillon” en “Envoi” zaten mooi verdeeld. “People of the pavement”, “I am a fan” en de live niet te ontbreken krachtige en felle “Stuck in reverse” onderstreepten de muzikale veelzijdigheid en diversiteit van grillige verwevenheden. Absynthe Minded is een ‘must to see’ en komt dit jaar op praktisch elk festival om nog meer zieltjes in te palmen…

Het zat Regina Spektor niet mee vanavond. Ze had trouwens een zware dobber te verwerken, want een paar dagen voordien was cellist & goede vriend van de band Daniel Cho overleden. Vóór het optreden op het Zwitserse Montreux festival is hij ’s namiddags in het Meer van Genève verdronken. Prevelend vertelde ze wat er was gebeurd en barstte ze in tranen uit. Maar het publiek verderop de PA wist écht niet wat er was gebeurd en dacht dat de sober gehouden songs haar zo intens raakten.
Terecht werd tav de passage op Rock Werchter vorig jaar, toen ze haar materiaal een rauw, rudimentair tintje gaf, plaats gemaakt voor ingetogenheid en intimiteit. Spektor speelde geen single materiaal, maar de favoriete pianosongs, lichtelijk en spaarzaam begeleid, van haar bandlid. Op het podium stond z’n cello opgesteld. Allemaal aangrijpend dus en soms huilend achter de piano probeerde ze zo goed mogelijk het eerbetoon te spelen. Het warme onthaal hield de moed erin en onderstreepte de schoonheid … bangelijk sober, maar full respect …

In februari ll was David Gray met z’n band nog te zien in de AB en trakteerde op een vroege Valentijn. Dat is dan ook het recept van Gray: mooi uitgekiende, subtiele, fijne melodieën, die door het gitaarspel, toetsen en piano kleur krijgen, gedragen door z’n warme stem. Live kregen ze een ietwat strakker rockmaatje en bombast aangekleed. “Fugitive”, “Now & always” en “This years love” klonken bijzonder goed, maar door het feit dat Gray zich sterk concentreerde op z’n popsongs en de perfectie wenste te benaderen, bleef interactie uit en bleven we bij deze closing act wat op onze honger zitten. “Babylon”, “Morning of my life” en het prachtige “Please forgive me” zorgden ervoor dat hij zich even liet gaan …Geen gebrek aan professionaliteit, maar de muzikale verleidingen op het eind mochten meer om de ‘perfecte’ afsluiter te zijn op de eerste festivaldag!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Status Quo

Status Quo - 40 years of hits

Geschreven door

De inhoud en het aantal ‘hits’ op de website van MusicZine groeit gestadig. Je vindt er stilaan een massa nuttige informatie over concerten en nieuw uitgebracht werk op cd en dvd. De site is niet gespecialiseerd maar bestrijkt alle denkbare genres van de populaire muziek. Als nu de vaste recensent van hun afdeling ‘klassieke krakers’ bij zijn lief in Zweden zit, wil de hoofdredacteur de concertgangers toch plichtsgetrouw een verslag aanbieden. Daarvoor sprak hij mij als vervanger aan met de missie: ga op 10 juli naar het Status Quo -concert in het Kursaal in Oostende en schrijf om de liefde Gods iets voor die mensen… Ik durf zeggen dat ik vrij goed op de hoogte ben als het over Engelse bands gaat, maar een Quo-kenner ben ik allerminst. Toch kan je waarschijnlijk haast niemand vinden die geen vijf songs van Status Quo kent en herkent. Zelfs de meest gesofisticeerde medemens wil geen slecht woord kwijt over de groep. Een gevoel van onzekerheid bekroop mij omtrent de vraag: zal ik in staat zijn iets zinnigs toe te voegen aan wat al bekend is? Wat weet uiteindelijk iedereen al op voorhand? Geweten is toch dat de teksten kort zijn, maar wel knal er op. Dat de melodietjes rechtdoor gaan om er op los te beuken. Is het echter überhaupt mogelijk om hier meer over te zeggen?

