logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (13 Items)

Daddy Was Wrong

Motorcycle Maniac

Geschreven door

Daddy Was Wrong is een Vlaamse band met een hart voor oldschool hardrock. In 2016 brachten ze al eens een EP uit en de nieuwe release, ‘Motorcycle Maniac’, is opnieuw een EP.
De vijf nummers volgen nagenoeg hetzelfde recept van heel klassieke hardrock, die pittig wordt gebracht. Muzikaal is het allemaal voorspelbaar, maar dat kan dit genre wel hebben. Je voelt de liefde voor het genre en je merkt aan alles dat deze ervaren muzikanten met veel plezier en enthousiasme in deze band zitten.
Over de productie en mix valt wel wat te zeggen. Vooral de zang komt niet goed uit de verf. Waar Danny op concerten de aandachtsmagneet is, is dat bij de opnames veel minder het geval. In de lyrics missen we al eens een vlot meebrulbaar refrein, wat toch essentieel is voor dit genre. Beste track van deze korte EP is voor mij “To Hell And Back” (geen cover van Venom of Sabaton), met het nummer “Motorcycle Maniac” op een dichte tweede stek.
Daddy Was Wrong sluit aan op een lange traditie van verdienstelijke Vlaamse hardrockbands met onder meer Albert’s Bastards, Southern Voodoo, Fat Bastard en Barrel Smoke.

https://music.youtube.com/watch?v=OnPswXwFc38&list=OLAK5uy_ndm8qd5SYgJy8685zRRpwwL53lI2H07R0

Grandaddy

Sumday: Excess baggage

Geschreven door

De Californische band Grandaddy had in de jaren 90 reeds kort na hun ontstaan een vrije grote hit met “A.M. 180”. De song werd veel in de Afrekening van StuBru gedraaid en hij verscheen daarnaast ook in series ( o.a. op BBC) etc… Na een hiatus in de jaren 2000 zijn ze al terug een tiental jaren actief. Ze brachten in 2017 zelfs een nieuw album uit, waarna helaas in datzelfde jaar Garcia overleed ten gevolge van een beroerte.
‘Sumday: Excess Baggage’ is niet echt een nieuw album maar een verzameling van b-sides opgenomen in 2003 ten tijde bij het maken van het album ‘Sumday’. Het album ‘Sumday’  is al eerder in een geremasterde versie verschenen dit jaar samen met een EP ‘The Cassette Demos’. Bij het horen van songs die naast het album waren gevallen of b-sides besloot men die te verzamelen. Vooral omdat de band zelf vindt dat dit album nog altijd het beste staat voor wie ze zijn.
Muzikaal zit er niet zoveel verschil tussen deze songs en de songs die op ‘Sumday’ indertijd verschenen. Ze zitten in dezelfde vibe en groove. Het grootste verschil is het feit dat deze songs niet zo afgewerkt en geproducet zijn. Dat is interessant om te horen hoe ze waarschijnlijk in de repetitieruimte klinken vooraleer ze een studio intrekken.
Een goed voorbeeld is de opener “My Little Skateboarding Problem”. Een sfeervolle opener die goed opgebouwd werd maar waar geen zang op voorzien werd. Nu is het een interessante instrumentale track geworden die mitst productie en wat zang zelfs single potentie zou kunnen hebben. Een heerlijk dromerig liedje.
Bij sommige nummers hoor je dat ze op de opnameknop drukken wat maakt dat je je erg betrokken voelt. Sommige nummers klinken organischer dan die op hun studio albums en o.m. “Derek Spears” doet in de verte, qua vibe en inkleuring, wat aan Eels denken. Verder komen we ook enkele mooie en goed uitgewerkte songs tegen die heel afgewerkt klinken zoals “The Town Where i’m Living Now”, “Running Cable at Shiva’s ” en “Gettin’ Jipped”. Een aantal andere tracks klinken dan weer iets meer basic en rudimentair.

Wie fan is van Grandaddy en de band beter kent dan van die ene hit, of wie de plaat ‘Sumday’ liggen heeft, zal dit zeker weten te waarderen. Er zit hier waardevol en aangenaam materiaal tussen. Het is zeker geen verzameling van losse ideeën en halfslachtige songs geworden. Het geeft een goed beeld van wie Grandaddy is.

