logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Lightspeed Champion

Lightspeed Champion mist focus

Geschreven door

In 2008 bracht Devonté Hynes met ‘Falling on the Lavender Bridge’ zijn debuut uit onder de naam Lightspeed Champion. Terwijl hij in het verleden elektropunk en metalfunk op de mensheid losliet als gitarist van de band met de onvergetelijke naam Test Icicles, vindt men op dit solo-werk grotendeels naar country en neofolk neigende indiepop die soms nogal theatraal aandoet. In de Botanique werd er vooral geput uit opvolger ‘Life is Sweet! Nice te meet you’, een meer gevarieerde plaat waarop de 24-jarige artiest een vrolijker toon aanslaat. Terwijl het nog afwachten is of zijn eerste twee platen al dan niet in de plooien van de tijd zullen verdwijnen, kunnen we na woensdagavond met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat we vrezen dat zijn laatste passage in ons land dit wel zal doen. Niet dat we getuige waren van een slecht optreden, de hoogtepunten waren echter te schaars opdat het zich in ons geheugen vast zou griffen.

We zijn niet vies van een tempowisseling hier en daar, maar bij het beluisteren van Lightspeed Champion wordt er soms zo vaak van de hak op de tak gesprongen dat men weinig vaste opbouw in het geheel kan herkennen. Het valt dus nogal moeilijk om te beweren dat zijn muziek er staat als een huis. Als toeschouwer was het woensdag vaak zoeken naar aanknopingspunten in dat amorfe geheel. Het is niet zo dat we ijveren voor het feit dat een concert een simpele opeenvolging van duidelijk te onderscheiden liedjes moet zijn, wel is het zo dat we geen vlakke brij gepresenteerd willen krijgen wanneer artiesten zo ambitieus zijn om persé te bewijzen dat ze vlot meerdere stijlen en ritmes kunnen combineren. We hebben ons tijdens de vrij korte set dus niet echt verveeld maar evenmin is onze bek tijdens dat uurtje ook maar één keer opengevallen.
Laat ons echter niet al te streng zijn want Lightspeed Champion is ontegensprekelijk meer dan gemiddeld getalenteerd en we hoorden dus wel degelijk mooie dingen. Opener “Marlene” toonde bijvoorbeeld aan dat hij vurig van start kan gaan. Terwijl de uit zijn debuut geplukte songs (“Midnight Surprise”, “Galaxy of the Lost” en "Tell me what it’s worth”) soms ietwat routineus gebracht werden, merkten we meer gedrevenheid tijdens de zeven nummers uit ‘Life is Sweet! Nice te meet you’. Ook de begeleidingsband kon zich meer profileren tijdens dat nieuwere werk, vooral in “Faculty of Fears” trad de gitarist af en toe op de voorgrond met een snerpende solo.
Ook “Madame Van Damme” is het vermelden waard, deze muzikaal (maar allesbehalve tekstueel!) naar The Magic Numbers neigende single werd in de Rotonde massaal begeleid door ritmisch handgeklap. Vermits Lightspeed Champion geen blijf weet met zijn productiviteit, liet hij met “Straight” en “Heavy Purple” twee nummers horen die niet op praat prijken maar gratis ter beschikking gesteld worden aan de downloadende massa.
Afsluiter “Sweetheart” (waarvan de intro enorm appelleert aan Daans “Icon”) bleef gespaard van de vele tempowissels die we de ganse avond al te verteren kregen en schitterde aldus door eenvoud.
Ook de bisronde verliep voorspoedig met het solo gebrachte “There’s nothing Underwater” en een stevige versie van de Beatles-cover “It won’t be long”. Dit laatste nummer vindt men terug op een LP uit de brave beginperiode van de Fab Four (‘With the Beatles’) maar werd door Lightspeed Champion gebracht met de overrompelende kracht die zij pas enkele jaren later in de vorm van het ongemeen sterke “Helter Skelter” op hun witte album lieten persen.

Dankzij dit mooi slotakkoord verlieten we de Botanique dus uiteindelijk wel met een vrij goed gevoel (en het cathy “It won’t be long’ dat nog very long in ons hoofd bleef ronddolen).
Desalniettemin denken we dat Lightspeed Champion meer in zijn mars heeft dan hij woensdagavond liet horen, hopelijk slaagt hij er ooit in om dit vermoeden op plaat en op podium te bevestigen. We blijven bereid om hem nog minstens één nieuwe kans te bieden.

Eerder op de avond maakten Kurran and the Wolfnotes een wat makke indruk. Mildheid is geboden aangezien hun lead-gitarist verstek moest laten gaan, maar toch zijn we er vrij zeker van dat dit vijftal weinig sporen zal nalaten in de muziekgeschiedenis. Na het downtempo “Pouding Down” besloten ze hun set met hun eerste (en tot op heden enige) single getiteld “What a bitch”. Ondanks de vervaarlijk klinkende titel is dit een erg poppy nummer dat woensdagavond voor het eerst (maar niet voor het laatst, zie zupra) aan The Magic Numbers deed denken. We hebben niks tegen dergelijke muziek maar verkiezen wel dat het plaatje past. Dit laatste is niet echt het geval als er zomerse popmuziek gebracht wordt terwijl de zanger op zijn ontblote voorarmen pronkt met ontelbare tatoeages.
Wat ze live brachten kon ons niet motiveren om voor 5 euro hun 5 songs tellende debuut-EP aan te schaffen.
Wat ons het meest bijblijft van dit voorprogramma is het feit dat we tussen het publiek een lookalike van Lightspeed Champion meenden te ontwaren. Nadat we dezelfde opvallende verschijning vervolgens op het terras van de Botanique tegen het lijf liepen, bleek het zowaar om de man zelf te gaan. Met zijn nerd-bril en onbeholpen houding lijkt hij gigantisch op Steve Urkle, net als die über-nerd weet Lightspeed Champion in het dagelijks leven blijkbaar geen blijf met zijn lijf. Op dat moment schreven we dat nog toe aan de stress voorafgaand aan zijn show, na afloop van die show denken we te moeten concluderen dat de jongeman nog veel werk heeft om zijn energie te leren kanaliseren. Zonder focus zal Lightspeed Champion immers nog vaak uit de bocht blijven vliegen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Lou Rhodes

One Good Thing

Geschreven door

Vorig jaar dachten we even dat er wel een nieuwe plaat van Lamb op stapel ging staan door de onverwachtse reünietour met Andy Barlow. Maar het trippoppende drum’n’bass duo was maar een tijdelijke opleving. Het is wel zo dat de derde soloplaat van znageres Lou Rhodes werd opgenomen in diens studio, zonder dat hij ook maar aan de knoppen moest komen. ‘One good thing’ belicht haar folky sing/songwriter kwaliteit en is een sober gehouden plaat. Ingetogen nummers, vorm gegeven door haar het akoestische gitaarspel, aangevuld met een stemmige strijker (= cello ) en gedragen door haar breekbare, zwoele, ijzige en pakkende vocals.
De plaat onderscheidt zich toch van het eerder onopvallende tweede ‘Bloom’, dat alvast een bredere omlijsting had, en plaatst zich naast het debuut ‘Beloved one’.
Indrukken van de verhuis naar het platteland en het (plotse) verlies van haar zus Janey zijn de thema’s van de cd. De elf songs liggen in elkaars verlengde. De ingetogen folky popballads genieten een intieme pracht met de titelsong voorop.

Moke

The long & dangerous sea

Geschreven door

De groepsleden van het Nederlandse Moke hebben al een verleden bij andere bands die het binnen de Britpopscène houden. Inderdaad de band draaiende rond Felix Maginn (zang/gitaar) en gitarist Phil Tilli hebben een sterke tweede cd uit, die het debuut ‘Shorland’ van 2007 opvolgt  … én overstijgt. Hun songs hebben een spannende, broeierige opbouw, krijgen kleur door de weelderige arrangementen en elektronica en worden gedragen door de warme stem van Maginn.
De songs zijn mooi uitgewerkt en staan pal naast de return van Echo & The Bunnymen. Meer zelfs, Ian McCulloch kan misschien bij deze heren even aankloppen om te horen hoe hij nog een best een popsong schrijft! Ze hebben alvast de kunst om te beroeren en te ontroeren door die gitaarlagen en fijne melodielijnen. Ze spelen ten dienste van het liedje en hebben hiermee en heel overtuigende, heerlijke plaat uit, luister maar eens naar “Love my life”, “Switch”, “Nobody’s listening” en de titelsong.
Nederlandse band die het verdient zich te onderscheiden van die hippe (Nederlandse) hiphopscène en nog iets muzikaals kan betekenen na het verhaal van Johan …

Savatage

Still The Orchestra Plays: Greatest Hits Vol. 1 & 2

Geschreven door

Savatage is een legendarische metalband uit Florida die al enkele jaren niet meer actief is. Toch komt de band op de proppen met dit nieuwe verzamelalbum. De groep  wordt eind jaren zeventig opgericht door de broertjes Jon en Chris Olivia. Eerst wordt er gekozen voor de naam Avatar maar aangezien er in Europa al een band met die naam bestond, wordt snel geopteerd voor Savatage. De band speelt op zijn eerste albums ‘Power of the night’ en ‘Fight for rock’ heavy metal met stevige speedmetalriffs. Geleidelijk aan schakelt men over op een meer bombastische en epische sound wat zich vertaalt in albums als ‘Hall of the mountain king’, ‘Gutter Ballet’ en ‘Streets’.
In 19993 slaat  het noodlot echter toe wanneer gitarist Chris Olivia wordt aangereden door een auto en sterft. Opvolgers worden er gevonden in de personen van Alex Skolnick (oa Testament) en Al Pitrelli (oa Alice Cooper). Savatage werkt op dat moment trouwens al met zanger Zachary Stevens. De groep opteert in die periode tevens voor een nieuwe koers in de vorm van rockopera’s en de combinatie van klassieke muziek en metal. Na het laatste album ‘Poets and Madmen’ uit 2001 gaat Jon verder met Jon Olivia’s Pain (deze zomer trouwens te zien op de main stage van Graspop) en staat Savatage defacto op non actief.
De chronologisch opgebouwde dubbelaar biedt een mooi overzicht van de indrukwekkende carrière van deze metalformatie. Wel staan er geen nummers van de eerste twee albums op, ongetwijfeld heeft dit te maken met problemen rond de rechten hiervoor.
Het album biedt een mooie mix tussen stevige nummers (“Gutter Ballet”, “Hall of the Mountain King”, “24 hours ago”) en ballads (“Summers Rain”, “When the crowds are gone”, “All that I bleed”…). In verschillende van de volgende  nummers zoals “One child”, “Morphine Child” (wat een ongelooflijke riff), “Edge of Thorns” hoor je duidelijk de geslaagde combinatie van klassieke muziek en metal. Als bonus zijn er nog drie akoestische nummers van Jon Olivia toegevoegd. Misschien was er in plaats hiervan toch beter gekozen voor enkele songs uit de begindagen van Savatage. Nog opmerken dat de limited edition van deze verzamelaar de dvd ‘Japan Live’ uit 1994 bevat.
De echte fans zullen de meeste nummers van deze dubbelaar al in hun bezit hebben, voor de jongere metalfans en diegenen die de band niet kennen, biedt ‘Still The Orchestra plays’ een mooie bloemlezing uit het oeuvre van Savatage.

