logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (8 Items)

Dani Hart

After I’m Gone -single-

Geschreven door

Dani Hart is de artiestennaam van Daniela, die je misschien eerder dit jaar hebt gezien in The Voice. Daar dwong ze in de blind auditions haar selectie af met een cover van “I See Red” van de Amerikaanse band Everybody Loves An Outlaw.
Deze Chileense studeerde in de UK, waar ze in 2017 ook haar eerste EP (‘Let The Children’) opnam. Sinds een hele tijd woont ze voor de liefde in Vlaanderen. Ze is al te horen op releases van Shrine of August, Off The Cross en Wildness en ze stond al op het podium met 10 Rogue  en H.E.A.T.. Haar grote droom is om ooit op Graspop te spelen.
Dani Hart brengt in het najaar haar nieuwe EP ‘Slaying Bluebeard’ uit. Daarvoor verzamelde ze een topteam, met muzikanten van onder meer Carnation, Cardinal, Sin Savage, Off The Cross en 10 Rogue. Nog indrukwekkender is het studiopersoneel, met Anton Mergaerts en Yarne Heylen als producers en Bob Briessinck voor de mix.
Het artwork komt van Luisa Agudelo (Enforcer, Scavenger, …) en de foto’s van de master himself, Rudy De Doncker.
Dat zijn niet enkel een indrukwekkende reeks namen en referenties, het betekent ook dat er veel mensen met ervaring zijn die geloven in het talent van Dani. Toch is er geen label dat zijn schouders zet achter de aankomende EP. Nochtans laat de single “After I’m Gone” horen dat de verwachtingen hoog mogen liggen.
Vocaal doet Dani mij op deze tweetraps powerballad onmiskenbaar denken aan Heart en ook aan Bonnie Raitt, aan Marta Gabriel van Crystal Viper en aan Tine van Scavenger.
Muzikaal klinkt deze hardrockende powerballad als het beste werk van Mr. Big, Aerosmith, Juliette & The Licks, Extreme en Whitesnake.
Een beetje een ‘glad’ en gepolijste rocksound en dat zijn we niet meteen gewoon van een ‘Vlaamse’ release, maar wel super goed gedaan.

Als er op die EP straks nog meer dergelijke prijsbeesten staan, dan wordt dat iets om naar uit te kijken.
https://www.youtube.com/watch?v=metUViilgmo

Vidar Busk, Daniel Eriksen & Stig Stig Sjøstrøm

Hustle & Flow

Geschreven door

Wat gebeurt er als je uitzonderlijk getalenteerde meesters in hun vak samen brengt? Dan ontstaat er een magie waarbij alle mogelijke grenzen worden overschreden.. Vidar Busk (gitaar, vocals), Daniel Eriksen (gitaar, vocals) en Stig Sjostrom (drums, percussie),  een trio doorwinterde topmuzikanten brengt met ‘Hustle & Flow’ een heel knap debuut uit waarop blues wordt uigekleed, ontleed en in een nieuwe verpakking gestopt alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Bovendien kruidt de band deze aanpak met de nodige rock-'n-roll waardoor niet alleen ons blues- maar ook ons rockhart wordt geraakt.
Dat deze muzikanten al heel wat blueswatertjes hebben doorzwommen merken we reeds bij de eerste song “Six Strings Down”, een song die langzaam op gang komt, maar openbloeit tot een climax die aan je ribben kleeft. Blues zoals blues moet klinken dus. Rauw en energiek wordt perfect verbonden met gezapig de gevoelige bluessnaar raken.
Elk van de artiesten binnen dit project leven leeft zich duidelijk volledig uit op deze schijf. Improviseren met het genre, dat is wat we te horen krijgen bij songs als “Oh Mama” waar plots ook wordt geflirt met pure rock-'n-roll, waardoor de band dus weer een andere grens aftast en verlegt. De ene keer rauw en gedreven, de andere keer zachtjes, erg bluesy en soulvol de gevoelige snaar raken is de rode draad doorheen deze volledige schijf. Luister maar naar het zeer aanstekelijke “Drive On” of “I Love You” - een pakkend mooi liefdeslied.  En hoor de magie die blues zo bijzonder maakt letterlijk uit de boxen loeien.
Vidar, Daniel en Stig spelen geen blues, ze leven die muziekstijl en doen de luisteraar weg weifelen naar die andere bluesoorden waar het steeds fijn vertoeven is. Telkens gebruikt dit trio elk aspect uit die blues tot in het oneindige, en voegt dat dus emoties aan toe en potjes rock-'n-roll.
De perfectie wordt over de gehele lijn overschreden op deze knappe schijf. De vocale capaciteiten mogen dan Hemels zijn, we horen dus vooral topmuzikanten bezig die blues zodanig intensief op je boterham smeren, dat je er nooit genoeg van krijgt. Afgesloten wordt met een zeer mooie instrumentale vorm van “Drive On” waaruit nog maar eens de virtuositeit van de muzikanten in deze band blijkt.
Vidar Busk, Daniel Eriksen & Stig Sjostrom brengen met 'Hustle & Flow' de perfecte bluesplaat uit, kruiden die met voldoende rock'n'roll-tinten en gieten daar een soulvolle saus over. Zodat het goedje smaakt naar meer van dit. Je voelt de neiging dan ook opkomen deze bijzondere parel meerdere keren te beluisteren. Zo aanstekelijk raakt dit trio je op verschillende uiteenlopende plaatsen in je blueshart. Machtig!

