logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (6 Items)

Mojo & The Kitchen Brothers

Into The Center Of The Cat’s Eye Nebula

Geschreven door

Mojo & The Kitchen Brothers spelen hoogst originele psychedelische prog-rock die teruggrijpt naar de late sixties en vroege seventies, van prille Pink Floyd langs Jefferson Airplane naar King Crimson. De invloeden vloeien rijkelijk voorbij zonder dat we deze band op klakkeloos kopiëren betrappen, hier huist wel degelijk een straffe eigen sound in waarbij uiterst bedreven muzikanten aan het werk zijn. Maar het is er hen niet om te doen om hun kunsten en vaardigheden te veel in de picture te stellen. Alles staat in functie van de songs en deze klinken bij wijlen weird maar steeds bijzonder origineel.
Er gebeurt nogal wat, het tempo wordt gaandeweg opgedreven en de versterkers worden al eens stelselmatig feller gezet. Zo klimt “Titan Arum” vanuit mijmerende prog-rock naar stevige hard-rock en het uiterst opwindende “Mr Goblin Found The Electric Sugar” start in krautrockmodus om dan uit te komen bij Primus die geruggesteund wordt door King Gizzard.
Het heftige “Trail Of The Space Sasquatch” heeft al van bij het begin peper in het gat en trekt dan richting space om daar nog wat feller tekeer te gaan, dit is het soort song waar die weirdos van de Psychedelic Porn Crumpets ook geregeld mee van wal steken.
De afsluitende titelsong is het absolute hoogtepunt, vanuit een fijnzinnige en mistige lange intro wordt een stomende psychedelische progrocker opgetrokken waarbij de gitaren voor een ultieme uitbarsting zorgen.

Dit is een bruisend en gevarieerd album van een band die niet meedoet aan de gangbare trends maar gewoon zijn eigen boeiende en avontuurlijke weg zoekt.
(release 25-10-24)
(live 01-02-25, 4ad, diksmuide)

Bad Mojos

Bad Mojos - Snelle punk met powerpop riffs

Geschreven door

Er werd nog maar eens geopend met een exponent uit de welig tierende Kortrijkse underground: Los Bonobos, waarin opnieuw enkele gekende gezichten. Zelf noemen ze hun ding ‘Monkrock for wankers’. Razende garagepunk, goed gebruld en met voldoende zelfrelativering. “I’m to weak for rock-‘n-roll”, zo heette één van hun nummers. Het is hen duizenden keren voorgedaan maar toch bleef het leuk. Onder andere door er een flard “I’m a believer” van soortgenoten The Monkees tussen te moffelen. Hun zanger moest wegens rugproblemen noodgedwongen in een rolstoel plaatsnemen waarop er meteen iemand schamper “ Los Lumbagos” riep. Voor dit soort opmerkingen alleen al zou ik een verplaatsing naar de Pit’s overwegen. Te klasseren naast Freddie & The Vangrails.

Bad Mojos komen uit Thun, een schilderachtig stadje uit het Zwitserse kanton Bern maar dat was niet meteen de reden waarom ik naar Kortrijk was afgezakt. Hun plaat op Voodoo Rhythm Records, het label van Reverend Beat-Man, en een stevige live-reputatie waren grotere drijfveren.
Iemand voorspelde me zelfs dat ik een geniale groep aan het werk ging zien maar dat was net iets te veel eer. De drie zagen er behoorlijk blits uit: gehuld in plastic zakken (Garbage Bags revisited) waaronder blote benen priemden en met obligate zonnebril. Ook hier een zittende zanger, niet dat Julio Blanco last had van zijn rug, ‘t was gewoon wat comfortabeler als drummer.
Aanstekelijke, korte en snelle punknummertjes voorzien van powerpop riffs: het deed me soms denken aan de Ramones, anderen hoorden er een Europese versie van The Spits in. Er was absoluut niet mis mee, alleen vond ik ze iets te veel teren op een (ijzersterke) formule. Tijdens de bisronde hoorde ik plots een nummer die zowaar de twee minuten haalde en even later zelfs een korte aanzet tot een gitaarsolo. Veel was het niet. Het leken eerder onvolmaaktheden maar het maakte Bad Mojos, wat mij betreft, meteen een stuk opwindender.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Mojostar