We Were Promised Jetpacks

The last place you’ll look (Mini LP)

Geschreven door

Vorig jaar kwam het Schotse viertal We Were Promised Jetpacks helemaal uit het niets met hun overdonderende album ‘These Four Walls’ waaruit “Quiet little voices” een bescheiden indiehitje werd. De combinatie van de traditionele geluidsmuur, het grappige Schotse accent van zanger Adam Thompson, pakkende songs met diepgang en een uniek geluid veroorzaakten bij de pers over de Noordzee wederom een hype maar dit keer was het niet omdat ze niks anders hadden om over te schrijven maar wel omdat het hier om kwaliteit ging.
De muzikanten uit Edinburgh verdedigden deze commotie met een schitterende livereputatie , zo ook hier bij ons trouwens. Het grote probleem bij een fantastisch debuut is natuurlijk bewijzen dat je kwaliteiten niet beperkt blijven tot een tiental songs en daarom was het dan ook de grote vraag of ze hun magistraal geluid op deze mini-lp konden evenaren. Het antwoord hoor je vanaf de eerste tonen van opener “A far cry”.
We Were Promised Jetpacks klinken niet alleen meteen volwassener maar het deed ons meteen doen wegzwijmen zoals enkel de orkestrale pracht van Sophia dat kan.
Dit niveau wordt gedurende vijf songs lang volgehouden en dat doet ons enkel maar uitkijken naar de volgende full cd. Het is een cliché maar zo gaat het nu eenmaal: dit is een naam om te onthouden!

Holly Golightly & The Brokeoffs

Medicine County

Geschreven door

De naam Holly Golightly mag misschien als één of ander Tim Burton-karakter klinken maar deze Britse muzikante is in het muzikantenmilieu een klinkende naam.
Ze was al eerder te horen op platen van Billy Childish en natuurlijk The White Stripes maar met haar derde album ‘Medicine county’ trekt ze weer alle aandacht naar zich toe.
Als er zoiets bestaat als tijdsloze muziek dan behoort Holly Golighty zeker tot die lichting want reeds meteen bij opener “Forget it” wordt je door een wulpse divastem meegevoerd naar één of andere scene uit een donkere David Lynch-film.
Donker is wel het gepaste woord want bij meerdere nummers heb je het gevoel dat je in rokerigere bar beland bent waar ongure figuren je van kop tot teen bekijken.
Niet dat het allemaal zo serieus is want “I can’t lose” is een billenkletser van jewelste die neigt naar Dolly Parton, maar net als het allemaal teveel wordt krijg je een nummer als “Blood on the saddle” te horen (ja qua titelkeuzes kunnen ze er weg mee) dat herinneringen oproept aan het mooiste wat ooit Lee Hazzlewood en Nancy Sinatra hebben gedaan.
’Medicine county’ is zo’n klein pareltje dat je als ware muziekliefhebber eigenlijk eens zou moeten gehoord hebben ook al is de kans klein dat deze prachtplaat ooit de Belgische radioprogramma’s bereikt. Een aanrader voor al wie van niet alledaagse kwaliteitsmuziek houdt.

Polock

Getting down from the trees

Geschreven door

Indierock uit Spanje? Toegegeven, het klinkt niet echt als muziek in de oren maar sinds kort is er toch het een en ander aan het gebeuren in het zonnige Zuiden.
Niet in het minst door het nieuwe label Mushroom Pillow die met bands als We Are Standard (geproduceerd door Andy Gill van Gang Of Four) of  Delorean  (opgemerkt door The XX) het beste onder hun hoede hebben. Sinds kort mogen ze daar ook Polock (met 1 “l” want anders kom je bij een experimentele kunstenaar terecht) aan toevoegen.
De band wordt vaak in één adem genoemd met Two Door Cinema Club en Phoenix en dat is niet eens zo slecht bekeken. Polock maakt dansbare indiepop die duidelijk zijn mosterd gehaald heeft bij het latere New Order-materiaal en zulke invloeden werken altijd meer dan aanstekelijk. Op deze debuutcd krijg je 9 vrolijke tracks die een funky post-punkgeluid bezitten en het zou ons niets verbazen moest deze band, mits natuurlijk de nodige airplay op de radio, het nog gaan maken ook.
Inderdaad, indierock uit Spanje en het is nog goed ook!

Gentlemen Of Verona

Gentlemen Of Verona – interview nav ‘Brutally Honest’

Geschreven door

Eigenlijk heb ik wel een boontje voor Belgische muziek. Noem het patriotisme (dat is het zeker niet) of wat dan ook maar als er in dit Belgenlandje een groep opduikt waarvan je een “wow”-gevoel hebt dan ben je dubbel gelukkig.
De undergroundpers is laaiend wild van hun nieuwe album ‘Brutally honest’ (wij ook, of wat dacht je?) en vanaf het moment dat je de CD in je speler steekt, weet je waarom : loeiharde en vlijmscherpe rock met vrouwelijke vocals, een garagesound die je terug doet denken aan het betere werk van Touch & Go en een frontvrouw om van achter over te vallen.
En kijk, op momenten dat ze het podium niet onveilig maakt, wil Debby zelfs een uitgebreide babbel met ons doen!

HALLO, ZEG HET EENS….ZIJN HET ALLEMAAL ZULKE VRIENDELIJKE MENSEN IN VERONA?

DEBBY TERMONIA: Vreemde openingsvraag! Maar euhm... Om hierop te antwoorden: Jazeker!
Afgelopen zomer kwamen we tijdens een vakantie in Verona terecht. Een erg aangename verrassing. Fijne mensen, gezellige straten, lekker eten... Niets dan lof dus over Verona.
Het enige minpunt is wel dat ze daar een beetje achterdochtig zijn. Zo staan er aan alle invalswegen van de stad camera’s waarmee de ordediensten de nummerplaten van vreemde auto’s fotograferen. Als je in de stad wil overnachten moeten de hoteliers je kenteken aan de plaatselijke politie doorgeven. Als dat niet gebeurt, slepen ze je wagen weg.
Beetje vreemde werkwijze. Maar ja... Zo heeft iedereen zijn eigenaardigheden.

WE ZULLEN ER REKENING MET HOUDEN ALS WE DAAR OOIT VERZEILD GERAKEN. JULLIE ZIJN EEN VRIJ NIEUWE GROEP MAAR TOCH HEBBEN JULLIE REEDS 2 CD’S OP JULLIE ACTIEF. ZIJN JULLIE WORKAHOLICS?
DEBBY : Wij? Workaholics? Mmmm... Misschien een beetje. Want voor ons was het gewoon vanzelfsprekend dat die tweede plaat er zou komen.
We bestaan ondertussen 3 jaar. Dat is één plaat om de 18 maanden. Geen slecht gemiddelde, toch?
Voor ons is het schrijven van nummers trouwens geen echte opdracht. Het gebeurt gewoon. Al hebben we voor deze plaat wel enkele bewuste schrijfsessies moeten inlassen. We speelden zo vaak dat we soms gewoon geen tijd hadden om te repeteren en aan nummers te werken. Daarop pasten we de deadline-techniek toe. We kruisten een datum aan in onze agenda’s. Voor die dag moesten al onze nummers klaar zijn. Die methode bleek te werken. Onder tijdsdruk presteren we het best.

ZOU IK OOK MOETEN DOEN… HET EERSTE WAT IK DACHT TOEN IK JULLIE HOORDE WAS DAT JULLIE NIET ECHT BELGISCH KLONKEN……
DEBBY: Dat is fijn om te horen! Wanneer we zelf naar platen luisteren merken we altijd een groot verschil op tussen buitenlandse en Belgische muziek.
De manier waarop groepen uit ons land hun muziek opnemen, mixen of masteren herken je meteen. Ze klinken te zuiver. Soms zelf een beetje te braaf.
Tijdens het opnemen kozen we resoluut voor de manier waarop heel wat Amerikaanse garageplaten opgenomen worden. Het mocht allemaal wat vuiler en rauwer klinken. Ook tijdens het mixen en masteren zagen we er nauwlettend op toe dat de weerhaakjes niet verdwenen. Het moest gewoon knallen. Zonder pardon!

EN DAT WERKT BLIJKBAAR OOK… DOORDAT JULLIE MOEILIJK TE CATEGORIZEREN ZIJN, BESTAAT ER GEEN GEVAAR DAT JULLIE DAARDOOR EEN BEETJE UIT DE BOOT VALLEN QUA PERSAANDACHT EN ZO?
DEBBY : Het is in België sowieso niet makkelijk om de pers te halen. In ons kleine landje varen de meeste magazines en kranten mee met de stroom. Tegenwoordig zijn de spotlights gericht op jonge bands die springerige poprock maken. Ook folk en retro-stuff doen het goed.
Of zoiets niet frustrerend is? Niet echt. Het geeft ons de vrijheid om ons eigen ding te doen.
We hoeven ons geen zorgen te maken of een nummer radiovriendelijk genoeg is. Wij houden ons alleen met de kwalteit van de song bezig. Net zoals onze grote voorbeelden dat doen. Die draaien ze trouwens ook zelden of nooit op de radio. Kan jij je nog herinneren wanneer je voor het laatst Grinderman, Iggy Pop of Jon Spencer Blues Explosion op de radio hoorde? Ik niet.

