logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (10 Items)

The Human League

The Human League - Een nostalgietrip verbonden aan het NU

Geschreven door

The Human League - Een nostalgietrip verbonden aan het NU

Met hun frisse, herkenbare elektropop bepaalde The Human League (****)  mee het geluid en de looks van de jaren '80. Het album 'Dare' had wereldwijd succes, een mijlpaal voor een hele generatie. Het tijdloze “Don't You want me” is in het geheugen gegrift, elektronische pop op z’n best. Philip Oakey en de zangeressen Joanne Catherall en Susan Ann Sulley konden zich profileren in het genre en domineerden in de jaren tachtig de hitlijsten.
Sindsdien bleven er met regelmaat platen uitkomen. Veertig jaar later is het nog steeds een plezier hen terug aan het werk te zien. Ze spelen vier uitverkochte concerten in ons land. Wij waren aanwezig in een volgepakt AB, de dansspieren werden aangesproken; het werd een 80s nostalgietrip verbonden aan het NU …

Ook al zien de beelden op sommige songs als opener “Hard Times” er wat gedateerd uit, is de band dat totaal niet. Een goed bij stem zijnde Oakey zoekt zijn publiek op en is op het ganse podium te vinden. Een zwoel dansende Joanne en Susan vullen vocaal subliem aan, ook zij weten hun publiek aan te spreken en danspasjes boven te halen. Het publiek geniet ervan.
Het brengt ons tot puike versie van de aanstekelijke “Love action”, “Mirror man”, “Heart like a wheel” en “The lebanon”. De sound is gedrenkt in een badje van kitsch en wulpse new wave disco. Nog steeds wordt het warm onthaald. “(keep Feeling) Fascination” wordt meegebruld. Het lijkt allemaal rozengeur en maneschijn, maar er is ook dat (g)rauwer kantje als op “Empire State Human”, uitgebracht ten tijde van de Koude Oorlog, nu helaas nog steeds brandend actueel. Het zette ons met beide voeten op de grond. “Open Your Heart” weet te raken door die opbouwende, emotievolle, gevoelige en opzwepende beats’n’grooves.
Oakey en de zangeressen zijn omringd van jonge enthousiaste muzikanten. Het siert de set. De heup- en dansspieren worden aanhoudend aangesproken.
De 80s nostalgietrip is verbonden aan het NU, zondermeer. “All I Ever Wanted” en “The sound of the Crowd” zetten dit aangename gevoel verder. De ultieme monster hit “Don't You Want Me” vormt de apotheose.
In de bis grijpt de band terug naar die samenwerking tussen Philip Okaey en Giorgio Moroder met “'Good-Bye Bad Times” en de meezinger “Together in Electric Dreams”. Schitterend als closing final.

Setlist: Hard Times //Love Action (I Believe in Love) //Mirror Man //Soundtrack to a Generation //Heart Like a Wheel //The Lebanon //Life on Your Own //One Man in My Heart //The Path of Least Resistance //Empire State Human //Louise //Behind the Mask (Yellow Magic Orchestra cover) //Open Your Heart //All I Ever Wanted //The Sound of the Crowd //Tell Me When //(Keep Feeling) Fascination //Don't You Want Me //Encore: Good-Bye Bad Times (Philip Oakey & Giorgio Moroder cover) //Together in Electric Dreams (Philip Oakey & Giorgio Moroder cover)

Pics homepag @Christophe Dehousse (Forum de Liège)