Even voorstellen – Grandaddy – Sumday, the cassette demos (musiczine.net)

Daddy Long Legs (USA)

Daddy Long Legs - Finaal murw gebeukt

Geschreven door

Daddy Long Legs - Finaal murw gebeukt

Het was weer feest in l'Aéronef dankzij mijn favoriete rhythm & blues rockers, Daddy Long Legs, maar eerst kregen we nog het losbandige duo, Les Deuxluxes, voor de voeten geworpen.
Het tweetal uit Montréal verscheen in een outfit die zeker niet zou misstaan op het Kamping Kitsch Club festival en had er duidelijk heel veel zin in. De af en toe flink met haar derrière schuddende zangeres Anna Frances Meyer had twee basgitaren meegebracht, waaronder een Flying V, waarop ze gewoon gitaar speelde.
Haar copain, de van een indrukwekkende knevel voorziene Étienne Barry, speelde ook gitaar en ramde met zijn voeten voortdurend een snare en een kickdrum. Het zag er erg rock-'n-roll uit en de twee deden er ook alles aan opdat het ook zo zou klinken maar dat wou nooit echt lukken.
Aan inzet geen gebrek en mijn sympathie hadden ze zelfs meteen maar de nummers en eigenlijk ook de sound klonken te mager om langer dan een paar minuten bij te blijven.
Daar kon een song waarbij Meyer een dwarsfluit tevoorschijn toverde of een Stooges cover (“Loose”) niets aan veranderen.
Qua entertainment viel dit zeker mee, maar hun tweede en meest recente plaat ‘Lighter fluid’, die volledig live werd opgenomen in een 19e eeuwse kerk, zou ik toch niet meteen aanbevelen. Binnenkort krijgen ze nog een herkansing op Roots & Roses.

Ik zag Daddy Long Legs precies één maand voor de lockdown in l'Abattoir in Lillers, een excentrieke kroeg waar de muzikanten na het optreden een glas champagne krijgen aangeboden. Toen al was duidelijk dat een bijzonder ambitieuze Brian Hurd liever in Lille dan in Lillers had gespeeld. Die hoge ambities moeten tijdens de covid periode een flinke knauw hebben gekregen en het was dan ook de vraag of de groep deze moeilijke periode zonder kleerscheuren doorstaan had. Het antwoord hierop kan niet anders dan positief zijn want na het einde van de coronabeperkingen begon Daddy Long Legs als een bezetene te touren en verscheen er een nieuwe plaat die geproducet werd door Oakley Munson (Black Lips) en waarop gastrollen zijn weggelegd voor John Sebastian (The Lovin' Spoonful) en Wreckless Eric.
‘Street sermons’ is zeker een knappe plaat geworden maar misschien net niet dwingend genoeg. Dat laatste kon absoluut niet gezegd worden over hun optreden in l'Aéronef, integendeel. Vanaf de eerste seconden werden we bij ons nekvel gegrepen en die klemvaste greep werd niet meer gelost tot de allerlaatste noot was uitgestorven.
Op het podium wordt Daddy Long Legs tegenwoordig bijgestaan door een vierde man, pianist Dave Klein, iets wat de sound wat voller laat klinken en tevens voor een extra stem zorgt tijdens de vaak samen gezongen nummers. Op ‘Street sermons’ speelt producer Oakley Munson piano en dat beviel Brian Hurd zo goed dat hij er live absoluut een toetsenist bij wou.
Daddy Long Legs mocht dan al een nieuwe plaat komen voorstellen, de oude nummers werden zeker niet vergeten en er werden zelfs enkele bijna vergeten parels van onder het stof gehaald. De set werd furieus geopend met "Dead and gone" en meteen werd duidelijk dat Daddy Long Legs scherper stond dan ooit.
Vier individuen die perfect op elkaar zijn ingespeeld en aan een setlist absoluut geen boodschap hadden. Murat Aktürk die zijn gitaar onontkoombaar liet swingen en zich niet uit het lood liet slaan door vervelende kabelproblemen. Drummer extraordinaire Josh Styles, magiër met de maracas die hij soms gewoon als drumstick gebruikte. Nieuwe man Dave Klein, die er angstvallig voor zorgde dat zijn vetkuif in de juiste plooi lag, viel misschien wat minder op maar paste toch perfect in het plaatje. En dan was er uiteraard nog Mister Daddy Long Legs himself: een fenomenale frontman voorzien van een onvermoeibare rasp. De bluesman van de groep die zijn resonator gitaar delicieus bepotelde en verwoestend uithaalde op zijn mondharmonica. Dat hij een meester is op dat laatste instrument, waarvan hij er een ganse koffer vol bijhad, is nu ook officieel want Brian Hurd kreeg onlangs een endorsement deal van Hohner Harmonicas, iets wat alle grote harmonicahelden op zak hebben en waar hij sinds de geboorte van Daddy Long Legs altijd op aasde.
Van de nieuwe nummers onthoud ik vooral "Nightmare" waarvan de gezongen intro gejat lijkt van het vermaledijde "Sugar baby love" van The Rubettes en dat ondanks de donkere tekst ongelooflijk uitbundig klonk en dat in pure glamrock stijl.
"Street sermon" kon bogen op een onvervalste chain gang sound en met "Rockin' my boogie" werd nog eens een blik ouderwetse rock-'n-roll opengetrokken.
De zaal kwam helemaal tot het kookpunt toen Brian Hurd tijdens "Evil eye" net als Mozes met een handbeweging het publiek liet splijten zodat hij door de zaal kon wandelen.
Afsluiter werd "Motorcycle madness", op verzoek van een motorcycle madman uit het volk, waarin Hurd op een indrukwekkende wijze het geluid van een brullende motor op zijn mondharmonica imiteerde terwijl er voor hem een kolkende moshpit ontstond.
Finaal werden we murw gebeukt met een uitgebreide bisronde. "Death train blues", waarin Hurd dit keer een denderende trein op zijn bluesharp kon nabootsen, gevolgd door het lang niet meer gehoorde "Big road blues" om te eindigen met een weergaloze versie van "Fire and brimstone". Die laatste song, origineel van Link Wray, zag ik reeds door talloze groepen gecoverd worden maar wat Daddy Long Legs er hier van maakte overtrof alles.
Live staat Daddy Long Legs op een eenzame hoogte en wie dat wil checken kan dat nog op zondag 4 juni tijdens Goezot in 't Hofke (Oud-Turnhout).

