logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (17 Items)

The Good, The Bad & The Zugly

Research and Destroy

Geschreven door

The Good, The Bad And The Zugly, met bandleden die ook bij Kvelertak en Kosmik Boogie Tribe spleen, kwamen hier al eerder aan bod. Op hun vorige album, ‘Algorithm  and Blues’, keerden ze terug naar de brutale punkrock en op hun  nieuwe album ‘Research  And Destroy’ doen ze dat nog eens netjes over.
De band heeft naar eigen zeggen een groot aantal fans en een uitstekende reputatie in thuisland Noorwegen. In de rest van de wereld loopt het allemaal niet zo’n vaart. Er zit deze keer wat meer garagerock in hun punkrock, maar vooral veel humor in de songtitels. “What’s My Rage Again”, “The PKA Took My Money Away”, “Nostradumbass”, …
Dat deden ze al op eerdere albums en die formule houden ze dus aan. Daar is weinig op aan te merken. Satire en punk gaan goed samen. De tracks op ‘Research And Destroy’ komen met een rotvaart voorbij en zijn earcandy voor al wie punkrock een warm hart toedraagt. Knappe intro’s, veel power en agressie, vaak een meezingbaar refrein, … het plaatje klopt helemaal.
Een paar tracks klinken wat vetter of harder dan de rest: “Bridge And Tunnel Guy”, “Diet 1-2-3” en de hit-in-wording “Here Come The Waterworks”.
Wie al fan is van pakweg Turbonegro of The Hellacopters, moet zeker ook deze Noorse punkband eens checken. Dit album is op vinyl beschikbaar.

https://www.youtube.com/watch?v=qjvyuQptAXU

Sly And The Good Guys

My Mind Is Amusing -single-

Geschreven door

Sly And The Good Guys is het soloproject van Tijl De Meulemeester, zanger-gitarist van Tien Ton Vuist, de band die net van duo naar trio promoveerde. Het verschil met Tien Ton Vuist is niet zo heel groot. Het is iets eenvoudiger, meer rechttoe-rechtaan rockend. Grungy op een catchy Nirvana/early Foo Fighters-achtige manier. Een lekker stuwend ritme en een direct meezingbaar refrein, wat wil een mens nog meer?  Ideaal voor radio Willy of StuBru.
Er komen nog meer singles aan en als die hetzelfde niveau halen als deze, dan wordt 2021 een mooi jaar.
https://fanlink.to/SlatGG?fbclid=IwAR2WUoxszKryTbHZ3oLz9apB22FxoIeypuW_ORbAc0P4fkaqU1pr3NM_OA0

The Godfathers

I’m Not Your Slave/Wild & Free -single-

Geschreven door

The Godfathers is één van die bands die moeten opboksen tegen het vooroordeel dat ze hun beste jaren al achter de rug hebben en dat nieuwe releases eigenlijk zinloos zijn. Dan maar langs het circuit voor retrobands en elke avond teren op “Birth, School, Work, Death”?
Dat Peter Coyne en zijn band meer te bieden hebben dan die ene hit bewezen ze al met veel verve op ‘More Songs About Love & Hate’ uit 1989. Al moet elke fan toegeven dat elk album dat daarop volgde , gewoon meer van hetzelfde maar net ietsje anders was.
Voor de nieuwe singles heeft Coyne opnieuw de formule van ‘More Songs…’ herhaald: potige gitaarrock die nog wat ruikt naar punk en een heel klein beetje naar new wave. Deze nieuwe singles, waarvan de band ze aanduidt als twee A-kantjes, zullen de bestaande fans dus zeker niet teleurstellen en als er nog eens een ‘Best Of’ uitkomt , zullen ze niet verbleken naast het vroegere werk. Maar ze verrassen ook niet.  Van de twee is “I’m Not Your Slave” dan wel de betere.
Hun show in Den Trap in Kortrijk werd uitgesteld door de coronacrisis, maar ze beloven dat er een nieuwe datum komt.

The Gold (Spain)

