logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 02 september 2010 02:00

We’re here because we’re here

Er is een tijd geweest waar progrock als een wel heel lelijk woord bestempeld werd, maar aan alles komt een eind. Laat ons zeggen dat liefhebbers van prog-rock dat vroeger best stiekem voor zichzelf hielden wilden ze nog een beetje credibility overhouden, maar nu blijkt het weer te mogen. Tool is bijvoorbeeld al jaren een lieveling in de alternatieve scene terwijl zij eigenlijk al gans die tijd pure prog voortbrengen, het immens populaire Muse overschrijdt met graagte de grenzen van het bombast en een band als Porcupine Tree, voordien totaal onhip, stond op de laatste editie van het befaamde rock Werchter, een festival die er toch prat op gaat om kort op de bal te spelen qua programmering van de huidige tendensen en stromingen in de rock en popmuziek.
Niet te verwonderen dus dat het Engelse Anathema nogal wat aandacht krijgt op vandaag, en dat verdienen ze echt wel met hun nieuwste album. Na nogal wat personeelswisselingen is hun sound in enkele jaren tijd geëvolueerd van een zwaar metalgeluid tot de meer gelaagde atmosferisch rock die op‘We’re here because we’re here’ volledig tot ontplooiing komt. De band verkent de grenzen van de prog-rock, weeft er wat metal en post-rock door en creëert emotioneel geladen songs die een zeldzame pracht in zich dragen. Zo krijgen we een geslaagd muzikaal huwelijk die we ook soms bij het prachtige Archive menen te bespeuren.
Uiteraard ligt het bombast die eigen is aan het genre nogal op de loer (piano, veel keyboards, aanzwellende strijkers en gitaren) maar Anathema weet het allemaal binnen de perken te houden door middel van ijzersterke songs die altijd even boeiend blijven dankzij de fijn uitgebalanceerde arrangementen, mooie vocals en instrumenten die perfect hun plaats kennen. Hier wordt inderdaad op hoog niveau gemusiceerd en de plaat klinkt ook wel heel clean, maar die properheid doet voor één keer geen afbreuk aan de sterkte en cohesie van het album.
Wij laten onze geest graag rondzweven op de weidse prachtgeluiden van “Hindsight” en “A simple mistake” of op de epische rock van “Thin air”, om maar een paar van de juweeltjes te noemen op deze voortreffelijke schijf.
De heropleving van de prog-rock is een feit, bands als Anathema geven een frisse nieuwe wending aan het genre en wij malen daar geenszins om.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

The Black Dirt Sessions

Een meeslepende plaat die voorzichtig zijn talenten prijsgeeft, dat is deze ‘The black dirt sessions’. Deer Tick is vooral de speeltuin van multi-instrumentalist en songschrijver John McCauley die hier alle tracks op zijn naam heeft staan. De man schudt een handvol intieme en schitterende songs uit zijn mouw waarmee hij gerust naast Jeff Tweedy (Wilco), Adam Stephens (Two Gallants) en Peter Case mag gaan staan. McCauley’s stem snijdt scherp doorheen de songs die variëren van americana tot ingehouden southern rock.
Het begint heel ingetogen met een vijftal ballads waarvan de pianoballad “Goodbye dear friend” en het prachtige akoestische “Piece by piece and frame by frame” de mooiste zijn. Vanaf “Mange”, een pareltje die zich ontpopt in de richting van The Stones hun “Sympathy for the devil”, mag het gaspedaal iets worden ingedrukt en worden de elektrische gitaren van stal gehaald, al gaan die nooit te hard van stapel lopen. Er mag al eens sporadisch gerockt worden, maar het zijn toch vooral fijne, intieme en soms breekbare songs die we terugvinden op dit heerlijke werkje. Het epische en zweverige “Blood moon” is daar een bijzonder knap staaltje van, een prachtsong als je ’t ons vraagt.
Mooie plaat die alsmaar beter wordt.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