Organisatie: FKP Scorpio

The Howl & The Hum

Human Contact

Geschreven door

We zijn altijd een beetje sceptisch als het gaat om een zoveelste hype. Neem nu The Howl & The Hum, de jonge band krijgt opvallend veel goede recensies van hun uitmuntende live concerten. Ook de debuutsingle "Godmanchester Chines Bridge" die uitkwam in 2017 werd overal zeer goed ontvangen.  De verwachtingen over het debuut 'Human Contact' waren dan ook hoog gespannen. Of ze aan die verwachtingen voldeden, was de vraag. Ondanks de aanstekelijk popsongs , die lekker aan de ribben kleven, bijzonder pakkende teksten hebben en emotionele mokerslagen bevatten, bleven we helaas ook een beetje op onze honger zitten.
De teksten gaan over zeer zware onderwerpen als relaties, pijn, verdriet en dergelijke meer. Een emotioneel allegaartje is dit schijfje dan ook zeker en vast geworden. De bijzonder catchy opener “Love You like a gun” laat horen dat men daarom niet bij de pakken blijft zitten. Na regen komt steeds zonneschijn.
Helaas blijft de band een beetje dezelfde weg bewandelen door al te vaak angstvallig braaf binnen de lijnen te kleuren, waardoor de aandacht gaandeweg verslapt. En daar kunnen weemoedige, melancholische parels als “Murmur” of het wondermooie, hartverscheurende “The only boy racer left on the island” weinig aan veranderen. Songs als deze laatste, doorspekt met intense emoties waarbij de tranen over onze wangen rollen, waarbij je een band hoort die dus wel durft zijn comfortzone te verlaten, hadden er meer mogen opstaan op deze schijf.
Die zin voor experimenteren komt wel naar boven drijven op het einde van de schijf , met “Sweet Fading Silver” bijvoorbeeld.  Net iets te weinig om ons compleet over de streep te trekken. Maar net voldoende om vast te stellen dat deze band wel degelijk over het potentieel beschikt om potten te breken naar de toekomst toe. De poëtische teksten, gedrenkt in een bad van emoties blijven namelijk voortdurend ergens hangen. Ook de toegankelijkheid van de muziek , zorgt ervoor dat een ruim publiek kan worden aangesproken.
We zien dus vooral veel groeimogelijkheden, en raden aan deze band dan ook de kans te geven te groeien. Want op basis van enkele sprankelende uitschieters op dit gevarieerde debuut, zien we een band die we een gouden toekomst voorspellen. Op die ene voorwaarde dat ze de kans krijgen om daadwerkelijk te groeien en blijven groeien.

Tracklist: Love You Like A Gun 02:47 Human Contact 03:12 Hall Of Fame 02:54 Hostages 03:57 Murmur 03:23 The Only Boy Racer Left On The Island 03:47 Got You On My Side 04:17 Until I Found A Rose 03:40 A Hotel Song 03:43 Smoke 03:37 Sweet Fading Silver 06:27 27 04:40 [Pigs] 03:10

The Human League

The Human League - Strak geregisseerde synthpop zonder houdbaarheidsdatum

Geschreven door

Ook zonder écht relevante platen uit te brengen verdient Sheffield’s finest The Human League reeds decennia lang een aardige stuiver in het 80ies revival circuit. Het grootste deel van dat lucratieve pensioenplan heeft het Engelse gezelschap opgebouwd van pakweg ’81 tot ’86 toen hun tussen kunst en kitsch laverende synthpop zowel door new wave adepten als door de commerciële mainstream wereldwijd werd gesmaakt. De drie voornaamste veteranen uit die glorieperiode, frontman Philip Oakey en zangeressen Susan Ann Sulley (‘de blonde’) en Joanne Catherall (‘de zwarte’), horen we niet klagen als zou hun populariteit inmiddels tanende zijn: schijnbaar moeiteloos liepen zowel de AB, het Kursaal en de Roma afgelopen weken vlotjes vol om de hitmachine uit het foutste decennium van de muziekgeschiedenis aan het werk te zien.  