The Gold

Geschreven door

Hebben ze ook in Spanje ‘superbands’? Best wel. The Gold brengt zijn debuutalbum uit dat ze meteen ook maar ‘The Gold’ gedoopt hebben. Hoewel de naamgeving op meer dan voldoende ambitie wijst, is de term superband misschien een beetje overdreven, maar toch: op zang en gitaar is er de naar Spanje verhuisde Amerikaan Kurt Baker (The Leftovers en nog wat andere zijprojecten, zoals de Spaanse bands Bullet Proof Lovers en K7s) en voorts zijn er de Canadees Mark O’Flaherty (Chixdiggit, Imperial Surfers) en de Spanjaarden Marcos Mascato (The Phantom Keys, The Limboos) en Oky Von Stoky (Hollywood Sinners). De producer is ook prima: Mike Mariconda (Cosmic Psychos, The New Bomb Turks, The Pleasure Fuckers, The Devil Dogs, Hollywood Sinners, The Limboos, The Excitements, …). Mariconda spelt zelfs een stukje gitaar mee, op “On The Streets Again”. Als The Gold brengen ze rauwe garage met een flinke snuif punk erbij. Denk aan The New York Dolls, Johnny Thunders and the Heartbreakers, de jonge Rolling Stones of The Stooges.
Met zo’n band- en albumnaam, moet elke track toch ook minstens een gouden medaille halen? The Gold maakt al zeker genoeg gensters zodat zeker bij liefhebbers van het genre het vuur in de pan zal slaan.
Er staan twee covers op dit album: “Blue Monday”, niet van New Order maar van Fats Domino, en “Anyway You Want It” van de Dave Clark Five. Niet meteen de bekendste tracks, maar wel knap naat boven gespit. En ze geven er hun eigen draai aan, zodat ze niet opvallen tussen het eigen materiaal. Alles is snel, rauw en catchy, en een beetje retro.
Er zijn op dit ietwat verrassende debuut niet echt tracks die ver boven de andere uitsteken, maar als je de goudader van deze The Gold wil aanboren, begin dan bij “Fallen Angel Stroll”, “Gimme Your Love” en “Trouble To Trouble”.

The Good, The Bad & The Zugly

Misanthropical House

Geschreven door

De bandnaam The Good, The Bad and The Zugly zal waarschijnlijk fantastisch hebben geklonken na meer dan vijf pintjes na de eerste gezamenlijke repetitie, maar om er nu echt een international carrière mee uit te bouwen?  Nochtans heeft deze Noorse punkrockband best wel wat troeven in huis om door te breken.
The Good, The Bad and The Zugly (GBZ) brengen op het pas uitgebrachte album ‘Misanthropical House’ stevige punkrock in de traditie van The Hellacopters en Turbonegro. Drummer Tommy Akerholdt van Turbonegro mag zelfs even komen meezingen. Hun punkrock is snel en catchy, maar niet plat commercieel en mooier uitgewerkt dan pakweg de Britse oldschoolpunk. Stevig en vinnig, maar niet bijster origineel. Zo klinken ze op "I Lied About Being A Hardcore Man”, “Mindlessness”, “Ripe For The Grave” en – het beste nummer op het album - “International Asshole”. Inhoudelijk gaat het niet altijd over de grote wereldproblemen, maar soms ook over de eigen lichamelijke teloorgang of persoonlijke ergernissen. GBZ brengt het ‘zagen en klagen’ terug in de punk, zoiets.
GBZ heeft op dit album een paar nummers waarmee ze inzake songopbouw, akkoorden en geluid dicht in de buurt komen van die andere, net iets bekendere Noorse band Kvelertak. Dat gebeurt op o.m. openingstrack “H-Bomb”, “Vik Bak Meg Satan”, “Sickness Unto Death” en “West Coast Exile”. In andere songs of intro’s klinken daar soms nog echo’s door, maar dan subtieler. Hoewel de referentie naar Kvelertak wel geen toeval zal zijn, blijven de verschillen groot genoeg om GBZ een eigen gezicht te geven. Er zijn ook slechtere bands om je aan te spiegelen en deze aanpak zorgt ervoor dat The Good, The Bad And The Zugly toch een beetje uit de band springen.
‘Misanthropical House’ is een vermakelijk album dat zowel de doorwinterde punker als de ruimdenkende metalhead zal aanspreken. Deze Noorse band is reeds uitgenodigd voor Hellfest in Frankrijk en hopelijk komen daar nog een paar Belgische festivals of zaalshows bij.

The Godfathers

The Godfathers - Old school never dies

Geschreven door

Dat Peter van n’Trap en Den Bras een muziekliefhebber in hart en nieren is, mag zelfs een understatement betekenen. Hij haalt nu een dan een grote naam in zijn kroeg. Nu passeerden de Godfathers nog eens.

Het concert begon met “I want everything because I said so” in ware ‘old school punk’ stijl. Meteen de pees erop en duidelijk speelplezier, al was het voor Peter Coyne even zoeken naar de juiste stem.  Gevolgd door een al even stampende “If I had only Time” uit ‘Birth, School, Work, Death’. Hun nieuwe ‘Till My Heart Stops Beating’ bewijst dat ze het nog steeds in hun vingers hebben en trouw blijven aan hun klassieke recept. Drie punk akkoorden op een stevige percussie. Een rifje die ergens naar “Ca Plane Pour Moi” ruikt. “Angry young World” en “Rewind Time” bewijst dat ouderen die over jongeren zingen eenmaal terug in tijd moeten: De punkversie van “Back To The Future”. Twisted rockabilly met “Those Days are over”. “Paranoid” is duidelijk niet die van Black Sabbath, wel komt MC5 even piepen. Het optreden dreigt eventjes te vervallen maar The Godfathers hernemen zich duidelijk met het ironische “I’m Unsatisfied”. Zeer toepasselijke titel. Tenslotte kan enkel een oudere punker een titel zoals “Love is dead” bedenken, om in schoonheid te eindigen met “This is War”.
Den Trap staat er nog!