IK HEB GEEN RADIO DUS AAN MIJ MOET JE HET NIET VRAGEN… OVER PERS GESPROKEN….ENKEL MAAR POSITIEVE REVIEWS GEZIEN. VERTAALT DIT ZICH OOK NAAR HET PUBLIEK?
DEBBY: Die positieve recensies zijn erg leuk. Maar ze zijn erg tijdsgebonden aan de release van een album. Ook de positieve mond-aan-mond reclame na een optreden is erg belangrijk. Als we van een concertorganisator te horen krijgen dat hij ons boekte omdat een van zijn vrienden laaiend enthousiast was na het zien van onze show, dan doet dat enorm veel plezier.
Een goede recensie is een ding, maar je moet het als groep natuurlijk ook op het podium kunnen waarmaken. En dat doen we.

AAN JULLIE CD HEEFT ER HEEL WAT BEROEMD VOLK MEEGEWERKT.
ZIJN JULLIE ZELF OP ZOEK NAAR DIE MENSEN GEGAAN OF ZIJN ZE ZELF NAAR JULLIE TOEGESTAPT?
DEBBY: Door ons werk leerden we Willy Willy en Frankie Saenen kennen.
Ze vonden dat we leuke muziek maakten. Wanneer we elkaar tegen het lijf liepen, kwam de band altijd wel eens ter sprake. Toen we aan onze nieuwe plaat werkten hadden we voor een van onze nummers een dreigende piano-riff in gedachten. Omdat niemand van ons dat instrument op de juiste manier kon inspelen, belden we naar Frankie. Hij is drummer, maar speelt een aardig stukje piano. Hij doet dat op een erg percussieve manier. Na enkele takes stond de juiste pianoriedel op band. Willy Willy voegde daar dan nog een ijzingwekkende gitaarsolo aan toe. Alles verliep zonder moeite. Ze wisten meteen wat we nodig hadden. Het zijn echte vakmannen. Het was ook een erg vreemde ervaring. Toen we tieners waren, gingen we naar optredens van The Scabs en hingen er posters met Frankie en Willy in onze slaapkamer.  Nu stonden die kerels in onze studio te spelen. Helemaal uit vrije wil. Gewoon omdat ze onze muziek tof vinden. Dat is toch wel straf, hé?

IK HEB JULLIE MUZIEK NOG NOOIT LIVE GEHOORD MAAR AFGAANDE OP JULLIE CD HEB IK MAAR EEN GEDACHTE : WAT EEN FANTASTISCHE LIVEBAND MOET DAT ZIJN EN ALS JE DE FOTOS ZIET DAN GEEFT DEBBY ZICH HELEMAAL, NIET?
DEBBY: Wanneer we live spelen zetten we ons in voor 100%. Tijdens zo een optreden gaan we volledig op in onze muziek. Dan vergeten we even wat er buiten het podium gebeurt. Een erg vreemde ervaring. De dag na een optreden sta ik gegarandeerd vol met blauwe plekken. Ik heb dan vaak geen flauw benul waar die vandaan komen. Maar als ik de foto’s van onze live-optredens zie, is dat mysterie snel opgelost.”

OM DAAR WAT VERDER OP TE GAAN, IS ER EEN GROOT VERSCHIL TUSSEN DE GROEP LIVE EN OP CD?
DEBBY: “Eigenlijk niet. Op cd kunnen er wel enkel extra gitaren of arrangementen staan, maar in principe klinkt alles hetzelfde. De basistracks van de cd zijn ook live ingespeeld. Op vier uur stonden ze op band. Allemaal samen in een ruimte. Zonder clicktrack want dat beïnvloedt de spontaniteit. Maar zoiets kan natuurlijk alleen maar als iedereen op elkaar ingespeeld is en zijn instrument ten volle beheerst.

IK KON HET OOK NIET LATEN OM DEBBY TE VERGELIJKEN MET PJ HARVEY, RAAK JE DAT NOOIT BEU?
DEBBY: Stilletjes aan wel, ja.  Het stemgeluid lijkt misschien wel wat op elkaar. Maar dat beschouw ik eerder als een compliment.
Bij deze tweede plaat heeft de muziek meer raakpunten met dingen als Jon Spencer Blues Explosion, Iggy Pop, Urban Dance Squad en Rage Against The Machine.

’BRUTALLY HONEST’ IS DAT GEEN VETTE KNIPOOG NAAR GROEPJES DIE ENKEL ROCK ’N ROLL MAKEN OM TOT EEN BEPAALDE SCENE TE BEHOREN?
DEBBY: Niet echt. De titel verwijst gewoon naar de manier waarop we met onze muziek omgaan. What you see is what you get. Gewoon erg opwindende rock’n’roll. Zonder marketingtrucs.

JESSE HOFF HEEFT EEN SPECIALE GITAARVERSTERKER VOOR JULLIE GEMAAKT. HOE KON JE ZO IEMAND OVERTUIGEN? IK BEDOEL DIE MOET TOCH STERK IN DE GROEP GELOVEN OF NIET?
DEBBY: De man kwam ons tegen op my space. Hij vond onze muziek goed en stuurde ons een mailtje om ons te complimenteren.
Toen we hem googleden bleek hij de gitaartechnieker van o.a. The Black Crows, Jeff Beck, Eric Clapton en The Verve te zijn. We stuurden hem dan ook een mailtje om hem wat tips i.v.m. ons gitaargeluid te vragen. Voor we het goed en wel beseften,werkte hij aan een  gitaarversterker die speciaal op ons geluid afgestemd was. We zijn het ding persoonlijk in London gaan oppikken. Jesse trok een hele namiddag voor ons uit.
Hij demonstreerde de amp en deed nog wat kleine aanpassingen. Het geluid van de versterker paste perfect bij onze plaat. Ook live heeft het versterkertje heel wat bijval.
Na elke show komen de gitaarliefhebbers uit de zaal naar het kastje kijken.
En dat is ook begrijpelijk: Vooraan schroefde Jesse een plaatje waar het woord ‘Lajzy’ staat. Een verwijzing naar zijn eigen bijnaam ‘Lazy J’. Ik zag trouwens dat nu ook Pete Thownsend van The Who een Lazy J-versterker heeft. Qua referentie kan dat wel tellen.

JULLIE PLAAT IS IN EIGEN BEHEER OPGENOMEN. HOE VOELT DAT VOOR EEN GROEP IN EEN TIJDPERK WAAR MUZIKANTEN GECONFRONTEERD WORDEN MET DOWNLOADS HIER EN DOWNLOADS DAAR?
DEBBIE: Downloads zijn de toekomst. Onze eerste plaat werd trouwens exclusief uitgebracht door het Belgische download-label THE WAB.
We hebben er geen enkel probleem mee dat onze muziek zich over het internet verspreidt.
We lieten de cd persen omdat heel wat mensen, waaronder wijzelf, veel plezier beleven aan zo een schijfje. Wat naar de hoes kijken, de inlayteksten lezen... Voor wie dat overbodig vindt, is er nog de downloadversie op iTunes.”

HET LAATSTE WOORD IS AAN JULLIE……………….
DEBBIE: Mooi zo! Dan kunnen we even reclame maken.
‘Brutally Honest’ is het makkelijkst te verkrijgen via www.gentlemenofverona.com of tijdens optredens. MP3-liefhebbers vinden ons op iTunes. Haal dus je geld maar boven en... BUY IT NOW! Hahahaha..”

INFO http://www.gentlemenofverona.com

These New Puritans

These New Puritans: van lo-fi punkers tot volleerde art-rockers

Geschreven door

Toegegeven, het heeft een tijdje geduurd vooraleer ik ‘Hidden’, de tweede cd van These New Puritans, kon smaken. Niet alleen huiverde ik bij het horen van de term ‘art rock’ maar het was ook zo dat ik volledig verknocht bleek aan hun debuut ‘Beat Pyramid’ die door Jan en alleman terecht vergeleken werd met The Fall. Toen op een dag zanger Jack Barnett verkondigde dat het zijn bedoeling zou zijn om dancemuziek met Steve Reich te vermengen, hield iedereen zijn hart vast. Het resultaat ‘Hidden’ werd inderdaad met argusogen bekeken.  Voor de één was het opgeblazen kitsch, anderen zagen er dan weer de nieuwe Britse hype van 2010 in. Wat er ook moge van zijn, het heeft de groep zeker geen windeieren gelegd.
Zo mochten ze een maand of twee geleden op toer met die andere Britse hype, The XX. Het was trouwens ook doordat ze anderhalf maand geleden met The XX in de AB stonden dat hun optreden in de Botanique verplaatst werd naar een latere datum. Maar op dinsdag 27 april was er geen The XX om hun te ondersteunen en moesten These New Puritans (zonder voorprogramma) zelf maar eens bewijzen wat ze waard waren. Publieke belangstelling was er zeker want de Rotonde was volledig uitverkocht.

Het optreden begon net als de plaat en zo bracht  een Wagneriaanse intro het viertal op het podium. Vanaf het moment dat drummer George Barnett (de tweelingsbroer van Jack) met harde slagen het epische “We want war” inzette, werd ook meteen duidelijk dat het drumgeluid een zeer voorname rol zou spelen in dit groepsgeluid. Van gitaar is er weinig sprake bij dit groepje, Sophie Sleigh-Johnson bewerkt de keyboards en wanneer Thomas Hein de MC niet uithangt, versterkt hij George met een tweede drum waarrond allerlei metalen kettingen hingen om het reeds militaristisch slagwerk nog een beetje extra gebalder te maken.
Je kan het niet echt  rappen noemen maar toch is er een MC-geluid aanwezig in These New Puritans en dat is niet eens zo verwonderlijk als je weet dat Jack,  RZA van Wu-Tang Clan als zijn grootste inspiratiebron aangeeft.
Bijna alle tracks uit ‘Hidden’ werden bovengehaald en langzaam aan vond Jack ook zijn draai bij het Belgische publiek dat geïnteresseerd toekeek en ook enthousiaster werd naarmate het optreden vorderde. Het enige wat je je echter afvraagt is of ‘Hidden’ nu de definitieve keuze geworden is van These New Puritans of dat ze toch bij hun derde cd weer een andere weg zullen opgaan.
Als het afhangt van de twee nieuwe onuitgebrachte nummers die werden gespeeld, zou je eerder denken van wel want eventjes bleek de invloed van Bloc Party bleek niet zo ver weg te zijn. Niet dat het een slechte keuze is, want het is vooral op momenten dat These New Puritans zich profileren als een gitaarband zonder elektronica dat hun talent nog meer naar boven komt.