Organisatie: Aéronef, Lille

Grandaddy

Grandaddy & The Lost Machine Orchestra - Unieke orkestrale indie beleving

Geschreven door

Grandaddy & The Lost Machine Orchestra - Unieke orkestrale indie beleving

Grandaddy is met The Lost Machine Orchestra op tour om quasi integraal de doorbreekplaat ‘The Sophtware Slump’ te brengen in een unieke interpretatie. Door de cultstatus van de band was De Roma dan ook al snel uitverkocht. Door de herinterpretatie van de spacey indie rock-muziek beloofde het concert dus qua beleving uniek te zijn.

De Noord-Ierse singer-songwriter Malojian die al heeft samengewerkt met Grandaddy was mee als support act. Wat samengeperst tussen Grandaddy’s orkestopstelling bracht hij voorzichtig zijn eigen Ierse folk voor een tot dus dan beperkt publiek. Zijn tweede “Walking Away Singing A Love Song” was al veel interessanter dan zijn opener. Helaas waren zijn bindteksten quasi onverstaanbaar en naarmate zijn set vorderde was hij door het pratend publiek al helemaal niet meer te volgen. “Communion Girls” was een interessante referentie naar de Ierse Troubles maar daar ook verloren veel mensen de aandacht. Met een laatste poging probeerde Malojian op z’n Neil Youngs “Crease of Your Smile” en “Julie Ann” met mondharmonica te brengen, maar het mocht niet baten…