Organisatie: Den Trap , Kortrijk

The Gories

The Gories - Aanslag op de heupen

Geschreven door

The Glücks (uit Oostende) bleken de geknipte opener te zijn voor The Gories. Hun onstuimige garagerock die uit de diepste krochten van de hel leek te komen bracht de zaal meteen op de juiste temperatuur. Zanger-gitarist Alek is nog steeds een ongeleid projectiel die zijn tomeloze energie vond in sloten alcohol en een paar keer de fles deelde met een al even enthousiast publiek. Maar hun rudimentaire rock-‘n-roll bleef parmant overeind wat niet gezegd kon worden van Tina’s drumstel waarin Alek bij wijze van slotakkoord een duik nam. Ik zag ze nu reeds verschillende keren aan het werk en vond ze beter dan ooit.

In 1986 vonden The Gories de rock-‘n-roll opnieuw uit. En dat klonk hoekig en primitief maar was ook uitermate opzwepend. Helaas was het sprookje na een zestal jaar reeds voorbij en ging ieder groepslid zijn eigen weg. Drumster Peggy O’Neill speelde een blauwe maandag bij ‘68 Comeback en verder ook nog bij Darkest Hours. Dan Kroha trad halfnaakt op met de Demolition Doll Rods, heeft met Danny & The Darleans opnieuw een uitstekende groep uit de grond gestampt (binnenkort een nieuwe plaat) en maakte dit jaar een mooie solo-lp voor Jack White’s ‘Third Man Records’, “Angels watching over me”. Mick Collins ten slotte maakte een meesterwerk met Blacktop: “I got a baad feelin’ about this”, waarna die groep meteen splitte, om vervolgens The Dirtbombs te starten. Die laatste band lijkt een beetje op een dood spoor te zijn beland maar Mick zou alweer een nieuw project in de steigers staan hebben : Wolfmanhattan met Kid Congo Powers en de legendarische Bob Bert (Sonic Youth, Pussy Galore, Chrome Cranks,...).
Toch komt er in 2009 een onverwachte reünie van The Gories die hen samen met de Oblivians naar Europa brengt. Sinds die magische tour leidt de groep een sluimerend bestaan met heel af en toe een zeldzaam optreden. Platen komen er niet buiten een wel erg prijzige single die nu enkel na de optredens te koop is. Bijgevolg zou je een nieuwe Europese tour oneerbiedig als poenschepperij kunnen beschouwen terwijl het waarschijnlijk veeleer een manier van overleven is. Maar hun rock-‘n-roll is zo essentieel en tijdloos dat het goed is dat we er af en toe aan herinnerd worden terwijl het voor diegenen die destijds de boot misten dit een unieke gelegenheid was om alsnog kennis te maken met dit mythische trio.
The Gories pakten meteen uit met twee krakers van formaat : “Hey hey, we’re the Gories” en “I think I’ve had it” maar dat kon niet beletten dat de eerste twintig (schat ik) minuten nogal mak klonken. Het geluid zat niet echt goed en Mick Collins moest voortdurend rommelen aan zijn versterker. Maar uiteindelijk sloeg het vuur in de pan en kregen we The Gories als vanouds : primitief en nonchalant maar tevens onweerstaanbaar. De gitaren zorgden voor spetterend maar niet altijd even orthodox vuurwerk terwijl de stem van Mick Collins (één van de mooiste uit de ganse rock-‘n-rollwereld) mooi contrasteerde met die van Dan Kroha. Die laatste mocht ook één keer uithalen op mondharmonica tijdens een Bo Diddley-song. Treffend ook hoe hij met zijn ‘Pure Detroit’ t-shirt zijn failliete stad trouw blijft. En Peggy O’Neill? Die zat gewoon cool te wezen achter haar twee troms met de benen gekruist!

Niets nieuws onder de zon maar niemand had anders verwacht. Het zou trouwens zonde zijn om aan dit erfgoed te raken. The Gories zijn het nog steeds niet verleerd en nummers als “Thunderbird Esq” en “Nitroglycerine” bleken nog steeds aanslagen op de heupen.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Golden Grass

Golden Grass

Geschreven door

Hippie ! Retro ! Psychedelica ! Woodstock ! Groovy ! Feel-good vibes! Cactus ! Led Zeppelin ! Grand Funk Railroad ! Hendrix ! Prog-rock ! Soul ! Heavy riffs ! LSD rock ! Yep, The Golden Grass heeft het allemaal. Schaamteloos wordt teruggekeerd naar eind jaren zestig en begin jaren zeventig, de bloemen in de lange haren genesteld, de broekspijpen wijd wapperend. Gitaarsolo’s zweven door het universum, drums roffelen tussen de vreemde paddenstoelen, songs duren tot 12 minuten (“Wheels”, met drumsolo, en waarom ook niet?), patchouli geuren floreren door de kleurrijke atmosfeer en de hennep staat in volle bloei.

