logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15612 Items)

The Musical Box

The Musical Box Performs Genesis: een nog steeds prima functionerende teletijdmachine

Geschreven door

Nauwelijks een jaar na ‘Foxtrot’ bracht Genesis in 1973 het al even indrukwekkende ‘Selling England By The Pound’ uit. Dit album kan - net als haar voorganger - niet enkel als één van de hoogtepunten uit de artistieke carrière van de groep beschouwd worden maar mag zelfs tot één van de absolute meesterwerken uit de geschiedenis van de progressieve en symfonische rock gerekend worden.
De kwaliteit van de epische songs kwam ook tijdens de daarop aansluitende tour duidelijk naar voor, niet in het minst omdat Genesis een nieuwe dimensie wilde geven aan het begrip rockconcert en via een kruisbestuiving tussen muziek en theater een – zeker voor die tijd - schitterend spektakel bracht.
Genesis startte de ‘Selling England By The Pound’ tour in september 1973 met enkele concerten in Europa waarna men ook naar de VS en naar Canada ging om nadien in januari tot midden februari 1974 opnieuw enkele bijkomende voorstellingen in Europa te geven (waaronder eentje in Brussel). Deze concerten staan bekend als de ‘White Shows’. Vanaf maart tot mei 1974 voegde Genesis ook nog eens een aantal shows toe in de VS en Canada maar zij veranderden daarbij heel wat aan het visuele aspect ervan. Zo kwamen er bijvoorbeeld zwarte gordijnen, twee grote ronde projectieschermen en alle instrumenten en accessoires werden zwart geschilderd. Deze voorstellingen, de zogenaamde ‘Black Shows’, werden nooit in Europa gebracht en er bestaan ook slechts enkele foto’s van.
Toen eind vorig jaar werd aangekondigd dat Genesis na 15 jaar opnieuw op tournee zou gaan, werd door de fans van de ‘vroege Genesis’ (de periode dat Peter Gabriel nog deel uitmaakte van de groep) gehoopt dat dit in de topbezetting zou zijn, namelijk: Tony Banks, Phil Collins, Peter Gabriel, Steve Hackett en Mike Rutherford. Maar al snel werd duidelijk dat de droom geen werkelijkheid zou worden want zowel Peter Gabriel als Steve Hackett haakten af, allebei om de officiële reden dat zij al een overdruk programma af te werken hadden.

Gelukkig is er ook nog de Canadese groep The Musical Box die zich sinds halfweg de jaren ‘90 toelegt op het met minutieuze precisie nabootsen en -spelen van concerten die Genesis begin de jaren ’70 gaf. En dat dit tot in de kleinste details gebeurt, getuigt het feit dat élke noot, élke beweging, élke make-up, maskers, kostuums en élke projectie of lichtshow wordt gekopieerd. Er wordt daarbij zelfs gebruik gemaakt van originele stukken (zoals de geprojecteerde dia’s) die zij als enige via een officiële licentie mogen gebruiken van Genesis en Peter Gabriel. Zelfs de verhaaltjes die Peter Gabriel als bindtekst tussen de nummers vertelde, worden door de zanger Denis Gagné woord voor woord nagesproken (in Brussel weliswaar in het Frans).
The Musical Box is dus veel meer dan een gewone covergroep en wil het publiek via een virtuele teletijdmachine dertig jaar terug in de tijd slingeren en daarbij de illusie wekken dat zij de echte Genesis te zien en te horen krijgen. Afgelopen zaterdag toen ze in het Koninklijk Circus de voormelde legendarische ‘Black Show’ van de ‘Selling England By The Pound’ tour brachten, trokken ze alle registers open om in hun opzet te slagen.
Op de tonen van de mellotron bespeeld door David Myers werd in aanvankelijke volle duisternis geopend met “Watcher Of The Skies” afkomstig uit het ‘Foxtrot’ album. Terwijl alle andere groepsleden in een wit kostuum getooid waren, was zanger Denis Gagné gehuld in een lange cape voorzien van vleermuisvleugels. Zijn ogen waren omringd door fluorescerende make-up en keken de toeschouwers indringend toe, terwijl op de grote ronde schermen ook nog eens ogen werden geprojecteerd die zijn voorbeeld leken te volgen.
Bij “Dancing With The Moonlit Knight” dat gaat over het mythologische verleden van Engeland, verscheen Denis Gagné op het podium met een ridderhelm op het hoofd en met een borstplaat met daarop de afbeelding van de Union Jack.
Vervolgens werd na het vertellen van een aangepaste versie van het Romeo en Julia verhaal, “The Cinema Show” ingezet met een harmonieus gitaargeluid waarbij een draaiende glitterbal verlicht door twee lampen, het Koninklijk Circus voorzag van een intieme sfeer.
“I Know What I Like (In Your Wardrobe)” werd via een verhaal over de vijf rivieren opgevolgd door het prachtig gespeelde “Firth Of Fifth” waarbij een klassiek aandoende piano intro onder meer werd aangevuld met dwarsfluit en een lange gitaarsolo van François Gagnon. Nadien kwam ‘The Musical Box’, een surrealistische song handelend over dood, reïncarnatie en lust uit ‘Nursery Cryme’ (1971), aan de beurt.
Volgend op “Horizons”, een kort instrumentaal stukje uit ‘Foxtrot’ dat solo gespeeld werd door François Gagnon, werd onder luid applaus “The Battle Of Epping Forest”, ingezet. Bij dit nummer werd niet alleen erg knap gemusiceerd maar het werd ook expressief uitgebeeld.
Een meer dan 20 minuten uitgevoerde versie van “Supper’s Ready”, het afsluitende nummer van ‘Foxtrot’, vormde het orgelpunt van de set door onder meer de klank van drie simultane gitaren, waaronder een authentieke Rickenbacker double neck (bass en een semi-akoestische gitaar) bespeeld door Sébastian Lamothe. Ook werd hier opnieuw voorzien in een visueel mooi spektakel omdat Denis Gagné – een constante gedurende het volledige concert trouwens - geregeld van kleding wisselde, zoals het bekende bloemenmasker en het fluorescerende rode geometrische masker.
De échte Genesis hield er van om af te sluiten met “Supper’s Ready” maar in enkele shows werd ‘The Knife’ uit het album Trespass (1970) als toegift gebracht. Ook The Musical Box deed dit in Brussel. Het meest rockende nummer uit de Peter Gabriel periode slaagde er ook nu weer in om via een krachtige riff, doeltreffend keyboard, zware bas, dwarsfluit en een aldoor goede drumpartij van Gregg Bendian een publiekslieveling te zijn.