Het optreden van gisteren leerde ons dat These New Puritans blijvers zijn. Van de lo-fi punk uit de begindagen is geen sprake meer, maar het heeft wel plaats gemaakt voor een uniek geluid. Groepen zoals These New Puritans zijn er te weinig. Het leven is voor durvers.

Organisatie: Botanique, Brussel

Editors

Editors: uitgebalanceerd, afgewerkt … en onderkoeld

Geschreven door

’An end has a start’, de tweede plaat van het Britse kwartet Editors uit Birmingham, plaatste hen naast geestesgenoten Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs, Bloc Party, Kings Of Léon en The Killers, de pijlers van de rockscène van de laatste vijf jaar. We zagen hen met de jaren groot, groter, grotesk worden. Na de twee succesvolle albums, kwam dan vorig jaar de derde, ‘In this light and on this evening’, die de band een andere richting deed uitgaan: koele (electro) synths wisselden met de waverockende sound van vroeger af. Een donkerder geluid, in navolging van Joy Division, die door de repeterende ritmes sfeervol, intens broeierig en breekbaar klonk en af en toe eens kon exploderen. De single “Papillon” steekt er met kop en schouders bovenuit, een nummer dat op live optredens al op de steigers stond en iedereen deed recht veren door z’n dansbare beats. En natuurlijk telt hierbij de warme, melancholische maar tegelijkertijd helder overtuigende, krachtige stem en podiumact van zanger/ componist en multi-instrumentalist Tom Smith.
De band is intussen het clubcircuit ontgroeid en werd eerder een stadionact om op grote podia en festivalweides te staan. De Hallen Van Schaarbeek en Vorst Nationaal waren in een mum van tijd uitverkocht. Momenteel concerteert Editors in de Lotto Arena. Maar de GrandMix crew hebben Editors nog eens kunnen strikken en overtuigen ‘back to basics’ te gaan  in een klein zaaltje …, zoals in de Bota of in de Vooruit.

Ondanks de uiterst gebalanceerde, perfecte sound, de afwisselende set en de sterke vocals van Smith, was het me na de set duidelijk dat Editors niet écht meer stilstaat bij een kleinere zaal. Het schoentje wrong bij Smith als persoon, want hoe betrokken, communicatief vaardig en een podiumbeest hij wel was tijdens de voorbije tour, hoe verdiept was hij nu in de huidige Editors sound en tekstvellen. Hij hield het bij de obligate “merci beaucoups” en liet een coole indruk na. Nochtans de blik die hij z’n fans af en toe gunde, straalde zo’n kracht uit, dat het concert in zo’n zaaltje van 800 man uit z’n voegen kon barsten, terwijl het nu eerder routineus de klus afwerken was. Ik hoop alvast dat Editors die valkuil op tijd kunnen ontwijken om op dezelfde begeesterende, energieke wijze als vroeger interactief te zijn.
Maar na het punt van kritiek, slaagde Editors er wel nog steeds in een sprankelende, gevarieerde en emotievolle liveset te spelen; het is een sterk op elkaar ingespeelde en geoliede band die de frisse Britwaverockers afwisselt met de ‘coldwave’synthloops van het huidig sfeervolle, broeierige materiaal.
De setlist tijdens de huidige tour houden ze aan; Smith en de zijnen openden met de moedige, donker spannende titelsong van de huidige cd, op piano en toetsen ingeleid en aangevuld met aanzwellende drumslagen, wat Cave-iaans aanvoelde. De sfeervolle synthpopsong “You don’t know love” zat iets verderop in de set en werd voorafgegaan door de broeierige waverockers “Lights” en “An end has a start”. Ze vuurden de songs in een sneltempo af en het typeerde de afwisselende aanpak van Editors, waarbij ze putten uit de drie cd’s.
Naast Smith verdienen de 3 andere leden evenveel aandacht: er waren de intrigerende, meeslepende, scherpe en gierende gitaarlijnen van Chris Urbanowicz, de diepe strakke basstunes van Russell Leetch (hij was nu diegene die het dichtst bij het publiek stond!) en de bezwerende, opzwepende drums van Ed Lay.
Na het krachtige “Bones” en het electro slepende “A life as a ghost” groef Editors diep in de Joy Division ‘Closer’ catalogus met de repeterende, dreunende beats van de laatste single “Eat raw meat = blood drool” en de weemoedige, dromerige opbouwende “The big exit” en “Last day” door het electrogehalte en synthloops. De broeierige “Blood”, “Escape the nest” en “Bullets” verdeelden ze er netjes in. Ondanks de beperkte interactie ging Editors naar een hoogtepunt met de stroomstoten en het meezinggehalte van “The racing rats”, “Smokers outside the hospital doors” en het strakke “Munich”.
In de intiem gespeelde solo op piano “No sound but the wind” voelden we letterlijk de wind om de oren. “Bricks & Mortar” explodeerde halfweg en leidde het pompende, dansbaar dreunende “Papillon” in, die de ganse GrandMix deed ontploffen. De danskraker bij uitstek! Nu pas leek het erop dat Smith een feestje wou bouwen, hij hotste heen en weer en hitste het publiek op; een stevige versie van het opzwepend oudje “Fingers in the factories” besloot na anderhalf uur de set.
Spijtig genoeg lieten ze één van de sterkste songs van ‘In this light and on this evening’, “Like treasure” aan zich voorbij gaan … het is de ideale overgangsong tussen het ouder werk en de nieuwe Editors stijl. Maar OK, de band heeft nu meer dan ooit een eigen gezicht en bood voldoende variatie aan, maar lijkt door de electrogehalte nu zelf wat onderkoeld …

Het uit Leeds afkomstige IlIketraIns is mee op toer met Editors. ‘Dark music for happy people’ is hun motto. De donkere melancholie en dramatiek in de voetsporen van hun ‘Elegies to lessons learnt’, van traag, slepende aanzwellende melodieën van wavepostrock, overspoeld door feedbackgeraas, werden afgewisseld met levendiger, directer en krachtige waverock, wat ons nieuwsgierig maakt naar de nieuwe cd, die momenteel wordt voorafgegaan door de EP ‘Sea of regrets’. Met een knipoog naar de opbouw van Joy Divisions “Atmosphere”.
En het was al vroeg in de avond leuk vertoeven in de GrandMix met de sfeervolle, catchy melodieuze indierock van het eerder onbekende Airship.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation – weerklank is groot, groter, grotesk …

Geschreven door

Het Ierse General Fiasco kreeg de rol van opwarmer opgeplakt, maar in hoeverre is dat nodig bij BBR... Het moet gezegd dat het trio zich enorm goed van z'n taak kweet en dat de indierock een frisse volwassen sound de zaal injoeg.Toen op het einde van hun set de zanger “First impression” aankondigde konden we besluiten dat de eerste kennismaking met hen voor herhaling vatbaar was.

De volgepakte Vooruit zweette en kreunde reeds van bij het startschot toen het Brusselse tweemansorkest Blackbox Revelation z'n eerste noten inzette. Openers “Run wild”, “Where has all this mess begun” en “Gravity blues” maakten meteen duidelijk dat dit een gewonnen match was. Het geluid stond hard maar goed en het uitzinnige publiek antwoordde met zo'n geestdrift dat Jan en Dries direct op hun élan verder gingen. De nieuwe plaat wordt volledig gespeeld afgewisseld met hun oudere nummers. De catchyness druipt eraf bij “High on a wire” maar even later wordt gas teruggenomen met “Sleep while moving” en “Our town has changed for years now”, een zeldzaam weloverwogen rustpunt in de set maar van korte duur...
Even later wordt het 'blik you songs' opengetrokken: “I think i like you”, “Do i know you” en “I don't want you” met daarbovenop “Set your head on fire”, stomende vettige bluesrock op Dilbeekse wijze met groeten aan de chefs.
Het enthousiasme en meezingen van Dries achter z'n drumkit en de inzet en gedrevenheid van Jan maken deze band zo uniek en sterk, maar ook door de eenvoud en hun naturelle flair.

In de bisronde werd gekozen voor “Love is on my mind”, “Never alone” en “Here comes the kick”, wederom diversiteit ten top van een band die nog steeds groeit en door hun komende buitenlandse opdrachten nog meer weerklank zullen krijgen buiten België en dat is gezien hun kunnen en ingesteldheid enkel toe te juichen!

Setlist: Run Wild, Where Has All This Mess Begun, Gravity Blues
High On A Wire, 5 O'Clock Turn Back The Time, Our Town Has Changed For Years Now, You Better Get In Touch With The Devil, You Gotta Me On My Knees, Sleep While Moving
Love Licks, I Think I Like You, Do I Know You, I Don't Want It, Set Your Head On Fire
Bis: Love, love is on my mind, Never Alone / Always Together, Here Come The Kick

Organisatie: Democrazy, Gent

Lize Accoe

Me Versatile Me

Geschreven door

Het bleek verdacht stil na haar zangcarrière met Delavega, maar de beloftevolle soulzangeres Lize Accoe nam de tijd te werken aan haar soloplaat ‘Me Versatile Me’. Het is een gevarieerde plaat geworden van sfeervolle broeierige soulpopsongs, die soms een flinke scheut funk’n’groove opgegoten krijgen, onder haar warme, bezwerende en emotievolle heldere vocals.
Ze werkte samen met Peter Revalk (remember Wizards Of Ooze) en mixer Steve Greenwell uit New-York. Ze verzamelde een weldegelijke band rond haar en bracht een uiterst evenwichtige plaat uit. Een breed instrumentarium, kleur gegeven door piano-toetsen, blazers en een indringende bas.
Fris aanstekelijk en dansbaar klinken “Don,’t believe” en “Reminisce”, die door de huppelende ritmes, ‘70’s toetsen en funkende swing op de dansspieren werken; “Bolder” krijgt een G Love & Special Sauce tempo/swing mee of ze geeft nummers meer ademruimte, als “Need some sleep” en “I will”, die rijk, subtiel en broeierig zijn.
Zij toont alvast solo aan een soulfenomeen in spé te zijn, die onderhuids Mary J. Blige, Macy Gray, Erykah Badu, Lauren Hill en Leela James naar de kroon steekt, met haar afwisselend materiaal, die de gedroomde doorbraak moet betekenen naar een breder publiek.
We waren onder de indruk van haar performance met uitgebreide band en backing vocalistes als support van Joss Stone, want ze maakte er een party & cocktailfeestje van !
”Enjoying music/life to its fullest”, voegt ze er aan toe  … dat is bij deze genoteerd …

Info op http://www.myspace.com/lizeaccoe

Muffler Men

EP

Geschreven door

Muffler Men is een kwartet uit Oost-Vlaanderen, die het houdt op de ‘90’s melodieuze grungerock van bands als Stone Temple Pilots, Alice In Chains en de subtiliteit toevoegen van een Foo Fighters, The Posies en QOSA. De drie songs op de EP “Every piece of you”, “Shiver” en “Killer on the loose” zijn leuke, broeierige snedige rockers, die oog hebben voor finesse en een broeierige spanning.
MM heeft wat in z’n mars en beschikt over heel wat rockcapaciteit.Bijgevolg smaakt dit duidelijk naar meer. Nu nog dat tikkeltje eigenheid en de spotlight kan terecht op hen worden geplaatst.

