logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (11 Items)

From Wolves To Whales

Dead Leaves Drop

Geschreven door

Binnen het wereldje van improviserende jazz zullen de namen Nate Wooley, Dave Rempis, Pascal Niggenkemper en Chris Corsano wellicht een belletje doen rinkelen. Samen vormen zijn de band From Wolves To Whales. Met ‘Dead Leaves Drop’ laat de band een plaat horen waar dat improviseren volledig uit de doeken wordt gedaan in het streven naar de kortste weg van het denken naar actie. Deze schijf bevat twee songs van telkens twintig minuten, het voelt echter aan als een oneindige trip die ondanks de toch wat chaotische en experimentele aanpak wel degelijk een bepaalde richting uitgaat. Namelijk deze van de emoties van de mens die zich gewillig laat meevoeren. Dat laatste is eigenlijk de belangrijkste voorwaarde om zowel de plaat als de band echt te begrijpen.
“Pakicetus” klinkt vaak als een allesverwoestende wervelstorm die geluidsmuren doet wankelen, maar eveneens als een zacht briesje waarbij je tot gemoedsrust wordt gebracht. Binnen dit aanbod gaan saxofoon- en trompetklanken telkens het verfijnde gevecht aan met die typische druminbreng en baslijnen die je ofwel de adem benemen ofwel je in angstzweet achterlaten. Dat schipperen tussen verschillende uiteenlopende emoties is de reden waarom je als aanhoorder gekluisterd aan je stoel blijft zitten, luisterend naar muzikanten die ware meesters blijken te zijn in tot in het oneindige improviseren. Hoewel je in eerste instantie een chaotische brij opmerkt, zorgt deze virtuositeit wel degelijk voor enige structuur. Althans als  je verder kijkt dan wat er aan de oppervlakte drijft en je daadwerkelijk gaat verdiepen in de inhoud van wat je wordt aangeboden. Improviserende muziek is dan ook een muziekstijl die je niet moet horen maar vooral voelen. Binnen die schijnbaar vormeloze puinhoop die we ook bij “Ambulocetus” opmerken , schuilt een energie die op je gemoed inwerkt, eens je die trip echt ondergaat. De schijnbaar onlogische aanpak van saxofoon- of basklanken, of vervormde trompetgeluiden en een drummer die zijn vellen bedient alsof hij een nieuw instrument heeft uitgevonden; keert niet alleen terug op deze tweede song, het is de rode draad op de volledige schijf.
De mogelijkheden en de vrijheid gebruiken om met hun instrumenten gewoon klanken uit te vinden of grenzen af te tasten waar geen grenzen zijn, trekt ons dan ook over de hele lijn over de streep.
Elk van de muzikanten tasten die mogelijkheden van hun instrumenten dan ook tot in het oneindige af en vullen wonderwel elkaar blindelings aan binnen die schijnbare chaotische aanpak.
'Dead Leaves Drop ' is dan ook geen voer voor luisteraars die houden van een afgelijnde structuur in de muziek die ze beluisteren. Zij die echter houden van een avontuurlijke aanpak en het ontdekken van klanken binnen die voornoemde instrumenten waarvan je het bestaan niet kende - waaronder wij onszelf ook rekenen - zullen zeker hun gading vinden in een samensmelting van meesters in improvisatie, die al hun toverkrachten samenbundelen om een magie te doen ontstaan waardoor je wegzweeft naar een kleurrijke en onontgonnen wereld binnen sax, drum en bas. Die dus alleen bestemd is voor zij die willen voelen, en niet alleen luisteren. Om zo inderdaad de kortste weg van het denken naar de actie daadwerkelijk te ontdekken.