The Human League trekt dit jaar de wereld rond met hun ‘Red tour’, een nostalgische knipoog naar een vroegere gewoonte van de band om hun vinyl singles rood te merken als ze expliciet voor de dansvloer bestemd waren. De designers van de flashy video wall op de achtergrond hadden dat duidelijk goed begrepen: rood was een regelmatig terugkerend kleur in een verknipt decor van muziekclips, video animaties en fluoprojecties dat het publiek in een handomdraai terug naar de 80ies katapulteerde op de strakke synthpop beats van “The Sound Of The Crowd”. Meteen viel op hoe de onderkoelde bariton van de inmiddels 63-jarige Oakey nog steeds akelig perfect klinkt. Was dit het betere lip sync werk ... of toch het resultaat van een popster pur sang die zich gewoon goed soigneert in de herfst van zijn carrière en als een afgetrainde atleet van de ene naar de andere trap holde? We hebben geen bewijzen voor het eerste dus veronderstellen dan maar het tweede.
Dé voornaamste bestaansreden van The Human League anno 2018 zit verpakt in ‘Dare’, dat ene classic album uit ’81 waarop de synthese tussen de elektronische spielerei van Kraftwerk en de space disco van Giorgio Moroder het nieuwe handelsmerk van de groep werd. De klassieke synthpop singles uit dat album zoals “The Things That Dreams Are Made Of”, “Open Your heart” en “Love Action (I Believe in Love)” ontbraken natuurlijk niet in Oostende en lokten prompt een horde dolle vijftigers uit hun comfortable zetel richting frontstage om een danspasje op een halve tegel te wagen. Voeg daarbij andere popparels als “The Lebanon” (yep, ineens werd hier zowaar een gitaar gespot op het podium), de lichtvoetige Motown pastische “Mirror Man” en de enige noemenswaardige 90ies hit “Heart Like A Wheel”, en je hebt het recept voor een onvervalst feestje der herkenning dat gewoonweg niet kón mislukken.
Oakey & co hadden gelukkig ook wat minder evidente songs op het menu staan. Het atmosferische “Seconds”, met voorsprong het beste nummer uit ‘Dare’, werd toendertijd weggemoffeld als B-kantje van “Don’t You Want Me” maar heeft intussen zijn eeuwigheidswaarde bewezen als inspiratiebron voor uiteenlopende acts van Ladytron tot LCD Soundsystem. Ook met de okselfrisse elektropop van “Night People”, een vergeten single uit League’s laatste album ‘Credo’ (’10), overbrugde de Engelse veteranen moeiteloos een aantal generatiekloven. Op haar beurt keek de groep ook eens achterom richting eigen inspiratiebronnen, en kwam wonderwel uit bij Ryuichi Sakamoto’s Yellow Magic Orchestra wiens “Behind The Mask” een glossy en zeer geslaagde makeover kreeg.
De meeste ogen mochten dan al gericht zijn op de drie oorspronkelijke leden, toch verdienen de twee synthspelers en de drummer evenveel krediet om de tot in de puntjes uitgekiende greatest hits show van begin tot eind strak te regiseren. Het gaf Oakey en zijn twee stoïcijns voor zich uitkijkende Griekse godinnen meteen ook de tijd en ruimte om vestimentair uit te pakken en hun voormalige reputatie als stijliconen van de new romantic movement hoog te houden. Oogverblindende glitters, potsierlijke pluimen, halve kilts en doorzichtige regenjassen: you name it en het zat in de verkleedkoffer van Sheffield’s finest.

Tijdens de twee toegiften schetste The Human League mits magistraal gekozen contrasten haar eigen muzikale evolutie van een avant-gardistisch elektro gezelschap (“Being Boiled”) naar een catchy synthpop band met Abba-esque neigingen (“Together in Electric Dreams”, een toenmallige joint venture tussen Oakey en de onvermijdelijke Moroder).
Slotsom: net als bij de recente concertreeksen van Kraftwerk voelde de tot op de milliseconde strakke timing toch wel wat steriel aan, maar evenzeer als hun geestelijke vaders kwam The Human League hier toch vooral bewijzen dat hun muzikale erfenis weinig aan relevantie heeft ingeboet. Kunst - kitsch: 1 - 1.

Organisatie: Live Nation

The Hussy

The Hussy - kort en hevig

Geschreven door

The Hussy - kort en hevig
Thee Marvin Gays, The Beards, The Hussy
4AD
Diksmuide

Een zeer bescheiden opkomst voor wat zich nochtans aankondigde om een mooie avond te worden, wat het ook werd. 25 jaar dwarsheid blijkt nog geen garantie om wat meer mensen naar de 4AD te lokken wanneer daar wat meer obscure namen op de affiche prijken. Of was het feestprogramma misschien wat te overladen, velen waren immers nog niet bekomen van het sublieme concert van Chelsea Wolfe enkele dagen eerder.

