logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

The Twilight Sad

Forget the night ahead

Geschreven door

Al bij de eerste tonen van “Reflection of the television” uit de cd ‘Forget the night ahead’ zijn we onder de indruk van het uit Glasglow afkomstige The Twilight Sad. De groep draait rond Andy MacFarlane, muzikaal architect van de band en zanger James Graham, die met z’n Schots accent de songs een extra dimensie geeft.
De songs passen binnen de ‘80’s waverock/shoegaze/pop, waarbij Joy Division, Echo & The Bunnymen, The Smiths, en verder The Chameleons moeiteloos staan naast My Bloody Valentine, Ride en Swervedriver. Gooi er nog de melodieuze finesse van Snow Patrol, de glamwave van Glasvegas, oudere broers IlIketraIns en Editors, de melancholie van Arab Strap en de postrock van Mogwai tegenaan, en we hebben de ideale cocktail klaar voor The Twilight Sad. Wat een kennismaking! Opzoekingwerk leverde op dat ze al aan hun tweede cd toe zijn en debuteerden in 2007 met ‘Autumns & fifteen winters’.
We horen broeierige, intens meeslepende, dromerige songs, die een donker kantje hebben met ontregelde gitaarstormen, net gepast en nooit te fel en te hard. Het is genieten van het boeiende materiaal als “I became a prostitute”, “Seven years of letters”, “Made to disappear” en “The birthday present”. De pianoloops die in sommige songs voorkomen, waaronder “At the burnside” en “The room”, geven kleur aan het heerlijke materiaal.
Tja, daar smeult iets in Schotland.

Defeater

Lost Ground EP

Geschreven door

Defeater is een Amerikaanse hardcore groep uit Boston. Het vijftal debuteerde vorig jaar met het magistrale debuut ‘Travels’. Wat opvalt, is dat Defeater niet zo maar een zoveelste hardcoregroepje blijkt.  De band profileert zich als een zeer sociaal en milieubewuste groep. Zo zijn zowel hun debuutalbum als deze ep vervaardigd uit 100 % recycleerbaar materiaal. Drummer Andy Reitz blijkt verder mede eigenaar te zijn van Green Vans,  een bedrijfje dat busjes verhuurt die rijden op plantaardige  olie en bio-diesel.
Ook op tekstueel gebied blijkt Defeater zeer bijzonder: zowel hun debuutalbum als deze ep blijken een conceptalbum. Zo volgt ‘Lost Ground’ het leven van een zwarte man die tijdens WO II dienst neemt in het Amerikaanse leger. Nadat hij heel wat van zijn strijdmakkers ziet sterven, keert hij na de oorlog terug naar Amerika waar hij vooral geconfronteerd wordt met racisme en rassensegregatie.
De teksten van Defeater zijn een juweeltje maar dit geldt evenzeer voor de muziek. De emotionele hardcore van de band ligt in het verlengde van groepen als Verse, Fugazi en Modern Life is War. Terwijl de groep op hun debuutalbum er een verschrikkelijk tempo op nahield, neemt ze met ‘Lost Ground’ een beetje gas terug en kun je spreken van  midtempo hardcore gecombineerd met rustige, meer tragische stukken.
De absolute uitschieter is openingsnummer “The Red”, “White and blues”, deze song alleen al rechtvaardigt de aanschaf van deze EP
Defeater was vorig jaar al te zien op het Dourfestival en keert dit jaar  terug naar België. Op zaterdag 24 april speelt de bank op het Groezrock-festival.

She Keeps Bees

She Keeps Bees - Jimi Hendrix in vrouwenlichaam

Geschreven door

Het jonge Brooklynse duo She Keeps Bees kwam live moeilijk op gang die avond in de Rotonde van de Botanique. Voor een deel kwam dit door het feit dat ze uitsluitend zeer korte nummers (nooit meer dan 3 minuten) in huis bleken te hebben. Songs die na anderhalve minuut tot volle uitbarsting kwamen, werden vaak kort nadien al abrupt afgebroken. Een andere reden was dat frontzangeres Jessica Larrabee tussen de nummers door dikwijls haar toevlucht zocht tot clichématige gespreksonderwerpen als “pommes frites”, “tunnels” en “mooie gebouwen”. Nu zijn er wel meer Amerikanen die uitblinken in oppervlakkige babbelzucht. Maar bij She Keeps Bees kregen we toch de indruk dat er behoorlijk wat tijd moest gerekt worden tussen de korte nummers door. Tot overmaat van ramp moest de arme Jessica nog eens 5 minuten met haar vingers staan draaien toen drummer Andy LaPlant een kapotte gitaarsnaar moest repareren.

Enkel vergezeld van gitaar en drums leek het duo dus aanvankelijk een beetje geïntimideerd door de matige respons van het nuchtere Botanique publiek dat eerst wel eens wil horen wat een groep muzikaal in zijn mars heeft vooraleer applaussalvo’s los te laten. Kan je voor oppervlakkig Amerikaans entertainment niet even goed in de zetel blijven liggen en kijken naar pakweg ‘Sex and The City’?
Maar naarmate de set vorderde bleek dat de vuile, rauwe bluesrock van She Keeps Bees best genietbaar was, waarbij Jessica zowel qua stem als présence niet eens moest onderdoen voor de jonge Patti Smith, gelukkig zonder de feministische hippie bullshit van laatstgenoemde. Chan Marschall, alias Cat Power, was een andere referentie die ons tijdens intense nummers als “Gimmie” en “Release” door het hoofd flitste, maar dan met minder jeugdtrauma’s.
Naarmate de reactie van publiek enthousiaster werd groeide het zelfvertrouwen van She Keeps Bees zichtbaar en tijdens “Ribbons” durfde Jessica Larrabee het zelfs aan om enkel met handengeklap de zaal in vervoering te brengen. Ook van haar onthulling dat ze er al enkele dagen ongewassen bijliep nam het publiek in deze tijden van hygiënische profileringdrang goedkeurend akte.
Tijdens het beste nummer “Cold Eye”, dat helemaal achteraan zat in de set, kregen we zelfs heel even de indruk dat Jimi Hendrix in een vrouwelijk lichaam getransformeerd was. Maar waar Jimi er niet voor zou terugschrikken om naar het einde toe nog een luide portie feedback en distortion uit zijn snaren te toveren, werd ook dit nummer helaas veel te vroeg abrupt afgebroken.

Met wat minder entertainment en wat meer uitgesponnen songs kan She Keeps Bees misschien ooit in de voetsporen treden van The White Stripes.

Organisatie: Botanique, Brussel

Xavier Rudd

Zomers enthousiasme in deze koude winterdagen

Geschreven door

Xavier Rudd heeft blijkbaar de wat donkere en mysterieuze inslag van zijn vorige plaat ‘Dark shades of blue’ (schitterende plaat trouwens) achter zich gelaten. Zijn volgende ‘Koonyum Sun’ (binnenkort in release) zal zo te horen een stuk vrolijker klinken, want in de AB was het vooral de happy factor die de hoogte in ging. Kon misschien ook geen kwaad in deze gure winterperiode, en dan nog op een dag waarop een twintigtal mensen het leven lieten bij de treinramp in Halle. Xavier Rudd droeg trouwens een song op aan de overledenen en hun nabestaanden, waarvoor alle aanwezigen hem dankbaar waren.

Maar verder wou Rudd vanavond duidelijk de opgewekte toer op en hij had daarvoor met zijn Zuidafrikaanse ritmesectie (de twee ervaren supermuzikanten Tio Molontoa op bass en Andile Nqubezelo op drums en percussie) de ideale band meegebracht. Zij hielden voortdurend de drive erin via opzwepende ritmes en gezwind tromgeroffel. Xavier Rudd liep over van de goesting en toonde een ‘joie de vivr’e die we ook van Manu Chao kennen, hij zette geregeld een indianendansje in waarbij hij de fans op het podium riep om gezellig met hem mee te swingen op de ophitsende jungleritmes.
Wij onthouden toch vooral zijn instrumentale klassestaaltjes op de slide gitaar, niet zelden in combinatie met de aboriginal geluiden die hij uit zijn didgeridoo toverde. Elders haalde hij dan weer een mondharmonica naar boven die hij op de snelle funky ritmes van zijn elektrische gitaar liet meedrijven. Een gedreven multi-instrumentalist dus, en ook wel een goeie zanger, laten we dat niet vergeten.

