logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14 Items)

Mark Lanegan

Mark Lanegan Band - Mark Lanegan krijgt De Spil helemaal stil

Geschreven door

Le nouveau Mark Lanegan est arrivé. Hij heeft een (vaste) vriendin, doet geen drugs meer, en stelt zijn nieuwe plaat ‘Somebody’s Knocking’ voor in kleine, gezellige zalen. Zo ook op een druilerige zaterdagavond in het landelijke Roeselare. Het komt wat vreemd en zelfs bizar over om een rauwe rock ’n roller als Mark zittend te aanschouwen, enkele minuten voor de start is er dan ook weinig ambiance in de zaal.
De show opent met “Knuckles”, en na het ook al recente “Disbelief Suspension” volgt het legendarische “Hit the City”. Toch komt het energieke van deze song niet echt naar voor, er zit duidelijk meer in, maar het komt er voorlopig niet uit. Bij “Stitch it Up”, de single van zijn nieuwe worp, krijgen we dat gevoel voor het eerst wel. Met de hilarische clip in gedachten , genieten we van dit blues-nummer. Ook “Burning Jacob’s Ladder” vanop ‘Blues Funeral’ is heerlijk meeslepend, en de akoestische sfeerimpressies daartussen zijn zeker en vast te pruimen, net als het nieuwe album in zijn totaliteit, trouwens.
Tijdens de melancholische synths op “Beehive” menen we een beetje Ian McCulloch van newwave-grootheid Echo & The Bunnymen te herkennen, maar wat Mark van Ian onderscheidt, is toch wel die extreem schorre stem. Op “Bleeding Muddy Water” trakteert Zijne Heesheid ons op geschreeuw van de bovenste plank, zijn grafstem (en dit is niet negatief bedoeld) gaat door merg en been. De voornamelijk Belgische begeleidingsband verdient ook een noemenswaardige vermelding. Uit Seattle, Gent, Antwerpen en Brussel, allen steengoed, allen tillen ze dit optreden naar een hoger niveau.  
Deepest Shade”, een cover van The Twilight Singers, “Dark Disco Jag” en “Death Trip to Tusla” doen ons verlangen naar meer, en tijdens de bonustracks krijgen we met “Hangin’ Tree” een ware Queens of the Stone Age-klassieker voorgeschoteld. Het blijft jammer dat we ondertussen moeten blijven zitten, net zoals het spijtig is dat Mark niet graag in de spotlights staat, en de belichting eerder aan de duistere kant is. Dit helpt natuurlijk om de muziek sterker naar voor te laten komen, zo kan het bloedmooie “The Killing Season” als afsluiter wel tellen!

Hij mag dan wel gesetteld en clean zijn, die doorleefde rokerszang vanuit zijn stoflongen blijft onweerstaanbaar. Waar er gedurende het concert slechts af en toe een rauwe ‘thank you very much’ vanaf kan, laat Mark daarna wel de vrolijke speelvogel in zichzelf los. De verjaardag van de gitarist wordt gevierd met een groot stuk taart, ongetwijfeld zal ook de drank rijkelijk gevloeid hebben tijdens het feestje backstage. Santé, Mark!

Organisatie: De Spil, Roeselare

Mark Lanegan

Mark Lanegan Band – Intrigerend concert!

Geschreven door

Mark Lanegan Band – Intrigerend concert!
Mark Lanegan Band + Joey Cardamone + Lyenn
Trix
Antwerpen
2017-11-23
Didier Becu

De grungesterren, ze lijken met uitsterven bedreigd. Chris Cornell van Soundgarden, Layne Staley van Alice in Chains, Kurt Cobain of Shannon Hoon van Blind Melon. Allen liggen ze al geruime tijd onder de zoden.
Mark Lanegan, verslaafd aan alles waaraan je maar verslaafd kan geraken, is nog steeds (spring)levend, ofschoon de rocklegende de grootste moeite heeft om van links naar rechts te wandelen en zijn stem meer op een doodsrochel lijkt. Ook nog razend populair. Na een passage op Werchter vorig jaar, kon de gewezen Screaming Trees-frontman met opgeheven schouders zeggen dat hij een paar maanden later twee keer achtereen de Trix kon uitverkopen.

Hoe het komt, weten we ook niet, maar de Amerikaan werkt graag met Belgen. Reeds geruime tijd op stap met Aldo Struyf van Millionaire en Fred Jacques van Dans Dans, en het is die laatste die als eerste het publiek mocht opwarmen.

Solo doet hij het als
Lyenn. Dat solo moet je in zijn geval heel letterlijk nemen, want hij staat er helemaal alleen voor. Oerkreten met melodisch gitaargetokkel, op een andere manier kunnen we de intrigerende singersongwritermuziek van Lyenn niet omschrijven. Als er een combinatie bestaat van Jeff Buckley (die passie) en Tamino (dat stemmetje) heet die gewoon Lyenn.

Tijd voor de vreemde snoeshaan van de avond, en voor heel wat concertbezoekers wellicht de raarste kwiet sinds lange tijd op een podium.
Joey Cardamone is de naam. Geruime tijd frontman van de provocerende Californische The Icarus Line, maar tegenwoordig solo bezig met zijn Holy War-project. Alvorens hij aan zijn excentrieke show begon, mochten we eerst een tiental minuten naar een video kijken waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Over zelfverheerlijking gesproken.
Na de voorstelling van wat door heel wat mensen als arty farty horror zal beschouwd worden, kwam Joey het podium opgewandeld. Vol zelfvertrouwen, een kruising tussen Andy Warhol en Bowie ten tijden van ‘The Man Who Fell The Earth’, wel minus het talent.
Blijkbaar geldt het rookverbod niet voor rocksterren. Arrogant paraderend als een aanstellerige modepop met achter hem beelden die de wereld van vandaag tonen. Soms confronterend, zoals een blik in vogelvlucht van wat er in Syrië nog recht is blijven staan. Slecht was dit rariteitenkabinet dat het midden hield tussen Suicide en Rihanna (echt!) niet, wel een zeer bizarre keuze. Maar goed verstandige keuzes zijn sowieso saai…