Wat een heerlijke retro plaat van dit trio uit Brooklyn die in een dik half uur de klok pakweg 40 jaar terugschroeft, en dit met amper 5 in weed gerijpte fantastische songs . ’t Is niet meer van deze tijd, we weten het, maar het klinkt toch zo geweldig.

 

The Godspeed Society

Killing tale

Geschreven door

Een heel bijzonder plaatje is ‘Killing tale’ van The Godspeed Society , een uitgebreid ensemble uit Portugal die komt aandraven met een verhaal van een jonge rouw die vermoord wordt door haar lover boy in het stadje ‘Blood City’. Een mysterie slui(m)ert (zich) omheen die moord , wat doet denken aan het verhaal van Twin Peaks. De story wordt weergegeven in een 24 pagina tellend boek , die bij het album zit . Ze brengen het verhaal in vijftien indringende , (licht) dreigende , spannende songs , die nog geïnjecteerd worden door de vrouwelijke vocals van Silvia Guerreiro. .
Muzikaal zit het gezelschap ergens darkwave, gothic rock, cabaret op z’n Amanda Palmer’s, jazz noir en rokerige bluesrock. Flutes en accordeon bieden dat extraatje donkere atmosfeer . Intrigerend werkstukje .


Info http://www.killingtale.wix.com/thegodspeedsociety

The Golden Glows

A prison songbook – A tribute to Alan Lomax

Geschreven door

Situering – Alan Lomax … Zoals zijn vader voor hem had gedaan, reisde de Amerikaanse folklorist en musicoloog Alan Lomax in de jaren ’40 naar het diepe zuiden van de States om er opnames te maken van de worksongs die gevangenen zongen tijdens de dwangarbeid. Zo verzamelde hij pareltjes die vandaag voortleven in covers van pakweg Ry Cooder (“Goodnight Irene”), Moby (“Natural Blues”) en Nirvana (“Where Did You Sleep Last Night”).
Of een “Black Betty” van Ram Jam, die ook uit de collectie van Lomax komt. En die zwarte Betty is geen vrouw, maar de naam van de zweep die over de slavenruggen ging bij het plukken van katoen. Het is een nummer van Lead Belly, zowat de bekendste van Lomax’ ontdekkingen.
Situering - The Golden Glows
De Belgische The Golden Glows, met de zangeressen Katleen Scheir, Nel Ponsaers, en tenorzang van gitarist Bram van Moorhem, geven een moderner kleedje aan die (prison) songs die Alan Lomax vastlegde.
Een eerbetoon met een legendarische verzameling songs van oude countryblues. Muziek uit vervlogen tijden van Amerikaanse songs van de jaren 20 , Ierse en Engelse folk traditionals; een gevarieerd postuum , intens doorleefd , gedrenkt in blues, jazz en gospel. Een schitterende vocale harmonie en muzikale pracht, ingehouden , sober en extravert. 
Roland Van Campenhout en The Golden Glows toerden samen met deze  ‘A Tribute To Alan Lomax’. Heel interessante ontdekking!

The Godfathers

The Godfathers en De Brassers – En toen was de punk(rock) er weer

Geschreven door

Toen vanaf de tweede helft van de jaren ’70 de punk als muziekstroming en sociaal verschijnsel ook zijn sedimenten achterliet op de Limburgse alluviale vlakten, zagen De  Brassers daarin de geschikte voedingsbodem om er vanuit Hamont muzikaal mee aan de slag te gaan. Ze lieten zich niet enkel beïnvloeden door groepen als de Sex Pistols, The Damned of The Clash maar vonden eveneens inspiratie bij Joy Division, PIL, Cabaret Voltaire en Fad Gadget. Mede hierdoor vermengden ze hun geluid met new- en coldwave, combineerden dit met een grote dosis anarchistische ingesteldheid en dit alles leidde ertoe dat zowel de teksten als de klank even rauw als gitzwart kleurden als de schachten van de in die periode reeds tanende koolmijnen.
Amper drie jaar, van 1979 tot 1982, bestond deze Belgische groep. Onder meer een reeks problemen naar aanleiding van verdovende middelen lagen aan de basis van de split. Niettemin volstond die korte periode om enkele ondergrondse classics op hun naam te schrijven met wellicht als bekendste resultaat “En Toen Was Er Niets Meer” (1980).
Jarenlang vertoonde de groep geen teken van leven meer maar na ruim vijftien jaar waren de Brassers opnieuw her en der op een podium te bespeuren. En hun aanhang is zeker nog even trouw getuige het feit dat de eind vorig jaar op het lovenswaardige platenlabel OnderStroom Records uitgebrachte gelimiteerde vinylcompilatie ‘De Brassers 1979-1982’, reeds helemaal uitverkocht is. De Balzaal van de Vooruit liep afgelopen vrijdag niet vol maar deels had dit natuurlijk ook te maken dat de groep begin deze maand in de AB het voorprogramma mocht vervullen van één van voormelde inspiratiebronnen, namelijk P.I.L., en dat niet iedereen nu nogmaals de verplaatsing richting Gent maakte.
De Brassers lieten het niet aan hun hart komen en speelden als vertrouwd met naar eigen zeggen de ingesteldheid dat ‘de hunker naar de vibe van het spelen groter is dan de hunker naar erkenning’. Oudgedienden Willy Dirkx (gitaar), Marc Haesendonckx (basgitaar) en de nog steeds hyperkinetische zanger Marc Poukens die heden ten dage worden bijgestaan door Erwin Jans (ex-Struggler) op drums, Joachim Cohen (o.m. Infernal Beauty) op keyboards en Willy’s zoon Jules op gitaar, slaagden er op een intense en doordringende wijze in om het publiek via pakweg het reeds vermeldde “En Toen Was Er Niets Meer” en het al even sterke “Kontrole” mee te nemen op een retrotrip zonder gedateerde bijwerkingen.