Zoals gezegd, vanavond lag de klemtoon geheel op fun en optimisme, wat zeer in de smaak viel bij het dolenthousiaste publiek. De nummers werden soms wel wat te lang uitgesponnen, maar niemand die daarover mekkerde, want de spelvreugde maakte alles goed.
De enige vorm van kritiek die wij dan ook willen uiten is dat we ergens toch wel een intiem moment misten, want van zijn platen weten we dat Xavier Rudd hele mooie breekbare liedjes kan schrijven die in de AB schitterden door hun afwezigheid. Maar verder hoort u ons niet morren, de wereld is al triestig genoeg in deze barre winterdagen.

Een zomerse festivalweide lijkt me bijgevolg de aangewezen plaats om dit staaltje nog eens over te doen. Hallo, Schuer.

Organisatie: Live Nation + AB, Brussel

Boutik Rock 2010 - 10 febr tem 13 febr 2010

Geschreven door

Boutik Rock - woensdag 10 tot en met zaterdag 13 februari

Neem gerust een kijkje naar de pics

*Een coprod. van Programme rock en Botanique in samenwerking met Court-Circuit en Wallonie Bruxelles Musiques
Boutik Rock geeft de gelegenheid aan Franstalige, opkomende groepen zich voor te stellen aan mensen uit de muziekbusiness (agents, organisatoren, labels,...) en aan het publiek. Boutik Rock viert dit jaar zijn 10de verjaardag en behoudt nog steeds de muzikale honger naar nieuw talent.
Vergelijkbaar met de Vlaamse Provinciale Popconcours trekken deze concerten elk jaar 2000 bezoekers en staan er ruim 30 verschillende bands geprogrammeerd.
Ideaal moment om te ontdekken wat er leeft en broeit in het zuiden van't land dus!

Woensdag 10 februari
Ok Cowboy (B), Resistance (B), The E.T.B.B (B) – OR
Applause (B), Le Prince Harry (B), K-Branding (B) – RO

Donderdag 11 februari
Too much and the White Nots (B), Joy as a Toy (B), Wild Boar and Bull Brass Band (B) – OR
Clare Louise (B), David Bartholomé (Sharko) (B), Papa Dada (B) – RO
+ after party @ CBS met Sonar (B), Elle De lux (B)

Vrijdag 12 februari
Dan San (B), Frank Shinobi (B), Vismets (B) – OR
Emmanuel (B), Faustine Hollander (B), Blue Velvet (B), Set the Tone (B) – RO
+ after party @ CBS met Stel'r (B), Costanza DJ (B)

Zaterdag 13 februari
13 Hor (B), Natsuko (B), Surfing Leons (B) – OR
Convok (B), Victoria Tibblin & Sal Jean (F), La Biur (B), la DK Dance (B) – RO
+ after party @ CBS met Superlux DJ SET (B)

Org: Boutik Rock ism Botanique, Brussel

Front 242

Een hard, fel en meedogenloos Front 242

Geschreven door

Front 242: electronic body music pioniers, opgericht in ’81, uit Brussel, waren één van Belgisch (Brussel) invloedrijke en baanbrekende bands in de dance. Zij haalden de mosterd bij de electro van Kraftwerk, de synthwave van Suicide, de avantgarde van Einstürzende Neubauten en de punkfunk van Cabaret Voltaire en waren samen met Nitzer Ebb, DAF, The KLF, Front Line Assembly, SPK en Lords Of Acid de vaandeldragers van de ‘90’s en huidige dance/electro/techno/industrial scene.
Front 242 had naam en faam door z’n energieke en opzwepende live acts. De heren waren toen gekleed in uniforme commando-gevechtskleding. Platen als ‘Geography’ (’82), ‘No Comment’ (’85) en ‘Official version’ (’87) zijn in het geheugen gegrift door de dwingende, monotone en pompende beats van synthesizers, (elektronische) percussie en de felle zegzang. Ze evolueerden naar een breder, kleurrijker en meer geraffineerd klankenspectrum. ‘Tyranny for you’ (’91) en ‘I Up Evil/Off’ (’93) waren doorspekt met pop en trancegerichte beats.
De band bestaande uit Jean-Luc De Meyer (vocals), Richard 23 (vocals, keyboards), Patrick Codenys (keyboards/programming/mixing), Tim Kroken (live drums) en Daniel B aan de mengtafel, gaven de jaren ’80 ‘smile new beat’ een bepalende push. En de wave/electrorevival zorgde ervoor dat naast dertigers en veertigers, jongeren de muziek leerden kennen. De motivatie van het touren scherpte terug aan met hun 25 jarig bestaan in 2006, toen ze letterlijk op handen werden gedragen op hun twee uitverkochte jubileumconcerten in de AB.

Front 242 kan rekenen op een trouwe fanshare; de weken op voorhand uitverkochte Vooruit was er het harde bewijs van; ze hadden nog steeds een puike livereputatie en toonden aan dat ze een act zijn om rekening mee te houden, ondanks het feit dat ze zich wat ‘krampachtig’ vasthouden aan dezelfde playlist. We zagen een Front, die nog maar bitter weinig zo hard, fel en meedogenloos z’n publiek inblikte. Wat een (neverending) jeugdig enthousiasme, ondanks hun gezegende leeftijd! ‘Play it loud & hard’, dachten ze, want “98” en “Moldavia” klonken aanstekelijk, militant, pompend en gedreven en zorgden voor pogoënde taferelen vooraan. Het kon even geen kwaad zich een frisse tiener of jeugdige gast te voelen. “Together” en “Circling overhand” waren gematigder door de bezwerende, trancy ritmes en de krachtige, duistere beats. Op die manier stak het kwartet voldoende afwisseling en variatie in de set. Een stuwende “Religion” en een luidkeels meegezongen “Welcome to Paradise” volgden. Wat een broeierige, verbeten ritmes en hels tempo! De commandostijl wakkerden ze aan met “Funkhadafi” en de ‘warnings’ en ‘emergencies’ van “Commando” zelf. De spannende dreiging droop er van af!
Ze kwamen even op adem met slepend en lomer materiaal, maar draaiden letterlijk de beheersingknop om in een schitterende ‘closing final’. Moest er nog zand zijn na de mokerslagen van “No shuffle”, “Take one”, “In rhythmus bleiben” en de vette bezwerende “Quiet unusual” en “Tragedy for you”.
Ze speelden een perfecte, uitgebalanceerde set, injecteerden de arm- en dansspieren en deden het pogoën heropleven. De uitgelaten menigte schreeuwde om meer en werd op hun wenken bediend met enkele voortreffelijke salvo’s van “Headhunter” en het oude, steengoede “Kampfbereit”, die “Radio activity” van Kraftwerk in een repetitieve pianoloop integreerde. Ze besloten en verve de set met “Unidentified man”, live al lang opgeborgen, maar één van de smaakmakers op fuiven. Het maakte hun feestje compleet en de Vooruit daverde op z’n grondvesten. De oude electrowave liefhebbers genoten van de dolgedraaide vijftigers op het podium …

Ook A Split Second, een trio rond Mark Ickx, kreeg ruim de tijd om het oude materiaal van onder het stof te halen. Dat ze opnieuw te zien zijn is te zoeken in het verschijnen van de ‘Complete Discography’. Midden de jaren ‘80 slaagden ze erin de discotheken te veroveren met “Flesh” een song die snelle, onrustige en neurotische electrobeats vuurde en een monotoon lomer, trager en slepend ritme kreeg door het toerental van 45rpm naar 33rpm te veranderen, de kiem van de new beat rage. Samen met “Rigur mortis” zat het nummer middenin de set verstopt. We hoorden dreunende, zwaardere en opzwepende ritmes en beats, waarvan we Suicide, Die Krupps en Front in één adem konden opnoemen, en ze schuwden hierin de pure industrial niet.
A Split Second was een leuk weerzien en vormde de aanzet van een resem gigs buiten de discotheken van weleer …

Organisatie: Amusez-Vous

We’re Open: aandacht naar talentvolle, opkomende artiesten vs gevestigde waarden van eigen bodem

Geschreven door

Voor het 2de jaar op rij verzamelde Muziekcentrum Trix het kruin van de beste inlandse artiesten in een mix van talentvolle, opkomende artiesten met enkele gevestigde waarden, 2 dagen was Trix het middelpunt voor iedere vaderlandsliefhebbende concertganger; dat 2 dagen het bordje SOLD OUT mocht bovengehaald worden was dan ook geen verrassing.

Wij gingen op vrijdag een kijkje nemen en stelden vast dat reeds vrij vroeg op de avond al veel volk op de been was, bij aankomst was het Kortrijkzaanse Balthazar aan z'n laatste minuten bezig, de grote zaal zat reeds volledig vol en we konden nog net een nieuw nummer uit het binnenkort te verschijnen debuutalbum 'Applause' meepikken; deze band checken we binnenkort zeker nog eens in de clubs.