Was het nu 1974 of 2007? Als toeschouwer kan men best voor zichzelf uitmaken in welke mate men zich laat meeslepen door het spektakel van The Musical Box maar een concert van deze Canadezen is voor al wie houdt van Genesis, en in de eerste plaats van het meer arty deel van hun discografie, alsook voor iedere liefhebber die progressieve en symfonische rock een warm hart toedraagt, een sterke aanrader.
We geven alvast mee dat The Musical Box volgend jaar opnieuw naar België zou komen, en meer bepaald op 11 en 12 oktober. Zij brengen dan respectievelijk in Luik (Le Forum) en Brussel (Koninklijk Circus) een voorstelling van de ‘A Trick Of The Tail’ tour.

Het voorprogramma werd overigens verzorgd door het Italiaanse The Watch, die hun nieuwe album ‘Primitive’ kwamen voorstellen en die, afgaande op hun groepsgeluid, duidelijk óók zijn beïnvloed door de vroege Genesis.

Setlist:
Watcher Of The Skies, Dancing With The Moonlit Knight, The Cinema Show
I Know What I Like (In Your Wardrobe), Firth Of Fifth, The Musical Box, Horizons, The Battle Of Epping Forest, Supper's Ready, The Knife

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Wolf Eyes

De Halloweentocht van het Amerikaanse Wolf Eyes

Geschreven door

De dreigende, onheilspellende dronenoise van Wolf Eyes en hun support acts nodigden uit om de Halloweentochten te eindigen in de Kreun. De opwarmers waren Hellvete en Bear Bones, Lay Low, twee éénmansprojecten die na een klein half uur samen opereerden.

In de voetsporen van Pan Sonic hoorden we van Bear Bones, Lay Low een geluidsterreur van dreunende, donkere neurotische soundscapes, traag, monotoon, repeterend, een helle-tocht in de leefwereld van deze jonge gast. Het huiveringwekkend elektronisch tapijt vulde hij aan met gitaardwarrels en – distortion door de pedaaleffects, onder z’n zweverig, galmende, op het achterplan gedrukte zang.
Hellvete zorgde voor een apocalyptische soundtrack door een overstuurd experimenterende gitaarsound en een repetitief opbouwend drumritme. De sound kronkelde zich daadwerkelijk in de aderen om zich meester te maken van het menselijk brein. Stephen King kon likkebaarden.

Het Amerikaanse trio Wolf Eyes, al tien jaar bezig, ging nog een stapje verder. Hun angstaanjagende, extreme sound dreef ons terug naar de ‘80’s “Horror Movies” van The Bollock Brothers, de ‘80’s noise-elektronica van Swans, (‘Filth’, ‘Cop’ en ‘Greed’),  de gitaarnoise van Sonic Youth, Steve Albini’s Big Black en Rollins Black Flag, en tenslotte het experiment van de onvolprezen Godflesh, God, en Pain Teens.
Een meeslepende sound van breed, uitgesponnen songs  waarvan hun wolfsogen en -klauwen de trommelvliezen pijnigden: een elektronica terreur van hoge sonar geluiden, lome beats en ritmes, een lage, ronkende éénsnarige bas, een vervormde, op hol geslagen sax, en distortion, fuzz en noise door de pedaaleffecten, in een golf van krijsende vocodervocals.

Kortom, Wolf Eyes: indrukwekkend, angstaanjagend en oorverdovend …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Joss Stone

Joss Stone made our night beautiful

Geschreven door

Een avondje soulpop werd ingeleid door Something Sally, een kwartet van fijngevoelige poprock en soul. De groep heeft momenteel een EP uit en liet een duidelijk signaal na, dat we nog van hen zullen horen…

Het Britse soulwonder en mooi ogende jongedame Joss Stone speelde, een klein anderhalf uur lang, warme, sfeervolle, broeierige en freakende soulpop, onder haar helder overtuigende en hemels, zalvende pakkende stem; het is op zich een wonder, om op zo’n jonge leeftijd zo’n doorleefde stem te hebben.

Joss Stone, in witte avondjurk én op blote voeten, werd vergezeld door een mooi uitgedoste band, waaronder een blazersectie, toetsen, piano, en backing vocalisten, die haar aangename en frisse sound elan gaven, met een vleugje gospel, jazz en hiphop. Joss was een vriendelijke, goedlachse jonge dame, die gretig inging op de reacties van het publiek en onder de indruk was van de respons van haar heupwiegende fans. Haar decor van ‘Love & Music’ was soms één sterrenhemel of hartendiefjes. Leuk, ontspannend en romantisch. Black music door een jonge blanke dame met een gouden stem, die niet als een Amy Winehouse bezig was: koele en afstandelijk haar set afgaspelen, om dan nog maar niet te spreken over haar drank- en drugprobleem…
De klemtoon kwam op de recente derde cd ‘Introducing Joss Stone ‘. Bepaalde nummers van de cd werden uitgesponnen of kregen wat meer groove: opener “Girls”, they won’t believe it”, “Baby, baby, baby” en afsluiter “Tell me ‘bout it”. In de sfeervolle songs als “Music” en “Tell me what we’re gonna do now” bewees ze andermaal over welke gouden stem ze beschikte! Ouder werk was er met de subtiel uitgewerkte “Super duper love”, “Fell in love with a boy”, en een dansbare “You had me”, die swingend de set besloot ; De ‘OohOoh’ werden zachtjes door het publiek meegezongen.
In de bis speelde ze eerst een nieuwe song, dan gooide ze bloemetjes in het publiek en ze sloot definitief af  met “Right to be wrong” en een reprise van “Tell me what…do now”, gekoppeld aan Bob Marleys “No Woman No Cry”. Schitterend!

