logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (9 Items)

Ty Segall

Ty Segall - Fuzz, feedback maar ook finesse

Geschreven door

Ty Segall - Fuzz, feedback maar ook finesse

Ty Segall zit al 25 jaar in het vak en heeft in die tijd een indrukwekkende hoeveelheid muziek uitgebracht. Toch blijft de Amerikaanse garagerocker enigszins onder de radar, zonder dat zijn populariteit daaronder lijkt te lijden. Voor zijn passage in de Botanique was de Museum alvast volledig uitverkocht, waar hij met Chrome zijn inmiddels zeventiende album kwam voorstellen.

Het voorprogramma werd verzorgd door Annabelle Chairlegs, het project van de Texaanse Lindsey Mackin. Het viertal uit Austin bracht een mix van garagepop en rock, met catchy hooks, snedige gitaren en een vleugje surferrock. Mackin beschikt over een stevige podiumpresence, al was haar stem niet altijd even strak. Toch wist de band met enkele stevige songs en een energiek slot het al goed gevulde publiek op te warmen.

Ty Segall en zijn band begonnen met een lange opbouw van “Feel”, om vervolgens meteen stevig uit te pakken. De songs klonken snedig, luid en rauw, maar ondanks de vele fuzz en overdrive bleef alles opvallend helder, met Segalls stem steeds goed hoorbaar.
Ook de lange jams waarmee nummers als “Hospital”, “Finger” en “My Best Friend” werden ingezet, voelden nergens langdradig aan. Integendeel, ze bouwden telkens mooi spanning op voordat de band weer losbarstte. Voor het podium zorgden fans van het eerste uur ondertussen voor de nodige sfeer met moshpits en crowdsurfers, terwijl “Black Paint”, “Running to Nowhere” en “Let Go” de temperatuur nog verder opdreven.
Ook in de tweede helft bleef de band het hoge niveau vasthouden, zonder de set in een eindeloze muur van geluid te veranderen. Rustigere passages in “My Best Friend” en “Play Cowboys” gaven wat ademruimte, waarna “Chrome”, “Girlfriend” en “Separation” de gitaren opnieuw stevig lieten ronken.
Tussendoor was er ruimte voor wat speelsheid, met korte stukjes van The Doors en zelfs de soundtrack van Jurassic Park. “Wave Goodbye” vormde een smerige, bijna sludge-achtige afsluiter van de reguliere set, waarbij het publiek nog één keer volledig uit zijn dak ging.
De set was mooi gebalanceerd en liet naast de stevige garagerock ook ruimte voor melodie, experiment en onverwachte wendingen.
Onder luid gekrijs kwam de band terug voor de bisronde. “Oh Mary” zorgde opnieuw voor een stevige moshpit, waarna een cover van “L.A. Woman” van The Doors de avond afsloot.

Een echte uitschieter ontbrak misschien, maar de constante kwaliteit, het strakke samenspel en de energie van band én publiek maakten dit vooral een bijzonder degelijk concert.

Setlist: Feel - Hospital - Candy Sam - Thank God for Sinners - Finger - Black Paint - Running to Nowhere - Let Go - Glass - My Best Friend - Everything You’ve Been - Chrome - Play Cowboys - Girlfriend - Imaginary Person - Separation - Wave Goodbye - Oh Mary - L.A. Woman (The Doors cover)


Organisatie: Botanique, Brussel

Ty Segall

Ty Segall - Onbesuisde psych-rock

Geschreven door

Ty Segall - Onbesuisde psych-rock

Eerlijkheidshalve dienen we toe te geven dat de multigetalenteerde Ty Segall ons met zijn laatste twee albums ‘Hello Hi’ (2022) en ‘Three Bells’ (2024) niet echt heeft omvergeblazen. Geen slechte platen, verre van, maar te veel akoestische omzwervingen zorgen ervoor dat die albums niet het torenhoge niveau halen van eerder werk, en al zeker niet van de immer wervelende live gigs waar de muzikale veelvraat een patent op heeft, of het nu met zijn eigen band is of met één van zijn talrijke nevenprojecten.
Zo zullen we bijboordeeld nooit het extatische concert van Fuzz vorig jaar in de Antwerpse Trix vergeten, een stomende performance waar Segall van achter de drumkit zijn ongeremde geestdrift op de zaal losliet.