Geppetto & the whales

Passages

Geschreven door

Succesvolle deelnames aan Humo’s Rock Rally en een goed onthaalde debuut resulteerden voor Geppetto & The Whales in o.a. optredens op grote festivals als Pukkelpop. Het leek de band medio 2012-2014 voor de wind te gaan. De band was aan een opmars naar boven toe en ook wij waren daar enkele keren getuige van. In 2015 zagen we Geppetto & The Whales aan het werk in Concertzaal De Casino in Sint-Niklaas en schreven daarover: ‘De lont was bij dezen aan het vuur gestoken en Geppetto & The Whales konden de rest van de avond niets meer verkeerd doen. Niet alleen zijn er de wondermooie songs als “Maxburg”, “Jonathan” of “Bright Star” die allen schipperen tussen hartverscheurend, intiem en meeslepend. Ze werden met een soort vurigheid en gretigheid gebracht die ons en de aanwezigen heel diep raakte. De ene keer kon je een speld horen vallen in de zaal, het volgende moment scheurden de gitaren heel diep door je vege lijf heen, als een scherp mes. Kortom: Nergens werden geluidsmuren afgebroken, maar de set zat boordevol heel uiteenlopende variaties en tempowisselingen. Die aan de ribben bleven kleven"
Toen werd het plots stil rond deze veelbelovende Belgische band, tot recent hun nieuwste schijf op de markt kwam: 'Passages'. Alsof ze nooit echt weg zijn geweest, zo klinkt openingssong “Faust”. Diezelfde melancholische en weemoedige aankleding als voorheen, waardoor we als aanhoorder in diepzinnige gedachten vertoeven binnen intieme sferen en ons gewillige lieten hypnotiseren. Het is ook op deze nieuwe schijf overeind gebleven. Ook bij de daaropvolgende pareltjes als “Tall Leaves”, “Nunki” en “How We Got Here” worden nog steeds geen geluidsmuren afgebroken, maar wel die uiterst gevoelige snaren geraakt. Is er dan niets veranderd? Meer dan ooit hoor je duidelijk een band die volwassen is geworden en vooral een band waarin iedereen dezelfde kant uitkijkt. Tijd uittrekken voor herbronning in je leven. Het kan ervoor zorgen dat je, eens een nieuwe adem gevonden, sterker dan ooit de toekomst met een brede glimlach tegemoet kan zien. Ook Geppetto & The Whales heeft dankzij deze herbronning zichzelf letterlijk teruggevonden, zoveel is duidelijk.
Songs die één voor één niet moeten onderdoen voor songs die de band in het verleden uitbracht, maar eveneens laten zien en horen dat de toekomst voor wat eens toch was uitgegroeid tot één van onze favoriete Belgische bands binnen weemoedige muziek, er wederom heel rooskleurig uitziet. Dat is vooral wat Geppetto & The whales ons met deze klasseplaat voorschotelt.
We hopen alleen stilletjes dat ze weer geen vijf jaar moeten wachten om ons te verblijden met aan de ribben klevende songs als “Man From Porlock”, “Ruts” of “Rites Of Passage”. Echter, het was het wachten meer dan waard.

Tracklist: 1. Faust; 2. Tall Leaves; 3. Nunki; 4. How We Got Here; 5. Man From Porlock; 6. I Know Who You Were; 7. Ruts; 8. Thirteen Lovers; 9. Stuck In Reverse; 10. Rites Of Passage; 11. At Little Bay; 12. Jigsaw; 13. Dusseldorf.

Alpha Whale

Alpha Whale

Geschreven door

Westvlaamse garage pop met een surfrandje, denk aan The Growlers, Black Lips en The Allah Las. De lazy en zonnige gitaarrock van deze debuutplaat mag er best zijn, maar nergens kan Alpha Whale boven de hier voormelde groepjes uitstijgen, zeker Allah Las lijken nog een stapje te hoog. Een tintelend retro sfeertje dwarrelt gans de tijd door dit plaatje en op “Hidash” komt zich met succes een sitar mengen, maar toch zou het Alpha Whale goed doen mocht er wat meer Thee Oh Sees gekte of Ty Segall waanzin aan toegevoegd worden. En ook die Dick Dale gitaartjes mogen van ons een paar versnellingen hoger.

Geppetto & the whales

Geppetto & The Whales – Een avondje sferische pop

Geschreven door

Sferische pop , daar stonden Geppetto & The Whales en support And they spoke in Anthems
garant voor !

And they spoke in Anthems
De eer om de avond te openen lag bij Arne Leurentop. Dit one-man band project wist de zaal in te palmen met zijn impressionante stem en meer dromerige rock. Leurentop neemt je mee in een sferische wereld gecreëerd door zijn stem, gitaar en opname apparatuur. Denk bij zijn muziek zeker aan The Beatles maar vooral ook aan Bob Dylan, zijn cover van “Stuck inside of Mobile with the Memphis Blues Again” is zeker de moeite waard!