Toen ik met wat ongelukkige vertraging het Kursaal binnenstapte viel die druk echter meteen van mijn schouders. Meteen werd ik opgetild en ik rockte het nummer dat bezig was gewoon uit tot op het eind, zo’n 80 cm boven de grond in mijn geval. Het is duidelijk dat de présence van frontman Francis Rossi en zijn maat Rick Parfitt dit voor mekaar krijgt. Beheerst gooien zij de bekende riffs over de massa, die niet anders kan dan reageren zoals de hond van Pavlov. Figuurlijk dan, want gekwijld wordt er niet, waar wel overal om je heen wordt er gestampt en geschud. Ik zie een veertienjarige ongelovig zijn grootouders observeren die blijkbaar opgaan in hun opvoedende rol en hun kleinzoon even tonen hoe dat nu eigenlijk moet met die rock ‘n’ roll. Beneden, vóór het podium, bruist het ondertussen van de beweging van de fans voor het leven. Met opgestoken handen wordt er gedanst en gesprongen. We moeten de organisatie alvast nageven dat de hardcorefan hier in Oostende nog steeds zijn idolen van op enkele meters aan het werk kan zien. Niks geen dranghekkens, niks betutteling: iedereen gedraagt zich hier rock en roll, maar opvallend verantwoordelijk: enkele kinderen worden door een pak omstaanders behulpzaam tot bij het podium geloodst, waar zij hun ogen uitkijken op de groepsleden en hun instrumenten.
Twee van de vijf muzikanten deden al mee in het prille begin: Francis Rossi en Rick Parfitt . Andy Bown (keyboards) en John Edwards (bas ) kwamen erbij in 1986. Zij worden de laatste jaren aangevuld met Matt Letley (drums). Het concert is overduidelijk heel goed en de muzikanten zijn in supervorm. Ik zie hen voor het eerst. Doen zij dit elke keer op zo’n overtuigende manier of hebben wij vanavond geluk gehad? De klank is goed bij het podium, maar nog beter bovenaan in de zaal en wij verplaatsen ons om het beste plekje te vinden. Waarschijnlijk is het uitzonderlijk dat een optreden van Quo plaatsvindt in een zaal vol gerieflijke zetels, maar niemand kan blijven neerzitten want elke intro doet de mensen overeind veren. “Down Down”, “Whatever You Want” en “Roll Over Lay Down” zijn daar natuurlijk bij. En ook “Rockin’ all over the World” (van John Fogerty) en het nummer “Rock ‘n’ Roll Music” (met “If you wanna dance with me”). Zij breien er nog “Bye Bye Johnny” achteraan terwijl al wie een gitaar vastheeft op zijn achterste voor het drumstel gaat neerzitten, want zij nemen nog enkel de begeleiding voor hun rekening terwijl het publiek voor de stemmen instaat.

Na 40 jaar samenspelen met een onderbreking à la Clijsters/Henin blijft een optreden van Status Quo duidelijk nog een echte belevenis. Je ziet gewoon dat de muzikanten zich rot amuseren. De organisatoren van het volgende Belgisch concert mogen gerust zijn dat de fans hun zaal komen opvullen … btw Country Hall, Liège 7 oktober …

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Gent Jazz Festival 2010: Pat Metheny Group – Jungle Boldie

Geschreven door

Jungle Boldie - Line up: Tony Overwater (electric & acoustic bass), Maarten Orstein (tenor saxophone & bass clarinet), Wim Kegel (drums) … Deze drie sympathieke Nederlanders brengen met duidelijk plezier én virtuositeit hun ‘stukken’ of ‘studies’, zoals ze dit zelf graag benoemen. Van ingetogen tot swingende tegelijk herkenbare en onherkenbare wereldjazz wordt ons voorgeschoteld met iedere keer de nodige duiding, als was het in een sterrenrestaurant. Vele stukken komen dan ook uit de eerste decennia van de vorige eeuw. Het is er duidelijk aan te merken dat deze kezen al heel lang samenspelen. Voer dus voor echte liefhebbers en kenners. En nee, ze hebben niet over de voetbal geluld, wat hen uiteraard siert.