Ty Segall is immers een rasmuzikant die op het podium zijn eigen songs telkenmale heruitvindt, deze injecteert met een extra shot adrenaline en ze naar een andere dimensie katapulteert. Hij laat zich hierin bijstaan door een schare al even fenomenale muzikanten, een bedrijvige bende die geregeld spontaan aan het jammen slaat, hiermee voor een indrukwekkende chaos zorgt en steeds weer op zijn poten terechtkomt. De akoestische gitaar die om de haverklap passeert op de laatste albums is in geen mijlen te bespeuren, de stekker is onherroepelijk ingeplugd, de geluidsmeter gaat vlijtig in het rood. Dit lijdt tot uitzinnige psych-rock met vette riffs en gierende solo’s, vooral van Segall zelf, maar ook de flitsende uithalen van collega gitarist Emmet Kelly zijn om van te smullen.
Het klinkt allemaal veel heviger, smeriger en furieuzer dan op de platen, vooral de tracks uit ‘Three Bells’ worden zo van extra stroom voorzien en klinken bruisender dan ooit. Het is Crazy Horse op steroïden, Thurston Moore undercover in een hard-rock band, The Beatles met dynamiet in hun reet of T-Rex die dagenlang aan de uppers heeft gezeten. De gitaren soleren weelderig en vliegen geregeld uit de bocht, er wordt gretig buiten de lijntjes gekleurd en de songs worden uitgesponnen tot de dubbele duurtijd van hun albumversies. De groepsleden krijgen gedurig de tijd om compleet loos te gaan en het speelplezier druipt er constant van af.
Uitzinnige garage-rock, ontvlambare popmuziek, geflipte hard-rock, onstuimige noise en ontspoorde country ontmoeten elkaar in Ty Segall’s avontuurlijke universum, het is een heerlijke wereld om in te worden ondergedompeld en dit meer dan anderhalf uur lang.

Organisatie: Aéronef, Lille

Ty Segall

Ty Segall & The Feedom Band – Waanzinnig

Geschreven door

De immer bedrijvige Ty Segall wordt wel eens de wonderboy van de garage-rock genoemd. Met die wonderboy gaan we volledig akkoord, maar garage-rock is een veel te eng begrip voor dit veelzijdige talent. Segall waagt zich immers evenzeer met de vingers in de neus aan hard-rock, psychrock, stoner of zelfs Beatlesque pop, en telkens komt er magie uit. De bands waarin hij de laatste tien jaren speelde , zijn veel te talrijk om op te noemen, en dan zwijgen we nog over zijn werk als producer. Ty is een genie, maar bovenal een muzikant die overloopt van de goesting en altijd en overal de pannen van het dak wil spelen. Eigenschappen die steevast terugkomen bij al zijn bands zijn spontaniteit, onbezonnenheid en tonnen speelplezier.

Een knap staaltje daarvan kregen we in l’Aeronef, waar Ty Segall en zijn opgehitste Freedom Band voor een werkelijk waanzinnig concert zorgden. Eentje waar we nog niet helemaal van bekomen zijn. Dit was uitzinnig, wild, chaotisch, luid, smerig, noisy, onstuimig, punky, uitgelaten, ruig en heavy. Kortom, fantastisch !

In het laatste album zit er behoorlijk wat variatie en zijn er zelfs pure poppareltjes te bespeuren, maar op het podium vertaalde dat zich toch naar een heuse wervelstorm met uit de bocht vliegende gitaren, uitfreakende keyboards, heavy baslijnen en ontspoorde drums. Ty Segall gaf zijn songs een dubbele adrenaline-injectie en zette er nog eens extra 1000 Volt op. The Freedom Band ging vaak helemaal loos en volgde hun frontman in vaak luide jams en improvisaties. Het was wel duidelijk dat dit een band is die je er niet zal op betrappen dat ze iedere dag dezelfde show brengen. De muzikanten wisten soms nog niet bij de aanvang van een song waar die uiteindelijk zou uitkomen. Extatische songs als “Warm Hands” en de moordende Groundhogs cover “Cherry Red” mondden uit in lange snoeiharde noise-explosies waarin de gitaren in volle razernij tegen elkaar op soleerden. Het kwam de spontaniteit van het concert alleen maar ten goede, dit was bij momenten zeer chaotisch, maar wel altijd verdomd spannend.