Joss Stone: ‘she made our night beautiful’ en …dit was recht evenredig
Lieftallige groeten,

Organisatie: Live Nation

Arcade Fire

Arcade Fire lost schulden af

Geschreven door

Na het onovertroffen ‘Funeral’ uit 2004 en de fraaie opvolger ‘Neon Bible’ werd dit voorjaar door pers en publiek opnieuw halsreikend uitgekeken naar de live doortocht van het zevenkoppige pastorale popgezelschap Arcade Fire. Tot ontgoocheling van menigeen moest een groot deel van de Europese tournee, inclusief het geplande concert in de Hallen van Schaarbeek, echter worden afgelast vanwege problemen met de weerspannige sinussen van frontman Win Butler. De groep zou vervolgens op het afgelopen Pukkelpop festival haar gemiste rentree voor het Belgische publiek goedmaken, maar daar stak de krakkemikkige geluidsweergave op het hoofdpodium vakkundig een stokje voor. Na twee gemiste kansen was het dus erop of eronder voor de Canadezen in een goed gevuld doch niet uitverkocht Vorst Nationaal.

Het publiek werd alvast opgewarmd door een zwarte TV predikante die vanop het projectiescherm alle geboden uit de ‘Neon Bible’ de zaal in schreeuwde en pas de mond werd gesnoerd toen het 10 man sterke Arcade Fire orkest het rode tapijt betrad. Zichtbaar gebrand op een revanche, liet de groep niets aan het toeval over door meteen twee up-tempo radiohits de zaal in te vuren: “Keep The Car Running” en een lang  uitgesponnen versie van de recente single “No Cars Go”. Beiden zijn perfecte orkestrale popnummers waarbij Butler’s stem dit keer wel tot vol ornaat kwam en live extra werden ingekleurd door toevoeging van twee strijkers en twee blazers. Na het furieuze “Neighborhood #2 (Laïka)” uit het memorabele debuut ‘Funeral’ dreigde de delicate geluidsbalans de groep toch eventjes in de steek te laten; het gitzwarte “Black Mirror” werd ontsierd door heen-en-weer gevloek van Win Butler met de geluidsman, terwijl tijdens het tweeledige opus “Black Wave/Bad Vibrations” de vocals van Régine Chassagne nagenoeg verloren gingen in de geluidsbrij. De groep herpakte zich daarna wonderwel tijdens een aantal intimistische nummers waarvan wij vooral “Ocean of Noise” onthouden. De leden van Arcade Fire staan tijdens hun optredens niet bepaald bekend als vlotte praters, maar Butler moest tussendoor toch even zijn sociaal engagement kwijt. De frontman bedankte het publiek voor hun ‘vrijwillige’ donatie van €1 per ticket aan Partners in Health, een ideale inleider trouwens voor het anti-Amerikaans getinte ‘Antichrist Television Blues’.
Het eerste deel van de set werd afgesloten met een stomende versie van het inmiddels klassieke en luidkeels meegezongen “Rebellion (Lies)”, waarna de groep voor één bisronde uit de coulissen terug keerde. Uiteraard mocht “Intervention” hier niet ontbreken, en alsof het klaarwakkere publiek daar nog een boodschap aan had, werd het oudere “Wake up” als laatste encore de zaal ingevuurd.

Slotsom: derde keer, goede keer voor Arcade Fire, een band die is uitgegroeid van een speelse spontane bende ten tijde van hun optreden in het Koninklijk Circus ruim twee jaar terug tot een meer introverte wereldgroep met bijhorende wereldsongs anno 2007.

Organisatie: Live Nation

Postscriptum

Prophet: deny

Geschreven door

Postscriptum is een Scandinavische kwartet, die nog maar een kleine twee jaar bezig is en potentieel bezit om door te breken. Hun melodieuze gitaarpoprock op het debuut ‘Prophet: deny’ klinkt vaardig, zwierig en to the point, en er is voldoende ruimte voor enkele ingetogen, sfeervolle songs. De groep bezit de kunst om popsongs te schrijven. De songs zijn mooi uitgebalanceerd en subtiel opgebouwd.  Luister maar eens naar  “Garbage man”, “This is dynamite” en “East of Egypt” …ergens tussen Bowie, Kane en het oude David Sylvian. 
De plaat kan bijzonder hoog scoren en …verdient die kans.

Info op www.postscriptum.no

Trafficjam

Alternative Hardness II

Geschreven door

Trafficjam is afkomstig uit het West-Vlaamse Wingene en doet het plattelandsdorpje duidelijk verbleken met hun strakke, harde rockmetal, gehaald uit bands als Channel Zero, Faith No More, System Of A Down en Therapy?: snedige gitaarlicks, een groovy bas en opzwepende drums, onder diverse tempowisselingen en screamvocals. Een vleugje synthi geeft kleur aan die melodieuze, uptempo gebalde sound.
Het kwartet heeft na jarenlang werken hun eerste EP uit van zes afwisselende songs, die een goede songstructuur hebben, puur en oprecht klinken en de titel ‘Alternative Hardness’ alle eer aandoen!

Info : www.trafficjam.be

Magnum

Princess Alice And The Broken Arrow

Geschreven door

Deze Britse band draait al mee van midden de jaren zeventig en kende in 2001 een heuse comeback. Vele fans van het eerste uur waren toen erg ontgoocheld. Magnum was wel terug maar de band had ook zijn sound grondig gemoderniseerd. Met dit nieuwe album keert de band echter deels terug naar hun oude geluid uit hun meest succesvolste periode. Zo is het artwork van de albumcover opnieuw gecreëerd door fantasie artiest Rodney Matthews. Terwijl ook de albumtitel lijkt te verwijzen naar een song ("Broken Arrow") uit hun meest gewaardeerde plaat  'On A Storyteller's Night'.
De fans zullen blij zijn met dit dertiende studioalbum, dat ook qua stijl meer de richting uitgaat van wat zanger Bob Catley de laatste jaren solo uitbracht. Krachtige melodieuze rockers en een volumineuze dosis ballads sieren 'Princess Alice….'. Alle songs werden geschreven door gitarist Tony Clarkin die met zijn typische gitaarriffs verantwoordelijk is voor de identiteit van de band. Bob Catley's stem is iets heser geworden maar deze ouwe rot zingt nog steeds vol emotie. De beste songs staan in het eerste deel van het album, waarna het album naar het einde toe wat aan kracht verliest.
Los van alle stijltrends zijn deze rockdinosauriërs erin geslaagd een oerdegelijk Melodic rockalbum uit te brengen, dat vooral moet dienen om het trouwe Magnum fanclubje te plezieren. De Limited Edition heeft ook nog een leuke bonus DVD met een 45 minuten durende documentaire over het maken van ‘Princess Alice And The Broken Arrow’.

