logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

Polsslag 2009: mini indoor broertje van Pukkelpop …

Geschreven door

Polsslag 2009: De tweede échte editie van Polsslag kon net als vorig jaar op ruim 12000 belangstellenden rekenen. De Grenslandhallen van Hasselt werden omgedoopt tot het indoor broertje van Pukkelpop in Hasselt –Kiewit. Er was opnieuw het sterke aanbod van bands en DJ’s verspreid over vier zalen.
We noteerden een perfecte overgang in programmatie tussen Marquee – Club en Dance Hall – Boiler Room, wat ervoor zorgde dat de kijk- en danslustigen zoveel mogelijk bands konden ontdekken en/of de voeten onder hun lijf konden dansen …
Een tof ingerichte chill-out en een gezellige, klein ingerichte festival buitenruimte gaven verpozing.
Muzikaal viel de knappe afwisseling van zowel klinkende namen als aanstormend talent te noteren … En als de klok vijf vóór twaalf sloeg was de Dance Hall en Boiler Room ‘the place to be’ tot in de vroege morgen …

Volgend parcours legden we af:
Houssa da Racket vatte het indoorfestival aan in de Club. Het jonge Franse duo debuteerde al eens in de Botanique en als support van Sébastien Tellier. De synthbeats, wave, disco en snedige nerveuze drumpartijen vlogen ons om de oren van deze twee in het wit geklede jonge gasten. Een goede warm-up, met een knipoog naar onze Soulwax/ Goose en het Franse Yello.

Delphic opende op z’n beurt de Marquee. Ze trokken al op als support van Bloc Party in de AB. Ze worden geplaatst binnen de ‘nu rave’ van The Klaxons, The Rapture, Hot Chip, !!! en Friendly Fires. Ze putten voor hun springerige en aanstekelijke popdance gretig uit de freakende ‘80’s pool van Talking Heads, Gang Of Four, Cabaret Voltaire en New Order. Hun groovy pop werkte in op de dansspieren door synths en dubbele percussie; door de stroboscoopeffects werd het podium omgedoopt tot een feestelijke danskotheek …

Stijn Vandeputte, Stijn als artiest, brak definitief door in 2006 met de cd ‘The world is happy now’. Hij kruidde z’n electro en P-funk met soul en jazzy invloeden en was toen te zien met full band op de podia. Van de binnenkort te verschijnen nieuwe plaat, hoorden we al het speelse, hippe “Password”; Stijn keert terug naar z’n roots van alleen werken en stoeien met z’n elektronica-apparatuur en toetsen. We zagen entertainment, sensuele, verleidelijke danspassen en een uitgewerkte performance; hij wist het publiek nauw te betrekken in z’n set. In het eerste deel hoorden we het nieuwe werk van synthwave en trancy opzwepende, pompende beats, die refereerde aan Daan’s “Housewife”.
De Beck virtuositeit en de Prince danspasjes vormden een absoluut hoogtepunt op de huidige single “Password”, ‘two microphones en one DJ’, waarin hij probleemloos z’n stem vervormde. “Gasoline & matches” en “Hot & sweaty” klonken directer en de obligate “Sexjunkie” en “G daddy” ontbraken niet en waren de perfecte afsluiters van een uiterst geslaagde livegig.

Het rijkelijke aanbod van Pukkelpop 2008 zorgde ervoor dat we de beloftevolle Britse band Red Light Company (Marquee) niet aan het werk konden zien. Het kwartet stond garant voor broeierige indierock, wat wordt ondersteund door harmonieuze vocals; ze hebben intussen na de EP ‘With lights out’ hun debuut ‘Fine fascination’ uit . Hun onwennigheid speelden ze kwijt door het warme onthaal. De band speelde een overtuigende set en heeft met songs als “Scheme Eugene”, “With lights out” en de huidige single “Arts & crafts” een goede toekomst voor ogen. In het afsluitende “When everyone is” hoorden we zelfs een rauw rockend Starsailor …

Twee jaar terug waren we sterk onder de indruk van het Londense garagetrio The Noisettes (Club). Ze traden in de voetsporen van The Bellrays en The Yeah Yeah Yeahs en speelden rauwe rock’n’roll blues, waarin een glansrol was weggelegd voor de zwarte ‘panter’ zangeres Shingai Shoniwa. Maar van die vroegere muzikale wervelwind is er op de huidige plaat ‘Wild young hearts’ dito optreden maar weinig sprake meer . Ze klonken minder explosief en trokken de kaart van lichtvoetige, zomerse pop & groove. De band aast met de aanpak van “Don’t upset the rhythm”, “24 hours” en de titelsong “Wild young hearts” op een doorbraak naar een breder publiek! Ze zijn tammere podiumbeesten geworden, die af en toe zich nog eens lieten gaan op oudjes als “Don’t give up” en “Monte Christo”, bepaald door de verleidelijke uitdagingen tussen de gitarist en zijzelf, en een ‘Animal’- lookalike drummer. We bleven op onze honger zitten en hielden meer van die venijnige, scherpe en opzwepende songs met dans- en meezinggehalte…

Het Britse The Rakes (Marquee) houdt wel van ons landje . bij elke nieuwe cd zijn zij meerdere keren te zien op de Belgische podia. Onlangs verscheen de derde cd ‘Klang’ na de beloftevolle ‘Capture/release’ en ‘Ten new messages’. The Rakes zijn een tweede linie postpunkband samen met Futureheads en Maxïmo Park, na een Franz Ferdinand en Bloc Party. De groep behield de frisse, energieke aanpak als voorheen maar met meer pianoloops(“You’re in it”, “The light from your Mac” en “The loneliness of the outdoor smoker”). Vooralsnog moeten ze het hebben van de springerige, strakke “22 grand job” en “Strasbourg”, als de broeierige “We dance together” en “The world was a mess”. De neuzelige zang van de charismatische frontman Donahue deden denken aan Stephen Malkmus van Pavement en z’n hoekige danspassen aan Ian Curtis en Piet Goddaer.

Het Amerikaanse Shearwater (Club) uit Texas hebben al vijf platen pareltjes van songs afgeleverd en bewegen tussen de alternatieve indiefolk en americana. Een doorbraak naar Europa gebeurde met de laatste cd ‘Rook’, ontroerend materiaal in een herfstig decor. De teksten van spil Meiburg gaan over natuurbeelden; niet te verwonderen, want de man is vogeldeskundige. Maar muzikaal trok hij met z’n band alle registers open, want hun romantische songs kregen een snedige, krachtige aanpak en waren meeslepend en opwindend. De band deed z’n instrumenten afzien! Meiburg zong alsof z’n leven er van ging.
Op die manier stonden “The snow leopard”, “Century eyes” en “74/75” regelrecht tegenover het dromerige, sfeervolle “Leviathan, bound” en het intieme “Home life”.

The Von Bondies (Marquee) werden in 2004 gebombardeerd als één van de talentrijke ontdekkingen. “C’mon, c’mon” was één van de singles die de band groots maakte. Maar interne spanning en het conflict tussen frontman Jason Stollsteimer en boezemvriend Jack White (White Stripes/The Raconteurs) beslisten daar anders over … Vorig jaar werd een comeback ingeleid en kwamen ze langs in de Bota om de te verschijnen nieuwe plaat ‘Love, hate and than there’s you’ te promoten (die pas dit voorjaar verscheen btw!) in een nieuwe bezetting met de bevallige dames Gbur en Banks.
Ze kwamen uiterst sympathiek over en speelden in een hels tempo van nog geen uur maar liefst dertien songs! Een melodieus krachtige, gebalde en broeierige garagerockende set. In vroegere tijden zagen we het van hen nog anders …maar ‘the times they are a-changing’. De problemen van toen lieten ze niet aan hun hart komen. De dynamiek op het podium, de opzwepende drums van vaste drummer Don Blum en de zang tussen Stollsteimer en de dames gaven een bruisend concert. De nieuwe “Pale bride”, “Not that social”, “This is perfect crimes” en “He’s dead to me” konden moeiteloos geplaatst worden naast oudjes “Going down”, “Nite train”, “It came from Japan” en het poppy “C’mon, c’mon”. Ze putten afwisselend uit hun drie platen ‘Raw & rare’, ‘Pawne shoppe heart’ en het recente ‘Love, hate and than there’s you’. Muzikaal refereerden ze nauw aan White Stripes en het oude Pumpkins.

Hooggespannen verwachtingen waren er naar het muzikale project van Karen Dreijer Andersson, Fever Ray (Club), een helft van het Zweedse The Knife. We zagen een impressionante act van de dame en haar crew: een aparte en bizarre klederdracht van de leden, waarbij Karin getooid was in een soort pels van bizons, die deed terugdenken aan de tijd van ‘Conan the Barbarian’ en een lichtdecor van lasers en lampedeires, die de spannende dreigende en sfeervolle sound elan gaven. Voor wie al onder de indruk was van het audiovisuele spektakel van The Knife, kon evenzeer z’n hartje bekoren bij Fever Ray. Het refereerde aan de jaren ‘80’s shows van The Residents (‘Eskimo’ – ‘The mole show’ – trouwens een belangvolle inspiratiebron!).
Er was heel wat volk in de Club opgedaagd. Muzikaal was Fever Ray ergens te situeren tussen Bel Canto, Björk, Cocteau Twins, Japan en het angstaanjagende van Massive Attack en Sunn o))), door de combinatie van ijzige, warme en Indiase elektronica, spaarzame melodielijnen en sluipende, slepende beats, onder haar hemels heldere en zuivere zang, die af en toe werd vervormd. De mysterieus bezwerende set werd ingeleid door de soundscapes van “If I had a heart” en eindigde even intens met “Coconut”. Het ging van het onderkoelde geluid en de lome beats op "Triangle walks” en “Concrete walls” tot de meer sfeervol toegankelijke aanpak van “Now’s the only time I know”, ” I’m not done” en de single "When I grow up". Het publiek was erg aandachtig van deze op z’n minst bijzondere, huiveringwekkende set!