Hoewel met de nodige bloemen op onze pagina’s verwelkomd, zijn de meningen verdeeld over ‘Gargoyle’, het laatste plaatje van
Mark Lanegan. Na de grunge en de rauwe bluesrock had de muzikant uit Washington blijkbaar nood aan een plaatje dat naar synthpop ruikt. Het feit dat hij onlangs een remixplaat (‘Still Life With Roses’) op de markt heeft gegooid, spreekt voor zich.
Voor de tegenstanders ervan had Lanegan als opener meteen een antwoord in petto: “Death’s Head Tattoo”. De Lanegan band klonk hiermee gewoon als New Order (90 minuten later zou dat nog meer zo zijn!), en het voelde heerlijk aan. Meer zelfs, met deze band (gitarist Jeff Fielder, Aldo Struyf achter de keyboards, Shelley Brien als zangeres en Fred Jacques) lijkt Lanegan zich goed in zijn sas te voelen. Echt lachen doet hij niet, maar je zou durven zweren dat hij zich aan het amuseren is!
Wel dansen met bloemen op je graf, want met “The Gravedigger’s Song” maakten we onmiddellijk kennis met Lanegans duistere kantje, en hij heeft er genoeg, lees er gewoon zijn biografie maar eens op na! “Hit The City” dat we normaal kennen als duet met PJ Harvey, werd in de Trix eentje met Shelley. Neen, die Shelley is geen Polly (wie wel), maar het werkte!
Met “Sister, Nocturne” en het dreigende “Emperor” werd alweer bewezen wat voor een pakkende plaat die ‘Gargoyle’ wel is. Veel zei Lanegan niet, behalve een bijna onverstaanbaar ‘thank you’, maar hij liet wel zijn fans nog meegenieten van “Deepest Shade”, dat hij samen met maatje Greg Dulli opnam met de gelegenheidsband The Twilight Singers. Klonk “Beehive” nog poppy, dan was “Bleeding Muddy Water” blues pur sang, het komt niet voor niets uit een album dat de titel ‘Blues Funeral’ draagt.
Met “Harborview Hospital” en “Ode To Sad Disco” werd opnieuw een ommetje langs het bluespad gekozen, “One Hundred Days” was een kort bezoekje aan het ‘Bubblegum’-album (later volgde ook nog “Come To Me” en het allesverklarende “Methamphetamine Blues”) en op het gitzwarte “Harvest Home”…’black is my name’, klonk zo waar een heel klein beetje als Andrew Eldritch, zelfs de gothgitaartjes zaten erin!
Na net geen anderhalf uur verdween Lanegan van het podium zoals hij er opgekomen was, als een schim, maar één die je alle kanten van jezelf laat zien. Het beleefde, maar dolenthousiaste publiek, kreeg er nog vier songs bovenop. Het akoestische “One Way Street”, “Bombed”, het nijdige “The Killing Season”, en alsof het nog niet genoeg was ook nog een intense cover van Joy Division (“Dead Souls”).

Lanegan verdween en Fielder bedankte nog eens zijn publiek. Lanegan heeft soms zijn streken, maar niet in de Trix, wie hem een kwartiertje runpauze gunde kon naderhand een handje van de man krijgen. Memorabel…

Met dank aan Luminousdash.com http://www.luminousdash.com

Organisatie: Live Nation (ism Trix, Antwerpen)

Mark Lanegan

Gargoyle

Geschreven door

Mark Lanegan lijkt actiever te komen naarmate de jaren vorderen. Het lijkt erop dat hij al een hele tijd gezond leeft en dat heeft er misschien ook wel mee te maken. Het ziet er naar uit dat Lanegan de laatste jaren een vrij stabiel en zorgeloos bestaan leidt. Nogal anders dan toen hij nog rondtoerde met The Screaming Trees. Naast zijn albums leent hij ook veel zijn stem uit aan andere projecten zoals met Isobel Campbell, The Twilight Singers etc… Sedert het album ‘Bubblegum’, dat toch wel een mijlpaal in de mans oeuvre is, heeft hij eigenlijk nog geen slecht album gemaakt. Maar ook geen enkel album dat zo intens en gitzwart klonk als ‘Bubblegum’. Ook ‘Gargoyle’ niet. Maar het is zeker geen zonnige plaat geworden maar wel een goed en degelijk album. Daarin doet hij waar hij goed in is: namelijk met zijn kenmerkende stem verhaaltjes vertellen en zingen. Bovendien weet hij zich ditmaal terug te omringen met klasse muzikanten. Die zorgen met o.a. keys, orgel, synths en gitaarpartijen voor de nodige dreigende, vervreemde en soms eighties post punk geluiden in de tracks. “Nocturne” drijft op een post punk bassound. Net als “Drunk On Destruction” dat een post punk klinkend gitaartje bevat. De machtige orgel- en synthklanken op “Blue Blue Sea” bepalen de sfeer van het nummer. “Beehive” is vrij catchy en rockend te noemen voor Lanegans doen. Het lang uitdeinende “Old Swan” sluit het album na tien songs af.
‘Gargoyle’  zal wellicht niet dezelfde impact of stempel krijgen zoals ‘Bubblegum’ indertijd, maar het is een sterk album in het oeuvre van de man. Eentje waar we veel luisterplezier aan (zullen) beleven.

Mark Lanegan

Mark Lanegan - Film noir sfeerzetting in een zweterig Gent

Geschreven door

Mark Lanegan, gothfather van de grunge,  en performer van smerige ballengrijpende rock toen de dieren nog spraken, treedt tegenwoordig in theaterzalen met fluwelen stoeltjes en redlight district verlichting op, wat in de jaren 90 waarschijnlijk tot verhitte discussies onder gelovers in de zuiverheid van rock’n roll had geleid, discussies die het punt dachten te moeten maken dat stoeltjes enkel voor mietjes zijn , die in stadions naar stadionrock of Limp Bizkit of zoiets luisteren, zonder dat ze dan al van bij het begin met die vermaledijde stoeltjes hoorden te beginnen gooien.
Verleden tijd zijn dus de stank als een miasma van blauwe rook, verschaald bier en lijfgeuren die vroeger onlosmakelijk met een rockconcert verbonden was en de te kanaliseren agressie die liefhebbers zich al op vroege leeftijd tot het genre deed bekeren. De enige mislukte poging om dat gevoel te doen herleven was het overschakelen op plastic bekertjes in het café van de Vooruit, wat minder dan minnetjes was.