Pat Metheny Group - De man is 56 en speelt nog steeds de pannen van het dak. Weinig volk op deze laatste dag van het eerste deel van Gentjazz. De hitte en de ontknoping in het wereldbeker voetbal zal hier ongetwijfeld iets mee te maken hebben, al mist een echte fan niet één optreden. Hij doet niet iedere week, laat staan ieder jaar, ons landje aan.
Metheny passeerde twee jaar terug op Gent jazz en bracht toen zijn trio mee. Een beklijvend concert, (zie uw vertrouwde webstek), die mede door het enorme onweer op dat ogenblik, mythische proporties kreeg.
Een passage met zijn groep, beloofde dan weer iets heel anders te worden. Het was van 2006 geleden dat ik de groep nog aan het werk zag. Toen in een heel uitgebreide bezetting met backings en heel de poespas. Ongelooflijk wat een geluid hij toen voortbracht. Op Gentjazz komt Metheny langs met niet de minste muzikanten uiteraard. Wie goed is, heeft het voorrecht zich te laten omringen met de betere muzikant.
Pat Metheny (gitaar, gitaarsynthesizer), Lyle Mays (keyboards), Steve Rodby (bas), Antonio Sanchez (drums). Vooral Antonio Sanchez staat bekend als een wereldvermaard drummer en maakt al menig decennia deel uit van Metheny’s vaste band. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat ook hij op heel wat applaus kon rekenen na een solomoment. Velen kwamen dan ook voor hem…
Metheny putte uit zijn uitgebreid repertoire. Opener “Phase dance” gaf meteen een impressie van wat nog komen zou. Met zijn vieren zetten de heren een formidabele klank neer. De akoestische gitaar – op standard én op correcte hoogte voor de meester zelve– werd bijwijlen geruild voor de vertrouwde ibanez.
Metheny neemt zoals steeds het voortouw in elk van zijn composities. Zijne vingervlugheid laat ruimte voor improvisatie bij piano en bass, en doet dan – zoals het een grote betaamt – een stapje achteruit. Vaste pianist Lyle Mays ziet er niet uit, maar compenseert dit dan weer met een meesterlijkheid op klavieren. Het vertrouwde ‘travels’geluid laat hij botvieren op “Are you going with me” (1983) en legt even later een klanktapijt neer wanneer Metheny “This is not America” inzet. Het is voor het eerst dat ik het nummer live hoor brengen en ben er niet goed van. ‘Goose bumps’, en tranen verbijten.
Dat laatste is ijdele hoop, want Hij die steeds meer op Angelo Branduardi gaat lijken, zet een akoestische versie van “Farmers trust” in. Contrabassist Steve Rodby neemt even later over en Mays legt er nog een tapijtje bovenop. Heerlijk! Fenomenaal! Metheny ten top.
Zijn speciaal ontworpen gitaar (Pikasso guitar), een 42-snarig instrument gebruikt hij nog even om “In the dream” te brengen. Meesterlijk, al was het maar om niet in een knoop te draaien tussen al die snaren.
Metheny komt terug voor een bis, de tent is wildenthousiast en hij gaat nog es grasduinen in ‘Travels’: “Song for Bilbao” is absolute afsluiter, en ondanks een foute aftrap (verkeerde klank op de juiste gitaar), geeft de band  nog es alles van zichzelf. De solomomenten volgen elkaar nu rap op. De gitaarsynthesizer van M. (Roland GR-300 voor de kenners)
)zorgt voor het vertrouwde geluid. De zaal is tevreden. De hitte verdreven.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Rock Zottegem 2010: zaterdag 10 juli 2010

Geschreven door

The Opposites kan je gemakkelijk verwarren met de Jeugd van Tegenwoordig: het Nederlandse hiphopduo rond Willy, aka de Polderneger en Big 2, mengt net als die eerste band hiphop met euro-dance, gabber en breakbeats, en net als de JvT houden ze graag spelletjes met hun jonge publiek: The Opposites lieten de hele tent op de knieën gaan, en hun bekende hits (“Licht uit” en “Broodje Bakpao”) werden luidkeels meegezongen in Zottegem. Heel diep graaft het allemaal niet, maar als partyband zijn deze Hollanders wel een meester in hun vak.