Zo eenvoudig het voorprogramma was, zo groots was dan de hoofdact. De twaalfkoppige band kwam op kousenvoeten de setting op en zette zeer rustig “Sarah 5646766” in. Even later nam ook Jason Lytle onder enthousiast gejoel zijn plaats in om het nummer af te sluiten. Het volle geluid van de blazers, strijkers en de percussie zorgde voor een beklijvende versie van het emotioneel beladen “He's Simple, He's Dumb, He's the Pilot”. Tijdens “Hewlett's Daughter”, een hoogtepunt, kreeg het ensemble ook het publiek mee als koor die gewillig de lyrics meezong.
Het onmisbare opzwepende “The Crystal Lake” kwam al vroeg aan bod en kreeg door de blazers net dat tikkeltje extra mee. Grandaddy slaagt er live moeiteloos in om een thematische symbiose te vormen tussen technologie en landschappen. Zo was het naturalisme in “Underneath the Weeping Willow” en het modernisme in “Broken Household Appliance National Forest” in een quasi perfecte balans. Als een zeer bescheiden dirigent hield Jason Lytle de touwtjes strak in handen waardoor de bedeesde orkestleden hem vaak aankeken.
Halfweg het concert was ‘Jed the humanoid’ in verschillende aaneensluitende poëtische en spacey nummers de ietwat noodlottige hoofdrolspeler. Met onder andere nog het onheilspellende “Miner at the Dial-a-View”, waar Lytle zichtbaar aan het genieten was, en de wrange ballad in “So You'll Aim Toward the Sky” kregen we zowat het meeste te horen van ‘The Sophtware Slump’.
Gelukkig werden we verder verwend met een opborrelende versie van “Lost on Yer Merry Way” en een pakkende “Saddest Vacant Lot in All the World”. “This Is the Part” leidde Lytle in met een persoonlijke anekdote over een echtscheiding en het zichzelf heruitvinden. Helaas miste hij daar net wat vlotheid om het publiek mee te krijgen.
In de uitgebreide encore slot hij en zijn kompanen rustig af met het nieuwe “Happy Little Kid”.
Eerlijk geven we toe dat de beleving van deze Grandaddy & The Lost Machine helemaal niet te vergelijken valt met het opgenomen materiaal. De subtiele elektronische DIY-toetsen werden vervangen door omvangrijke orkestgeluiden. Ook ontbraken enkele favorietjes die we heel graag live hadden gehoord. Toch genoot het publiek intens dat bij momenten ook gretig meezong en enthousiast het ensemble bedankte.

Setlist
Sarah 5646766 - He's Simple, He's Dumb, He's the Pilot - Hewlett's Daughter - The Crystal Lake - Chartsengrafs - Underneath the Weeping Willow - Broken Household Appliance National Forest - Jed the Humanoid / Jed's Other Poem (Beautiful Ground) / Jeddy 3's Poem / Jed the 4th - Miner at the Dial-a-View - So You'll Aim Toward the Sky - E. Knievel Interlude (The Perils of Keeping It Real) - Lost on Yer Merry Way - Saddest Vacant Lot in All the World - This Is the Part -
Encore
The Go in the Go-For-It - The Warming Sun - A Lost Machine - Happy Little Kid

Organisatie: De Roma, Antwerpen

The Whodads

Spook!

Geschreven door

We hebben meer dan 20 jaar moeten wachten op een nieuwe release van The Whodads.
‘Spook!’ borduurt voort op hun ‘Sahara’ uit 1999 (dat opnieuw uitgebracht wordt), met filmtunes en een liefde voor bigbandarrangementen. “Springtime For Hitler” is een te korte mix tussen een ska-ritme en een bigband. “A Shot In The Dark” is een typische Amerikaanse bigband-soundtrack-killer uit de jaren ’50 of ’60, met nog een paar knappe solo’s voor de blazers. “Joanna” heeft de allure van een trage, rokerige jazz-standard uit de oude doos. Titeltrack “Spook!” is ook al een tegelplakker en mengt een rockabillygitaartje met heel veel bigband.
Er zit zoveel talent in deze band dat ze elkaar soms voor de voeten lopen. Dat moet de band bekopen op “Banzai Pipeline”, waarop zoveel tegelijk gebeurt dat je als luisteraar het spoor verliest. Ook in excelleren kan overdaad schaden. Op dit album krijgt “Joanna” nog een tweede bewerking met dan weer mellow latin ska, en ook dat jasje past deze knappe dame perfect. Deze ‘Spook!’ is een blij weerzien met één van de leukste en interessantste bands van Vlaanderen.

Daddy Long Legs

Daddy Long Legs - Infectieuze blues

Geschreven door

Twee jaar geleden waren ze al eens in de 4AD, toen samen met de Idiots. Aan die laatsten hebben ze geen al te beste herinneringen want de groep rond Luc Dufourmont probeerde hen toen te intimideren (zowel fysiek als verbaal) en deed zo haar naam alle eer aan, vernamen we nu.