O nee, tegenwoordig hebben we het over iets heel anders. Denk aan softpornosfeerzetting door middel van veel David Lynchblauw aangevuld met vegen boudoirrood en het comfort van een culturele ervaring die je doet mijmeren met meer melancholie dan nodig is dat rebelsheid ook wel zijn beste dagen gehad heeft. Dat is zo kort geschetst de sfeer waarin je tegenwoordig bij een Mark Lanegan concert terecht komt en dat is op straffe van ironie te worden verdacht een heel aangename plek.
Op het podium was zelfs geen drumstel te bespeuren, enkel de tourneebassist Fred Lyenn Jacques en gitarist Duke Garwood die het hele concert behoorlijk op de achtergrond bleven, een eigenlijk beperkte rol hadden, want alles werd gedomineerd door de soms wat al te dominante spacerockgitaar van Jeff Fielder en door natuurlijk die stem, één van de waarschijnlijk meest iconische stemmen van de hedendaagse muziekwereld , nu ze sneuvelen bij bosjes.
Zijn hese, grauwende stem die het gevolg zou moeten zijn van een zondig leven en de altijd weer daarop volgende boetedoening ware het niet dat Lanegan al op zijn 20ste zo klonk, overheerste alles behalve op die momenten dat Fielder loos ging op gitaar, wat wel spectaculaire solo’s opleverde, maar ook een niet te onderschatten stijlbreuk met de sfeer van de songs. Matter of opinion.
Wat valt er zeggen over de nummers die uitgepuurde versies waren van soms op plaat hardere versies, terwijl tijdens het zingen de instrumenten enkel als begeleiding dienden bij de doemverhalen die zo uit Poe of een Zuidelijke swamp weggelopen lijken? Het was recent werk, niet altijd even makkelijk te herkennen want soms echt anders gebracht, maar het is ten andere ook haast niet meer bij te houden in welke verschillende projecten Lanegan allemaal actief is.

Eigenlijk moet je je laten meevoeren met gesloten ogen naar de andere plek waar deze muziek vandaan komt, een plek die je zomaar bleek te kunnen bereiken, een plek die op een hete meiavond zomaar eventjes in Gent bleek te liggen.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit, Gent

Mark Lanegan

Mark Lanegan Band - Genot voor het oor, balsem voor de ziel

Geschreven door

Zowat de grootste oneer die je Mark Lanegan kan bewijzen is hem afschilderen als een grunge held. Als bezieler van de zonder meer geweldige Screaming Trees heeft de zonderlinge brombeer medio jaren ‘90 weliswaar een paar tijdloze platen ingeblikt, pas sinds het verscheiden van die band is de echte performer in Lanegan duidelijk opgestaan. Als vertolker van onheilszwangere blues en rafelige folk kent de Amerikaan zijn gelijke niet, en dus was het toch even slikken toen Lanegan bekende dat hij in de aanloop naar zijn recentste worp ‘Phantom Radio’ bijna uitsluitend op een dieet van 80ies new wave en postpunk had geleefd. Ook de productie van het album is -de sound van dat decennium indachtig- redelijk glossy en resulteerde in ongewoon gepolijste songs, maar ondanks dat alles tast ‘Phantom Radio’ als vanouds het volledige spectrum af tussen bedrog en berouw.

Noch de lijkbleke Lanegan, noch zijn van tristesse doorwrongen songs verdragen veel daglicht. Het ideale decor om de man aan het werk te zien is dus niet een zonovergoten festivalweide vol wulpse tentsletjes, maar wel de beslotenheid van een spaarzaam verlichte concerttempel zoals de voor de gelegenheid uitverkochte AB. Zowat gans de set door baadde het podium in bloedrood licht, de kleur die de meeste songs van de ranke Amerikaan als gegoten zit.
Somberheid en eenvoud bleken de sleutelwoorden bij de aftrap in Brussel. Enkel vergezeld van gitarist Jeff Fielder ging Lanegan graven in zijn eigen sinistere bluesverleden, en haalde er o.a. “When Your Number Isn’t Up” uit ‘doorbraakplaat’ ‘Bubblegum’ (‘04) en “Dead On You” uit zijn voorlopig opus magnum “Whiskey For The Holy Ghost’ (‘94) vanonder het stof.
De onbeweeglijke Lanegan en diens schuurpapieren strot maakten meteen veel indruk, zo veel zelfs dat het uitgelaten publieksgeroezemoes prompt verstomde. Iemand riep zelfs “We love you Mr. Lanegan”, en van zoveel emotie ging zelfs het stereotype ijskonijn in Lanegan een graad of twee ontdooien. Na het derde nummer kon er immers al een “Thank you” af, en naarmate de set vorderde betrapten we de Amerikaan warempel op schuchtere pogingen tot heupwiegen en een half vermomde schalkse glimlach.

Met de decibels ging het overigens alsmaar crescendo naarmate er meer leden van de Mark Lanegan Band hun opwachting maakten op het podium. Het titelnummer van de tevens vorig jaar verschenen EP “No Bells On Sunday” en de vergeten parel “Resurrection Song” werden subtiel ingekleurd door Aldo Struyf (Creature With The Atom Brain) die afwisselend slide gitaar en ijle synths hanteerde. Het geheel kreeg iets pastoraals dat spontaan herinneringen opriep aan ‘Ocean Rain’, het pièce de résistance van Echo & The Bunnymen én -zo bleek uit interviews- tevens een vaste waarde op Lanegan’s iPod. Struyf, die door Lanegan even later werd voorgesteld als ‘my brother’, is onmiskenbaar de dirigent van de band. Hij is het die de groep op sleeptouw neemt, en elk nummer een meerwaarde geeft in vergelijking met de studioversies.
Toen ook de uit het voorprogramma geleende bassist als laatste ten tonele verscheen evolueerde de sound tot groots, meeslepend en bijwijlen brutaal. We kwamen prompt wat plaats te kort in ons notitieboekje om de snel op elkaar volgende hoogtepunten in inkt te zetten: een schuimbekkende versie van “The Gravedigger’s Song”, PJ Harvey die (eerlijk = eerlijk) niet werd gemist tijdens het door een primitieve Stooges riff voortgestuwde “Hit The City”, het bastaardkindje van The Cure en New Order genaamd “Harvest Home”, en het op een industrial beat drijvende “Ode To Sad Disco”.
Tegen het eind van de set liet de 50-jarige Amerikaan gelukkig ook wat tijd en ruimte om de introverte crooner in hem aan het woord te laten. Tijdens nieuwe en tevens meer lichtvoetige nummers als “Floor Of The Ocean” en “Torn Red Heart” sloeg Lanegan zelfs écht aan het zingen, maar de rafelige weerhaakjes in zijn bariton kreeg de man gelukkig nooit volledig afgevijld.