In afwachting van Peter Doherty’s komst, opgehouden om op tijd te kunnen optreden, begon het NY se The Yeah Yeah Yeahs (Marquee) eraan. Hun optredens in ons landje zijn schaars, wat wil zeggen dat onze aandacht verscherpt is als ze langskomen. De band put uit de garage rock’n’ roll van The Cramps, Sleater-Kinney en Boss Hog, de arty ‘80’s Siouxie en Nina Hagen, de shoegaze van The Raveonettes en de ‘70’s hardrock van Joan Jett. Bepalend in die sound zijn de schreeuwerige, gillende soms zuchtende zang van Karen O, de messcherpe gitaarlicks en de strakke drums. De derde cd ‘It’s Blitz’ is pas verschenen en op Polsslag konden we een handvol songs ervan horen: “Headz will roll”, “Dull life”, “Skeletons”, “Soft shock” en de single “Zero”. Ze hadden een broeierige opbouw en klonken door toetsen iets breder en sfeervoller. De levendige oudjes “Pin”, “Phenomena”, “Gold lion” en het ingetogen “Maps” zijn dreigender van aard en konden nog steeds rekenen op een puike respons. Meerwaarde blijft de performance die Karen O weet op te voeren. Tot slot was het decor de moeite waard door een – opnieuw -aan The Residents refererende eyeball met blauwe cirkels eromheen. Een geslaagde return van dit onderschat gezelschap!

Weliswaar een opluchting, want Peter Doherty (Marquee) was ér … ondanks een bemoeilijkte vlucht, betert de man duidelijk z’n leven en heeft hij een vastere dagstructuur. Hij onderneemt een heuse clubtournee om z’n soloplaat ‘Grace/Wastelands’ elan te geven. Doherty, omarmd door z’n akoestische gitaar, was in pak en had z’n alom gekende hoed op. Hij was vergezeld van twee balletdanseressen. Op het podium stond een tafeltje waarop een fles whisky, drie cola’s en een pakje sigaretten lagen; als tafelnap gebruikte hij de Britse vlag.
De punk heeft de man nog steeds in hart en nieren; hij speelde nonchalant de puntige, rammelende gitaarsongs, gedragen door z’n onvaste stem, en ging op een hoe-komt-het-uit-stijl in op de reacties van het publiek. Een sympathieke aantrekkingskracht tussen de artiest en z’n publiek, en Doherty’s recept van talentvol musiceren en vakmanschap!
Hij stelde - krachtig, innemend en pakkend -, een pak songs voor van z’n oeuvre van Babyshambles (oa “Stick & stones”, “Albion”, “In love with a feeling”, “There she goes” en “Delivery”), van het oude Libertines, waaronder “Can’t stand me now”, “What a waster”, “Time for Heroes” en “Up the bracket”, een handvol nieuwe songs (“Last of the English roses” en “Arcady”) en liet ruimte voor enkele ‘unknown’ tracks. Wat soms de nieuwsgierigheid en spanning deed afnemen en een deel van het publiek bracht richting Dance Hall/Boiler Room of besloot huiswaarts te keren.

De Dance ontsnapte ons niet … na de Franse invasie van Daft Punk, Cassius en Justice noteerden we op Polsslag de DJ virtuositeit en ervaring van de vier turntablists van Birdy Nam Nam in een Coldcut opstelling. Hun opzwepende, dynamische potpourri van electro, trance, house en beats wist in geen mum van tijd de aanwezigen in de Dance Hall in te palmen. Andere Fransen lieten zich vanavond niet onbetuigd en slaagden evenzeer in de opzet er een dampende Dance Hall van te maken met enkele dancefloorkillers waarin de ‘ooh’ en ‘aahs’ de beats trachten te overtreffen: Mr Oizo (Quentin Dupieux), tien jaar terug aan de basis van de Franse electro scène met het minimalistisch, repeterend klinkend “Flat beat”, mengde house, trance, disco en beats, waarin we o.a. z’n smash hits “Positiv” en “Two takes it” herkenden; en DJ Sebastian kwam in de belangstelling door z’n talrijk remixwerk van o.a. Daft Punk, Kelis en Das Pop. Aan de avontuurlijke arty electrorock van Fischerspooner was nog niet iedereen te vinden. Het Duitse duo Booka Shade (op het podium een live band) zette iedereen aan tot dansen met hun trancegerichte dance, bleeps en opzwepende percussie (wat electro/neotrance wordt genoemd). “Dusty Boots”, “Karma Car”, “Charlotte” en Laurie Anderson’s “Oh Superman” herkenden we in hun verbluffend staaltje dance en beats. Eén van de huidige ontdekkingen zijn het Italiaanse Crookers, die het party geweld in de Boiler Room verder zetten. Ze zijn verantwoordelijk voor enkele eigenwijze, dreunende en onweerstaanbare remixen van o.a. Robin S, Beastie Boys, Chemical Brothers en Moby. “Day’n’nite” (de samenwerking met Kid Cudi), “Knobbers”, “Madkidz”, “Big money comin’” en “Sveglia waren de perfecte zaligheid binnen de neurotische electrodance om onze dansnacht te besluiten.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Labadoux 2009: zondag 3 mei 2009

Geschreven door

Vandaag was het weer niet slecht, maar bij lange niet zo goed al vrijdag! Toch was ‘de peloeze’ 's middags al overspoeld met mensen. Was het de plaatselijke fanfare die in de voormiddag al dat volk op de been bracht of is het de zeer democratische zondagsprijs? In ieder geval zal de tering van het volk de nering van Labadoux te goed komen. Zo denkt ook Jean-Pierre Deven, de organisator erover. Hij beseft ook dat het terrein wel aan zijn verzadigingspunt gekomen is. Daardoor staat de organisatie dan ook voor het dilemma waar Folk Dranouter ooit ook mee geworsteld heeft: het festival kleinschalig houden of verder groeien met meer volk en nog grotere namen op de affiche? Deze tweede optie heeft als voornaamste consequentie dat ze dan moeten verhuizen naar een ander terrein. Of er zou een brug moeten gelegd worden over de beek die het terrein aan de ene kant nu afbakent. Verder vertelde de gebaarde baas van de Fagot ons dat het festival telkens de kroon op het werk van een jaar rond is. Hij onderhoudt zijn contacten en kijkt uit naar welke namen in de buurt langs komen.
Backstage is het ook een gezellige drukte waar artiesten, sponsors en medewerkers broederlijk naast elkaar zitten te drinken, te eten en te kletsen. Door mond-aan-mond-reclame komen er nieuwe artiesten op af en blijven de oude bekenden graag terug komen. Zo stond er in ooit het contract van wijlen Warren Zevon dat hij naast een royale gage 50 $ extra wenste om op restaurant te gaan. Ze incasseerden het belachelijke bedragje samen met de grote contractuele hap, maar kwamen intussen wel eten van de lekkere kost die al 21 jaar door Greet(je) wordt klaar gemaakt!
We zijn al benieuwd hoe de 22ste editie er zal uitzien...

dag 3: zondag 3 mei 2009
Het Zesde Metaal
We hebben het allemaal gespeeld toen we klein waren. Het zesde metaal heeft er een nummer over: "Cowboy en Indiaan". Frontman en liedjesschrijver Wannes Cappelle wist ons te vertellen dat ze in Nederland denken dat het nummer gaat over "Cowboy Jan en John". Van een taalbarrière gesproken!
Voor de Oost-Vlaamse krantenman naast ons klonk Wannes een beetje als het kleine broertje van Flip Kowlier, namelijk redelijk onverstaanbaar. Lag het aan de mix van instrumenten en zang? Of had Willem Vermandere gelijk toen hij zei dat ook het dialect gearticuleerd moet worden? Ondertiteling was niet beschikbaar, maar de tent stond gelukkig vol West-Vlamingen die met volle teugen genoten van de bijwijlen stevige muziek. Wat wil je ook met zo'n groepsnaam?
Na "De keuninck van de jacht" (zoek eens het leuke filmpje op YouTube) nodigde Wannes het publiek uit in de ‘huppelzone’ om er te dansen zoals de Zwingelpoepen uit Wevelgem (de volksdansgroep uit zijn geboortegemeente). De stilzitters mochten dan weer meezingen (doe uw keel naar omhoog en wat er dan uitkomt is uw kopstem). Na een verkoopspraatje om hun cd te promoten volgde een toepasselijk protestlied tegen Geld... Ze zijn niet bang om zichzelf te relativeren.
Voor een vroege zondagmiddag stond en zat de zaal alweer helemaal nokvol. Toen ze terugkwamen voor een bisnummer vertelde zanger Capelle ons zijn nachtmerrie van een optreden voor een lege tent. Hij betuigde zijn respect voor ons allen: "respect... met eiers". We mogen de mop doorvertellen...

Miek en Roel
De soundcheck was nog bezig toen we opnieuw de tent binnen kwamen voor de ouderdomsdekens van het festival. Als voorproefje van het eigenlijke optreden kregen we "Colours" van Donovan volledig te horen. We leken terug gekatapulteerd naar de sixties. Dit nummer hoorde er eigenlijk niet bij en was toch al één van de beste dingen die we te horen kregen!
Het sympathieke duo werd geflankeerd door leeftijdsgenoten die stuk voor stuk rasmuzikanten waren. De liedjes en teksten kwamen van leveranciers met ronkende namen: Johan Verminnen ("Kassière"), Kris de Bruyne (“Cirkels van goud") en Hugo Raspoet om er maar enkele te noemen. Met de Nederlander Peter Schaap ("Adem mijn adem") gaf Roel zelf toe dat hij wel een heel hoog ‘hippiegehalte’ had aangeboord. Ook zijn hobby (waarvoor bij sommigen onder ons misschien beter gekend is) gaf inspiratie voor een nummer: "De Filmfan Man".
Blijkbaar was de hippiemuziek wat te braaf voor het jonge volkje. De zon deed nog altijd haar best en lokte hen terug naar de weide. Zo misten ze de oerversie van "het Smidje", voor de jeugd van heden de bekendste hit van Laïs maar reeds in 1967 één van de grootste hits voor Miek en Roel! "Wie wil horen (een historie)" werd toen opgenomen met Roland op mondharmonica. Voor velen was het een blij weerzien! De stemmen waren nog zo gaaf als in hun glorietijd. Een geslaagd optreden!