Al even sterk geënt op de punk als de Brassers zijn de in 1985 opgerichte The Godfathers. Deze Engelse groep met in de rangen de twee broers Peter (zang) en Chris (basgitaar en zang) Coyne ontstond uit de as van het cultgroepje Sid Presley Experience en leverde in de jaren ’80 met ‘Hit By Hit’ (1986) , ‘Birth, School, Work, Death’ (1988) en ‘More Songs About Love And Hate’ (1989) drie uitstekende albums op een rij af. Ook het daaropvolgende ‘Unreal World’ (1991) was van even hoogstaande makelij hoewel sommige puristen de afgelijnde productie laakten.
Van dan af verliep het heel wat moeilijker. Er werden personeelswissels doorgevoerd en ook het succes bleef wat uit. Maar in 2008 maakten The Godfathers evenwel van de gelegenheid gebruik om naar aanleiding van de heruitgave van hun debuut ‘Hit By Hit’ in originele line-up een reeks concerten te geven die hen onder meer ook naar de Gentse Handelsbeurs brachten. Lang duurde de hereniging niet want amper een jaar later verlieten gitaristen Kris Dollimore en Mike Gibson alsook drummer George Mazur opnieuw de groep en hun plaats werd ingenomen door De Bartle (gitaar, zang en ex-lid van de Sid Presley Experience) en nieuwkomer Grant Nicholas (drums, percussie en zang). En in die opstelling traden ze in de Vooruit ook aan.

Vanaf het begin van de set werd duidelijk dat The Godfathers noch hun oorsprong noch hun voorbeelden zouden verloochenen. Zo lieten ze meteen de Sid Presley Experience als een feniks verrijzen via het instrumentale openingsnummer “Public Enemy Number One” (ook “Hup Two Three Four” zou de revue passeren) en tijdens “When Am I Coming Down” werden flarden tekst van onder meer “Strawberry Fields Forever” (The Beatles) en “Lazy Sunday” (Small Faces) binnengesmokkeld. Het tot dusver enkel op de liveplaat ‘Shot Live At The 100 Club’ (2010) terug te vinden “I Can’t Sleep Tonight” vertoonde dan weer niet enkel de kenmerken van maar werd zelfs geheel opgedragen aan de Ramones (wiens “Blitzkrieg Pop” The Godfathers trouwens ook nog eens door de luidsprekers lieten schallen vooraleer aan hun concert te beginnen).
De punk(rock) verpakt in drieminutensongs, primeerde. Ruimte voor lang uitgesponnen nummers werd nauwelijks gecreëerd. “Cause I Said So”, “Just Because You’re Not Paranoid Doesn’t Mean To Say They’re Not Going To Get You!” en “This Damn Nation” waren puntig en bij momenten snediger dan een goed geslepen keukenmes. Maar ook de nummers “Back Into The Future” en “The Outsider” die zullen prijken op een album dat mag verwacht worden in de loop van de maand september, vertoonden dezelfde tekenen van rauwheid.
Toen de groep toch eens een zijstapje waagde naar bijvoorbeeld rockabilly leidde dit meteen tot hoogtepunten, zoals bij de publiekslieveling 3Walking Talking Johnny Cash Blues” (waarbij meteen ook duidelijk is aan wie deze ode gericht is) en bij “Brand New Cadillac” (een cover van Vince Taylor en tevens bekend in de versie van The Clash).
Ook “She Gives Me Love” voorzien van een mooi gitaarrifje, wat tamboerijn en samenzang en “If I Only Had Time” met een combinatie van hardere rock en melodieuze vocalen klonken fraai.
Net voor de toegiften stond het onvermijdelijke en uitmuntende “Birth, School, Work Death” (voorzien van een valse start omdat tot groot jolijt van de groepsleden Chris Coyne een verkeerde noot aansloeg) geprogrammeerd en een in hogere versnelling gespeelde versie van John Lennon’s “Cold Turkey” fungeerde als gebalde afsluiter.
Net zoals vijfentwintig jaar geleden waren de donkere maatpakken – die door de paar kilootjes extra die ze anno 2011 moeten torsen, strakker dan ooit oogden - nog steeds het handelsmerk van de groep waarmee een nadrukkelijk contrast werd beoogd met het ongeborstelde van de muziek.
Ook de nuchterheid bleek nog even intact te zijn gebleven. Zo werd enkele malen “Unreal World” als verzoeknummer aangevraagd waarop Peter Coyne met de woorden “We Don’t Play What You Want But What You Need” kordaat liet verstaan hier niet te willen op ingaan om zich vervolgens toch te verontschuldigen voor de botte houding. Waarmee nog eens onderstreept werd dat punk(rock) spelen bij The Godfathers geen synoniem is om zich aldus ook zo te gedragen.