Bij het inzetten van de encores kon een zichtbaar ontspannen Lanegan nog net een welgemeend dankwoordje voor zijn Belgische fans uitbrengen vooraleer de metalen percussie beat een withete portie “Methamphetamine Blues” aankondigde.
Balsem voor de ziel werd vervolgens geserveerd met de psychedelische gospel “Revival”, zonder twijfel het beste nummer dat ooit uit de samenwerking tussen Lanegan en het Engelse producers duo Soulsavers is voortgekomen. Zelfs een gebroken microfoonstandaard kon dat momentum niet bederven, en eigenlijk had dit een perfect einde van een geslaagde set kunnen betekenen. De afsluitende nieuwe songs “I Am The Wolf” en “The Killing Season” kregen daardoor niet het waardeoordeel dat ze echt verdienden, maar laat dat detailkritiek zijn.


De slotsom van de avond behoeft weinig woorden. Waarschijnlijk was dit de beste Belgische passage van Lanegan in jaren. En waarschijnlijk blijven we fan voor het leven, ja, zelfs al maakt de nukkige Amerikaan straks een reggae plaat.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Mark Lanegan

Mark Lanegan - Een kerstboom zonder piek

Geschreven door

De Kreun, Kortrijk trakteerde zijn publiek op een schitterend kerstcadeau: niemand minder dan Mark Lanegan kreeg de gelegenheid om een waardig slot te breien aan het jaar waarin hij met ‘Blues Funeral’ nogmaals zijn muzikale rijkdom etaleerde, een jaar ook waarin hij verschillende keren op een Belgisch podium te bewonderen viel. Ons land houdt duidelijk van deze brombeer. Niet te verwonderen dus dat de zaal in geen tijd uitverkocht geraakte. Een beetje jammer dat de Lanegan-liefhebbers in Kortrijk niet de apotheose kregen waarop ze zo gehoopt hadden.

De volledig akoestische set begon met “Cherry tree Carol”, één van de zes kerstsongs die men terugvindt op ‘Dark Mark does Christmas 2012’ (een EP die net als verschillende live-CD’s te koop was aan de merchandising-stand waar Lanegan na afloop signeerde). Na de dezer dagen zeer toepasselijke opener weerklonk “When your number isn’t up”, het lied waarmee het acht jaar oude ‘Bubblegum’ van start ging. Als hij met “One Way Street” uit ‘Field Songs’ (2001) vervolgens nog verder in de tijd teruggaat, besef je dat Lanegan geen zin heeft om veel recent werk te brengen.  Misschien ging men trouwens iets te ver terug in de tijd want er slopen af en toe wat foutjes in het gitaarspel van zijn compagnon. Die songs iets te lang geleden ingeoefend? Ook Lanegan zelf verkeerde het eerste half uur niet altijd in topvorm,  zodanig zelfs dat we tijdens “No easy action” de indruk hadden dat de songtitel betrekking had op zijn zang tijdens datzelfde nummer. Na met “Miracle” en “Don’t forget me” de vier-op-een-rij uit ‘Field songs’ vervolledigd te hebben, werden de fans van Screaming Trees op hun wenken bediend met “Where the twain shall meet”. Nog was de nostalgie naar de ‘Field Songs’-tijden echter niet voorbij want vervolgens weerklonk “Low” waarna er, tot grote tevredenheid van het publiek, eindelijk gegrepen werd naar de parels die op ‘Blues Funeral’ te rapen vallen: “The gravedigger’s song” klonk volledig foutloos, “Phantasmagoria Blues” broeierig als steeds en “Gray goes black” niet zo groovy als op plaat maar toch verdienstelijk. Het hoogtepunt van deze vier-op-een-rij kwam er tijdens “St. Louis Elegy”, het lied met één van de mooiste tekstflarden uit de recente muziekgeschiedenis: “'If tears were liquor, I would have drunk myself sick”. Met “The River rise” uit “Whiskey For The Holy Ghost“ bleef Lanegan in een larmoyante sfeer, om tijdens afsluiters “One hundred days” en het van O.V. Wright geleende “On Jesus’ program” blijk te geven van tonnen geduld bij het wachten op de verlossing door onbereikbare wezens zoals daar zijn de vrouw en god en dergelijke meer.
In de bisronde illustreerde “Field Song” nogmaals dat het duo vooral ‘Field Songs’ centraal stelde. Zowel “Bombed” (uit ‘Bubblegum’) als het van ‘The Winding Sheet’ uit 1990 daterende “Wild Flowers” waren mooi zonder meer. De laatste noot werd geplaatst met “Halo of Ashes” dat in De Kreun uiteindelijk veel minder indruk maakte dan het als opener van “Dust” van Screaming Trees deed. Alhoewel we niet mogen zeggen dat Lanegans kompaan tijdens die afsluiter geen moeite deed met zijn soms naar flamenco neigende getokkel.
‘Blues Funeral’ eindigt zonder twijfel in de hoogte regionen van ons eindejaarslijstje hetgeen we spijtig genoeg niet kunnen zeggen van dit optreden:  mooi maar zeker niet onvergetelijk. Over de setlist viel op zich niet echt te klagen, maar vooral tijdens de eerste acht nummers worstelde de begeleider iets te vaak met zijn instrument en klonk Lanegan iets te bezadigd om van een echt sterke prestatie te kunnen spreken. Nadien kwam er beterschap maar overweldigend werd het eerlijk gezegd nooit. André Hazes zou m.a.w. spreken van ‘een kerstboom zonder piek’.

Vooraf hadden we echter wel het geluk om getuige te mogen zijn van een heel overtuigende passage van Bert Dockx, frontman van Flying Horseman. Een zevental nummers maakten duidelijk dat we van dit supertalent nog niet het laatste gezien en gehoord hebben. De kans is klein dat ‘s mans vernuftige muziek ooit tot commerciële successen zal leiden, maar qua durf, présence en overtuigingskracht hebben we het voorbije jaar niet veel beters gezien dan Bert Dockx in De Kreun. Daar waar Flying Horseman ons enkele maanden terug als voorprogramma van Woven Hand een tikkeltje teleurgesteld achterliet, maakten deze veertig minuten ons opnieuw believers. Heel wat monden vielen open van het indrukwekkende geluid dat zijn gretige gitaarspel voortbracht. De bezetenheid die Dockx bijvoorbeeld aan de dag legde tijdens “Roads” bracht ons tot de heuglijke vaststelling dat we anno 2012 nog steeds kippenvel kunnen krijgen van één man met één gitaar. Eigenlijk niet te verwonderen dat Mark Lanegan niet over de door Dockx zo hoog gelegde lat geraakte …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/marc-lanegan-23-12-12/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Mark Lanegan

Mark Lanegan Band - Belgen doen legendarische bluesrocker uit as herrijzen

Geschreven door

Van opener “The Gravedigger’s Song” tot het afsluitende bisnummer “Methamphetamine Blues”… het zijn nummers die niet alleen qua songtitel fantastisch klinken, ook live maakten ze behoorlijk veel indruk in een uitverkocht Koninklijk Circus.