Dit keer mocht Daddy Long Legs het podium delen met een heel wat vredelievendere groep, Chicken Head, de zoveelste reïncarnatie van Marino Noppe. Met Maxwell Street zag ik Noppe tig keren (vooral in de jaren ‘80) aan het werk en dat waren telkens feestjes vol bezieling. Na al die jaren is hij die begeestering nog steeds niet kwijt, zo bleek. Dit keer liet hij zich bijstaan door drummer Rik Vannevel, bassist Danny Degheldere en leadgitarist Dries Pottevijn. Een goed geoliede band die ons vooral bevlogen Chicago blues bracht waarin de gitaren van Noppe en Pottevijn om beurten mochten soleren.
Enkele raak gekozen covers van vermoedelijk Luther Snake Boy Johnson, Johnny Copeland en Joe Louis Walker (die laatste mocht hij ooit begeleiden) lieten de temperatuur enkele graden stijgen maar het was toch vooral dat ene ingetogen nummer, waarin het gitaargeweld wat luwde en zijn verweerde, roestbruine stem het meest tot zijn recht kwam, dat me kippenvel bezorgde. Maar ook met de lang uitgesponnen afsluiter “On the road again” (Canned Heat), aangekondigd als een nieuw, nog onafgewerkt nummer, wisten Noppe en kompanen zichzelf te overtreffen.

Er lijkt toch wel wat veranderd bij Daddy Long Legs sinds de vorige keer. Zo brachten ze hun nieuwe plaat, ‘Lowdown ways’, uit op het wat prestigieuzere Yep Rock Records hoewel ze in hart en nieren een Norton Records-band blijven. Maar sinds de dood van baas Billy Miller leidt Norton Records een wat sluimerend bestaan zodat ze wel moesten uitwijken. Nu zal hun plaat ongetwijfeld meer aandacht en een betere verdeling krijgen. Dat terwijl zanger Brian Hurd zijn lief kwijtspeelde, zijn job en zijn woonst opzegde (niet noodzakelijk in die volgorde) zodat het erop lijkt alsof ze klaar zijn voor een doorbraak.
In Engeland waren de eerste afspraken van de tour alvast uitverkocht en ook de opkomst in Diksmuide was meer dan behoorlijk. De tijd van café-optredens lijkt definitief voorbij. En de band, die stond er! Maar dat was vroeger ook al altijd het geval. Nog steeds gekleed alsof ze moeten spelen in een aftands saloon van een goedkope westernfilm , stonden ze opnieuw garant voor een wervelende set gedeukte blues.
Drie heerlijke figuren om aan het werk te zien. Daddy Long Legs (een bijnaam die Hurd al sinds zijn schooltijd draagt) die elke vezel van zijn lijf benutte om zijn mondharmonica op orkaankracht te krijgen en met zijn bezwerende schuurpapieren stem leek deel te nemen aan een voodoo ritueel. Murat Akturk die de grote gebaren en solo’s niet nodig had om te beklijven, een sobere erg vintage klinkende gitaar volstond. En dan was er nog ene Josh Styles op primitieve drums die het ene zware bier na het andere binnenkapte om daarna het leeggoed achteloos over zijn rug te keilen.
Tot zover de ingrediënten maar het zijn toch vooral de sterke songs die het bij Daddy Long Legs doen. De oudjes waar ik geen genoeg van kan krijgen zoals “Blood from a stone” dat van The Rolling Stones had kunnen zijn of het onverwoestbare “Evil eye”, misschien wel hét hoogtepunt van de set.
Maar er is dus een nieuwe plaat, officieel uit op 10 mei, en de nummers daaruit moesten bij een eerste kennismaking absoluut niet onderdoen voor het oudere werk. Het door een scheurende mondharmonica voortgestuwde “Mornin’ noon nite”, het stompende en tevens bezwerende “Bad neighborhood” of het primaire en van een smerige mondharmonica voorziene “Be gone”, ze klonken allen even infectieus. De meest opvallende nieuwe was evenwel “Winners circle” waarvoor eenmalig de blues opzij geschoven werd ten voordele van een lap rock-‘n’roll waarin ik zowel Chuck Berry als Dave Edmunds meende te horen. Mogen ze wat mij betreft gerust wat meer doen.
Na een adembenemende set kwamen ze nog één keer terug om op eenvoudig verzoek van een motard “Motorcycle madness” te brengen waarin de mondharmonica van Brian Hurd het motorengeronk perfect wist te imiteren. Daarna gingen de drie uitgebreid kennismaken met het publiek. Schitterende band, schitterende set!