Mojostar

Geschreven door

Mojostar is Belgische blues/americana/southernrock uit Haacht . Spil is Simon Witvrouw , leadgitarist/zanger en songschrijver van het combo . De band graait uit het muzikaal archief van Led Zeppelin , The Black Crowes en Jayhawks en maakt er een broeierig spannend geheel van .  Catchy songs, die ruimte laten voor soli en dat biedt al meteen aardige nummers “On the mood for love” , “When we make love” en “Thinking about you” . Drie knallers, die met de daaropvolgende songs alleen maar heerlijk rockplezier oplevert!
Info http://www.mojostar.me

Mojo Filters

Mojo Filters EP

Geschreven door

Al van tijdens van de Humo’s Rock Rally 2010 plaatste deze jonge band uit Beerse zich in de kijker . Ze hebben de kunst goede popsongs te schrijven; fris aanstekelijk, pittig en catchy klinken de vier nummers op de EP. De single “kalifornia” is er eentje om in te lijsten en met het broeierige “crossing the rubicon” wordt op overtuigende wijze de vier song EP besloten . In het oog te houden …

http://www.mojofilters.be

Stuck Mojo

The Great Revival

Geschreven door

Na het ontgoochelende ‘Southern Born Killers’ plande Stuck Mojo volgens mij een grote heropleving. De naam van het nieuwe album namelijk ‘The Great Revival’, doet niets anders vermoeden.. ‘Southern Born Killers’ werd over het algemeen te slap bevonden. De met rap en R ‘n’ B doorspekte ‘Metal’ kon mij absoluut niet bekoren. Of men er ditmaal wel in slaagde, komt u verder te weten.

Na het slappe ‘Southern Born Killers’ opent dit nieuwe album sterk met “15 Minutes of Fame” na de intro “Worshipping a False God”. Een krachtige opening van het nummer trekt meteen de aandacht. De raps van Lord Nelson klinken eindelijk weer wat steviger en stoerder, terwijl de gezongen delen een meer emotionele kant aanraken. Ook in het sterke “Friends” vallen de gerapte stukken op, maar vooral de intrede van zangeres Christine Cook trekt hier de aandacht, waardoor een schitterend duet wordt aangeboden. Zo goed als het volledige album blijft behoorlijk toegankelijk voor het grote publiek, maar ditmaal zonder de kwaliteit van het album in de weg te staan.
Het minder toegankelijke “The Flood” blijkt echter één van de sterkere nummers op het album te zijn. Hier krijgen we voornamelijk stevige metalriffs voorgeschoteld ondersteund met stevige raps en epische sfeerelementen. Het geheel klinkt behoorlijk dreigend, waardoor het eigenlijk nogal vreemd overkomt tussen de andere nummers. Ook het erop volgende “Now That You’re All Alone” tapt namelijk uit een compleet ander vaatje. De commerciëler klinkende zanglijnen die de raps afwisselen, staan in fel contrast ten opzichte van de dreigende sfeer op “The Flood”. Niettemin heeft ook dit nummer zijn sterktes.
Het enige minpunt op dit album blijft echter het oeverloos gezeik tussen sommige nummers. Het beste voorbeeld kunnen we geven met het ‘nummer’ “There’s a Doctor in Town” en ‘There’s a Miracle Coming”. Deze delen van het album bevatten oeverloos gezeik van één of andere Goeroe die een aankomend mirakel predikt en hierbij geleidelijk aan ondersteund wordt door muzikale elementen die hun oorsprong kennen binnen the Southern Rock. Gelukkig zijn deze passages beperkter dan op ‘Southern Born Killers’.
Opmerkelijk nog op dit album is de eigenzinnige cover die men voorschotelt van de country klassieker “Country Road”. Origineel is het zeker wel, al blijft het echter bij een leukigheid op dit album. Na deze cover volgen nog enkele nummers die naar mijn bescheiden mening enkel als opvullertjes dienen. Hieronder valt onder andere het tweedelige “Superstar”. De R’n’B invloeden zijn op deze nummers duidelijker en laten daardoor een slappe indruk na. Op een melodische solo na, zal je niet veel missen bij het overslaan van deze nummers!