Cult frontman Mark Lanegan, zoals de traditie het wil ‘dressed in black’ en op enkele voorzichtig ritmische bewegingen van schouders en linkervoet na zoals altijd onbewogen aan de microfoon, toert momenteel intensief rond met een exclusief Belgische begeleidingsband voor de promotie van zijn laatste ‘Blues Funeral’ album. En dat het klikt met de kompanen van Aldo Struyf (van Creature With The Atom Brain) op het podium bleek niet alleen uit hun virtuoos samenspel. Ook de dankbetuiging halverwege van de jarenlang door demonen geteisterde ex-held van het grunge tijdperk ( Screaming Trees) klonk welgemeend en terecht .
“Gray Goes Black” en “Quiver Syndrome” denderden als een pletwals door de zaal en ook een potige classic als “Hit The City” uit het onvolprezen meesterwerk ‘Bubblegum’ had zijn ruwe bolster nog lang niet afgeworpen. “If Tears Were Liquor I’d Have Drunk Myself Sick”, debiteerde Mark Lanegan met zijn typerende grafkelderstem tijdens “St Louis Elegy”… veel radelozer moet het voor ons toch niet worden in deze donkere tijden van het jaar.
En toch mag het er op ‘Blues Funeral’ soms ook iets zonniger aan toegaan. “Harborview Hospital” was een welgekomen melodieuze afwisseling en op “Ode To Sad Disco” viel zowaar te dansen, weliswaar na een zekere whisky intoxicatie.

Een echt onvergetelijk optreden kregen we deze keer helaas niet. Dat lag niet alleen aan de setting. De uit hartzeer opgetrokken, rauwe bluesrock van Mark Lanegan wordt nu eenmaal intenser beleefd in een rokerige, in alcoholdampen badende clubzaal dan vanuit de pluche zetels van het Koninklijk Circus. Na verloop van tijd gingen onze gedachten ook afdwalen naar de subtiel erotische spanning die altijd in de lucht ging wanneer de Schotse blondine Isobel Campbell op vorige toernees aan zijn zijde stond te musiceren. Want live vertolkte die zeker een minder afstandelijke tegenpool voor het nukkige stoïcisme van deze Amerikaanse zonderling.

Wie Mark Lanegan Band dit jaar nog in België aan het werk wil zien krijgt een kerstgeschenk aangeboden in De Kreun in Kortrijk op 23 december.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/creature-with-the-atom-brain-18-11-2012/  http://www.musiczine.net/nl/fotos/mark-lanegan-band-18-11-2012/

Organisatie: Live Nation

Mark Lanegan

Blues Funeral

Geschreven door

Acht jaar zit er tussen ‘Bubblegum’ en ‘Blues Funeral’, maar dat wil niet zeggen dat Mark Lanegan al die tijd heeft stilgezeten. Hij blikte in die tijd maar liefst drie pareltjes in met Isobel Campbell, vormde samen met Greg Dulli de fantastische Gutter twins, dook in de studio met Soulsavers, UNKLE en Twilight Singers en ging ook nog eens op tournee als gastzanger met Queens Of The Stone Age. En, neem het van ons aan, overal waar Lanegan zijn angel in sloeg zorgde dat voor extra dimensie en diepgang, ga al die plaatjes er maar eens op na.
Toch was het hoogtijd dat hij nog eens zijn eigen ding deed, en met ‘Blues Funeral’ is ie weer in zijn pijnlijke zelf gedoken. Wie Lanegan een beetje gevolgd heeft, weet dat we hier geen opgewekte deuntjes moeten verwachten, hoewel het halve disco liedje “Ode to sad disco” wel de schijn tracht op te houden, maar Lanegan’s grafstem biedt voldoende tegenwerk om met beide voetjes op de grond te blijven.
De grillige en dreigende opener “The gravedigger’s song” zet alvast de lijnen uit met ijle gitaren, maar verder laat Lanegan zijn rokerige stem vrij veel begeleiden door een pak elektronica met een eighties tintje, wat de zaak er daarom niet bepaald luchtiger op maakt, getuige diepgravende songs als “St Louis Elegy” en “Phantasmagoria blues”.
Wanneer de omlijsting wat naakter klinkt, zoals in het akoestische en folky “Deep black vanishing trian” gaat hij zelfs nog wat dieper.
De rockers zijn in de minderheid deze keer, met zijn tweetjes zijn ze, een snedig “Riot in my house” (met buddy Josh Homme op gitaar) en een jachtig “Quiver syndrome”.
‘Blues Funeral’, die eigenlijk niks met blues als muziekgenre te maken heeft maar wel de blues ademt (als u begrijpt wat we bedoelen), is een indrukwekkende plaat geworden die weliswaar zijn tijd nodig heeft. Wij durven hem nu nog niet op de eenzame hoogte van ‘Bubblegum’ te plaatsen, maar u komt het ons best binnen enkele maanden nog eens vragen.
Mark Lanegan komt tot twee keer toe zijn ziel er uitspuwen in de Antwerpse Trix op 2 en 3 maart, helaas voor u zijn beide concerten al lang uitverkocht.

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Campbell & Lanegan vermomd als Schotse nachtegaal en Amerikaanse brombeer

Geschreven door

Mooie liedjes horen niet lang te duren, maar ook op deze regel zijn gelukkig een aantal uitzonderingen. Neem nu het geval van Isobel Campbell & Mark Lanegan, het onwaarschijnlijke muzikale koppel dat in 2006 met ‘Ballad Of The Broken Seas’ een parel van een album op wereld zette. Omdat zowel Campbell als Lanegan er bovendien ook een niet onaardige solocarrière op nahouden leek het er echter sterk op dat deze samenwerking de muziekgeschiedenis zou ingaan als een éénmalig wapenfeit. We kregen gelukkig ongelijk, want nu vier jaar verder zijn we inmiddels toe aan het derde album van het Schots-Amerikaanse duo. Het indringende ‘Hawk’ blijkt met voorsprong hun meest veelzijdige album totnogtoe, waarop naast de gekende country noir en pastorale folk ingrediënten ook een flinke portie rhythmn & blues wordt geserveerd. Volgens Campbell zou ‘Hawk’ wel eens de laatste duoplaat met Lanegan kunnen zijn, dus vooraleer het echt over en uit is voor hun mooie liedjes repte ondergetekende zich naar de uitverkochte Gentse Vooruit om het laatste luik van de ‘Hawk’ tour mee te pikken.