Info op http://www.myspace.com/mufflermen

Editors

Editors - De best of setlist van Editors

Geschreven door

Wie de Britse Editors zijn dient geen verdere uitleg meer. Inmiddels is de band rond Tom Smith wereldbekend en werden ze reeds vergeleken met de groten uit de vorige eeuw. In het tweede luik van hun Europese tour deed Editors ook Luxemburg (Esch/Alzette) aan, en stelde de band er in de gezellige en van goede en kwalitatieve klankkast voorziene Rockhal hun derde ‘In This Light And On This Evening’ (2009) voor.

De titeltrack en plaatopener was meteen ook de openingssong van het concert. De subtiele bassound in de vocals die het nummer op de plaat een extra duistere en bombastische toets geeft, ging hier live jammer genoeg een beetje verloren, wat het nummer breekbaarder, en naar mijn indruk minder geslaagd maakte. Aansluitend werden “Lights” en “An End Has A Start” uit de gelijknamige plaat ingezet en de duizendtal fans, die zich uit alle hoeken van de naburige landen voor dit concert verzameld hadden, onthaalden de band met enthousiast handgeklap. Met hun laatste single “You Don’t Know Love” toonde Editors dat de nieuwe songs ook live tussen de meer gitaarrockende nummers uit de vorige platen stand hielden. Hun typerende melodieuze reverbsound hield het geheel bij mekaar en gitarist Chris Urbanowicz verwisselde tijdens de song moeiteloos zijn hoog gierende Rickenbacker gitaar (The Beatles!) met de vintage en moderne elektronica.
Editors verweef hun drie platen in een best of setlist en vuurde een pompend “Eat Raw Meat = Blood Drool”, “Blood”, “Escape The Nest”, een minder strak “Bullets”, “The Racing Rats” en “Munich” als een geoliede band op het publiek af. Na het fantastische “Smokers Outside The Hospital Doors” plande de band een gekunstelde break in, om na vijftal minuutjes het enthousiaste publiek hun honger naar meer te stillen. Smith begeleidde zichzelf op piano in de ballad “No Sound But The Wind” en bewees, met de ogen gesloten, wat voor een verbluffende zanger hij wel is.
De set bereikte naar het einde toe zijn hoogtepunt met “Bricks And Mortar” en de hitsingle “Papillon” waarbij Smith het publiek ongeveer letterlijk uit zijn handen liet eten. En omdat de songs uit de eerst plaat misschien live nog het best werken, stak de band als slotact zijn “Fingers In The Factories”, al dan niet die van de chocoladefabriek.

Muzikaal stond de band op scherp,de bandleden leken zich goed te vermaken, en ondanks de intieme warmte die de relatief kleine zaal bezat, gaf de band door het snelle tempo waarop de nummers werden losgelaten en het,buiten enkele merci beaucoup’s,weinige verbale contact dat Smith naar het publiek toeliet, de indruk dat ze na dit concert nog snel ergens moesten zijn. De contactarmoede van Smith straalde bij de hoogtepunten over naar de band die daardoor wat koel overkwam, maar dit buiten beschouwing gelaten stond Editors er in de Rockhal als een paal boven water, in ‘this light and on this evening’.

Als support bracht Editors het Britse Airship en I Like Trains mee. Het jonge Airship bracht catchy indierock songs die dicht in de buurt van bands als Snow Patrol kwamen, en bevatten alle elementen van een mogelijks grote band in wording.
Contrasterend met wat de avond te bieden had brachtende postrockers I Like Trains rust in het event met hun opbouwende, dromerige en gitaartokkelende nummers.

Setlist: In This Light And On This Evening – Lights – An End Has A Start – You Don’t Know Love – Bones – A Life As A Ghost – Eat Raw Meat = Blood Drool – Blood – Escape The Nest – Last Day – Bullets -  The Big Exit – The Racing Rats – Munich – Smokers Outside The Hospital Doors – Encore: No Sound But The Wind – Bricks And Mortar – Papillon – Fingers In The Factories

Organisatie: Rockhal, Luxemburg

Arid

Arid: ruwe bolster in een 'me & my melody' - verpakking

Geschreven door

Arid liet in 2008 terug van zich horen met ‘All things come in waves’. Na de eerder break, de solo uitstap van Jasper en het langdurig herstel van toxoplasmose, waren ze ‘alive & kicking’, behielden hun Vlaamse fans en wonnen zelfs zieltjes in Wallonië en Frankrijk.
De opvolger ’Under the cold street lights’ versmelt de eerste twee platen tot één en zorgt ervoor dat het rockende aspect van de comeback in 2008 werd doorgezet. De melodieus emotievolle poprock en de weemoedige ballads kregen een flinke scheut venijnigheid en klonken rauwer en steviger; de toetsen namen een prominente rol in, zonder aan de melodielijn in te boeten en tot slot werden Jaspers vocale capriolen tot een minimum herleid. zijn. Er wordt zelfs meer de kaart getrokken van dubbele zanglijnen, wat een duidelijke meerwaarde is.

Het tot een trio gereduceerde Arid, Steverlinck – Du Pré - Van Havere, wordt live aangevuld door een bassist en een toetsenist en net als op plaat krijgen we een stevig eerste half uur, een puur rockende band, die z’n instrumenten laat spreken, “Something brighter”, “Broken dancer” en de single “Come on”. Ook “Tied to the hands” klinkt directer dan op plaat.
Steverlinck betrok de eerste rijen bij de nummers en leek het icoon van de ideale schoonzoon wat te zijn ontgroeid. Dan hadden we een Arid als vanouds met het gekende recept van een afwisselende, gevarieerde aanpak en emotionaliteit, de aanzwellende partijen van “All will wait” en de intens broeierige, spannende ‘emohitwonders’ “Too late tonight”, “You are” en “Believer”, die het hemelse, hoge en heldere stremgeluid van Jasper in de spotlight plaatste. De melodieuze finesse kwam centraal en was de aanzet om nog sfeervoller en intiemer te klinken met “Mindless”, waarin Jsper deels experimenteerde met pas opgenomen vocals als tweede stem, “Seven odd days”, die kleur kreeg door het pianospel, een sfeervolle “Little things of venom” door een diepe basstune en een bezwerende percussie, en tot slot een dromerig opbouwende “All that’s here”. De vaart was ietwat uit het optreden, maar liet ons lekker wegdromen in hun gevoelswereld … en deed de vrouwenhartjes sneller slaan. Jawel, Arid blijft nog steeds gegeerd door het vrouwendeel en werden hoedanook warm onthaald.
Na het ingetogen middendeel sleutelden de heren aan de volumeknop, wat een snedige “Customs of gold” en “Why do you run” opleverde. Avontuurlijker ging het eraan toe met “When it’s over” en “Life”, die elan had door Du Pré’s steelpedal en eindigde in een gitaarbrij. Arid liet z’n tanden zien waarbij de poprockende melodie verrassende en onverwachtse wendingen kon ondergaan.
De dromerige, broeierige opbouw, de subtiliteit en de onderhuidse spanning hoorden we in de veelzijdigheid van de bis met een sfeervolle “Me & my melodie”, “Words” en “If you go”, die telkens naar een mooie climax gingen. Tot slot speelde Jasper een ingehouden, sobere, breekbare “Lock & chain” op akoestische gitaar.

Arid is bezig aan een heuse clubtour, na de twee succesvolle optredens in de AB. Ze slagen in een goede act en présence, hebben een ruwe muzikale bolster en zorgen voor variatie in hun rock en balladvoer, waardoor ze de fans van het eerste uur niet verliezen, rockfanaten winnen en jongeren aantrekken.

Het Limburgse Roadburg en The Galacticos zijn muzikale broertjes van elkaar in die zin dat twee leden deel uitmaken van beide bands, zanger Siegfried Smeets van Roadburg speelt toetsen bij The Galacticos en zanger Thibaut Vaninbroukx van The Galacticos speelt gitaar bij Roadburg.
Roadburg stelt dromerige indiepop centraal en is bijgevolg eerder het donkere broertje. Live moest Roadburg eerst nog wat dreef komen, want de eerste songs waaronder de mooie psychedelische “Plenty of peace left” en “Peel me” gingen wat de mist in door de zwaar aangezette partijen en de ruwere (rommelig aandoende) aanpak. Vanaf “Heaven’s trash” klonk het kwintet evenwichtiger en kwamen de meeslepende, zweverige, sfeervol opbouwende indie kenmerken naar boven, met puike versies van “Don’t lose your luster” en “Instant flowers”, die het enthousiasme en de muzikale tristesse versmolten.
De band speelde leuke opwindende, catchy rock, maar moest af en toe iets bijstellen om de ganse tijd te boeien!