Blues/Roots/Jazz

Vidar Busk, Daniel Eriksen & Stig Sjostrom
 

Daniel Romano

Daniel Romano – In rock’n’roll gedaante

Geschreven door

Daniel Romano – In rock’n’roll gedaante
Daniel Romano en The Tubs
4AD
Diksmuide
2017-11-11
Ollie Nollet

Ik was nog niet helemaal bekomen van het trieste nieuws van het overlijden van Fred Cole dat die dag bekend gemaakt werd. Dan maar, na een Dead Moon t-shirt uit de kast te hebben gevist en wetende dat de herinneringen zullen blijven, gelijkgestemde zielen gaan opzoeken. En ja hoor, zowel The Tubs als Daniel Romano droegen een song op aan onze rock-‘n-roll held.

Maar eerst was er nog Steven Lambke die reeds eerder met The Constantines in de 4AD te gast was. Niet dat hij er nog veel van wist. Enkel het feit dat ze er hun busje schoonmaakten en de vuilnis ergens achter de 4AD (illegaal) over een muur kieperden. Dat komt hij dan vertellen in een club die duurzaamheid hoog in het vaandel draagt. Maar zijn eerlijkheid siert hem. Ook zijn songs waren eerlijk en simpel, gezongen met een warme, wat gebarsten stem. Toch was ik blij dat, na één nummer solo te hebben gebracht, de groep van Daniel Romano, met zowaar de baas zelf achter het drumstel, hem kwam vervoegen. Zonder die bredere muzikale aankleding waren zijn songs wellicht niet van die aard om lang te blijven boeien.

The Tubs (Gent) kwamen hun gloednieuwe plaat, ‘Happily ever jaded’, voorstellen en op basis van het optreden vermoed ik dat het een hele goeie moet zijn. Helaas kon het vinyl dat achteraf niet bevestigen omdat het persen (weer al eens) vertraging had opgelopen. Na eens goed zijn broek te hebben opgetrokken zette zanger Simon ‘Wife Life’ in, een brok rammelende countryrock die zo op een plaat van  The Rolling Stones, begin jaren ‘70, had kunnen staan. “Favorite gun”, meteen daarna, was americana van de beste soort met een heerlijke lapsteel en een Neil Young gitaarsolo als outro. En zo bleven The Tubs de parels aaneenrijgen waarbij oudere sterkhouders als “Writing on the wall” en “Every day I’m wastin’” niet werden vergeten. Slechts één keer bleef mijn goedkeurend gebrom achterwege wanneer Simon, nochtans gans het optreden verrassend goed bij stem, zich een crooner waande. Ach, de eeuwige dwarsligger die in hem schuilt mag toch ook eens van de ketting. Nadat we eerder al een flard Status Quo hadden gehoord volgde nog een echte cover en wat voor één, “You ain’t goin’ nowhere” (Bob Dylan/ The Byrds)! Met de hulp van de zanger van Mind Rays, die vanuit het publiek het podium beklom, maakten ze er een feestelijke versie van. Gans de set was eigenlijk een feest vol ongedwongen countryrock met duidelijk seventies invloeden van een groep die na lang ploeteren volwassen is geworden maar zichzelf nu ook weer niet al te serieus neemt.

