logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Tape Tum

Tape Tum+ The Portables+ The Go Find – Fotoshoots -

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics live foto's…
De muziekervaring die ik heb met ‘t Stuk, is dat je er vaak bands ontdekt waar je het bestaan nog niet van kende en eigenlijk hun bestaan al vroeger wou kennen. Ook deze keer was dat het geval, vooral Tape Tum kon me tijdens het concert bekoren. Een goede opbouw en voldoende afwisseling van de nummers, wat een goede opener was voor de avond. Hierop volgden The Portables die de lijn doortrokken en een sterk optreden neerzetten door hun avontuurlijke, gevarieerde set. Ook al waren ze maar met 3. De hoofdact, de dromerige pop van The Go Find, sprak me, ondanks het talent, minder aan.

Organisatie: Stuk, Leuven

Taxi Taxi !

Snoepjespop van de Tweelingzusjes van Taxi! Taxi!

Geschreven door

De Zweedse tweelingzusjes Miriam & Johanna E.Berhan, Taxi! Taxi! debuteerden vorig jaar met hun ingetogen semi-akoestische pop ‘Still standig your back door’. De jonge dames brengen zachte, kwetsbare songs op akoestische en elektrische gitaar, piano, toetsen accordeon en worden soms begeleid door een spaarzame drum. Hun wisselende en vocale samenzang is de voornaamste troef binnen de sober gearrangeerde songs.
Net als bij Isbells kon je lekker wegdromen op hun zeemzoeterige pop. De zusjes voelden elkaar perfect aan om in sound en vocals variatie te steken. We hoorden een ingehouden gevoelige “Birdful eyes”, “To hide this way”, “While I hold on” en “Old big trees”. Een forsere aanpak had o.a. “Still standing” en het afsluitende “Mary”. Vocaal kon het duo soms sterk uithalen. Overtuigende set. En ook een dag later onderstreepten ze het close, emotievolle karakter in de Witloof Bar van de Bota …

En dan was er de dromerige, knetterende haardvuurpop van Isbells. We zagen hen nu al drie keer de voorbije maanden. Ondanks griepale symptomen van zanger Vandewoude, kon er een lachje en een grapje vanaf. En ze hadden er zin in. De eenvoudige, doeltreffende, straffe songs en de heerlijke zangpartijen van op plaat werden perfect samengebracht in een oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Aan het herfstig materiaal gaven ze af en toe een opbouwende en krachtige tic … Mooi wat het kwartet wist te verwezenlijken met akoestische gitaar, mandoline en steelpedal, én het breder kon omlijsten door sober gehouden jambee, vibratoets en vingertics.
Het liep zoals het hoorde en er waren geen aanwijzingen om de sound bij te stellen. Hun zalvende pop beklijfde door het zachte stemgenre en -timbre en meerstemmige, hemelse vocals. De singles “As long as it takes“ en “Reunite” koesterden we alvast.
Ze speelden een uiterst genietbare set of het nu het intieme “BB Chevelle”, opener van de set, betrof, of het sfeervol gehouden “Without a doubt” of met “My apologies” en “Dreamer”, die een broeierige opbouw hadden en door het getokkel en tics kleurrijker klonken. Het broze “Maybe” op z’n beurt werd omfloerst door de gitaarslides, en vormde de aanzet tot de elegante “I’m coming home”, “Time is ticking” en een goed uitgewerkt “I know” op mandoline en akoestische gitaar , één van de nieuwtjes. Ook het andere “Letting go” kreeg door de samenzang elan. De obligate “oohoohs” en “hoohoos” in de nummers waren een duidelijker meerwaarde.

De poulains van admiraal Tom Van Laere, onder het talentvol sing/songwriterschap van Gaëtan Vandewoude speelde een intimistische, gevoelige, onderhonden set. Sterker konden ze hun flikkerlichtjespop niet maken. ‘What a sweet time’ in de Balzaal.

Organisatie: Democrazy, Gent

Isbells

What a sweet time with …Isbells

Geschreven door

De Zweedse tweelingzusjes Miriam & Johanna E.Berhan, Taxi! Taxi! debuteerden vorig jaar met hun ingetogen semi-akoestische pop ‘Still standig your back door’. De jonge dames brengen zachte, kwetsbare songs op akoestische en elektrische gitaar, piano, toetsen accordeon en worden soms begeleid door een spaarzame drum. Hun wisselende en vocale samenzang is de voornaamste troef binnen de sober gearrangeerde songs.
Net als bij Isbells kon je lekker wegdromen op hun zeemzoeterige pop. De zusjes voelden elkaar perfect aan om in sound en vocals variatie te steken. We hoorden een ingehouden gevoelige “Birdful eyes”, “To hide this way”, “While I hold on” en “Old big trees”. Een forsere aanpak had o.a. “Still standing” en het afsluitende “Mary”. Vocaal kon het duo soms sterk uithalen. Overtuigende set. En ook een dag later onderstreepten ze het close, emotievolle karakter in de Witloof Bar van de Bota …

En dan was er de dromerige, knetterende haardvuurpop van Isbells. We zagen hen nu al drie keer de voorbije maanden. Ondanks griepale symptomen van zanger Vandewoude, kon er een lachje en een grapje vanaf. En ze hadden er zin in. De eenvoudige, doeltreffende, straffe songs en de heerlijke zangpartijen van op plaat werden perfect samengebracht in een oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Aan het herfstig materiaal gaven ze af en toe een opbouwende en krachtige tic … Mooi wat het kwartet wist te verwezenlijken met akoestische gitaar, mandoline en steelpedal, én het breder kon omlijsten door sober gehouden jambee, vibratoets en vingertics.
Het liep zoals het hoorde en er waren geen aanwijzingen om de sound bij te stellen. Hun zalvende pop beklijfde door het zachte stemgenre en -timbre en meerstemmige, hemelse vocals. De singles “As long as it takes“ en “Reunite” koesterden we alvast.
Ze speelden een uiterst genietbare set of het nu het intieme “BB Chevelle”, opener van de set, betrof, of het sfeervol gehouden “Without a doubt” of met “My apologies” en “Dreamer”, die een broeierige opbouw hadden en door het getokkel en tics kleurrijker klonken. Het broze “Maybe” op z’n beurt werd omfloerst door de gitaarslides, en vormde de aanzet tot de elegante “I’m coming home”, “Time is ticking” en een goed uitgewerkt “I know” op mandoline en akoestische gitaar , één van de nieuwtjes. Ook het andere “Letting go” kreeg door de samenzang elan. De obligate “oohoohs” en “hoohoos” in de nummers waren een duidelijker meerwaarde.

De poulains van admiraal Tom Van Laere, onder het talentvol sing/songwriterschap van Gaëtan Vandewoude speelde een intimistische, gevoelige, onderhonden set. Sterker konden ze hun flikkerlichtjespop niet maken. ‘What a sweet time’ in de Balzaal.