Mystic Prophecy

Satanic Curses

Geschreven door

Het in 2000 ontstane Mystic Prophecy bestaat uit een combinatie van Griekse en Duitse bandleden. Dat dit de reden is voor de hoge variëteit in dit nieuwe album ‘Satanic Curses’ is niet onwaarschijnlijk. Beide landen kennen schitterende powermetalbands en de Duitsers kunnen Thrashen als geen ander!
De hoes van ‘Satanic Curses’ geeft niet bepaald blijk van een grote originaliteit. Ik verwachtte dan ook een groot aantal clichés wanneer ik de CD in mijn lader stopte. Grotendeels kreeg ik gelijk bij het beluisteren van het album. De clichés worden niet geschuwd. Laat dit echter geen probleem vormen. De variatie waarmee de nummers gebracht worden, zorgen ervoor dat je de kans niet krijgt om je eraan te ergeren. Wie echter niet power-metalminded is, moet er niet aan beginnen. De thrash-invloeden zullen u wellicht niet overtuigen om het album uit te luisteren.
Mystic Prophecy brengt met ‘Satanic Curses’ een krachtig en duister powermetal-album. Muzikaal krijgen we stevige en pompende riffs afgewisseld met snijdende gitaarsolo’s (vb. “Evil of Destruction”). De dubbele bass van Mathias Straub (Sacred Steel), die overigens erg strak drumt, draagt sterk toe aan de kracht van de nummers. Ten gepaste tijde wordt het tempo teruggeschroefd en krijgen we melodieuze midtempo power-metal te horen (vb. “Demons Blood”). De combinatie met de hoge vocals, van de uitstekend zingende Liapakis, klinkt uitstekend, ook al bevat het een hoog clichégehalte.
De nummers lenen zich uitstekend tot een geweldige avond vol vermaak op een live-optreden. Tussen de hevige thrash-riffs, waarop hevig geheadbanged kan worden, zijn heel wat meezingbare refreinen te horen. Ook al geeft de band een duidelijke hint in de aankondiging van “Satanic Curses”, dat ze geen gelijkenissen vertonen met “Hammerfall” (“No falling hammers. This is ass-kicking Metal to the max!”), toch doen een aantal sing-along stukken mij denken aan Hammerfall. Zij het dan in een krachtigere variant (vb.: “We Will Survive”).
Na de reguliere nummers, krijgen we ook nog een cover te horen van het Black Sabbath nummer bij uitstek “Paranoid”. Helaas komt dit nummer niet echt over. De charismatische vocals van Ozzy die dit nummer de gepaste touch geven, worden hier bijlange niet geëvenaard. Technisch wordt er aardig gezongen, maar het gevoel ontbreekt.
Wie zich afvroeg of de band na het vertrek van Gus G. (Firewind) en Dennis Ekdahl (Raise Hell) overeind zou blijven, krijgt hier meteen een muzikaal antwoord. Mystic Prophecy slaat nog steeds in als een bom en brengt met ‘Satanic Curses’ een stevig album met heel wat variatie.

Babyshambles

Shotters Nation

Geschreven door

Pete Doherty is op zijn zachtst gezegd een veelbesproken figuur omwille van zijn overmatig druggebruik, zijn afwezigheid op de helft van de aangekondigde Baby Shambles optredens, zijn talrijke verblijfjes in de Britse gevangenissen en, last but not least, zijn aan en af relatie met professionele pannenlat Kate Moss. Een mens zou haast vergeten dat diezelfde Doherty  toch vooral een talentvol kereltje is die met The Libertines en met toenmalige copain Carl Barat twee fantastische platen heeft gemaakt. Ook ‘Down in Albion’, het debuut van Baby Shambles, was in al zijn slordigheid een fijne kopstoot van een album. Pete Doherty is in de eerste plaats een geweldig songschrijver, ook al komt ie om geheel andere redenen om de haverklap in de media opduiken, en op deze ‘Shotters Nation’ heeft hij terug een handvol puike songs bijeengeschreven.
Pete is deze keer niet in zee gegaan met Clash goeroe Mick Jones wiens werk er eigenlijk gewoon uit bestond om Doherty volledig zijn gang te laten gaan, wat resulteerde in de sympathieke slordigheid van het Baby Shambles en eerder al het Libertines geluid. De songs op dit nieuwe album klinken iets voller en afgewerkter, maar het blijven natuurlijk typische Doherty kindjes , wat wil zeggen dat de ze alweer even rechtuit als spontaan klinken. Doherty speelt en zingt uit de losse pols een hoop knappe songs alsof hij ze ter plekke heeft uitgevonden, of het nu de gedreven single “Delivery” is of een ingetogen pareltje als “Last art of murder”, het heeft schijnbaar allemaal weinig moeite gekost om het uit zijn mouw te schudden. De onvolmaaktheid is nu net weer de beste troef van dit plaatje. Perfectie is niet aan Doherty besteed, gelukkig maar. Perfectie, dat is iets voor Pink Floyd, dat is verveling en heeft niks met rock’n’roll te maken.
Je mag denken van Doherty wat je wil, voor ons maakt hij welgemeende rock’n’roll plaatjes met een ziel. Zijn turbulente leven en de affaire met visgraat Kate Moss fungeerden alleen maar als de juiste voedingsbodem voor deze verzameling bruisende songs. Laat hem gerust zo verder doen.