Daniel Romano houdt ervan om ons op het verkeerde been te zetten. Zo heet zijn nieuwe begeleidingsband The Jazz Police maar met jazz had dit niets van doen, met rock-‘n-roll des te meer. Romano lijkt de country volledig te hebben afgezworen. Weg is de excellente pedalsteel van Aaron Goldstein terwijl ook de akoestische gitaar en de accordeon (die was er de vorige keer ook al niet meer bij) verbannen waren. In plaats daarvan kregen we zwaar door de seventies geïnspireerde rock, die voortdurend aan Dylan deed denken (en dat kwam niet enkel door die stem), gekruid met een vleugje glamrock. De groep zag er trouwens erg ‘glam’ uit met bassist Roddy Richmond, jasje boven blote bast (lang geleden dat ik dit nog zag) en broer Ian Romano, wat weggemoffeld achter een enorm drumstel maar wel met pet, zonnebril en imperméable.
En Daniel zelf lijkt wel een nieuwe David Bowie die bij iedere nieuwe plaat van look verandert. Hier liep hij erbij als een dandy met een rood hemdje dat perfect combineerde met de salopette van Kay Berkel. Visueel zat het dus snor terwijl het muzikaal erg strak gehouden werd.
Geen tijd om het publiek te pleasen, snedige rock-‘n-roll met een opvallende rol voor de Farfisa van Kay Berkel. De songs werden uit zowat al zijn platen geplukt maar het (country) meesterwerk ‘Come cry with me’, waaruit ik slechts één nummer meende te herkennen,  kwam er erg bekaaid vanaf. En hoorden we daar plots “My Generation” van The Who niet? Alsof hij ons helemaal wou duidelijk maken dat hij tegenwoordig rock-‘n-roll is. Het was niet meer de hartverscheurende Daniel Romano van een paar jaar terug maar hetgeen we in de plaats kregen vonkte meer dan genoeg om ons helemaal over de streep te trekken.


Organisatie: 4AD, Diksmuide

Daniel Norgren

Daniel Norgren – Emo recht uit de Zweedse bossen

Geschreven door

Zo nu en dan lost het Hoge Noorden een goed bewaard muzikaal geheim waar je steil van achterover slaat. In die categorie stak de 32-jarige Zweedse singer-songwriter Daniel Norgren vorig jaar bij ons voor het eerst de neus aan het venster met zijn vijfde full album ‘Alabursy’. Opgenomen met behulp van een krakkemikkige 4-sporenrecorder in de landelijke thuisbasis Borås kan dit lo-fi pareltje zo in de platenkast naast de betere schijven van Bonnie ‘Prince’ Billy en Neil Young unplugged staan. Luttele maanden later had Norgren met ‘The Green Stone’ alweer een nieuwe worp klaar. Minder kippenvel deze keer, maar wel met een gepolijster geluid waardoor de Zweed met “I Waited For You” warempel regelmatig de playlist van Radio 1 haalde.