Thee Marvin Gays, Doorniks trots, mochten de spits afbijten en ze deden dat met verve. Nonchalant en pretentieloos brachten ze erg aanstekelijk rammelende garagerock die me zowat omver blies. De twee gitaren jengelden eclatant en ook de stemmen klonken steeds bekoorlijk. De vorige keer dat ik ze zag vond ik ze vooral als de Black Lips en een enkele keer als The Monks klinken terwijl ik deze keer sporen van Violent Femmes en Thee Oh Sees meende te ontwaren. Maar deze Marvin Gays hebben zich vooral een tamelijk unieke en moeilijk vast te pinnen sound weten eigen te maken. Met deze set werd de lat meteen zeer hoog gelegd!

De enige groep waarvan ik vooraf vreesde dat ze zou kunnen tegenvallen was The Beards uit het Australische Adelaide. Vier mannen gezegend met een indrukwekkende kinbegroeiing die het enkel over baarden zouden hebben. Het sprak niet meteen tot mijn verbeelding maar wie ben ik? Onder de weinige aanwezigen was er één iemand die maar liefst 300 kilometer had gereden om deze Europese première te mogen meemaken. Ik vond het miserabel beginnen met wel erg belegen folkrock en de moppen (over baarden, wat dacht je) hadden steevast een lange baard (ik kan het ook niet helpen) terwijl ze voor de choreografie blijkbaar bij Kabouter Plop in de leer waren geweest. Maar gaandeweg wisten ze ook mij in te palmen en werd hun humor steeds gevatter met songs als "If your dad doesn't have a beard, you've got two mums". Ook de muziek kon ik steeds meer smaken met onder andere een blues, zo over de top cliché, dat het weer mooi werd terwijl de afsluitende Van Halen-pastiche er eveneens best mocht zijn.
Hun optreden was geslaagd wanneer er achteraf één iemand zijn baard zou laten groeien, wisten ze ons te vertellen. Dat terwijl hun roadie, die de saxofoon of het draagbare klavier om de hals van de zanger moest hangen, nog over een gladde kin beschikte. Er is nog werk aan de winkel, heren!

Na dit hilarische spektakel mochten The Hussy uit Madison, Wisconsin de avond afsluiten. Bobby & Heather Hussy worden wel eens Madison's King & Queen of trash rock genoemd en trashy werd het! Hun nummers waren net splinter bommen : hevig, venijnig en meestal onder de minuut afklokkend. Vergelijkingen met andere duo's zijn natuurlijk snel gemaakt : vroege White Stripes maar dan twee versnellingen hoger en ontdaan van de blues. Japandroids, maar dan een stuk smeriger of een wat minder kille versie van The Kills.
Bobby, die wat op John Lennon leek, schudde de ene na de andere messcherpe riff uit zijn mouw waarbij hij zichzelf een paar keer in de lucht katapulteerde. Beiden zongen niet onaardig en hun samenzang gaf hun songs wel een eigen draai. Na 25 minuten ging deze wervelwind liggen. Misschien wat aan de korte kant maar intens was het zeker geweest en het is altijd beter wat op je honger te blijven zitten dan met een opgeblazen gevoel naar huis te moeten.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Human League

The Human League –Simpele feel good nostalgie

Geschreven door

Het doet wat met een mens, een band die je dertig jaar niet meer gezien hebt weer kunnen aanschouwen. Het doet je glimlachen, meezingen en toch even meewarig denken: was dat nu ‘the sound of the future’ eind jaren tachtig? The Human League was in de AB en wij keken, genoten en schudden soms eventjes meewarig het hoofd.