Beirut

The flying club cup

Geschreven door

Beirut is de beloftevolle band rondom de talentvolle singer/songwriter Zach Condon, uit Albuquerque, New Mexico. Hij plaatst zich meteen naast een Bright Eyes van Conor Oberst qua songschrijven. Onder z’n even melancholisch  dwarrelende stem, brengt hij verschillende culturen samen van zigeunermuziek uit de Balkan, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop.
‘Gulag Orkestar’ was het debuut van eind vorig jaar. Hij heeft dus al snel een opvolgerklaar, ‘The flying club cup’ - de titel verwijst naar een tijdens de opnamesessies opgehangen foto uit 1910 met daarop een naast de Eifeltoren opstijgende luchtballon – die mooi uitgebalanceerd klinkt en iets minder speels, doch behoudt door het divers, minder alledaags instrumentarium als draaiorgel, accordeon, piano, toetsen, viool en blazersectie, een smaakvolle, frisse aanpak. De foto was alvast de muzikale inspiratiebron, want Condon haalde een pak elementen van Franse chansonniers als Aznavour, Hardy en zelfs een Jacques Brel: “Nantes”, “Cliquot”, “Forks & Knives (la fête)”, “Un dernier verre pour la route” en “Cherbourg”.
Elke song van de plaat staat er duidelijk en onderstreept een schitterende carrière voor deze jonge Amerikaan! Intrigerende plaat.
 Concerten op 14.11 Bota en 16.11 GrandMix

Underworld

Oblivion with bells

Geschreven door

De nieuwe cd ‘Oblivion with bells’ van het Britse Underworld maakt de cirkel rond met hun opzienbarend doorbraakalbum ‘DubNoBassWithMyHeadMan’ uit (’94). Dit is niet geheel onverwacht, want de vorige cd ‘A hundred days off’’ ( ook al vijf jaar terug), greep al ten dele terug naar deze plaat.
Karl Hyde en Rick Smith hebben elf songs klaar, waaronder vier instrumentals als aangename ambient soundscapes: “To heal”, “Glam bucket”, “Cuddle bunny” en “Good morning cockerel”.
De acht songs intrigeren door de opbouwende trancegerichte beats, die af en toe forser klinken, een vleugje psychedelica, Indiase invloeden en dubby basses. Boeiend. Per beluistering winnen deze songs aan zeggingskracht: “Crocodile”, “Ring road” en “Boy, boy, boy”.
‘Oblivion with bells’ is een loungy plaat, heeft een sfeervol, dromerig karakter en leunt  weinig aan de huidige ontwikkelingen binnen de dance, pop en retro acid, en wordt ondersteund door de uiterst beheerste vocoder vocals van Karl Hyde.
De cd wordt door verschillende mensen als flauw aanzien; toegegeven, door het uitblijven van verrassingen,  zal ‘Oblivion with bells’ geen nieuwe zielen winnen, toch is en blijft hun sound zalvend uniek!

Handsome Furs

Plague Park

Geschreven door

Handsome Furs is het Canadese duo/koppel Dan Boeckner (maakt ook deel uit van Wolf Parade) en Alexie Perry. ‘Plague Park’, vernoemd naar de slachtoffers van de pestplaag in 1710 die begraven liggen in het Plague Park te Helsinki, is een weemoedige, gevoelige plaat, die rammelende lofi, vervlogen gitaargetokkel en een vleugje wave door rudimentaire, repetitieve beats van keyboards en een drumcomputer bevat. De zweverige zang van Boeckner heeft iets mee van een ‘downe’ Beck.
De sound klinkt broeierig, dromerig, maar evenzeer door de rauwe aanpak grillig. Op die manier is er sprake van een voldoende afwisselend geluid: van de sfeervolle  “Buidings with jaws, clammy..”, The singer will be called outside” naar de grillige opbouw van “I sit outside with the radar” en “Spitting golden seeds: the iron brothers”, of van de ‘80’s wave van “…Swung our arms like satellites” en “…He hates his babies most of  alll” naar de dosis experiment op “ Fresh from the city drifts through the parking lot…” .
Handsome Furs mag zich door z’n muzikale stijl plaatsen naast ‘underground’ duo’s als The Kills, The Fiery Furnaces en Joe Gideon & The Shark.

Editors

Editors kwam, zag en …overwon

Geschreven door

Het zag er aan te komen dat het Britse kwartet uit Birmingham, Editors, in het najaar definitief zouden doorbreken. Een signaal en een prik kreeg het publiek al op Pukkelpop: een korte stevige set, vol overgave, die hun tweede cd ‘An end has a start’ ondersteunde.

Editors kwam , zag en … overwon; ze speelden een verbluffende, overweldigende set. Ze tekenden voor een definitieve doorbraak na Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs en The Killers. We zagen hen vorig jaar steeds groter worden, zonder dat ze inboeten aan dynamiek en speelplezier. De muzikale ervaring van het eindeloos touren heeft z’n vruchten afgeleverd in een uitverkochte Hallen. Als een Kim Gevaert wonnen ze de 100m sprint!
Het enthousiaste publiek zag meteen een sterk op elkaar ingespeelde en geoliede band op “Lights”, “Bones”, “Bullets”, “An end has a start” en “Blood”, frisse Britwaverocksongs, met een sprankelend, snedig gitaarspel, een strakke, opzwepende drums en een diepe bas, onder de helder, overtuigende zang van Tom Smith. Hij ontpopte zich als een podiumbeest, liet z’n gitaar afzien, kon bekkentrekken, sprong op z’n piano en zorgde voor een feestje, door aanhoudend het publiek te betrekken bij de songs.
Alles lukte, de sound, de set, de respons … Dit was koekenbak in de Hallen! Wijlen Ian Curtis keek toe en zag dat het goed was. Editors kreeg z’n zegen. De  broeierige “Escape the nest”, “All sparks” en “Banging heads” (nieuwe song) volgden. Na dit helse tempo, waren er enkele sfeervolle songs: “Let your good heart” (tweede nieuw nummer) en “When anger shows” kregen  kleur door het pianospel van Smith en mans krachtige stem.. Ze bouwden de set terug op en gingen naar een climax met bedreven versies  van “Spiders” en “Munich”. Op “The racing rats” sprong Smith op z’n piano, speelde een paar snedige gitaarakkoorden, overzag z’n fans en kreeg een uitgelaten menigte te horen.
Editors stond garant voor een krachtige, stevige en intense set van een uur, waarbij ze ons trakteerden op een drietal songs in de bis: twee oudjes “You are fading” en “Fingers in the factories” (steevast te horen) en niet te vergeten “Smokers outside the hospital doors”; de groep werd letterlijk op handen gedragen.