Geppetto & The Whales -
De mannen van Geppetto & The Whales openden de avond sterk met het nummer “Esther You”. Het rustige begin en de sterke opbouw in het nummer trokken de zaal mee in wat een zeer sfeervolle avond ging worden. De song past in het rijtje van “Jonathan” en “For the Black Hand of Dawn”, die erg ingenieus zijn uitgewerkt en zowel in ritme als in stijl noteren we boeiende, spannende variaties.  De band staat met zes op het podium en dat creëert een unieke sound.
Doorheen de avond lieten ze verschillende kanten van zichzelf zien, toch blijft de samenzang een wederkerig kenmerk. Ze namen ons mee doorheen hun cd ‘Heads of Woe’, een geheel van rustige en meer rockgetinte nummers, o.m. “Heads”, “Animals” en “Bright Star in the Morrow” gaven dan weer de ruigere toets aan het concert.
Ook hun nieuwe song kon de zaal zeker bekoren en belooft alvast veel voor volgend materiaal! Met “Maxburg” nam het concert een nieuwe wending, dit instrumentale nummer werd begeleid door een projectie op een scherm van keukenhanddoeken.

Geppetto & The Whales dompelden ons onder in een Sigur Rós achtige wereld, de afsluiter “Time” was de perfecte afsluiter van de avond. Bombast is niet aan hen besteed, maar hun sfeerschepping zorgt voor de nodige emotionaliteit, wat ons doet besluiten dat we van deze jonge knapen nog veel kunnen verwachten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/and-they-spoke-in-anthems-8-03-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/geppetto-the-whales-08-03-2014/
Organisatie: Cactus Club, Brugge

Noah & The Whale

Heart Of Nowhere

Geschreven door

Charlie Fink en z’n bende zijn aan hun vierde cd toe en zetten de trend verder van hun feelgood folkpop met een prettig melancholisch, donkere ondertoon . Minder bruisend en borrelend weliswaar , maar we horen een sfeervolle aanpak van hun spontaan speelse, melodieus uitgewerkte songs, die een donker randje hebben . De donderwolk hangt af en toe boven het materiaal zoals op “Silver and gold” en “One more night”. Anna Calvi levert een bijdrage op de titelsong.
Met de vorige cd ‘Last night on earth’ braken ze definitief naar een breder publiek door. Een eenheid vormt het materiaal nog , net zoals het toegankelijk, leuk en  ontspannend klinkt, maar een mistig gordijn wordt opgehangen , en om de hoek sluiert al iets-teveel-hetzelfde-gehoord van de Britse band . Goed , maar ook niet meer dan dat …

Geppetto & the whales

People of Galicove EP

Geschreven door

We waren al sterk te vinden voor de eerder verschenen singles “Oh my God” en “Juno” van deze beloftevolle band . Terecht stonden ze in de finale van Humo’s Rock Rally 2012 en eerlijk gezegd ze konden een even goede winnaar zijn .
Het is een talentvol kwintet , die de kunst heeft om catchy popsongs te schrijven en die in ons hoofd blijven hangen . Jawel, lekker in het gehoor liggende, aanstekelijke en sfeervol dromerige indie/americana, die uptempo ritmes kunnen hebben en ontroeren door een puike samenzang.
Twee intermezzo’s , vier nieuwe sterke, gevarieerde songs en de doorbraaksingle “Juno” hoor je op de EP , in afwachting dat de full cd in 2013 verschijnt . Met “Duquesne’s horse” hebben ze meteen een van de najaarsingles uit . Heerlijk snedige indierock! De andere songs “Hannah”, “Rufus  en “Indian child/ switch on the light” zijn minder heftig , maar overtuigen door de spannende intensiteit.
Voor wie houdt van een doorsnee Weezer, Grandaddy, Bon Iver en Fleet Foxes komt bij dit beloftevol bandje hier zeker aan z’n trekken …

Noah & The Whale

Last night on Earth

Geschreven door

Feelgood folkpop met een prettig melancholische ondertoon serveren  Charlie Fink en z’n bende  op de nieuwe derde cd. Ze breken definitief naar een breder publiek door en samen met dat plaatje van The Naked & Famous, The Decemberists en Mumford & Sons brengen de Britten iets leuks en ontspannend …  Inderdaad, lekker in het gehoor liggende pop door een zwierige viool of toetsen; want moeiteloos neuriën we “Tonight’s the kind of night” , “Life goes on” en “Wild thing” . ‘Last night on Earth’ heeft met “Paradise stars” en “The line” nog een paar sfeervolle pareltjes klaar.
De elektronica heeft op rustige en swingende wijze een plaatsje bemachtigd binnen de sound . En in de vocals horen we in de verte de invloed van Tom Petty en Cornershop ...
Fink had de kunst van songschrijven al op de vorige platen, die warm, broeierig en donker konden zijn. Door het mistig gordijn heen, klinkt nu de fleurigheid door , wat resulteert in een toegankelijk album van geraffineerd uitgewerkt songmateriaal vol fijne melodieën.
‘Last night on earth’ is een spannende plaat, intrigeert en … overtuigt.