Het label van ‘Sound of the future’ dat The Human League in de late seventies opgespeld kreeg was van niemand minder dan David Bowie, de opperkameleon en een onaantastbaar icoon in die tijd. En het klonk toen ook allemaal fris en futuristisch. En toch zo simpel.
Tijden veranderen, The Human League niet, op wat kilootjes en haartooi na. Hun synthesiser-disco-pop-hits, die staan er nog, zelfs in hun eenvoud. Want laten we wel wezen, ingewikkelde muziek is het niet. Het laatste album van THL (‘Credo’, 2011) is niet anders, maar slaat niet meer aan. Gedateerd.
Zo voelde ook de AB. Frontman Phil Oakey (nog steeds met de volle stem, al zat hij er wel eens even naast) en zijn ladies Susan Ann Sulley en Joanne Catherall hadden hun set wel doorspekt met de hits, zodat de saaiere tussenstukken fijn weggemoffeld werden.
Oakey maakte er ook een ‘show’ van, verdwijntrucjes en verkleedpartijtjes  incluis. Hij kwam op met een lange zwarte jas en een kap waaronder nog een zwarte kaalkoppenbril wat mysterie creëerde. Langzaam aan ging alles uit en zou hij nog een aantal keer veranderen van outfit.
Ook de achtergrond was seventies: kubussen, strak wit, zoals alles wat niet bewoog. Je waande je in Star Wars. En het paste wel. Eerst allemaal (de drie originals en hun drie nieuwe huurlingen) samen op het controledek van het ruimteschip, waarna ze – op de drummer na – allemaal wel neerdaalden.
Het ‘oudere’ publiek was gekomen om mee te brullen, zoveel was duidelijk. Op de gouwe ouwe, die als een kapstok de set stevig rechthielden. “Sound of the Crowd” was de eerste herkenning, gevolgd door “Open your Heart” en maximum duwden ze twee nieuwe nummers tussen hun oldies. “One Man” deed onze fotograaf, wiens vrouwtje voor het eerst zwanger is, even twijfelen om de song straks als slaapliedje te gebruiken.
De zaal was echter écht mee en genoot onder meer van Oakey solo in “Seconds”, ging uit de bol op “Love Action”, maar keek ook berustend naar de band toen ze met “Tell Me When” tegen een roze achtergrond een K3-like opstap maakten. Met Blondje en Bruintje vooraan en Oakey ergens opnieuw achter de schermen, ontbrak nog rosse Karen. In die nieuwe nummers was het meestal ook wachten op een hoogtepunt, een doorbraak, die er maar niet kwam.
Maar nog eens, die ademruimtes waren te schaars om de gig naar beneden te halen. Op “Mirror Man” kwam voor de tweede keer (na “Lebanon”) de gitaar naar voor en de hele band trok de coulissen in na “Fascination”.

Eerste bisnummer “Goodbye to the bad Times” begon dan weer als een slecht Eurosongnummer, maar daarna kreeg België waar het op had zitten wachten: “Don’t you want me”, dat toch niet langer dan vijf minuten uitgesponnen werd. Er kon nog een extra toegift van af en iedereen ging neuriënd en vrolijk naar huis na een feel good avondje van anderhalf uur nostalgie.


Play List
1. Sky 2. Sound of the Crowd 3. Open your Heart 4. Heart like a Wheel 5. All I ever wanted 6. Things that Dreams are made of 7. Seconds 8. Lebanon 9. Louise 10. One Man 11. Night People 12.Electric Shock 13. Love Action 14. Tell me when 15. Mirror Man 16. Fascination
Bis 17. Goodbye Bad Times 18 Don’t you want me
Extra 19. Electric Dreams

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-human-league-21-11-2012/

Organisatie: Live Nation

The Hundred in the Hands

Red Night

Geschreven door

Het uit Brooklyn, NYse afkomstige duo Eleanore Everdell (zang/synths) – Jason Friedman (gitaar/backing vocals) intrigeerden op hun titelloos debuut met een rits fijne electropopsongs. Hun synthpop zit ergens tussen  elektronische stuiterpop vs indierock, geïnjecteerd door aanstekelijke, dromerige en funkende ritmes en een dansbare beat.
Het duo put uit de etherische ‘80’s pop van Cocteau Twins (remember Elisabeth Frazer) en Siouxie Sioux, integreert psychedelica en koppelt de ‘80’s wavepop en ‘pop noir’ van The xx en The Big Pink aan de melodieuze electrogroove van Crystal Castles .
Op de tweede plaat horen we opnieuw heerlijk lekkere, leuke , zweverige, sfeervolle electropop met ‘onderhuids ‘ een wavetoets. Het eerste deel van de cd is extraverter en werkt meer in op de dansspieren door de repeterende krachtige beats en drums , die richting electro-shoegaze gaan .  
Het tweede deel  klinkt gematigder , is dromerig en sfeervoller , en biedt een kenmerkende zalvende groove , zonder over te hellen naar mistroostige tunes .