Het optreden van deze beloftevolle band stond qua sound en uitstraling in het geheugen gegrift.

Support acts: de indiepop van The Boxer Rebellion,  die bands als Radiohead en The Verve verwerkte. Spannende gitaarpoprock met een dreigende opbouw en een zweverige zang. Het Amerikaanse kwartet onderscheidde zich.
Het Deense The Kissaway Trail volgde. Dit vijftal bracht in het voorjaar al een verrassende overtuigende titelloze plaat uit: mooi uitgebouwde dynamische, frisse en bezwerende gitaarpoprock., ergens het onvolprezen The Music, ‘90’s Britse bands The Pale Saints en The Wedding Present door de spanningsopbouw en het vleugje distortion en fuzz, de postrock van Mogwai, en de psychedelica van Mercury Rev. Te onthouden!

Organisatie: Live Nation

Praga Khan

Praga Khan ‘Frame by Frame, where art meet technology Tour

Geschreven door

Na de grensverleggende theatertournees ‘Code Red’ en ‘The next dimension’ heeft Praga Khan, onder Maurice Engelen en Olivier Adams, een jaar in stilte gewerkt aan deze ‘Frame by Frame, where art meets technology’. Ze maken er een vaste gewoonte van, wat hen op die manier een nieuw publiek bezorgt.

Het electropopduo stelde in deze derde vernieuwende show een combinatie van muziek, dans, choreografie en hoogtechnologische snufjes voor. De Praga Khan songs werden in een nieuw jasje gestopt en klonken sfeervoller door een instrumentarium van harp, viool, ambient soundscapes en trancegerichte beats die af en toe krachtiger klonken: van “Visions & Imagination”, “Keep the dream alive”, “Dreamcatcher”, naar “Right or Wrong”, “Lonely”, “Breakfast in Vegas” (in een aparte versie door drum’n bass en elektronicablokjes), “Tausend sterne” en de traditionele handwuivende afsluiter “Power of the flower”.
’Frame by Frame’ is in een regie van Bart Walter en is de realisatie van een futuristisch liefdesverhaal. Het is de combinatie van kunst en technologie, inventiviteit en creativiteit, die hand in hand gaan in een interactief spektakel van muziek en beeld: performers en dansers gaan een duel aan met elkaars projectiebeeld, een drijvende violiste, een playstation game gevecht, de Praga walk, een ballet van twee in fluor gedrenkte lichamen, een dans act met een nieuw soort lichtgevende draden, steltlopers gekleed in een voorhistorisch vispak, 3D- projecties, visuals en een show rond zanger Praga als virtueel personage, die per voorstelling zal worden uitgebreid.
Vóór de aanvang zag je op het plafond naast een paar zwevende bloemen een paar interessante teksten geprojecteerd als: art – technology – design – flexibility – evolution – communication. In de pauze waren teksten als “Imagination is what our furture will be”, “Connecting talents, worlds, media en people” en “Freedom of choice, knowledge & creation” te zien.

’Frame by Frame, where art meet technology’ verweefde de Praga Kahn sound met de nieuwste technologieën, in een verhaallijn en een show, die concert, choreografie en film samenbrengen. Een stap als nieuwe trend in de showbusiness…

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Arno

Arno beschikt over voldoende ‘Jus (de Box)’

Geschreven door

Arno is in ons landje een enorm gerespecteerd man, hij is al tot Ridder geslagen en slaagde erin, na reeds twee uitverkochte concerten in de AB, enkele try outs en een intense festivalzomer, Vorst Nationaal uit te verkopen. Samen met z’n band beschikte hij over de juiste hoeveelheid ‘jus (de box)’ om aanstekelijke, frisse en ingetogen funkende rock te spelen en om de kaart van ambiance en meezinggehalte te trekken. Hij is nog maar weinig wilde grijze haren kwijt en speelt met de Franse en Engelse taal.

Als een volwassen of pensioengerechtigd T.C. Matic trok het vijftal fel van leer met pittige, strakke en venijnige songs: “Enleve ta langue” en “From zero to hero” (van de nieuwe cd), “Tomber du ciel”, “Lonesome zorro” en “Mourir à plusieurs”. “Comme à Ostend” liet een kermiscarroussel horen, en na de nachtkamermuziek “Lola”, bepaald door piano en gitaargetokkel, klonk het gezelschap dynamisch en doorleefd op “No Job”, “Meet the freaks” en “I’m not into hop” en “Ratata”. Het was zelfs zo dat Arno na de ingetogen, pakkende songs  “Reviens Marie” en “Les yeux de ma mère” - die kippenvelmomenten opleverden -,   enkele oudjes van T.C. Matic speelde als “l’Union fait la force”, “Que passa”, en “With you”, ruim twintig jaar na datum nog steeds overeind.
Dat was de aanzet naar een grootse finale met een ‘best of’  als “Mon sissoyen”, “Bathroom singer”, “Ooh lala” en uitgesponnen versies van “Putain Putain” en “Les filles du bord de la mer” in de bis…als we nu niet ons volkslied kennen!
”Je veux nager” en een verplichte kus, op z’n Johannes Paulus de II, van Arno besloot definitief de overtuigende set.

Het Gentse duo Madensuyu opende de avond: een muzikaal spanningsveld, diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen van twee instrumenten, oerkreten, schreeuwzang en een melodieuze zang: van rustig, sfeervol, tot stevig, scherp en repetitief opbouwend. Ergens tussen Mogwai, The Pixies, Sonic Youth en Vandal X. “Suck on more to come”, ”Papa bear”, “Sugar on”, “No why no wow”, “Share a lot” en “Fxx fxx”! Hun avontuurlijk spannende en energieke sound verkreeg voldoende respons.