Organisatie: Democrazy, Gent

Fun Lovin’ Criminals

Classic Fantastic

Geschreven door

Fun Lovin’ Criminals zijn cool as fuck … Nog steeds … Ondertussen is het toch alweer 5 jaar verstreken sedert hun laatste werkje ‘Livin’ in the city’; nu zijn ze weer helemaal terug met een verdomd pittig plaatje.
De heren houden meer dan ooit vast aan hun imago van strak in het maatpak gehesen maffiabazen. De seventies gangstersfeer van de titelsong laat meteen blijken dat het supercoole trio nog zeer geloofwaardig is, een verduiveld knappe song waarbij we ons zo in een maffia film wanen. Ook “The originals” dendert lekker door met venijnige gitaarsolo’s tussen de raps. “She sings at the sun” swingt met zijn exotische klanken als een tiet en een driftig “Jimi Choo” flirt gewillig met Zappa. De lome funk van “El Malo” brengt ons volledig terug naar de geest van de jaren zeventig langs indrukwekkende afro kapsels in combinatie met imposante american cars, een song met een heerlijk sfeertje.
Op het onweerstaanbare “We, the three” zal u de beentjes helemaal niet meer kunnen stilhouden, maar nadien mag u met de mellow-sound van “Rewind” languit in uw hangmat gaan kuieren en genieten van een knappe gitaarsolo.
‘Classis Fantastic’ is heerlijke rap, funk, rock en soul. FLC hebben zichzelf overtroffen. Hun beste in jaren.

Dead Confederate

Wrecking ball

Geschreven door

Grunge revival ?! Nee, hebben we niet zelf gevonden. Zo wordt immers deze Amerikaanse band aan de buitenwereld aangeprezen. Het kind moet een naam hebben.
Dit plaatje is trouwens al een beetje ouder, van eind 2008 al, maar het ding wordt nu pas op de Europese markt gegooid, met 3 bonustracks, alstublieft.
De stem van Hardy Morris (vocals/gitaar) is vuil en scherp, en dat komt het soms ruige sfeertje op het album ten goede. Als Morrris al wat properder gaat zingen moeten we aan The Veils denken. Dit is het geval op het sterke “The rat”, een gebalde song die blijft hangen, waar scherpe gitaren en melodie elkaar mooi vinden.
Hoe verder we in dit album stappen, hoe meer we de vergelijkingspunten met Kings Of Leon of Alberta Cross kunnen beamen, niet bepaald referenties om zich bij te schamen.
Dead Confederate bedient zich op deze plaat al wel eens van de betere rock-ballad, en dan hebben we het niet over het soort drollen die doorgaans door prefab hard rockers als The Scorpions of Nickelback worden afgescheiden. Nee, we hebben het over emotievolle rocksongs zoals ook Pearl Jam die weet uit te spuwen, songs met een ziel in plaats van een bal slijm. In die categorie plaatsen we gerust het begeesterende “It was a rose”.
Nog iets waarom wij dit plaatje meer dan OK vinden : In salpeterzuur gedrenkte songs als “Start me laughing” doen ons meermaals denken aan het schaamteloos onderschatte Come, de fantastische band van Thalia Zedek. En bij de meeste smerige ballads als “The news underneath” komen de bloedende gitaren van The Drones ons voor de geest, en moge dit toevallig ook één van onze favoriete bands zijn. Het 12 minutenlange ingetogen “Flesh Colored Canvas” met een mijmerende Morris in de hoofdrol is zo een hoogtepunt. “Wrecking ball”, de titelsong die de normale speelduur afsluit begint mooi en rustig en groeit uit tot een knap en meeslepend nummer.
En dan gaan we naar de verlengingen, want de Europese release doet er zoals gezegd nog eens drie bonusstracks bovenop en -hoera- wij Europeanen zijn lucky bastards, want het zijn hoegenaamd geen opvullers. “Tortured artist aint” is een gemene en venijnige sleper die meermaals uitbarst en het scherpe en heftige “Shadow on the walls” is de gepaste patat om het album met verve af te sluiten.
De term ‘grunge revival’ mag u van ons gerust met de nodige korrel zout nemen, want daar zaten wij nu ook niet echt op te wachten. Hou het gewoon bij een stevige doorleefde rockplaat van een nieuwe beloftevolle band die de komende jaren nog potten gaat breken. Grote potten !

Jason & The Scorchers

Halcyon Times

Geschreven door

Wij herinneren het ons nog alsof het gisteren was, de uiterst vitale country rock en cowpunk van Jason & The Scorchers’ vlammende debuutplaat ‘Lost and found’ uit 1985. Ook het memorabele en wilde concert in dezelfde periode in de Gentse Vooruit staat met stip in ons geheugen gegrift. Op hun albums na ‘Lost and found’ konden ze dat stomend plaatje misschien niet meer evenaren, maar de cowboys zijn toch flink blijven doorrocken en de lekker hete live plaat ‘Midnight roads & stages seen’ uit ’98 is daar het levende bewijs van.
En kijk nu eens, zie, 25 jaar na ‘Lost and found’ komen de heren met een bronstige plaat op de proppen met de power en energie van weleer, alsof er maar een jaartje tussen zat. Dit is bij wijze van spreken de enige echte opvolger van ‘Lost and found’, een plaat die nu de verwachtingen wel inlost, zelfde stoomkracht, zelfde dynamiek en vooral dezelfde goesting.
De hoofdrollen zijn weer eens weggelegd voor de intact gebleven aanstekelijke vocals van Jason Ringenberg en de immer splijtende gitaaruithalen van Warner Hodges. Wat betreft de andere groepsleden zijn er ondertussen wel al wat personeelswisselingen uitgevoerd, maar het hart en de spirit zijn gebleven.
Vooruit met de geit ! Jason en zijn hitsige bende stormen zich doorheen snelle cowpunk (“Moonshine guy/releasing celtic prisoners”, “Mona Lee”, “Gettin’ nowhere fast” en “We’ve got it goin’ on’), vette hardrock (“Better than this”), snedige rockabilly (“Fear not gear not”) en ronkende country rock (“Land of the free”, “Deep holy water”, “Twang town blues”). Natuurlijk staat er hier ook weer een onvervalste country plakker onbeschaamd te blinken (“Days of wine and roses”), en dan mogen we de knappe akoestische country folk van  “When did it get so easy to liet o me” nog niet vergeten (met Dan Baird als gastzanger).
“It’s get good but it don’t get better than this” luidt het in “Better than this”. En dat is er pal op.
Ze zijn het niet verleerd, integendeel, ze hebben het weer helemaal te pakken.

Liars

Sisterworld

Geschreven door

‘Sisterworld’ is vreemd, abstract, grillig, beangstigend, geschift, verward, mysterieus en tegendraads. Kortom, dit is op en top Liars.
Er wordt al enige inspanning gevergd van de luisteraar om de plaat te vatten. Zelfs voor geoefende oren als de onze is de nieuwe Liars op zijn minst gezegd alweer niet simpel. De groep kunnen we zowat in het rijtje gaan plaatsen van King Crimson, Wire, The Residents, Virgin Prunes, Syd Barret en A Certain Ratio. Allemaal eigenzinnige bands die eigenlijk niks met mekaar gemeen hebben, behalve dan dat ze het experiment niet schuwen en in geen enkel vakje zijn onder te brengen.
Liars brengt ritme en melodie in hun songs en breekt die dan abrupt terug af, ze gaan van ingetogen psychedelica naar bruut geweld, of van vernuftige songstructuren naar gestoorde punk en bijtende noise. Ze doen waar ze zin in hebben en sturen hun plaat in alle richtingen, ver weg van de geijkte paden.
Gaat u er gerust even voor zitten en probeer iets aan te vangen met de vreemde en gestoorde songs op ‘Sisterworld’. Wij hebben zo een vermoeden dat u als liefhebber van niet alledaagse muziekjes zal beloond worden eens u zich een beetje heeft kunnen inleven in de geflipte sound van deze rare snuiters.
En als u ons nu even wil gerust laten, want wij hebben hier ook nog serieus ons werk mee. Kom ons binnen zes maanden nog eens vragen wat wij hier van vinden.