Pulled Apart By Horses

Het debuut van Pulled Apart By Horses is nogal een …euh woest plaatje. Subtiele songtitels als “Back to the fuck yeah” en “I punched a lion on the throat” spreken hierbij boekdelen. De songs worden er eerder uitgespuugd dan gezongen, gitaren gaan geregeld over de rooie en de agressie en frustraties spatten met serieuze lappen van dit plaatje, denk zo een beetje in de richting van MC Lusky of Death from above 1979. Gelukkig herkennen geoefende oren zoals de onze hier en daar zowaar wat melodieën tussen de razernij door, maar de geluidsmeters gaan toch overwegend in het rood op dit gloeiend hete en explosieve plaatje.
Als u het al niet te goed deed met uw buren, dan is dit de fatale genadestoot, haal er met de volumeknop een felle ruk naar rechts uw voordeel uit.
Een sloophamer van een plaat.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

Bingo!

Na maar liefst 17 jaar maakt Steve Miller nog eens een nieuw album. Wat de man gans die tijd heeft uitgevreten is ons een raadsel, maar met ‘Bingo!’ laat hij met plezier toch nog eens van zich horen. De sound op het nieuwe album is onmiskenbaar Steve Miller en de algemene teneur is de blues, zij het niet de kommer en kwel vanuit de diepste spelonken van de Mississippi, maar wel de eerder luchtige en elektrische Miller interpretaties van enkele blues traditonals van BB King, Otis Rush, Jimmy Reed en een paar puike songs van de hand van Jimmie Vaughan (“Hey yeah” en “Don’t cha know”). Steve Miller en vooral zijn elektrische gitaar geven een fijne schwung aan al deze bluessongs die misschien al wel een keertje te veel zijn gecoverd, maar goed, de Miller versies nemen we er graag nog bij. Leuk om te horen hoe hier met evenveel plezier als klasse gemusiceerd wordt en hoe Miller er in slaagt de bluessongs een ‘positieve feelgood touch’ te geven. De blues waar je als het ware vrolijk van wordt.
Een plaat die bergen gaat verzetten is dit zeker niet, maar het is stukken beter dan de slappe gedrochten die Miller in de jaren tachtig heeft afgeleverd. Deze ‘Bingo!’ mag je zonder beschaamd te zijn gaan klasseren tussen Miller’s albums van eind jaren zestig.
Een geslaagde come-back cd noemen ze dat dan.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

The Dark Side Of the Moon

The Flaming Lips – Stardeath and White Dwarfs
Als u zich afvraagt hoe ‘Dark Side Of The Moon’ zou geklonken hebben met Syd Barrett nog in de Pink Floyd rangen, dan zit het voor u wel snor met deze interpretatie die The Flaming Lips aan de Pink Floyd klassieker hebben gegeven. Dit klinkt precies zoals u het zich zou voorstellen, tenminste als u een beetje vertrouwd bent met de prettig gestoorde capriolen van the Flaming Lips: geflipt, psychedelisch, spacey, stoned en bijwijlen knettergek.
De Lips hebben zich kostelijk geamuseerd met tal van stemvervormers, omgebouwde synthesizers en ontspoorde gitaren. De plaat is evenwel sterk overeind gebleven -dit is niet voor niets ‘Dark Side Of the Moon’ - en Wayne Coyne en consoorten (o.a. Peaches en Henry Rollins doen mee) hebben dit niet als grap bedoeld maar wel als een respectvolle, zij het zeer eigenzinnige, interpretatie van een mijlpaal uit de muziekgeschiedenis. Het resultaat is meer dan geslaagd, al twijfelen we er wel aan of Pink Floyd techneuten hiermee vrede zouden kunnen nemen. Ze zouden toch beter eerst eens aan de paddestoelen zitten voor ze dit werkje gaan beluisteren. Kan helpen.
Wij daarentegen zijn er zot van.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