 Ruim na half elf slopen Campbell en Lanegan vergezeld van vier muzikanten het podium op en werd het breekbare “We Die And See Beauty Reign” ingezet. Een eenzame folkgitaar en een spaarzame dubbele bas begeleidden de akelig perfecte synchroonzang van het duo die het publiek aanvankelijk monddood maakte. Naarmate het optreden vorderde kwam daar echter verandering in. Een kakafonie aan geroezemoes, rinkelende iPhones en krakende drankbekertjes gooiden tijdens de verstilde momenten meer dan eens roet in het eten, en even stelden we ons zelfs de vraag of de Gentse rocktempel vanavond niet beter was ingeruild voor één of andere schouwburg. Gelukkig staken hier en daar ook wat meer uitbundige nummers in de set die het achtergrondlawaai konden overstemmen, al blijft uitbundigheid in het geval van de statische brombeer Lanegan uiteraard een heel relatief gegeven. Zo kleurde een ongepolijst bluesgitaartje het nieuwe “You Won’t Let Me Down Again”, of weerklonk een fraaie slidegitaar in de broeierige folkversie van Townes Van Zandt’s “Snake Song”.

Op enkele covers na zijn alle nummers van het duo ontsproten in de fantasiewereld van de immer lieflijke Campbell. Maar echt tot leven komen doen ze pas op het podium, temidden het spanningsveld tussen de frèle Schotse schone met de engelachtige stem en de rijzige apatische Amerikaan met de schorre bariton. Tot vervelends toe krijgt het duo hierdoor vergelijkingen met The Beauty and The Beast naar het hoofd geslingerd, maar van enige toenadering tussen de twee fysische uitersten is alvast weinig te merken. Beiden gunden elkaar amper een blik, en van enig contact met het publiek is al helemaal geen sprake.

En dat is eigenlijk maar goed ook, want Campbell & Lanegan brengen het soort muziek waar iedere stilte een betekenis heeft en elk woord er één teveel kan zijn. Wat dat laatste betreft viel Lanegan heel even uit zijn rol toen hij een bijna onverstaanbaar “Thank you” gromde na heel fraaie versies van “Ballad Of The Broken Seas” en “The Circus Is Leaving Town”, beiden geplukt uit het duo’s debuutalbum.

Wanneer hij vervolgens de coulissen indook voor een nicotine, whiskey of andere shot, en Campbell er plots alleen voor stond, werd de sfeer meteen wat minder dreigend. Tijdens “To Hell And Back” en “Saturday’s Gone” refereert haar fluweelzachte stem heel sterk naar Hope Sandoval, maar net voor we zowaar dreigden te verdrinken in Campbell’s zeemzoeterig universum kwam Lanegan haar opnieuw vergezellen voor een broeierig “Back Burner” en het vroege kerstliedje “Time Of The Season”.

Tegen het eind van de set ging het tempo toch één keer de hoogte in met de heerlijke barblues “Get Behind Me”, en begon Lanegan warempel enige neiging tot ritmisch bewegen te vertonen.

Tijdens de enige encore ronde ging het duo met “Revolver”, “(Do You Wanna) Come Walk With Me” en het van Hank Williams geleende “Ramblin’ Man” nog eens uitgebreid grasduinen in hun debuut. Tot grote vreugde van het publiek diepte het duo tenslotte ook Lanegan’s eigen “Wedding Dress” uit diens opus magnum ‘Bubblegum’ op.

 Een ongeslepen ruwe diamant als toetje na anderhalf uur schone liedjes: een mooie climax heet zoiets, en wie weet een memorabel slotakkoord, als de joint venture tussen Campbell en Lanegan binnenkort daadwerkelijk zou eindigen. Of misschien moeten we het gewoon houden op een open einde, want het grimmige sprookje over de Schotse nachtegaal en de Amerikaanse brombeer is veel te mooi om nu al uitverteld te raken.

 Organisatie: Democrazy, Gent

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Isobel Campbell & Mark Lanegan op elkaar afgestemd

Geschreven door

De onmogelijk mogelijke samenwerking tussen de beeldschone feeërieke Schotse Isobel Campbell (ex Belle & Sebastian) en Mark Lanegan is al toe aan de derde cd. ’Ballad of the broken seas’ en ‘Sunday at the devil dirt’ gingen ‘Hawk’ vooraf. Ze kregen de stempel van ‘the beauty & the beast’ en de ‘60s icoontjes Nancy Sinatra - Lee Hazelwood en Jane Birkin en Serge Gainsbourg. Allemaal toffe benamingen van de muzikale magie tussen beiden. De songs worden geschreven door Campbell, zijn donker, dreigend of dromerig, sfeervol, worden bepaald door Lanegan’s grauwe, krakende zegzang, die z’n stem ontleent aan de nummers, en Campbell’s frêle, hemelse backing vocal en neurie. De druilerige, bezwerende americana heeft iets van een soort ‘film noir’, in countryblues gedrenkt, en tekent voor een soundtrack van Quentin Tarentino, David Lynch of een apocalyptische ‘Once upon a time’.

En net als bij platen van Bonnie ‘Prince’ Billy en Sparklehorse, dringt een luchtige, lichtvoetige noot en Willie Nelson-country door, die dan eenvoudig en irritant kan zijn, maar door de variaties ontspanning en relativering biedt van nét die ‘dark, melancholische side’. Kortom, nighttripsongs, die een ochtendzon toelaten …
En ondanks het feit hun tours geconfronteerd worden met ups & downs, zijn ze uiterst geconcentreerd en elkaars steun en toeverlaat, wat toeliet goed op elkaar afgestemd te zijn; vanavond resulteerde het in een evenwichtige onderhouden set. Tja, eerder hadden we al optredens gezien dat de spanning te snijden was en dat ze elkaar geen blik gunden, wat dan ervoor zorgde dat hun duo optreden een verplicht nummertje werd.
Tweede wapenfeit was dat Campbell haar nervositeit en onwennigheid kon laten vallen in de duetten met support Willy Mason en zelfs het publiek aanporde een danspasje te maken.