Archie Bronson Outfit

Coconut

Geschreven door

Ook in geen kot onder te brengen, die mafketels van Archie Bronson outfit. Ze wagen het om een dance beat onder hun garage rock te wurmen, of om een New Order gitaar in de psychedelica te loodsen (“Shark’s tooth”), of om opzwepende funk te laten ontsporen tot verwarde noise. ABO is dus een beetje dansbaar geworden, maar het helpt wel als je een paar niet nader omschreven producten genomen hebt. Als het al wat minder dansbaar moet, dan razen ze als een bezeten Hawkwind in strijd met The Horrors (“Wild strawberries” en “Harness”) doorheen uw stereo. Vervolgens komt zowaar LCD Soundsystem om de hoek kijken (“Chunk”) en wordt een zwaar gehavende Beefheart in allerijl naar de spoedafdeling gebracht (“You have a right to a mountain life”). In afsluiter ”Run gospel singer” klinken ze als Arcade Fire nadat die anderhalve dag aan de coke en LSD hebben gezeten.
‘Coconut’ is een kakafonie van stijlen en genres, en toch zit er wel degelijk wat samenhang in dit ding, maar je moet een beetje moeite doen om die te ontdekken. Dit is immers Archie Bronson Outfit.

Casse Brique

Glumour

Geschreven door

Een zeer fijn plaatje is ‘Glumour’, de eerste worp van het Brusselse Casse Brique. Dit duo (dat zich op hun my space ‘tchiki en tchika’ noemt) lanceert zijn eerste album  bij het Honest House label en maakt zogenaamde ‘math rock’: strak opgebouwde muziek met drums, gitaar en een snuifje bas vol hoekige ritmes.
’Glumour’ bestaat zo uit tien rauwe lappen muziek, die sterk doen denken aan Shellac minus de schreeuwerige uithalen van Steve Albini. Ook fans van groepen  als Battles, 31 Knots, Ara bon Radar… komen aan hun trekken bij deze plaat. De tien songs met weliswaar vrij ridicule namen (“K way”, “Flip flap”, “M. Torloting a de la salade sur son t shirt”, …) laten een zeer energieke en virtuoze band horen en maken het onmogelijk om bewegingsloos te luisteren.
’Glumour’ laat alleen maar het beste verhopen voor de toekomst en ook live schijnt de band meer dan de moeite waard te zijn.
De band positioneert zich midden in de zaal met het publiek zo dicht mogelijk bij hen. Casse Brique lijkt ongetwijfeld een grote beloftes in de huidige Belgische rockscène.

Charlotte Gainsbourg

IRM

Geschreven door

Charlotte is beroemde dochter van … jawel, Serge Gainsbourg & Jane Birkin. Ze ontpopte zich als actrice, die af en toe zong … en jawel, ze viel al op met de plaat ‘Charlotte forever’ eind de jaren ‘90, en met de single ‘Lemon incest’ die de wenkbrauwen deed fronsen toen pa en tienerdochter in het nummer veel aan de verbeelding overlieten. In 2006 verscheen ‘5:55’, die ze samen met de heren van Air, Jarvis Cocker en Radiohead producer Nigel Godrich maakte: sfeervol dromerige en loungy materiaal onder haar warme, sensuele en zwoele fluisterstem … en jawel, vocaal als haar moeder Jane. Goed French Engelse pop; een lijn die we alvast horen in de nieuw verschenen cd ‘IRM’ – Imagerie par Résistance Magnétique -, een MRI hersenscan die noodzakelijk was na haar zwaar ongeval enkele jaren terug en die de thematiek vormt van de plaat.
Ze heeft er in 2009 een behoorlijk goed jaar op zitten … ze speelde de hoofdrol in de controversiële film ‘Anti-Christ’ van Lars Von Trier en via Godrich kwam ze in contact met Beck, die zich ontfermde over de muziek, de productie en een groot deel van de teksten die in het Engels en in het Frans zijn. Naast de sfeervolle orkestraties “Le chat du café des artistes”, “Time of the assassins”, “In the end” en “La collectionneuse” horen we prikkelende en spannende melodieën, een brede instrumentatie en een percussieve aanpak die richting trippop uitgaan en duidelijk te maken hebben met de vindingrijkheid van Beck, en gedragen worden door haar invoelende, zuchtende en doorleefde croonerstem, “Master’s hand”, “Heaven can wait” en “Dandelion”. Op “Greenwich mean time” klinkt er afro door, “Me & Joe Doe” laat een frisse indruk na en op “Trick pony” durft ze te rocken …
Jawel, ‘IRM’ is een gevarieerde, verrassende, trippende plaat geworden! 

Fuck Buttons

Tarot Sport

Geschreven door

We waren al onder de indruk van het debuut ‘Street Horrrsing’ van het uit Bristol afkomstige, intussen naar Londen uitgeweken, Fuck Buttons. Op hun debuut was er eerder sprake van dronesoundscapes, psychedelica, noise en avantgarde. Een soort ‘stoorzendergeluid’, in zes langgerekte hypnotiserende stukken, die ritme, melodie en verrassende wendingen hadden en durfden uit de bocht te gaan. De laatste twee songs kregen een beat en werkten aanstekelijk op de dansspieren.
Die basis vormde de aanzet van de tweede cd. De intrinsieke schoonheid en het avontuurlijke geluid klinkt meer toegankelijk en kleurrijk. Verantwoordelijk voor de gelaagde sound is producer Andrew Weatherall (remember Sabres Of Paradise in the nineties!); synths en gitaren worden samengebracht in een muzikale driehoek van dansbeats, noise en experiment, repetitief opbouwend van trance en groove ritmes, die in elkaar overgaan of in elkaar lopen. … spannende, bevreemdend, schurend en neurotisch. “Surf solar”, “The Lisbon Maru”, “Olympians” en het afsluitende “Flight of the feathered serpent” zijn intrigerende, lange stukken lappen elektronica en rock in een web van ruis. Zeven songs staan er op de plaat en praktisch zijn ze allemaal van zo’n kaliber.
Herrie en terreur - ”They sound like music for aliens” - hoorden we nog van de eerste cd; op ‘Tarot Sport’ zijn de aliens aardser en toegankelijker geworden. Een logische stap voorwaarts, wat de cd overtuigender maakte.

Efterklang

Magic Chairs

Geschreven door

Uit Denemarken hebben we al een paar poppsychedelica pareltjes mogen horen van Efterklang. Het uitgebreide ensemble brengt indringende, dromerige, sfeervol opbouwende, sprookjesachtige pop op stijlvolle wijze samen. Een zalvend geluid door brede piano-, strijkerpartijen en blazers, naast de standaardinstrumentaties en akoestische gitaren. De zang van Casper Clausen en de backing vocals dwarrelen er overheen. De bredere etalage staat moeiteloos naast hun indie aanpak.
Efterklang grossiert tussen de Scandinavia van Sigur Ros, Björk, Mum en de Britpop van Elbow en de Grizzly Bear adepts.
Tien songs die uiterst genietbaar zijn en binnen de lijn van mooimakerij liggen. Puik werk dus van de Denen.