Na al dat onstuimig geweld mocht het toch even iets rustiger, zoals in het Beatlesque “Goodby Bread” of “My Lady’s On Fire”, maar ook aan deze songs zat een ruig en onbesuisd kantje. Ook “Alta” begon nog als een zuivere popsong maar groeide algauw uit tot een heetgebakerde hardrocker die uit al zijn voegen tegelijkertijd barste. En met de pokkenluide afsluiters “Love Fuzz” en “Girlfriend” kwam het gezelschap als een dolgedraaide punkband de boel nog eens keertje volledig op zijn kop zetten. Er kwam stoom uit.

Het enige zweempje van kritiek waarop u ons kan op betrappen is dat Ty Segall onze twee absolute favorieten uit die laatste plaat achterwege liet, met name “She” en “And Goodnight”. Doorgaans speelt hij die twee wonderlijke krakers wel. Hadden wij even pech.

Organisatie: Aéronef, Lille

 

Ty Segall

Ty Segall & The Muggers – Vurige energiestoot

Geschreven door

Ty Segall & The Muggers – Vurige energiestoot
Ty Segall & The Muggers
Grand Mix
Tourcoing
26-06-2016
Niels Bruwier

Net voor de Rode Duivels Hongarije een pandoering gaven, zorgde Ty Segall voor de energieke voorbode op deze match. Segall bracht zijn nieuwe band The Muggers mee waarbij Frogman (Kyle Thomas van King Tuff volledig in het groen gekleed) de opvallendste figuur is. Maar het is het Segall die alle aandacht opeist. Hij springt in het rond, brengt zijn emoties over , schreeuwt de longen uit zijn lijf en raakt het publiek (letterlijk) aan. Ty Segall is er negentwintig , maar smijt zich alsof hij veertien is.

The Muggers bestaat uit Mikal Cronin, Kyle Thomas van King Tuff, Cory Hanson van Wand, Emmett Kelly van The Cairo Gang en drummer Evan Burrows. Begin dit jaar verscheen de plaat ‘Emotional Mugger’. Alweer de zoveelste plaat in het repertoire van Ty Segall. In de Grand Mix bracht hij samen met The Muggers vooral nummers van die nieuwe plaat, die heel wat emoties van Segall bovenhalen.
Mikal Cronin komt helemaal alleen op het podium en begint solo met een saxofoon die er helemaal geen is. Het klink vals maar hiermee wil de band een soort ‘I don’t care’-effect creëren. Het publiek wordt er meteen wild van en daarna beginnen The Muggers aan een instrumentale intro op “Squealer”. Niet veel later springt Ty Segall het podium op met een sweater aan die zijn hoofd bedekt. Hij blijft enkele nummers - mysterieus onder zijn kap - om op die manier een verrassingseffect te creëren . Het optreden bestaat in het begin voornamelijk uit nieuwe, repetitieve nummers. Op “Candy Sam” , één van de stevige songs op de nieuwe plaat, ontstaat een eerste reusachtige moshpit.
Segall verklaart zichzelf veertien jaar oud. “Het is een wonder dat mijn ouders mij naar Europa laten reizen”, zegt hij zelf. Hij gedraagt zich ook zoals iedere veertienjarige zou doen, erg speels. Met zijn microfoon in de hand gaat hij telkens erg dicht bij het publiek en raakt hij de fans aan op het hoofd. Soms fluistert hij wat zaken in hun oren. Het is duidelijk dat Segall het publiek als zijn vrienden beschouwt; hij geeft hen spektakel waarbij telkens iets nieuws te ontdekken valt.
Wanneer ze “Thank God For The Sinners” inzetten, gaat de snelheid van het optreden een stuk hoger. Alle strakke garagehits van Segall passeren nu met “Feel” als hoogtepunt. Het publiek klimt op het podium, springt in het rond en crowdsurft er op los. Segall geeft op het eind nog eens alles en neemt zelf een gitaar in de hand om nog meer riffs en solo’s aan dit gepeperd concert te geven. Om af te sluiten ploft hij zich aan zijn hoofdinstrument, het drumstel, en verzorgt een krachtige drumsolo. Met een schreeuw van Evan Burrows verlaat de band het podium.
Nog twee bisnummers volgen, die het  spelplezier beklemtonen. Enkele willekeurige deuntjes op de gitaar brengen de bandleden aan het lachen en zorgen voor een speels einde aan de set. Zonder dat de toeschouwers het beseffen is het gedaan, veel te kort.