We repten ons naar de club waar het Brusselse Tommigun net van wal stak. Dit nieuwe project van Thomas Devos ( Rumplestitchkin) en Joeri Cnapelinckx ( Kawada) speelde onlangs nog op Eurosonic en brengen binnenkort hun eerste plaat uit, met ook nog oude rot Pim De Wolf ( Thou, Waldorf) en Kaat Arnaert ( zus van...) in de gelederen waren we benieuwd naar hun performance. Hun set werd ingezet met een duet tussen zanger/gitarist Thomas en de stem van Kaat, een ingetogen samenspel dat direct een indicatie gaf wat we komende 40 minuten konden verwachten.
We kregen veelal donkere, breekbare melodieën waarin de stemmen van Devos en Arnaert een hoofdrol vertolkten en ook de piano/keys een belangrijke rol kregen. Melancholische, sfeervolle indierock met af en toe rauwere uitspattingen lijkt ons een goede weergave van wat Tommigun ten berde bracht. In april touren ze reeds als support van Daniel Johnston doorheen Europa en dat zal hen als band veel rijper maken.

Vreemde eend in de bijt was het Nederlandse Bettie Serveert dat als enige niet Belgische act op de line up stond. Reeds 20 jaar ‘on the road’ en ‘alive and kicking’ kennen de meesten hen van hun beginjaren waarin ze met debuut ‘Palomine' een klassieker afleverden. Hier in Antwerpen kwamen ze hun 7 de studioalbum 'Pharmacy of love' promoten en dat met nieuwe drummer Victor Van Woudenberg in de rangen voor wie het trouwens z'n allereerste concert was. Frontvrouw Carol Van Dijk hield de vaart er goed in en de rockband speelde een solide set met weinig verrassingen waarin het zwaartepunt lag op de nieuwe langspeler.Wanneer toch enkele oudere werkjes de revue passeerden, merkten we toch meer variatie en pit en reageerde het publiek ook meteen een stuk enthousiaster. De melodieuze zang van Carol en haar gitaarpartijen vormen samen met de drive van gitarist Peter Visser toch het uithangbord van de band, de indiepoprockers gaven met verve hun visitekaartje af en de zaal kon het wel smaken.

Toen we even later naar de Club wilden om The Go Find uit te checken bleek dat de maximum capaciteit van de kleinere zaal bereikt was en we dus niet meer werden toegelaten, dit was het enige minpunt en misschien een aandachtspunt voor de toekomst om evt een extra zaal te gebruiken en zo meer spreiding te hebben. Rond de klok van 23.30u verscheen Mintzkov op het podium.
De zaal was volledig volgelopen en het vijftal opende furieus met "One equals a lot" één van hun succesvolle singles uit hun vorige '360°' plaat.
Meteen zat de vlam in de pan en de band maakte daar gebruik van om 2 nieuwe tracks de zaal in de gooien, "Roadbuilding'"en "Circle future" bleken de titels van de werkstukken en deze volgens het gekende Mintzkov recept: vette riffs in combi met de synths, de volle drumpartijen en de slepende zang van Bosschaerts met daarenboven de niet te vergeten meerwaarde van bassiste Lies Lorcquet die met haar vocals dat tikkeltje extra brengt. "Return en smile", "Ruby red" en nieuwe single "Opening fire" klonken enorm strak en de band raasde als een niet te stoppen TGV doorheen hun setlist, een klein uurtje later moest die halt houden maar werden ze teruggeroepen om met bis "Violetta" nog één keer plankgas te geven. Mintzkov klonk vet en deze live prestatie zal niet onopgemerkt voorbijgaan, reikhalzend kijken we dan ook uit naar maart wanneer hun 'Rising sun, setting sun' cd in de rekken ligt.Topconcert!

Toen het podium werd omgebouwd voor Das Pop, vielen onmiddellijk de plooibare ballonnen op in de letters van de band die bevestigd waren aan de versterkers, een eenvoudige ingreep waarin de setting enorm cool oogde en bovendien de drums ook volledig vooraan gezet werden op één lijn met de andere instrumenten. De band met de verse Nieuw-Zeelandse drummer Matt Eccles en Bent Van Looij met een poging tot poncho rond het lijf gebonden openden met “Underground”. Direct werd een brok ‘feel good’ energie de zaal ingepompt en bleek 'het nieuwe das pop' in grote vorm te steken met deze live bezetting. Dat we 6 jaar moeten wachten hebben op een opvolger voor 'The human thing' is waar, maar het resultaat mede door de inbreng van de Dewaeles, mocht dan ook gezien worden.Uit de nieuwe schijf werden een pak songs gehaald: "Saturdag night", "Girl be a man" en "Never get enough" klonken fris, poppy en laten een nieuwe wind waaien door de das pop sound die vroeger toch iets rauwer en minder afgelikt klonk.
Nu Bent vanachter de drumkit werd gebannen was het uitkijken naar de nieuwe slagmuzikant, die mepte vol overgave op de vellen en bewees z'n plaats niet te hebben gestolen in dit geoliede geheel; Van Looij entertainde en speelde meermaals met het publiek, nu en dan pingelde hij even op z'n piano om even later weer als een bronstig veulen over het podium te huppelen. In het laatste kwartkregen we schitterende vertolkingen van"Try again", "Fool for love" en een super "You", er werd afgeklokt na 75 minuten maar het dansende publiek was nog niet verzadigd, in de bisronde zorgden "Let me in" en de Frank Sinatra cover "It's a good year" dat iedereen met een goed gevoel andere oorden kon opzoeken.
Das Pop is terug van nooit weggeweest!

Organisatie: Trix, Antwerpen

The XX

The XX: door een minimum aan middelen een maximum aan intensiteit creëren

Geschreven door

The New Puritains slaagden er vandaag niet in de Eurotunnel te kruisen door het helse winterweer. De jonge indierockende band houdt van bezwerende elektronica, stoeit met ritmes en zorgt voor onverwachtse wendingen, zoals we het o.a. kennen van Animal Collective en Yeasayer. Hun optreden zou alvast mooi meegenomen zijn met de Londense hype The XX.
The New Puritains vormen alvast de voorhoede van een nieuwe rits beloftevolle bands in 2010 … In ons landje komen ze in de maand april en zullen waarschijnlijk dan niet meer opgehouden zijn … Intussen legden we hun puike plaat ‘Hidden’ nog eens op…

Maar niet getreurd, alles draaide vanavond rond die andere Britse band The XX. Het jonge Londense trio was nog tot vorig jaar een kwartet. Baria Qureshi (keyboards) kon de druk niet meer aan en liet band en populariteit voor wat het was. Het gemis hebben Romy Madley Croft (lichthese stem (Kim Gordon), zang/gitaar en Tracy Thorn EBTG –lookalike), Oliver Sin (zang/bas en Nitzer Ebb lookalike)  en Jamie Smith (knoppenman/producer en Lou Barlow lookalike) voldoende kunnen opvangen.
De groep kreeg niets anders dan lovende kritieken op hun debuut, die het houdt op broeierige, intense en intieme darkwave pop. Een soort ‘pop noir’, fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. En die duidt op een ‘less boven more’ princiep: een maximum aan intensiteit creëren door een minimum aan middelen, ontdaan van alle opsmuk door het minimalisme en de intrigerende, subtiele melodieën, die een ingehouden spanning hebben, bitter en koel maar boeiend, warm en zoet.
Het trio verwezenlijkt het door de beheersing en de schoonheid van het spooky gitaarspel, - getokkel en de eenzame reverb gitaarlijnen, die sterk refereren aan de BRMC/Chris Isaak’s verdwaalde, donkere bluesrock’n’roll, de aan Joy Division wave basses en de gestripte synths, toetsen en beats. De sound krijgt nog meer richting door de prachtduetten van Madley Croft en Sim, die op het podium om elkaar cirkelen, elkaars gedachten en blikken weten aan te vullen en zingen in een soort half brabbelende vertelzang en flarden tekst uitwisselen.
Het lijkt wel een soundtrack die het vroegere Young Marble Giants, Low en de Portishead/Tricky triphop bij elkaar brengt.