Datzelfde radiohitje stak helemaal voorin de set waarmee Norgren en zijn twee kompanen afgelopen zaterdag de 4AD tot de nok deden vollopen. We zien er een anti-commercieel statement in van een eigenzinnige en pure artiest die niet op zoek is naar harde dollars, maar eigenlijk al lang tevreden is als er elke avond opnieuw wat betalende toehoorders opduiken. Norgren neemt zichzelf en zijn muziek vrij ernstig, en verwacht eigenlijk ook wel hetzelfde van het publiek. Op zich is daar niks mis mee, ware het niet dat precies daar ook zijn zwakte ligt. Zo wist de man nauwelijks raad met een tenenkrullende aansteller in het publiek die de ganse avond door met flauwe woordspelingen de aandacht probeerde op te eisen. Gelukkig werd de onverlaat uiteindelijk even uit de zaal gezet, want het zou zonde zijn om een talent als Norgren op die manier vroegtijdig richting coulissen te zien vertrekken.
Zoals vele van zijn landgenoten heeft Norgren een hechte relatie met de natuur. De man met de onafscheidelijke baseball pet ziet er trouwens niet alleen uit als een houthakker, ook in zijn teksten vormen ‘woods’, ‘trees’, ‘birds’ en ‘moon’ meer dan eens de ruggegraat van het verhaal. Wie ‘The Tenessee Fire’ van My Morning Jacket in huis heeft kan zich een beetje inleven in de ongedwongen plattelandssfeer die de boomlange Zweed en zijn twee kornuiten op contrabas, drums en orgel een kleine twintig nummers lang wisten vast te houden.
Nog meer dan op plaat blijkt Norgrens vocale veelzijdigheid een uitzonderlijke troef. Een grommende Tom Waits, een huilende Joe Cocker en een bleitende Neil Young: ze waren allen van de partij in Diksmuide. Ook muzikaal werden uit verschillende houtsoorten planken gezaagd. Op diens eerste platen profileerde de Zweed zich als een talent in rural blues die net als bij Chris Whitley of Daniel Lanois meedrijven op een broeierige en hypnotiserende ondertoon. Uit zijn beste bluesplaat ‘Buck’ (‘13) werden het hypnotiserende “Moonshine Got Me”, het naar Van Morrison lonkende “I’m A Welder” en de speelse bluesrocker “Whatever Turns You On”.
Op zijn recentste albums kiest Norgren voor een meer afgekloven en minimale sound waar de sixstring veld moet ruimen voor piano, orgel en accordeon. Het is een keuze die een aantal van zijn meest beklijvende songs hebben opgeleverd, zoals de Neil Young ripoff “If You Look At The Picture Too Long”, de ode aan de vergankelijkheid “Everything Melts Away Like Snow” en de begrafenis wals “Like There Was A Door”.

Als uitsmijter kroop Norgren alleen achter de piano voor het nieuwe “Everlasting Friend”, het soort nummer waarop je elke scheet van het barpersoneel kon horen, kortom de emotionele evenknie van My Morning Jacket’s “I Will Be There When You Die”.
Het betekende een beklijvend einde van een dito set waar Daniel Norgren indringender en authentieker voor de dag kwam dan zijn veel populairdere landgenoot The Tallest Man on Earth.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Daniel Lanois

Daniel Lanois – doorwinterde freaks ontroeren …

Geschreven door

Niks anders dan respect kunnen we afdwingen op wat de Canadees Daniel Lanois met z’n twee kompanen vanavond bracht in het pittoreske Rivierenhof . Twee uur lang werden we gegrepen door die unieke versmelting en afwisseling van roots en elektronica experimenten .
 
Lanois heeft al met grote namen samengewerkt (o.m. U2 , Peter Gabriel , Neil Young, Emmylou Harris) en tilde hun muziek de hoogte in . In alle bescheidenheid staat de 60 jarige amicale sing/songwriter/producer, met muts rond de oren en in leren jekker, op het podium en doet ons hart bonken in het doorleefde materiaal . Hij heeft twee talentrijke muzikanten bij zich , een bassist die niet moet onderdoen qua muzikale ervaring en een jonge drummer , die zijn kunde letterlijk van zich afdrumt.
Lanois geeft z’n muzikanten de kans te schitteren . Een hecht gezelschap die hun roots nog meer kleur en elan gaf in de dicht-bij-elkaar opstelling en de microfoons broederlijk dicht bij elkaar . We hebben een virtuoos, harmonieus samenspel en - zang , die ruimte laat voor spannende, vurige improviserende solo’s en heerlijk genietbare, emotievolle jams.
De gitaar- en steelpedal klanken zijn en blijven Lanois’ aparte eigenschap. Op die manier is de link naar een Neil Young en zijn Crazy Horse en Dead Moon onuitwisbaar . Werk als “The maker”, “I love you” , “Fire” en het afsluitende “Still water” werden overtuigend uitgediept door de aanzwellende , subtiele, wisselende partijen  en de dromerige, zalvende zang.
Wat een intensiteit en emotionaliteit . “Under the stormy sky”, “Here is what is” en die doorbraaksingle “Jolie Louise” werden in een sobere outfit gespeeld,  wat de gevoeligheid aanscherpte . Hartverwarmend bij de avondkilte in het Rivierenhof .
Deels was dit concert een ode aan de Canadese slachtoffers die streden tijdens WO I;  een kleine twee maand terug gaf hij met zijn begeleiding al een eerbetoon in ons land.
Natuurlijk werd ruimte vrijgemaakt voor die elektronische experimentjes en sampling van de vorig jaar verschenen ‘Flesh & machine’, “Bringing the studio to the stage” grapte hij , een vierde man, geluidstechneut werd erbij gehaald; we hadden een kruising van krautrock, soundscapes , ambient , psychedelica , ska , dubs en beats. Die elektronica werd geweven aan postrock, diepe basses en drums. Zelfs de dansspieren werden op bepaald ogenblik aangesproken door wat jachtige drum’n’bass beats en percussie, dat door passende visuals werd ondersteund. Met een knipoog naar het Black Dub project …