Organisatie : Live Nation

Les Rita Mitsouko

Les Rita Mitsouko: cabaresque Dresden Dolls pop

Geschreven door

Les Rita Mitsouko is het Franse duo Cathérine Ringer en Frédéric Chichin. Ze onderscheiden zich als een Dresden Dolls avant la lettre. Hun composities zijn een bonte mengeling van poprock, wave en dance, waarin een vleugje jazz en hiphop is verwerkt, en een punky attitude en cabaresque sfeer uitademen. Songs als “Marcia Baila” en “Andy” zijn uitermate gekend en kwamen live aan bod in de bis.

Het gezelschap moest het doen zonder medecomponist Chichin, die ziek te bed lag. Doch Cathérine vond in de jonge leadgitarist een goede kompaan. Ze was niet uit haar lood te slaan: ze animeerde het publiek als een ‘routinier’ mimespeelster en cabaretier, sprak ze aan in gebroken Vlaams en bedankte hen hoffelijk.
De set vatte aan met “l’Ami ennemi”, één van de sterkste songs van de huidige plaat ‘Variéty’, die vijf jaar op zich liet wachten. De klemtoon kwam in het eerste deel op de huidige plaat. Cathérine stapte vocaal moeiteloos over van Frans naar Engels, als op “ Communic heart (“Communiqueur d’amour”)” en “Rendez vous avec moi-même” , die kleur kregen door venijnige gitaarlicks en mondharmonica. “Live In Las Vegas” was theatrale kost en “C’est comme ça” een eerste terugblik naar de ‘80’s.
Het vijftal speelde een afwisselende set: een intieme “Terminal beauty” verwees naar Edith Piaf, een swingende “Ding ding dong (ringing at your bell)” (wat een hitpotentie!), een broeierige “Berceuse”, een sfeervolle “Même si” en de pianoballad “Chanson d’A”.
“My love is bad” was de aanzet van een ‘best of’’ met o.a. het rockende “Red sails” en de freakende “Under my thumb” van The Rolling Stones en “Histoire d’A”.

Ze werden sterk ontvangen en trakteerden ons na anderhalf uur in de bis op “Paris” en de dansbaar funkende “Andy” en “Marcia Baila”, waarmee het Franse gezelschap bewees nog springlevend te werk te gaan met hun cabaresque pop! Wat een fijne reünie!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Sonic City Festival 2007: zondag 21 oktober

Geschreven door

Op zondag 21 oktober traden volgende bands op: Ignatz, De Portables, Gomm, Dirty Projectors, Numbers en Deerhoof.

We vatten deze tweede dag aan met het Franse Gomm, die we eerder dit jaar al een fijne set zagen spelen op het Dourfestival. Hun combinatie van weirdo postpunk, noiserock, electropop en psychedelica klonk boeiend en intrigerend, was opzwepend, en onderging diverse tempowisselingen, ondersteund door de op elkaar afgestemde man – vrouw zang. Een mooie spanningsopbouw en explosies. De vitaliteit en de gepassioneerde, sensuele zang van Marie hadden iets mee van Polly Harvey en Debbie Harry. Er werd rijkelijk geput uit de nieuwe cd ‘4’: “Don’t take a chance”, “Good sides” en “It’s not easy”, overtuigende Engelstalige songs in een typisch Frans accentje.

Het eigenzinnige The Dirty Projectors, onder Dave Longstreth, is al een kleine zeven jaar bezig. Longstreth leek een op hol geslagen David Byrne. Het kwartet speelde enerzijds subtiele engelenpop door de samenzang van twee hemelse vrouwenstemmen en de vocale capriolen van Longstreth, anderzijds klonken ze  rauw rammelend (lofi inslag) met tegendraadse ritmes, onverwachtse wendingen en noisy uitbarstingen. Muzikaal een rijkelijk gevarieerde en avontuurlijke dromerige of een grimmige, ongrijpbare sound.

Numbers
, uit San Francisco, klonk binnen het rijtje van het festival het meest toegankelijk. Invloeden uit de ‘70’s  doorleefde gitaarrock, indierock en ‘90’s psychedelica deed het trio denken aan een potige kruisbestuiving van Cheap trick, Yo La Tengo en Spacemen 3. De sound overheerste - door het messcherpe gitaarspel en de Moog synths - de onvaste, hemelse zang van de drumster.

Tenslotte Deerhoof, ook uit San Francisco, die het tweedaags festival besloot, balanceerde tussen breekbare pop en avant garde. De dromerige, sfeervolle songs worden bepaald door repetitief opbouwende gitaarlijnen en strakke drums, waarbij het drietal onverwachts fors en krachtig uithaalde met rauwe noise. Deze contrasten maakten Deerhoof  uniek, ergens tussen Stereolab, Blonde Redhead, Electrelane, Shellac en Pavement.
Duidelijk was dat het sterk op elkaar ingespeelde drietal, onder de frêle vocals van de enthousiaste kleine zangeres Satomi Matsuzaki, live harder en scherper klonk.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk (ism met Hitch)

The Young Gods

Super Ready/Fragmenté

Geschreven door

In 2006 verscheen van het Zwitserse trio al een mooi overzicht van hun twintigjarig oeuvre. The Young Gods, onder zanger Franz Treichler, waren samen met Swans en Einstürzende Neubauten de basis van de industrial, door hun elektronicasounds. Trouwens, zonder hen was er geen sprake van de huidige sliert industrial/waverock/gothic bands.
Het Young Gods recept blijft uniek: dwarrelende elektronica, een strakke en opzwepende percussie en een dosis voorgeprogrammeerde metalgitaarloops, bepaald door de Frans/Engelse galmende, declamerende schreeuw/zegzang van Treichler.
De songs hebben een dreigende, onheilspelende spanning, er zijn de slepende ritmes, de onverwachtse wendingen en er is een vleugje psychedelica.
Huiveringwekkend. Luister maar eens naar opener  “I’m the drug”, “C’est quoi c’est ça”, “El magnifico”, “Secret”, “Everywhere”, “Un point c’est tout” en de titelsong, die zomaar eventjes negen minuten duurt! Oosterse sitargeluidjes horen we op “Stay with us”  en het meest ingehouden klinken ze op “About time” en “The color code”. Een fijne afwisseling.
The Young Gods gaan scherp en inventief te werk. Uitgeblust zijn ze dus zeker nog niet! Integendeel, ze bewijzen nogmaals een gevestigde waarde te zijn.