De band straalde enorm veel vitaliteit uit en er viel altijd iets te beleven , zowel op als naast het podium. Segall ontpopte zich als een echte frontman die ieder nummer beleefde alsof hij dat voor het eerst hoorde. Hij tekende voor een unieke ervaring waarbij garagerock en emoties hand in hand gaan.

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

Ty Segall

Ty Segall and the Muggers - Smerig, chaotisch en bijtend, zo moet het zijn

Geschreven door


Een uitverkocht huis voor Ty Segall & The Muggers, die hun nieuwe album ‘Emotional Mugger’ kwamen voorstellen. Deze 28-jarige Californiër heeft als muzikant en producer een hele scene rond zich opgebouwd met naast zijn eigen band ook bands als Fuzz, Wand, Meatbodies en The Oh Sees die allemaal grossieren in sixties en seventies garagerock, psychedelische rock en hardrock.

Daar waar de vorige , trouwens heel goede plaat, ‘Manipulator’ heel sterk de geest van de seventies uitstraalde met een geluid dat glamrock, psychedelische pop en rock en klassieke hardrock getrouw benaderde en eerde, is ‘Emotional Mugger’ een plaat die daar van weg muteert, omdat ze smeriger, atonaler, chaotischer en minder hapklaar is.
Dit werd doorgetrokken op het podium vanavond, het gros van de set (toch 10 nummers) werd uit ‘Emotional Mugger’ gepuurd, en verder kregen we ook nog een aantal nummers uit ‘Manipulator’ (2014) en ‘Twins’ (2012).
Het eerste nummer, “Squealer”, zette meteen de toon: Segall had een kale man masker opgezet, met griezelig realistische oren, de keyboards waren heel bepalend voor de sound van de band: schurend, atonaal, chaotisch en bijtend. Paranoia en ongerijmdheid die sterk refereerden naar David Lynch zijn ‘Lost Highway’: er is iets verschrikkelijk mis met de alledaagsheid, maar je kan er geen vinger op leggen, dat gevoel. Na het eerste nummer ging het masker af, maar de rock bleef overstuurd, maar wel met heel veel gitaarsolo’s door de drie gitaristen van de zeskoppige band.
Ontspoorde rock was dit, ver weg van rechttoe-rechtaan garagerock, dit had veel meer raakpunten met The Butthole Surfers en onze Belgische trots in de chaos, Evil Superstars. Enig punt van verschil misschien met deze chaoten waren de songteksten, die geen klinkklare onzin waren zoals bij de Superstars. Segall jutte het publiek op, “Let’s riot” de betogingen indachtig. Dat publiek ging er gretig op in, verschillende mannen beklommen het podium, en vooral de man die on stage zijn broek liet zakken en de zaal zicht gaf op twee halve manen en een klokkenspel deed iedereen inclusief Segall zelf grijnzen. The Stooges indachtig had een nummer een uit de kluiten gewassen saxofoon, en naast de onophoudelijke gitaarsolo’s en loodzware riffs, zat er ook een rustpunt in de set, met een opbouwend nummer dat de meeste ijle, zweverige kant van de psychedelische rock eer aan deed.
Beste nummers vanavond: de melodieuze meezinger “Candy Sam” uit de nieuwe plaat, “Thank God for the sinners” uit ‘Twins’ en “Manipulator”, met zijn repeterend gitaarlick en orgeltje wel heel erg schatplichtig aan The Who.

Ty Segall en The Muggers waren smerig, overstuurd, dikwijls chaotisch, maar toch met veel respect voor zijn publiek en net dat maakte het interessant omdat ze zo bewezen dat ze veel meer zijn dan een retro-band met een seventies fixatie.