White Town

White Town interview Jyoti Mishra

Geschreven door

Iedereen kent wellicht het nummer “Your woman” want dit nummer was wekenlang (ondertussen toch al zo’n dikke 20 jaar geleden) niet weg te slaan uit de top van de hitparade en nu nog is het één van die nummers die je nog geregeld terughoort op de radio.
Wat weinigen weten is hoe het allemaal begon (het was allemaal opgenomen in zijn kamertje, daarom noemt men het ook wel eens in de Britse pers bedroompop) maar wat nog minder mensen weten is dat Jyoti nooit gestopt is met muziek te componeren.
De man is nuchter en realistisch genoeg om te beseffen dat er nooit geen sprake zal zijn van een tweede “Your Woman”, maar dat neemt niet weg dat de man nog steeds geweldige romantische indiepop neerpent op diverse kleine labeltjes  (getuige daarvan de laatste briljante cd “ Don’t mention the war”).
Tijd dus om eens de man aan de tand te voelen en kijk, Musiczine mocht bij hem op de schoot…

Hallo Jyoti. Hoe zou jij je muziek omschrijven?
Ik zou zeggen popmuziek natuurlijk.
Daar vind je populaire pop tussen (en dan heb ik het over “Your woman”) maar ook en dat is het meeste vrees ik, onpopulaire pop. Als je het over genres hebt dan zou ik denken aan folk, electronisch en wat gothic.  Dus eigenlijk niet pop zoals de meeste pop zien maar zeker “alternatief”. Waar schrijf ik over? Liefde, sex, vrouwen, dood, materialisme, nihilisme, existentialisme.

Ik heb altijd White Town gezien als deel van de beruchte “bedroompopscene”.
Uuuum, moest ik geld hebben zat ik in de studios hoor. En met mijn groep ging ik ook wel de studios in maar toen ik begon, ergens in 1982, nam ik mijn nummers op met die ouderwetse cassettjes. Later ben ik overgeschakeld naar een 4-track dus je kan stellen dat ik ondertussen al 28 jaar bedroompop maak.
De legende wil dat jij muziek bent beginnen maken toen je The Pixies aan het werk zag…
Dat is niet helemaal juist. Wat wel juist is, is toen ik Pixies zag in Nottingham dat ik mijn geliefde synthesizers langs de kant heb geschoven en besloot om White Town wat noisier te doen klinken. Pixies waren dan ook zoooo fantastisch : perfecte pop die loeihard gespeeld werd.
Daarna was ik echt zwaar in die gitaarscene en raakte verknocht aan dingen als “Daydream Nation” van Sonic Youth, “George Best”van Wedding Present of “Isn’t it anything?” van My Bloody Valentine.

En dan is er “Your woman”. Hoe kijk je aan op dat nummer? Een godsgeschenk of eerder een vloek?

Ik ben daar ongelooflijk dankbaar voor. De meeste muzikanten strijden om wat geld of erkenning te verdienen. Eigenlijk was ditook  mijn plan : wanneer “Your woman” een hit was zat ik op de universiteit en daardoor was ik niet verplicht om één of andere domme job uit te oefenen om mijn verdere muzikale carriere te kunnen bekostigen. Als ik er nu nog aan denk dat ik miljoenen mensen bereikt hebt met een nummertje dat ik gecomponeerd heb in een kamertje van 9 op 9 kan ik dat ergens nog steeds niet geloven.
Het feit dat “Your Woman” honderdduizenden exemplaren verkocht heeft, hoe bekijk jij dat…ik bedoel, Jyoti, is het zo dat de mensheid echt interesse heeft in de betere muziek en dat het enkel maar een kwestie is dat ze het moeten horen?

Hmmm, het is toch zo dat mensen dat liedje associëren omwille van dat sterk deuntje hoor.
Maar denk ook niet dat mensen stom zijn. Wat onnozele kauwgompop voor de ene is, is dan weer  iets geniaals voor de andere. Een groep als The Monkees kunnen mij aan het wenen brengen terwijl zij vroeger door de “serieuze” critici de grond ingeboord werden. Toen ik een klein ventje was stond Laurie Anderson met “O Superman” op nummer 2 in de Britse Top 40.
Er bestaat zo’n fascistisch ideetje dat zegt dat de massa stom is, dit is natuurlijk een wel zeer foute opvatting. Popmuziek is de levende bevestiging van de dromen van het gewone volk, het is hun hoop, hun nachtmerries en alles wat daar om heen draait. Ik ben ervan overtuigd dat popmuziek de grootste vorm van kunst is in de 20e en de 21e eeuw.
Jij kon een kijkje nemen achter de schermen van de commerciële pomuziek destijds…ik geloof dat het allemaal niet zo mooi was hee?
Kijk, die zogezegde indiekids zijn ook niet veel soeps hoor. Voor hun draait het zogezegd om lo-fi of DIY of gelijk wat er op dat moment hip is. Op het moment dat ik met White Town tekende bij een major moesten ze plots niks meer van mij weten (nu eigenlijk ook nog niet, maar goed….).
Dus eigenlijk vond ik het nog zo slecht nog niet om eens met de kapitalisten op zwier te gaan en eens kijken hoe het allemaal werkt, je kan wel raden dat het erg is. Het enige wat telt is hun marktaandeel en de politiek daar rond.
Neem nu een label als EMI,  wel al die sublabels van datzelfde label concurreren met elkaar en proberen elkaar de loef af te steken.
Kijk, ik ben niet naïef en ik wist ook wel dat het allemaal draait om de verkoop van het produkt en winst maken, maar ik had nooit verwacht dat iedereen zich enkel bezig hield met zijn agendaatje.
Zoiets kan je als artiest nekken en ik kon niet snel genoeg weg zijn van EMI.
Maar de reden waarom ik zo tegen majors ben heeft te maken met hun huidige politiek.
Ondertussen heb ik het geluk mogen hebben om met kleine labeltjes als Parasol, Heavenly Pop Hits of The Almighty Pop te mogen werken.

En als je nu jonge groepen bezig ziet wat denk je dan?  Hopelijk ziet een major u en heb je uw 15 minutes of fame of denk je “jongen, blijf waar je bent!”?

Hangt er allemaal van af.  Maken ze popmuziek? Zingen ze over het leven, liefdesproblemen of over wat dan ook? Alledaagse dingen?  Als dat zo is dan moeten ze zoveel mogelijk mensen bereiken dus ga er voor, ja!
Als ze experimentele muziek maken die een inspanning vergen of het soort muziek waarbij je je in je baard begint te wrijven en waarbij je denkt : “Eigenlijk kunnen die gasten niet spelen”, dan denk ik : blijf waar je bent. Begin dan ook geen nummers in elkaar te steken die kinderen op een bus zitten te zingen.

Wat vind jij van die scene nu? De managers staren naar hun lege portemonnees en de jonge gasten zitten alles gratis van het net te plukken…

Ik heb nog nooit een betere tijd meegemaakt. Iedere keer als ik DJ ben dan draai ik nieuwe dingen die overlopen van het talent.
En toch…
Voor de mainstream muziek is het nog nooit zo erg geweest.
Het is eigenlijk zelfs erger dan in de jaren ’70, voor de punk.
De doorgangskanalen worden zo gecontroleerd en alles is zo nauw.
Iets zoals “Your Woman” zou nu nooit meer kunnen gebeuren.
Dat is ook waarom ze willen dat we stoppen met downloaden.
Dat is niet om piraterij tegen te houden want iedere studie heeft aangetoond dat de zwaarste downloaders ook de grootste platenkopers zijn dus…neen, het gaat er alleen om dat zij over het product willen heersen.