The Hundred in the Hands

The Hundred In The Hands - Shoegaze met New Order-beats

Geschreven door

Dankzij de mensen van de Democrazy werd de Gentse binnenstad de laatste weken, en ook de daarop volgende, omgetoverd in een soort van Camden Town waar je naast bekende namen ook tal van onbekend talent kon gaan opsnuiven.

Voor het project The Big Next Thing waarbij het Nederlandse concept van London Calling als spiegel diende is de concertzaal van Café Charlatan de trouwe speelplaats geworden. Het lijkt ondertussen bijna routine geworden maar ook deze keer koos men weer voor wat binnenlands talent als opener, ook al kun je Elko Blijweert niet echt meer als een beginneling gaan bestempelen. Deze sympathieke mens werkte eerder reeds met mensen als Rudy Trouvé en Daan Struyven maar de laatste tijd voelt hij zich veilig aan de zijde van Saar Van Der Leest met wie hij tegenwoordig het duo Tip Toe Topic vormt. Een speelse naam die meteen ook veel over de muziek vertelt want van bij de start is het duidelijk dat we hier te maken hebben met een allesbehalve ordinair popbandje.
Terwijl Saar zich over haar klarinet en Casio buigt, brengt Elko die omgeven is door een gigantische muur van effektpedalen gitaargeluiden die gaan van distortion, garagerock, funk tot zelfs een zomers surfgitaartje.
Gisteren bracht dit duo een leuke set ook al is een nummer als “The King” waarbij een gooi gedaan wordt naar het werk van The Residents iets te hoog gegrepen maar Tip Toe Topic is zonder een twijfel een groep die Vlaanderen een meerwaarde kan bieden ook al hebben we niet echt iets radiovriendelijks gehoord, maar soms hoeft dat ook niet.

Wie zonder probleem wel op de radio kan is het nieuwe wonderduo The Hundred In The Hands. Nu ja, de dagen dat Warp aanzien wordt als het hippe label ligt blijkbaar ook al ver achter ons want wat de Britse pers ook mag beweren, van een overrompeling in de Charlatan was er jammer genoeg geen sprake. Zoals je kon vermoeden wederom ten onrechte want ook al klinkt hun debuut best leuk maar net iets te poppy, bewezen gisteren
Eleanore Everdell en Jason Friedman dat ze heel wat meer in hun mars hebben dan zomaar een verzameling leuke popliedjes.
Meteen ontpopte de bloedstollend mooie Eleanore zich tot een rockdiva met een act die verduiveld veel leek op die van Crystal Castles terwijl de dandyesque Jason voor de nodige geluidsmuur zorgde. Inderdaad, op cd zijn deze Amerikanen slechts een doorslagje van Dubstar maar op een podium zijn het twee gedreven rockers die evenveel respect hebben voor de fuzzgitaar van The Jesus & Mary Chain als voor de drumbeats van de vroegere New Order.
Na een uur wees Eleanore ons terug de weg naar de dichtgetrokken mist maar we waren ook weer getuige geweest van een groep die je binnenkort ongetwijfeld terug zult zien en mits wat nodige airplay zal het hoogstwaarschijnlijk een groter podium zijn.

Zij die er gisteren wel bij waren kunnen het misschien ooit aan hun kleinkinderen vertellen dat zij ooit op een mistige dag tot die happy few behoorden, misschien …