Rush To Relax

In de Australische ondergrond zijn er wel vaak nieuwe ontdekkingen te doen, ECSR is er één van. Dit is trouwens al hun derde album, dus moeten we dringend ook eens die eerste twee gaan checken.
ECSR grossiert in stevige punky garage rock met knipoogjes naar The Stooges, Radio Birdman, The Strokes, The Hives of The Velvet Underground (on speed). Lekker gutsende en rammelende gitaren vormen hier de hoofdbrok. Een paar felle lappen punk van om en bij de minuut (“Walked into a corner” en “Isn’t it nice”) staan met één voet in het jaar ’77, toen punk hoogtij vierde, maar ECSR laten voor hetzelfde geld hun gitaren fijntjes buiten de lijnen soleren op het geweldige “Tuning out”, alsof Tom Verlaine er hier voor iets tussen zit. Een tintelend orgeltje en een opzwepende baslijn maken van “Second guessing” een onweerstaanbare song die alsmaar heter wordt terwijl “I can be a jerk” even simpel als slordig en mooi klinkt. Voelen wij hier Pavement niet in de lucht hangen, en zelfs een beetje Cramps ?
Deze ‘Rush to relax’ heeft hoegenaamd geen last van overproductie of van een afgelikte sound, het is allemaal nogal spontaan, ruw en vettig op band gezet, zoals het hoort bij de betere garage rock.
Wij gaan dit stomend plaatje een plaats geven vlak naast dat van The Soft Pack, ook zo’n gitaardingetje waar we helemaal zot van zijn.
En wil er iemand dringend die gasten uit hun Australisch hol halen en ze naar Europa brengen. Op een podium moet dit spetteren, me dunkt.

zondag 08 augustus 2010 02:00

Lokerse Feesten 2010: DAG 08: M.I.A. - Air

Een beetje een ondankbare taak voor het Franse Air om te moeten spelen voor een publiek die duidelijk gekomen is om te springen en te dansen op de opzwepende raps en beats van M.I.A.
Hun zweverige, atmosferische en filmische muziek was dan ook niet aan het volkje besteed, enkel toen op het einde van de set “Kelly watch the stars” en “Sexy boy” uit de kast werden gehaald kwam er voorzichtig wat beweging op het terrein. De set van Air was ook wel overwegend rustig en kabbelde een beetje door op hetzelfde toontje, maar toch houden wij van de dromerige psychedelica die zij uit hun elektronica kasten halen. Misschien best te herbeleven ergens in een knappe concertzaal genre AB of Koninklijk Circus, zoals in het voorjaar, maar vanavond was hun doortocht helaas niet onvergetelijk.

Een optreden die ze in Lokeren niet snel zullen vergeten was dat van M.I.A., een dame met ballen die dezer dagen geweldig populair is. Een massale opkomst die avond, en iedereen was duidelijk voor haar gekomen, dat hadden die arme sukkelaars van Air ook al ondervonden. Het werd een bruisend en ophitsend optreden.
Het zag er behoorlijk indrukwekkend uit met flitsende videobeelden, gesluierde vrouwen als backgroundzangeressen en wild dansende mannen in combat outfit. De songs van M.I.A. werden onder zware beats het volk gekegeld. M.I.A. rapte er met volle overgave doorheen en kreeg als volbloed performer het volk volledig aan haar voeten. En letterlijk zelfs, tijdens het moordende “Born Free” (wat een heerlijk agressieve song is dit toch) dook ze het publiek om van bovenop de fans de song verder te zingen. Op het eind ging Lokeren volledig uit zijn dak met het kolkende “Paper Planes”, nog zo een geweldig nummer die in zijn eentje een publiek kan verpulveren.
Een stomend concertje, en vooral een flitsend totaalspektakel van een dame met pit die de Rihanna’s en Britneys van deze wereld een flinke trap in het kruis verkoopt.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2010: DAG 07: The Sisters Of Mercy – The Dandy Warhols – Gang Of Four - Customs
Customs zijn ondertussen al wel één van de sterkhouders van de Belgische rockmuziek geworden, mede dankzij een bijzonder sterke debuutplaat. De band begeeft zich in het vaarwater van ondermeer Editors en White Lies. Een eighties sound dus, die ook op het podium sterk voor de dag bleek te komen. Een Joy Division cover was hier misschien een beetje te voor de hand liggend, maar “Transmission” kreeg een zeer fijne uitvoering mee, met tonnen respect voor het origineel en voor Ian Curtis. Voor de rest speelde Customs strak, en met stijl (allemaal netjes in maatpak gehuld). Nog een beetje aan een eigen smoelwerk en sound werken en alles komt goed.