Noah & The Whale

Noah And The Whale – Gezwind en met oog voor verandering de nacht in

Geschreven door

Met het zopas uitgebrachte ‘The Last Night On Earth’ heeft de Londense formatie Noah And The Whale een derde koerswijziging in evenveel albums doorgevoerd. Waar de debuutplaat ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ uit 2008 (met het aanstekelijke, zomers getinte « 5 Years Time » als exponent) gekenmerkt werd door een mix van pop, rock en een stevige dosis folk, stond opvolger ‘The First Days Of Spring’ (2009) bol van cinematografisch uitgedrukt gemis, verdriet en dramatiek. De aanvankelijke optimistische, lichtvoetige teksten en voortgebrachte klankkleur via onder meer akoestische gitaar, ukelele en handgeklap hadden daarbij plaats gemaakt voor een spaarzame elektrische gitaar, een weemoedig klinkend piano, strijkers en een zangkoor met daartussen de donkere vocalen van zanger/gitarist en tekstschrijver Charlie Fink.
De ommezwaai kwam er niet zozeer omwille van enig gebrek aan succes (het debuut was meteen goed voor een top 10 notering in eigen land) maar situeerde zich eerder op het gevoelsmatige. Want op dat vlak heeft Charlie Fink het de voorbije periode niet onder de markt gehad.
Toen zijn broer, steun en toeverlaat Doug uit Noah And The Whale stapte om zich toe te leggen op een professionele loopbaan als arts maar vooral ingevolge het feit dat  voorafgaand hieraan groepslid Laura Marling niet alleen voor een solocarrière opteerde maar daarbij ook een punt zette achter haar jarenlange relatie met Fink, bleef deze met een gebroken hart achter en kon hij dit enkel verwerken door alles van zich af te schrijven. Het muzikale werkstuk dat hieruit voortvloeide, was weliswaar prachtig (uw recensent van dienst plaatste dit trouwens bovenaan het lijstje van beste albums uit 2009) maar als we de groep vorig jaar in Frankrijk zagen concerteren, konden we ons niet van de indruk ontdoen dat ondanks de goede optredens, Fink zich afstandelijk opstelde en een zekere tristesse bleef uitstralen.

Maar kijk, amper een jaar verder blijkt op de nieuwe plaat optimisme de hoofdtoon te voeren.  Dit wordt geëtaleerd in een uitgebreidere instrumentatie via o.m. het toevoegen van synthesizers en wat gospel (Jen Turner van Here We Go Magic en de Water Sisters die indertijd te horen waren op Michael Jackson’s « Wanna Be Startin’ Somethin’ » verzorgen onder meer de vocalen). Mede daardoor wordt ook een ander, meer gepolijst en radiovriendelijk geluid gecreëerd dat in de pers en bij de fans op gemengde gevoelens onthaald werd. Hoe dan ook, van het star vasthouden aan één enkele succesformule kan men Noah And The Whale niet beschuldigen en bovendien kan men niet om de knappe melodieën en het tekstschrijverschap van Fink heen.
Voor het eerst besloot Fink vanuit de derde persoon te schrijven en is ‘The Last Night On Earth’ minder autobiografisch te noemen. Het thema van de plaat is de onbegrensde mogelijkheid die de nacht biedt, alsook de opwinding en vrijheid om te veranderen en aldus een nieuwe persoon te worden.
Tekstueel worden daarbij « Bone Machine » van Tom Waits en « Berlin » en « New Sensations » van Lou Reed als invloeden naar voor gebracht en qua productie haalt Fink geregeld in interviews platen als ‘Before And After Science’ en ‘Another Green World’ van Brian Eno, ‘Calling Out Of Context’ van Arthur Russell en ‘Dirty Mind’ van Prince aan.
Dé referentie vormt evenwel het gedicht ‘The Laughing Heart’ van Charles Bukowski en de zin “Your life is your life, know it while you have it” in het bijzonder. Er wordt aangeraden te leven alsof het de laatste nacht op aarde is.