Hannelore Bedert
Voor de tweede keer deze namiddag gingen de festivalgangers kopje onder in een taalbad! Een bad van dialect wel te verstaan, onder het motto ‘West-Vlaanderen Boven’! Hannelore begon haar set dan wel met een nummer in een soort ‘gekuischt schoon vlamsch’, dat voor alle ‘vreemden’ goed te begrijpen was. Dan wilde ze het nummer "Janker" toch opdragen aan iedereen die ooit van zijn lief te horen kreeg dat hij/zij een belachelijk dialect had. Door haar ontwapenende spontaniteit kon ze het publiek kneden als was. Met een gevoelig nummer kreeg ze de hele tent stil. Haar teksten bevatten dan ook parels, uit het leven gegrepen, maar ge moet er maar op komen: "Doet uw ogen toe, ik ben zoveel schoner als ge 't licht uit doet..."
Wat betreft levensechtheid schiet ze wel in de roos met een onderwerp als ‘constipatie’. En weer wordt een goed luisterend oor beloond met fijne regels zoals "'t Is gezellig als je tijd hebt / voor een uur / ge zoud'er emotioneel van worden op den duur". Naar haar eigen zeggen bleek ze hier veel respons op te krijgen na haar optredens. Maar vanaf nu wil ze alleen nog via e-mail benaderd worden over dit onderwerp. Of ze antwoordt, weet ze nog niet!
Hannelore had een jonge band achter zich met stuk voor stuk straffe muzikanten: Seraphine Stragier (cello), Thomas Vanelslander (gitaar), Bart Van Lierde (bas), Davy Deckmijn (drums), Jeroen Bart (viool) bespeelden op meesterlijke manier uiteenlopende registers.
Die ene Antwerpenaar in de tent incasseerde in naam van al zijn stadsgenoten nog een veeg uit de pan met een lekker swingend wraaklied "Vocabulaire". "Tel maar na hoeveel keer je in je leven Muggengeheugen zegt". Ze oogstten er een donderend applaus mee. Deze artieste is nog maar aan haar debuutcd toe (die u nu allemaal moet gaan kopen!), maar ze straalt al een zelfverzekerdheid uit die een veelbelovende toekomst voorspelt!

Enge Buren
Terwijl we stonden te wachten tot La Bedert haar cd kwam signeren zagen we in de biertent een verrassende muzikale mix. Met hetzelfde gemak waarmee ons moeder vroeger mayonaise maakte, mixten deze halve gare Nederlanders "A Forest" van The Cure met Peppie en Kokkie of Rammstein met Frans Bauer, getiteld ‘Rammbauer”... Met spijt moesten we dit verrassend slim allegaartje van songs en sounds, van grunge en schlagers ter vroeg achterlaten om de oude frontman van de Scabs te gaan beluisteren.

Guy Swinnen Band
Guy kwam het podium op zonder band en bewees onmiddellijk dat hij niet alleen zijn helden goed wist te kiezen, maar dat hij hun werk zonder blozen voor een hele tent kon brengen. Gewapend met gitaar en mondharmonica was hij even The Man in Black met "A Solitary Man". Toen kwam de band erbij en kregen we een mix van nieuw werk uit de cd ‘Burn The Bridges’ en oude bekenden van The Scabs of andere grootheden zoals Bob Dylan of Neil Young.
"We zijn hier om ons te amuseren" wist Swinnen ons te vertellen. Daarmee kreeg het publiek ook zijn zin. De band rockte dat het een lust was: Swinnen kondigde een gitaarriff aan van Bère (Bert van Goeyland) en plots was er "Nothin On my Radio". Na een nummer uit het project ‘Te Gek’! (ten voordele van de geestelijke gezondheidszorg) waar Swinnen al 3x aan meewerkte, werd het publiek zelf zot bij "One For The Road (I'm Robbin' a Liquor Store)". Hij had het hele optreden dan ook stapsgewijs opgebouwd naar een climax die losbarstte in een muzikaal vuurwerk met het bisnummer "Hard Time"! Blij dat we erbij waren...

Follia
In de biertent stonden op de eerste zondagavond van mei blijkbaar heel wat mensen die op maandag nog geen plannen hadden. Het bier vloeide nog rijkelijk en met de muziek van Follia was het moeilijk de benen stil te houden. De hele tent swingde als een pitta-pan. Met de vaart gevaarlijk dicht in de buurt lag gelukkig alles goed vast aan stevige kabels. Met 2 violen en 2 dwarsfluiten enkel gitaren en een accordeon was het niet mogelijk deze muziek in één lade te stoppen. Dat hoeft natuurlijk en kan ook moeilijk met muzikanten die zowel in de jazz als de folk hun scholing kregen. Follia weet dans- en luistermuziek perfect te combineren!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2009: zaterdag 2 mei 2009

Geschreven door

Op een sympathiek festivalletje als Labadoux, zeg maar Dranouter in ’t klein, wil men het liefst kleinschalig houden. De optredende acts zijn een beetje ondergeschikt aan het totaalgebeuren, waarmee we willen zeggen dat de mensen sowieso toch komen opdagen los van wie er op de affiche staat. Niet allen muziek, met de nadruk dan op folk, is hier geprogrammeerd, ook de liefhebbers van dans, cabaret en comedy vinden hier hun gading, en dit alles in een los sfeertje van “alles mag, niets moet”.  Best wel leuk.

dag 2: zaterdag 2 mei 2009
Zaterdag waren wij naar Ingelmunster afgezakt voor de muziek, zoals bijvoorbeeld de blues…. De blues van Watermelon Slim & The Workers had Labadoux toch één van de bluessensaties van de laatste twee jaar geprogrammeerd. Watermelon Slim is een bleekscheet die de blues in al zijn bloedvaten lopen heeft, de man is al niet meer van de jongste en had bovendien zijn gebit achtergelaten wat hem dikwijls, en dan vooral in zijn ongetwijfeld goedbedoelde bindteksten, hopeloos onverstaanbaar maakte. So what, hij speelde zijn traditionele blues met vuur , passie en wild enthousiasme, en dit van achter zijn slide gitaar waaruit hij snedige bluessongs puurde. Ook uit zijn mondharmonica haalde hij vuurwerk en zo kreeg hij een aardige respons van het zittende publiek. Als je ’t ons vraagt, verdiende de man overduidelijk een staand publiek. Nu bleef het immers bij een weliswaar gemeend enthousiast applaus, maar op menig ander festival (Peer, bijvoorbeeld, iemand ?) had hij wel enige beentjes aan het dansen gekregen.

Maggie Riley heeft als belangrijkste wapenfeit op haar CV staan dat zij de engelenstem verzorgde op Mike Oldfield’s “Moonlight shadow” (hier uiteraard ook van de partij, de song dan, niet Mike Oldfield, of wat had u gedacht ?), voor de rest hadden wij eerlijk gezegd ook nog nooit van het mens gehoord. Ze stond een beetje onwennig op het podium en leek behoorlijk content met de opkomst en de positieve respons. Haar songs, pop met een traditioneel randje, klonken een beetje te gewoontjes maar een puike gitarist zorgde toch wel voor wat opmerkelijke momenten. Zullen we het maar houden op onderhoudend optreden, maar nooit spetterend.

Sensatie van de avond waren, en dat hadden wij op voorhand al stiekem een beetje verwacht, de Easy Star All Stars. Een bont allegaartje muzikanten, ontsproten in New York, die er niets beters hebben op gevonden dan een dub/reggae versie te maken van klassieke albums als ‘Dark side of the moon’ (Pink Floyd), ‘OK Computer ‘(Radiohead) en ‘Sergeant Pepper’s lonely hearts club band ‘(Beatles). En wat op hun versies van die platen als een origineel en knap idee klinkt, werkte ook heel aanstekelijk op een podium. Inmiddels waren in de concerttent ook de stoeltjes wat naar achter geschoven waardoor de bruisende reggae/dub cocktail van deze gezellige groovy bende voor een uitbundig feestje zorgde. Bij het publiek zat er nu wel leven in de brouwerij, kon ook niet anders met die frisse en ritmische versies van ondermeer “Paranoid Android”, “Karma Police”, “Lucy in the sky with diamonds”, “With a little help from my friends” en “Money”. Die songs hadden hier stuk voor stuk een wel heel interessante wending gekregen en de verbluffende muzikanten en dito zangeres (die iets heel moois deed met Pink Floyds “A great gig in the sky”) vertolkten deze klassiekers met het nodige respect. De Easy Stars All Stars zijn dus geen grap, wel een van de beste reggae bands die we de laatste jaren hebben gehoord.

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Great Lake Swimmers

Leuk, innemend concertje van Great Lake Swimmers

Geschreven door

De Canadezen van Great Lake Swimmers zetten op de Dag van de Arbeid voet aan wal te Gent om er met gepaste trots hun nieuwste worp, ‘Lost Channels’, voor te stellen aan de volgestroomde Balzaal van de Vooruit. Vooral de eerste helft van de nieuwe plaat - met o.a. de huidige single “Everything is moving so fast” - kwam in ruime mate aan bod. Graag hadden we ook wat meer songs uit de andere helft gehoord (parels als “Stealing tomorrow” en “New light” blijven ons inziens immers ook live overeind), maar bon, we mogen niet klagen want alleen al de naar de keel grijpende versie van “Moving Pictures, Silent Films” (uit hun 6 jaar oude, titelloze debuut) rechtvaardigde de aanschaf van ons ticket. Nummers als “Your Rocky Spine” en “Various Stages” bevestigden dat de groep rond Tony Dekker al een aardig oeuvre bij elkaar gespeeld heeft.
De iets te korte reguliere set werd afgerond met “Song for the Angels” uit ‘Bodies and Minds’ (2005). Ook de eerste bisronde werd besloten met een nummer uit diezelfde plaat, de solo gebrachte versie van het onvolprezen “Imaginary Bars” kon op zodanig veel bijval rekenen dat de voltallige groep nog eens het podium betrad om “Harvest” van Neil Young ten berde te brengen. Een ander hoogtepunt tussen de vijf bissen was “I am part of a large Family” uit ‘Ongiara’ (2007).

Voorafgaand had Marissa Nadler de gelegenheid gekregen om haar vierde album te presenteren. Vocaal neigt ze nu en dan naar Heather Nova, muzikaal tapt ze echter uit een folkier en tekstueel uit een vaak donkerder vaatje. Na het eerste nummer solo gebracht te hebben, liet ze zich bijstaan door een drummer en gitarist. Songs als “Silvia” en “Mistress” konden op bijval rekenen bij het geïnteresseerde publiek. Spijtig genoeg kwamen sommigen duidelijk enkel voor de hoofdact hetgeen hen verhinderde om de soms breekbare muziek met de gepaste stilte te aanhoren. Vooral op de momenten dat ze haar begeleiders rust gunde en solo met een tamboerijn op het podium stond, ware ze gebaat bij een muisstil publiek.
Persoonlijk vonden we niet dat Nadler de verwachtingen volledig inloste, maar dat was ook niet evident aangezien deze na de jubelende recensies van haar laatste CD, ‘Little Hells’, misschien onrealistisch hooggespannen waren.