Het is toch wel raar hee.  Muziek is het mooiste wat er is maar wat er achter zit is de ware duivel zelf. Ik heb het altijd verschrikkelijk gevonden wanneer ik een DVD koop , het eerste wat ik zie is dat ik in de gevangenis kan vliegen als ik hem kopieer…

Dat ze naar de hel lopen. Als iemand mijn muziek wil uploaden dan doet hij maar! Het kan mij echt geen barst schelen of iemand mijn muziek illegaal downloadt, het is zelfs een compliment.Steel mijn muziek, geef het aan uw kameraden en ik ben echt gecharmeerd dat mensen zelfs die moeite willen doen.
Tuurlijk, nu kunnen we de discussie starten dat ik zo mijn financiële toekomst op het spel zet. Maar als het zo is dat ik plots zonder geld kom te zitten ga ik wel op zoek naar één of ander onnozel jobke hoor.
Mij stoort het dat al die muzikanten zitten te zagen over dat downloaden.
Wil je een carriere of werkzekerheid…wel, word dan een loodgieter of zo…
Wat ik wel nu niet versta over de hele muziekscene is dat niemand er nog tijd wil in steken. Als ik er over nadenk hoeveel tijd ik als tiener in de platenwinkel doorbracht en nu is het gewoon op de muis klikken en je hebt alles, maar geen kat is er nog in geïnteresseerd.

Ik vond altijd dat jullie op Sarah Records moesten zitten…
Je kan dat wel denken maar volgens mij moesten ze niks weten van mijn muziek.
Zoals ik zegde was 20 jaar geleden geen mens in mij geïnteresseerd en het was ook daarom dat ik besloten had om alles zelf uit te brengen.

Jij bent ook DJ dus jij bent wel zeer erg begaan met muziek hee…
Goh, ik ben 43 maar ik voel me 16. Verliefd worden op een nieuwe groep of de song van uw leven ontdekken dat is toch gewoon het mooiste wat er is? Muziek heeft me nog nooit in de steek gelaten. Zelfs als het financieel lastig toch wacht de muziek steeds op mij.

We gaan afsluiten met iets wat ik altijd heb willen weten : hoe klinkt het als je jezelf in de supermarkt hoort zingen?
Dat is een fantastische ervaring.
Je denkt onmiddellijk dat iedereen naar jou staat te gapen, dat is natuurlijke dikke zever…
Het is nog gekker als ik in een club ben, ik dans en ik zing als een freak maar dat is normaal : ik ken de woorden van buiten!

INFO http://www.whitetown.co.uk/

Marc Lavoine

Marc Lavoine vrij routineus …

Geschreven door

Lang geleden was ik regelmatig te vinden in de Fnac van Marseille waar ik me, als uitwisselingsstudent aan een Franse universiteit, wilde verdiepen in het grote Franse lied. Ik liet me toen overhalen tot de aankoop van de net uitgekomen cd van Marc Lavoine, een razendpopulaire zanger, annex acteur, met karakterkop en doorrookte stem, wiens Le Pont Mirabeau, te pas en te onpas op de radio te horen was. Alhoewel snel duidelijk was dat niet alle nummers het niveau van de single haalden, draaide ik de cd toch grijs op mijn kleine studentenkamertje.

Marc Lavoine was dinsdagavond te gast in Vorst Nationaal, naar aanleiding van de release van zijn 10de langspeelplaat, Volume 10. Nu ken ik Lavoine niet zo goed, maar al snel bleek dat zijn achterban vooral bestond uit bemiddelde vrouwen van middelbare leeftijd, die de zanger met luid gegil stonden op te wachten (hij werd onlangs verkozen tot ‘man waarmee de Franse vrouwen het liefst een nacht zouden willen doorbrengen…’). Nochtans was er niet veel om te juichen: Lavoine speelde een vrij routineuze set, leek nooit echt volledig in the game, en niet alle nummers konden overtuigen. Ook zijn wilde danspartijen leken een beetje mechanisch gerepeteerd. Bovendien werd je regelmatig afgeleid door het scherm waarvoor hij zijn ding deed, en waar afwisselend kitscherige beelden van nachtelijke scènes en regenbuien werden vertoond.
Lavoine, wiens oeuvre balanceert tussen licht verteerbare popsongs en Franse chanson, stak nochtans goed van wal met het aanstekelijke “Rue des Acacias”. Daarna wisselden stevigere nummers, o.a. “Je me sens si seul” en het elektronische “Vogue le Magazine”, ballads zoals “Demande moi” en “Reviens mon amour”, een hommage aan zijn recentelijk overleden vader, elkaar af. Vooral de oudere nummers konden op de medewerking van het publiek rekenen, op “Pour une biguine avec toi” danste de zaal gewillig mee. Persoonlijk hoogtepunt was wellicht het nummer “Paris”, gebracht in een jazzy arrangement met zachte drum en melancholische trompet. Afsluiten deed Lavoine, voor de bisronde in maagdelijk wit pak, met “La semaine prochaine”, verkozen tot single van het jaar 2009 door Franse publiek in een uitzending van TF1, en een akoestische versie van zijn grootste hit “Elle a les yeux révolver” uit 1985.

Het waren dus niet echt de songs zelf, begeleid door een uitstekende liveband, die het geheel verpestten, maar veleer de vaak holle lyrics van de songs (“Je m’envole sur ta peau folle”, “Ça n'est pas pour Ann Demeulemeester … C’est pour la fille à l’intérieur”), de bindteksten (“Comme les draps le matin après des longues nuits blanches qui viennent éclairer cet ange qui dort…ma muse”; “Je me sens comme un espagnol tout excité”, “C’est un peu comme les mains des masseuses sur le corps fatigué … pour trouver le noeud (i.e. de knoop, n.v.d.r.) … non, il n’est pas là le noeud!”) en Lavoine zelf die ostentatief zijn veters knoopt met zijn achterste naar het publiek, zijn jas uitdoet om in een marcelleke zijn gespierde armen te tonen en zijn recourante verschijning op het scherm… Beetje vermoeiend, maar hij zal wellicht een imago hoog te houden hebben.
Marc Lavoine is in België met zijn nieuwe show Marc Lavoine Accoustique, op 3 november in het Koninklijk Circus, Brussel en op 4 november in Le Forum, Luik …

Setlist: Rue des Acacias (2009), Je me sens si seul (2005), Demande-moi (2009), Ç’est ça la France (1996), Vogue le magazine (2005), Les dunes blanches (2009), Le Pont Mirabeau (2001), Reviens mon amour (2009), Je ne veux qu’elle (2001), Le monde est tellement con (1987), Pour une biguine avex toi (1985), Quand je suis seul (2009), J’ai tout oublié (2001), Paris (2001), Le Parking des anges (1985)
Bis: La semaine prochaine (2009), Elle a les yeux révolver (1985)