Setlist: Squealer-California Hills-Emotional mugger/ Leopard Priestess-Diversion (The Equals cover)-Breakfast eggs-Baby big man (I want a mommy)-Mandy cream-Candy  Sam-Squealer two-The magazine- Thank God for sinners-They told me too-You’re the doctor-Spiders- Manipulator- Feel
Bis: Finger- the Feels

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/ty-segall-01-06-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/la-jungle-01-06-2016/

Organisatie: Botanique, Brussel
(ikv Les Nuits Bota 2016)

Ty Segall

Emotional Mugger

Geschreven door

De uit San Francisco afkomstige Ty Segall is een muzikale veelvraat, een mansje van alle kunsten; hij zit in bands als Fuzz, Wand, Meatbodies en The Oh Sees die allemaal grossieren in sixties en seventies garagerock, psychedelische rock en hardrock.
Gruizige garagerock’n’roll/pop dus, met een indiesausje , is het statement en hij bracht al een pak platen uit op korte tijd.
‘Manipulator’ was zijn vorige plaat, spannend, gedreven , puntig , gekenmerkt van een rauw slepende aanpak en ritmiek . Wat stijlvarianten uit de psychedelica, folk , r& b tonen z’n veelzijdigheid .
Vóór deze nieuwe was er nog een muzikaal werkstuk , een eerbetoon aan T-Rex onder ‘Ty-Rex’ , een verzameling T-Rex covers uit 2011 en 2013. De oude Ty Segall maakt op ‘Emotional Mugger’ plaats voor glamrock, psychedelica , progrock , experiment en die garagerock in een Syd Barrett gekte . Beetje oud herkenbaar zijn hier een viertal songs (opener “Squealer” – “Diversion” – “Candy Sam” en “The magazine”). Inderdaad hij grossiert diep in het verleden en maakt het eigentijds met weirde breaks, ritmes en wendingen. Smerig en Chaotisch, Tegendraads en Verrassend als je de plaat in z’n totaliteit beluistert met songs als “Californian hills” , “Breakfast eggs” en “W.U.O.T.W.S.”, ergens tussen Stooges – King Crimson en Marilyn Manson in .
Een ambitieus werkstuk - Maniakale gekte . Sterk!

Ty Segall

Manipulator

Geschreven door

De uit San Francisco afkomstige Ty Segall heeft al een pak platen uitgebracht op korte tijd , maar nam na de akoestische ‘Sleeper’ en ‘Fuzz’ wat meer de tijd voor deze nieuwe cd . De indie/garagerock’n’rollende sound blijft het centrale gegeven; 17 songs vinden we maar liefst hier terug , die mooi uitgewerkt zijn en boeien door een slepende , broeierige, rauwe aanpak en die intrigerende, repetitieve, slepende , dromerige ritmiek . Ze worden aangevuld, ondersteund en afgewisseld door psychedelica effects , semi akoestisch folky gitaargetokkel, en wat soul/r&b.
We hebben een pak goede songs , die spannend, puntig , gedreven zijn , van de gelijknamige opener tot “Tall man, skinny lady” naar het sterk overtuigende “Feel” , “The connection”, “The hand” en “The crawler”  .
Ze maken van dit album een ambitieus werkstuk. Tussenin hoor je stijlvarianten met sfeervollere nummers , die de veelzijdigheid onderstrepen.
Maar goed dat hij wat langer op zich liet wachten , ze zijn gerijpter dan ooit! Ty Segall is klaar om een groter publiek te bereiken.

Ty Segall

Slaughterhouse

Geschreven door

Slaughterhouse  - Ty Segall Band
De zeer bedrijvige lo-fi garagerocker Ty Segall is met deze Slaughterhouse al aan zijn derde album toe in 2012.
Met de Ty Segall Band brengt hij een uiterst explosief goedje tot leven, een bruisende cocktail van vuile garage rock, nuggets psychedelica, ontspoorde rock’n’roll, vuige punk en gestoorde hard rock. Een wilde kruisbestuiving van Hawkwind, Sonics, Syd Barrett, Johnny Thunders, MC 5, Stooges en Black Sabbath. De gitaren zijn dikwijls bedolven onder een laag fuzz en distortion maar slaan geregeld ook aan het soleren als ware hier een bende harige hardrockers aan het werk.
U mag van ons headbangen op “Death” en pogoën op “Slaughterhouse” en “The bag I’m in”. Feit is dat er hier een handvol schitterende songs tussen al dat gitaargeweld zitten zoals het vunzig rockende “I bought my eyes”, het razende “Tell me whats inside your heart” en het sluipende “Wave goodbye”.
Enkel de 10 minuten durende aanval op uw trommelvliezen “Fuzz war” is beter over te slaan, tenzij u ‘Metal Machine Music’ een goede plaat vindt natuurlijk.
‘Slaughterhouse’ is smerig, wild, explosief, geschift en uitermate fantastisch.