De eindbalans van het voor België exclusieve concert van The Godfathers is zeker positief te noemen maar het geheel liet niet een even onuitwisbare indruk na als tijdens hun eerste passage in ons land, namelijk op het Futurama festival in Deinze. En dit is alweer van 31 oktober 1987 geleden.

Setlist
Public Enemy Number One, I Want Everything, Cause I Said So, I Can’t Sleep Tonight, Love Is Dead, Just Because You’re Not Paranoid Doesn’t mean To Say They’re Not Going To Get You!, Strange About Today, She Gives Me Love, When Am I Coming Down, This Is War, Lonely Man, Back Into The Future, Walking Talking Johnny Cash Blues, How Low Is Low, Hup Two Three Four, This Damn Nation, Birth, School, Work, Death
The Outsider, If I Only Had Time, Brand New Cadillac, Cold Turkey

Organisatie: Amusez-Vous
(New-Wave-Classix)

The Go Find

Everybody know it’s gonna happen only not tonight

Geschreven door

The Go Find is een goed bewaard Belgisch geheim. Ze spelen in op onze gevoelswereld met hun sfeervol zalvende dagdromende (indie)poptronica. De band rond Dieter Sermeus, ex Orange Black, is al toe aan de derde cd (eerder verschenen ‘Miami’ en ‘Stars on the wall’). Muzikale pracht en schoonheid siert het materiaal van The Go Find door de zeemzoeterige melodieën, de zachte ritmes, de warme klanken en de zachtaardige stem van Sermeus, die op een paar songs wordt bijgestaan door Karo van Few Bits en Lies Lorquet van Mintzkov.
De onschuldige, relaxte, smachtende en rustig voortkabbelende songs gaan in de richting van The Album Leaf, Postal service, Lali Puna, The Notwist en Styrofoam.
Lichtvoetig, licht verteerbaar en opgewekt klinkt het allemaal; dit fijne gevoel bevestigen ze met sterke tracks als “It’s automatic”, “Just a common love”, de titelsong van de cd, een aan Pavement gelinkte “Cherry pie”en een slepende versie van “Heart of gold”. Te koesteren, dit bandje!

The Go Find

The Go Find ….some excitement please!

Geschreven door

Een avondje aparte Belgische (Vlaamse) rock in de Magdalenazaal in Brugge lokte op een vrijdagse februariavond vooral de fans van de drie bands zelf. En enkele nieuwsgierigen die zagen hoe Tape Tum, het muzikaal familiezaakje van Benjamin en Lieven Dousselare, de sfeer er trachtten in te brengen, maar het bleef een hele avond snuisteren naar wat echte opwinding. Het hoogtepunt was al lang voorbij toen Go Find niet eens een bisnummer kreeg.

De link van Tape Tum naar de volgende groep lag er meteen want de vaste slagman van The Portables hanteerde de drumsticks voor de avondopeners. De ervaring van de Brugse Gentenaars (of is het omgekeerd?) schakelde de verwarming van de Magdalenazaal een tandje hoger. Zonder dat het saunatemperaturen haalde weliswaar, want telkens wanneer je verwachtte dat ze eindelijk zouden openbarsten, draaiden ze de knop wat terug.
Afgebroken psychedelische momenten wisselden af met elektronica en wat ingetogener impressies, wat vooral in “It’s better to turn(h)out than to fade away” met de ondersteuning van trompetgeblaas zwoel tot zijn recht kwam. Met een (te) voorzichtige pas tot Turnhoutenaar omgetunede Bert Lafontaine (veel succes!) aan de zang toen. ‘The Honorable man’ – aka visualist Hendrik  Dacquin aan de mic – was een eveneens een verwarrende verademing, op de hielen gezeten door een degelijke cover van Lou Barlow.
“Underachievers”, noemde een diehardfan The Portables achteraf en ook wij hadden de indruk dat er veel meer in stak dan eruit kwam. Opendraaien dus die handel, al is de wellicht gegronde vrees dat dit na twintig jaar ook wel niet meer zal gebeuren. Maar achteraf gezien hadden we het beste van de avond al gehad. We wisten echter niet beter.