Organisatie: 4ad, Diksmuide

DadaWaves

Intelligent Life

Geschreven door

Dadawaves is het project rond veelvraat Jasper Stockmans. De man kennen we van Oversized of het project The Nurse Rhyme. Al vele jaren werkt Jasper mee aan al even uiteenlopende projecten. Met Dadawaves begeeft Jasper zich in het vaarwater van Psychedelische rock die wat doet denken aan bijvoorbeeld ELO of andere jaren '70 iconen die elektronische psychedelica brachten binnen de doorsnee rock muziek. Anno 2019 mag dit niet meer zo vernieuwend zijn, maar Dadawaves geeft er toch een eigenzinnige draai aan die onaards aanvoelt. Dat bleek al uit het eerder uitgekomen debuut 'Wise Old Owl' Met opvolger 'Intelligent Life' zet DadaWaves dat nog wat meer in de verf.
Openingsong “Perpetual Motions” geeft reeds de toon aan. Dit is een song die ons alle kanten van de muur laat zien en horen. DadaWaves speelt met geluiden, voegt daar iets aan toe, en stuurt je dus van het kastje naar de muur alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Net die veelzijdigheid, maar het ook verrassend uithalen en mysterieus klinken, maakt van deze schijf een bijzonder meesterwerk. DadaWaves zet je haast voortdurend op het verkeerde been, heel bewust. Dat merken we ook op daarop volgende songs als “The Dangling Mankind”, “Inelligent Life” tot “Fire in her eyes”. Eén voor een songs die klinken alsof die jaren '70 weer zijn begonnen, maar met beide voeten duidelijk in het heden.
Dwars liggend, tegendraads en eigenzinnig blijft DadaWaves die gang opgaan bij songs als “Under the radar” , “Reverie of Damage done”  en ”Tears and dollar signs”. DadaWaves doet duidelijk niet aan binnen de lijntjes kleuren, en zoekt bewust het avontuur op binnen zijn songs. Daar houden we nog het meest van. De band raakt zelfs een gevoelige snaar, bij de ingetogen momenten, maar schud je op uiteenlopende wijze , eens de registers worden open getrokken. Waardoor je voortdurend in beweging bent tijdens het beluisteren van deze plaat, letterlijk zelfs. Of hiermee een ruim publiek zal kunnen worden aangesproken? Dat verwachten we niet, en hoeft dat ook? De muziekliefhebber die houdt van psychedelische grensverleggende muziek en houdt van buiten die buiten de lijntjes kleuren zoals ondergetekende, zal prompt vallen voor deze klasse schijf.

Tracklist:Perpetual Motions 03:57 - The Dangling Mankind 04:01 - Intelligent Life 03:38 - The Big Leap 04:07 - Fire In Her Eyes 04:38 - All The Peoples Faces 03:09 - Under The Radar 04:07 - Reverie Of Damage Done 03:51 - Tears And Dollar Signs 03:11 - Story Of Life Unraveling 03:30 - All Gonna Die 04:30

DadaWaves

All The People's Faces -single-

Geschreven door

DadaWaves is  de semi-psychedelische popband van singer/songwriter Jasper Stockmans.  De groep zette zich reeds op de kaart met de radiohit “Wise Old Owl” die het goed deed op Radio 1. In afwachting van hun nieuwe album dat in februari 2019 zal verschijnen bij Starman Records is er de nieuwe single “All The People’s Faces”, een intrigerende kampvuur-meezingmantra, die mens en technologie (smartphoneverslaving) op de korrel neemt.
De nieuwe single is misschien net iets minder zomers dan het vorige werk, maar er zitten sterke hints naar de jaren ’70, Beach Boys en Byrds. Sterke arrangementen en kleurrijke, meerlagige melodieën staan in schril contrast met de  satirische lyrics. Retro-dream-psych-pop zo u wil.
Mocht Duyster nog een programma zijn op StuBru, dan zou deze single daar elke week te horen zijn.