Het sterkste optreden van de dag was met kilometers voorsprong dat van Gang Of Four, de voorvaders van de punkfunk waar bands als LCD Soundsystem, !!! en Radio Four meer dan schatplichtig aan zijn. Klassiekers als “Return the gift”, “At home he’s a tourist”, “Damaged goods” en “Not great man” werden retestrak gespeeld. Scherpe, springerige gitaren en een vlammende sexy bass bepaalden vanavond het opzwepende en meeslepende geluid dat bijwijlen funky as hell klonk. Mensen die gekomen waren voor “I love a man in a uniform”, een song die in wezen niks te maken heeft met het spannende geluid van Gang Of Four, waren er aan voor hun moeite. En dat was maar goed ook. Gang Of Four zitten trouwens op een nieuw album te broeden, wij zijn uiterst nieuwsgierig.

The Dandy Warhols
zijn ook een bandje die verschillend richtingen uit wil. Wij hoorden nu eens Britpop, dan weer prille psychedelische Pink Floyd, elders een streep shoegaze, een brokje Sonic Youth light en verder dan weer een soort Hawkwind mélange. De band begon een beetje aarzelend, maar naarmate de set vorderde gingen we meer en meer op in hun bezwerende sound en toen ze achter elkaar “Not if you were the last junkie on earth” en “Bohemian like you” speelden was ook de rest van het publiek mee. De volumeknop mocht voor ons part een stuk meer naar rechts, maar we hebben best wel genoten van The Dandy Warhols.

We hadden het al door aan de looks van het overwegend zwarte publiek dat de meesten vanavond gekomen waren voor The Sisters Of Mercy, fossielen uit het new wave tijdperk die 20 jaar geleden (20 jaar !!) hun laatste plaat maakten. In al die jaren zijn de heren gewoon blijven optreden terend op het succes van een viertal onsterfelijke songs. Je moet maar durven.
Met één van die songs  ”First and last and always” begonnen ze hun set, maar het duurde wel anderhalve minuut tegen dat we het nummer herkenden (en dan nog alleen maar doordat we de zanger het refrein hoorden zingen). The Sisters produceerden een soort zware en luide industrial sound waarin hun songs gewoon versmachtten. Een mens zou gezworen hebben dat het Front 242 was die hier op de planken stond, en laat dit nu toevallig ook niet echt één van onze favoriete bands zijn.
Dit had niks meer te maken met de gothic wave sound die de Sisters zo populair heeft gemaakt. Wij hoorden een dreun van bassen, mechanische drums en donkere keyboards. Vreemd genoeg hadden de heren géén bassist, géén drummer en ook géén keyboardspeler meegebracht. Het hele zootje stond gewoon op een tape die er door een soort soundsystem meedogenloos werd doorgeramd. Op het podiumzagen we , tenminste voor wie door de rookgordijnen heen kon kijken, een zanger (met spierwitte pullover aan, had hij hier even zijn pekzwarte fans een ferme loer gedraaid) en twee gitaristen, waarvan er dan nog één dacht dat hij in een hard-rock groep stond te spelen. Potsierlijk.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Wij hebben een zwak voor bands die zich begeven in de duistere gangen van de post-rock en  post-metal. Wij houden van de woeste uithalen afgewisseld met ingetogen pracht van groepen als Isis, Pelican, Mogwai, Godspeed You black Emperor en Explosions in the Sky. Op de meeste van deze bands hun platen wordt geen noot gezongen en wordt er prachtige gelaagde muziek gemaakt die je op geen enkel radiostation zal horen, of het is in de late uurtjes. In dezelfde buurt vind je ook Red Sparowes. En waar je Isis en Pelican in de post-metal moet gaan situeren en Godspeed, Explosions en Mogwai in de post-rock, mag je Red Sparowes daar netjes tussenin plaatsen. Kwestie dat u zich een beetje kan voorstellen hoe dit klinkt. Ook de prog-rock van Anathema of Porcupine Tree komt hier zelfs om de hoek loeren.
‘The fear is excruciating, but therein lies the answer’ (een beetje moeilijkdoenerij in de titel vergeven we hen wel) is vooral een mooie en warme instrumentale plaat geworden met hier en daar wat stevige uithalen, maar nergens wordt over de rooie gegaan (dat is bijvoorbeeld bij Isis wel eens anders). Er wordt een zweverige sfeer gecreëerd zonder dat er psychedelica aan te pas komt en de gitaren kronkelen in lagen over elkaar bovenop een solide onderbouw van golvende bassen en drums.
Op deze sterke harmonieuze plaat wordt bovenal knap gemusiceerd, een zanger missen we geen seconde. Doe ons een plezier en beluister dit werkje in één ruk, van kop tot staart, zo komt dit album het meest tot zijn recht. Ga dat zien, en vooral beluisteren, op 09/10 in de Trix in Antwerpen …