Vanaf de aanvang van hun concert afgelopen dinsdag in een uitverkochte AB Club, stond Noah And The Whale inderdaad te musiceren alsof het hun ultieme vertoning zou worden. Gezwind, vol overgave en bijzonder uitgelaten werden de nummers hoe divers ook van aard, gepresenteerd.
De sfeer op als voor het podium zat er meteen goed in met heel wat lachende gezichten. Dit werd tijdens het optreden onder meer onderstreept tijdens een opzwepende uitvoering van « Love Of An Orchestra » via samenzang, viool (bespeeld door Tom Hobden), piano (via Fred Abott) en gerichte drumslagen (van de 21-jarige nieuweling Michael Petulla) dat enthousiast door het publiek werd onthaald en het nummer via ritmisch handgeklap begeleidde.
De meeste groepsleden waren getooid in strakke pakken met dito das en leken hiermee het frivole en nieuwe nog extra in de verf te willen plaatsen. Dit werd nog aangewakkerd door de klankkleur van de recentste plaat live niet te behouden maar eerder te opteren voor een meer algemeen rockgetint geluid met daarbij enkele keyboards die niet zozeer prioritair maar wel complementair aangewend werden.
Waar bijvoorbeeld « Tonight’s The Kind Of Life », dat de volgende single zal worden, op de nieuwe plaat nog associaties oproept met Bob Seger of Tom Petty, leek de in de AB Club uitgevoerde versie meer te refereren aan Bruce Springsteen of op kleinere doch niet minder beminde schaal aan Steve Wynn.
Door de aanpak klonk de groep overwegend eerder Amerikaans dan Brits. Zonder haar eigenheid te verliezen, kon het swingende en melodieuze « Waiting For My Chance » van de hand van Wilco geweest zijn, « Rocks And Daggers » begon net als op de debuutplaat folky mede door de vioolpartij van Hobden maar mondde na enkele tempowisselingen uit in southern en countryrock die niet zou misstaan bij Drive-By Truckers (evenals het bijzonder snedige « Shape Of My Heart ») en « My Door Is Always Open » was dan mede door de slide van Fred Abott, een secuur bespeelde basgitaar door  Matt ‘Urby Whale’ Owens en vooral de samenzang, in het fraaie straatje van The Low Anthem terug te vinden.
In het verlengde van laatstgenoemde nummer was er ook ruimte voor enkele fraaie rustige passages tijdens de zoals – een overigens spraakzame – Fink liet weten “Romantic section of the show”. Zo werd de akoestische gitaar bovengehaald en de lichten gedoofd bij het breekbare « I Have Nothing » en bij het prachtige « Wild Thing » werd met behulp van een vleugje elektronica, een Chris Isaak aandoend gitaarrifje en spanning brengende viool de warme voorzomerse bries die buiten heerste, muzikaal de zaal ingeblazen.
De reguliere set werd afgesloten met het indrukwekkende « The First Days Of Spring » dat via een paukenintro, viool en een aanvankelijk spaarzame doch crescendo gaande gitaar de zwaarmoedige sfeer van het gelijknamige album perfect naar voor bracht. Mede door een uitgesponnen outro leek zowaar postrock zich onderhuids de groep te willen nestelen.

Drie toegiften volgden nog. Vooreerst kwam er ons met het broze en ingetogen « Old Joy » een nieuw hoogtepunt ter ore om vervolgens plaats te maken voor de huidige single « L.I.F.E.G.O.E.S.O.N » -  perfect op maat gemaakt voor het komende festivalseizoen -  en het onvermijdelijke « 5 Years Time » dat ietwat te overhaast en enkele kleine slordigheden bevattende na 1u20’ een einde maakte een bijzonder aangenaam concert waarbij Noah And The Whale veel hechter en op alle vlakken pakkender uit de verf kwam dan bij hun passage vorig jaar.