We waren sterk onder de indruk van hun intieme, sfeervolle broeierige aanpak die een betoverend melancholisch plaatje opleverde van subtiliteit en finessse. Ze overtuigden me nog meer als de muzikale hype van 2009/2010.
De songs zijn te interpreteren als één geluidstapijt en één luisterervaring en, die niet zomaar kunnen geswitcht worden, waardoor de volgorde live op één song na, helemaal gerespecteerd werd. Het emotievolle “Vcr” stak ergens middenin. De intro speelden ze achter een wit doek, meteen gevolgd door de eerste single “Crystalized”, die aangaf hoe minutieus elk geluidje z’n plaats vond binnen het geheel. Donkerder en dreigender waren “Islands” en “Fantasy”, opgetrokken door een glamrockend getokkel. De gedempte spotlights, de stroboscoops en het rookgordijn bepaalden mee de donkere sfeer en romantiek. “Shelter” startte sober en ging naar een crescendo krachtige, felle opbouw. Ook de daaropvolgende “Basic space” en “Nighttime” waren in dezelfde stijl en hadden een forse electrobeat. “Vcr” deed denken aan een oude IlIketraIns song en ( het nieuwe) “Do you mind” – Kyla-cover’ onderstreepte de unieke spannende dreiging. Tot slot ging het met “Infinity” naar een apotheose door de verrassende wendingen en het avontuurlijke karakter; de song werd mooi uitgesponnen, kreeg een krachtige outtro op cymbalen en tilde het door de “Blue Hotel/Wicked game” riff en refrein (van Chris Isaak (jawel!) naar een hoger niveau.
Tussen de nummers hoorden we bedankjes zachtjes onwennig prevelen. De weinige woorden stoorden niet binnen het XX-concept.
Door het warme onthaal en de sterke respons speelden ze een ingehouden “Stars” in de bis, maar net als in het tweede deel van de set kreeg het nummer een stevige eruptie! De coversongs “U got to love” en “Teardrops” werden in de koelkast opgeborgen.

Het succes van The XX is terecht te danken aan hun eenvoud, eerlijkheid en bescheidenheid; de songs zijn ontdaan van alle bombast, pathos en tierlantijntjes. Ze raken met hun cool, catchy, timide aanpak … en soms moet dat niet meer zijn om te kunnen overtuigen …

Neem gerust een kijkje naar de pics van de gig in de AB op 17.02

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

King Khan

The King Khan & BBQ Show: beter dan ooit!

Geschreven door

Support act Catacombo omschrijft zichzelf op hun MySpace als ‘Antwerp's only real garage band’. ‘Poor Antwerp’ zou ik daar meteen kunnen aan toevoegen maar ik geloof hen niet. Nochtans begon dit drietal schitterend met een catchy garagerocker, gebracht met een licht huilende stem, die zo uit de ‘Nuggets’-reeks geplukt had kunnen zijn. Een toevalstreffer of was ik toen nog te mild gestemd? Hetgeen wat volgde was alleszins van een veel minder allooi. De groep grasduinde in de immense catalogus van de sixties garagerock maar bleef telkens steken in wat amateuristisch geknoei. Misschien is dit te pruimen in een donker, rokerig café met twintig pinten in je kraag maar hier viel dit toch veel te licht uit. Zelf vonden ze het blijkbaar wel leuk ondanks de bijzonder lauwe reactie van het publiek.

King Khan (toen nog Blacksnake) en BBQ (aka Mark Sultan) maakten ooit deel uit van het legendarische bandje Spaceshits. Toen dat ter ziele ging volgden beiden hun eigen weg. Khan ging meer de soul en funktoer op met zijn zeer uitgebreide ‘Shrines’ terwijl BBQ de rock-'n-roll trouw bleef, eerst in het onvergetelijke ‘Les Sexareenos’, later als one-man-band. Ondanks die nog steeds lopende eigen projecten zijn ze nu ook al weer een hele tijd samen bezig in de King Khan & BBQ Show waarmee ze nu reeds aan hun vierde plaat toe zijn. ‘Invisible girl’ heet die en ze viel net buiten mijn top 10 vorig jaar.
King Khan en BBQ moesten eerst nog soundchecken en vuurden daarbij de ene na de andere oneliner af. Die soundcheck op zich had al veel meer amusementswaarde dan het optreden van Catacombo.
King Khan had zich ondanks de vele bijgekomen kilo's toch nog maar eens in een glitterjurkje gewurmd maar de obscene taferelen van vroeger bleven dit keer achterwege. En die misten we geenszins want muzikaal zijn de heren duidelijk nog een stuk gegroeid. Er werd geopend met een instrumental: twee gitaren en wat drums via de voeten van ‘sultan’ BBQ volstonden om onze nekharen meteen steil overeind te doen staan. Maar hun grootste troef blijft zonder twijfel die harmonieuze stemmenpracht. Beiden beschikken over een prachtige stem met een groot bereik waarvan ze optimaal gebruik maken. Vooral wanneer Khan de laagste regionen opzoekt en in pure doowopstijl BBQ van antwoord dient is het wegsmelten geblazen. Ze blijven het nog steeds in de fifties rock-'n-roll zoeken maar weten het wel een eigen draai te geven zodat dit zo veel meer is dan een nostalgische trip.
Tijdens de bissen verscheen BBQ in een hilarisch kostuum als (r)octopus ten tonele, wat hem niet verhinderde nog wat knappe songs te brengen. Na eerst nog een schuimbekkende punkrocker gebracht te hebben werd er afgesloten met de tearjerker "Why don't you lie".

Het was bijzonder mooi geweest. Achteraf maakte ik nog de bedenking dat al die rock rally deelnemers die massa's verschrikkelijk duur materiaal op het podium slepen, hadden moeten zien hoe de The King Khan & BBQ Show aan twee onnozele mini-versterkers genoeg had.


Organisatie: Trix, Antwerpen

Kulturama 2010: SMART met Mauro, Ruben Block, Frank Vander Linden, Jan Hautekiet e.a.

Geschreven door

Kulturama 2010 – SMART - Veel te mooi om niet te vergeten

Frank Vander Linden gaf het publiek in het eerste nummer een heel erg duidelijk advies: “Trouw nooit”. De toon was meteen gezet voor een avondje vol liederen die vooral de minder mooie kanten van de liefde in het licht zetten. De verheerlijking van de onvolprezen smartlappen bleek donderdagavond het ideale tegengif voor hetgeen we in deze Valentijnstijden te pas en te onpas te slikken krijgen. Anton Walgraeve en Mathias Sercu brachten het eerste van de vele duetten die ons in het goed gevulde Depot gepresenteerd zouden worden. De Hollandse Marika Jager mocht even de rol van Willeke Alberti spelen alvorens Walgraeve zijn stadsgenoten trakteerde op “Zondagmiddag Liliane” van de betreurde Louis Neefs. Stijn verkocht gewoontegetrouw veel show tijdens “Rozen voor Sandra”, een lied dat ondertussen al veertig jaar geleden onsterfelijk gemaakt werd door Jimmy Frey. Nadien mocht gitarist Ruben Block een eerste keer imponeren terwijl Bob Benny (of toch diens foto) goedkeurend over diens schouder toekeek. Het vrouwelijke gedeelte van het publiek werd helemaal gek toen plots die andere brok charisma, zijnde Mauro, het podium betrad. “Zo mooi, zo blond en zo alleen” klonk nog nooit zo cool. Marika Jager liet Frank Vander Linden daarna schitteren als “Dokter Bernhard” van Bonnie St. Claire.

U merkt het, beste lezer, afwisseling was troef bij hetgeen deze gelegenheidsband - die voorts nog bestond uit Jan Hautekiet, Mario Goossens, Tom Pintens en Monsieur Paul (ooit nog bassist van The Boxcars) – ten berde bracht. Om deze stelling kracht bij te zetten toverde Stijn wat spooky geluiden uit zijn speeltjes terwijl hij het uiterst obscure “De geschiedenis herhaalt zich” van een zekere Cowboy Gerard declameerde. Gelukkig bleef dit experimenteel intermezzo beperkt tot één nummer en deed Mathias Sercu ons nostalgisch verlangen naar de tijd dat Benny Neyman zelf nog “Ik weet niet hoe” kon zingen. Tom Pintens bleek een spiekbriefje nodig te hebben tijdens “Droomland”, een Johny Jordaan-klassieker die hij aan de bevallige zijde van Marika Jager bracht. Met het oeuvre van John Terra blijkt Pintens meer vertrouwd want “De dag dat het zonlicht niet meer scheen” bleek een koud kunstje. Met een lekkere pint in de ene en een dankzij de gezondheidspolitie tot antiquiteit verworden object als een aansteker in de andere vochten we vervolgens tegen de tranen tijdens het door een uiterst ingetogen Ruben Block gebrachte “Ik mis je zo”. Zelfs de tegenwoordig erg olijke Koningin Fabiola zou donderdagavond meer ontroerd geweest zijn door de versie die Block bracht dan door hetgeen ze tijdens de begrafenis van haar Boudewijn moest aanhoren. Kilo’s kippenvel materialiseerden zich in Het Depot. Bekomen deden we tijdens “Ben” van kindsterretje Silvy Melodie(nu gekend als ‘die van Sylver’), een cover van een cover dus want het nummer werd uiteraard de onsterfelijkheid in gezongen door wijlen ’s werelds allergrootste kindervriend.
Antow Walgraeve herinnerde ons er met “Mijn lijf doet zeer” aan hoeveel Ann Christy geleden heeft. Ook Johnny White stapelde al aardig wat miserie op, Mauro toonde met “Verloren hart, verloren droom” aan dat de liefhebbers van de betere smartlap daar blij om mogen zijn (sorry, Johnny). Een nieuw hoogtepunt diende zich aan toen Mauro zich liet vergezellen door steracteur/-artiest Sercu tijdens “Veel te mooi”, een nummer dat vanneygens massaal meegebruld werd door een almaar enthousiaster wordend publiek. Nadat Stijn een exotisch getinte versie van “Ik voel me zo verdomd alleen” bracht, liet Frank Vander Linden het feestje voortduren middels “Cherie” van Ertveldes meest bekende exportproduct. Ook het door Stijn en Marika Jager gezongen “Het zal je kind maar wezen” swingde als de pest. Toen de veelzijdige Ruben Block de legendarische La Esterella incarneerde bleek dat het orgelpunt van de avond te vormen. In plaats van “Veel te mooi” brulden we “Veel te kort” maar het mocht niet baten.