Taylor Hawkins, de andere drummer van de Foo Fighters, heeft net als Dave Grohl al eens de behoefte om met vrienden een hobbybandje op te richten. Terwijl dat bij Dave Grohl in Them Crooked Vultures resulteert, is Hawkins ondertussen al twee albums de frontman van Taylor Hawkins en de Coattail Riders. Net zoals bij Them Crooked Vultures blijven er weinig memorabele songs hangen, en draait het vooral om het speelplezier van de bandleden. Waar Taylor Hawkins ons vorige week op het hoofdpodium maar matig kon overtuigen; veel geschreeuw en een metalige drumklank die alles overheerste, werkte de hobby aanpak deze namiddag beter: het geluid zat goed, en we hoorden vettige bluesrock nummers en een zang van Taylor Hawkins die er boenk op zat. Live werkte dit wel, maar ik denk toch niet dat ik een van de twee albums van Taylor Hawkins nog eens zal opleggen, dan toch maar de Foo Fighters.

Ik had er geen flauw idee van dat de Guano Apes nog bestonden, maar kijk, ze stonden toch maar mooi op het podium van Rock Zottegem. Na een split van vijf jaar, zijn de Duitsers in 2009 weer bij mekaar gekomen, en ze werken momenteel aan hun vierde studioalbum. Frontvrouw Sandra Nasic gaf zich volledig, met een podium présence die ze mooi van Mike Patton afgekeken had: gehurkt haar raps afvurend, dan weer de camera-man in de song betrekken of gewoon het publiek opzwepen. De band was in vorm, en publiekslievelingen “Open your eyes”, Alphaville cover “Big in Japan” en het snowboard anthem “Lord of the boards” werden tot achteraan in de tent luid meegebruld. Dat het ondertussen buiten aan het stortregenen was, droeg bij tot de verhitte en opgehitste sfeer binnen in de tent.

Als je je afvroeg waarom al de punks afgezakt waren naar Rock Zottegem, dan lag het antwoord niet bij PIL, maar bij Flogging Molly. Het enige Ierse aan deze band moeten zowaar de rosse bebrilde kop van frontman Dave King en zijn blik Guinness zijn, maar deze Californiërs hebben hun Irish act zo geperfectioneerd (kledij, podiumversiering, songs en intonatie), dat je zou zweren dat ze in Galway of Cork de folk op familiefeesten geleerd hebben, terwijl het natuurlijk Californische punkers met een whiskey adeptie zijn. Songs als “Swagger” en “Requiem for a dying song” werden luid meegebruld, we zagen een mohawk door de crowd surfen, en toen besloten we maar om ons zelf ook maar in het pogo-feestje te smijten, net als de punks, de hard-core meisjes, de folkberen en de scholieren die Flogging Molly wellicht de eerste keer aan het werk zagen. All united and slamming for Ireland!

Na dit uurtje Punk & Folk hadden we nood aan wat verfrissing, en die kwam er naast de obligate pint ook door Joost Zweegers’ Novastar. In geruite broek, speelde deze Belgische Nederlander / Nederlandse Belg een selectie van hits, waarbij het vooral vanaf “Mars needs woman’ crescendo ging. In ware Elton John stijl sprong Zweegers met gitaar en al op zijn witte vleugelpiano, en bracht daar “Wrong” en misschien ook wel “The best is yet to come” *(mijn notitieboekje was net gesneuveld in de pogo bij Flogging Molly, dus het kan ook zijn dat hij dat nummer op de begane grond bracht). In ieder geval stond de Joost zich meer dan 100% te geven, en dat sloeg over op het publiek. Verrassen doet Novastar al lang niet meer, maar iedere festivalorganisator kan er zeker van zijn dat hij met Novastar een brok kwaliteit inhaalt die niet teleurstelt.