Gans in het begin van de avond weerklonk de elektronica van Alaska in Winter, het elektronica-project van Brandon Bethancourt. Het feit dat verschillende mensen aan de promo-stand een Alaska in Winter-plaat kochten, wijst erop dat de liefhebbers van het genre op hun wenken bediend werden.

Onze eerste mei verliep dus zeer voorspoedig en dat was niet enkel aan de sociale verworvenheden (waaraan de Vooruit ons uiteraard steeds doet denken) te danken.

Organisatie: Vooruit, Gent (ism Democrazy)

Labadoux 2009: vrijdag 1 mei 2009

Geschreven door

We fietsten over een zonovergoten Wantebrug in Ingelmunster en kregen de concerttenten van Labadoux in het vizier. Het leek wel augustus en ‘Dranouter aan de vaart’. Veelkleurige tentjes stonden langs de oevers van de vaart naar Roeselare. De geur van bbq hing nog in de lucht. Het publiek dat drie volle dagen zou blijven had er duidelijk zin in!
Op de ‘Peloeze’ (zoals ze hier het grasplein tussen de festivaltenten noemen, liep al wat volk rond, maar er was nog heel wat ruimte over. Heel wat mensen wachten de grote namen af om tot hier af te zakken. dat ze hierin ongelijk zouden hebben bleek al gauw toen het eerste optreden begon. daarom deze raad aan toekomstige festivalgangers: staar je niet blind op die bekende namen, maar probeer ook te ontdekken welke verrassingen J-P Deven en z’n crew van Labadoux voor jullie in petto had!

dag 1: vrijdag 1 mei 2009

Munnelly, Flaherty & Masure
In de concerttent speelden David Munnely, Helen Flaherty en Philip Masure zich al vanaf de eerste minuut in het zweet. De zon bleef dan schijnen dat het een lust was. Dit Iers-Schots-Vlaams ensemble was voor de gelegenheid aangevuld met bassist Fons Verhamel (ooit jarenlang lid van From Us To You). Hij speelt heel regelmatig samen met dit trio.
Met deze opener startte het festival onmiddellijk op een heel hoog niveau! Individueel is elk groepslid duidelijk door de wol geverfd, maar het groepsgeluid sprak boekdelen! De stem van Flaherty staat als een huis, Masure lijkt wel met zijn gitaar vergroeid en Munnely kon toveren, zowel op keyboards als op zijn diatonische accordeon.
Helen Flaherty verraste het publiek met haar kennis van het Nederlands. Dat ze al jaren les geeft in Antwerpen werd er wijselijk niet bij verteld. Ze vroeg of Soetkin aanwezig was. Soetkin Collier (van Urban Trad) verzorgde blijkbaar de groepsleden met voedsel en drank. Gezwind wipte die over de afsluiting en ging meteen meezingen in een gevoelige ballade. De vrouwenstemmen klonken in perfecte harmonie. Daarna stelde de sympathieke David zich voor als ‘a very funny man’. Iedereen werd ten dans genodigd op de "Mad Gig". Dat lieten heel wat koppels zich geen twee keer zeggen. De ambiance zat er meteen in!
Heel intrigerend was ook de uitvoering van "La Partida" (te vertalen als ‘het vertrek’ of beter ‘het afscheid’). Deze Zuid-Amerikaanse traditional eindigde in een hels ritme waarbij de accordeonist als bij wonder niet over zijn eigen vingers struikelde.
Het festival was met een hoogtepunt begonnen en Helen bedankte haar publiek met de verzuchting ‘en nu mogen wij ook gaan drinken’. Of deze ‘beste zangeres van de groep’ (zoals Philip haar afkondigde) koos voor een Guinness of een Kilkenny, konden we niet achterhalen. Het was hen in ieder geval ‘gejeund’!

Le Vélo Vert
Toen Yves Bondue met enkele getrouwen in maart 2006 ‘Sjchrijeuw & l'histoire du vélo vert’ uitbracht, was er meteen heel wat interesse voor deze nieuwe benadering van folk en chanson met een vleugje musette of tango. De prille An-Sofie Noppe stond naast hem op de voorgrond. Haar stem verleidt de ene keer het publiek als een sirene en schreeuwt wat later weer als een eenzame ziel om begrip. Op sopraansax en bijwijlen op gitaar staat ze haar ‘vrouwtje’ naast de accordeon en het klavier van ‘groene fietser’ Bondue. We hoorden het eerste nummer dat ze ooit schreef voor de groep, "Schommel", dat ingetogen de eenzaamheid van de jeugd beschrijft, en “Bij Jou”, dat geïnspireerd is op haar heimat Watou.
Drummer Jan De Smet bespeelt een uitgebreid assortiment instrumenten en instrumentjes en met Rudy Degryse hebben ze een gitarist en contrabassist in huis die als een rots in de branding de basislijnen uitzet, maar evenzeer vingervlugge gitaarrifs uit zijn mouwen schudt.
Op dit katholieke festival vond Bondue de bergrede een gepast onderwerp om te brengen als "Jezus met 5 pita's en 2 sushi". Hij had het publiek volledig in zijn ban en kreeg op eenvoudige aanvraag een regiment “Rode schoenen” te zien om dan via de "Achtbaan naar de zaligheid" naar de afsluiter te roetsjen: met keelklanken à la Bobby Mc Ferrin zong Ann-Sofie "Wij willen nog niet slapen". En dat wilden wij ook niet! Hopelijk gauw tot ziens, op een groene vélo!

Cécil Corbel
Deze roodharige nimf bracht met haar vijfkoppige groep Bretoense, Ierse en Schotse nummers, maar maakte daarbij ook muzikale uitstapjes naar andere muziekculturen zoals bijvoorbeeld Turkije en Israël. De klanken van haar harp voerden ons mee naar een Keltisch verleden tussen elfen en hobbits.
Haar stem klinkt als het zuiverste water van een bergbeekje dat in het Schotse hoogland de Glenns vult. In "Le vent m'emporte" bezong ze haar thuisland Bretagne dat dikwijls door de wind gegeseld wordt. Soms kwam de vader van de Bretoense harp Alan Stivell even om de hoek kijken als we een Bretoense traditional herkenden. Maar met nummers zoals het Turkse "Yarim Gitti" (dat ze vertaalde als ‘ma bien aimée’) kwamen we dan weer in de sprookjes van 1001 nacht terecht.
Dit was folk van de hoogste plank. Misschien niet voor iedereen zijn kopje thee (sommigen verlieten de tent halfweg het optreden) maar deze muziek verdient meer dan de inspanning om te blijven zitten tot de laatste klanken van de metalen snaren weggedeind zijn. Wie achteraf een Guinness ging nutten, wist nu tenminste waar het harpje als logo voor dit bier vandaan komt.

Chris Jagger’s Atcha
Wie gekomen was om het broertje van Mick te vergelijken met de Rolling Stones, wist al direct dat hij dit uit zijn hoofd mocht zetten. Zijn groep Atcha bracht ons met zydeco en cajun onmiddellijk naar de swamps van Louisiana. Hier waren geen covers van Chuck Berry of drang naar “Satisfaction” te bespeuren. De bassist met het hoedje kon qua looks nog wel doorgaan voor een jonge Keith, maar daar stopte het dan ook. Jagger tapte uit verschillende muzikale vaatjes en bond zowaar het washboard voor. En dat was niet om de was te doen! Het publiek had heel wat ‘Sympathy voor deze Devil’ en kon de mix aan muziekstijlen best smaken. Op zijn website vonden we ook twee gratis downloads. Wie er niet bij was kan daar het gemis wat goed maken. Want zoals gewoonlijk hadden de afwezigen (groot) ongelijk!


Garland Jeffreys
De Amerikaanse singer-songwriter & gitarist Garland Jeffreys is wereldwijd gekend voor zijn unieke mix van rock’n’roll, reggae, blues & soul enerzijds en zijn geëngageerde teksten anderzijds. In de voorbije 4 decennia scoorde hij telkens wel ergens één hit, wat hem veel respect opbracht van mensen zoals Bruce Springsteen. Het was vooral Europa dat hem in de armen sloot. In de VS van de republikeinen blijkt het rassenonderscheid nog altijd een te hoge drempel om muzikaal meesterschap te (h)erkennen. Het zou ons verbazen mocht er in huize Reagan of Bush een exemplaar te vinden zijn van ‘Don't Call Me Buckwheat’. Op deze cd (alweer van 1992) staat de titeltrack bol van de scheldwoorden die Jeffries zijn hele leven al mocht horen van de blanken. Gelukkig is ‘boekweit’ in onze contreien nog geen beladen woord...
In Ingelmunster geen scheldwoorden. De man werd er bijna op handen gedragen! Met zijn 65 jaar verzekerde hij ons met het openingsnummer dat hij nog springlevend is: "I'm Alive" en met James Brown zaliger zong hij luid: "I'm Black and I'm Proud". Voor de tweede keer die dag werd de tent omgetoverd in een kerk: “This is a Rock 'n’Roll church! Do I hear AMEN?” ‘Is het kerk, een moskee, een synagoge? Welke vertrouwen we?’. Deze zware thema's werden verpakt in lichtvoetige reggae of rockabilly en afgewisseld met pophits zoals "Christine".
Jeffreys had een soort helling laten bouwen aan het podium. Daarover liep hij tot als op een catwalk tot tussen zijn publiek. Dit was duidelijk meer dan een gimmick. Achteraf konden we het hem persoonlijk vragen: Ik doe dat gewoon graag. Ik wil dicht bij de mensen staan. En het publiek stond met plezier dicht bij hem!.
Een akoestisch duet met de jonge gitarist vormde een rustpunt in het optreden. Met een portie onversneden blues ("I'm a good man but a poor man", "Schoolyard Blues" en "Corina") bewees de man dat hij de gitaar ook meester was. Intussen klonk in het publiek al de roep naar "Matador", zijn grootste hit. Daar moesten we echter nog even op wachten: “You sound like my mother, Shut the door, shut the door”, was zijn antwoord. We kregen nog een resem hits met o.a. "Wild in the streets" en "96 tears". Bass en drum klonken als een Sly en Robbie en Jeffreys sprong op het podium als een jong veulen. Met "Hail hail Rock 'n Roll" bracht hij de zaal a capella aan het zingen en toen was het voorbij.
Zoals iedereen verwachtte, werd "Matador" zijn toegift. “The Dutch, The Germans, they all think they made this song a hit. But we all know, it was the Belgians who did it!”.
Deze artiest houdt van België. En de liefde is geheel wederkerig. Wat ons betreft, kon het hele weekend niet meer stuk!