Een broeierige spanning van weemoed, verlatingangst, alleen op de wereld door een spaarzame begeleiding en een dosis luchtigheid en carrousel hoorden we door een forsere, krachtige aanpak en swingende countrypop.
De klemtoon kwam eerst op het nieuwe materiaal door “We die & see beauty reign”, “You won’t let me down”, “Come on down” en “Snake song”, doortastend en indringend door Lanegan, die de gevoelige backing vocals van Campbell verdrong. Een eerste herkenning met vroeger was er met het broeierige “Who built the road”, het ingetogen “The ballad of broken seas” en een pakkende “The cicrus is leaving town”; het akoestisch gitaargetokkel en de cellopartij van Campbell gaven kippenvel.
Na deze intense songs hoorden we ergens een “Thank you” van Lanegan. Een klein half uurtje verdween hij in de coulissen en liet ruimte voor de duetten Campbell - Mason. Doorsnee (kampvuur) countrypop sfeertje creëerden ze met “Cool water” en “How to say goodbye”. Campbell nam het voortouw op “To hell & back again” en “Saturday’s gone” … Hier loerde Hope Sandoval om de hoek. Ze bleef misschien ietwat verlegen en gaf haar ongemak aan van het continue touren, de vele citytrips en busstops om in de clubs te geraken.
Maar geen betere en treffende vonken zonder Lanegan. Toen hij terug ten tonele verscheen, waren we er volmondig over eens dat in snedige versies van het duistere, sinistere “Back burner” het lichtvoetige “Time of the season” en het frisse “Honey child, what can I do” hij de final touch geeft op het muzikale recept van de samenwerking. “Come on over, turn me on” had de meest ideale, evenwichtige zangpartij en het countryrockende “Get behind me” met opvallende toetsen, besloot na anderhalf uur de set.

De bis zinderde na, want sterk waren de spaarzame “Revolver” en “Do you wanna come back with me”, een indringende “Ramblin’ man” die niet kan ontbreken tijdens de gigs, en een doorleefde “Wedding dress”, gehaald van Lanegans platen.

We houden nog steeds van die aparte stijl van Campbell – Lanegan. Lanegan is net als Arno een soort dolende nachtburgemeester en abonneert op donkere bruine kroegen. Onderhuids komt een meer luchtige toon naar boven en Campbell probeert het Lanegan statement en - sfeertje breekbare en luchtige speldenprikken toe te dienen, wat de slotsom maakt van een fijn concertje …

Sing/songwriter Willy Mason is mee op tournee met het duo, zingt enkele songs mee en krijgt terecht de ruimte eigen materiaal voor te stellen in een klein half uurtje. Intiem dromerige songs die een broeierige spanning hebben. De man stoeit wat met z’n helder indringende vocals en echo’s, die refereren aan het ouder werk van Bruce Springsteen en Bruce Cockburn. Eventjes dachten we dat hij van op een heuvel zong. Muzikaal niet echt iets nieuws, maar raken kon z’n gevoelig innemend materiaal wel …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Hawk

Geschreven door

Ook al leek het een onmogelijke samenwerking werd ‘Ballad of the broken seas’ één van de mooiste platen van de afgelopen jaren,  krijgen de twee er blijkbaar maar niet genoeg van want ‘Hawk’ is ondertussen de derde in het rijtje geworden ook al lijkt er stilletjesaan routine in het spel geslopen te zijn.
Niet in het minst door Mark, zuiplap eerste klas, die twee nummers liet inzingen door Willy Mason.
De voormalige celliste van Belle & Sebastian mag dan wel verantwoordelijk zijn voor het schrijven van de nummers toch wordt zij vocaal volledig op de achtergrond geduwd.
Ook al is ‘Hawk’ in zijn geheel een meer dan geslaagde cd te noemen blijft het toch een onsamenhangend zooitje want het lijkt er sterk op dat iedere nummer diende als een soort van  try out. “Come undone” mag dan als twee druppels water lijken op Axelle Red (we zweren het op onze onschuldige zieltjes !) toch is dit wellicht hun Gainsbourg/Birkin-moment, terwijl een nummer als “Got behind me” Lanegan al de mogelijkheden heeft om hier als fervent bluesperformer uit de hoek te komen (op deze cd vindt je trouwens ook een cover van “No place to fall” van Townes Van Zandt). Titelttrack “Hawk” is een kakafonische poging om de soulkwaliteiten van Booker T & The MG’s te evenaren, en eigenlijk zouden we wel iets over elk nummer kunnen neerpennen en hierbij steeds refereren naar iets verschillends.
Of het liedje tussen de twee nog lang zal duren is maar de vraag (het zal wel van de rinkelende kassa afhangen) maar tot dusver werpt de samenwerking nog steeds zijn vruchten af ook al blijft de vinger gevaarlijk dicht in de buurt van de alarmbel.

Isobel Campbell & Mark Lanegan

De opmerkelijke countryblues van Isobel Campbell & Mark Lanegan

Geschreven door

Twee jaar terug noteerden we een opmerkelijk samenwerkingsproject tussen de Schotse Isobel Campbell, de vroegere celliste van Belle & Sebastian, en Mark Lanegan, ex Screaming Trees, een veel gevraagd gastvocalist bij talrijke bands als QOSA, Soulsavers Creature with the atom brain en Twilight Singers. En hij bracht samen met Greg Dulli, onder The Gutter Twins, ‘Saturnalia’ uit en trad onlangs in april op in het kader van het Dominofestival. Zijn eigen band staat momenteel op non actief.
’Ballad of the broken seas’ en ‘Sunday at the devil dirt’ zijn de twee worpen van het duo; ze worden door de media bestempeld als een ‘the beauty & the beast’ en ‘60’s icoontjes Nancy Sinatra en Lee Hazelwood.
Muzikaal is er sprake van een donker,dreigende en een dromerig sfeervolle sound bepaald door Lanegan’s diepe, grauwe, krakende stem en Campbell’s frêle, hemelse backing vocals en gefluit. Hun, in countryblues gedrenkte, intiem pakkende, broeierige luisterliedjes (by the way composities van Campbell!) zijn tekenend voor een soundtrack van Quentin Tarantino of een apocalyptische ‘Once upon a time’.