Het SMART-project was ter gelegenheid van de opening van het M-museum bedoeld als éénmalig. We prijzen ons gelukkig dat de geschiedenis zich herhaalde aangezien deze gelegenheidsgroep in het kader van Kulturama een tweede keer wilde schitteren. Ik weet niet hoe men na zo’n veel te mooi concert droomland kan bereiken, na een quasi slapeloze nacht deed vrijdagochtend mijn lijf zeer maar treuren deden we niet want gedeelde smart is halve smart….en het weekend lag gelukkig voor de deur.

Organisatie: Kulturama ism Depot, Leuven

Owl City

Ocean Eyes

Geschreven door

De vuurvliegen van de 23 jarige Adam Young uit Owatonna, Minnesota teisteren al weken de hitparade! De “Fireflies” zijn nu net het prototype van de beeldrijk dromerige sound van de tweede plaat na de in 2008 verschenen cd, ‘Maybe I’m dreaming’ die aan onze neus voorbij ging.
Het zijn poëtische teksten en tot de verbeelding sprekende songtitels die we horen: “The bird & the worm”, “Umbrella beach”, “The saltwater room”, “Meteor shower”, “The tip of the iceberg” en “On the wing”, maw het zijn oceanen, meteoren en vogels binnen z’n aparte stijl van indietronica, te zien als indie/synthpop, die de mosterd haalt bij The Album Leaf en Postal Service. De toetsen, piano, de orkestraties en de gekunstelde electrozang geven kleur.
Het zijn sfeervolle, gepolijste songs die een puike opbouw hebben en meer groove kunnen bevatten. “Cave In”, “The bird & the worm” en natuurlijk “Fireflies” zijn de uitschieters van het intens broeierige materiaal van de songschrijver.

Bettie Serveert

Pharmacy of love

Geschreven door

Na zes jaar is de Nederlandse indierockende band bij uitstek Bettie Serveert terug van de partij onder de vaste drie-eenheid Van Dijk – Visser - Bunskoeke. Hun dromerige, meeslepende gitaarrock klinkt levenslustiger dan ooit.
Ze beuken letterlijk het nieuwe decennium in met “Deny all” en houden er een bruisend, dynamisch en fris tempo op na, met “Semaphore” en “Love Lee”. Ze bieden ruimte voor variëteit en diversiteit door een ingetogen sfeervolle “Mossie” en “Change4time”; ze overtuigen verder met subtiele, aanstekelijke rockers “Souls travel” en “The pharmacy”. Tot slot horen we nog twee avontuurlijke songs, het lang uitgesponnen, intens spannende en mooi opbouwende “Calling” (ruim negen minuten!) en het broeierige “What they call love”, die door de percussie meer draagkracht krijgt.
’Pharmacy of love’ plaatst zich als de terechte opvolger van topplaten ‘Palomine’ (’92) en ‘Lamprey‘(’95). Te koesteren na al die jaren …

Biffy Clyro

Only Revolutions

Geschreven door

Het Schotse trio Biffy Clyro van de broers Johnston timmeren hard aan de weg een breder publiek te bereiken, zonder de fans van het eerste uur te willen verliezen. ‘Only Revolutions’, hun vijfde album al, is mainstreampoprock, een gevarieerde, uitgebalanceerde plaat met toegankelijk, geestdriftig, direct en vrolijk materiaal, soms aangevuld met een vleugje bombast door orkestarrangementen.Een ‘larger than life’ op de Foo Fighters manier, zoals ze omschrijven.
De eerste songs “The captain” en “That golden rule integreren oud en nieuw. “Bubbles” (met medewerking van Josh Homme) en “Cloud of stink” zijn snedig en gebald met heftige riffs. Maar we houden het liefst van hun opbouwende songs als “Shock shock”, “Booom blast & ruin” en het afsluitende “Whorses”. En “Mountains” levert hen wel die ideale poprocker en kan de definitieve doorbraak betekenen!
Ondanks de Kings Of Leon attitude klinkt de muziek van de hardwerkende Schotten nog steeds de moeite, wat een doorsnee goed klinkende cd opleverde, genoemd naar het gelijknamig boek van ene Danielewski, die de leden lazen …

Vampire Weekend

Contra

Geschreven door

Vampire Weekend heeft een voortreffelijke tweede cd uit, ‘Contra’ die het titelloze debuut opvolgt. Ze brengen ‘schone’ popliedjes, die rijkelijk geschakeerd zijn door Afrikaanse popritmes. Ze integreren de speelsheid en ritmiek van afropop in hun Westers geluid, wat referenties oproept aan Paul Simon, Talking Heads en Peter Gabriel.
‘Contra’ klinkt even boeiend en is een logische verderzetting, zonder drastische wendingen. Ze behouden de wereldse aanpak van een melodieus aanstekelijke groovy sound en grijpen invloeden van Azië en Z-Amerika aan.
Wat ze allemaal uit hun instrumenten toveren lijkt onwaarschijnlijk. Elke song overtuigt en haalt een invloedssfeer aan die de song grootser en breder maakt door o.a. reggae, funk en dancehall.
Geniet en onderga wat deze band allemaal verwezenlijkt op de tien songs: sfeervol, fris, sprankelend, leuk en toegankelijk. “Horchate”, “White sky”, “Holiday“ en “California English” zijn al meteen super qua ritme, vibe en groove. De orkestraties hebben de doorslag op het ingetogen “Taxi cab”, “Cousins” klinkt directer en de afsluitende reeks “Giving up the sun”, “Diplomat’s son” en “I think ur a contra” zijn sfeervolle tintelende knallers door hun onwaarschijnlijke mix aan stijlen.
De plaat is zeker en vast het gedroomde vervolg op hun debuut en bevat zomaar eventjes vijfsterren klassesongs. ‘Contra’ is dus een zeer rijk album en zorgt dat we in de nog jonge bandgeschiedenis te maken hebben met grootse, inventieve en boeiende, avontuurlijke Vampires.

John Hiatt - Lyle Lovett

You Lovett or you Hiatt it? We doubt it !

Geschreven door

Als twee oude(re) mannen van minuut één beginnen te zeuren over kou en over verhuizen naar warmere oorden, dan laat je hen maar in hun geneuzel en stap je beter zelf de vlokken in. Dat was de boodschap die we aan twee uur John Hiatt (58) en Lyle Lovett (53) over hielden. Het is (even?) winter in beider muzieklevens.