The Go Find mocht afsluiten en daar ging het allesbehalve crescendo. What’s in a name zou de stouterd in ons kunnen verwijzen naar hun pas gereleasede derde album ‘Everybody Knows It's Gonna Happen Only Not Tonight’. Misschien ook niet de muziek om de vrijdagnacht stevig in te zetten, die gepolijste, melancholische deuntjes die eerder aan dons dan aan stevig schuurpapier doen denken. Al deed de enige beweegbare factor on stage - zanger Dieter Sermeus - zijn uiterste best om er de swing in te brengen, het bleef een poppy tune die we liever in onze cd-wekker steken om zachtjes in te slapen. En ze beseffen verder ook nog dat ze volop in de cursus bindteksten zitten. Voorwaar een troef, die zelfkennis.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

The Gories

The Gories en The Oblivians: Onweerstaanbaar

Geschreven door

Op de niet aflatende vraag uit Europa, waar de organisatoren er een pak geld voor over hadden, werden de (in beperkte kring weliswaar) legendarische bands The Gories en Oblivians na respectievelijk 17 en 12 jaar opnieuw bij elkaar gefloten voor een Europese tour. Een tour waarin België bijzonder goed bedeeld werd met haltes in Gierle en de 4AD in Diksmuide. Ter vergelijking: Engeland moest het stellen met één optreden op een festival ergens in een oude loods in Nottingham met een schabouwelijk geluid.

In tegenstelling tot een nokvolle 4AD waar het geluid gewoonweg fantastisch was en meteen ook de stelling alsof dit niet belangrijk zou zijn voor garagerockgroepjes onderuit geschopt werd. "Het lijkt wel alsof ik onder een microscoop speel" zei Dan Kroha hierover waarna zijn gitaar prompt de geest gaf en hij de ganse set verder moest met het exemplaar van Jack Oblivian. Het ene had uiteraard niets met het andere te maken maar het was wellicht het enige minpuntje in een voor de rest perfect optreden van The Gories. Ongelooflijk strak gespeelde garagepunk met wortels in de blues waar het spelplezier in beken van afdroop. Dan Kroha en Mick Collins lieten hun gitaren nijdig snokken en gingen geregeld met elkaar in de clinch. Bovendien beschikken beiden over een bijzonder aangename stem wat in het geval van Kroha wel een verrassing was. Minst getalenteerde van de drie is ongetwijfeld Peg O'Neill maar haar primitieve geroffel bleek toch een essentiëel onderdeel van de Gories-sound. En dat die Gories na al die jaren nog niet vergeten zijn bewees het publiek tijdens "Thunderbird ESQ" waarin het de tekst moeiteloos zong. Grappig moment was toen Dan Kroha het publiek indook daarbij vergetend dat zijn gitaarkabel wat aan de korte kant was en zo zijn versterker de grond insleurde. The Gories waren verbluffend sterk en veel beter dan wat ik via hun platen verwacht had.

De Oblivians stonden dus voor de moeilijke taak om die prachtprestatie te evenaren maar reeds vanaf het eerste nummer "No reason to live" werd duidelijk dat ze hierin moeiteloos zouden slagen. Er werd gestart met de beste opstelling : Jack op drums, Greg en Eric op gitaar. Al die prachtsongs van destijds hadden nog niets aan kracht verloren, integendeel, het leek erop alsof ze nog een extra injectie soul hadden gekregen. Die sound van gruizige en piepende gitaren overviel me als een warme gloed (geen drug kan hier tegenop) en die gehavende, breekbare stem van Greg is er in de loop der jaren nog beter en sexier op geworden. De instrumentenwissels, vroeger hun handelsmerk, leek nu eerder in hun nadeel te werken. Maar in Diksmuide vloog Jack er meteen in met "Strong come on" zodat we die stijlbreuk meteen vergaten en het feestje gewoon verder raasde.
En dan plots na amper een half uur was het voorbij terwijl onze honger nog zo groot was. Wilden de heren het deze keer gebald houden of waren ze hun tijdsbesef kwijt? Gelukkig maakten twee fenomenale bisrondes alles weer goed. Zo hoorden we o.a. nog een bijzonder broeierig "Happy blues", een stompend "Mary Lou" en het (voor het eerst deze tour) tot het laatst opgespaarde "Bad man" waarbij het deksel volledig van de pan vloog. De ontlading was enorm groot. Het was mooi geweest.
Achteraf hoorde ik iemand mekkeren over ‘de verkeerde songkeuze’. Dikke zever, ik zag ze 4 keer tijdens deze tour en het lijstje songs dat ik hoorde is indrukwekkend lang en zonder stinkers. De songkeuze wordt trouwens telkens op het moment zelf bepaald en er werden regelmatig nummers op vraag van het publiek gespeeld.