In het voorprogramma stond niet de in eerste instantie aangekondigde Hannah Peel (die naar de Botanique verhuisde) maar wel het jonge Britse groepje Exlovers. In onze contreien nog vrij onbekend maar via hun combinatie van shoegaze en dreampop zijn muzikale gelijkenissen met pakweg Teenage Fanclub, Lush of The Pains Of Being Pure At Heart nooit ver weg. Mede door de samenzang tussen Peter Scott (zanger/gitarist) en Laurel Sills (zangeres/ keyboards) klonken nummers als « Silhouette », « Unlovable » en « Clouds » lieflijk terwijl de huidige single « Blowing Kisses » gekenmerkt werd door het snelle drumgeroffel van Brooke Rogers. Vernieuwend noch wereldschokkend maar een niet onaardige opener.

Setlist :
Give A Little Love, Blue Skies, Tonight’s The Kind Of Night, Give it All back, Love Of An Orchestra, Just Me Before We Met, Life Is Life, Jocasta, The Line, I Have Nothing, My Door Is Always Open, Wild Thing, Rocks And Daggers, Shape Of My Heart, Waiting For My Chance, The First Days Of Spring
Bis: Old joy, L.I.F.E.G.O.E.S.O.N., 5 Years Time

Organisatie: Ancienne Belgique, Brusse


Freelance Whales

Broken Records (Sco) en Freelance Whales (Usa) - Geslaagde double bill!

Geschreven door

Een charmante, opwindende, frisse, speelse en emotievolle indiefolkavond stond geprogrammeerd met een fijne double bill Broken Records (Sco) en Freelance Whales (Usa).

Vooral de eerste Broken Records kan een doorbraak forceren, gezien zij de sterkst rakende nummers hadden, het nauwst leunden aan The Arcade Fire en zich met gemak plaatsten naast Noah & The Whales, Sons & Daughters, Frightened rabbit, Wild Beasts en tot slot invloeden haalden van The Waterboys, Belle & Sebastian en The Frames.
Ze zijn een uitgebreid collectief bepaald door de broers Sutherland (zang/gitaar en viool). Zij zijn de muzikale kapstok en geven de intimistische, dynamische en warm opbouwende songs elan, mooi ondersteund en aangevuld van piano/toetsen en een verdwaalde blazer. Het charismatische gezelschap heeft twee cd’s uit, ‘Until the earth begins to …’ en ‘Let me come home’, verhalende songs over ‘vertrekken’ en ‘thuiskomen’. Ze zijn subtiel uitgewerkt, zijn spaarzaam begeleid of ze zwellen aan. Ze boeien door de tempowisselingen en de verrassende soms zwierige wendingen. De leden geven ruimte aan de instrumenten en wisselen dikwijls van instrument, wat wel een beetje typisch is voor dit genre muziek.
Ze herinnerden zich hun vorig optreden nog voor drie man en een paardenkop, maar op anderhalf jaar tijd hebben ze zich sterk gemanifesteerd en van zich afgebeten. Want de Rotonde was aardig volgelopen. Zanger Jamie bedankte z’n publiek en was behoorlijk onder de indruk van het warme onthaal. De vriendelijkheid en de geborgenheid voelden we in het vakkundig variërende songmateriaal als “Wolves”, “Leaving home”, “Lies” (ergens geïnspireerd op J Brel), ”Promise”, “Home”, “Motorcycle boy reigns” en de titelsong van de eerste cd. Bezield en vol overgave gingen ze te werk. Sommige van die nummers werden sober ingezet, zwollen aan om dan helemaal gevoerd te worden door de band. Overtuigend concert en een te koesteren band!

Op het NYse kwintet Freelance Whales was er al wat volk naar de bar getrokken. De band pint zich vast op indierock en kenmerkt zich door de samenzang en een instrumentarium van banjo, mandoline, synths, klokkenspel en een speciaal orgel (half synth – half draailier, een balgorgel lees ik dan). Hier horen we Los Campesinos, Fanfarlo, Le Loup, Belle & Sebastian, Mumford & Sons en Local Natives. Ze debuteren met ‘Weathervanes’ en speelden troeven als “Generator”, “Hannah”, “Enzymes”, “First floor”, “Location” en “We could be friends” … Frisse, leuke, opwindende, broeierige  songs met een gevoelig, dromerig en psychedelisch randje, speels en enthousiast. Vooral de afwisseling van de instrumenten, het klokkenspel en een samenzang uit volle borst van 4 heren en 1 dame onder het commando van Judah  Dadone waren het handelsmerk.
Een goede set, goede songs maar die net niet konden tippen aan de intense opbouw en variatie van Broken Records, die die avond alvast meer zieltjes had gewonnen!