Organisatie: Democrazy, Gent

Groezrock 2010 - Punk Rock Hardcore Festival

Ieder laatste weekend van april is Meerhout het walhalla voor iedere hardcore en punkrockfanaat. Het 2 daags Limburgs festival mocht opnieuw spreken van een topeditie want maar liefst meer dan 30000 toeschouwers vonden de weg naar dit gebeuren.Opvallend was de enorme aanwezigheid van buitenlandse festivalgangers die massaal de weg vonden naar de stoffige weide.

… het Groezrockweekend vanuit het beleven van Lode Vanneste …
Het meest gezellige podium waar misschien ook  het meest te beleven viel, was dit jaar de etnies-stage. Een band die er heel vroeg optrad, was In Fear and Faith uit San Diego, Californië. Deze zeskoppige emocore-formatie bracht vorig jaar met ‘Your world on fire’ een zeer straffe plaat uit en is vooral in de VS ongelooflijk populair. In juni 2010 komen ze met hun twee full album ‘Imperial’ op de proppen en ze zijn nu al een ellenlange tour bezig die ze deze zomer ook naar ‘The Vans Warped-tour’ brengt. De band lijkt hier nog niet zo bekend want de tent zat zeker niet vol en ook de reacties bij het publiek waren vrij lauw.
In Fear and Faith bracht sterke uitvoeringen van nummers als “Pirates.. the sequel”, “Your world on fire” en “The road to hell is paved with good intentions” maar ging hopeloos de mist in bij “Gangsta Paradise”, de cover van de Amerikaanse rapper Coolio. Dit laatste had veel te maken met de prestatie van zanger Scott Barnes die werkelijk zo vals als een kat zong. Toch is dit een band die we zeker in de gaten moeten houden.

Een van de absolute hoogtepunten van Groezrock 2010 was zonder twijfel het optreden van Defeater. Toen we deze band vorig jaar op het Dourfestival zagen, waren ze nog volstrekt onbekend. In een jaar tijd en na de release van een briljante EP (voor ondergetekende nu al met voorsprong dé schijf van 2010) is dat nu wel anders. Defeater speelt zeer een moderne en emotionele versie van hardcore en bouwt hun gelaagde muziek zeer vakkundig op. Het vijftal uit Boston startte de set met “The Red White and Blues” en meteen stond de hele tent in lichterlaaie. De vele fans zongen luidkeels alle teksten mee en het aantal stage divers was niet op twee handen te tellen. Daarna passeerden o.a. nog “Blessed Burden”, “All went Quiet” en “Cowardice” de revue. Opvallend was dat zanger Derek amper zelf zong en vooral de fans liet meezingen. Een gesprekje met hem na de show leerde ons dat hij dit bewust doet, de man is nl een zware astma-lijder en hij probeerde zijn stem wat te sparen voor de rest van de Europese tournee.
Toen Defeater het podium na een halfuurtje verliet, scandeerden de fans ‘one more song’, waarna de band terugkeerde, aan een nieuw nummer begon en de versterkers het plots begaven...  Een onwaarschijnlijk einde van een onwaarschijnlijke show.  We zijn benieuwd hoe groot Defeater de volgende keer al zal zijn wanneer ze terugkeren ...

De jonge honden van Steak Number Eight waren ook van de partij op Groezrock. St8 was op dit festival met hun rauwe postcore een beetje een vreemde eend in de bijt en dat verklaarde misschien de geringe opkomst die er was tijdens hun show. De West-Vlamingen trapten zoals steeds af met het indrukwekkende “The Sea is Dying” waarna nog een viertal songs uit hun debuutalbum ‘When the Candle dies out’ volgden. De groep bracht ook nog twee nieuwe nummers waaronder “The Perpetual” die het beste laten vermoeden voor het nieuwe album. Die cd is normaal voorzien  rond deze zomer, maar zanger Brent Vanneste liet ons weten dat de release ervan waarschijnlijk iets later zal zijn.

Een volgende Vlaamse band was Rise and Fall uit Gent. Met enkele nummers uit hun laatste ijzersterke cd ‘The Circle is Vicious’ en oudere songs als “The Noose” en “Bottom Feeder” raasden ze als een tornado doorheen de etnies-tent. Zowat alle toeschouwers gingen compleet uit hun dak en de vele stage divers zorgden voor een waar slagveld, het ging zelfs zover dat er voor onze ogen een jonge fan na een ongelukkige val knock out ging en z’n Groezrock afgesloten zag op de brancard van het Rode Kruis. Verder viel op dat zanger Bjorn Dossche een ongelooflijke strot heeft maar een echt charismatische persoonlijkheid kun je hem bezwaarlijk noemen.  Slechts heel zelden liet hij de vele kids meezingen in z’n micro. Een enkeling kreeg het zelfs zo op zijn heupen dat hij de micro dan maar uit de handen van de zanger trok, een hardhandige verwijdering door een viertal krachtpatsers van de security was zijn deel...

Een absoluut hoogtepunt voor de vele metalcorefans was ongetwijfeld het optreden van Born From Pain. Met Igor Wouters (ex-Backfire!) als nieuwe drummer zorgde de band  voor een ongelooflijk hardcorefestijn. De vele fans  zongen uit volle borst mee tijdens hits als ‘Sound of Survival’, “The New Hate”, “Sons of a Dying World”, “Stop at Nothing”en “Rise or Die”. Zanger Rob Franssen zweepte het publiek voortdurend op en vroeg meerdere keren om een circle pit te vormen, een verzoek waar de meeste aanwezigen gretig op ingingen. Born From Pain kwam, zag en overwon!

… vanuit het beleven van John Van De Putte - zaterdag 24 april 2010
Wij gingen de zaterdag op pad en checkten in de namiddag her en der wat nieuwe acts uit om even later ons vooropgestelde lijstje te volgen.
Eerste serieus aangestipte band was het Gentse Rise And Fall. Dit combo rond frontman Bjorn Dossche mag gezien worden als één van de vaandeldragers van de huidige nationale hardcorescène. Dat was ook te merken aan de belangstelling want de Etnies stage zat bomvol. De energieke band opende meteen furieus en zou slechts af en toe wat gas terug nemen. Met inmiddels 3 albums op de teller timmert dit kwartet ook in het buitenland naarstig aan hun weg.
Hun recentste album ‘Our circle is vicious’ kreeg alweer lovende comments en resulteerde in tournees van de States tot Australië. Opvallend veel aanhangers kenden de teksten en dat resulteerde in massa's sfeer, singalongs en stagedivers. Afsluiters “Clawing” en “ Forkued tongs” waren de apotheose van een moddervette set.

Slechts voor de 3de maal ooit stond het Canadese Sum 41 op Belgische grond en het was reeds een tijdje stil rond hen, meteen een ideale reden om hen eens aan de tand te voelen. Met hits “Hell song” en “Over my head” braken deze poppunkers wereldwijd door een 10 tal jaar geleden. Maar het ging ook snel bergaf en na enkele personeelswissels en andere interesses van de bandleden bleef de band de laatste jaren maar wat aanmodderen. Maar nu er deze zomer een nieuwe schijf uitkomt, lijken ze helemaal terug en hun energieke performance hier op de mainstage was alvast een aardig voorsmaakje al werden maar enkele nieuws tracks uitgetest. Het publiek kon het wel smaken en zong luidkeels mee op “Into deep” en “Motivation”, er was misschien wel iets te veel interactie met het publiek en de Stones cover “Paint it black” was niet direct de beste keuze maar globaal gezien was deze doortocht enorm geslaagd te noemen.
Afsluiter en lijflied “ Fat lip” zorgde voor dolle taferelen rond de mainstage en zanger Derrich Whipley bewees nog steeds een eersteklas entertainer te zijn

In de middelgrote 'Eastpak stage' tent verscheen The Bronx ten tonele. De trashrockcore doorspekt met 70's punk van deze 'oude rockers' staat live als een huis met een hoofdrol voor schreeuwerige frontman Matt Caughtran. Het geluid stond opeens hard, heel hard, je werd bijna letterlijk van je sokken geblazen. Na hun laatste experimentele langspeler die met gemengde gevoelens werd onthaald was dit weer de oude getrouwe band die we willen aan het werk horen.

Op het hoofdpodium werd AFI aangekondigd. Dit Amerikaans gezeldschap is reeds zo'n 20 jaar on the road en hebben de verschillende stijlwisselingen in de punkrock/hardcore opgenomen in hun huidige sound die vooral oldskool klinkt. Met reeds 8 albums op hun palmares is de veelzijdigheid tijdens hun show dan ook alom tegenwoordig, soms hard dan ingetogen maar vooral veel rock’n’roll en spelvreugde siert deze band die altijd waar voor z'n geld geeft. Favorieten “Miss murder” en “ Girl's not grey” worden goed onthaald en een aardig volgelopen tent kan het wel smaken, toch loopt de tent naderhand leeg want …

op de Eastpak stage start één van de populairste bands van het moment aan hun set: Parkway Drive. Doorheen de dag konden we al aan de enorme hoeveelheid rode shirts zien voor welke band een groot deel van het publiek gekomen was. De Aussies die de voorbije jaren reeds een goede beurt maakten op Graspop, IeperFest en Groezrock hadden er zin in en hun enthousiasme sloeg meteen over op de volledige tent. Mosh- en circlepits waren schering en inslag en frontman Winston Mccall was de ideale 'dirigent' om alle festiviteiten in 'goede' banen te leiden. De heavy metalcore klonk meedogenloos hard en een resem tracks uit hun albums “Killing with a smile” en “Horizons” passeerden de revue, ook enkele nieuwe nummers kregen een plaatstje in de setlist.Na een uur konden we dan ook besluiten dat dit één van de hoogtepunten was van de dag.

Pennywise hoeft weinig introductie... Of toch... want vorig jaar verliet originele frontman Jim Lindberg de band, Jim tot dan reeds 20 jaar lang de zanger van de band werd vervangen door niet zomaar de éérste de beste: Zoli Teglas van die andere topband Ignite nam de mic over. Benieuwd zoals vele anderen stroomt de tent bomvol om te zien hoe ' new look' Pennywise zal klinken. De Westcoast punkrockers wisselen van meet af aan oudere klassiekers af met singles uit hun recentere cd's: “Homesick”, “Peaceful day” en “Fuck authority” zijn slechts enkele tracks die massaal meegezongen worden. Zoli zingt alsof z'n leven ervanaf hangt en we moeten eerlijk concluderen dit klinkt enorm... Pennywise!
De snelle punkrock met melodische zang die sinds 1988 door hen gebracht wordt is tijdloos en levert hen al jaren een plaatsjes bij de groten van het genre op. Bij “Bro Hymn” gaat het dak eraf en besluiten we dat dit Groezrock af was zowel qua affiche als organisatorisch!Meer van dat!