Nochtans kan witte winter wonderschoon zijn. En warm. En knus. Met twee klasbakken van muzikanten in een gezellige en verlangende AB bijvoorbeeld. Het duidelijk oudere publiek stond open. En hier en daar kwam zelfs een jeugdige zonderling - in de vorm van Jef (22) - voor de tweede keer naar Hiatt kijken. Omdat papa trakteerde, akkoord, maar hij was er wel. Opnieuw zelfs. En met zuslief…!  Vol verwachtingen en verlangens. En met wanten vol hoop op een staaltje meesterwerk van twee iconen. Niet dus, die woensdag in februari met Hiatt & Lovett, een combinatie die twee jaar geleden wereldwijd nochtans hartverwarmend lekker gesmaakt werd.
De kracht van twee van de meestersongwriters van de laatste decennia ging verloren na een nochtans aangename opening. Hun (iets te duidelijk ingestudeerde) grappen bonden het eerste deel nog op zijn Muppets veilig aaneen, maar ebden weg na de ingebeelde pauze. Het concert en de heren zakten stilaan onderuit, de songs kookten elkaar bijwijlen af. Ook wij sleepten ons naar de verplichte bisnummers na een tour door de States, al was hun (te weinige) samenspel af en toe een eye-opener. Met steevast de terechte handshake er achteraan.
Nu zijn de heren-op-toch-nog-niet-zo’n-gezegende leeftijd wel eerder beroemd en bekend om hun tekstschrijven dan om hun optredens, maar toch… De meer gitaargedreven Hiatt (voor wie de meeste bezoekers de sneeuw getrotseerd hadden) zwengelde de motor af en toe nog aan met zijn ruwe(re) stem en ruiger en direct rock’n’roll-gehalte, maar zijn afgeborstelde sparring partner paste bij momenten eerder in wassencowboybeeldenmuseum, al haalde hij stemgewijs wel een meer dan behoorlijk niveau met zijn country en soul-songs.
”I am not gone, just dead”, citeerde Hiatt de grafsteen van een vriend. Tja, ze blijven groots, maar waren eventjes doods. Een paar nummers die ons wel bijgebleven zijn: “Tennessee Plates”, “I will rise up”, “Home is where my horse is”, “Nobody knows me”, “She’s no lady”, “If I had a boat”. En o ja, “Have a little faith in me”, maar vooral dan omdat het in een snel-snel-want-we-moeten-voor-elven-in-bed-tempo afgehaspeld werd.

You Lovett or you Hiatt it? Ewel, we doubt it.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhousetalent ism Ancienne Belgique, Brussel

Charlie Winston

Charlie Winston: een overtuigende man-van-alle-kunstjes

Geschreven door

Vorig jaar tijdens Les Nuits Bota waren we onder de indruk van de Britse singer/songschrijver Charlie Winston. De man palmde als muzikant en als performer probleemloos z’n publiek in; live kreeg de innemende pop een fikse injectie, gedragen door z’n fluwelen, gouden stem. We zagen een dampend, stomend concert van de lieve, charismatische songschrijver. Hij dompelde de songs en de show onder in een eigentijdse ‘50’s revival door z’n danspasjes en z’n look (ondervestje, hemd, das en hoed) en leek de reïncarnatie wel van Gene Kelly – ‘Singing in the rain’.
Hij overtuigde vooral onze Franstalige vrienden met z’n tweede plaat ‘Like a hobo’, wat niet te verwonderen is, want hij opereert vanuit Parijs, spreekt al een aardig mondje Frans, staat in de Franse top en probeert nu Europa langzamerhand te veroveren. Hij is een groots artiest in wording, die ergens het midden houdt tussen Ben Folds, Ben Harper, G Love, Andrew Dorff en Soul Coughing.

De Club van Vorst Nationaal zat goed vol met Franssprekenden om Winston en z’n band aan het werk te zien. De kennismakingsronde vorig jaar deed ons uitkijken wat hij in petto zou hebben. Aanstekelijke, frisse nummers waren “Generation spent” (die eerst apart werd ingezet door de toetsenist!), “Tongue tied”, “In your hands” en “Can we do it”.
Hij trok de kaart van de variëteit en behield met “I’m a man” en “Lonely alchemist” de intimiteit en het sfeervolle karakter van op plaat; ze werden sober ingezet en hij gaf ze dan crescendoweg een vollere instrumentatie. Of hij raakte de gevoelige ziel in ons met een akoestisch ingetogen “Soundtrack to fallin’ in love”, samen met z’n zus gezongen, een dromerig orkestrale “Boxes” (we zagen hem in een sterrenhemel op piano!), een ingenomen “Every step” en een liefdevol gepassioneerde “My name”.
De ‘do-it-all’ is een man van alle kunstjes, die gepast kon inspelen op z’n publiek. Hij gaf “Kick the bucket”, “My life as a duck” en “I love your smile vs Hands Perc” elan door een brede instrumentatie, stemvariaties, beatboxing, het neuriën van obligate “Oohoohs” en een show van gekke danspassen. Hij slaagde erin de boel op te zwepen en zorgde die momenten voor een leuk feestje. In de outtro van “Hands Perc” waren er 10 trommels en de band voerde hier zelfs een soort regendans/ voodooritueel uit, wat een uitstekende respons opleverde.
Ze hadden er na anderhalf uur nog niet genoeg van; Winston had z’n eigen instrumentale versie klaar van Morricone’s “Once upon a time” bepaald door een ingehouden gitaargetokkel en flute. De titelsong van de recente tweede cd ‘Like a hobo’, de doorbraak naar het grote publiek, klonk uiterst groovy en werd één van de hoogtepunten. “Bleeding heart” kreeg kleur door sitar en voerde ons naar een onschuldige droomwereld. Een akoestisch solo gespeelde “Calling me” besloot en verve de set, die in z’n totaliteit innemender was dan vorig jaar, maar een groots talent in de schijnwerpers plaatste! De Winston tour werd op die manier overtuigend besloten in ons landje!

Organisatie: Live Nation

The Black Angels

’Tune On , Tune In, Drone out” met The Black Angels

Geschreven door

Als The Black Angels een plaat uitbrengen of in ons land te zien zijn, draaien we even de knop van de dagdagelijkse (harde en stresserende) realiteit om. Ze intrigeren met hun psychedelische retrorock’n’roll, waarin ze een bezwerende, hallucinante droomwereld en een hypnotiserende nighttrip creëren, met pedaaleffects, distortion, fuzz, elektrodrones en een galmende zang. Het kwintet refereert rijkelijk aan oudjes Rocky Erickson, The Doors, Hawkwind en V.U (btw groepsnaam is afkomstig van “The black angels’s death song”), de laatjaren ’80 met Jesus & Mary Chain, de ‘90’s psychedelica van Spacemen 3 en Spiritualized en tot slot komt de rits geestesgenoten bovendrijven The Black Keys en BRMC met hun melancholische en opzwepende retrowaveblues, Dead Meadow, Warlocks, Archive en Black Mountain.
’Tune On , Tune In, Drone out” is het mantra van de psychedelische rockband. Zelf noemen ze het patriottistische psychedelica uit de jaren veertig, twintig jaar voor onze tijd uit, nu 65 jaar achteruitlopend. Wat het ook moge betekenen, het zullen wel de drugs van ‘music is the dope’ zijn die de aparte muzikale trip moeten doen begrijpen.
Bizar genoeg heeft de band nog geen definitieve doorbraak kunnen forceren, maar ze prikkelen alvast de alternatieve muziekliefhebber die houdt van de trips van het debuut ‘Passover’ (2006) en de tweede ‘Directions to see a ghost’, die al wat meer toegankelijke poppier songs bevat.

Een volgepakt 4AD kon het enig optreden in ons landje (hun support van Wolfmother niet meegerekend!) bijna twee uur lang ondergaan!
Live dompelden ze ons onder in ‘hun duistere, andere wondere (droom)wereld’ van aanstekelijke, repeterende ritmes en een trancegericht opbouwend geluid, waarbij de ene keer de gitaren, de andere keer de drums of de synths wat meer doorklonken. Het bezwerende gedreun klonk allemaal iets zwaarder. De moddervette psychedelica (met een knipoog naar de sixties) ontnam de voeten op de grond. Een belangrijke meerwaarde live vormde de spannende, dreigende emotie van de ‘80’s wave.
De toon werd meteen gezet met slepende thrillers “You on the run” en “Mission district” uit de vorige cd en “Black grease” van hun debuut. De ‘60’s invloed van The Beatles was onmiskenbaar aanwezig op het nieuwe “Telephone”, een chaotische kakafonie, die de ‘Sgt. Peppers’ nieuw leven inblies! We hoorden midden de set opstootjes shoegaze, funk, surfrock en rock’roll en een strakker geluid op “The first Vietnamese war” en “Yellow el”/“Haunting” (waarschijnlijk ook nieuwe nummers). Hogere sferen wakkerden ze aan met adembenemende psychedelische versies van het gekende materiaal, “Science killer”, “Doves”, “Young men dead” en “Entrance”. We misten enkel de stroboscoops hier, maar niettemin begonnen de eerste rijen te dansen en te springen. Totaal opgaan noemt zoiets. En The Black Angels verwenden ons af en toe met nieuw materiaal, dat mooi in de andere verweven zat.
Ook in de bis was het zalig genieten en wegzakken van oudjes “Empire”, “Sniper at the gates of heaven” en “Bloodhound on my trail”, die een ongelofelijke eruptie en outtro van noisegalm, fuzz en distortion meekregen!