Peeping Tom

Music Swop Shop

Geschreven door

Het Australische Peeping Tom, niet te verwarren met Mike Pattons Peeping Tom!, heeft op hun tweede plaat ‘Music Swop Shop,  acht lange stukken van tracks klaar, die één lange trip vormen van ‘90’s stonerrock, als Kyuss, QOSA, Fu Manchu en The Masters Of Reality; ze geven deze sound elan door de ‘70’s retrorock van Jimi Hendrickx. Af en toe is er een blazerpartij, wat het geheel nog kleurrijker en aantrekkelijker doet klinken. Het kwartet speelt een meeslepende en energieke sound, die eigenlijk nog het nauwst aanleunt op het onvolprezen Mother Tongue. Verbazingwekkend…verbijsterend, met prachtige gitaar- en drumsoli; een goed geoliede band, die perfect op elkaar is afgestemd!
Maar ze hebben een ware slijtageslag geleverd voor dit tweede album door de onderlinge interne strijd over de muzikale koers. De lofbetuigingen ten spijt, is de band in Australië al begonnen aan z’n afscheidstournee.

Monstertux

During Daytime

Geschreven door
Monstertux is een Nederlandse Indie Rock band uit Leeuwarden die wij mochten ontdekken toen ze openden voor progrock-reus Marillion in mei van dit jaar te Rijsel. Deze gozers wisten ons toen erg aangenaam te verrassen met een leuke set vol broeierige gitaarsongs. Vooral de openingssong die de band toen speelde was indrukwekkend maar helaas is deze song niet terug te vinden op deze EP. 'During Daytime' klinkt niet bijster origineel. De band loopt erg hoog op met de Belgische band Deus en als je luistert naar "Am I?" weet je meteen waarom. Deze sympathieke band heeft ook een toetseniste in haar gelederen die op een zeer dynamische wijze zorgt voor een perfect gedoseerd keyboardgeluid dat vooral tot doel heeft de gitaarsongs wat extra in te kleuren. Aan de stem van zanger Sjoerd (ja de mannen komen uit Friesland!) moest ik in eerste instantie toch wat wennen. Sterk tegenvallend is het experimentele "Quiet Clear", maar erg warm klinkt dan weer de afsluiter "Sleep My Love". Een song die overgaat in een Sigur Ros-achtige 'Reprise'. Dit 'During Daytime' is een mooi werkstuk maar net iets te wisselvallig om van begin tot eind te blijven boeien.

 


Svartsot

Ravnenes Saga

Geschreven door

Hoewel ik naast metal ook een voorliefde koester voor heel wat folkriedeltjes, kan de combinatie van beiden mij meestal niet volledig bekoren. Al te vaak worden overdreven hoempapa-stukken gecombineerd met donkere metal. Het contrast brengt mij meestal een geforceerd gevoel. Gelukkig zijn er ook bands die aandacht hebben voor het geheel! Svartsot is hiervan een uitstekend voorbeeld.
Hun debuut-CD ‘Ravnenes Saga’ opent sterk met een krachtige melodische metalriff, die na een halve minuut een extra sfeervolle touch krijgt, door een ingetogen sfeervol fluitlijn. De fluitlijn die Lewis hier op “Gravollet” brengt ondersteund de muziek zeer goed en draagt bij tot een zeer aangename sfeer. Het ingetogen riedeltje klinkt zo aangenaam dat het al snel in mijn hoofd gebrand zat. Het sterke “Gravollet” zet meteen de toon voor de rest van het album. Wie het eerste nummer al bewonderenswaardig vindt, zal met deze CD aangename tijden beleven.
Ondanks de diepe death-grunts van “Gnudtzmann”, klinkt het geheel toch niet overdreven gewelddadig. Zowel de melodieën als de folk-instrumenten zorgen ervoor dat ‘Ravnenes Saga’ een erg aangename CD is om te beluisteren. Op geen enkel moment in de CD kan ik een minpunt opmerken. De folkinvloeden zijn niet voortdurend aanwezig en vormen eerder een ondersteuning voor het geheel, wat ervoor zorgt dat er geen overdaad bereikt wordt.
Aan afwisseling is er zeker ook geen gebrek. Het zwaardere “Nidvisen” klinkt stukken agressiever maar wordt opnieuw vrolijk ondersteunt door de fluit. “Jotunheims Faerden” start dan weer met een aardige combinatie van de mandoline en het fluitje om vervolgens los te barsten in een krachtige riff, waarbij de folkinvloeden weggelaten worden tot in het refrein. Dit nummer kan ongetwijfeld als één van de hoogtepunten van het album worden beschouwd. Het geheel zit erg sterk in elkaar, de folkinvloeden worden op tijd achterwege gelaten en op tijd terug bovengehaald. Bovendien creëert het refrein een gelegenheid om volop mee te brullen.
Ondanks de grote variatie tussen de nummers, wordt ons met ‘Ravneness Saga’ een erg sterke en samenhangende CD aangeboden, waarin enkel hoogtepunten te bekennen zijn. De fluitriedeltjes die ten gepaste tijde de muziek aanvullen zorgen voor een lijn in het album. Verder wordt het folkgedeelte bij momenten aangevuld met een mandoline (het ingetogen “Hedens Dotre”) en een ‘bodhran’ wat een aangename variatie teweegbrengt. Daarnaast brengen enkele toegevoegde elementen zoals het kraaien van raven tussen “Tvende Ravne” en “Nidvisen”. Kortom dit is folkmetal om u tegen te zeggen! Ik ben er zeker van dat deze band heel wat metalheads die niet aan folkmetal zijn toch zal kunnen bekoren.

Tof weetje: Alle teksten zijn gezongen in het Deens en laat dit nu een erg aangename taal zijn om te horen in een krachtige metalsong. Wie toch graag weet over wat er gezongen wordt, moet het niet verder zoeken dan verhalen over bier, stoere vechtpartijen en vrouwen. De titel verwijst dan ook naar ‘Hugin’ en ‘Munin’, de twee raven van Odin.

Pagina 493 van 504