Opener van de avond was de jonge Luikse Belleclose, die alleen in een felrood kleedje met een akoestische gitaar de aandacht opeiste. Ingetogen materiaal en een stem die een rauw randje kon hebben, wat haar bracht tussen Michelle Shocked, Suzanne Vega, PJ Harvey en de huifige rits vrouwelijke sing/songwriters van het folkgenre. Hier sprong Britney Spears’ “Toxic” er uit! Deze jonge dame zien we zeker nog terug …

Organisatie: Botanique, Brussel

Noah & The Whale

Noah and the Whale – Muzikaal potentieel niet ten volle benut

Geschreven door

Twee jaar geleden scoorde de Londense formatie Noah And The Whale in eigen land een top 10 hit met het aanstekelijke, zomers getinte «5 Years Time». Aan het succes werd een vervolg gebreid toen de reclamewereld dit nummer oppikte en aanwendde bij onder meer enkele TV-filmpjes. Ook hun debuutalbum ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ uit 2008 dat gekenmerkt werd door een mix van pop, folk en rock, mocht op tal wat positieve reacties rekenen.

Het leek de groep dan ook voor de wind te gaan maar toen groepslid Laura Marling niet alleen haar relatie met liedjesschrijver, zanger/gitarist Charlie Fink beëindigde maar daarenboven de  samenwerking met de totale groep staakte om een solocarrière uit te bouwen, maakte de euforie plaats voor gemis en verdriet. In de eerste plaats was het Fink die verweesd en behept met een gebroken hart, achterbleef. Hij vond een manier om de treurnis van zich af te zetten en vooral van zich af te schrijven door de relationele breuk te verwerken - in alle betekenissen van het woord - in de opvolger van hun debuut, het vorig jaar uitgebrachte album ‘The First Days Of Spring’. Of zoals hij zelf zingt in «Love Of An Orchestra», een van de hoogtepunten die daarop te vinden zijn: “I’ll know i’ll never be lonely. I’ve got songs in my blood”.
Weg waren de optimistische, lichtvoetige teksten en voortgebrachte klankkleur via onder meer akoestische gitaar, ukelele en handgeklap. In de plaats hiervan kregen een spaarzame elektrische gitaar, een weemoedig klinkend piano, strijkers en een zangkoor de boventoon met daartussen de vocalen van Charlie Fink die als het ware volledig aangepast aan de sfeer van de plaat, veel donkerder doorklonken als voorheen. De bijzonder sterke gelijkenis met het stemgeluid van Adam Green dat op de debuutplaat nog nadrukkelijk aanwezig was, verdween hiermee wat meer achter de coulissen.
Het resultaat van deze koerswijziging was dat naar onze mening Noah And The Whale met  ‘The First Days Of Spring’ niet minder dan een meesterwerkje had gemaakt. In die mate zelfs dat ondergetekende het tot album van het jaar verkoos.