De Gentse support Needle and the Pain Reaction kwam in eerste instantie maar flauwtjes over met lawaaierige eenvoudige pop, doornsnee snedige power gitaarrock’n’roll, die te pas en te onpas wou refereren aan Iggy & The Stooges, maar halfweg de set overtuigde de band met een pittiger, gevarieerder en boeiender geluid van degelijke en aanstekelijke riffs en een broeierige intensiteit. Kwalitatief sterk, scherp, leuk en emotioneler klonken ze. De set balanceerde tussen voorspelbaarheid en avontuur. Oh ja, het trio is al een kleine tien jaar bezig en debuteert uiteindelijk met ‘Obsessions of an epic womanizer’.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Brett Anderson

Brett Anderson presenteert het singer/songwriterschap in een groots Suederecept

Geschreven door

In de jaren ’90 ontstond er een ware Suede-mania rond Brett Anderson en z’n Londense band, zowel naar hun pose, uitstraling als naar hun ‘70’s opwindende poprock, gekruid van glam en wave. Referenties naar T-Rex, Echo & The Bunymen en The Smiths waren op hun plaats, en het Briticoon kreeg terecht ook de gelijkenis met David Bowie opgezadeld.
Suede werkte naar een uitgebalanceerde, fijnzinnige sound met orkestraties wat de sfeer geladener maakte in de zin van dramatiek, pathos en (pretentieuze) bombast. Anderson hief de band op, ondanks de puike comeback cd ‘A new morning’; het daaropvolgende The Tears werd een misplaatst avontuur (ook al maakte gitarist Bernard Butler, Suede man van het eerste uur, deel uit van de band!). Tot slot waagde hij zich solo. De tijd dat hij gehuld in leren jasje vetgalmende gitaarsongs stond in te zingen, behoren tot het verleden. Hij presenteert zich als een singer/songwriter die intieme liedjes met klassieke arrangementen van diepgang voorziet. Pas met de recente derde cd ‘Slow attack’, die in de winterperiode verscheen, begon hij z’n weg te vinden; de twee vorige cd’s ‘Wilderness’ en het titelloze debuut hadden samen maar een handvol interessante songs. Hij heeft nu een echt compleet solo album uit , waarvan de nummers beter ingekleurd zijn met strijkers en blazers (cfr. vergelijk met de muzikale evolutie van Suede!). Een impressionistisch geluid die terecht Japan’s “Nightporter” en het eerste werk van David Sylvian oproept.

Live kreeg het innemende materiaal een flinke scheut Suede glamrock’n’roll mee. Anderson en de zijnen speelden een gevarieerde set, een directer geluid, zonder brede arrangementen en tierlantijntjes; de intense ingehouden en begeesterende piano- en toetsen en Anderson’s unieke heldere, overtuigende gepassioneerde stem boden de gepaste emotionaliteit.
In de goed halfgevulde zaal drumden die-hard fans om hun halfgod een handdruk te kunnen geven. Het stapje terug in kleine zalen gaf een goed gevoel en zorgde voor een nauw contact met het publiek.
De eerste songs “Hymn” en “Wheatfields” lagen in de lijn van de plaat, hadden een donkere ondertoon en waren indringend. “Hunted” toonde hoe het anders kon; een broeierige spanning, een rauwer geluid en een opbouw die krachtiger klonk. Ook zagen we een bezielde zanger die vol overgave te werk ging; z’n vroegere podiumprésence, de armbewegingen en de danspassen was hij nog niet verleerd. Dan stapte hij over naar een spaarzame “Ashes of you” en “Leave me sleeping”, bepaald en gedragen door breekbare pianotunes en emotievolle vocals.
Hij wisselde verschillende stemmingen af, onmiskenbaar was de oude Suede te horen op bedreven versies van “Julian’s eyes” en “The swans”, die konden rekenen op een warm onthaal. Het werd muisstil toen hij, gezeten op een barkruk, akoestisch “The empress” en “Clowns” speelde. Om kippenvel van te krijgen. Z’n stem alleen al fascineerde en hield je in de ban! Een ingetogen “Chinese whispers”, terug die twee-eenheid stem-piano, en een sober gehouden “A diff’rent place” volgden .In een closing final’ reeks, hoorden we ouder solowerk, “Love is dead” en “Back to you”, in een onversneden intense rockversie, voorzien van de gepaste galm en pathos. Kale nummers op plaat, die live harder en feller waren. Voor de aanwezigen was het de link naar de hoogdagen van Suede!
En of dat ze er nog zin in hadden … een ingehouden ”Scarecrows” en een intens meeslepende, verbeten “Funeral mantra” volgden in de bis. Samen met z’n band haalde hij hier krachttoeren uit, en stopte het in een grootse, stevige jam, die door de pedaaleffects, noise-erupties en repetitieve zware toetsen glans kreeg.

Op die manier tekende Anderson voor een uiterst gevarieerde, avontuurlijke set; de muzikale streken van vroeger waren goed ingebed in de huidige sound! Een oude vos verliest z’n …, maar niet z’n …

Organisatie: Trix, Antwerpen

Air

Air: perfect onthaasten met een postcoïtaal lovedream recept

Geschreven door

De Franse elektronica freaks Air, Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin (beiden in het wit gekleed) zoeken niet echt meer naar vernieuwing, maar borduren op hun eigen unieke manier voort in hun ambiente popelektronica van dromerige soundtracksferen, mijmerende midnight summerdreams (zoals JJ Burnel van The Stranglers het zo mooi kan omschrijven!), lekkere chillende saunalounges, transpirerende lichamen, onderkoelde cocktails, ontluikende seksualiteit en zwoele, sensuele, romantische Valentijnen. Kortom, we horen een betoverend, elegant en stijlvol geluid, die alles aan de verbeelding overlaat; de aanstekelijke deuntjes, de zalvende en dreunende beats en de fluister-/vocoderzang schudden ons even wakker en helpen om de dagdagelijkse realiteit onder ogen te zien.
Air = ’Softfocus seksmuziek’, las ik onlangs, wat het ook mag betekenen of wat we ons er mogen van voorstellen… Op de zesde plaat ‘Love 2’ gaat het duo deels terug naar hun nostalgische beginperiode ‘Moon Safari’, basis van de lounge 12 jaar terug!

Het duo, te zien onder een pak elektronica en synths, gitaar, bas en drums, kwamen soberder voor de dag dan op de vorige passage, toen ze zelfs met vijf aantraden en vergezeld waren van Charlotte Gainsbourg (niet toevallig want ze stonden in voor haar plaat ‘5:55’ en de soundtrack ‘The virgin suicides’).
Het duo werd aangevuld met een drummer, plaatste de recente cd centraal, greep sterk terug naar hun memorabel debuut, ‘10000 Hz’ (‘01) en ‘Talkie Walkie’ (’04). De lichte koerswijziging van elektronisch vernuft, Indiase invloeden en de inbreng van guestvocalisten van de vorige cd ‘Pocket Symphony’ werd overboord gegooid. Na bijna elk nummer kwam één van de roadies de apparatuur bijstellen, wat ervoor zorgde dat elk typisch geluidje in een song paste.

’ENJOY’ was de muzikale steekkaart van het trio. De eerste songs “Do the joy”, “So light is her football” en “Love” van de nieuwe cd, straalden een oase van rust uit … ze zijn de perfecte onthaasting of zijn de ideale nummers na een superstressy week als je oververmoeid in de zetel ploft … Het sfeervolle lichtdecor dito projecties hielpen ons op weg. Een gemoedelijke drumpartij en een verdwaalde vocoderstem vulden soms aan … In het oudje “Remember”, al snel door de die-hard fans herkend, hield het typische sfeertje aan door de diverse lagen elektronica en pianoloops. “J’ai dormi” opende letterlijk de ogen door de diepe bassnaar, de zwaardere Hammond en een krachtige beat. Air’s droomwereld hoorden we verder in “Venus” en “Missing the light of the day”; de lichtjes fonkelden in de opbouwende “Tropical disease” en “People in the city”, die een forse, krachtige tune hadden. Dan kwam het gekende werk, “Radian”, die elan kreeg door sneeuwvlokjes, de fijne gitaarloops door Godin op “Cherry blossom girl”, de lichte sensuele groove van “Talisman” en de flutes op “Alpha beta gaga”; ze vormden de perfecte overgang naar een venijnig en broeierige “Kelly watch the stars”, hun doorbraaksingle, die ze in een ander kleedje stopten.
Ook “Sexy boy” in de bis klonk zwierig en scherp door een aangepast elektronicabed. De kers op de taart was “La femme d’argent”, openingssong van hun debuut ‘Moon Safari’ én vaste afsluiter bij hun sets, waarbij we een staaltje elektronisch vernuft en ‘70’s psychedelicatoetsen hoorden van Dunckel!