Twee uur lang beroerde en ontroerde Lanois en C°; doorwinterde freaks die het Rivierenhof nog meer moois en schoons bracht. Een volle maan ontbrak hier nog …

Organisatie: OLT Rivierenhof (ism Arenbergschouwburg , Antwerpen)

Daniel Romano

Daniel Romano - Nagelbijtend wachten op die nieuwe plaat

Geschreven door

Daniel Romano - Nagelbijtend wachten op die nieuwe plaat
Daniel Romano
café de Zwerver
Leffinge

Nauwelijks zeven maanden na zijn vorige tour stond Daniel Romano opnieuw in Europa, wat op zich al een hele prestatie is als je weet dat de man met vliegangst kampt en de oversteek vanuit Canada met de boot doet, goed voor elf dagen dobberen. Maar wat ben ik blij dat hij dat er voor over heeft!

De groep bleek behoorlijk door elkaar geschud te zijn. Bassiste Anna Ruddick was er niet meer bij en werd vervangen door broer Ian Romano die op zijn beurt vervangen werd door een nieuwe drummer. Ook Jenny Berkel, de vorige keer op akoestische gitaar, bleef thuis. Haar taak werd overgenomen door zus Kay (een voormalig vijfkampster en partner van Daniel) die daardoor haar viool, accordeon en piano thuisliet. Dat laatste zorgde ervoor dat de sound wat steviger en misschien wat minder ‘country’ klonk. Erg was dat niet want Daniel Romano klonk vanaf de eerste noten overweldigend en dat zou niet meer veranderen. Nochtans maakte hij het ons niet gemakkelijk met een set die nagenoeg volledig uit nieuwe nummers bestond. Maar al dat nieuwe werk klonk zo intens en overtuigend dat we de gekende songs nauwelijks misten. Een drastische koerswijziging viel er niet te noteren. De nieuwe songs, die stuk voor stuk briljant waren, dreven nog steeds op die hartverscheurende strot van hem terwijl de pedalsteel van Aaron Goldstein nog steeds prominent aanwezig was.
Toch werd het geëffende pad een paar keer verlaten en hoorden we enkele songs die voorzien waren van niet meteen voor de hand liggende tempowisselingen. D

it was opnieuw een fenomenaal concert van een groots artiest en ons rest er nu niets anders dan nagelbijtend te wachten op die nieuwe plaat, ‘If I’ve only one time askin’’, die op 31 juli zou verschijnen. Bovendien mogen we deze winter nog een tweede plaat verwachten : ‘Mosey’. Misschien komen we dan te weten wat hij hier precies mee bedoelt want ‘Mosey’ is de term waarmee hij zijn muziek omschrijft.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Daniel Lanois

GoneWest 2015 – Daniel Lanois - De dunne lijn tussen herkenbaarheid en experiment

Geschreven door

GoneWest 2015 – Daniel Lanois - De dunne lijn tussen herkenbaarheid en experiment
Daniel Lanois
Memorial Museum Passchendaele 1917
Zonnebeke
2015-04-25
Geert Huys