De Dolfijntjes XXL
Qua aantal was dit in ieder geval de grootste band van de dag! We konden ons niet ontdoen van de bijbelse symboliek die ook nu weer opdook: Wim kwam met zijn 12 apostelen op het podium voor een bomvolle tent. De verwachtingen waren hoog gespannen en ze deden dan ook wat ze moesten doen en dat zongen ze ook: “Ik ga doen wa da'k moe doen. Wa da'k moe doen, da goa kik zeker doen! 't Zijn altid de zelste die 't moeten doen!” Hun jongste hit was meteen een meezinger van jewelste.
De elektrisch versterkte accordeons produceerden zo'n vreemde klanken dat je bij moment niet wist of je nu een jankende gitaar of een mishandelde synthesizer hoorde. Maar het beukte en het rockte als Muzikale Bella met de dollekoeienziekte!
Wim speelde op onnavolgbare manier de getormenteerde zanger met zijn accordeon om de machtige torso gegord. De blazerssectie swingde als de apen van koning Louie en de menigte in de tent werd een kolkende massa zwetende lijven die meeriepen en -zongen met de Vlaamse mix van smartlappen en liedjes uit de 'zwarte mis'.
Kortom: de Dolfijntjes waren hun eigen oude zelf en het publiek kon er niet genoeg van krijgen! Zo werd dag één pas afgesloten in de kleine uurtjes.

Nem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Falling Man

Geen Billy Childish, maar versplinterde rock van Falling Man

Geschreven door

Ik had hier al mijn pen geslepen en een vers blik superlatieven laten aanrukken om een ware lofrede te schrijven over een monument uit de Britse garagerock: Billy Childish. Maar de snoodaard blies ter elfder ure zijn ganse tour af. Niet lucratief genoeg misschien of een nieuw lief gevonden, Billy? Zo promoveerde Falling Man tot hoofdgroep en werden Gentlemen Of Verona alsnog opgeroepen.

Deze Gentlemen, een vijftal uit Sint-Truiden, begonnen vrij stevig aan hun set en even leken ze op de Yeah Yeah Yeahs minus de electronica. Twee heftige en verschrikkelijke grimassen trekkende gitaristen (vooral die ene die verschrikkelijke buikpijn leek te hebben, te veel onrijpe appelen gegeten?) en een ferme zangeres, wiens stem het midden hield tussen Karen O en Lena Lovich, konden ons ondanks hun onverdroten inzet helemaal niet overtuigen. Na een drietal songs het voordeel van de twijfel genoten te hebben sloeg de balans volledig de negatieve richting uit. Dit klonk veel te stereotiep en te vlak.

Toen Falling Man aantrad, bleek meteen dat we hier heel wat ander vlees in de kuip hadden. Nochtans had ik vooraf de nodige reserves jegens hun zanger Sam Louwyck (acteur in Ex-Drummer en gewezen balletdanser) maar die bleken onterecht. Integendeel, het leek erop alsof Louwyck al gans zijn leven achter de microfoon stond in een rockband: zelfverzekerd, serieus geschift en met een onnavolgbare grom die ons grinnikend deed denken aan de Beasts Of Bourbon of Captain Beefheart. En ook muzikaal kwam die laatste soms om het hoekje gluren, vooral zoals we hem kenden tijdens zijn ‘Doc at the radar station’-periode. Op hun site halen ze Jon Spencer aan als één van hun invloeden maar buiten het gebruik van twee gitaren en het ontbreken van een bas hoorde ik hier niet veel van.
Afgekloven rock met twee alles versplinterende gitaren, regelmatig voorzien van een portie noise, met daarbovenop het dementerende gerochel van Louwyck zorgden voor een lugubere sound die heel goed zou gedijen op het kerkhof. Absolute topper vond ik meteen al het tweede nummer waardoor ook nog eens een schurende countrywind waaide. Ondanks enkele mindere momenten, die er echt ook wel waren, bleef dit boeien tot het einde en voelden we ons nog bekocht, ook toen er geen bisnummer volgde. Na Sticky Monster lijkt Falling Man weer een hele stap voorwaarts voor gitarist Lode Sileghem en hopelijk horen we nog meer van deze band.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Big Pink

The Big Pink: eentonige geluidsbrij doet shoegazer revival oneer aan

Geschreven door

dNet vóór Les Nuits Botanique opnieuw uit haar voegen barst slaagde de Botanique er nog in om met het Londense The Big Pink een ultrahippe band te programmeren in de gezellige Rotonde. Want zeg nu zelf, als recente winnaar van de ‘NME Radar Award’ voor beste nieuwkomer én een nominatie voor ‘BBC sounds of 2009’ zijn alle ingrediënten ruimschoots aanwezig om deze band rond het Londense duo Milo Cordell en Robbie Furze tot ‘hype’ te katapulteren nog vóór hun debuutplaat in de winkels ligt. Het feit dat één van deze heren bovendien eigenaar is van het Merok platenlabel, waar hedendaagse groepen als The Klaxons, Crystal Castles en The Teenagers momenteel de grote sier maken, doet hier zeker geen afbreuk aan…

Met o.a. Adele, MGMT en Vampire Weekend als voormalige laureaten hebben NME en BBC al meermaals bewezen over visionaire gaven te beschikken bij het voorspellen van ‘The next big thing’. Maar de kans dat u deze zomer songs van The Big Pink vlotjes zal meefluiten op de radio lijkt ons toch erg klein te noemen.
Het feit dat The Big Pink zich inschrijft in een steeds langer wordende rij aan groepjes die de mosterd halen bij de Schotse cultband The Jesus and Mary Chain (J&MC), waardoor sommigen zelfs al volop spreken van een heuse ‘shoegazer revival’, geldt als verzachtende omstandigheid. Het is nu eenmaal bekend dat dit onderschatte genre, dat haar bloeiperiode kende begin jaren ’90 in Groot-Brittannië met My Bloody Valentine, Slowdive en Ride als voornaamste hoogtepunten, door haar veelgelaagde, galmende pedaaleffecten sound een stuk minder radiovriendelijk klinkt dan de hoekige postpunk waar groepen als pakweg Franz Ferdinand, Bloc Party en Arctic Monkeys een patent op hebben.
Een fundamenteler reden is dat The Big Pink live op geen enkel ogenblik de indruk wekte om met deze erfenis op een verfrissende manier aan de slag te gaan.
Het begon nochtans niet slecht met “Too Young To Love”. Maar waar J&MC er destijds op onovertroffen wijze in slaagde om de psychedelica van The Velvet Underground en de hemelse melodieën van The Beach Boys te transformeren tot een vernieuwend geheel dankzij een forse injectie aan feedback guitar, reverb en noise, gingen songs als “Count Backwards”, “Stop The World” en “At War With The Sun” gebukt onder de kwalen die ons vroeger definitief deden afhaken van The Smashing Pumpkins: bombastisch, drammerig en vooral… vervelend.
Enkel tijdens de knappe nieuwe single “Velvet”, die herinneringen opriep aan het oeuvre van Curve begin de jaren ’90 (en niet toevallig gemixt door Alan Moulder, getrouwd met ex-frontvrouw Toni Halliday), aan het eind van de set slaagden de elektronische arrangementen erin een nummer meer ruimte te geven in plaats van dicht te plamuren tot een eentonige geluidsbrij.

Helaas was het kalf op dat ogenblik al definitief verdronken. Na amper 8 nummers gaf The Big Pink er al de brui aan en opvallend weinig concertgangers bleken dit echt te betreuren.

Organisatie: Botanique, Brussel

Bonnie Prince Billy

Beware

Geschreven door

De laatste twee jaar geeft Bonnie Prince Billy z’n introvertie, ontroering en weemoed in een meer catchy aanpak ‘Is this the sea’ klinkt krachtiger en werd begeleid door het Schotse Harem Scarem. Ook de nieuwe plaat klinkt gevarieerd en laat een luchtige en vrolijke noot toe binnen de americana/countryrock. Inderdaad door de toevoeging van banjo, steelpedal, strijkers en blazers schemert de countryfolk meer door, die naast z’n zalvende, lichthese stem door backing vocals nog meer kleur krijgen. Luister maar eens naar “You can’t hurt me now”, “You don’t love me”, “I don’t belong to anyone”, “I am goodbye” en de titelsong.
Naast deze songs horen we innemend, ingetogen werk, dat spaarzaam wordt begeleid en nog steeds het handelsmerk vormt van songschrijver Will Oldham.
Beware balanceert tussen het nalatenschap van Cash/Parsons en gezapige folkcountry.

Mastodon

Crack the skye

Geschreven door

Ondanks het feit dat Mastodon de laatste jaren een sterke toename van naamsbekendheid heeft ervaren, had ik nog nooit een nummer gehoord van deze band. Omdat ik hun nieuwe album toegestuurd kreeg, ‘Crack The Skye’, kan ik deze lichte schande terug goed maken.
Mijn eerste indruk van Mastodon kreeg ik dus met opener “Oblivion”. Ik merkte al direct dat dit geen hapklare Metal is die snel naar binnen gaat. Nee, Mastodon brengt ons experimentele en progressieve Metal die duidelijk meerdere luisterbeurten zal nodig hebben om volledig tot zijn recht te komen. “Divinations” beukt wat meer door dan zijn voorganger en is ook een stuk harder en naar mijn mening ook beter. Misschien komt dit ook omdat ik nu al van de eerste schok bekomen ben.
Na “Quintessence”, een nummer dat wat in dezelfde lijn ligt, komen we bij “The Czar”. Met een lengte van bijna elf minuten is dit het op één na langste nummer van het album. Het nummer begint kalm en bijna hypnotiserend, tot het tij plots omslaat. Het geheel wordt een stuk heavier en nu valt het me pas op dat de zang toch wel iets mee heeft van Ozzy Osbourne. Dit is duidelijk een van de beste nummers van het album en dit nummer doet me inzien dat Mastodon best wel een goede band is.
Eigenlijk kan van heel dit album gezegd worden dat het niveau hoog ligt, dat men de muzikale grenzen verder durft te verkennen en dat men een eigen geluid probeert te creëren. Met ‘Crack The Skye’ heeft Mastodon een goede plaat afgeleverd die de fans van het genre ongetwijfeld zal tevreden stellen.