Ze waren spaarzaam begeleid door akoestisch gitaargetokkel, af en toe omlijst door piano, toetsen, cello en contrabas. Het duo speelde een ontwapende, innemende en beklijvende set. Het publiek bezorgde het kwintet telkens een warm onthaal, maar van interactie was er geen sprake. Lanegan stond vastgenageld aan z’n microfoonstaander, het hoofd half opzij, en dronk na elke song een klein teugje water; Campbell op haar beurt wendde haar blik van het publiek af. En tenslotte stond er een denkbeeldig ijzeren gordijn tussen de twee. Ergens middenin de set hoorden we een schuchtere dankjewel.
Een goed anderhalf uur wisselden ze af van tempo en ritme en plukten songs uit hun twee verschenen cd’s. Een sobere “Seafaring song” leidde in onder de grommende zegzang van Mark, ondersteund door het lieflijk hemels gezang van Isobel. “Deus ibi est” klonk indringend door een venijnig snedig gitaarspel. We zagen een oneindig desolaat landschap voor ogen op “Carry home”, “Who built the road” en “Back burner”. ”The false husband”, “Salvation”, “Keep me in mind, sweetheart” en het afsluitende “The circus is leaving town”, waren vaudeville countrykillers op z’n Michael Gira’s en Tom Waits.
“The flame that burns” en “Hony child what can I do” legden wat meer gemoedelijkheid aan de dag en leverden een perfecte samenzang op. Isobel Campbell kwam eventjes op het voorplan om de schitterende elfensong “Saturday’s gone” te zingen, en vulde mooi aan op “Free to walk”.
Heerlijk geslaagde variërende nummers, wat de melancholie en zwaarmoedigheid draaglijker maakte.
Ze trakteerden ons op een uitgebreide bis van vier songs: pareltjes waren “Come on over (turn me on)” en Hank Williams’ “Ramblin’ man”, aangevuld met een integere “Revolver” en het repetitief opbouwende “Wedding dress”, die door een krachtiger gitaarspel het overtuigende concert definitief besloot.

Als een verdwaalde ziel stuurden Campbelle & Lanegan ons de nacht in, maar al gauw werden we  wakker geschud op de boulevard door enthousiaste jonge EK feestvierders …

Organisatie: Live Nation

Isobel Campbell & Mark Lanegan

Sunday at the devil dirt

Geschreven door

Mark Lanegan beleeft drukke tijden, want hij is een veel gevraagd gastvocalist. Onder z’n eigen band is het van 2004 geleden dat hij nog werk kon uitbrengen. Lanegan was te horen bij QOSA, Soulsavers, Creature  with the atom brain en The Twilight Singers. Dit voorjaar leverde hij met Greg Dulli zelfs onder The Gutter Twins een prachtplaat af.
En met Isobel Campbell kwam het twee jaar terug tot een samenwerking op afstand, met ’The ballad of the broken seas’ als overtuigend resultaat. Ze werden bestempeld als de ‘60’s icoontjes Lee Hazelwood en Nancy Sinatra.
‘Sunday at the devil dirt’ is het vervolgverhaal, waarbij ze deze maal samen de studio introkken. De donker dreigende sound en het dromerig, sfeervol karakter blijven behouden. Lanegan neemt met z’n grauwe, diep krakende zegzang een prominente rol in (een tweede Johnny Cash/Michael Gira), en zangeres/componiste/celliste Campbell neemt genoegen om als achtergrondzangeres te fungeren. Enkel op “Shotgun blues” is ze leading vocaliste!
Het lijkt eerder op een solo-uitstap van Lanegan die de composities van de ex Belle& Sebastian Schotse songschrijfster zingt.
”The raven” en “Come on over (turn me on)” zijn de pareltjes op de plaat. Overwegend horen we spaarzaam begeleide songs, af en toe omlijst van sfeervolle strijkers, zoals op “Seafaring song” en “Who built the road”. De country killers “Something to believe” en “Keep me in mind, sweetheart” huiveren door het akoestisch gitaargetokkel en Lanegan’s gegrom. “Back burner” en “The flame that burns” laten een andere kant van het duo horen: lekker zwoel en zwierig.
Kortom, we houden er heerlijke variaties aan over op deze tweede samenwerking.

Isobel Campbell & Mark Lanegan

The Beauty & The Beast

Geschreven door
De Vooruit ontvangt doorgaans de betere rockband, van trendy tot tijdloos, maar zelden gespeend van decibels. Niet zo afgelopen zaterdagavond dus, toen de Schotse engel Isobel Campbell en de Amerikaanse grunge-survivor Mark Lanegan met hun intieme luisterliedjes in de Gentse rocktempel neerstreken voor een uitverkochte affiche. Pers en publiek zijn het er over eens dat dit gelegenheidsduo met het album ?Ballad of the Broken Seas? verantwoordelijk was voor één van dé muzikale wapenfeiten van 2006. Op dit album laten ze zich spontaan een soort Beauty & The Beast imago aanmeten onder de vorm van een onwaarschijnlijke combinatie van frèle en rauwe vocals die eerder reeds Lee Hazelwood & Nancy Sinatra of Nick Cave & Kylie Minogue (muzikale) hoogtepunten lieten bereiken.

Vergezeld van een vierkoppige begeleidingsband bleek opener ?Revolver? meteen een welgemikt schot in de roos. Ingeleid door spaarzame percussie en desolaat gitaargetokkel zette de gedeclameerde samenzang van de zeer statische Campbell & Lanegan de toon voor de rest van de avond. Tot de andere hoogtepunten waar het etherische engelengezang van Campbell en de door rook en levenspijn doordrongen stem van Lanegan wonderwel samenvloeiden behoorden zeker ook ?Deus ibi est? en ?(Do You Wanna) Come Walk with Me??. Nagenoeg alle nummers op ?Ballad of the Broken Seas? zijn van de hand van Campbell, geen wonder dus dat dit ex-lid van Belle & Sebastian nu en dan zelf de show mocht stelen met ?Black Mountain?, ?Saturday's Gone? of het aan Nick Drake schatplichtige instrumentaaltje ?It's Hard to Kill a Bad Thing?. Op de tonen van ?The Circus is Leaving Town? kreunde Lanegan ?The party's over now, so draw the curtains down?, een passend einde van het eerste deel van het concert. Tijdens de twee bissen werd de gemoedelijke sfeer een ietsje venijniger. Na een klein fysiek opstootje ter hoogte van de bar zetten Campbell & Lanegan passend ?Ramblin' Man? in, een doorleefde cover van een Hank Williams original die van een vuil countryblues randje werd voorzien.

Het was meteen het sluitstuk van een geslaagd anderhalf uur in een onbezwete Vooruit, ondergetekende dook voldaan en stilletjes neuriënd op het refrein van ?Saturday's Gone? de nacht in ...