Met een anti-oorlogsfilosofie als rode draad kijkt GoneWest verder dan de West-Vlaamse provinciegrens om de artistieke herdenking van 100 jaar Groote Oorlog ook op muzikaal vlak kracht bij te zetten. Na eerdere performances van o.a. John Cale en Einstürzende Neubauten werden afgelopen weekend The Veils (een band met Nieuw-Zeelandse roots) en de Aboriginal artiest Gurrumul uitgenodigd naar het Memorial Museum Passchendaele 1917 in Zonnebeke n.a.v. ANZAC day. Downunder is 25 april met name één van de belangrijkste historische herdenkingsdagen, nl. de dag waarop de betrokkenheid van het Australian and New Zealand Army Corps (ANZAC) in WOI een feit werd. Tevens werd de Canadese meesterproducer en gevierd studiomuzikant Daniel Lanois overgevlogen om te herinneren dat zijn strijdende landgenoten precies 100 jaar geleden voor het eerst met gifgas werden geconfronteerd.

Er was zaterdagavond nog opvallend veel plaats in de witte concerttent die op het kasteeldomein van Zonnebeke was neergepoot, maar zij die er bij waren kunnen getuigen van een ronduit verbluffend concert. Dat Daniel Lanois naast een gerenommeerde knoppendraaier (U2, Dylan, Gabriel, Young, Harris, anyone?) ook een begenadigd songwriter én een Les Paul virtuoos is wisten we al. In het gezelschap van voormalig Mother Superior en Rollins Band gitarist Jim Wilson, voor de gelegenheid overgeschakeld op bas en backing vocals, en de amper 15 (vijftien!) lentes tellende drummer Kyle Crane oversteeg Lanois echter ook nog eens zijn eigen muzikaal aura. Ei zo na werd niet de 63-jarige Canadees zelf maar wel de bijna een halfeeuw jongere Crane trouwens de ster van de avond. Door technische finesse en subtiele virtuositeit te combineren klonk het jonge talent niet enkel verbluffend, ook waren zijn drumkunstjes visueel danig aantrekkelijk dat we Lanois soms uit het oog verloren.

Het driekoppige gezelschap had een erg gevarieerde set voorbereid waarin de Canadese muzikale duizendpoot steeds verder afweek van de platgetreden paden naarmate de avond vorderde. Het publiek dat Lanois vooral kent van zijn eerste soloplaat ‘Acadie’ (’89) werd eerst op haar wenken bediend. Door fraaie herwerkingen te verkiezen boven de radiovriendelijke originals vermeed de Canadees bewust de indruk dat tijdens het eerste kwartier een obligate ‘best of’ werd geserveerd. Het bekendste nummer vanop die tijdloze eerste worp, “Jolie Louise”, stak helemaal voorin en was een aanvankelijk zelfs onherkenbaar doordat Lanois er een speelse skabeat had doorgeweven. Het langzaam aanzwellende “Still Water” tekende al snel voor een eerste hoogtepunt dankzij de Les Paul van Lanois die zich comfortabel tussen de breed uitwaaierende sixstrings van The Edge en Neil Young bleek te nestelen. Ook “Under A Stormy Sky” had een remake ondergaan, dit keer richting huppelende honky-tonk. Even later zou het rijtje memorabele songs uit die fameuze eerste plaat ook nog worden aangevuld door het broeierige “The Maker”.
Net als zijn collega’s die werden uitgenodigd op ANZAC Day kreeg ook Lanois de opdracht om een nummer speciaal voor de herdenking te componeren. Eén en ander resulteerde in de “Memorial Symphony” waarbij Lanois zich kon uitleven op zijn eerste muzikale liefde, de pedal steel. Op zich was het nummer niet bepaald spectaculair of vernieuwend te noemen, maar in combinatie met de unieke Memorial Museum locatie waar 100 jaar geleden honderdduizenden soldaten zinloos sneuvelden én de beklijvende projectie van een kortfilm over hoe een koppel uiteen werd gerukt tijdens de oorlog mistte het doel niet. Dit was bezinning pur sang, en het zoveelste hoogtepunt in de reeks GoneWest evenementen.