Organisatie: AJA concerts

Mogil

Ro

Geschreven door

Radical Duke presenteert Mogil met ‘Ro’, een album, die al twee jaar geleden z’n eerste voetsporen kreeg en in een kerk is opgenomen in IJsland. Niet voor niks is het gezelschap voor de helft IJslands en voor de andere helft Belgisch. Ze brengen een unieke mix van jazz-klassiek, soundscapes en experiment. Hun unieke sound combineert zowel Scandinavische als Europese klanken en roots. De eigen composities, gebaseerd op oude IJslandse teksten, kunnen zelfs in die typische volksmuziek worden ondergebracht.
De prachtige sopraanstem van Heida Arnadottir is echt om bij weg te dromen, en hoewel je er geen jota van verstaat, blijf je toch geboeid. De zanglijnen doen denken aan de polifonische gezangen van vroegere tijden. Daar zal hun klassieke scholing wel voor iets tussen zitten. Alvast een heerlijke cd om te beluisteren, en een link naar onze DAAU. Geen toeval dus dat ze op het label van de Anarchisten verschenen

Mogil
Heida Arnadottir: zang
Aki Asgeisson: kerkorgel
Ananta Roosens : viool - zie track 4 “Sagan oll »
Jochim Badenhorst: klarinet/saxofoon
Hilmar Jensson : gitaar

Info: http://www.radicalduke.com of http://www.myspace.com/mogilro
 

Roadburg

Raise cain

Geschreven door

Het Limburgse Roadburg en The Galacticos zijn muzikale broertjes van elkaar in die zin dat twee leden deel uitmaken van beide bands, zanger Siegfried Smeets van Roadburg speelt toetsen bij The Galacticos en zanger Thibaut Vaninbroukx van The Galacticos speelt gitaar bij Roadburg. Beide groepen speelden de finale van de Humo’s Rock Rally in 2008, behaalden al een fijn prijzenpakket, waaronder de Limbomania wedstrijd en mochten al op Pukkelpop spelen. Mooie referenties alvast!
Roadburg is het donkere broertje van The Galacticos, want die Galacticos houden het eerder op fris, sprankelende, opwindende, leuke catchy poprock, luister maar eens naar de EP ‘Phone Home’ en de single “Humble crumble”. Roadburg stelt dromerige indiepop centraal, want we horen bezwerende, intrigerende gitaarpartijen, zweverige toetsen en warme, melancholische vocals. Het zijn radiovriendelijke poprockende nummers, waarvan “Turn the radio off” en “Instant flowers” al meteen in het oog springen. De groep gaat richting dynamiek op de eerste songs, laat de psychedelica doorklinken op “Plenty of peace left”, durft avontuurlijke wendingen aan op “A sonic journey” en kiest voor een dromerige aanpak op de afsluitende songs. Enthousiasme en tristesse zijn hier mooi in elkaar verweven en zorgen voor een afwisselend broeierige, sfeervolle puike songs
Btw even meegeven dat de binnenhoes, waar de leden in het water staan, veel mee geeft van Slint’s ‘Spiderland’, niet voor niks zijn de slepende melodielijnen als referentie voor hun debuut ‘Raise cain’.

Info op http://www.myspace.com/roadburg 

Gentlemen Of Verona

Brutally Honest

Geschreven door

In 2008 kwam het garage rock’n’rollende Gentlemen Of Verona aandraven met een pittig gedreven titelloze debuutplaat. Ze leunden toen nauw aan de begindagen van Polly Harvey (plaats haar debuut ‘Dry’ er maar eens naast!), het rauwe The Kills, de ‘Fever to Tell’ van Karen O’s The Yeah Yeah Yeahs en het onvolprezen nineties ladybands L7 en Babes In Toyland. We hoorden ruwe melodieuze gitaarrock, spannende melodieën en een zangeres, Debby Termonia, die over een emotievolle, heldere stem beschikt en kan hijgen, zuchten en kreunen, wat de songs een meerwaarde bezorgde!
Het aanstekelijke geluid zetten ze duidelijk verder in de opvolger ‘Brutally honest’. Ze kregen belangvolle tips en er waren bijdrages van o.m. Frankie Saenen (The Scabs/The Kids), boegbeeld Willy Willy en Jesse Hoff, die de gitaarversterking een elektronische tint gaf. Een voller geluid dus, een broeierige intensiteit en balancerend tussen de rauwheid en een puur poprock geluid.
Het is een opwindend boeiende plaat geworden, die vooral Polly Harvey en Karen O door de mangel haalt; de rockende “Drivr” en “Jade” staan mooi naast het sfeervolle “Tape hiss” en het opbouwende “Wasted”. En tot slot haalt het kwintet alle invloeden en variaties uit de kast op “Goodbye”, die op verbluffende en overtuigende wijze de tweede cd besluit. Sterke plaat van de Limburgers …

Info op http://www.gentlemenofverona.com

Mono

Mono – Mono Machtig Mooi

Geschreven door

Mono op maandag. Kan een mens de week beter beginnen? We denken het niet. Zeker niet als er voluit geput wordt uit het vorig jaar verschenen ‘Hymn to the Immortal Wind’, een album dat ons bij elke beluistering met een open mond opzadelt.
In Het Depot werden van deze moderne klassieker slechts twee nummers (“Silent Flight, Sleeping Dawn” en “The Battle to Heaven”) achterwege gelaten. De eerste noten van “Ashes in the Snow” dompelden ons meteen onder in de feeërieke wereld die de Japanners telkens weer tevoorschijn toveren. Hun veel-lagige postrock wordt frequent gelardeerd met een toets die ook de liefhebbers van klassieke muziek weten te waarderen. Niet te verwonderen dus dat het viertal onlangs zijn tienjarig bestaan vierde met het Wordless Music Orchestra, een samenwerking die eind april op CD, LP en DVD verschijnt.

Hoogtepunten noteerden we maandagavond niet want anderhalf uur lang bleef de kwaliteitslat aan het hoge plafond geplakt. In een krampachtige poging om kritisch te zijn zochten we met de beste wil van de wereld naar minpuntjes, maar het enige waarmee we op de proppen kunnen komen is dat de pauzes tussen enkele nummers soms net iets te lang duurden. U merkt het, we moeten al ferm mierenneuken om Mono een schoonheidsfoutje te kunnen aanwrijven. Een ouderling die zich comfortabel in één van de vele zetelzitjes genesteld had, vertelde ons achteraf dat de balans van zachte en harde klanken tijdens de eerste drie nummers nog niet 100% in orde leek. Wijzelf – die ons in de buurt van de geluidstechnici gepositioneerd hadden – hoorden echter gedurende het ganse optreden een perfecte klank dus dat minpuntje hebben we enkel ‘van horen zeggen’ (en dan nog van een ouderling die door de jaren heen misschien iets te veel gehoorschade opgelopen heeft om een correct oordeel te kunnen vellen?).
Om te vermijden dat de afwezigen onterecht zouden denken dat het geen ramp is dat zij maandag niet in Leuven waren, laten we de volzinnen even voor wat ze zijn en halen we het grof geschut boven door in enkele alfabetisch gerangschikte woorden het concert (en de veelheid aan emoties die we ondergingen) samen te vatten: adembenemend, “af”, atmosferisch, beklijvend, betoverend, bezwerend, imponerend, ingetogen, intensief, machtig, melancholisch, overdonderend, subtiel, verdovend. Mocht het zo klef niet klinken, dan zouden we hier zelfs het woord “romantisch” durven gebruiken.
Als bovenstaande opsomming soms tegenstrijdig lijkt, dan is dit te danken aan het feit dat Mono erin slaagt om een breed spectrum te bestrijken. Wie stil kon blijven staan of zitten, deed dit enkel maar omdat hij/zij murw geslagen werd door de uitgekiende set (een set die de laatste tijd trouwens grotendeels onaangeroerd bleef maar daar dit zullen wij hen niet euvel duiden want we menen dat de opbouw van die set nauwelijks te verbeteren valt). In een zinderende finale nam de bassiste na “Halcyon (Beautiful Days)” plaats achter de keyboards om het ontroerende orgelpunt getiteld “Everlasting Light” in te zetten. Kippenvel van Leuven tot in Tokyo was ons deel. Unisono klonk het achteraf dan ook: Bravo, Mono, voor dit bravourestuk!