Jessica Lea Mayfield

With blasphemy so heartfelt

Geschreven door

De jonge Jessica Lea Mayfield ontpopt zich als een talentrijke singer/songschrijfster op haar tweede plaat ‘With blasphemy so heartfelt’. Ze nestelt zich ergens in de roots van Edi Brickell, Cat Power en Joan as Police Woman en geeft de americana een fikse push met haar puur oprechte en eerlijk broos klinkende pop.
Dan Auerbach van The Black Keys was onder de indruk van haar verloren gewaand debuut ‘Attack & release’ en hield woord toen hij beloofde in te staan voor haar tweede plaat. Hij nam het overgrote deel van de instrumenten op zich als gitarist, organist, pianist en drummer, samen met haar broer Dave op akoestische bas.
Een handvol songs op de plaat, “Kiss me again”, “For today”, “The one that I love best” en “I can’t lie to you, love” (met een aan Neil Young refererend solopartijtje) klinken breder en voller. De ingetogen aanpak en de sobere, spaarzame begeleiding komt aan bod in de daaropvolgende songs.
’With blasphemy so heartfelt’ opent een glansrijke carrière van een talentrijke artieste, als componiste en zangeres.

Fever Ray

Fever Ray

Geschreven door

Fever Ray: het muzikale project van Karen Dreijer Andersson, helft van het Zweedse The Knife, wisten hier door te breken met ‘Silent Shout’. Wie te vinden was voor de grillige, spannende, dreigende en koele elektronica en beats van The Knife, komt hier zeker ook aan z’n trekken, maar bij Fever Ray horen we een breder concept: een sfeervolle, warme, broeierige sound met Indiase invloeden van spaarzame melodielijnen en sluipende, slepende beats, gedragen door de hemelse, heldere en zuivere zang van Karen , die af en toe wat vervormd worden.
Fever Ray manifesteert zich ergens tussen Bel Canto, Björk, Cocteau Twins, Japan en het angstaanjagende van Massive Attack en Sunn o))). De soundscapes van “If I had a heart” en de instrumentaal afsluitende “Coconut” onderstrepen de ijzige mystiek. Het gaat dan van het onderkoelde met trage, lome beats “Triangle walks” en “Concrete walls” tot de meer toegankelijke benadering van “When I grow up”, “Now’s the only time I know” en” I’m not done”.
Fever Ray biedt huiveringwekkende songs en is live impressionant. Een sterke aanrader dus met een knipoog aan de jaren ‘80’s shows van The Residents (‘Eskimo’ – ‘The mole show’, wat trouwens een belangrijke inspiratiebron was!).

Envy

De forse kracht van Envy

Geschreven door

De loeiharde sound waarmee Amenra ons bij het betreden van de Labozaal verwelkomde, contrasteerde sterk met de desolate stilte die maandagavond heerste in de binnenstad. De groep kende recentelijk allerhande tegenslagen waaruit ze blijkbaar toch voldoende kracht geput hebben om menigmaal meer indruk te maken dan de 50 betogers die de Leuvense politie zodanig de daver op het lijf joegen dat de grote middelen werden ingezet om een aanzienlijk deel van het stadscentrum te barricaderen. Kortrijks burgervader blijkt van plan om op korte termijn enkele extra gevangenissen te bouwen, we raden hem bij deze aan om deze vijf parochianen uit te nodigen wanneer de stevigheid van die nieuwe bouwsels getest moet worden.

De Japanners van Envy begonnen in 1997 als hardcore/punk-band maar evolueerden later richting het “screamo”-subgenre binnen hardcore om uiteindelijk meer melodische en sfeervolle elementen te incorporeren en zo de stempel ‘postcore’ te krijgen. De set in het STUK bestond maandag voornamelijk uit nummers van ‘Insomniac Doze’, de ‘Abyssal’-EP en de splits met Jesu en Thursday (hun 4 laatste releases).
Voorts brachten ze ook enkele oudere nummers uit ‘A dead sinking story’ en ‘All the footprints you've ever left and fear expecting ahead’. Tetsuya Fukagawa kwam vocaal wat schraal voor de dag, maar dat willen we hem niet euvel duiden want ook hij ‘smeet’ zich als een ware kamikaze zodat we moeiteloos een (spleet)oogje dichtknepen bij de nogal monotone zang.
De set werd afgesloten met “A warm room”, een songkeuze die ons inziens geen toeval was in de aardig verhitte Labozaal. Al wie niet vertrouwd is met de muziek van Envy, raden we trouwens aan om kennis te nemen middels dit prachtige slotnummer dat - als voldoende luid gespeeld! - kippenvel oplevert van hier tot in Tokyo. Wie maandag afwezig was, heeft dus reden om de aanwezigen te benijden.

Organisatie: Stuk, Leuven

D-Tuned Festival 2009: Zu, Kong: Geslaagde comeback van onze noorderburen Kong

Geschreven door

Het Belgische Swaks opende als trio de D-Tuned avond in de Nijdrop, speelde - hoofdzakelijk instrumentale - jaren '90 noise rock, en raakten de snaar van bands als Shellac en Butthole Surfers. Met hun dreigende en logge bassen, scherpe experimentele gitaarsound en bombastische Japanse Taiko-achtige drums hadden de repetitieve nummers de sfeer van een filmische soundtrack te pakken. In hun witte kokpakjes experimenteerde Swaks met een theremin en de nodige feedback, werden ze ondersteund door een geprojecteerde collage van oorlogs- en sprookjesbeelden, en konden we beschouwen dat hun geslaagde project 'af' was.

Hey Colossus uit de UK begon hun set met luide feedback en scream vocals. Wat daarna volgde was Kyuss-achtige stonerrock met een pompende wall of sound die klonk al was het Britse 'God' terug in het leven geroepen. De songs werden aaneensluitend gespeeld, de gitaristen wisselden de zanger af met scream vocals en vaak stonden de bandleden gezamelijk met hun smoel gefocused te kijken naar de drummer links in de hoek van het podium. Naar het einde toe klonk Hey Colossus soms even traag als Earth, voerde met een meer dan vijftien minuten durend epos het publiek in trance, en sluitten ze de set af met een climax waarbij je zo aan bands als Part Chimp en Helmet kon denken.

Het instrumentale trio Zu uit Italië is na talrijke passages (oa Sonic City/De Kreun, zie review 05/04) in ons landje al lang geen onbekende meer voor de liefhebbers van het genre. Het trio stelde tijdens hun ‘Carboniferous’- tour hun recentste gelijkenamige plaat (onder Ipecac '08)
voor, en deed dit, zoals gewoonlijk, op een excellente manier. Quasi de volledige plaat werd naaldfijn gespeeld met een dynamiek alsof ze hem ter plaatse opnieuw aan het opnemen waren. Het geluid zat perfect, en kleine details vielen perfect in balans met het geheel. De percussie die Luca op zijn baritonsax tijdens Chthonian bespeelde, de hondengeblaf-samples, het virtuoze bas flageolettenspel op het einde van het bisnummer “Ostia”, het zat allemaal als gegoten. De Zu mannen werden als helden onthaald en konden live zonder een Mike Patton en King Buzzo - die de plaat mee opfleuren - perfect de boel rechthouden. Een betere Europese opwarmer voor Kong kon men in dit concept niet vinden!

Na hun split in 2000 is Kong uit Nederland toe aan hun comeback, en wat voor één! En natuurlijk speelden ze in hun gekende live opzet waarbij de vier muzikanten elk in een hoek van de zaal opgesteld staan, om een zogenaamd quadrofonisch effect te bereiken! Drumster Mandy Hopman nam plaats op het podium, speelde agressief en gebald en had vanaf de eerste minuut alle vooroordelen over vrouwelijke drumsters weggemot. Tegenover haar stond de bassist, en het enige originele bandlid, Mark Drillich aan de andere kant van de zaal, achter de PA. Aan de zijkant stonden respectievelijk gitarist Tijs Keverkamp en David Kox. Aan de setlist te zien was het overduidelijk dat het Kong te doen was om de promotie van hun
nieuwe langspeler 'What It Seems Is What You Get' (2009). "Hartstikke sneu!" zou je kunnen denken, maar dit liet echter geen al te zware domper op het showgehalte na. In het begin van de show was het duidelijk dat het publiek een dergelijke opstelling niet gewoon was. De toeschouwers stonden wat onwennig rond te kijken, en leken precies gevangen te zitten in een van Francis Bacon zijn geschilderde kooien. De invloeden van industrial, noise en dub stonden in de hoofdzakelijk nieuwere nummers van hun set op de voorgrond. “Factorum Inconstantum”, “On The Contrary”, “Toa Of Eric” en “Last Hunt” volgde 'Wonderwood' uit Earminded ('96), en vanaf “M.O.N.” van hun doorbraakplaat Plegm ('92) zat de sfeer er goed in en stopte het  publiek niet meer met dansen tot aan de laatste knaller “Stockhouse”.
Op het einde van de avond/nacht konden we concluderen dat Kong na 20 jaar ons nog steeds aangenaam kon verrassen met een zeer geslaagde comeback, desondanks dat vooral het nieuwe werk centraal stond, en er slechts een viertal songs uit de oude doos afgestoft werden. De Nederlandse experimentele scène van welleer stond begin de jaren '90 ver boven het Belgische niveau, en het was dan ook met plezier dat we onze smaakpapillen na vele jaren van kroket garnaal uit de muur en patat oorlog terug konden dompelen in deze betere Hollandse keuken. Smaakt naar meer!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

 

Daan

CD voorstelling ‘Manhay’ Daan

Geschreven door

Daan trekt momenteel het clubcircuit rond om de vijfde, nieuwe cd ‘Manhay’ voor te stellen. De titel is vernoemd naar het Waalse dorpje waar Daan naar toe ging om inspiratie op te doen en om de songs uit te schrijven. De klemtoon kwam op z’n singer/songwriterschap. De synth/electropop van ‘Victory ‘ en van het fletse, voorspelbare ‘The player’ zijn duidelijk tot een minimum beperkt. Hij deed beroep op z’n vaste kompanen Steven Jansen, Jeroen Swinnen en de bevallige drumster Isolde Lasoen.
We hoorden al enkele trailers van de songs, die een terugkeer naar de essentie van de pure popsong deden vermoeden, en die sfeervolle toetsen en piano laten doorklinken. Songwriters als Dylan, Cave , Faithfull, Gainsbourg en Cash en bands als Fleetwood Mac en REM hadden een belangvolle invloed. Op de vooravond van de te verschijnen nieuwe plaat, waren we dus uiterst benieuwd hoe deze zouden klinken.