Het was afwachten of Public Image Limited er zou staan als hoofdact van Rock Zottegem.
De tent was maar matig gevuld voor PIL, en het was vooral de oude garde die voor het podium plaatsgevat had om hun oude punk icoon te bewonderen. Een aantal jaren geleden voelden die veertigers en vijftigers zich dik in het kruis gepakt door John Lydon, toen die bij de Sex Pistols reünie vooral zijn publiek vierkant aan het uitlachen was omdat ze zo dom geweest waren om zijn portefeuille te spijzen. Met PIL is het anders, John Lydon is bloedserieus over deze band, legt er zijn hart en ziel in, en is ook wel wat gefrustreerd omdat hij vindt dat hij als grondlegger van de post-punk veel te weinig erkenning gekregen heeft voor zijn prestaties met PIL. In 2009, na zeventien jaar stilliggen, besloot Lydon PIL weer op te starten, deels uit geldnood, maar ook omdat de creatieve vlam weer aangeslagen was. De reacties op de concerten in de Engelse pers waren overwegend positief, en in 2010 doet PIL dus een Europese toer die hun ook naar Zottegem bracht. De band, die bestaat uit John Lydon (zang), Lu Edmonds (gitaar), Bruce Smith (drums) en Scott Firth (bas) begon met “This is not a love song”.
Lydon had een soort kazuifel met kruis aangetrokken, maar het zou snel duidelijk worden dat hij zich niet, zoals een bepaalde andere die ondertussen de wei in Werchter aan het entertainen was, tot Jehovah bekeerd had.
Af en toe van zijn fles cognac lurkend, nam Lydon ons mee door zijn acht PIL albums die hij van eind jaren zeventig tot ergens begin jaren negentig met wisselend succes uitgebracht had. Qua sfeer varieerden de nummers van donker en claustrofobisch (denk aan het geluid van de vroege Cure), tot Oosters en dubby, waarbij Scott Firth aantoont dat Jah Wobble eigenlijk niet gemist wordt. Dat Oosters geluid wordt geschapen door de artiesten, want eigenlijk gebruiken ze vrij traditionele rock instrumenten, de elektrische luit die Lu Edmonds af en toe gebruikte, dan buiten beschouwing gelaten. Vooral de snerende stem van Lydon, zijn rollende rrrrr in het bijzonder dan, dragen bij tot dat dubby, Libanees geluid. In”Warrior’, “Albatros’ en “Religion”, was vanavond dat Oosters geluid tot zijn uiterste consequentie uitgewerkt, en in dit laatste nummer nam kon Lydon het natuurlijk niet laten de paus en de katholieke kerk nog een extra stamp op de pedofiele kont te geven.
Het was aandoenlijk om een oude punk, duidelijk geëmotioneerd, elk nummer woord voor woord te zien meezingen: John Lydon was duidelijk levensbepalend geweest voor die man, en voor nog een tiental anderen die zowat voor het podium geplant stonden. Achteraan in de tent was het enthousiasme voor de niet evidente muziek van PIL minder duidelijk, Lydon kon het dan ook niet laten uit te halen naar ‘the back of the tent’, maar het pleitte voor PIL dat het ruime publiek, dat wellicht enkel de ‘hitjes’ kent, bleef staan.
Ruim na enen sloot PIL af met een bis, waarin naast de klassieker “Public Image’, waarmee Pearl Jam de week ervoor nog zijn set geopend had, en “Rise (Anger is an energy)”, ook “Open up”, de samenwerking met Leftfield, duidelijke statements vormden van waar John Lydon, op zijn vierenvijftigste nog altijd voor staat: woede tegen het establishment als positieve energie gebruiken.

Zo rond kwart voor twee zou Daan nog een feestelijk einde aan Rock Zottegem 2010 breien, maar wij hielden het voor bekeken na PIL, net zoals de oude punks vooraan …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Rock Zottegem 2010: vrijdag 9 juli 2010

Geschreven door

In tijden van overaanbod mag Rock Zottegem niet klagen. Hun tweedaags festival geraakte zonder problemen uitverkocht, en dit amper een weekend na Rock Werchter. En ook Zottegem kreeg de hitte cadeau. In de grote festivaltent zorgde dit uiteraard voor de nodige liters zweet die dan alweer gecompenseerd dienden te worden met liters bier. En van een heuse wolkbreuk bleven ze ginder op zaterdag evenmin gespaard. Het was dus een festivalletje met alles erop en eraan.
Ook de affiche was lekker gekruid met Belgisch jong geweld naast een paar legendarische namen als Iggy and The Stooges en PIL. Een geslaagde combinatie, zo bleek.