De jonge bende van Agents in Panama noemt Mono als één van hun grote voorbeelden, ze maakten in ieder geval geen slechte indruk in hun voorprogramma. Het thuispubliek liet luidkeels blijken dat hun soms wat bluesy en psychedelische postrock in goede aarde viel. De inbreng van de celliste bracht een mooi tegengewicht voor het gitaargeweld. Helemaal overtuigd werden we zelf nog niet maar het was in Het Depot wel duidelijk dat dit vijftal na de release van hun debuut ‘A New Language for Clearer Pictures’ nog progressie gemaakt heeft. Agents in Panama is dus één van de vele Vlaamse bands met potentieel. We kijken samen met u nieuwsgierig uit naar hun nabije toekomst.

Organisatie: Depot, Leuven

Lee Scratch Perry

Kaarsjes uitblazen voor de verjaardagsparty van Lee Scratch Perry & Friends

Geschreven door

De lente bracht de godfather van de dub, Lee Scratch Perry naar de Vooruit en voor zijn verjaardag had hij een aantal grote namen meegebracht. De Vooruit was dan ook afgeladen met een gemengd publiek van tieners met dreads en melomanen die hun ouders konden zijn. Je vraagt je toch af in welk genre je zo’n gemengd publiek kan krijgen en voor welke andere artiesten die hun grootvader konden zijn jongeren de moeite zouden nemen om op zondagavond buiten te komen. DJ Optimo verzorgde de opwarming, maar eens The Congo’s aan hun act begonnen was het platenmoghul Adrian Sherwood, de man achter On-U-Sounds die de geluidsinstallatie voor zijn rekening nam, terwijl op het podium een uitgebreid gezelschap muzikanten als luxe-begeleidingsband voor de krasse reggaeknarren optrad.

The Congo’s waren voor de tweede keer in enkele maanden in Gent. Het blijft een belevenis om deze zeventigers als uitgelaten kinderen over het podium te zien hossen en zonder moeite het hele publiek mee te krijgen met jaren-zeventig-klassiekers als “Fisherman’s Row”. Het concert was wat te kort om de sfeer te scheppen die het Minnemeers-concert van november kon evenaren, maar het was een meer dan leuke opwarmer. Als tweede stond Max Romeo geprogrammeerd die vooral bekend is om zijn hit “Chase the Devil”, die de Prodigy nog hun eerste grote hit bezorgde in Vlaanderen. Zeker ok, maar muzikaal vond ik het persoonlijk wat te vlak, te weinig origineel, hoewel dit natuurlijk wel een artiest van de eerste generatie is.
Tussenin draaide Adrian Sherwood leuke plaatjes die muzikaal al wat uitdagender waren en flirtten met de mengvormen waar zijn On-U-Sounds label voor bekend is en was er tijd om wat van de sfeer te genieten, of oude vinyls om te woelen.

Zo rond elven was het dan tijd voor het feestvarken, Mr. Perry himself die getrakteerd werd op een taart met veel te weinig kaarsen, zelf tussen de nummers in verviel in mystieke psychobabble, waarbij niet altijd duidelijk was of de onverstaanbaarheid aan zijn extreme variant van het Engels of aan een enigszins gestoord contact met de werkelijkheid lag. Tussenin wel leuke nummers gehoord, waarbij je altijd in herinnering moet houden dat deze man het genre zowat uitvond, nog met Bob Marley legendarische platen opnam en vooral als studioartiest de revolutie heeft gepredikt. Maar zelfs ondanks het feit dat we een monument zagen, was het gewoon een sterk concert.
Jammer dat het zondag was, wat mij de kans op een eindeloze afterparty door de neus boorde, maar we komen volgend jaar zeker terug.

Organisatie: Democrazy, Gent

Method Man

Method Man, Streetlife, Cilvaringz & Dj Mathematics, of alles waar hip hop om draait!

Geschreven door

Bij aankomst in de Petrol zat de sfeer er al goed in. Het publiek was duidelijk klaar voor de rauwe en meedogenloze hip hop van de familieleden van de Wu-tang Clan. Overal werd al ‘Method Man’ gescandeerd, maar eerst mochten enkele andere leden van de clan de zaal opwarmen. Daar zorgden Cilvaringz uit Tilburg en tevens de eerste Europese rapper binnen de Wu-tang Clan en Streetlife voor. Typerende Wu-tang Clangeluiden en rauwe beats met hier en daar wat ragga-invloeden zweepten de zaal op en de interacties “Make some muthafucking noise!” en “Are you louder than Amsterdam?” waren eigenlijk overbodig. Het dak van de Petrol ging er zowaar al af en het was definitely louder than Amsterdam !!

Streetlife kon op twee oren slapen, het publiek was klaar voor Method Man, zijn associates en hun beatproducer Dj Mathematics. Om het helemaal te gek te maken gooiden ze er zelfs nog wat nieuwe loeiharde “Technoshit” in.

Method Man, ook een beetje bekend onder zijn echte naam Clifford Smith, maakt deel uit van de Wu-tang Clan. Een hip hop familie die in 1993 opgericht werd in de straten van Staten Island New York, met ondermeer RZA, GZA, Method Man en natuurlijk Ol’ Dirty Bastard. Method Man zijn uitstekende raptechniek en vooral zijn opmerkelijke donkere rauwe stem zorgen ervoor dat Method Man binnen dit collectief een opvallende rol speelt.
Ook Dj Mathematics is binnen dit ensemble geen onbekende. Hij is er de officiële dj,  stond in voor meerdere platenproducties binnen de Wu-tang Clan, waaronder GZA's ‘Beneath The Surface’, ‘Method Man's Tical 2000: Judgement Day and Method Man & Redman’s Blackout’, en tekende de wereldbekende Wu-tang ‘W’. Een teken dat al in afwachting van de start Method Man’s optreden overal onder het Petrolpubliek te zien was en de zaal in de ware Wu-tang Clan sfeer dompelde.
Zware beats met de typische Wu-tangklanken, rauwe hip hoplijnen, het startschot was gegeven. Method Man, Dj Mathematics en entourage kozen resoluut voor de Wu-tangschijven vooraleer eigen werk “When the blood clot” van het solo album ‘Tical’ er door te gooien. Daarna volgde een uiterst geslaagde freestyle-sessie.
Het is geen publiek geheim dat Method Man niet vies is van het groene spul. Een ode er aan mocht dan ook niet ontbreken. En het publiek scandeerde “Roll that shit, like that shit, smoke that shit!” graag en luid mee. Vervolgens werd “How high” ingezet, naar de film waarin Method Man en collegarapper Redman speelden. Er komt trouwens een Part 2 !!
Met “The model” zette Method Man één van zijn persoonlijke favoriete nummers in om daarna vrolijk verder de Wu-tang Clan te vertegenwoordigen. Daarbij mocht tevens een ode aan grootmeester ODB niet ontbreken, maar er ging ook een shout out naar Michael Jackson, Amelia, Eazy E, Tupac, Notorious Big en andere gesneuvelde grootheden uit de hip hopwereld.