Het tweede deel van de set werd door Lanois aangekondigd als ‘bringing the studio to the stage’, en dat bleek een verrassing van formaat, maar dan van de aangename soort. Wie de Canadese studiorat ook de jongste jaren is blijven volgen weet immers dat de man een buitengewone liefde voor elektronische muziek en samplingtechnologie heeft ontwikkeld. Het is een evolutie die Lanois geen laaiende platenrecensies, laat staan airplay heeft opgeleverd, maar in Zonnebeke dwong hij met een aantal fragmenten uit zijn recentste volledig instrumentale album ‘Flesh And Machine’ niets minder dan respect af. Met hulp van een vierde man, geluidsingenieur Wayne Lorenz, tastten Lanois & co het volledige spectrum af tussen postrock en triphop (“
Sioux Lookout”), dub en freejazz (“Burning Spear”), en wereldmuziek en soundscapes (“Senegal”). Begeleid door vakkundig in elkaar geknutselde visuals beroerden Lanois, Wilson en Lorenz een arsenaal aan electronische spielereien waarvan we U de naam schuldig moeten blijven, hierbij steevast op de huid gezeten door het virtuoze piepkuiken Crane op drums. Het ultieme staaltje van zijn kunnen leverde deze laatste af tijdens “Opera”, waar hij de geluidscollage van zijn broodheer op hol liet slaan middels een jachtige drum’n’bass beat.
Tijdens de encores bleven Lanois en zijn metgezellen de instrumentale kaart trekken, met als ultieme toegift een door Leonard Cohen gedeclameerd gedicht dat door bijpassende soundscapes en visuals het gevoel van bezinning compleet maakte.

Meestal blijven ze in de kast, en hoogstens één keer per jaar halen we ze enigszins aarzelend maar wel overdacht toch boven: de superlatieven. Dat er een Groote Oorlog voor nodig was blijft onvergeeflijk, maar dat Lanois & co hierdoor de kans kregen om herkenbaarheid en experiment vanavond op majestueuze wijze met elkaar te verzoenen is zonder meer onuitwisbaar.


Meer info www.gonewest.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-veils-25-04-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/daniel-lanois-25-04-2015/


Organisatie: GoneWest + Festival Dranouter

Daniel Johnston

Domino 2010: Daniel Johnston: tussen medelijden en ontroering

Geschreven door

Het Domino-festival kon net als drie jaar terug de levende legende Daniel Johnston op de affiche zetten. Geïnteresseerden kregen in de grote zaal van de Ancienne Belgique een heus avondvullend programma gepresenteerd.
In de vooravond werd ‘The Devil and Daniel Johnston’ op groot scherm geprojecteerd, een documentaire die niemand onberoerd laat. Van jongs af aan bulkte Johnston van creativiteit hetgeen zich uitte in enthousiaste vormen van regisseren, acteren, tekenen, dichten en musiceren. In afwachting van het concert kon men in de AB een dertigtal van ’s mans tekeningen bewonderen.
De immense tragiek van Daniel Johnston schuilt in het feit dat ‘s mans waanzin al iets te vaak zijn talenten overschaduwd heeft. Hij draagt duidelijk de tekenen van zijn jarenlange strijd tegen de duivelse krachten die hij voortdurend meent te moeten bekampen. Het heeft lang geduurd vooraleer men de medicatie gevonden heeft die hem toelaten om relatief normaal te functioneren. Men ziet en hoort dat er tijdens die moeilijke zoektocht aardig wat onherstelbare neurologische schade opgelopen werd.