Nu het voorbij is kan ik enkel hopen dat deze Gories/Oblivians reünietour de voedingsbodem wordt voor talloze nieuwe groepjes om zo de rock-'n-roll van uitsterven te behoeden.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Godfathers

The Godfathers, strak in het pak en in de rock’n’roll

Geschreven door

Het moet niet altijd bij de groten zijn dat de reünies het mooie weer maken. Ook de minder bekende bands komen graag nog eens bijeen, en hier heeft het veel meer met speelplezier te maken dan met het grote geld, want het valt maar zeer te betwijfelen of een band als The Godfathers rijk zal worden met deze herrijzenis. De opkomst in Gent was trouwens ook heel bescheiden maar het waren wel echte fans die naar de Handelsbeurs waren afgezakt.
De meest succesvolle periode van deze band situeerde zich ronde eind jaren tachtig met drie kleppers van platen als ‘Hit by hit’, ‘Birth school work death’ en ‘More songs about love and hate’, daarna maakten ze nog een tweetal mindere platen en een live album en dan was het liedje al uit.

De set van deze avond was helemaal gevuld met songs uit deze drie eerste albums en het was om van te smullen. Net als hun songs zaten de bandleden strak in het pak. Het deed verschrikkelijk deugd om die knallende songs van weleer nog even levendig en puntig voor de dag te zien komen. Er werd al meteen begonnen met het prijsbeest “Birth school work death”, zo van ‘dit hebben we gehad, laat ons nu maar bewijzen dat de rest van de songs evenveel knallen als deze oerklassieker’. En dat was ook zo, er zat geen sleet op de formule, de songs kwamen krachtig op ons af, de psychedelische uitstapjes “Strangest Boy”, “When am I coming down” en “Those days are over” tussen de krachtige punky stroomstoten “Obsession”, “She gives me love” en “Cause I said so” en rockers als “STB”, “Can’t leave her alone” en de geweldige ode aan de Johnny Cash “Walking talking Johnny Cash blues”, hier bijzonder fel gespeeld. Een wervelend “Cold Turkey” was de uitzinnige afsluiter van een voortreffelijk optreden van deze immer sympathieke Britten.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Go Find

Stars on the wall

Geschreven door
The Go Find is het muzikaal speeltje van Dieter Sermeus, die vroeger één van de bepalende figuren was van het onvolprezen Orange Black. The Go Find begon als nevenproject. `Miami ` was twee jaar geleden het eerste resultaat: fijne, sfeervolle indiepop met elektronica.

The Go Find is een volwaardige band nu. `Stars on the wall' is een logisch vervolgverhaal op het debuut: de songs nestelen zich in onze zenuwbanen, zitten goed in elkaar en hebben een repetitieve opbouw; dromerige pop, met akoestisch gitaargetokkel en een fikse scheut elektronica, onder een melancholisch, neuzelende zang. Indietronica!

Ze refereren aan de sound van The Notwist, Lali Puna en Styrofoam. Deze Antwerpse band heeft een licht verteerbare plaat uit, met een pak pareltjes als ? Beautiful night?, ?Dictionary?, ?New Year?, ?Adrenaline?, ?Ice cold ice? en ?We don't wanna?.

The Good, The Bad & The Queen

The Good, The Bad & The Queen

Geschreven door
The Good, The Bad & The Queen is het nieuwe muzikale project van Damon Albarn, die opnieuw bewijst dat hij van vele muzikale markten thuis is, na het muzikaal avontuur met Blur, Gorillaz , het Mali Music Project en het Honest Jons platenlabel.

Hij deed beroep op een paar voorname artiesten: Tony Allen, afrobeat legende, die uitmunt op de elektronica/dubsounds, Simon Tong (ex The Verve), voorziet af en toe een paar fijne, snedige gitaarloops, en oudste van het gezelschap Paul Simonon, The Clash fenomeen op bas, heeft z'n eigen manier om een paar diepe bastunes te spelen. En tenslotte is er Albarn, die met z'n emotievol pakkende stem haat- en liefdegevoelens van zijn weinig rooskleurige stad Londen weergeeft.

Het is een lome, sfeervolle en rustige plaat die het vooral heeft van de elektronica in songs als ?Northern whale?, ?Nature springs?, ?Three changes? en ?Green fields?; af en toe durft men ietwat forser te klinken zoals op ?Herculean? en de titelsong. Danger Mouse (van Gorillaz en het Gnarls Barkley debuut) stond in voor de productie.

Op The Good, The Bad & The Queen horen we een rijke muzikale wereld van vier artiesten. Mooi toch.