Daddy Longlegs (Canada)

Daddy Long Legs - Stompende blues

Geschreven door

Daddy Long Legs - Stompende blues
Daddy Long Legs
l’Abattoir
Lillers (France)
2017-11-18
Ollie Nollet

Geen optreden in België tijdens deze tour van Daddy Long Legs maar geen erg, zo kom je nog eens ergens. Meer bepaald in het Noord-Franse Lillers waar ze één van de oudste muziekcafés van de streek hebben : l’Abattoir.  Deze mythische bruine kroeg bestaat al zo’n 43 jaar en ondanks de beperkte ruimte (capaciteit : 50 personen) waren hier reeds heel wat bekende namen te gast : Elliott Murphy, The Vibrators, Terry Lee Hale, Washington Dead Cats, The Animals, Dr. Feelgood, Gong,...
Een unieke plaats waar je de optredens zowel zittend (op banken aan tafels) als staand kan meemaken terwijl het podium er ondanks de krappe behuizing ‘gigantisch’ (zeker 1/3 van de opp.)  is.

Daddy Long Legs (oorspronkelijk uit St. Louis, Missouri nu Brooklyn, New York) was er reeds voor de tweede maal en zag het net als wij volledig zitten. Zelf op een stomende mondharmonica ramde hij ons samen met gitarist Murat Aktürk en drummer Josh Styles een set stompende blues met een hoge rock-‘n-roll factor door de strot. De meebrulbare punkblues, “Motorcycle madness”, met een perfecte imitatie van ronkende motoren; prijsbeest “Blood from a stone”; het solo gebrachte “Bourgeois blues” (Lead Belly) waarin hij zingt met de harmonica in zijn mond en het aanstekelijke “Shake your hips” (Slim Harpo).
Ik zag het allemaal reeds een paar keer eerder maar ik word er nog steeds wild van. Bovendien zaten er dit keer enkele nieuwe songs tussen die het beste laten verhopen voor de nieuwe plaat die er nu eindelijk eens mag komen. Dat zou dan meteen een reden zijn om onze contreien nog eens op te zoeken, want hier krijg ik nooit genoeg van.

Organisatie: l’Abattoir, Lillers

Grandaddy

Last place

Geschreven door

Het zag er aan te komen dat Grandaddy een nieuwe plaat zou uitbrengen , tien jaar nadat in 2006 de stekker er uit werd getrokken . Jason Lytle kwam even op adem , bracht twee soloplaten uit en iets met een ander bandje. In 2012 volgde een reünietoer . Deze werd door band als publiek zo warm onthaald dat Lytle en de zijnen een staartje aan breiden . De return is er nu met ‘Last place’ die de typische sympathieke Grandaddy sound nieuw leven inblaast. De catchy psychedelische ‘wegdroom’ pop is bezwerend, meeslepend , opzwepend en blijft na al die jaren overeind . Sierlijke popmelodieën , die indie , lofi , psychedelica, roots- en synthpop kruisen , gedragen door die ontroerende melancholieke zang en het kenmerkend gestoei van allerhande geluidjes .
Twaalf songs krijgen een sfeervolle , dromerige inhoud , intrigeren door de repetitieve tunes en weten op te bouwen . Fijne juweeltjes als “Way We Won’t”, “The Boat Is In The Barn”, “I Don’t Wanna Live Here Anymore” en “Evermore” meten zich moeiteloos met het vroegere werk van toppers ‘Under the western freeway’ en ‘The sophtware slump’. Op “Chek injin” wordt het gaspedaal ingedrukt . Het is dan ook het meest uptempo nummer . “Songbird son” wuift ons pianogewijs definitief uit .
De jarenlange stilte heeft Grandaddy blijkbaar goed gedaan, want de herboren band komt fris en dromerig uit de hoek. Ze hebben hier terug iets fraais uit en tekenen voor een geslaagde comeback!

Grandaddy

Grandaddy - Opa in topconditie

Geschreven door

Het is ondertussen al 20 jaar geleden dat Grandaddy de neus aan het venster kwam steken met het lo-fi indie-pareltje ‘Under The Western Freeway’, een plaat die hen meteen geliefd maakte in het indie wereldje. Drie jaar later kwamen ze met een tweede meesterwerkje opzetten ‘The Sophtware Slump’, een huzarenstukje die ze later niet meer zouden kunnen evenaren, ook al waren ‘Sumday’ (2003) en ‘Just Like The Fambly Cat’ (2006) zeer verdienstelijke plaatjes. Daarna hield Grandaddy het jammerlijk voor bekeken. Tot nu dus.