donderdag 29 juli 2010 02:00

Dark night of the soul

Een plaat met een wel heel wrange nasmaak. Het album werd door Mark Linkous en Danger Mouse volledig ingeblikt met gastvocalisten (Linkous vond deze keer dat zijn eigen stem niet paste bij de songs) in 2009, maar de release werd uitgesteld omwille van problemen met de platenmaatschappij. Inmiddels maakte de immer depressieve Linkous een einde aan zijn leven. Zijn plaat ziet nu pas het levenslicht, enkele maanden na zijn dood. Ook frappant, de verwante ziel Vic Chesnutt, die hier een beklijvende bijdrage levert op twee songs onderging hetzelfde lot en stapte na jarenlange depressies en kwellingen eveneens uit het leven. Zo is de titelsong, waarmee het album eindigt, de meest onheilspellende brok emotie die we dit jaar al gehoord hebben, Chesnutt zingt het onheil tegemoet op de wrange desolate tonen gecreëerd door Linkous. Dit kunnen we bijna niet anders interpreteren dan als een aankondiging van het noodlot die beide gekwelde geesten te wachten stond. Heel bevreemdend en donker, een prachtsong met een heel bittere bijklank.
Ook “Grain Augury”, eveneens ingezongen door de arme Chesnutt, is een bezield hoogtepunt waar je stil van wordt.
Een ander onvergetelijk moment is opener “Revenge” met Wayne Coyne op vocals, een hemelse song, helemaal Sparklehorse, waarin Coyne zich volledig overgeeft. Ongelooflijk mooi.
De andere songs zijn helaas niet altijd van hetzelfde hoge niveau en we hebben zo de indruk dat er iets te veel met computers geprutst werd (zal wel Danger Mouse geweest zijn) zodat deze ‘Dark night of the soul’ niet de eenzame hoogtes haalt van de Sparklehorse mijlpalen ‘Vivadixiesubmarinetransmissionplot’ en ‘Good morning spider’. Linkous mocht best wel wat gasten thuisgelaten hebben en was beter zelf op enkele songs achter de microfoon gaan staan, want niet alle nummers zijn gediend met de guest vocals die ze hebben meegekregen. Een indrukwekkende gastenlijst (Suzanne Vega, Iggy Pop, Black Francis, Julian Casablancas,…) staat niet altijd garant voor kwaliteit. Let wel, geen enkel nummer is ondermaats, en het meervoud aan zangers zorgt aan de andere kant wel voor een gevarieerd album die toch steeds typisch Sparklehorse blijft klinken.
De songs die ons het meest zullen bijblijven zijn dus deze met Vic Chesnutt, Wayne Coyne en ook wel Grandaddy’s Jason Lytle (“Jaykub”en “Everytime I’m with you).
‘Dark night of the soul’, oorspronkelijk bedoeld als een creatief samenwerkingsproject van verschillende artiesten, is ongewild (of misschien net niet) een begeesterend afscheid geworden van een miskend talent die met zichzelf nooit in het reine kon komen.
De man heeft enkele wonderbaarlijke platen als erfenis achtergelaten, we zullen ons erin koesteren.

Pagina 91 van 113