Organisatie: Groezrock, Meerhout

Crystal Castles

Crystal Castles: weirde en wilde electroclash!

Geschreven door

Wat een gekte en show zagen en hoorden we van het Canadese Crystal Castles, Ethan Kath en Alice Glass (beetje Karen O Yeah Yeah Yeahs lookalike) uit Toronto. Crystal Castles klieft het muzieklandschap middendoor met hun genadeloze, tot murw geslagen, loeiharde electroclash, noise en hardcore. De synths worden aangevuld met strakke, trashy vervormde en overstuurde bleeps wat hen richting Atari Teenage Riot, Alec Empire, T. Raumschmiere en Otto Von Schirach brengt. Maar we mogen op de nieuwe plaat uitstapjes verwachten naar dromerige trance, punkfunk, ‘80’s wavepop en kitschpop à la Vive la Fête.
Het duo, niet zozeer de meest sociaal actieve, kwam met hun experimenteel elektronische muziek in de belangstelling door Atari computerspelletjes te linken aan jaren ’80 samples. Energieke livesets op Pukkelpop, Dour en in de AB Club deed het duo onderscheiden, die live aangevuld worden door een drummer.

Live werden we letterlijk meegezogen in de electro ‘onder’wereld van het trio. Pompende, zuigende beats, overstuurde electro en bleeps, gekrijs, gegil, gemurmel, onverstaanbaar geroep, screams en een smachtende, kreunende en zuchtende zang van de hyperkinetische Alice, die vocaal ergens bleef hangen bij een Rolo Tomassi. De zang moest opboksen tegen de instrumenten, die beiden schreeuwden en beukten om het hardst, in een hallucinant decor van stroboscoops en sobere spotlights. Kortom, het trio haalde alles uit de kas om het door de elektronische mallemolen te draaien. En frontdame Alicia gaf de indruk haar weekenddagje vrij te hebben van een verblijf in de plaatselijke ontwenningskliniek, er eens voor het volle pond te gaan en in het publiek te zweven.
Het publiek ging totaal loos op de elektronicasalvo’s en -gefreak. De nieuwe songs gaven een beetje meer kleur tav hun doorgeslagen tsunami-electrovoer. De eerste nummers, de nieuwe “Fainting spell” en “Baptism”, toonden meteen die bredere elektronicalaag en waren de warming up voor wat volgde. Op “Courtship dating” werd het tempo verhoogd en was het hek helemaal van de dam. De zangeres hotste heen en weer en sprong op de drums om dan tot slot te eindigen in het publiek. In de chaotische brij bleven we eventjes verdwaasd achter. “Insecta” en “Doe deer” sloten goed aan. “Celestica” begon met dromerige, zalvende beats, maar ontspoorde algauw door de krachtige elektrobeats en noise erupties. “Crime wave” en “Reckless” waren binnen dit weirde concept nog de meest toegankelijke en zorgden voor wat ademruimte. Soms deden ze me hier zelfs denken aan het tien jaar oude “Blue” single succes van Eiffel.
Maar daarna was het bloem-klatsch-patat. Iedereen werd wild van “Air war” en de instant klassieker “Alice practise”. Tot slot drongen de dreunende, repeterende beats van “Intimate” en “Black panther” in elke zenuwbaan. Computergestoord, messcherp, bonkend, swingend en dansbaar. Zelfs de PA man was niet meer te houden …

De nummers volgden elkaar in een onnavolgbaar tempo op. Ondanks het feit dat vele songs meer-van-hetzelfde zijn, en eigenlijk 1 concept vormen , probeert het Canadese duo, twee jaar na hun debuut, een bredere elektrosound voor te schotelen. Velen beleefden hun dansavondje sinds jaren, anderen hadden het nakijken. Verbluffend! Mooi meegenomen dus!

Het Franse Team Ghost leunde aan de shoegaze en dromerige slowcore van Slowdive, Pale Saints, Loop, Ride, het dromerige Cocteau Twins, My Bloody Valentine en de early indie van Galaxie 500 en Kitchens Of Distinction.
De eerste songs konden ons nog niet meteen boeien, maar het tweede deel had nét dat broeierige karakter, repeterend opbouwende gitaarlagen en aanzwellend krachtiger voer. Niet voor niks had de zanger een t-shirt van ‘shoegazer’.

Organisatie: Botanique, Brussel

The Spivs

The Spivs - Kleinkinderen van The Clash aan het feest

Geschreven door

Amper 10 dagen na de verschroeiende doortocht van Hipbone Slim was het al opnieuw raak in mijn favoriete rock-'n-rollhonk en ook deze keer was het een Britse band die er de pannen van het dak speelde.

Maar we werden eerst nog wat opgewarmd door de Jimi Ben Band uit Lille. Naast gitarist-zanger Jimi Ben bestaat deze groep uit nog twee jongens met wel zeer welluidende namen : Ricky Love (bas) en Johnny Boom (drums)! Ze brachten snerende garagepunk (had je iets anders verwacht?) die dit keer toch niet zo voorspelbaar klonk als bij vele andere Franse groepjes. Daarvoor waren hun invloeden veel te uiteenlopend : New wave, The Cramps, Duitse marsmuziek en even gingen ze zelfs de cabareteske toer op (“Ich bin ein Berliner”). Alleen begonnen die hoge stemmetjes die ik bij het begin nog geweldig vond op de duur wat te irriteren. Maar dit was slechts het (weliswaar aangename) voorspel van de korte maar hevige tornado die zou volgen.

Met slechts één single op hun conto palmden The Spivs moeiteloos de Pit's in. In een klassieke gitaar/bas/drums-opstelling verwenden ze ons met pure seventiespunk: korte krachtige, catchy songs die zelden boven de twee minuten afklokten. The Clash was nooit ver weg, door en door Brits ook buiten die ene keer (“All day long”) toen ik The Black Lips (die gitaar!) meende te horen. Met een te zelden geziene gretigheid raasden ze door hun set. Absoluut hoogtepunt was de single "It's true" (in '77 gegarandeerd een hit!) wat meteen aanleiding gaf om het bier rijkelijk te laten rondspuiten. Als uitsmijter kozen ze het ook van de Ramones bekende "Do you wanna dance" (Bobby Freeman), een overbodige vraag, want het volk vooraan had er al de hele avond duidelijk zin in.
Na goed een half uur was het vat af en bleek het verre van eenvoudig om nog wat bissen in het geheugen te vinden. Na een paar covers werd uiteindelijk op uitdrukkelijk verzoek van het publiek nog maar eens "It's true" op ons afgevuurd. En dat is nu al een classic in de Pit's.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Midlake

Midlake – Muzikale Misviering volgens het evangelie van Midlake

Geschreven door

Twee uur lang werden we overspoeld door de retroBritfolk van het uitgebreide collectief Midlake uit Texas, onder Tim Smith. Het rootsrockende karakter van de vorige cd ‘The trials of van Occupanther’ mag dan op het achterplan zijn geraakt, een handvol songs van deze cd zaten mooi verweven binnen de setlist van de nieuwe songs op ‘The courage of others’ en vormden op die manier een aangename variant van het huidige Midlake recept. In de bijna uitverkochte grote Trix zaal vierde Midlake z’n eucharistie van dromerig, sfeervol vernuftig in elkaar gestoken neofolk. De uiterst subtiel gearrangeerde songs hebben een melancholische klankkleur door toetsen, dwarsfluiten en een ingehouden bezwerende drums, naast de vier gitaaropstelling en heerlijke zangstem van Smith, die ondersteund werd door de backgroundvocals van Eric Pulido.
Midlake heeft zich verdiept in de ‘70’s Britfolk van Fairport Convention, Steeleye Span en integreert invloeden van dezelfde geestesgenoten Focus (luister maar eens naar de flutes op de nummers), Pink Floyd (altijd al een voorname invloed voor Midlake!) en de bard Angelo Branduardi.
We konden ons net als Smith onmiddellijk neerploffen op de uiterst verzorgde en mooi uitgesponnen “Winter dies”. De daaropvolgende “The horn” en “Small mountain” vulden de gemoedelijkheid van hun stadsgeörienteerde folkrock aan. De nummers van de vorige cd klonken iets directer en zaten netjes verdeeld in het nieuwe materiaal. “Bandits”, vooraan in de set, de rustig sfeervolle, de dromerige retrorockers “Van Occupanther” en de single “Roscoe”, middenin de set, stortten ze in een genadeloze jam, en tot slot “Headhome” die overtuigend kon besluiten.
Tussenin was het genieten van het variërende aanbod van de warme luistersongs en de feeërieke droomwereld van Midlake, “The courage of others” door de meerstemmige zang, de flutes op “Fortune”, het zalvende ‘birds en the bees’ gevoel van “Rulers, ruling all thing”, “Bringdown”, de huidige single “Acts of man” en de forsere aanpak op “Children of the ground” en “Core of nature” die op het eind van de set werden gespeeld.
De groep was onder de indruk van de ruime belangstelling en de respons en bedankte dan ook uitgebreid z’n publiek. Na de voorstelling van het uitgebreide ensemble (btw met 7) en zes personen op één rij, werd op sobere, ingehouden wijze de set beëindigd met “Branches”, die een pakkende piano/gitaarsoli meekreeg.

Het harmonieuze samenspel, het verdiepen in de instrumentatie en de hemels heerlijk zang beroerde en ontroerde het publiek. Tja, dit leek wel een Crosby, Still, Nash x 2. Midlake heeft zo z’n eigen muzikale misviering. De foto van enkele groepsleden in habijt aan tafel, refererend aan de 12 apostelen tijdens het Laatste Avondmaal, versterkt dit idee maar.