Tijdens zijn huidige tournee laat Johnston zich bijstaan door het elfkoppige Beam Orchestra. Deze Nederlanders komen de ene keer jazzy uit de hoek, de andere keer klinken ze als een ouderwetse big band en heel soms deed hun sound ons denken aan de vele live-albums die Frank Zappa ons naliet. Wie na die eerste minuten nog dacht dat de muzikale verfijning mogelijks toch nog hoogtij zou vieren, kwam snel bedrogen uit. De rommelige opkomst van Daniel Johnston zette meteen de toon: eerst was hij onverstaanbaar omdat de microfoon niet aangesloten bleek, vervolgens hoorden we hem eventjes veel te luid en toen het geheel wel goed afgesteld was, kon iedereen vaststellen dat hij vocaal nog steeds nergens staat. Ook zijn krakkemikkige gitaarspel is de voorbije jaren niet echt de goede kant op gegaan. De ontroerende overgave waarmee Johnston zijn nummers brengt, zorgt er echter voor dat hij wegkomt met het feit dat hij weinig toonvast is en vaak uit het ritme speelt en zingt (om nog maar te zwijgen over de vele valse noten die hij uit zijn gitaar en strottenhoofd krijgt). Een mens gaat immers niet naar zijn concerten om te kunnen genieten van het puur muzikale maar om getuige te zijn van het ‘curiosum’…..een gedachte die ons in Brussel soms wel met een schuldgevoel opzadelde (iets waar we van verlost geraakten door de gedachte dat deze uitzonderlijke artiest ten volle geniet van het succes dat hem nu te beurt valt).
De grote verdienste van Daniel Johnston ligt in de kwaliteit van zijn songs. Wie deze laatste woorden in twijfel trekt, verwijzen we bij deze naar de in ’04 verschenen tribute plaat ‘The Late Great Daniel Johnstonwaarop o.a. Tom Waits, Beck, Death Cab For Cutie, TV On The Radio en Eels zijn songs coverden.
Een groot deel van zijn liedjes doen, net als de man zelf, kinderlijk aan. Enkele omstaanders geraakten in de AB volledig vertederd en zuchtten zelfs ”zo schattig!” toen ze hem zwaar bevend over het podium zagen struinen in zijn wat slordige trainingsbroek. Zelf voelden we meer dan eens vertwijfeling omdat we heen en weer gesleurd werden tussen medelijden en ontroering. Vooral tijdens “Desperate Dan” (waar zijn begeleidingsband volledig de big band-tour opging en Johnston zich inspande om als een ware crooner te klinken) en “Worried Shoes” (met de twee strijksters in een prominente rol) kregen we samen met velen een krop in de keel.
Na drie kwartier verliet de ster van de avond enkele minuten het podium hetgeen het Beam Orchestra toeliet om enkele uitgebalanceerde arrangementen ten berde te brengen.
Vervolgens trapte Johnston met “Wicked World” de tweede helft op gang waarna het uit ‘1990’ stammende “Devil Town” (over een acid-trip die hij had in Austin, Texas) illustreerde dat hij waarschijnlijk beter “neen” had gezegd tegen drugs. Het hilarische “Walking the Cow” uit het legendarische ‘Hi, How are you?’ kreeg een opzwepende begeleiding van de blazers-sectie die recht uit de STAX-stal leek te komen.
Ook de laatste CD, het onlangs verschenen ‘Is And Always Was’, kwam in ruime mate aan bod. Eén van de hoogtepunten betrof de scheurende versie van “Fake Records of Rock and Roll” waarin de gitaristen voor het eerst een beetje loos mochten gaan.
Op het einde wenst Daniel Johnston het publiek een vrolijk kerstfeest om vervolgens het beklijkvende “True love will find you in the end” in te zetten.

Een eerste bis betrof het solo declameren van een litanie waar we eerlijk gezegd nogal weinig van verstaan hebben. Nadat een aanzienlijk deel van het publiek de zaal reeds verlaten had, keerde hij samen met het voltallige Beam Orchestra terug om “Beatles” te spelen, zijn persoonlijke hommage aan zijn grootste muzikale idolen.

Tussen de documentaire en de passage van Daniel Johnston kreeg Tommigun, het nieuwe project van Thomas Devos (Rumplestitchkin) en Joeri Cnapelinckx (Kawada), de kans om hun debuut-CD aan het grote publiek voor te stellen. Het vijftal deed duidelijk zijn best maar de eerlijkheid gebiedt ons om op te biechten dat ons hoofd na ‘The Devil and Daniel Johnston’ niet naar hun sfeervolle indie-rock stond. Moge ze het ons vergeven! Hopelijk kunnen we hen later dus nog eens aan het werk zien op een meer geschikt moment want in de AB waren we te veel van de kaart om aandachtig te kunnen luisteren naar hun set.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel ikv Dominofestival 2010