Ondanks het feit dat we nog een cocktailbar, strandzetels, een ondergaande zon en een handvol singles als “All I need”, “Playground love” en “Sing sang sung” misten, treurden we niet van hun postcoïtale lovedream recept …

Organisatie: Live Nation

Machine Head

De ‘Black Procession Tour’ van Machine Head

Geschreven door

Na de traditionele parkeerperikelen in en rond Vorst moesten we Bleeding Through aan ons laten voorbijgaan maar waren we net op tijd om 2de opwarmer van de avond Hatebreed te zien aftrappen.

Dit kwintet onder leiding van zanger Jamey Jasta heeft de laatste jaren in ons landje een enorm fanbase gecreëerd en dat was ook te zien aan de reacties van de bijna volgelopen zaal. De band had er zin in en begon zonder veel compromissen gezwind aan hun set, de metalcore doorspekt met hardcore-invloeden ging erin als zoete koek. In '02 met het album 'Perseverance' kenden ze wereldwijd een enorme doorbraak en hun liveshows zijn steevast een feest voor circle- en moshpitfans en ook in Vorst was het niet anders... Na enkele nieuwe tracks uit het gelijknamig album 'Hatebreed' kwam klassieker "I will be heard" dat enorm onthaald werd, na 45 minuten was de zaal op ideale temperatuur gebracht om de main act te ontvangen. Check ze zeker wanneer ze afsluiten op Groezrock binnenkort.

De headliner van de 'Black Procession Tour' was Machine Head en dat ze niet gekomen waren om op hun lauweren te rusten werd al snel duidelijk...
Volksmenner en frontman Rob Flynn haalde meteen mokerhamer "Clenching the fists of dissent" boven en de zaal ontplofte onmiddellijk. Het gaspedaal ging de hoogte in de volumeknop werd nog een paar decibel omhoog geschroefd en de basdrum ging door merg en been.
Waar het geluid in eerste instantie zeer goed zat, bleek na enkele nummers dat het in de soep aan het draaien was, net op tijd hadden de geluidsmensen door dat er moest bijgesteld worden en even later waren de geluidsgolven weer 'hoorbaar'. Ondertussen genoot het dankbare publiek met volle teugen en gooiden de Bay area trashers met "Old" en "Bulldozer" 2 nieuwe splinterbommen in de zaal.
Toen Machine Head vorig jaar nog als voorprogramma speelde van Metallica in het Sportpaleis mochten we al vaststellen dat ze enorm veel aanhangers kennen hier en dat ze het betere beukwerk nog niet verleerd zijn. Opmerkelijk was wel dat er vooral veel nummers uit hun laatste wapenfeit 'The Blackening' voorbijkwamen terwijl hun absolute krakers vooral uit hun beginperiode stammen.
Maar niet getreurd, door hun enthousiasme in combinatie met de op hol geslagen metalheads konden we enkel respect opbrengen voor dit optreden dat echt af was.
Slotakkoorden "Halo" en het onvermijdelijke "Davidian" werden afgevuurd en een laatste keer ging de volledige zaal loos op de vette riffs uit de loeiharde gitaren van dit viertal uit Oakland California.
Na deze tour duiken ze de studio in een gaan ze sleutelen aan hun 7 de langspeler.
Een plaat waar in metalkringen enorm naar uitgekeken wordt.

Organisatie: Live Nation

David Gray

David Gray trakteert een vroege Valentijn …

Geschreven door

Met een ruim twee uur durende meeslepende show bezorgde de Brit David Gray zijn fans een avond vol emotie, melancholie en euforie. De uitverkochte AB trakteerde het popicoon op grenzeloos enthousiasme alsof de zege al vanaf de eerste noot een feit was.
Maar eerst was er nog Phosphorescent die als voorprogramma mocht dienen.

Het blijft een aparte gebeurtenis die opwarmacts in de AB. Allereerst is er het zeer ondankbare vroege uur waarin de artiest zich moet bewijzen. Vaak is de belangstelling uiterst miniem, om de simpele reden dat de meeste mensen op dit vroege uur nog steeds onderweg zijn naar de AB en er dus nog geen kat aanwezig is in de Brusselse muziektempel. Daarnaast zijn er ook vaak de verkeerd geprogrammeerde acts die te weinig gemeen hebben met de hoofdact. Zo was het voor Phosphorescent geen eenvoudige opdracht om het publiek op te warmen voor David Gray.
Phosphorescent, de eenmansband van de Amerikaan Matthew Houck bracht een soort poëtische indie country-folkrock. Zijn belangrijkste troef: zijn klagerig fragiel stemgeluid dat hier en daar wat aan Neil Young en Bonnie Prince Billy deed denken. Zijn songs bleken stuk voor stuk echte gedichten, meestal voorzien van een zeer deprimerende ondertoon.
Een ruim halfuurtje waar we het warm noch koud van kregen.

Bijna exact 4 jaar terug (2 februari 2006) zagen we David Gray & Band een eerste maal in de AB. We waren toen zeer onder de indruk van het optreden. Ik was dan ook zeer benieuwd hoe de man er het deze keer vanaf zou brengen, want in de afgelopen jaren onderging de succesvolle Brit vaak ingrijpende muzikale wijzigingen. David Gray brak definitief door in 1998 met het album ‘White Ladder’. Een plaat die ik nog regelmatig draai en koester. Geen superorigineel album maar gewoon een geniale schijf vol prachtige songs. Nadien scoorde Gray in de UK nog twee nummer één albums. Zeer verwonderlijk was dit succes de aanleiding voor Gray om het over een andere boeg te gooien. Eind 2006 stuurde hij vrijwel de ganse begeleidingsband de laan uit, waaronder ook de excentrieke, podiumgekke drummer Craig McClune. Enkel basgitarist Rob Malone mocht aanblijven. Nieuwkomers in de band zijn: James Hallawell op keyboards, Keith Pryor achter de drumkit en gitarist Neill MacColl. Op het eerste zicht een vrij oude, klassieke begeleidingsband.
Met deze nieuwe groep nam David Gray het vorige jaar verschenen ‘Draw The Line’ op. Op deze laatste schijf ging Gray op zoek naar zichzelf en koos voor een meer singer-songwriter gerichte aanpak. De bombast van vorige albums verdween maar verder bleef de typerende Gray sound behouden. Het nieuwe album werd in de UK echter vrij lauw ontvangen. Gelukkig is het vasteland een stuk positiever voor Gray’s nieuwste creatie.

De titeltrack van het nieuwe album diende ook als opener van de avond. De eerste single uit de nieuwe plaat: “Fugitive” volgde. Een zeer fraai begin van de avond. Al van bij deze start was het geluid in de AB glashelder, de perfectie werd benaderd. Het publiek genoot met volle teugen van Gray, die blijkbaar zonder enige moeite de meest toonvaste stem aan de dag legde. Bij “Kathleen” ging David een eerste maal achter de piano zitten, maar dit kon niet beletten dat deze song ook live toch een van zijn mindere liedjes is. “The One I Love” kreeg een te geknutselde uitvoering aangemeten. De band probeerde deze hit om te toveren tot een echte rocksong…iets te stoutmoedig! Over de rest van het optreden kan ik enkel lovend enthousiast zijn.
De nieuwe band was erg goed op elkaar ingespeeld en gaf ons fijnzinnige pareltjes zoals “Now And Always” en het sublieme “This Years Love”. “Babylon” kreeg dan weer onverwacht een opvallend, sobere, akoestische benadering. Bombast en melancholie troef tijdens de “Slow Motion” finale, een song die ook integraal werd gebruik in mijn favoriete televisieserie E.R. Een ontketende band trok alle registers open tijdens het slotstuk “Nemesis”. Dit pareltje uit het nieuwe album klonk eerst subtiel en breekbaar maar mondde uit in een bombastische oceaan van passie en gedrevenheid. Onder luid applaus werd David Gray teruggeroepen voor een extra bisronde met 4 songs.
De ultieme toegift werd: “Please Forgive Me”, waarin David Gray aan het einde van de song zich eventjes liet verleiden tot wat geflirt met wat elektronica. Het uitzinnige publiek dat zo vaak stilzwijgend en met open mond had genoten, verliet nu al fluitend en dansend de uitverkochte zaal.

Een fabelachtig sterk concert. Valentijn viel dit jaar op 4 februari…dank U David Gray!

Setlist:
*Draw The Line *Fugitive *You’re The World To Me *Sail Away *Kathleen *The Other Side
*The One I Love *Freedom *Now And Always *This Years Love *Babylon
*Falling Down The Moutainside *First Chance *Slow Motion *Nemesis
*Ain’t No Love *Jackdaw *Be Mine *Please Forgive Me

Organisatie: Live Nation

Pagina 445 van 499