Method Man mocht dan, naar eigen zeggen, a little beat up zijn, geen enkel moment verloor het gezelschap op het podium de pedalen. De samenhang, de interactie met het publiek, de oh zo aanstekelijke pompende beats en zweverige Wu-tanggeluiden van Dj Mathematics en de flowende rauwe raps recht van de straat, alles waar echte hip hop om draait !! Het publiek zag dat het goed was en Method Man bevestigde “you are definitely louder than Amsterdam!”. Of course we are!!

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Noah & The Whale

Noah and the Whale – Muzikaal potentieel niet ten volle benut

Geschreven door

Twee jaar geleden scoorde de Londense formatie Noah And The Whale in eigen land een top 10 hit met het aanstekelijke, zomers getinte «5 Years Time». Aan het succes werd een vervolg gebreid toen de reclamewereld dit nummer oppikte en aanwendde bij onder meer enkele TV-filmpjes. Ook hun debuutalbum ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ uit 2008 dat gekenmerkt werd door een mix van pop, folk en rock, mocht op tal wat positieve reacties rekenen.

Het leek de groep dan ook voor de wind te gaan maar toen groepslid Laura Marling niet alleen haar relatie met liedjesschrijver, zanger/gitarist Charlie Fink beëindigde maar daarenboven de  samenwerking met de totale groep staakte om een solocarrière uit te bouwen, maakte de euforie plaats voor gemis en verdriet. In de eerste plaats was het Fink die verweesd en behept met een gebroken hart, achterbleef. Hij vond een manier om de treurnis van zich af te zetten en vooral van zich af te schrijven door de relationele breuk te verwerken - in alle betekenissen van het woord - in de opvolger van hun debuut, het vorig jaar uitgebrachte album ‘The First Days Of Spring’. Of zoals hij zelf zingt in «Love Of An Orchestra», een van de hoogtepunten die daarop te vinden zijn: “I’ll know i’ll never be lonely. I’ve got songs in my blood”.
Weg waren de optimistische, lichtvoetige teksten en voortgebrachte klankkleur via onder meer akoestische gitaar, ukelele en handgeklap. In de plaats hiervan kregen een spaarzame elektrische gitaar, een weemoedig klinkend piano, strijkers en een zangkoor de boventoon met daartussen de vocalen van Charlie Fink die als het ware volledig aangepast aan de sfeer van de plaat, veel donkerder doorklonken als voorheen. De bijzonder sterke gelijkenis met het stemgeluid van Adam Green dat op de debuutplaat nog nadrukkelijk aanwezig was, verdween hiermee wat meer achter de coulissen.
Het resultaat van deze koerswijziging was dat naar onze mening Noah And The Whale met  ‘The First Days Of Spring’ niet minder dan een meesterwerkje had gemaakt. In die mate zelfs dat ondergetekende het tot album van het jaar verkoos.

Met bijzonder hooggespannen verwachtingen reisden we dan ook richting Tourcoing alwaar de groep – kan het nog toepasselijker gelet op de albumtitel? – afgelopen zaterdag bij het astronomisch begin van de lente acte de présence gaf in Le Grand Mix.
Opener van de avond was «Blue Skies», een lied voor iedereen met een gebroken hart. Mede door de intro die aanleunt bij de somberheid van het monumentale «Atmosphere» van Joy Division, blijft de studioversie ons na ontelbare draaibeurten nog steeds kippenvel bezorgen. Maar meteen werd duidelijk dat de trieste schoonheid en grandeur die op plaat terug te vinden zijn, niet geëvenaard konden worden op het podium.
De band koos er immers voor om nagenoeg alle nummers van een extra elektrische laag te voorzien met als gevolg dat de set een tweeslachtig karakter kreeg. De op het eerste gehoor eenvoudig klinkende folk van ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ verloor hierdoor namelijk aan sympathie en onschuld, terwijl de emotie wat wegebde bij de nummers uit het  album ‘The First Days Of Spring’.
»Love Of An Orchestra», een liefdesverklaring aan de muziek zelf, vormde hierop een uitzondering. Omwille van de afwezigheid van enig zangkoor, was de uitvoering in Le Grand Mix aardser en minder orkestraal en bleek de eenvoud positief  uit te pakken. Het had zelfs iets weg van een southern rock versie uit de jaren ‘70.
Er vielen ook andere fraaie momenten te noteren, vooral bij de passages waarbij Tom Hobden op het voorplan trad en zich met behulp van viool propageerde als een van de bepalende factoren van de groep. Op de rustige momenten, zoals bij «My Broken Heart», verschafte hij een extra portie gevoeligheid, terwijl de uptempo nummers mede hierdoor extra aangestuurd en onderbouwd werden. Onder meer bij «Rock And Daggers» uit de eerste plaat, was dit duidelijk merkbaar.
In voormelde twee nummers was er ook een mooi samenspel met de basgitaar bespeeld door Matt ‘Urby Whale’ Owens, die als het ware een optreden binnen een optreden aan het geven was door zijn expressieve houding. Geheel in contrast met Fink. Dat hij een introverte persoonlijkheid heeft, is geweten maar nu bleef enige interactie met het publiek grotendeels uit (enkele Franse woorden buiten beschouwing gelaten).
Er kwamen in totaal slechts 11 korte nummers aan bod en het concert zelf duurde amper een uur (wat inhield dat de Rijselse formatie ‘Roken Is Dodelijk’ als voorprogramma langer musiceerde dan de hoofdact). En dit valt dubbel te betreuren.
Alles voltrok zich supersnel (hun «5 Years Time» die terug op de setlist werd geplaatst, werd als het ware afgehaspeld), terwijl het album dat ze kwamen voorstellen, het nu net moet hebben van een voortschrijdende en langzaam opbouwende sfeer.
Bovendien bleken de laatste twee nummers van de set de beste te zijn die we zaterdag te horen kregen. «The First Days Of Spring» was onderhuids dreigend door de mooie gitaarsolo en de expressieve outtro van Fink, terwijl de enige toegift van de avond, zijnde «Tonight’s The Kind Of Night», een swingende uptempo rocker was met een al even vlotte melodie en dito instrumentale ondersteuning. Hobden nam plaats achter de keyboards en toverde er een deuntje uit die zo uit de ‘Born To Run’ plaat van Bruce Springsteen leek gehaald te zijn,  toetsenist Fred Abott nam de gitaar ter hand nam en voegde er een americana rifje aan toe, terwijl drummer Jack Hamson (die vorig jaar Doug Fink – de broer van – verving toen deze zich voltijds wou toeleggen op zijn job als arts) voluit zijn ding kon doen.
Dat de afsluiter van de avond een volledig nieuw nummer betrof en de voorloper is van het later dit jaar te verschijnen derde album, opent perspectieven voor de toekomst maar kon niet meer verhinderen dat de groep naliet over de gehele lijn voldoening te verschaffen.

Wat Noah And The Whale live in Tourcoing bracht, was goed maar moet gelet op het potentieel, als een gemiste kans beschouwd worden.

Setlist: Blue Skies, Give A Little Love, Slow Glass, My Broken Heart, Love Of An Orchestra, Jocasta, Shape Of My Heart, 5 Years’Time, Rock And Daggers, The First Days Of Spring, Tonight’s The Kind Of Night

Organisatie: GrandMix, Tourcoing

Pagina 442 van 499