Organisatie: Democrazy, Gent

The Hundred in the Hands

The Hundred In The Hands

Geschreven door

Eerder waren we sterk onder de indruk van de EP ‘This desert’ van het jonge duo Eleanore Everdell (zang/synths) – Jason Friedman (gitaar/backing vocals) uit Brooklyn NY, die intrigeerden door elektronische stuiterpop vs indierock, geïnjecteerd door aanstekelijke, dromerige en funkende ritmes en een dansbare beat. Het duo put uit de etherische ‘80’s pop van Cocteau Twins (remember Elisabeth Frazer) en Siouxie Sioux, integreert psychedelica en koppelt de ‘80’s wavepop en ‘pop noir’ van The xx en The Big Pink aan de melodieuze electrogroove van Crystal Castles en is samen met Lonelady en School of 7 bells de komende revelatie. Hun songs kregen een luchtige toon. De zes songs waren meer dan de moeite waard en deden veelbelovend uitkijken naar de full cd.
De nummers klinken gematigder, hebben een zalvende groove en fijnere subtiele basses. Het is en blijft heerlijke, lekkere, zweverige, sfeervolle electropop met een wavetoets, maar ze hebben een mindere krachtige beat. De songs overtuigen door de goede melodieuze opbouw maar ademen een sfeer van melancholische, mistroostige (trage) ‘80s new wave.
De nummers op de full cd liggen alllemaal wat in dezelfde lijn en zijn geleest op de openers “Young aren’t young”, “Lovesick (once again )” en “Killing it”. “Dressed in Dresden” en “Last city”, die op het eind van de plaat staan, zijn meer rock en klinken krachtiger. Het ingetogen ‘The beach’ besluit de cd, net alsof we op een zwoele zomeravond op een terrasje aan het strand rustig zaten te keuvelen.
Al bij al een goede full cd, maar fronst minder de wenkbrauwen en klinkt minder verkwikkend en beklijvend dan de EP … Afwachten hoe het verder evolueert …

The Hundred in the Hands

This desert EP

Geschreven door

Het meisje – jongen duo Eleanore Everdell (zang/synths) – Jason Friedman (gitaar/backing vocals) uit Brooklyn NY hebben een intrigerend EP tje afgeleverd in afwachting van de komende full CD. Hun elektronische stuiterpop vs indierock bevat aanstekelijke, dromerige en funkende ritmes en een dansbare beat. Het duo put uit de etherische ‘80’s pop van Cocteau Twins (remember Elisabeth Frazer) en Siouxie Sioux, integreert psychedelica en koppelt de ‘80’s wavepop en pop noir van The xx en The Big Pink aan de melodieuze electrogroove van Crystal Castles.
Maar ze klinken subtieler en verfijnder en geven aan hun sound een luchtiger toon; ook de bezwerende, smachtende en indringende vocals van Everdell nemen een prominente rol in. De zes songs op de EP benadrukken de kwalitatieve sterkte en wat de band in huis heeft. We horen voldoende variaties met “Building on L.O.V.E.”, “Tom tom” en het afsluitende “It’s only everything” als de meest opzwepende dansbare songs; “Ghosts”, “Sleepwalkers” en “In to it” zijn sfeervoller door de knisperende elektronica en de ‘80s repeterende ritmes en gitaarakkoorden.
We zijn gewaarschuwd dat dit EPtje de voorbode is tot heel wat …

The Hunches

Exit dreams

Geschreven door

The Hunches uit Portland, Oregon overdonderden in 2004 met de cd ‘Hobo Sunrise’; deze garagerockende band bracht een portie stevig, harde, gedreven smerige rock’n’roll, doorspekt van trashpunk, ‘80’s wave, noise en fuzz, onder diverse tempowisselingen en de schreeuwerige vocals van Hart Gledwill.
Die snoeiharde aanpak horen we op de eerste songs “Actors” en “Ate my teeth” terug … alsof er in die drie jaar niks is gebeurd … Gitaren slaan in het rood … Maar dan is er plots het gevoelige kantje van de heren, want de daaropvolgende songs “Not invited” en “Deaf ambitions” zijn sfeervol en ingetogen. En dan zoekt de band op ‘Exit dreams’ een evenwichtsoefening tussen hard, rauw materiaal en subtiel emotievolle songs, zonder in te boete aan een sterke melodie, “From the window”, “Carnaval debris” en “Your sick blooms”. Meer broeierig klinken “Fell drive” en “Unraveling” en met songs als “Street sweeper” en “Pinwheel spins” balanceert de band tussen The Horrors, The Pains being pure at heart, Blood Brothers en Jesus & Mary Chain. “Swim hole”, rauwe lofi, besluit de plaat.
The Hunches klinken minder verpletterend, kozen voor afwisseling en weten op die manier net de smerige rock’n’roller als de breekbare ziel in ons te bereiken …