Rock Zottegem 2010: vrijdag 9 juli 2010 – Open Up and Bleed

Das Pop, het bandje van de immer sympathieke Bent Van Looy, bleek na een geslaagde doortocht op Rock Werchter ook in Zottegem een publiekslieveling te zijn en bracht met hun frisse aanstekelijke pop een erg enthousiast publiek op de been.

The Charlatans zijn als overlevers van de Manchester scene (nu toch ook alweer zo een twintig jaar geleden) niet zo gekend bij het overwegend jonge publiek. Zij moesten dus keihard hun best doen om het volk voor zich te winnen. Waar ze bij momenten toch aardig in slaagden, uiteraard met een song als “The only one I know” die na al die jaren nog heel vitaal klinkt en hier een prima uitvoering mee kreeg, maar ook de rest kon ons bekoren. The Charlatans speelden strak en met de nodige drive. Soms werd het tempo wat gedrukt en verslapte de aandacht van het publiek wat, maar over het algemeen kunnen we hier toch van een puik optreden spreken met vooral een sterk en zinderend slot.

De organisatie van Rock Zottegem mag de handjes in elkaar wrijven. Zij hebben het meest legendarische Iggy and The Stooges concert uit de recente ‘Raw Power’ tournee te boek staan.
Iggy, die alweer als een ongelooflijke zot tekeer ging, dook tijdens de mokerslag “I wanna be your dog” met een kattesprong het publiek in, smakte met zijn smoel ergens tegen de reling aan en kwam met bebloed gezicht het podium terug op om er vervolgens nog een fellere lap op te geven, alsof zijn onzachte landing hem nog meer had opgejut. Enkele ogenblikken na zijn onfortuinlijke stunt kondigde hij de volgende song aan met ‘This is a song about blood’ en zetten The Stooges “Open up and bleed” in, het kon niet toepasselijker. Ze zullen het op Rock Zottegem niet snel vergeten, Iggy moest trouwens na de set voor enkele hechtingen even een ommetje maken langs het hospitaal. Rock’n’roll !!
Niet alleen daarom was dit optreden onvergetelijk. De ganse set had immers terug een brute orkaankracht. Iggy And The Stooges hadden ons tijdens dezelfde tour al eens overdonderd in Lille, april ll (check het verslag op deze site), maar in Zottegem was het, voor zover men dit mogelijk acht, nog straffer.
Op “Penetration” na werd de ganse ‘Raw Power’ plaat er als een splinterbom doorgejaagd, van de smerige oerblues van “I need somebody” en “Gimme danger” tot de vuile punk van “Your pretty face is going to hell”, “Raw Power”, “Search and destroy”, “Shake appeal” en “Death Trip”. James Williamson’s gitaar klonk even gortig en rauw als destijds, Mike Watt molesteerde als een halve gek zijn bass en Scott Asheton mepte zijn vellen aan flarden. De hete punksong “I got a right” blies het dak er af. Iggy haalde ook weer de uit het oog verloren platen ‘Kill City’ (“Beyond the law”, “Kill City”, “Night theme”) en ‘Metallic K.O.’ boven. Uit deze laatste was de ultra heftige rock’n’roll van “Cock in my pocket” fenomenaal en natuurlijk was “Open up and bleed” de song van de avond omwille van Iggy’s bebloed gezicht. Tijdens “Shake appeal” mochten naar goede gewoonte de fans met Iggy het podium op en ving een te opdringerige fan hierbij enkele rake klappen. Kwestie van het gewelddadige karakter van dit hete concert nog wat meer in de verf te zetten. Met hulde aan de security man die nogal flink doormepte en hiermee Iggy met succes afschermde.
Het explosieve feestje eindigde met een uitzinnig en spetterend “No Fun”, de tent ging helemaal plat.
Er is geschiedenis geschreven in Zottegem. Fuckin’ fantasisch !

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Pagina 433 van 499