Support The bear that wasn’t aka Nils Veresen trekt gedurende een jaar op de fiets (in oktober gestart) ons landje rond met z’n akoestische gitaar. Hij is graag uitgenodigd op een lokaal logeerpartijtje, houdt haltes in je living room, doet gewoon een parochiezaaltje aan of is te bewonderen met andere bands in het clubcircuit, solo of met andere muzikanten. Een jaar lang gratis leven, dat is zijn uitdaging. En dan is elke verdiende euro graag meegenomen. Verhalen kunnen vertellen en levenservaring opdoen, als inspiratie voor nieuw materiaal.
Songs van het debuut ‘And so it is morning dew ‘ bracht hij op akoestische gitaar; af en toe werd hij bijgestaan door een tweede gitarist. De puur oprechte en goudeerlijke fluisterliedjes straalden emotie uit, ergens tussen Elliott Smith, Tom Mc Rae en Tom Helsen. We koesterden alvast deze jonge gast met z’n dozijn slaapwelliedjes en de single “Headphones” als hoogtepunt.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Zeni Geva

Zeni Geva - krachtvoer

Geschreven door

De Kreun in Kortrijk voegde vrijdag terug een ronkende naam uit het alternatieve circuit toe aan hun excellente programmering: het wist namelijk het Japanse 3-tal Zeni Geva te strikken voor een bezoek aan hun vernieuwde concertzaal.
Zeni Geva werkt momenteel een Europese tour af naar aanleiding van het begin dit jaar uitgebrachte ‘Alive and Rising’, een loeiharde live-cd die in september 2009 werd opgenomen tijdens twee concerten in Kyoto en Kobe. In tegenstelling tot Shrinebuilder, dat enkele dagen eerder geprogrammeerd stond in de Kreun maar jammer genoeg moest afzeggen wegens vastzitten in NYC door de IJslandse aswolk, waren de sympathieke Japanners gelukkig wel van de partij.
Zeni Geva, de vanuit Tokyo opererende favoriete groep van Steve Albini (Big Black, Shellac), is met de terugkeer van Tatsuya Yoshida op drums, brulboei Kazuyuki Kishino, ook gekend als KK NULL en Mitsuru Tabata (beiden op gitaar) opnieuw de strakke 3-eenheid van weleer. Opgericht in 1987 en meerdere bezettingswissels en 12 platen later - waarvan 5 geproducet door Albini en enkele releases via het platenlabel van Dead Kennedy’s Jello Biafra (Alternative Tentacles) - is Zeni Geva een gevestigde waarde in het alternatieve circuit.

Stipt om 20h15 trapte het Ierse Altar of Plagues de concertavond af met een dubbele bezetting op drums (naar analogie met hun voorbeeld Big Business – het project van Jared Warren en Coady Willis van Melvins) en brachten een stoner/sludge-set om U tegen te zeggen: knap werk!
Daarna was het de beurt aan het Franse Year of No Lights, dat een mengeling bracht van black metal, sludge en drone (op een bepaald moment deed de zanger me denken aan de te vroeg gestorven Chuck Schuldiner van de legendarische band Death). Beiden verdienstelijke bands dus, die het publiek opwarmden voor de hoofdact van de avond.

Zeni Geva nam van bij de start van hun optreden het publiek bij de keel en hield het meer dan een uur in een Japanse houdgreep. Een set, gevarieerder dan een Mangastrip en rauwer dan sushi, was wat volgde. Opener “Alienation”, gevolgd door “Disorganisation” en “Hate trader” - alle drie songs van het in 1995 uitgebrachte ‘Freedom Bondage’-album - zetten de toon van deze loeiharde avond.
Daarna lieten de Japanners, die ondertussen goed op dreef waren, achtereenvolgend “10,000 Light Years”, “Implosion”, “Blastsphere” en “Last Nano Second” op het reeds murw geslagen publiek los. Geen nanoseconde te verliezen, want daaropvolgend was het de beurt aan “Stigma”, de openingstrack van het door Steve Albini geproducete album ‘Desire for Agony’ uit 1993 om na nog twee songs uit het ‘Freedom Bondage’-album (de titeltrack en “Ground Zero”) te eindigen met het fantastische up-tempo “Autopsy Love” waar de 3 Japanners nog eens het onderste uit de kan haalden, het publiek verweesd achter latend! Geen verzoeknummers, encores of hoe je het ook wil noemen. Volumeknop op nul en versterkers uit. Take it or leave it!

Waren we nog maar pas bekomen van de uitbarsting van de Eyjafjallajökull-vulkaan en stonden we versteld van zoveel natuurgeweld, waardoor zelfs het Europese luchtruim voor een lange tijd plat lag, dan moest Zeni Geva daar met hun krachtige prog-hardcore set niet voor onder doen! De nieuwe Kreunzaal daverde nog lange tijd na op zijn grondvesten door deze overdonderende set en liet het publiek kreunend en met bloedende oren achter… als daar maar geen tinnitus van komt…

Organisatie: Kreun, Kortrijk

K's Choice

K’s Choice speelt thuismatch in Lotto Arena maar vergeet de verlichting aan te zetten

Geschreven door

Vol optimisme en voor een thuispubliek dat hoofdzakelijk bestond uit familie, vrienden, bekende gezichten en fans van het eerste uur, speelde K’s Choice in een zo goed als uitverkochte Lotto Arena hun eerste Belgische zaalconcert in meer dan zes jaar! Vorige zomer stonden ze al in een dampende tent tijdens de 35ste editie van Folk Dranouter (nu Festival Dranouter genaamd!). Maar dit was de echte vuurdoop van deze sympathieke Kapellenaren, die de popband K’s Choice sinds kort nieuw leven proberen in te blazen. Een afwezigheid van zes jaar is erg lang. Zeker als je weet dat er ondertussen in de muziekwereld heel wat veranderd is. Dat de band zich opnieuw moet bewijzen bleek uit het feit dat de Lotto Arena (net) niet uitverkocht geraakte.

Als supportact (lees special guests) hadden ze de Customs meegebracht. De heren speelde een vrij korte en strakke set en naast een nieuw nummertje werd er vooral gegrepen uit het spraakmakende debuut ‘Enter The Characters’. De postwavepunksound van het Leuvense viertal sprak niet iedereen aan maar beroerde toch de arena tijdens de hitjes “Rex”, “Justine” en “The Matador”. Troef van deze band is ongetwijfeld de energieke stem van frontman Kristof Uttebroek, al viel deze dan wel weer erg tegen met zijn lullige, banale bindteksten. Net zoals hun maatpak een keurig setje.

Het duurde lang (tot 21u45) vooraleer K’s Choice aan het optreden begon. De band pakte meteen erg hard uit met “Hide”, uit ‘Cocoon Crash’, één van de stevigste songs van de band. Naast Sarah Bettens op de Gibson Flying V en broer Gert Bettens op gitaar herkenden we nog meer vertrouwde gezichten zoals: de Amerikaanse bassist Eric Grossman en drummer Koen Lieckens. Nieuwkomers gitarist Thomas Vanelslander en Reinou Swinnen op keyboards maakten de line-up compleet.
Al vlug werd er met “Perfect”, een eerste maal gerefereerd naar het nieuwe dubbelalbum. Na een zinderende versie van “Believe”, kwam trouwens de titeltrack van de nieuwe plaat ‘Echo Mountain’ voorbij. Al vlug kwam er ook een verplicht akoestisch intermezzo rond de piano van Reinou Swinnen. “Come Over Here”, een song uit Sarah’s soloplaat ‘Scream’ uit 2005, was achteraf gezien zeker een van de zwakkere momenten in de set. Gelukkig kon het ontroerende, nieuwe “16” en het nog steeds leuke en fel meegezongen: “Butterflies Instead” deze akoestische trilogie toch wat opkrikken.
De sound die de band neerzette was trouwens heel erg goed! Veel minder enthousiast ben ik over de lichtshow die de band in de kijker zette. Of beter gezegd, niet in de kijker zette! Zeker van op grotere afstand was de band moeilijk zichtbaar en stond de zeskoppige band bijna de ganse show in het halfdonker te spelen. Ongetwijfeld zal men getracht hebben een trendy, intiem kader te creëren maar was het nu echt nodig om ons na elke song volledig in het duister achter te laten. Kortom, dit was de allerslechtste lichtshow die ik ooit gezien heb. Best jammer, want de band verdiende beter.
Gelukkig zat het muzikaal wel gepolijst in elkaar. Een verrassend vroeg “Not An Addict” deed de zaal op haar grondvesten daveren. In plaats van “Put It Out For Good”, uit Sarah Bettens soloplaat ‘Shine’, hadden we liever ook een song van Gert Bettens’ ‘Woodface’ gehoord. Zeer evenwichtig en vooral het allerbelangrijkste binnen deze band blijft de hemelse samenzang tussen broer en zus, zoals tijdens “Killing Dragons”.
Tijdens de bisronde viel vooral een dromerig en ontroerend “Say A Prayer” op, een laatste keer volle gas met de hit “Everything For Free” en het mooiste moment van de avond: het imponerende, ingetogen “God Is In My Bed”. Een staande ovatie volgde en Sarah, die de communicatie met het publiek zeer beperkt had gehouden, bedankte vrienden, bekenden, en haar familie uit de Verenigde Staten.

Dit eerste Belgische zaalconcert van K’s Choice maakte duidelijk dat de band nog lang niet vergeten is. De songs uit het nieuwe ‘Echo Mountain’ sloten perfect aan bij het ouder materiaal. Natuurlijk had ieder wel zijn song die hij op setlist verwacht had maar niet te horen kreeg maar over het algemeen was dit een zeer evenwichtige, interessante pluk uit K’s Choice indrukwekkende oeuvre.
Ikzelf vond het jammer dat we niets te horen kregen uit het debuut ‘The Great Subconscious Club’. Een toffe leuke avond waarbij het vooral leek alsof de band nooit is weggeweest en daar kunnen we heel blij om zijn! Maar de volgende keer toch een andere lichttechnicus meenemen aub!

Setlist:
*Hide *Perfect *Believe *Echo Mountain *Another Year *When I Lay Beside You *Come Live The Life *Come Over Here *16 *Butterflies Instead *I Will Carry You *Not An Addict *Put It Out For Good *Killing Dragons *Cocoon Crash *If This Isn’t Right *If You’re Not Scared
*Say A Prayer *Too Many Happy Faces *Everything For Free
*God In My Bed

Organisatie: Greenhousetalent, Gent / SonyMusic

Pagina 439 van 499