Met bijzonder hooggespannen verwachtingen reisden we dan ook richting Tourcoing alwaar de groep – kan het nog toepasselijker gelet op de albumtitel? – afgelopen zaterdag bij het astronomisch begin van de lente acte de présence gaf in Le Grand Mix.
Opener van de avond was «Blue Skies», een lied voor iedereen met een gebroken hart. Mede door de intro die aanleunt bij de somberheid van het monumentale «Atmosphere» van Joy Division, blijft de studioversie ons na ontelbare draaibeurten nog steeds kippenvel bezorgen. Maar meteen werd duidelijk dat de trieste schoonheid en grandeur die op plaat terug te vinden zijn, niet geëvenaard konden worden op het podium.
De band koos er immers voor om nagenoeg alle nummers van een extra elektrische laag te voorzien met als gevolg dat de set een tweeslachtig karakter kreeg. De op het eerste gehoor eenvoudig klinkende folk van ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ verloor hierdoor namelijk aan sympathie en onschuld, terwijl de emotie wat wegebde bij de nummers uit het  album ‘The First Days Of Spring’.
»Love Of An Orchestra», een liefdesverklaring aan de muziek zelf, vormde hierop een uitzondering. Omwille van de afwezigheid van enig zangkoor, was de uitvoering in Le Grand Mix aardser en minder orkestraal en bleek de eenvoud positief  uit te pakken. Het had zelfs iets weg van een southern rock versie uit de jaren ‘70.
Er vielen ook andere fraaie momenten te noteren, vooral bij de passages waarbij Tom Hobden op het voorplan trad en zich met behulp van viool propageerde als een van de bepalende factoren van de groep. Op de rustige momenten, zoals bij «My Broken Heart», verschafte hij een extra portie gevoeligheid, terwijl de uptempo nummers mede hierdoor extra aangestuurd en onderbouwd werden. Onder meer bij «Rock And Daggers» uit de eerste plaat, was dit duidelijk merkbaar.
In voormelde twee nummers was er ook een mooi samenspel met de basgitaar bespeeld door Matt ‘Urby Whale’ Owens, die als het ware een optreden binnen een optreden aan het geven was door zijn expressieve houding. Geheel in contrast met Fink. Dat hij een introverte persoonlijkheid heeft, is geweten maar nu bleef enige interactie met het publiek grotendeels uit (enkele Franse woorden buiten beschouwing gelaten).
Er kwamen in totaal slechts 11 korte nummers aan bod en het concert zelf duurde amper een uur (wat inhield dat de Rijselse formatie ‘Roken Is Dodelijk’ als voorprogramma langer musiceerde dan de hoofdact). En dit valt dubbel te betreuren.
Alles voltrok zich supersnel (hun «5 Years Time» die terug op de setlist werd geplaatst, werd als het ware afgehaspeld), terwijl het album dat ze kwamen voorstellen, het nu net moet hebben van een voortschrijdende en langzaam opbouwende sfeer.
Bovendien bleken de laatste twee nummers van de set de beste te zijn die we zaterdag te horen kregen. «The First Days Of Spring» was onderhuids dreigend door de mooie gitaarsolo en de expressieve outtro van Fink, terwijl de enige toegift van de avond, zijnde «Tonight’s The Kind Of Night», een swingende uptempo rocker was met een al even vlotte melodie en dito instrumentale ondersteuning. Hobden nam plaats achter de keyboards en toverde er een deuntje uit die zo uit de ‘Born To Run’ plaat van Bruce Springsteen leek gehaald te zijn,  toetsenist Fred Abott nam de gitaar ter hand nam en voegde er een americana rifje aan toe, terwijl drummer Jack Hamson (die vorig jaar Doug Fink – de broer van – verving toen deze zich voltijds wou toeleggen op zijn job als arts) voluit zijn ding kon doen.
Dat de afsluiter van de avond een volledig nieuw nummer betrof en de voorloper is van het later dit jaar te verschijnen derde album, opent perspectieven voor de toekomst maar kon niet meer verhinderen dat de groep naliet over de gehele lijn voldoening te verschaffen.

Wat Noah And The Whale live in Tourcoing bracht, was goed maar moet gelet op het potentieel, als een gemiste kans beschouwd worden.

Setlist: Blue Skies, Give A Little Love, Slow Glass, My Broken Heart, Love Of An Orchestra, Jocasta, Shape Of My Heart, 5 Years’Time, Rock And Daggers, The First Days Of Spring, Tonight’s The Kind Of Night

Organisatie: GrandMix, Tourcoing

Noah & The Whale

Peaceful, the world lays me down

Geschreven door

Het Britse Noah & The Whale verrast aangenaam met hun debuut ‘Peaceful, the world lays me down’. Ondanks de pessimistische ondertoon die we in de teksten horen van songschrijver Charlie Fink hebben we te maken met een gevarieerd klinkende poprockplaat met een foklkrandje. Broeierige, fijne pop met dromerige, frisse, speelse en vrolijke melodieën, waarbij de band zich ergens profileert tussen The Saw Doctors, The Waterboys, The Decemberists, Belle & Sebastian, het ouder werk van The Go-Betweens, The Pogues en een ‘60’s Beatles aanpak, door de aanstekelijke opbouw. Het instrumentarium als viool, harmonium en blaasinstrumenten als de backing vocals van Laura Marling zorgen voor een kleurrijk geheel. Er zijn groovy songs: “5 years time”, “Rocks & daggers” en de titelsong, afgewisseld met de sfeervolle “2 atoms in a molecule”, “Give a little love”, “Second lover” en de ingetogen afsluiters “Mary” en “Hold my hand as I’m lowered”. In “Jocasta” kun je het refrein zo meezingen en tot slot op “Shape of my heart” hoor je Balkaninvloeden.
Met deze is ‘Peaceful, the world lays me down’ een tof, afwisselend en een prettig in het gehoor liggende plaat geworden.