De voorstelling van de nieuwe cd werd ter harte genomen door Daan, want ze speelden al het nieuwe materiaal. Meteen trok onze James Dean lookalike in leren jekker en met een sigaret in de hand de aandacht met de aan REM gelinkte single “Exes”, een zwierig rockende popsong. De piano en toetsen hadden een zalvende werking op “Friendly fire”en “Beauty calls collect”. “Decisions” en “The great retriever” klonken uiterst intiem en waren geënt op Daan’s pianospel. Hij stapte over naar “Woods” en “Boots”, die een intens broeierige, meeslepende opbouw hadden, onder z’n doorleefde zang.
Hecht klinkend, compact songmateriaal was de eerste indruk van deze band, die al goed op elkaar ingespeeld was. En we onderstrepen het afwisselende en gevarieerde geluid: enkele nachtburgemeestersongs à la Arno, “Brand new truth” en “Bad boy”, een sfeervol “Your eyes” en het snedig rockende “Radio silence”. Naar het eind van de set hoorden we Daan’s ‘80’s aanstekelijke, dansbare synth classics: “The player”, “Sweet designer drugs” en het obligate “Housewife”, die eerst mooi werd ingeleid op piano en Daans’s grauwe, rappende brabbelzang. Dan klonken de gitaren en drums meer door, wat een verbeten en krachtiger rocksound gaf. Ook “Crawling from the wreck”, de enige electrosong op ‘Manhay’, hielden ze doelbewust binnen dit genre.
Het broeierige “The stealing kind” en een niet te ontbreken hommage aan Johnny Cash besloten de ‘new face en sound’ van een Daan, die zich duidelijk heeft herbronnen en niet meer verder sleutelde en leuterde aan z’n onmiskenbare ‘80’s synthwave.

Wat de eindafrekening maakt van een minder vertrouwd geluid, een happy return naar het archief van ‘Profools’/’Brigde burner’ en een knipoog aan z’n Dead Man Ray periode.
‘Manhay’ is een te ontdekken plaatje en live zagen we een geoliede band, klaar voor het clubcircuit en de festivalpodia …

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Hitch

Clair Obscur

Geschreven door

Met hun vijfde album ‘Clair obscur’ heeft het Belgische trio Hitch een opmerkelijke opname afgeleverd. Dit full album werd gemixt door niemand minder dan John Congleton (Explosions in the sky, Black Moutain, The paper Chase).
Met hun eigenzinnige en vlijmscherpe indie/ post-hardcore sound doen ze ongeveer al vijftien jaar hun eigen ding. Hun energieke live optredens zijn daar de beste bewijzen van.
Deze fijne underground band heeft al heel wat ervaring in de wereld, Europa, drie maal de States en Zuid-Afrika. Zij hebben onder andere voorprogramma’s gedaan van Girls Against Boys; Trams Am; At the Drive –In, Mudhoney en ga zo maar door.
Na de uitgave van hun vierde album in 2006, ‘We are electric’ welke was opgenomen live in Zagreb Kroatië, hebben ze ook nog recent een 7inch opgenomen met hun vrienden van Amenra bij de studio’s van Vlas Vegas. In juni 2008 hebben ze dan hun vijfde plaat opgenomen die nu in februari bij Vlas Vegas is uitgebracht. Dit gebeurde samen met Hein Devos (eigenlijk zo een beetje het vierde lid van de band) en het vakkundige producers werk van John Congleton. Voor de mastering van het album zorgde niemand minder dan Alan Douches (West West Side Music, o.a. Radiohead staat op zijn palmares).
Op het album ‘Claire obscure’ vertrok het gezelschap terug naar hun basis van invloeden van My Bloody Valentine; Jesus And The Mary Chain alsook de San Diego Golf van de jaren negentig bands als Drive Like Jehu; Swings Kids enz.
Het klinkt echter niet achterhaald, integendeel ik vind het alvast fris en puur. Bijvoorbeeld de vierde track op het album, ”Choking on air “ heeft de pure energie zoals post indie rock moet klinken: verrassend, energetisch en intiem tegelijkertijd.
Ook de grafiek van het album is prachtig het weerspiegelt gewoon de sfeer van het album. Puurheid; less is more! Deze werden verzorgd door de Franse graficus Knapfla.
Te koesteren plaatje….

Meer info over Hitch : http://www.myspace.com/hitchrocks  en hun label www.vlasvegas.be

Airport City Express

Away from weathering sun

Geschreven door

Airport City Express is een band ut Luik. Ze behaalden in 2007 al een finaleplaats van het Waalse Pure Demo; bij onze Franstalige vrienden is dit alvast een puik resultaat. Hun vijf indiepop songs refereren aan het te vroeg heen gegane Orange Black en Grandaddy door de psychedelica toets en Girls In Hawaii door de lichthese zang. De groep zweert trouw aan een lofi Pavement aanpak. Dromerige, broeierige, aanstekelijk en frisse pop, die intrigeert en overtuigt. Ze debuteerden op het Jaune Orange Records
Info op http://www.collectiefjauneorange.net

Bob Dylan

Bob Dylan: Grootmeester nadrukkelijk terug van nooit weggeweest

Geschreven door

Robert Allen Zimmerman, beter bekend onder de naam Bob Dylan, mag zonder twijfel tot de allergrootste en invloedrijkste zangerliedjesschrijvers uit de muziekgeschiedenis gerekend worden. Hij maakt reeds 50 jaar muziek, heeft intussen minimaal 800 nummers geschreven, gecomponeerd en op plaat gezet, ontving diverse onderscheidingen en is winnaar van onder meer diverse Grammy Awards en in 2000 van een Oscar voor beste liedje (het beeldje heeft hij trouwens steeds mee op tournee).
Ondanks zijn leeftijd van 67 is hij ook nu nog steeds niet uit de actualiteit weg te denken. Zo maakte hij in 2006 met ‘Modern Times’ een van de beste platen uit zijn carrière, verscheen in 2007 de biografische film ‘I’m Not There’ (in de Belgische bioscoopzalen te zien in 2008), gaf hij vorig jaar opnieuw inkijk in zijn archieven via het uitstekende ‘Tell Tale Signs: The Bootleg Series Vol. 8 – Rare And Unreleased 1989-2006’ en verschijnt volgende week uit bijna het niets zijn nieuwe album ‘Together Through Life’.

Ondertussen heeft hij ook al enkele jaren een fel gesmaakt wekelijkse radioprogramma ‘Theme Time Radio Hour’ op XM Satellite Radio. Iedere aflevering is opgebouwd rond een thema, wordt door Dylan zelf samengesteld en gepresenteerd en geeft blijk van zijn onmetelijke muziekkennis.
Ook wat het toeren betreft, laat Dylan zich niet onbetuigd. Hij vindt namelijk ook nog tijd en zin om jaarlijks ongeveer 100 optredens te doen waarbij per avond uit het immens grote repertorium steeds een andere setlist gekozen wordt. Elk concert is daarbij dus even uniek als onverwacht, mede omdat de nummers andere arrangementen aangemeten kunnen krijgen. Met andere woorden, met Dylan kan er niet alleen muziek beleefd en geademd worden. Dylan belichaamt gewoonweg muziek.
Als de grootmeester dan ook een concertdatum aankondigt, vindt er steeds een vorm van volksverhuizing plaats. Het uitverkochte concert van afgelopen woensdag in Vorst Nationaal vormde op deze regel geen uitzondering. Ook nu weer bleken heel wat mannen of vrouwen hun partner, ouders hun kinderen of grootouders hun kleinkinderen te hebben meegebracht in de hoop dat zij de adoratie voor deze artiest zouden overnemen of alleszins zouden begrijpen.
En toch moet gezegd dat het bijwonen van een optreden van Dylan intussen evenveel onzekerheden kan inhouden als het beleggen op de beurs. Soms is de toeschouwer aan de winnende hand maar hij kan evengoed met een leeg gevoel achterblijven. De stem van Dylan is bij momenten meer geneuzel dan dat er sprake is van zang en zijn humeur kan dermate wisselend van aard zijn en te wensen overlaten dat dit een negatieve weerslag heeft op de kwaliteit en de bezieling van zijn podiumprestaties.
Gelukkig bleven de toeschouwers afgelopen woensdag bespaard van dit alles tijdens zijn passage in Vorst Nationaal.  

Met “The Wicked Messenger” afkomstig van het album ‘John Wesley Harding’ uit 1967 en “It's All Over Now, Baby Blue” van ‘Bringing It All Back Home’ uit 1965 kon het nog alle kanten op met het concert. Maar wanneer Dylan hierna zijn gitaar omgordde en “Man In The Long Black Coat” van ‘Oh Mercy’ uit 1989 inzette, was dit het signaal dat alles wel eens goed kon zitten. Net zoals deze door Daniel Lanois geproduceerde plaat een nieuw elan aan de carrière van Dylan gaf, voorzag ook dit nummer het optreden van een positief duwtje in de rug.
Het zou trouwens de enige keer zijn dat Dylan de gitaar bespeelde. Bij de overige nummers nam hij plaats achter zijn Korg keyboard en liet hij de rest van het instrumentarium - met uitzondering van de zo kenmerkende mondharmonica natuurlijk - over aan zijn inmiddels vaste begeleidingsgroep die getooid in donkergrijs pak (Dylan had tevens een grotere hoed en geel hemd aan) sterk en vrij ontspannen stond te spelen. Het was mooi om zien hoe Dylan op meerdere momenten met de ogen dirigeerde en Stu Kimball (elektrische en akoestische gitaar), Denny Freeman (elektrische en akoestische (slide)gitaar), Tony Garnier (basgitaar en staande bas), George Receli (drums) en Donnie Herron (pedal en lap steelgitaar, elektrische mandoline, banjo en viool) van de nodige richtlijnen voorzag. Vooral met laatstgenoemde was het contact nauw en kon er bij beide heren af en toe zowaar een glimlach af.
De klemtoon lag vooral op het album ‘Highway 61 Revisited’ uit 1965, en dit met nummers als “Desolation Row” (voorzien van staande bas), “Highway 61 Revisited” (mooie steelgitaar, crescendo gaande gitaren en een mooie rustige bluesy outro), “Ballad Of A Thin Man” (met een orgelgeluid dat deed denken aan de versie van “The House Of The Rising Sun” door The Animals) en de klassieker “Like A Rolling Stone” (te neuzelend in het begin maar naar het einde toe beter). Maar ook de recentste plaat ‘Modern Times’ was – met succes want woensdag steevast aanleiding gevend tot een hoogtepunt – sterk vertegenwoordigd met drie nummers, zijnde “Ain’t Talking” (rustig tempo, viool en vergezeld van een klankkleur die perfect zou passen in het oeuvre van Nick Cave), “Thunder On The Mountain” (lekker swingende rockabilly) en het als een tweede bis gebrachte “Spirit On The Water” (jazzy mede door de staande bas).
Verder passeerden ook “Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again” (‘Blonde On Blonde’, 1966), de ode aan de gelijknamige blueszanger ‘Blind Willie Mc Tell’ (om onbegrijpelijke redenen niet de plaat ‘Infidels’ gehaald maar gelukkig opgevist via ‘The Bootleg Series Vol. 1-3) en “I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met)” (‘Another Side Of Bob Dylan’, 1964) waarbij de mondharmonica een confrontatie met het ritme aanging, de revue.