Ty Segall

Ty Segall - Op de valreep nog één van de concerten van het jaar

Geschreven door

Er werd geopend met een product uit ‘de bunkers’, de eigen repetitieruimtes van de 4AD. Gurt Goatbuck is ontstaan uit de asse van The Abscenes en grossiert in loodzware, op de seventies geïnspireerde rock met hier en daar een grunge-accentje. Die omschrijving klinkt nogal beangstigend maar deze vier jonge gasten uit de Westhoek kwamen ermee weg. Ik hoorde soms verrassend sterke vondsten op gitaar en de meeste aanzetten waren veelbelovend maar een volledig sterke song, kompleet met poten en oren, leek nog net iets te hoog gegrepen voor deze bende. De zanger deed iets te weinig met zijn niet onaardige stem en uitstraling had hij al helemaal niet. Hier is op zijn minst gezegd nog wat werk aan de winkel : "Blijven proberen, jongens!

Het verschil met Boston Tea Party, ook al een band met roots in de 4AD, was groot. Wat heeft dit duo aan zelfvertrouwen gewonnen! Nooit eerder kon hun rammelende noiserock me zo bij de lurven pakken. Zelden loop ik warm voor een Belgische band maar dit zou toch stilaan de nodige erkenning moeten krijgen. Thomas Werbrouck ramde als een bezetene op zijn gitaar terwijl Elise Adam als vanouds stampend op een houten "stompbox" het ritme aangaf, af en toe een tik gevend op een cimbaal of tamboerijn die voor haar neus gemonteerd stond. Ondanks die minimale middelen zorgde dit koppel voor een enorme energieboost. En om het helemaal mooi te maken brachten ze de bis op de begane grond tussen het volk. Ty Segall ging van goeden huize moeten zijn om dit te overtreffen, maar dat was hij!

Ty Segall uit San Francisco lijkt een bijzonder bezige jongen. Naast zijn solowerk (3 platen in 2 jaar) is hij ook nog zanger van de Epsilons, drumt hij bij een paar, nog obscuurdere, groepjes en speelt hij geregeld mee met geestesgenoten Sic Alps. Begonnen als een one-man-band liet hij zich voor deze tour toch omringen door een extra gitarist, Charles Moothart, bassiste Denee Petracek en zwarte raaf Emily Rose Epstein (die men eerder in een gothic band zou situeren) op drums.
Waar hij op plaat eerder klinkt als een soort lo-fi Beatles koos hij op het podium voor een veel stevigere aanpak wat ook rendeerde. We kregen een dampende set licht psychedelische garagerock met een hoofdrol voor de overstuurde gitaar van Segall, waarop hij regelmatig verzengend uithaalde. Het ging er allemaal redelijk nonchalant aan toe en Ty maakte er een sport van om zijn kompanen op het verkeerde been te zetten.
Toen de basgitaar van Deene Petracek even de geest gaf begon hij plotseling te citeren uit het werk van Black Sabbath en Neil Young. Na die spielereien volgde nog een echte cover : een heerlijk stompende versie van "Dropout boogie" van Captain Beefheart die op dat eigenste moment net overleden was, wat toen nog geen mens wist uiteraard. Qua sound kwam Ty Segall dicht in de buurt van Thee Oh Sees, maar waar die laatsten hun songs soms ellenlang laten voortdenderen, hield hij het veel strakker en klokten zijn songs zelden af boven de twee minuten zodat verveling geen kans kreeg. Anderen zien in hem dan weer een opvolger van Jay Reatard maar ik vond alleszins niets van diens klinische punkrock hierin terug.

Het wat mager opgekomen publiek reageerde uitzinnig en tot zijn eigen verbazing werd Ty Segall tweemaal terug op het podium geschreeuwd. Dit was nog eens één van die optredens die dagenlang zal blijven nazinderen. Tot slot nog een pluim voor dj Chiel die tussen de optredens en achteraf bijzonder fijne plaatjes liet horen, wat de avond er nog mooier op maakte.

Organisatie: 4AD, Diksmuide