Al bij al kregen we een mooi afwisselend album voorgeschoteld voor liefhebbers van Cross-over Metal. Ook al blijkt er meer Rap dan Metal aanwezig te zijn in het album. Ook qua productie kon Stuck Mojo op kwaliteit rekenen. Het geheel ligt vlot in het gehoor! Hopelijk overtreft men ook dit album weer!

Stuck Mojo

Southern Born Killers

Geschreven door

Crossover metal staat er vermeld op het hoesje van de promo-cd, die eventjes geleden in mijn bus belandde. Meestal heb ik geen problemen met wat invloeden uit andere genres, maar om mij met metal doorspekt met rap te kunnen overtuigen, moet er al heel wat kwaliteit in een band aanwezig zijn.
De snedige agressieve sound van Body Count bijvoorbeeld kan mij perfect blijven boeien. Stuck Mojo daarentegen brengt een mengsel van bij momenten stevige en zwaar klinkende riffs met vaak erg slappen naar de r&b neigende invloeden. Het album opende nochtans sterk met een knallende riff om het album te openen. Helaas brengt de klagerige rap van Lord Nelson hier al snel verandering in. Muzikaal behoort dit nummer tot één van de betere van het album, maar het geheel kan mij absoluut niet bekoren.
”Southern Born Killer” kan er vanwege het enthousiasme nog net mee door, maar wanneer het album zich verder zet met het nummer “The Sky is Falling”, kreeg ik al snel de neiging om het boeltje zo vlug mogelijk uit mijn CD-lader te kegelen. Om het nummer en de rest van het album toch een kans te geven, probeerde ik de verleiding te weerstaan. “The Sky is Falling”, is naar mijn mening, nauwelijks de naam ‘Metal’ waardig. Het refrein zou zo uit één of ander slap pop-nummer kunnen komen.
Vervolgens een nummer als “Metal is Dead” voorgeschoteld krijgen, doet mij al snel vrezen dat ze mij na dit album met gemak zouden kunnen overtuigen dat het inderdaad ook zo is. Toch blijkt het nummer onverwacht nog een meevaller te zijn en zowaar zelfs één van de beter van het album. Hoe de band het in zijn hoofd haalde om na dit nummer het album volledig onderuit te kegelen door een ruim vier minuten durend klacht, waarop niemand zit te wachten, in te lassen, blijft voor mij onbegrijpelijk.
Gelukkig wordt mijn geduld beloond bij het horen van “Open Season”. Het nummer is met Oosterse elementen doorspekt en roept een aparte sfeer bij mij op en doet mij opnieuw hopen op een sterk einde. Tot het nummer voorbij is en “Prelude to Anger” opnieuw een vreselijk irritant gewauwel blijkt te zijn. Gelukkig blijft het deze keer beperkt en wordt al snel “That’s When I Burn” ingezet. Ook bij dit nummer blijft het voor mij allemaal nog iets te braafjes.
“Yoko” en “Home” zijn de afsluiters van het album. Mijn hoop om nog iets te horen waarvan ik onder de indruk zou kunnen raken had ik al lang opgeborgen. “Yoko” bleek dan ook een nummer te zijn waar ik, en wellicht betrekkelijk weinig metalfans, bijlange geen behoefte aan hebben. “Home” blijkt nog net wat positieve elementen toe te voegen aan het album en is ondanks het pop-achtige refrein toch nog de moeite waard om gehoord te hebben en zou het wellicht nog niet slecht doen in een aantal hitlijsten.
Verscheidene luisterbeurten later, is mijn mening nog steeds niet veranderd. Slechts 2 nummers zijn de term ‘Metal’ waardig en nog 2 andere lijken binnen hun genre kwalitatief goede nummers te zijn. De zes over(bod)ige tracks zorgen er enkel voor dat de aandacht van deze vier wordt afgeleid. Helaas niet in de positieve zin. Je moet naar mijn mening toch al heel ruimdenkend zijn om aan dit album een boodschap te hebben.