Twee sterkere momenten noteerden we bij een rockende, van gitaarsolo’s en stevig drumwerk voorziene versie van ‘Honest With Me’ en een rustige ‘Sugar Baby’, allebei terug te vinden op ‘Love And Theft’ uit 2001.
Dylan trakteerde het publiek op drie toegiften waaronder een bij momenten rammelende en mompelende “All Along The Watchtower” (‘John Wesley Harding’, 1967). Het overbekende, helder gezongen en meer akoestische “Blowin' In The Wind” (‘The Freewheelin’ Bob Dylan’, 1963) deed deze keer dienst als afsluiter. Dylan verliet daarbij zijn vaste stek op het podium, trad naar voor om solo mondharmonica te spelen en wiegde tot erg uitbundig applaus van het publiek zelfs voorzichtig ritmisch met de heupen mee.

Na de groepsleden te hebben voorgesteld en het publiek te danken met de woorden ‘Thank You Friends’ (waarmee we meteen aangeven dat er ook ruimte werd vrijgemaakt om enkele woorden te spreken) verlieten Dylan en zijn begeleidingsgroep onder diepe buiging na twee uur het podium en trokken een figuurlijke streep onder de doortocht op Belgische bodem van de Never Ending Tour anno 2009.
Devote fans zullen na woensdag hopen dat de concertenreeks inderdaad nooit zal eindigen en vonden het concert in Vorst Nationaal ongetwijfeld uitstekend, nieuwkomers werden mede door de vrij goede zang van Dylan niet geconfronteerd met een onmogelijk hoge instapdrempel, terwijl de sceptici op basis van wat gepresenteerd werd in Vorst Nationaal, ook nu niet van hun mening zullen afwijken. Met andere woorden: Dylan heeft zijn doel bereikt door de gemoederen te blijven beroeren.
Wijzelf houden het op een blij weerzien met een eigenzinnige doch goedgeluimde Dylan en een concert variërend van bijzonder aardig tot erg goed.

Setlist:
The Wicked Messenger; It's All Over Now, Baby Blue; Man In The Long Black Coat; Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again; Blind Willie Mc Tell; Desolation Row; Honest With Me; Sugar Baby; Highway 61 Revisited; Ballad Of A Thin Man; I Don't Believe You (She Acts Like We Never Have Met); Ain't Talking; Thunder On The Mountain; Like A Rolling Stone
All Along The Watchtower; Spirit On The Water; Blowin' In The Wind

Organisatie: Live Nation

Bonnie Prince Billy

Bonnie ‘Prince’ Billy: een gezapig folkcountry/americana bandje!

Geschreven door

Palace, Palace Brothers, Bonnie ‘Prince’ Billy en Will Oldham, synoniemen en namen voor een man die muzikaal z’n verhaal van levenservaringen en emoties prijs geeft in introvertie, ontroering en weemoed. Hij trad op met Matt Sweeney op het Cactusfestival (2005) en sloeg ons met verstomming toen hij solo, twee jaar terug, te zien was in Le Grand Mix (Tourcoing) en Ancienne Belgique; een intens pakkend, huiveringwekkend en magistraal solo-optreden was dat, waar hij z’n uitgebreide catalogus afgaspelde!
Bonnie ‘Prince’Billy houdt er de vaart in om cd’s uit te brengen. De melancholische americana bard/singer/songwriter verbaasde vorig jaar met de bredere en krachtiger aanpak op ‘Is this the sea’; hij liet zich begeleiden door het Schotse Harem Scarem. En ook op het recente ‘Beware’ klinkt het allemaal iets luchtiger, vrolijker en catchy; door de vioolpartijen, steelpedal, banjo en harmonium schemert de countryfolk wat meer door, onder z’n lichthese, zalvende zachte stem.

Vanavond was hij te zien met de band, die net instond voor de ‘Beware’ plaat, waarbij de klemtoon kwam op het recente materiaal, maar enkele bloedmooie songs van mans innemend, ingetogen werk werden niet vergeten.
We hoorden een gevarieerde set van ruim anderhalf uur binnen die folkcountry/americana: de gestileerde en krachtige rootsrock op “You don’t love me” (gelinkt aan Presley’s “Marie’s the name”), de folky poprock van “Strange from of life” en “After I made love to you” en het afsluitende broeierige “I am goodbye”, die samen met “Just to see my holly home (uit ‘Ease down the road’) één van de hoogtepunten vormde; ze stonden moeiteloos naast o.a. het adembenemende “Death to everyone” (uit ‘I see a darkness’) en het sfeervolle “Big friday”. Het was leuk om aan te zien hoe iedereen zich op het podium amuseerde: een enthousiast spelende band en een grapjes vertellende en licht dansende Oldham. Hij werd vocaal bijgestaan door violiste Cheyenne Mize, die met haar indringende, heldere Emmylou Harris stem een mooi aanwinst was en elan gaf op songs als “I don’t belong to anyone”, “Won’t ask again en “You won’t that picture” (uit ‘Lie down the light’). En ook Susanna was van weerwoord tijdens de bis in het intieme “Spite of ourselves”.

Bonnie ‘Prince’ Billy balanceerde van het singer/songwriterschap van Johnny Cash/Gram Parsons naar de aanpak van een gezapig folkcountry bandje … Een ‘Beware this only friend’- mentality …

Support was Susanna Wallumrod. Op piano liet ze haar sfeervolle songs spaarzaam begeleiden met een gitarist en een drummer. Ergens tussen Tori Amos en Joan As Police Women te situeren, waarbij haar heldere stem soms neigde naar een Loreena McKennitt gehalte. Mooi leek alvast de liefdesverklaring tussen Oldham en haar, toen Badfinger’s “I can’t live without you” werd ingezet …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Virgins

The Virgins

Geschreven door

Het Amerikaanse The Virgins uit NY weten op aantrekkelijke wijze postpunk en indie te mengen in catchy poprock. De tien songs op de plaat refereren aan de punky attitude van The Jam, de ‘80’s van Talking Heads, Haircut 100, Prebaf Sprout en Aztec Camera. En trouwens, ze hebben een Strokes lookalike en sound.
Inderdaad, de band maakt een potpourri van deze verschillende invloedssferen tot een overtuigend geheel. “Rich girls”, “Murder” en “Hey hey girl” zijn in te lijsten nummers. Fris, aanstekelijk en groovy, alles zit erin om een verhoopte doorbraak te verzekeren …

The Prodigy

Invaders must die

Geschreven door

Het Britse The Prodigy had z’n roemrijke periode in the ‘90’s met platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’. “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Een hardcore rave sound van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder die vlijmscherpe schreeuwerige zegraps van Flint.
En dan was de inspiratie zoek en leek het liedje uitgezongen voor Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim en Keith Flint (uitgangsbord van de band); de comeback van ‘Always outnumberd, never outgunned’ was een tegenvaller: weinig beklijvende, opzwepend en dynamisch boeiende songs + stuurloze, chaotische livegigs.
’Invaders must die’ brengt het er voorlopig beter van af en keert deels terug naar hun vroegere avontuurlijke dance sound, met songs als “Omen, “ Warrior’s dance”, “Run with the wolves”, “Worlds on fire” en de titelsong. Het afsluitende “stand up” klinkt mainstream, is het meest toegankelijke nummer en refereert aan het oude werk van Primal Scream en The Shamen. Kortom, ‘Invaders must die’ is een halfgeslaagde missie tot eerherstel van deze Britse raverockers.

Alela Diane

To be still

Geschreven door

Het gaat de vrouwelijke singer/songschrijfster Alela Diane voor de wind. Op anderhalf jaar tijd weet ze twee innemende, boeiende cd’s uit te brengen, waarvan het materiaal sterk ondersteund wordt door haar fluwelen heldere, emotievolle stem. Ze beschikt binnen deze nieuwe freefolkstijl, nu neofolk genaamd, over een trouwe fanshare. Haar dromerige weemoedige sound lijkt wel kampvuurmuziek, tussen droom en nostalgie, die huiselijkheid, bij het knetterende haardvuur, en een ‘hey ho’ samenhorigheid uitstralen.
De tweede cd ‘To be still’, volgt ‘The pirate’s gospel’ op en klinkt lichtvoetig en kleurrijker dan het sober gehouden debuut. Ze komt door de bredere aanpak zelfs in de buurt van de americana/countryrock van Emmylou Harris, één van de iconen van deze 25 jarige zangeres. Sfeervolle folkpop dus, waarbij het akoestische gitaarspel en haar vocals centraal staan, maar elegant en gepast worden ondersteund door banjo, fiddle en viool. Ook de vrouwelijke backing vocals geven zeggingskracht. Haar pa stond in voor een evenwichtige productie van het gevarieerde songmateriaal, van het broeierige “White as diamond”, “My brambles” en “Tattoed lace” tot het innemende van “Dry grass & shadow”, “Age old blue”, “Take us back” en “The older tree”.
’To be still’ bevat heerlijk gevoelige muziek, misschien minder pakkend dan op het debuut, maar nog altijd van het gehalte van gezelligheid, waar het ‘em tot slot om draait bij deze muziekstijl …

Pagina 466 van 504