Frontman Jason Lytle maakte ondertussen wel twee fijne soloplaatjes, maar wij zijn maar al te blij dat hij op vandaag zijn ouwe makkers terug heeft bijeen geroepen en daar het voortreffelijke ‘Last Place’ mee heeft ingeblikt, een plaat waarin de draad terug wordt opgenomen en die typische sympathieke Grandaddy sound nieuw leven wordt ingeblazen.
Uit die nieuwe plaat werd vanavond gegrepen naar fijne juweeltjes als “Way We Won’t”, “The Boat Is In The Barn”, “I Don’t Wanna Live Here Anymore” en “Evermore”, allemaal bijzonder fijne songs die hier schitterden tussen een resem onvervalste klassiekers. En die klassiekers, die stuk voor stuk nog niks van hun pluimen verloren waren, kwamen tot onze grote vreugde grotendeels uit die twee fameuze albums uit 1997 en 2000.
De jarenlange stilte heeft Grandaddy blijkbaar goed gedaan, want de herboren band kwam bijzonder fris en levendig uit de hoek. De songs klonken strak en soms best wel stevig, met de gitaar van Jim Fairchild in een glansrol. Natuurlijk was het fantastische “AM 180”, met dat heerlijke speelse orgeldeuntje, een absoluut hoogtepunt, samen met “Laughing Stock”, “Hewlett’s Daughter”…. en eigenlijk alle anderen, want zowat alles was prachtig vanavond. Maar laat ons toch niet vergeten om het kippenvelmoment “He’s Simple, He’s Dumb, He’s The Pilot” de hemel in te prijzen, want dit was van een onaardse pracht en schoonheid. Dit heuse Grandaddy-monument was, afgaande op de applausmeter, de uitgesproken winnaar van de avond. Doch het enthousiasme van het publiek loog er heel de avond niet om, Grandaddy werd hier na elke song op luid gejuich onthaald, en dat hadden ze volledig aan hun sterke performance en onsterfelijke songs te danken.
Als ultieme punch liet Grandaddy als bis een fel en onstuimig “Summer Here Kids” op het publiek los, een levendige afsluiter van een prachtconcertje waar we maar één bemerking op hadden : Te kort ! Amper een uur en een kwart. Grandaddy had ons hier vermaakt met een dozijn prachtsongs, maar evenveel waren er in de kast blijven liggen. Maar goed , overdaad schaadt, laten we dus positief blijven en tevreden zijn met al dat fraais die Grandaddy ons wel presenteerde.

Grandaddy was uitermate fantastisch ! Ze zijn wel degelijk terug.

Organisatie: Aéronef, Lille

Daddy Was Wrong

Daddy Was Wrong

Geschreven door

“Laten we vooral niet moeilijk doen, die versterkers volop open draaien en er wat luide ongecompliceerde hard-rock doorjagen” moeten de vier ouwe rockers van Daddy Was Wrong gedacht hebben toen ze dit EP’tje met vijf rechttoe-rechtaan rocksongs opnamen. Het beestje rockt overal stevig door, hoewel het niet echt doorbijt, daarvoor klinkt het allemaal een beetje te gewoontjes. Maar hey, dit is fun, hard-rock voor diegenen die de extremen en de capriolen van de metal er niet bij willen nemen (zwaarden, extreem bloederige taferelen, afgehakte ledematen, brandende kerken, duivelstekens alom, onleesbare bandlogo’s,…).
Daddy Was Wrong is vermakelijk vertier voor rockliefhebbers die houden van no-nonsens bandjes als Airbourne, The Datsuns, Rose Tattoo en Buckcherry, om maar iets te noemen. Best te consumeren ergens in een bruine kroeg waar het bier rijkelijk vloeit. Barkruk-rock, dat is het.
Contact : Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

DadaWaves

Dadawaves

Geschreven door

Dadawaves is een jong Belgische band rond zanger/songwriter Jasper Stockmans . Hij nestelt zich in sferische pop van kleurrijke melodieën , die een etherisch kantje hebben  . Een uiterst aangenaam , onschuldig dromerige sound die breder gaat door orkestratie en blazers. Ze deden beroep op Jeroen Swinnen , al gekend van werk van Novastar en Daan. Ze pendelen tussen euforie en tristesse in de twaalf nummers die gekenmerkt zijn door frisse, meerlagige arrangementen . Binnen de indiescene , niks nieuws, en toch , hun melodieus lentefris geluid intrigeert .